CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4 - Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, Koeveringsedijk ongenummerd'5.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

6500 voor Chr.

RAAP-NOTITIE 4710

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode

3750 voor Chr.. 37

Gemeente Sint-Oedenrode Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek 2200 voor Chr.

700 voor Chr.

150 na Chr.

320 na Chr.

Ar c h e o l o g i sc h

Ad v i e sb u r e au 250 na Chr.

1650 na Chr.

Colofon Opdrachtgever: Juridisch Adviesbureau Van der Aa B.V. Titel: Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek Status: eindversie Datum: 7 februari 2014 Auteur: drs. M.P.J. Janssens Projectcode: SINVE Bestandsnaam: NO4710_SINVE.docx Projectleider: drs. M.P.J. Janssens Projectmedewerker: drs. J. Vansweevelt ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 55710 Bewaarplaats documentatie: RAAP Zuid-Nederland Autorisatie: dr. M.P.F. Verhoeven Bevoegd gezag: gemeente Sint-Oedenrode

ISSN: 0925-6369

RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V.

telefoon: 0294-491 500

Leeuwenveldseweg 5b

telefax: 0294-491 519

1382 LV W eesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069 1380 GB W eesp

© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2014 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Samenvatting In opdracht van Juridisch Adviesbureau Van der Aa heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de fysieke kwaliteit daarvan. Middels het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over de landschappelijke en archeologische context van het plangebied, op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld. Deze gegevens zijn middels een booronderzoek in het veld getoetst. Uit de resultaten van het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied sporen van nederzettingen/begravingen/beakkering uit de periode Prehistorie (Laat Neolithicum) t/m Late Middeleeuwen kunnen voorkomen op een kleine dekzandrug in een grote dekzandvlakte, waar een plaggendek tot stand gekomen is. Tevens kunnen resten voorkomen die in verband staan met de Tweede Wereldoorlog. Er werden geen verstoringen verwacht, omdat het terrein blijkens historische kaarten altijd onbebouwd geweest is. Het verkennend booronderzoek heeft deze verwachting echter niet bevestigd. Het terrein is redelijk nat en ligt waarschijnlijk in de dekzandvlakte. Het verwachte plaggendek is sterk omgezet, mogelijk in het kader van de aanleg van de A50.

Er geldt daarom een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten worden verwacht. RAAP ziet vanuit archeologisch oogpunt zodoende geen restricties ten aanzien van de verdere planvorming. De dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ kan zodoende komen te vervallen: niet alleen voor de twee bouwblokken, maar voor het volledige perceel. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Sint-Oedenrode).

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[3 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

1 Inleiding 1.1 Administratieve gegevens • type onderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase • bevoegde overheid: gemeente Sint-Oedenrode • onderzoekskader: bestemmingsplanwijziging •

datum veldonderzoek: 1 maart 2013

• locatie (figuur 1): - naam plangebied: plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode - plaats: Sint-Oedenrode - gemeente: Sint-Oedenrode - provincie: Noord-Brabant - toponiem: Veghelseweg, Koeveringsedijk - oppervlakte plangebied: 4.487 m² - kaartblad topografische kaart Nederland, schaal 1:25.000: 51E - hoekpunten plangebied (X/Y) (zie figuur 1): west:

162354/ 399429

oost:

162449/ 399395

zuid:

162381/ 399342

• afbakening onderzoekszone: straal van 1 km rondom het plangebied • ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: 55710

1.2 Aanleiding en doelstelling In het plangebied zijn bodemingrepen gepland die mogelijk bedreigend zijn voor eventuele archeologische resten. In het kader van de Archeologische MonumentenZorg is conform de richtlijnen van de bevoegde overheid een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van inzicht in de archeologische resten die in het plangebied verwacht worden en de fysieke kwaliteit daarvan.

1.3 Onderzoeksvragen 1. Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? 2. Welke gegevens met betrekking tot archeologische waarden in het plangebied zijn reeds bekend? 3. Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid? 4. Wat is de gespecificeerde verwachting (alsmede de verwachte conservering en gaafheid) ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? 5. Is de bodemopbouw in (delen van) het plangebied zodanig intact dat eventueel archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? 6. Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten? 7. Op welke wijze(n) kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[4 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

1.4 Randvoorwaarden Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep (zie artikel 24 van het Besluit archeologische monumentenzorg). De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.2), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), geldt in de praktijk als richtlijn. RAAP beschikt over een opgravingsvergunning, verleend door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zie tabel 1 voor de dateringen van de in deze notitie genoemde archeologische perioden.

Archeologische perioden Datering

Tijdperk

Nieuwste tijd (=Nieuwe tijd C) Nieuwe tijd

- 1795

B

- 1650

A Laat Vol Ottoons

Vroeg

Middeleeuwen

Karolingisch Merovingisch laat Merovingisch vroeg

Laat

Romeinse tijd

Midden Vroeg Laat

IJzertijd

Midden Vroeg Laat

Bronstijd

Midden

Prehistorie

Vroeg

Neolithicum (N ieuwe Steentijd)

Laat Midden Vroeg

Mesolithicum (M idden Steentijd)

Paleolithicum (Oude Steentijd)

Laat Midden Vroeg Laat Jong B Jong A Midden Oud

- 1500 - 1250 - 1050 - 900 - 725 - 525 - 450 - 270 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 250 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 2000 - 2850 - 4200 - 4900/5300 - 6450 - 8640 - 9700 - 12.500 - 16.000 - 35.000 - 250.000

tabel1_standaard_Archeologisch_RAAP_2010

Tabel 1. Archeologische tijdschaal.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[5 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient om op basis van verschillende bronnen inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop der tijd heeft achter gelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Voor de geraadpleegde bronnen wordt verwezen naar de literatuurlijst.

2.2 Geo(morfo)logie en bodem Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op de flank van een kleine dekzandrug in een dekzandvlakte. Circa 320 m ten westen van het plangebied ligt een dalvormige laagte zonder veen (figuur 2; Stiboka/RGD, 1977: codes 3K14, 2M13 & 2R2). De ondergrond bestaat uit zand dat tijdens het Pleistoceen is afgezet door de wind. Deze afzettingen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel (Weerts e.a., 2006). Het dekzand is afgezet tijdens de laatste twee ijstijden onder periglaciale omstandigheden, vergelijkbaar met die op de toendra’s in noordelijk Siberië. Onder deze omstandigheden werden door de wind grote hoeveelheden bodemmateriaal verplaatst (De Mulder e.a., 2003). Volgens de bodemkaart komen in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden voor, gevormd in leemarm of zwak lemig zand (Stiboka, 1981: code zEZ21). In het dekzand is van nature waarschijnlijk een veldpodzol gevormd, gekenmerkt door een humusuitspoelings- en humusinspoelingshorizont (respectievelijk E- en B-horizont), maar die is door latere ontginning mogelijk volledig verdwenen in het plangebied. De relatief vruchtbare en goed ontwaterde omstandigheden (huidige grondwatertrap VI) maakten het plangebied namelijk (relatief) geschikt voor landbouwkundig gebruik. Vanaf de ontginning van het gebied in de loop van de Middeleeuwen zijn deze gronden dan ook intensief beakkerd.

Aanvankelijk is geakkerd in de top van de podzol (= het toenmalige loopoppervlak), maar na verloop van tijd is bemesting op de akkers gebracht om de vruchtbaarheid te verbeteren. Daardoor is een plaggendek van minstens 50 cm dik ontstaan. Door deze antropogene ophoging van het landschap vanaf de Middeleeuwen zijn (oudere) archeologische resten goed beschermd tegen moderne verstoringen (zoals de moderne ploeg).

2.3 Archeologische gegevens • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW; Deeben, 2008): voor het plangebied geldt een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. • Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (Peters, 2005; kaart herzien in 2007; van Genabeek & Tebbens, 2007: figuur 6): het plangebied ligt in een zone waarvoor een hoge verwachting geldt voor archeologische vindplaatsen (categorie 5). • Bekende archeologische monumenten en vindplaatsen volgens het ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS2) in een straal van 1 km rond het plangebied (zie figuur 2): tabel 2.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[6 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

waarnemingsnr. complextype datering

opmerking

33137

grafveld

Midden-Late IJzertijd

urn met crematieresten en een kringgreppel

38489

munt

Midden Romeinse tijd

Sestertius van Diva Faustina

Tabel 2. Overzicht van de bekende vindplaatsen rond het plangebied.

• eerder uitgevoerd onderzoek in de omgeving volgens ARCHIS2: tabel 3 meldingsnr.

resultaat/advies

10268, 10280,

veldverkenning en booronderzoek in het kader van de aanleg van de A50. Ter hoogte

10281 en 10286 van het plangebied zijn geen vindplaatsen vastgesteld. 37442

bureauonderzoek, advies: verkennend booronderzoek

43084

bureauonderzoek, advies: karterend booronderzoek

46263

booronderzoek, advies: proefsleuvenonderzoek omwille van het intacte plaggendek, met uitzondering van het oostelijke deel dat verstoord is.

Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek rond het plangebied.

• Informatie aangeleverd door de heemkundige kring De Oude Vrijheid: door de archeologische werkgroep zijn in de straal van een 500 m rondom het plangebied diverse vondsten gedaan (niet nader beschreven). Vanuit historisch oogpunt wordt opgemerkt dat de Koeveringsedijk in het verlengde ligt van de Lieshoutsedijk, wat destijds één van de hoofdwegen was van Den Bosch, Helmond naar Luik. Ook wordt opgemerkt dat de Coeveringse molen uit 1299 op enige afstand ten noorden van het plangebied heeft gestaan. Tevens wijst de heemkundekring erop dat tijdens de operatie ‘Market Garden’ (Tweede Wereldoorlog) zware gevechten hebben plaatsgevonden in de zone van het plangebied. Daarom komen in het plangebied mogelijk resten voor die hiermee in verband staan (zoals munitie, resten van voertuigen en andere oorlogsresten).

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in de het historisch gebruik van een gebied in de periode vanaf de Late Middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden dat het natuurlijk landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan informatie worden verkregen over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. • historisch gebruik: het terrein is op de oudste historische kaarten uit het begin van de 19e eeuw en 20e eeuw in gebruik als akkerland. Op de topografische militaire kaart uit 1830-1850 loopt ten zuiden van het perceel een waterloop die uitmondt op het Laarsven, ten oosten van het plangebied (figuur 3). Uit 1944 dateert een luchtfoto van de RAF waarop geen anomalieën (verhardingen, greppels of andere vergravingen) in het plangebied zichtbaar zijn (figuur 4). Het perceel is omzoomd met een hakhoutbosje (Minuutplan, 1811-1832; Kadaster, 1830-1850 t/m 1991; RAF, 1944).

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[7 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

• bouwhistorie: het terrein is volgens de historische kaarten altijd onbebouwd geweest. • consequentie voor de archeologie (verwachting, verstoringen, resten van historische bebouwing): op basis van het grondgebruik op historische kaarten en de luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog als akkerland is de kans groot dat eventuele archeologische resten nog gaaf onder het plaggendek bewaard zijn gebleven.

2.5 Huidige situatie • landgebruik: grasland • hoogteligging: circa 11,50 m +NAP. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) komt het dekzandrugje waarop het plangebied gelegen is, niet tot uiting. Het hoogteverschil zal dus minimaal zijn; misschien is het oorspronkelijke reliëf wat gemaskeerd door het aanwezige plaggendek. • consequentie voor de archeologie (verstoring, methodiek veldonderzoek): het huidige grondgebruik maakt de kans groot dat eventuele archeologische resten nog gaaf onder het plaggendek bewaard zijn gebleven. De gaafheid van de bodem kan getest worden middels enkele verkennende boringen.

2.6 Toekomstige situatie • aard en omvang geplande ingrepen: twee bouwblokken met een oppervlakte van 250 m² (zie figuur 5). Vanwege de vroege fase van de planvorming kan aan de precieze aard, omvang en diepte van de werkzaamheden nog geen invulling gegeven worden. • gepland gebruik: bouw van twee woningen met bijbehorende infrastructuur. • consequentie voor de archeologie (bedreiging, bescherming, etc.): eventuele archeologische vindplaatsen worden bedreigd ter plaatse van de bouwblokken en de sleuven ten behoeve van kabels, leidingen, etc. Omdat de plannen zich echter nog in een zeer vroege fase bevinden, is het nog mogelijk om de werken af te stemmen op de resultaten van het onderzoek om bescherming van eventuele archeologische resten te garanderen.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de bij het bureauonderzoek verzamelde gegevens is het mogelijk een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen ten aanzien van aard, ouderdom, diepteligging en gaafheid. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. In de Steentijd (Paleolithicum t/m Neolithicum) leefde de mens voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[8 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen zijn gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. Hoewel het plangebied op de flank van een dekzandrug ligt, is er in en nabij het plangebied geen overgang aanwezig van droge naar natte gronden. De dichtstbijzijnde natte zone ligt op te grote afstand om van invloed te zijn op de archeologische verwachting (dalvormige laagte zonder veen; circa 320 m ten westen van het plangebied). Zodoende worden geen vindplaatsen van jagerverzamelaars verwacht. Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens. De eerste akkergronden werden op de van nature vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. In het plangebied komen hoge zwarte enkeerdgronden voor. Deze kenmerken zich door een plaggendek, dat getuigt van langdurig landbouwkundig gebruik. Dit wordt bevestigd door de vele archeologische vindplaatsen in de omgeving, evenals door de historische context van het plangebied als onderdeel van het oude akkercomplex.

Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten aanwezig zijn, kunnen archeologische resten vanaf de eerste landbouwers (periode Late Prehistorie t/m Late Middeleeuwen) verwacht worden. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat in de 19e en 20e eeuw zeker geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Uit informatie van de heemkundekring ´De Oude Vrijheid´ blijkt dat in de zone van het plangebied zwaar gevochten is tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het plangebied worden zodoende archeologische resten van bewoning, begraving en/of beakkering verwacht uit de periode Laat Neolithicum t/m Late Middeleeuwen. Dergelijke resten kenmerken zich door grondsporen en archeologische vondsten (aardewerk, steen, glas, metaal, verbrande leem, eventueel houtresten en botanische resten bewaard onder de grondwatertafel in diepe sporen/ lagen). Vlak onder of tegen het maaiveld kunnen diverse resten voorkomen uit de Tweede Wereldoorlog, zoals munitie, onderdelen van voertuigen, etc.). Diepteligging In het plangebied komt een afdekkend pakket voor (plaggendek) dat een ouder loopvlak afdekt. Dit afdekkende pakket dateert uit de Late Middeleeuwen of vroege Nieuwe tijd. Oudere resten worden zodoende door het pakket afgedekt en bevinden zich op minstens 50 cm -Mv. Resten uit de Tweede Wereldoorlog worden tegen of vlak onder het maaiveld verwacht.

Fysieke kwaliteit Vanwege het afdekkende pakket is het prehistorisch loopvlak in het plangebied waarschijnlijk geconserveerd. Eventuele archeologische resten zijn zodoende goed beschermd (bijvoorbeeld tegen recente diepe bodembewerking) en kennen naar verwachting een hoge gaafheid.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[9 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

archeologische

complextype

kenmerken

diepteligging

gaafheid

Laat Neolithicum t/m

nederzetting/begra-

grondsporen

basis plaggendek (mini-

waarschijnlijk intact, afge-

Late Middeleeuwen

ving/beakkering

en vondsten

maal circa 0,5 m -Mv)

dekt onder plaggendek

periode

Tabel 4. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 0 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

3 Veldonderzoek 3.1 Methoden Het veldonderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van het bureauonderzoek (gespecificeerde archeologische verwachting) en het protocol inventariserend veldonderzoek uit de KNA versie 3.2 Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid en mate van bodemverstoring in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van eventuele archeologische vindplaatsen. Daartoe zijn vier boringen gezet, twee in de toekomstige bouwblokken en twee op het overige deel van het perceel (figuur 5). Er is geboord tot maximaal 1,50 m -Mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een zandguts. De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah2; bijlage 1) en met de GPS ingemeten (x/y-coördinaten). Van de boringen is de hoogte bepaald met behulp van het AHN. De uitgebreide boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1.

3.2 Resultaten Geologie en bodem Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied diepe bodemverstoringen voorkomen. In de boringen 1, 2 en 4 is onder de bouwvoor (dikte 30 cm tot 40 cm) een verstoord esdek aanwezig. De dikte van het esdek varieert van 45 cm (boring 2) tot 70 cm (boring 1). Beide bodemhorizonten bestaan uit matig fijn, matig siltig zand en zijn sterk gevlekt (lichtgrijze en bruine vlekken). De grens tussen beide lagen is vaag; het esdek heeft een wat grijzere kleur. In boring 2 bevatte het esdek enkele fragmentjes baksteenpuin. Ter hoogte van boring 3 is geen sprake meer van een esdek. De bodem bestaat er tot diep onder het maaiveld uit recent verstoorde, sterk gevlekte lagen. Onder het esdek en verstoorde lagen ligt de natuurlijke C-horizont. Deze heeft in alle boringen een scherpe bovengrens. In de boringen 2 en 3 ligt de C-horizont het dichtst tegen het oppervlak (80 tot 85 cm -Mv). Deze bestaat uit lichtbruingrijs, vrij nat, matig fijn en matig siltig zand met oxidatieen reductieverschijnselen. In boring 1 ligt de top van de C-horizont op 1 m -Mv en is deze natter. De horizont bestaat uit fijner zand, is lichtgrijs van kleur en bijna volledig gereduceerd.

In het sterk verstoorde bodemprofiel van boring 3 ligt de C-horizont op 130 cm -Mv en bestaat uit zeer nat, zeer fijn, sterk siltig, lichtgrijs zand, afgewisseld met minder siltige en wat grovere zandlaagjes. Op deze plek is de C-horizont volledig gereduceerd. Tijdens het veldonderzoek zijn geen archeologische resten aangetroffen, maar dat was ook niet het doel van het verkennend booronderzoek; dat is gericht op het in kaart brengen van de bodemopbouw en eventuele verstoringen.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 1 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Synthese Het veldonderzoek heeft de landschappelijke en archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek niet bevestigd. De natte omstandigheden, herkenbaar in de vorm van de sterk gereduceerde C-horizont, duiden er op dat het terrein eerder deel uitmaakt van de dekzandvlakte en niet van de kleine dekzandrug, zoals gekarteerd op de geomorfologische kaart. Dit is een ongunstigere ligging voor vindplaatsen van landbouwers. Onverwacht zijn bovendien sterke verstoringen vastgesteld in het plangebied. Deze komen de gaafheid van eventuele vindplaatsen zeker niet ten goede. Door het verstoorde bodemprofiel worden ook geen in situ resten uit de Tweede Wereldoorlog meer verwacht. De huidige eigenaar heeft het perceel onlangs verworven en de vorige eigenaar is te snel overleden, dus er kon geen navraag meer gedaan worden naar de oorzaak van dit grondverzet. Mogelijk maakte het perceel deel uit van de werkstrook van de A50. Als besluit kan gesteld worden dat op basis van het verkennend booronderzoek de archeologische verwachting naar beneden wordt bijgesteld. Er geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers. Ook eventuele resten uit de Tweede Wereldoorlog bevinden zich naar verwachting niet meer in situ.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 2 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

4 Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Uit de resultaten van het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied sporen van nederzettingen/ begravingen/beakkering uit de periode Prehistorie (Laat Neolithicum) t/m Late Middeleeuwen kunnen voorkomen op een kleine dekzandrug in een grote dekzandvlakte, waar een plaggendek tot stand gekomen is. Daarnaast bleek dat diverse resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen voorkomen. Er werden geen verstoringen verwacht, omdat het terrein blijkens historische kaarten onbebouwd geweest is. Het verkennend booronderzoek heeft deze verwachting echter niet bevestigd. Het terrein is redelijk nat en ligt waarschijnlijk eerder in de dekzandvlakte. Het verwachte plaggendek is sterk omgezet, mogelijk in het kader van de aanleg van de A50. Er geldt daarom voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor zowel het voorkomen als de gaafheid van archeologische vindplaatsen van landbouwers. Ook eventuele resten uit de Tweede Wereldoorlog bevinden zich naar verwachting niet meer in situ.

4.2 Aanbevelingen Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten worden verwacht. RAAP ziet vanuit archeologisch oogpunt zodoende geen restricties ten aanzien van de verdere planvorming. De dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ kan zodoende komen te vervallen: niet alleen voor de twee bouwblokken, maar voor het volledige perceel. Tot slot Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Om deze te laten bekrachtigen in een selectiebesluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Sint-Oedenrode; de contactpersoon van dit project is meester J. den Otter). RAAP kan u daarbij assisteren. Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met de projectleider van dit project, Marlien Janssens (0495 513 555).

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 3 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Literatuur ANWB, 2004. Topografische Atlas Noord-Brabant, schaal 1:25.000. ANWB, Den Haag. Deeben, J.H.C. (red.), 2008. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), derde generatie. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort (info: www.cultureelerfgoed.nl). Genabeek, R. van & L. Tebbens, 2007. Notitie archeologiebeleid gemeente Sint-Oedenrode. BAAC bv, ’s-Hertogenbosch. Kadaster, 1830-1850. Topografische militaire kaart (nettekening) 51_2rd. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1900. Militaire topografische kaart (Bonneblad) 629. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1910. Militaire topografische kaart (Bonneblad) 629. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1918. Militaire topografische kaart (Bonneblad) 629. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1928. Militaire topografische kaart (Bonneblad) 629. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1953. Topografische kaart (1: 25.000) Eindhoven/ Nuenen/ Sint-Oedenrode/ Son en Breugel 51E. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1963. Topografische kaart (1: 25.000) Eindhoven/ Nuenen/ Sint-Oedenrode/ Son en Breugel 51E. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1973. Topografische kaart (1: 25.000) Eindhoven/ Nuenen/ Sint-Oedenrode/ Son en Breugel 51E. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1983.

Topografische kaart (1: 25.000) Eindhoven/ Nuenen/ Sint-Oedenrode/ Son en Breugel 51E. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Kadaster, 1991. Topografische kaart (1: 25.000) Eindhoven/ Nuenen/ Sint-Oedenrode/ Son en Breugel 51E. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Minuutplan, 1811-1832. Minuutplan Sint-Oedenrode sectie D blad 2. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Mulder, E. de, M. Geluk, I. Ritsema, W. Westerhoff & T. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff bv., Groningen/Houten. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Oude Rengerink, J.A.M., 1997. Rijksweg A50 Eindhoven-Oss: aanvullende archeologische inventarisatie (AAI: Fase A, B en C). RAAP-rapport 283. Stichting RAAP, Amsterdam. Peters, S., 2005, Archeologische verwachtingskaart Sint Oedenrode. BAAC rapport 05.081. BAAC bv, ´s-Hertogenbosch. RAF, 1944. Fotonummer 4288. Ontleend aan http://watwaswaar.nl. Stiboka, 1981. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:25.000. Blad 51 Oost Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. Stiboka/RGD, 1977. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Blad 51 Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering/Rijks Geologische Dienst, Wageningen-Haarlem. Waterschapshuis/Actueel Hoogtebestand, 2007. AHN. Actueel Hoogtebestand Nederland.

Ontleend aan http://www.ahn.nl.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 4 ]

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Weerts, H., J. Schokker, K. Rijsdijk & C. Laban, 2006. Geologische overzichtskaart van Nederland. TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht.

Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen Figuur 1.

Ligging plangebied (zwarte arcering). Inzet: ligging in Nederland (ster).

Figuur 2.

Uitsnede geomorfologische kaart met monumenten, waarnemingen en vondstmeldingen (ARCHIS2). Ligging plangebied: rood.

Figuur 3.

Uitsnede van de militaire veldminuut (Kadaster, 1830-1850). Rood kader: globale ligging van het plangebied.

Figuur 4.

Luchtfoto van het plangebied uit de Tweede Wereldoorlog (RAF, 1944). Witte cirkel: globale ligging van het plangebied.

Figuur 5. Figuur 6.

Boorpuntenkaart. Uitsnede uit de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart met aanduiding van het plangebied (groene lijn; bron: Genabeek & Tebbens, 2007).

Tabel 1.

Archeologische tijdschaal.

Tabel 2.

Overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen rond het plangebied.

Tabel 3.

Overzicht van eerder archeologisch onderzoek rond het plangebied.

Tabel 4.

Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

Bijlage 1. Boorbeschrijvingen.

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[1 5 ]

163

162

163

399

399

© Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2013

400

400

162

Figuur 1. Ligging plangebied (zwarte arcering). Inzet: ligging in Nederland (ster).

Figuur 2. Uitsnede geomorfologische kaart met monumenten, waarnemingen en vondstmeldingen (ARCHIS2). Ligging plangebied: rood.

Figuur 3. Uitsnede van de militaire veldminuut (Kadaster, 1830-1850). Rood kader: globale ligging van het plangebied..

Figuur 4. Luchtfoto van het plangebied uit de Tweede Wereldoorlog (RAF, 1944). Witte cirkel: globale ligging van het plangebied.

162350

162400

162450

legenda boring (met een Edelmanboor diameter 7 cm en zandguts) 1

boringnummer grens plangebied

399400

globale ligging bouwblokken

399400

3 2

Koeve r i ngse

4

di j k 399350

399350

1

0

10

20

30 m

SINVE_mj/wor

Figuur 5. Boorpuntenkaart.

162350

40

50 1:1000 162400

2013 162450

Figuur 6. Uitsnede uit de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart met aanduiding van het plangebied (groene lijn) (bron: Genabeek & Tebbens, 2007).

Plangebied Veghelseweg/Koeveringsedijk te Sint-Oedenrode, gemeente Sint-Oedenrode; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek

Bijlage 1: Boorbeschrijvingen

RAAP-notitie 4710 / eindversie, 7 februari 2014

[2 2 ]

boring: SINVE-1 beschrijver: JV, datum: 1-3-2013, X: 162.384, Y: 399.371, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 11,50, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Sint-Oedenrode, opdrachtgever: Van der Aa juristen, uitvoerder: RAAP Zuid

0 cm -Mv / 11,50 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor

30 cm -Mv / 11,20 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: verstoord Opmerking: Licht bruingrijs gevlekt; verstoord esdek

100 cm -Mv / 10,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtgrijs, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen Opmerking: nat

Einde boring op 120 cm -Mv / 10,30 m +NAP

boring: SINVE-2 beschrijver: JV, datum: 1-3-2013, X: 162.371, Y: 399.400, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 11,50, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Sint-Oedenrode, opdrachtgever: Van der Aa juristen, uitvoerder: RAAP Zuid

0 cm -Mv / 11,50 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor Opmerking: sterk gevlekt

40 cm -Mv / 11,10 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Licht geelgrijs gevlekt; verstoord esdek

85 cm -Mv / 10,65 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen Opmerking: vrij nat

Einde boring op 120 cm -Mv / 10,30 m +NAP

boring: SINVE-3 beschrijver: JV, datum: 1-3-2013, X: 162.399, Y: 399.404, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 11,50, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Sint-Oedenrode, opdrachtgever: Van der Aa juristen, uitvoerder: RAAP Zuid

0 cm -Mv / 11,50 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor Opmerking: sterk gevlekt

30 cm -Mv / 11,20 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: Sterk gevlekt; zwaar verstoord

130 cm -Mv / 10,20 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, sterk siltig, lichtgrijs, enkele zandlagen, zeer fijn Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd Opmerking: Zeer nat

Einde boring op 150 cm -Mv / 10,00 m +NAP

boring: SINVE-4 beschrijver: JV, datum: 1-3-2013, X: 162.417, Y: 399.382, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, hoogte: 11,50, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Sint-Oedenrode, opdrachtgever: Van der Aa juristen, uitvoerder: RAAP Zuid

0 cm -Mv / 11,50 m +NAP Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkerbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, interpretatie: bouwvoor

30 cm -Mv / 11,20 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, donkergrijsbruin, matig fijn Bodemkundig: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, interpretatie: verstoord Opmerking: Licht bruingrijs gevlekt; verstoord esdek

80 cm -Mv / 10,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, lichtbruingrijs, matig fijn Bodemkundig: C-horizont, enkele Fe-vlekken, oxidatie en reductie verschijnselen Opmerking: vrij nat

Einde boring op 120 cm -Mv / 10,30 m +NAP

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=08f1a71a-75a4-4819-b7c6-2df4ae2449dc