CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 Toelichting bijlage 2

Raadsvergadering 27 januari 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32'1.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wieger Bouwservice

Landschappelijk inrichtingsplan/ kwaliteitsverbetering Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode Inrichtings- en beheersplan v3

Ruud Vos 30-11-2020

1

Inleiding Ten behoeve van de gedeeltelijke bestemmingsplanwijziging op de locatie Vresselseweg 32 te SintOedenrode, dient een duidelijk en goed onderbouwd landschappelijk inrichtingsplan/ kwaliteitsverbetering te liggen. Het college van B&W van de gemeente Meierijstad heeft een principebesluit genomen waarin zij medewerking verleent aan beschreven initiatieven, mits de plannen aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. Een goed landschappelijk inrichtingsplan/ kwaliteitsverbetering richt zich op het beschermen en versterken van de zichtlijnen vanaf de Vresselseweg naar het achtergelegen Dommeldal. Voorliggend plan geeft invulling aan de wens van de gemeente voor een goede kwaliteitsverbetering op de locatie Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode.

2

Inhoudsopgave Inleiding .................................................................................................................................................. 2 1.

Planbeschrijving ............................................................................................................................. 4 1.1

Situering van het plangebied ................................................................................................. 4

1.2

Bodemmorfologie binnen het plangebied ............................................................................. 5

1.3

Uitgangspunten bij de inrichting ........................................................................................... 5

1.4

Het inrichtingsplan................................................................................................................. 5

1.5

Struweelhaag L6A .................................................................................................................. 5

1.6

Knip- en scheerhaag L7A........................................................................................................ 5

2.

Plantlijst .......................................................................................................................................... 6

3.

De aanleg ........................................................................................................................................ 7

4.

5.

3.1

Grondbewerking .................................................................................................................... 7

3.2

Grondverbetering .................................................................................................................. 7

3.3

Opkuilen................................................................................................................................. 7

3.4

Uitzetten ................................................................................................................................ 7

3.5

Wettelijke bepalingen............................................................................................................ 7

3.6

Menging ................................................................................................................................. 8

3.7

Planten ................................................................................................................................... 8

Onderhoud/beheer ........................................................................................................................ 9 4.1

Onkruidbestrijding ................................................................................................................. 9

4.2

Beheer 1e groeiseizoen .......................................................................................................... 9

4.3

Snoeien .................................................................................................................................. 9

Waardeverandering ..................................................................................................................... 10

Bijlage 1. Inrichtingsplan ....................................................................................................................... 11

3

1. Planbeschrijving 1.1 Situering van het plangebied

Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Vresselseweg 32 ten zuidoosten van het dorp SintOedenrode, waar de landschappelijke inpassing toegepast gaat worden, wordt aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.kademo.nl, 19-12-2018

-

Rode lijn: Plangebied Zwarte lijn: Agrarisch bouwvlak huidige situatie Paarse lijn: Nieuw bedrijfsbouwvlak Rood vlak: Nieuwe uitbreiding

Afbeelding 2: Begrenzing van het plangebied. Bron: Drieweg Advies; Vresselseweg 32 te Sint-Oedenrode, 30-11-2018

4

1.2 Bodemmorfologie binnen het plangebied Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van het dorp Sint-Oedenrode. De ingebrachte gronden vallen onder het landschapstype ‘Vlakte dekzand’. De grond zelf is een hoge zwarte enkeerdgrond, welke bestaat uit leemarm en zwaklemig fijn zand. Iets westelijker gelegen zijn de gronden ‘meerveengronden op zand zonder humuspodzol (bron: maps.bodemdata.nl, 19-12-2018).

1.3 Uitgangspunten bij de inrichting Om te zorgen voor de kwaliteitsverbetering m.b.t. de bestemmingsplanwijziging worden diverse landschapselementen toegepast. Zo worden een struweelhaag (L6A), en knip- en scheerhaag (L7A) aangelegd. Deze landschapselementen zorgen voor voedsel, veiligheid en voortplantingsmogelijkheden voor diverse soorten fauna en voor de landschappelijke inpassing van de bebouwing.

1.4 Het inrichtingsplan Het landschappelijk inrichtingsplan/ kwaliteitsverbetering richt zich op het beschermen en versterken van de zichtlijnen vanaf de Vresselseweg naar het achtergelegen Dommeldal. Het inrichtingsplan gaat uit van een groene omzoming van struweelbeplanting aan de noord- en zuidzijde van het perceel aan de Vresselseweg 32 in Sint-Oedenrode. Het doel is om binnen deze struweelbeplanting een aantal boomvormers aan te planten om een goede gevarieerde beplanting te creëren welke de zichtlijnen versterken. Verder wordt er een knip- en scheerhaag aangeplant. Dit is een meerwaarde voor de aanwezige vogels en insecten in het gebied. Het inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 1.

1.5 Struweelhaag L6A De struweelhaag zal bestaan uit diverse inheemse struik- en boomvormers. Om een goede variatie te geven aan de invulling hiervan is hieronder een soortenlijst opgenomen. -

Quercus robur Fagus sylvatica Sorbus aucuparia Cornus sanquinea Corylus avellana Ligustrum vulgare Acer campestre

1.6 Knip- en scheerhaag L7A De knip- en scheerhaag zal bestaan uit één soort. -

5

Fagus sylvatica

2. Plantlijst Plantlijst voor de landschappelijke inpassing/ kwaliteitsverbetering voor: Wieger bouwservice Grondsoort: Totaal te planten struweelbeplanting Totaal te planten knip- en scheerhagen Aantal Struweelbeplanting Boomvormers 1225 stuks 1225 stuks Struikvormers 1200 stuks 1200 stuks 1200 stuks 1200 stuks 1200 stuks 1275 stuks 1275 stuks Knip- en scheerhaag 630 st

6

Zandgrond 11000 stuks 630 stuks

Soort

Latijnse naam

Maat

Zomereik Gewone beuk

Quercus robur Fagus sylvatica

80-100 80-100

Lijsterbes Hazelaar Rode kornoelje Gewone liguster Veldesdoorn Hondsroos Egelantier

Sorbus aucuparia Corylus avellana Cornus sanquinea Ligustrum vulgare Acer campestre Rosa canina Rosa rubiginosa

80-100 80-100 80-100 80-100 80-100 60-80 60-80

Gewone beuk

Fagus sylvatica

80-100

3. De aanleg 3.1 Grondbewerking Struweelhaag: De beplanten oppervlakte dient 60 cm diep losgemaakt te worden. Dit is nodig ter verbetering van bodemstructuur. Voor bouwland volstaat diepwoelen of ploegen, daarna cultivateren of eggen. Voor weilanden en ruig terrein geldt: eerst frezen, daarna diepwoelen of ploegen en als laatste cultivateren of eggen. Knip- en scheerhaag: De te beplanten oppervlakte dient minimaal 60 cm diep goed losgemaakt te worden dit ter bevordering van het aanslaan en de groei van de planten.

3.2 Grondverbetering Struweelhaag: De keuze van het plantsoen is zodanig dat extra bemesting in principe niet nodig is. Door 2m3 compost per 100m2 in te werken zal de beplanting beter aanslaan en kan het meer droogte verdragen. Knip- en scheerhaag: Er zijn twee mogelijkheden één daarvan is het inbrengen van goede teelaarde. Ook is het mogelijk om de bestaande grond op te waarderen door 2m3 compost per 100m2 in te werken, hierdoor zal de beplanting beter aanslaan en kan het meer droogte verdragen.

3.3 Opkuilen De planten dienen direct na levering opgekuild te worden! Na opkuilen dient de beplanting zo snel mogelijk op de definitieve plaats te worden geplant (niet opkuilen in vorstperiode). Struweelbeplanting en knip- en scheerhaag: In 30 cm diepe sleuf. Zorg dat de wortels in zijn geheel onder de grond zitten om uitdroging te voorkomen.

3.4 Uitzetten Struweelhaag: 5 stuks/m2 in driehoekverband (zie afbeelding 3). Afbeelding maakt inzichtelijk wat een driehoeksverband inhoudt en zegt niets over toe te passen hoeveelheden per oppervlakte.

Afbeelding 3: planten in driehoekverband

Knip- en scheerhaag: Plantafstand 0.2m van elkaar in rijverband, dubbele rij (zie afbeelding 4).

Afbeelding 4: Plantverband knip- en scheerhaag (L7A)

3.5 Wettelijke bepalingen Bomen en boomvormers dienen minimaal 2 meter uit de perceelgrens geplant te worden. Hagen en struikvormers dienen minimaal 0,5 meter uit de perceelgrens geplant te worden. Menging: zorg dat de verschillende soorten gemengd door de houtsingel geplant worden. 7

3.6 Menging Onder menging wordt verstaan het mengen van de plantsoorten in Struweelhagen. Hoe groter de struweelhagen zijn des te groter de plantgroepen worden. Bij kleine plantvakken (<50 m2) wordt gebruik gemaakt van 3-5 planten per soort en bij grote plantvakken (>50) wordt gebruik gemaakt van 5-15 planten per soort in een groep. In afbeelding 5 is een mengingsschema te zien. ======ooooooooxxxxxxxx-------aaaaaaaaavvvvvvvv====== = = = o o o s s s s o o o o x x x i i i x x x- - - - e e e e a a a a a a i i i i v v v v + + + + = = = = = ==++++++ssssooiiiiiirrrrrr----eee+++++ iiiiivvvvvvv++www ww++++ssssooooiiixxxxrrrrrooooeeee+++++=====wwwwww vvvvvv------aaaaaaaxxxxxxooooo======aaaaaaa=====vvvvv

= o x – a v: zijn de struikvormers voornamelijk randsoorten s i w + r: zijn de boomvormers en vulhout (langs een perceelsgrens geen boomvormers in de buitenrij) Afbeelding 5: mengingsschema struweelhagen

3.7 Planten Struweelhaag: Via de volgende werkwijze worden de planten gezet: - Pootlijn uitzetten - 1e persoon plantgat graven van 2 spades diep. - 2e persoon neemt bussel gemengde planten, plant in plantgat zetten (zelfde diepte als op de kwekerij), grond aanvullen en als laatste de grond aandrukken.

8

4. Onderhoud/beheer 4.1 Onkruidbestrijding De beplanting dient het 1e (zo nodig 2e) groeiseizoen zo goed mogelijk onkruidvrij te worden gehouden. Schoffelen, cultivateren en spitten zijn de mogelijkheden. Tussen de rijen kan ook worden gefreesd (let op! niet te diep in verband met wortelbeschadiging). Zorg ervoor dat het onkruid niet gaat overheersen waardoor de planten een moeilijke groeistart krijgen. Een andere mogelijkheid is het zaaien van rode of witte klaver als bodembedekker. Na het 2e groeiseizoen kan worden volstaan met pleksgewijs uitmaaien van de beplanting met een kleine gazonmaaier (tussen de rijen en randen met de bosmaaier).

4.2 Beheer 1e groeiseizoen Het is belangrijk om in het eerste groeiseizoen de nieuwe beplanting water te geven. De frequentie waarin dit plaats moet vinden zal bepaald moeten worden aan de hand van de ‘vraag’ van de beplanting. Dit zal gedurende het seizoen bekeken moeten worden. Ook het 2e jaar kan het nodig zijn om de beplanting naar behoefte water te geven. Na het eerste groeiseizoen zal bekeken moeten worden of en zo ja hoeveel beplanting er ingeboet moet worden. Belangrijk is het om de inboet aan het einde van het groeiseizoen op te nemen wanneer de goede beplanting nog in blad staan. Zo kun je duidelijk zien hoeveel beplanting er dood is gegaan. Het beste is om de dode beplanting te verwijderen en op een tekening aan te geven waar en hoeveel beplanting er dood is gegaan. De inboet kan dan in hetzelfde plantseizoen opnieuw geplant worden. Het is heel belangrijk om de nieuwe beplanting welke ingeboet is het eerste en zo nodig tweede groeiseizoen water te geven.

4.3 Snoeien Struweelhaag: Om te voorkomen dat de beplanting te weinig ruimte heeft om te groeien, zal na 4 tot 6 jaar de helft van de struikvormers moeten worden afgezet (vlak boven de grond afzagen). Dit kan na 5 jaar worden herhaald zodat uiteindelijk alles om de 5 jaar verjongt wordt. Mooie exemplaren van onder andere de eik, haagbeuk, els, es en berk (welke vallen onder de boomvormers) kunnen als boom worden opgesnoeid. Dit kan na 5 jaar worden herhaald zodat uiteindelijk om de 6 tot 10 meter één boom overblijft met een onderbegroeiing van struiken. Het is ook mogelijk om deze boomvormers mee te nemen in het snoeiproces om de 4 a 6 jaar. Knip- en scheerhaag: Tweemaal per jaar snoeien op een hoogte van 120 cm en breedte van 50 cm.

9

5. Waardeverandering Waardeverandering bestemming Vresselseweg 32, Sint-Oedenrode Waardevermeerdering Huidige situatie Agrarisch bebouwd (bouwvlak) Agrarisch onbebouwd

opp

Toekomstige situatie Bedrijf onbebouwd Bedrijf bebouwd Agrarisch onbebouwd Groen

waarde 5361 € 25,00 9064 € 5,00 14425

2972 230 9023 2200 14425

€ € € €

€ 134.025,00 € 45.320,00 € 179.345,00

70,00 140,00 5,00 1,00

€ 208.040,00 € 32.200,00 € 45.115,00 € 2.200,00 €

287.555,00

Waardeverschil

€ 108.210,00

Compensatie uitbreiding comform bestemmingsplan Compensatie uitbreiding in afwijking bestemmingsplan

25% 35%

35 € 115 €

70,00 70,00

€ €

612,50 2.817,50 € 3.430,00

Benodigde kwaliteitsinvestering:

€ 30.482,50

Afbeelding 7: Waardeverandering bestemming Vresselseweg 32, Sint- Oedenrode, 1-10-2019

Op afbeelding 7 is de waardeverandering te zien tussen de huidige- en de beoogde situatie. Zoals uit de berekening duidelijk wordt dient een bedrag van € 30.656,50 ingezet te worden voor kwaliteitsverbetering. Dit bedrag wordt behaald door het aanleggen en onderhouden van nieuwe landschapselementen (periode van 10 jaar). Compensatiewaarde Vresselseweg 32, Sint-Oedenrode Landschapselementen nieuw Element

Knip- en scheerhaag (L7A) Struweelhaag (L6a) Trajectbegeleiding (20% van totale uitvoeringskosten)

AANLEG Aantal

eenheid

630 stuks 11000 stuks

Lengte

70 251

Opp.vl. Vergoeding m2 per eenheid 70 € 2200 €

BEHEER Eenheid per jaar

1,66 per stuk 1,66 per stuk

Vergoeding aanleg € €

BeheersTotale Compensatie bijdrage vergoeding vergoeding per eenheid onderhoud Totaal 1.045,80 € 1,17 € 819,00 € 1.864,80 18.260,00 € 2,26 € 5.672,60 € 23.932,60 € 5.159,48 €

30.956,88

€

€ 30.482,50 474,38

Bron: Bijlage F bij de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant

Afbeelding 8: Compensatiewaarde bestemming Vresselseweg 32, Sint- Oedenrode, 19-12-2018

Op afbeelding 8 is de compensatiewaarde weergegeven welke wordt behaald door de aanleg en beheer van landschapselementen op de locatie Vresselseweg 32 te Sint- Oedenrode. Hieruit blijkt dat de kwaliteitsverbetering € 474,38 hoger is dan de te realiseren opgave.

10

Bijlage 1. Inrichtingsplan

11

Struweelhaag L6a Oppervlakte: 1400 m2 Aantal stuks beplanging: 7.000 Soorten: zie plantlijst

Struweelhaag L6a Oppervlakte: 800 m2 Aantal stuks beplanging: 4.000 Soorten: zie plantlijst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a2bd0234-03e8-45a7-b693-58894edc79ed