Bijdrage Inspreekavond HarryTimmermans.docx
Tekst van het document
Ik ben opgegroeid temidden van de natuur in het zuiden van Brabant. Toentertijd was het landschap nog verdeeld in 50% weiland en 50% voor akkerbouw met rogge, gerst, tarwe bieten en knolgroen. Veel perceelseigendommen waren gescheiden door hagen en singles en er was volop biodiversiteit. In het voorjaar zagen we grutto’s, kievieten, wulpen, fazanten, patrijzen, veldleeuweriken en kwartels om maar enkelen te noemen. Zelfs de korhaan heb ik nog gezien in dit landschap. Tegenwoordig is het landschap drastisch gewijzigd. De ruilverkaveling heeft de hagen en singles verwijderd en het landschap is veranderd in egaal groene weilanden met daarnaast hoofdzakelijk maïsvelden. Door de luchtverontreiniging, en door grootschalige intensieve landbouw en veeteelt, en door het gebruik van insecticiden en drijfmest is circa 80% van onze flora en fauna verdwenen. Als je 40 jaar geleden in de zomer met je auto een dag lang had rondgereden zat je auto onder de dode insecten. Als je nu een maand hebt rondgereden tref je nog sporadisch een insect op je auto aan. Dit verlies aan insecten heeft indirect een gevolg voor de verlaging van de vogelstand die evenredig is afgenomen. Kortom de voedselketen voor de in natuur levende organismen is danig verstoord. We hebben de afgelopen twee jaar te maken gehad met een pandemie waarbij onze gemeente een van de zwaarst getroffene is van Nederland.
Doordat het aantal insecten en dieren in de natuur afneemt zal het aantal zoönosen ook toenemen. Ter verduidelijking de zoönosen zijn infectieziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen. Feit is dat als er minder gastheren voor deze infectieziekten in de natuur zijn, deze virussen zich zullen proberen te muteren om zo op de resterende soorten waaronder de mens over te gaan. Nu heb ik onlangs vernomen dat ca. 216 ha landbouwgrond in eigendom is van de gemeente. Deze grond wordt verpacht en wordt hoogstwaarschijnlijk door de boer gebruikt om zijn drijfmest uit te rijden waarna mais wordt ingezaaid. In het ergste geval wordt na het oogsten van de mais de grond bespoten met glyfosaat om de afbraak van de maisstoppels te versnellen. Dit alles gebeurt uit economische overwegingen waarbij de milieuschade in het geheel niet wordt meegenomen. Deze schade is natuurlijk moeilijk in geld uit te drukken maar de huidige pandemie en het aantal sterfgevallen per regio toont aan dat er een relatie is tussen het aantal sterfgevallen en het al dan niet aanwezig zijn van een gezond leefklimaat. Het gebruik van gemeenschapsgrond op deze manier valt ook mijn inziens niet te rijmen met de plannen om boeren uit te kopen en zo de stikstofdepositie terug te brengen.
Waar ik in mijn voorstel naartoe wil is dat met name dit areaal (groot 216 ha) aan grond niet meer wordt gebruikt voor de maisteelt maar wordt ingezaaid met kruidenrijke grasmengsels. Door deze actie kan het bodemleven weer in de grond terugkomen en wordt er een begin gemaakt met het reinigen van de door pesticiden en zware metalen verontreinigde grond. Mocht om economische redenen of vigerende afspraken deze grond toch verpacht moeten worden dan zou bij het vaststellen van de pachtprijs rekening moeten worden gehouden met de mindere opbrengst voor de boer. Veel gemeenten, vooral in de provincie Limburg, zijn U reeds voorgegaan. Hopelijk wordt dit voorstel uitgevoerd en blijft het niet bij nieuwe nota’s en beleidsvisies omtrent de bevordering van de biodiversiteit.