Bijlage 1.4 U&HS toelichting werking Risico- besturingsmodel
Tekst van het document
Bijlage 4: toelichting risicoanalyse Voor de risico analyse hebben wij gebruik gemaakt van een geautomatiseerd risico- en besturingsmodel. In deze bijlage lichten we toe hoe de risico’s zijn bepaald. ACHTERGROND RISICOMODEL Het risicomodel is gebaseerd op de formule risico = kans x effect, een internationaal geaccepteerde en veel gebruikte methode. We kunnen hiermee een adequate inschatting maken van de toe te kennen prioriteit aan onze uitvoerings- en toezichts- en handhavingstaken. De effect-kant en de kans-kant van de risicoanalyse bestaan uit elk vier mogelijke zelf te kiezen thema's. In Meierijstad hebben we aan de effect-kant gekozen voor de thema’s: - Veiligheid; - Duurzaamheid; - Gezondheid en - Leefbaarheid. Als thema’s aan de kans- ofwel de nalevingskant is gekozen voor: - Attitude; - Naleving; - Ervaringscijfers en - Maatschappij en Ondermijning. Deze thema’s komen overeen met het maatschappelijk doel van de Omgevingswet, onze ambitie zoals opgenomen in ons collegewerkprogramma (Thuis in Meierijstad, Mijlpalen 2023 – 2026) en onze visie op de uitvoering van onze taken in de fysieke leefomgeving. De risicomodule is gesplitst in twee delen: één voor het taakveld vergunningen en één voor toezicht en handhaving. De reden hiervoor is dat er verschillen bestaan tussen de risico's voor vergunningen en de risico's voor toezicht en handhaving.
Immers bij vergunningen speelt naleving geen rol, waardoor de risicoscore enkel door de risico's uit 'effecten' wordt bepaald. De uitwerking van de thema’s verschilt per taakveld. Veiligheid voor het taakveld nieuw- of verbouw bestaat nu eenmaal uit andere onderwerpen dan bij het taakveld regels omgevingsplan. Voor de taakvelden vergunningen en toezicht en handhaving zijn zowel bij de effect- als de kans thema's, activiteiten of objecten op diverse variabelen beoordeeld. Aan deze variabelen zijn scores toegekend die uitdrukking geven aan het risico van een bepaalde activiteit of object. Het tweede deel van de risicomodule bestaat uit het onderdeel kans (ofwel naleving) waarin met name de gevolgde bedrijfsvoering vanuit de activiteit of het object wordt uitgewerkt. Vanuit thema’s (standaard: attitude, nalevingstabel, ervaringscijfers en ondermijning) wordt dit ook hier verder uitgewerkt in operationele variabelen zoals kennis van de regels, houding en gedrag en fraudegevoeligheid.
Duiding uitkomsten risicoanalyse Het resultaat van de risicoanalyse is een weergave van het risico per bouwwerk of activiteit. De risicoanalyses geven een rangschikking weer van grote risico’s, naar kleine. De risico’s kennen een ordinale rangorde. Een ordinale rangorde houdt in dat de verschillen niet te interpreteren zijn. Anders gezegd, een activiteit met een risico van 50 is niet twee keer zo risicovol als een activiteit met een risico van 25. De enige uitspraak die gedaan kan worden, is dat de ene activiteit een hoger risico bevat dan de andere. De uitkomsten van de risicoprioritering zijn opgenomen in het tweede deel van de U&HS. Mede op basis van de risicomodules wordt jaarlijks het uitvoeringsprogramma opgesteld. Monitoring en evaluatie van de uitvoering van het beoordelen van vergunningaanvragen en het toezicht en handhaving kan aanleiding geven tot het bijstellen van bijvoorbeeld de nalevingscores. De risicomodules kunnen hier op aangepast worden, zodat het uitvoeringsprogramma jaarlijks op basis van actuele gegevens wordt opgesteld. Prioriteiten We kunnen onze aandacht niet in dezelfde mate richten op alles wat tot het taakveld VTH behoort. Dat zou onze capaciteit overvragen. Onze prioriteiten liggen bij die activiteiten die het meeste risico met zich meebrengen. In de komende jaren kunnen daar wijzigingen in plaats gaan vinden.
Immers medio 2025 zal de Toekomstvisie Meierijstad worden vastgesteld. Daaruit kunnen concretere onderwerpen of thema’s volgen die voor prioritering in aanmerking komen. Hetzelfde geldt voor de verdere ontwikkeling van het omgevingsplan welke we in 2028 willen hebben vastgesteld. Deze twee documenten zullen de komende periode veel invloed hebben op de werkzaamheden binnen VTH en GOeP. De flexibiliteit van dit U&HS maken dat we relatief snel op actuele ontwikkelingen kunnen inspelen. Hoe we invulling gaan geven aan onze prioriteiten zie je terug in de uitvoeringsstrategieën. Hierbij houden we ook rekening met onze in te zetten en beschikbare capaciteit. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werken we dat verder uit en leggen we jaarlijks accenten. Het bovenstaande betekent niet dat we geen aandacht zullen geven aan risico’s en taken waar we geen prioriteit aan geven. Het spreekt vanzelf dat we ook daar onze wettelijke taken naar behoren zullen vervullen. Bij de activiteiten die geen betrekking hebben op onze prioriteiten zullen we echter meer reactief dan proactief handelen en zullen we meer globaal toetsen en toezicht houden. De (deels) nog op te stellen beoordelingskaders en toezichtsprotocolen maken we ook op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse. De onderwerpen waarvoor we dat in ieder geval gaan doen staan opgenomen in het uitvoeringsprogramma 2025.
RISICO'S In de tabel staan de scores van effecten en (bij toezicht en handhaving) naleving weergegeven, welke in de kolom daarnaast (totaal) met elkaar worden vermenigvuldigd. Daarna wordt het risico in een risicoklasse gezet. Door deze risicoklasse kan de risicoscore beter worden geduid. Het kan zijn dat het wenselijk is om de scores waarbij een object tot een bepaalde risicoklasse behoort aan te passen. In het geval van vergunningen kijken we alleen naar de effectenkans, bij toezicht en handhaving kijken we ook naar de naleving (kans). In Meierijstad hebben we gekozen voor slechts 3 risicoklassen groot, beperkt en klein risico. Ook hebben we de kleuren aangepast van donker naar licht.
OBJECTEN VOOR RISICO'S De risico's in bovenstaande tabel zijn berekend over zogenoemde 'objecten'. In het geval van dit voorbeeld uit de risicomodule nieuwbouw is gekozen om de risico's te berekenen over verschillende soorten gebouwen. Deze zijn opgenomen in de objectenlijst. Per object is de naam van het object aan te geven (onder categorie indeling).
VARIABELEN Voor ieder thema hebben we variabelen bepaald. Bij elke variabele zijn er mogelijkheden om een score toe te kennen. Bijvoorbeeld van zeer omvangrijk tot zeer weinig, of van zeer klein tot zeer groot. Het kan ook mogelijk zijn om een andere variabele toe te voegen die meer meetbaar is. Zo wordt soms gekozen om bij de variabele "aantal dwangsommen" te kiezen voor de variabelen 0, 1-2, 3-4, 5 en meer dan 5. Meestal krijgen variabelen de scores 2 tot 10. Het kan ook mogelijk zijn dat er maar drie variabelen zijn, bijvoorbeeld 2, 6 en 10. De maximale score moet altijd tien zijn om het model goed te laten werken.
Het is ook mogelijk bepaalde variabelen zwaarder mee te laten wegen. Dit kan door in het gele vakje het getal aanpassen. Dit getal geeft aan hoe vaak de variabele mee telt.
RISICOSCORES TOEKENNEN Het scoren van de activiteiten/objecten gebeurt na het invullen van het objectenblad en het toevoegen van de juiste variabelen. WEGINGSFACTOREN Het kan zijn dat bepaalde onderdelen in de risicomodule zwaarder mee moeten wegen dan andere onderdelen. Daarom is het mogelijk om zowel thema's als variabelen een andere wegingsfactor te geven. De weging van de thema's is in te stellen via de knoppen 'effecten' en 'kans'. Op deze tabbladen staat in percentages aangegeven hoe veel een thema meeweegt. Standaard staat dit op 25% voor ieder thema, maar dit is aan te passen naar bijvoorbeeld 10%, 30%, 20% en 40%.