CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldkwaliteitsplan dd 05-09-2023

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Bakkerpad Nijnsel'4.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEELDKWALITEITPLAN Lieshoutseweg, Bakkerpad Nijnsel 5 september 2023

CIER ARCHITECTEN

INHOUD Inhoud/Inleiding

01

Locatie

02

Stedenbouwkundig plan

03

Beeldkwaliteit bebouwing

INLEIDING Voor u ligt het beeldkwaliteitplan (BKP) voor het project Lieshoutseweg, Bakkerpad in Nijnsel. In dit BKP worden de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitsuitgangspunten vastgelegd. Voor zowel de gebouwen als de inrichting van de openbare ruimte. Doel is om hiermee een kwalitatief hoogwaardig project te realiseren dat goed aansluit op zijn directe omgeving. Het BKP dient als toetsingskader voor de welstandscommissie om het ontwerp van de woningen te kunnen beoordelen. Ook is dit BKP een inspiratiemiddel voor de architect die het gebied verder gaat vormgeven. Uitgangspunt voor dit beeldkwaliteitplan is het stedenbouwkundig plan. Het BKP vormt als het ware de schakel tussen de verkaveling en het voorontwerp. Daarnaast heeft de gemeente Meierijstad ruimtelijke kaders vastgesteld waarin ook kwaliteitsuitgangspunten staan beschreven. Deze zijn verwerkt in dit beeldkwaliteitplan.

Leeswijzer Het beeldkwaliteitplan bestaat per onderdeel uit een beschrijving en referentiebeelden. Dit zijn de feitelijke criteria waaraan welstand zal toetsen. De referentiebeelden zijn ter inspiratie en geen letterlijke verwijzingen.

04 Openbare ruimte 05 Duurzaamheid 01

historische kaart Nijnsel 1900

02

kaart Nijnsel 2021

2

1 LOCATIE Het project bevindt zich in het Brabantse kerkdorp Nijnsel. Het plangebied ligt aan de rand van Nijnsel tegen het Dommeldal aan. Verder grenst het plangebied ten noorden aan de Lieshoutseweg. Een oud dorpslint waarvan de aangrenzende bebouwing organisch in de tijd is gegroeid. Aan de westzijde grenst de projectlocatie aan het schoolterrein en daarnaast gelegen woningen. Aan de oostzijde wordt de locatie begrenst door een bestaande boerderij met erf en het Bakkerpad. Het Bakkerpad is een oud zandpad direct grenzend aan het Dommeldal. Tussen de geplande bebouwing en het open gebied langs de Dommel is aan de Lieshoutseweg woonbebouwing aanwezig in de vorm van een voormalige boerderij met bijgebouwen.

1

03

3

CIER ARCHITECTEN

2 STEDENBOUWKUNDIG PLAN Uitgangspunt voor het opstellen van dit beeldkwaliteitplan is het stedenbouwkundig plan. Voor het stedenbouwkundig plan is gekozen voor een opzet die goed aansluit bij de verschillende begrenzingen van de locatie. De invulling van het stedenbouwkundig plan sluit aan op de bestaande karakteristieken en kwaliteiten van het gebied en de directe omgeving. Belangrijk daarbij is dat de verdichting afneemt van binnen naar buiten, én van noord naar zuid. Hiermee wordt de bebouwing diffuser richting het groengebied aan de zuidzijde én richting het open landschap richting de Dommel. Aan de zuidzijde van het gebied wordt een stevig groengebied gerealiseerd langs de bestaande watergang. Aan de zijde van het Bakkerpad zijn ruime kavels gesitueerd ten behoeve van de bouw van vrijstaande woningen. Deze typologie van vrijstaande bebouwing sluit goed aan bij het open karakter van het aangrenzende landschap van de Dommel. De verkaveling is gezoneerd opgezet vanaf de Lieshoutseweg in de richting van het landschap. Allereerst wordt een deel van de lintbebouwing aan de Lieshoutseweg afgemaakt. Voorgevellijn en korrel is afgestemd op aangrenzende bebouwing in dit lint. Achter de lint ontstaat een tweede lijn bebouwing welke ontsloten word via een uitrit aan de Lieshoutseweg. Deze ruime ontsluiting heeft een dorps-landelijk profiel.

De bebouwing aan deze nieuwe straat is naar binnen gericht en gaat daarmee geen relatie aan met zijn directe omgeving. Aan de zuidzijde van de verkaveling opent het plan zich naar het landschap. Een ruim opgezette landschappelijke zone vormt een natuurlijke overgang van de verkaveling naar het Dommeldal.

2

Verbeelding stedenboukundig concept

4

04

2 STEDENBOUWKUNDIG PLAN ODR01.E.5360 ODR01.E.5397

16

ODR01.E.5419

ODR01.E.5402

14

31

d

1

6

12

ODR01.E.5418

ODR01.E.5403

31

ODR01.E.5398

c

RENVOOI

ODR01.E.5417

10

ODR01.E.5361

4 a

31

2

Pa

kavels woningen Woonmeij

ODR01.N.898 ODR01.N.900

n ke

we

an

en

rP

ODR01.E.5413

kavels woningen Van Wanrooij ODR01.E.5421

ODR01.E.5416

an Gr

o sto

6

openbaar groen

ODR01.N.335

ODR01.E.5412

8

g

at

a str

4

vrije kavels

31

a

54

ODR01.E.5362

2

ODR01.E.5367

s

d

Lie

29

ODR01.E.5366

.

p.p

1x

parkeerzone

ODR01.N.899

54

c

ODR01.E.5415

rijbaan ODR01.E.4977

g

we

tse

u ho

voetpad

29

parkeerplaats

ODR01.E.5365

ODR01.N.905

ODR01.E.5364

b 29

CAI

01

a

29

02

kadastrale grens nieuw

0

77

ODR01.E.5363

10

13

kadastrale grens bestaand

CAI

40

29

29

75

92

ODR01.N.904

00

20

75

29

0

25

12

20

2

ODR01.E.4976

00 00

0

55

18

ODR01.N.901

51 20

ODR01.E.4973

10 00

00

40

00

ODR01.E.4974

21

00

p.p

55

50

pa d

55

25

26

ove 11 rstr ,30+ om ing

0

44

30

95

37

11

09

slijn

00 15

10

00

32

30

ODR01.E.4506

48

vak open bestrating in groenzone t.b.v. keermogelijkheid

0

74

12

ODR01.E.4508

ODR01.E.4033

3

er

11

8

92

14

33

35

75

10

ODR01.E.4507

ODR01.E.3187

35

75

kk

30

Ba

1

00

5

70

77

12 95

ODR01.E.5234

13

55

44

-2h

00

00

00

12

15

ODR01.E.4595

15

75

92

23

ODR01.E.4032

2a

55

ODR01.E.4594

CAI

34

65

22

.

13

48

0

77

10

48

20

5x

75

92

p.p.

20

50

00

00

30

12

15x

00

30

14

19

48

75

00

20

00

92 30

20

00

30

48

00

App. Woonmeij

00

00

20

1

00

46

18 8670 00

00

0

00

10

: 85 stuks

4

6 10

48

75

92

17 15

20

51 00

60

ODR01.E.5426

55

0 00

63 55

65

totaal

00

15

50

00

37

16

1

5 27

55

00

14

0

11

08

00

15

55

65

65

97

15

19

06

07

-1h

openbaar extra aan Lieshoutseweg : 2 stuks openbaar in plangebied : 45 stuks binnenterrein appartementen Woonmeij : 15 stuks eigen perceel woningen Van Wanrooij : 15 stuks eigen perceel vrije kavels : 8 stuks +

60

.p.

xp

10

05

1a

PARKEREN

51

.

p.p

00

30

20

04

75

92

1

1 1-

0 00

00

0

90

10

2x

77

03

10

90

5

12

2

92

45

21

20

00

75

93

ODR01.E.5377

ODR01.N.903

11

40

1x

. p.p

24

CAI

ODR01.E.3186 ODR01.E.3190

.p.

xp

ODR01.E.4505

4

20

5

ODR01.E.4975

35

ODR01.E.3188

6

ODR01.E.3191

7

36 ODR01.E.5482

ODR01.E.3189

8

9

ODR01.E.5481

10

ODR01.E.3247

ODR01.E.4503

31

32 45

30

29

28

27 45

55

15

44

5+

11,2

+

,50

12,00+

11

5+

11,7

0+

+

,00

11

10,5

5+

10,7

ODR01.E.4624

5 45

4

,25+

11

15

+

,00

11

ODR01.E.3444

+

6

,75

ODR01.E.3246

10 +

,50

10

ODR01.E.3248

12

Jasm

14

+

,35

11

ODR01.E.3249

ijnstr aat

ODR01.E.3925

14/T1ODR01.E.3926

ODR01.N.339

ODR01.N.945

4

ODR01.E.3073 ODR01.E.3072 ODR01.E.3071 ODR01.E.3070 ODR01.E.3069 ODR01.E.3066

ODR01.E.3067

ODR01.E.3068

49

ODR01.E.3065

39

43

SITUATIE 41

45

47

51

53

55 ODR01.E.4626 ODR01.E.4627

05

3 BEELDKWALITEIT BEBOUWING Het stedenbouwkundig plan sluit qua structuur en programma goed aan op zijn directe omgeving. Het is van belang dat de architectuur en inrichting van de openbare ruimte de stedenbouwkundige opzet versterkt. Als basis zijn door de gemeente Meierijstad ruimtelijke kaders ontworpen welke het uitgangspunt vormen voor de beeldkwaliteit van dit project. Zoals in het vorige hoofdstuk beschreven is de stedenbouwkundige opzet van dit plan gezoneerd. Daarom wordt de beeldkwaliteit van de bebouwing ook per deelgebied beschreven. In de afbeelding hiernaast is te zien welke de deelgebieden er worden onderscheiden. Vervolgens wordt per deelgebied beknopt beschreven wat de uitgangspunten zijn voor bouwmassa, architectuur en materialisatie. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte wordt als apart onderdeel beschreven.

1

3

2 Deelgebieden

4

1 Wonen aan het dorpslint

3

2 Dorps- landelijke overgang 3 Wonen in het landschap 4 Wonen aan het landschap Stedenboukundig plan met verdeling van deelgebieden

6

06

CIER ARCHITECTEN

3.1 WONEN AAN HET DORPSLINT Bouwvolumes

Gevels

De bebouwing aan de Lieshoutseweg is in de tijd organisch gegroeid. Qua bouwmassa en architectuur is een duidelijke stijlkaart door te jaren te ontdekken met de nodige variatie. Het straatbeeld heeft daarmee een ongedwongen dorpse sfeer. Het is van belang dat de woningen binnen dit deelgebied qua bouwvolume en architectuur dezelfde ongedwongenheid volgen. De ontworpen woningen dienen gevarieerd te zijn met aandacht voor elk uniek adres zonder teveel repetitie. De hoofdvorm van de bouwvolumes heeft een duidelijke hoofdmassa van maximaal twee lagen met een kap. De driekapper binnen dit deelgebied dient te worden geparcelleerd, zodat de korrel aansluit op het straatbeeld.

Daar waar de daken een duidelijke samenhang vormen zijn de gevels juist divers. De gevels van de woningen zijn gevarieerd. Veel repetitie en een projectmatige aanpak van de straatgevels is uitgesloten. De gevels hebben een informeel en dorps karakter. Daarbij moet worden gedacht aan stijlkenmerken als luifels, plinten, rollagen, overstekken en windveren. Met een eigentijdse vertaling. Door te variëren met stijlkenmerken en kozijnen met eenduidig gebruik van bouwmassa, kapvormen en detaillering ontstaan er binnen dit deelgebied unieke woningen die toch voldoende samenhang hebben.

Er mag gevarieerd worden met kaprichtingen zolang ze stedenbouwkundig kunnen worden gemotiveerd en passend zijn bij de hoofdmassa. De bouwmassa is eenvoudig samengesteld.

Woningen met kopgevels gericht aan openbare ruimte hebben een dubbele hoekoriëntatie. Bij vrijstaande en 2-onder-1 kapwoningen wordt de woningentree bij voorkeur in de zijgevel gesitueerd, waardoor een overtuigende oriëntatie van verblijfsfuncties op de openbare ruimte gerealiseerd kan worden.

Aanbouwen onderscheiden zich qua positie en hoogte van de hoofdgebouwen.

Kleurgebruik en materialisatie

3.1 Dakvorm

De Lieshoutseweg kent een dakenlandschap met overwegend zadeldaken. Hier moet dit deelgebied op aansluiten. De dakhelling is tussen de 39 en 60 graden. Dorpse stijlkenmerken als overstekken en bakgoten passen goed in het straatbeeld. Het dakenlandschap van de woningen aan de Lieshoutseweg vormen een duidelijke samenhang. Garages en bijgebouwen mogen plat worden afgedekt en moeten zich qua hoogte en positionering losmaken van het hoofdvolume.

Kleurgebruik en materialisatie in dit deelgebied moet worden afgestemd op de bestaande bebouwing aan de Lieshoutseweg. De gevels worden gematerialiseerd in rood-bruine baksteen. Eventueel met accenten in wit keimwerk of hout. Binnen dit deelgebied moet worden gewerkt met bij voorkeur 2 sorteringen passend binnen het pallet. Ook met de accenten moet worden gevarieerd. Er is een duidelijke samenhang in materiaalgebruik binnen dit sfeergebied. Dit zal de diversiteit vergroten. Daken zijn uitgerust met dakpannen.

7

3.1 WONEN AAN HET DORPSLINT

13

goede afwisseling

07

12

afwisselen van kappen

10

dorpse uitstraling 14

08

onderbreken lange volumes

12

toepassen van dwarskap

09

11

15

16

8

CIER ARCHITECTEN

3.2 DORPS- LANDELIJKE OVERGANG Bouwvolumes De hoofdvorm van de bouwvolumes is expressief en helder. Er wordt gekozen voor één duidelijke hoofdmassa. De nok is doorgaans in de langsrichting georiënteerd. Er mag gevarieerd worden met kaprichtingen zolang ze stedenbouwkundig kunnen worden gemotiveerd en passend zijn bij de hoofdmassa. De bouwmassa is eenvoudig samengesteld. Hoofdgebouwen verschillen van de aanbouwen.

Dakvorm De volgende daken zijn mogelijk; zadeldaken, mansardekappen en asymmetrische daken. De gevel mag het dakvlak beperkt doorbreken om parcelering van grotere bouwvolumes mogelijk te maken. De dakhelling is tussen de 39 en 60 graden. Dakkapellen zijn mogelijk mits deze de dorps- landelijke architectuur versterken en ondergeschikt zijn aan het dakvlak. Garages en bijgebouwen mogen plat worden afgedekt en moeten zich qua hoogte en positionering losmaken van het hoofdvolume.

3.2 Gevels

De gevels van de verschillende woningen binnen dit deelgebied vormen een duidelijke samenhang. De detaillering is zorgvuldig, strak en functioneel. Er worden geen elementen toegepast die afbreuk doen aan de bouwmassa. Het toepassen van accenten in de gevel is doelbewust en versterkt het totale straatbeeld. Bij vrijstaande en 2-onder-1 kapwoningen wordt de woningentree bij voorkeur in de zijgevel gesitueerd, waardoor een overtuigende oriëntatie van verblijfsfuncties op de openbare ruimte gerealiseerd kan worden.

De architectuur van dit deelgebied vormt een schakel tussen het “wonen aan het dorpslint” en het “wonen in het landschap”. Daarmee moeten deze woningen zorgen voor de samenhang tussen beide in architectuur, kleurgebruik en materialisatie.

Kleurgebruik en materialisatie Er is een duidelijke samenhang in materiaalgebruik binnen dit sfeergebied. Het basismateriaal voor de gevel is baksteen in een warme, gedekte kleur. Beperkte onderdelen in de gevel mogen uitgewerkt worden met natuurlijk ondersteunde materialen zoal hout leem en natuursteen. De variatie van materiaaltoepassing is beperkt en gelijk verdeeld over de diverse woningen. Op deze manier ontstaat er een duidelijke samenhang tussen de diverse woningtypen binnen dit deelgebied. Een subtiel verschil van materiaaltoepassing per type is denkbaar om de levendigheid binnen dit deelgebied te bevorderen. Voor de gevel worden maximaal twee materialen in de gevel toegepast waarvan één dominant materiaal als basis. De structuur van het gebouw is bij voorkeur leesbaar in de gevel. Er worden gedekte kleuren toegepast. Indien er wordt gekozen voor baksteen wordt aangeraden om het gevelbeeld rijker te maken door diverse verbanden toe te passen. Het pallet van kleur- en materialen moet een duidelijke mix zijn van de aangrenzende deelgebieden. Hiermee vormt dit deelgebied als het ware de gradiënt tussen het dorp en het landschap. Daken zijn uitgerust met dakpannen. Geglazuurde dakpannen worden niet toegepast. Ook hier is het van belang dat materialisatie van het dak goed is afgestemd op de vormgeving van de direct aangrenzende deelgebieden.

De inpassing van zonnepanelen en dakdoorvoeren worden op een nette manier meeontworpen.

9

3.2 DORPS- LANDELIJKE OVERGANG

17 20

mix dorps-landelijk

24

sprong in de gevel

22

18

25

19

21

dorps- landelijke stijlkenmerken

23

26

strakke detaillering, toepassen accenten in hout

10

CIER ARCHITECTEN

3.3 WONEN IN HET LANDSCHAP Bouwvolumes

Kleurgebruik en materialisatie

De hoofdvorm van het bouwvolume is eenvoudig rechthoekig met een kap waarvan de nok in de langsrichting georiënteerd is. Voor de rijwoningen 1 tot en met 6 geldt dat de afstand van de gootlijn tot het maaiveld altijd kleiner is dan het aanzicht van het dakvlak. De buitenbergingen liggen circa 0,3 meter van de erfafscheiding. Deze erfafscheiding heeft een hoogte van circa 1,8 meter en is groen. Op deze manier verdwijnen buitenbergingen uit het zicht vanaf openbaar gebied.

Het basismateriaal voor de gevel is baksteen, hout of een ander duurzaam materiaal. De baksteen is warm, genuanceerd van kleur en zo mogelijk rijk aan enige textuur. Er worden maximaal drie materialen in de gevel toegepast waarvan één dominant materiaal als basis.

Dakvorm

Kleur- en materiaalgebruik van de overige geveldelen moet goed worden afgestemd op elkaar en in de geest zijn van boerderijen/schuren. Bijvoorbeeld lichte kozijnen en betimmering in een streekeigen kleur gecombineerd met rood-bruine baksteen. Of donkere kozijnen gecombineerd met zwarte gepotdekselde planken.

De structuur van het gebouw is bij voorkeur leesbaar in de gevel. Er worden gedekte kleuren toegepast. Indien er wordt gekozen voor baksteen wordt aangeraden om het gevelbeeld rijker te maken door diverse verbanden toe te passen.

Het is mogelijk om een zadeldak, mansardekap of asymmetrische dak toe te passen. Voor bijzondere kapvormen kan een uitzondering worden gemaakt zolang dit de landelijke architectuur versterkt. De dakhelling is niet steiler dan 45 graden. Dakkapellen zijn mogelijk, zolang ze ondergeschikt zijn en het dakvlak in zijn geheel leesbaar blijft.

3.3

Daken zijn uitgerust met gegolfde en matte dakpannen. Geglazuurde dakpannen worden niet toegepast.

Gevels

De gevels van schuren en boerderijen zijn doorgaans vrij gesloten. Ramen zijn klein en er zijn enkele grote openingen voor werktuigen. Het is van belang dat het gevelontwerp past in de geest van de Brabantse boerderijen en schuren. De leesbaarheid van de gevels is logisch en functioneel. Daarbij zijn hoekramen uitgesloten. De opzet van de gevel is functioneel. Het is denkbaar om elementen behorende bij deze typologie in de zetten in het gevelontwerp mits ze niet te historiserend worden toegepast. De architect mag in zijn ontwerp het typologie van boerderijen en schuren vrij vertalen.

11

3.3 WONEN IN HET LANDSCHAP

32

dakpannen

27

36

duidelijke volumeopbouw 33

baksteen met houtaccenten

28

kleur- en materiaalgebruik 30 37

29

schuurdeur

31

boerderij

34

35

38

dakkapellen in ritme, spant in kopgevel

12

CIER ARCHITECTEN

3.4 WONEN AAN HET LANDSCHAP De beeldkwaliteit van de woningen binnen dit deelgebied sluit aan op het “wonen in het landschap”. Echter door de wat vrijere positie van de woningen ten opzichte van elkaar en de directe omgeving mag er een wat vrije invulling worden gegeven aan de landelijke stijl. De vrije kavels (30 t/m 34) worden door derde partijen ontwikkeld. Om een samenhangend eindresultaat te borgen zijn er voor deze kavels per thema aanvullende kwaliteitseisen opgesteld.

Bouwvolumes De hoofdvorm van alle bouwvolumes is eenvoudig rechthoekig, doorgaans met kap waarbij de nok in één richting georiënteerd is. Een verbijzondering door middel van een dwarskap is mogelijk is. Hoofdgebouwen verschillen van de aanbouwen. De verschillen betreffen het grondvlak, de nokhoogte en de gootlijn. Het is ook mogelijk om de aanbouw te integreren in het hoofdvolume mits deze het totale bouwvolume versterkt. De vrije kavels hebben een rechthoekig bouwvlak en worden laag aangekapt.

Dakvorm Het hoofdvolume wordt afgedekt met een kap. De kapvorm staat echter vrij. Het is mogelijk om delen van het dakvlak te doorbreken bijvoorbeeld door middel van een dakkapel. Een bijzondere kapvormen is mogelijk mits deze de landelijke architectuur versterkt. De dakhelling is bij voorkeur niet steiler dan 45 graden met uitzondering van dwarskappen. Dakkapellen zijn mogelijk zolang ze ondergeschikt zijn en het dakvlak in zijn geheel leesbaar blijft. Op accentposities mag hierop worden afgeweken mits ze de landelijke architectuur versterken. De garages/aanbouwen van de woningen moeten terugliggen ten opzichte van de woningen. de aanbouwen van de bouwnummers 28 tot en met 33 zijn goed waarneembaar vanaf openbaar gebied en moeten daarom worden uitgevoerd met een kap. De garage van woning 27 is vawege de ingeklemde positie tussen woning en bouwnummer 28 beperkt zichtbaar vanaf openbaar gebied. Daarom is een uitvoering met platdak hier ook mogelijk. De vrije kavels krijgen een symmetrisch zadeldak over de langsrichting. Dakkapellen zijn beperkte en ondergeschikt aan het dakvlak. Ook aanbouwen worden voorzien van een zadeldak

3.4

Gevels De gevels hebben een argrarische signatuur passend bij boerderijen en schuren. Hier mag een moderne vertaling voor gevonden worden. Een goede verhouding en contrast tussen open en gesloten gevels versterken het hoofdvolume. Grote openingen bij elkaar geven aanleiding om gebruik te maken van spanten in de gevel. Het is van belang dat het gevelontwerp past in de geest van de Brabantse boerderijen en schuren. De leesbaarheid van de gevels is logisch en functioneel. Echter is een moderne vertaling ook denkbaar waarbij bijvoorbeeld wel juist open hoeken in het bouwvolume worden toegepast. Het is denkbaar om elementen behorende bij deze typologie in de zetten in het gevelontwerp mits ze niet te historiserend worden toegepast. Denk daarbij aan bijvoorbeeld luiken, hooiluiken of windveren. De gevelopeningen van de vrije kavels versterken de eenduidige bouwmassa en landelijke signatuur. Denk hierbij aan een open gevel aan de kop en een meer gesloten gevel in de langsrichting. Het gevelontwerp past bij de eenvoudige bouwmassa.

Kleurgebruik en materialisatie Het basismateriaal voor de gevel is baksteen, hout of andere duurzame materialen. De baksteen is warm, genuanceerd van kleur en zo mogelijk rijk aan enige textuur. Er worden maximaal drie materialen in de gevel toegepast waarvan één dominant materiaal als basis. Gevelpannen kunnen worden toegepast ten gunste van een landelijke dakgevelverhouding. De structuur van het gebouw is bij voorkeur leesbaar in de gevel. Er worden natuurlijke kleuren toegepast. Denk hierbij aan aardetinten, bruintinten of zwarte gepotdekselde planken. Indien er wordt gekozen voor baksteen wordt aangeraden om het gevelbeeld rijker te maken door diverse verbanden toe te passen. Kleur- en materiaalgebruik van de overige geveldelen moet goed worden afgestemd op elkaar. Schreeuwerig kleurgebruik is uitgesloten. Een witte kleur in bijvoorbeeld stuc behoort ook tot de mogelijkheden. Daken zijn uitgerust met dakpannen, leien, riet of een ander duurzaam materiaal. Kunststoffen zijn uitgesloten. Het is ook mogelijk om twee materialen (bijvoorbeeld riet met pannen) te combineren. De materialisatie van de woningen op de vrije kavels is strak en subtiel. Toevoegingen versterken het landelijke karakter. Bijvoorbeeld door het toepassen van grote houten poorten. De gevels hebben één duidelijk hoofdmateriaal in hout, baksteen of stuc in zachte en natuurlijke kleuren.

13

3.4 WONEN AAN HET LANDSCHAP

43

open versus gesloten

41

39 46 44

kap loopt door

accent in volumeopbouw

40

42

referentie voor bouwnummer 27

45

terras geintegreerd in bouwvolume

14

47

48

materialisatie

CIER ARCHITECTEN

4 OPENBARE RUIMTE Materialisatie

Het veld

Paden

De inrichting van de openbare ruimte is een belangrijk middel om de dorpskern het gewenste dorpse karakter mee te geven. Passend bij dorpen is de inrichting kleinschalig, gevarieerd maar eenduidig en met toepassing van traditionele kwalitatieve materialen. Het hoofdmateriaal voor de verharding in de dorpskern bestaat uit gebakken klinkers in rood-bruine tinten. Opsluitbanden in donkere / antraciete kleurstelling. Parkeervakken in de parkeerhoven worden in betonstraatsteen in donkere kleurstelling uitgevoerd.

In het veld met bloemrijk kruidenmengsel worden inheemse soorten, bomen en heesters, die voorkomen in natte situaties gebruikt. Inheems wordt hier in de ruime zin opgevat: Ook soorten als Grauwe Abeel, Krent en Kruipwilg worden hier beschouwd als passend in het Nederlandse landschap.

De paden in het veld worden uitgevoerd in half-

De laan In het stedenbouwkundig ontwerp zijn twee belangrijke groenelementen opgenomen namelijk de laan en het veld. De laan is de hoofdontsluitingsweg van de wijk. Deze wordt begeleid door een brede groenstrook. De plantsoenen in de laan sluiten aan bij de typische Nijnselse profielen met het gebruik van gras, bomen en hagen. Door de continuïteit, maat en schaal en de plaatsing van bomen kan deze zone een laanachtig karakter krijgen met uitzicht op het groengebied “het veld” aan de zuidzijde van de locatie.

4

In de laan wordt een mengsel van verschillende straatbomen gebruikt:

1 Gleditsia triacanthos ‘Skyline’ Valse Christusdoorn 2 Ginkgo biloba Japandse Notenboom 3 Liquidambar styraciflua Amberboom

1

2

verharding, bijvoorbeeld Achterhoeks padvast 9. Naast het pad wordt een smalle strook gemaaid 10. Naast de watergang ligt een onderhoudspad van 4 meter breed.

4 Fraxinus ecxelsior Es 5 Populus x canescens Grauwe Abeel 6 Populus tremula Ratelpopulier 7 Salix alba Schietwilg (al of niet geknot) 8 Ulmus laevis Fladderiep In het veld worden lage en hoge inheemse heestergroepen geplant. Zie afbeelding hiernaast. hoge soorten (paars): Prunus spinosa Sleedoorn Rhamnus frangula Sporkehout Salix caprea Boswilg Salix cinerea Grauwe Wilg Salix viminalis Katwilg Lage soorten (geel): Myrica gale Wilde gagel Ribes uva-crispa Kriuisbes Salix aurita Geoorde wilg Salic repens Kruipwilg met enkele solitaren: Amelanchier lamarckii Krentenboompje 49

3

4

5

6

7

8

9

10

4 OPENBARE RUIMTE Erfafscheidingen De erfafscheidingen bepalen voor een groot gedeelte het aanzicht van een woonwijk. Het is van belang dat de erfafscheidingen het groene karakter en dorpse sfeer bevordert. Direct grenzend aan de openbare ruimte worden groene erfafscheidingen toegepast in de vorm van inheemse hagen of begroeide schermen. De percelen die direct grenzend aan het open landschap krijgen een lage groene erfscheiding, zodat de openheid richting het Dommeldal behouden blijft.

Speelvoorziening Op het veld is plaats voor natuurlijke speelelementen, zoals een reeks klauterpalen door de wadi. De oversteek over het water wordt uitgevoerd ion een natuurlijk bruggetje. Een optie is om een verbinding te maken over de watergang naar het crossveldje en vandaar naar de speelplaats bij de school.

50

terreininrichting

4 OPENBARE RUIMTE

54

55

58

59

kleurgebruik bestrating

klauterpad door de wadi

51

56

natuurlijk spelen

Nijnsel profiel met groenstrook

52

natuurlijk bruggetje

53

open groen

open groen

17

57

61

60

62

CIER ARCHITECTEN

5 DUURZAAMHEID Duurzaam bouwen betekent dat woningen ontwikkeld en gebruikt worden met respect voor mens en milieu. Er worden natuurlijke gevelmaterialen toegepast die kwalitatief hoogwaardig zijn en op een mooie manier verouderen.

Regenwater

Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een vorm van bouwen waarbij zo wordt gebouwd en ingericht dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving van bewoners en omwonenden. Voorbeelden van natuurinclusieve maatregelen zijn: Groene gevel (klim- of slingerplanten) Groendak Ingemetselde nestkasten voor vogels en vleermuizen Insectenstenen Verduistering van lichtbronnen voor nachtdieren Vogel-, vlinder en bijvriendelijke bloemen en struiken Natuurlijk spelen

5

Het regenwater dat op de daken valt zal door de voortuin richting het openbaar gebied geleid worden. Het regenwater zal vervolgens naar de zuidelijke groenzone geleid worden waar het kan infiltreren. Op deze manier ontstaat een duurzaam watersysteem. Deze voorziening moet worden meeontworpen. Op eigen terrein wordt zo min mogelijk verharding toegepast, zodat regenwater gemakkelijk de bodem in kan gaan. Het toepassen van waterdoorlatende verharding wordt aangeraden. Of het opvangen van regenwater om het op een later moment in de tuin te kunnen gebruiken.

63

oplossing infiltratie hemelwater

18

64

slingergroen met klimhulp

COLOFON 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

www.maps.google.nl www.topotijdreis.nl www.topotijdreis.nl conceptschets, eigen werk, CIER architecten stedenbouwkundig plan, eigen werk, CIER architecten deelgebieden, eigen werk, CIER architecten BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen BKP Rijen tussen de Leijen Ruimtelijke kaders Lieshoutseweg - Bakkerpad Nijnsel BKP Rijen tussen de Leijen BKP Bloemendaal fase 1 Van Wanrooij www.pauwert.nl/projecten/maria-van-bourgondielaan/ www.veghelsbuiten.nl/informatie/bestemmingsplannen-en-kwaliteitshandboeken/ https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?ID=41732 www.manneninderuimte.nl/projecten/woning-maarten-marije/ www.homify.nl/ideabooks/312744/een-cottage-met-moderne-flair https://www.stevenshoeve.nl/ Van Wanrooij https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?ID=41714 https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?ID=41732 Beeldkwaliteitplan Luchen ‘t Landkaartje en kavels St. Catharinaweg Van Wanrooij https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?ID=41732 https://architectenweb.nl/projecten/project.aspx?ID=41732 Beeldkwaliteitplan Luchen ‘t Landkaartje en kavels St. Catharinaweg Beeldkwaliteitplan Luchen ‘t Landkaartje en kavels St. Catharinaweg Van Wanrooij

35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64

19

Van Wanrooij https://www.droomhuis.nl/deelnemers-2020/esbi-2020/ Ruimtelijke kaders Lieshoutseweg - Bakkerpad Nijnsel https://www.geldrop-mierlo.nl/_flysystem/media/bkp-landkaartje.pdf https://houtenhuisbouwen.com/schuurwoningen/schuurwoning-timbor/ https://www.geldrop-mierlo.nl/_flysystem/media/bkp-landkaartje.pdf https://www.bedauxdebrouwer.nl/Werk/1255/Woonhuis-Berkel-Enschot/31 https://innoblox.nl/portfolio-item/marle-metselwerk/ fam. van de Wijst https://www.cierarchitecten.nl/particuliere-woningen/woonhuis-a/ https://nl.pinterest.com/pin/853502566884282114/ https://timbor.nl/portfolio/schuurwoning-mantelzorg/ https://architectenweb.nl/nieuws/artikel.aspx?ID=43842 https://batesmasi.com/projects/piersons-way/ 230706 Lieshoutseweg - Bakkerpad terrein en groen toelichting 230706 Lieshoutseweg - Bakkerpad terrein en groen toelichting 230706 Lieshoutseweg - Bakkerpad terrein en groen toelichting 230706 Lieshoutseweg - Bakkerpad terrein en groen toelichting BKP Rijen tussen de Leijen BKP Veghels buiten BKP Luchen BKP Luchen Veghels buiten BKP Luchen BKP Luchen BKP Luchen BKP Luchen BKP Luchen gemeente Meierijstad gemeente Meierijstad

Beeldkwaliteitplan Lieshoutseweg, Bakkerpad Nijnsel

5 september 2023

CIER ARCHITECTEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7db586a1-52d6-4821-bd6b-a3a076251a72