Beantwoording technische vragen Kaderbrief 2026
Tekst van het document
Technische vragen Kaderbrief 2026 Raadsvoorstel Kaderbrief Meierijstad 2026 Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Wat is de impact op de solvabiliteit van de gemeente als Meierijstad 10% van de algemene reserve (circa € 2,9 miljoen) inzet voor het structurele tekort vanaf 2026? 2. Eén op de zeven Nederlandse gemeenten heeft een solvabiliteit onder 20%; hoe borgt Meierijstad dat de inzet van € 2,9 miljoen aan reserve de solvabiliteit niet onder deze risicodrempel brengt?
Het percentage daalt van 41% naar 40%. Dit komt omdat de verhouding tussen eigen vermogen en het balanstotaal daalt. De norm van 20% is een harde eis om de algemene reserve te mogen aanwenden. Wanneer er een voornemen bestaat om de algemene reserve hiervoor in te zetten wordt gemonitord of dit verantwoord is. De gemeente heeft in 2023 samen met circa 20 andere gemeenten een marktconform contract gesloten voor 5 jaren (t/m 2027) met energieleverancier Greenchoice. Onder andere de oorlog in Oekraïne veroorzaakte op dat moment hoge energietarieven. Ondanks de huidige wereldproblematiek op verschillende fronten is de energiemarkt sindsdien in een stabielere markt terechtgekomen. De tarieven zijn hiermee gedaald en worden jaarlijks en soms halfjaarlijks bijgesteld vanuit de leverancier. Voor 2026 is door de leverancier de navolgende indicatie afgegeven: ‘voor elektriciteit is bijna de helft van het inkoopvolume vastgelegd. Hiermee daalt de elektriciteitsprijs naar verwachtging met 20%. De gasprijs zal onder invloed van hogere opslagen en kosten bijmenging van groen gas in een
3. Met welke energieprijsramingen voor gas en elektriciteit is gerekend bij het toepassen van de maatregel om de energielasten met 3% te verlagen en op welk scenario is deze inschatting gebaseerd?
voor nu nog voorzichtige prognose gelijk blijven. De uiteindelijke tarieven zijn afhankelijk van de ontwikkeling in groothandelsprijzen 2025’.
4. Hoe zijn in de Kaderbrief de inflatie-, rente- en loonontwikkelingen tot 2029 gecorrigeerd om te voorkomen dat ramingen in strijd zijn met de BBV-eis van realistisch begroten?
Zaaknummer 2802744
Pagina 2 van 14
datum 16 juni 2025
Doordat het vooraf lastig bepalen is wat het uiteindelijke totale jaarlijkse energielasten worden, is in 2023 een jaarlijks een verlaging van 3% van de lasten ingeschat. Dit is gebaseerd op bovenstaande, de afname van het totale verbruik door duurzaamheidsmaatregelen zoals installatie zonnepanelen en -collectoren en het vervangen van conventionele lichtarmaturen door ledverlichting (het zogenaamde verledden) in gemeentelijke gebouwen. Tot slot is in de inschatting betrokken de overgang naar het nieuwe priva systeem binnen de gemeente. Dit betekent dat gebouwbeheerders zelf de energievraag kunnen regelen middels een geregelde digitale toegang. In de kaderbrief is op pagina 10 aangegeven dat enkele ontwikkelingen nog niet verwerkt zijn. Voorbeelden hiervan zijn de inflatie-, rente- en loonontwikkelingen. Deze zullen de komende periode berekend worden en verwerkt worden in de begroting 2026.
KADERBRIEF 2026
1. Actueel financieel beeld (startsituatie t/m 1e Bestuursrapportage 2025) Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Hoeveel kilometer gemeentelijke wegen kan niet meer volgens planning worden onderhouden als gevolg van het jaarlijks verlagen van de storting in de onderhoudsvoorziening met € 250.000? 2. Welke actuele wachtlijsten in de jeugdzorg zijn gebruikt als uitgangspunt voor de aangepaste raming na ontvangst van de extra rijksmiddelen in de eerste bestuursrapportage?
Dit is niet in kilometers uit te leggen. Dit is namelijk per werk verschillend.
3. Wat is het financiële effect op het accres en de voorzieningen als de bevolkingsgroei van Meierijstad aanzienlijk lager uitvalt dan de gehanteerde 600 inwoners per jaar?
Hart
4. Hoeveel kilometer wegkwaliteit dreigt naar categorie C of D te zakken als de storting in de onderhoudsvoorziening nog eens tegenvalt of structureel lager wordt? 1. Is onze aanname juist dat het te kort in 2026 slechts 300 duizend euro bedraagt als a. het rijk € 5,1 miljoen extra beschikbaar stelt; en b.als we conform rijksregels € 2,9 miljoen uit de algemene reserves halen?
Zaaknummer 2802744
Pagina 3 van 14
datum 16 juni 2025
Er is geen actuele wachtlijst gebruikt: er is gekeken naar het volume 2024 en hierop is de indexering 2025 toegepast. Voor de raming zijn niet zozeer de wachtlijsten het uitgangspunt maar eerder de resultaten van voorgaande jaren. Deze is gekoppeld aan de tot op heden besteedde bedragen van het lopende boekjaar. De maatstaf inwoners in de algemene uitkering heeft op dit moment een gewicht van € 559. Elke inwoner minder betekent dus € 559 minder aan algemene uitkering. Betreft overig niet alleen accres maar het totaal van de algemene uitkering. Dit is niet aan te duiden. Er zijn factoren die meespelen zoals weer, verkeersintensiteit en dergelijke. Als we helemaal geen bijstellingen voor 2026 doen (geen nieuw beleid en geen ontwikkelingen staand beleid voor 2026) dan is dat juist. Startsituatie 2026 is - € 8.336. Inkomsten Rijk + € 5.100 Algemene reserve + € 2.900 Saldo - € 336
D66
1. Er staat in de tekst dat er nog geen middelen zijn opgenomen voor het meerjaren investeringsplan (MIP). In de tabel met bedragen staan de bedragen voor het MIP 2027-2029. Waarom zijn deze niet meegenomen in het geraamd resultaat (startsituatie)? Wat betekent dit voor de uitvoering van het MIP?
In de begroting 2025 zijn investeringen voor de periode 2026–2028 geïnventariseerd en meegenomen in het meerjarenperspectief. Deze investeringen zijn echter nog niet formeel vastgesteld. Daarom worden ze in de begroting 2026 uit de startsituatie op pagina 2 verwijderd. Bij het opstellen van de begroting 2026 worden de investeringen voor het jaar 2026 opnieuw beoordeeld. Er wordt gekeken of uitvoering nog haalbaar is en of de geraamde bedragen nog actueel en reëel zijn. De geactualiseerde investeringen worden weergegeven op pagina 8 onder de rubriek 'ontwikkelingen'. De gemeenteraad zal bij de begroting 2026 besluiten over welke investeringen in 2026 daadwerkelijk worden uitgevoerd. Tegelijkertijd wordt het meerjarig investeringsplan (MIP) voor 2027–2029 opnieuw opgenomen in het financiële meerjarenbeeld.
2. Inkomsten Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Hoe is de verwachte opbrengst van € 410.000 uit de voorgestelde heffing van € 3,- per ticket voor de vermakelijkheidsretributie op festivals onderbouwd, en op welke wijze wil de gemeente deze belasting innen bij diverse soorten evenementen?
Bij het oorspronkelijke ombuigingsvoorstel is op basis van 205.000 bezoekers aan de grote festivals Paaspop, Harmony of Hardcore en 7th Sunday een meeropbrengst van € 205.000 berekend. De verhoging naar 3 euro per bezoeker leidt tot een meeropbrengst van € 410.000. De heffing en invordering vindt plaats middels voldoening op aangifte (achteraf) door de organisator van het betreffende festival, waarna een aanslag opgelegd wordt ter hoogte van het opgegeven
Zaaknummer 2802744
Pagina 4 van 14
datum 16 juni 2025
2. Welk effect verwacht het college op het aantal bezoekers, in het bijzonder onder lage inkomensgroepen, wanneer het tarief voor banenzwemmen wordt verhoogd naar € 7,50 per kaartje? 3. Welke ruimte houdt de gemeente om lokale lasten niet verder te verhogen indien de aanvullende rijksbijdrage voor jeugdzorg straks minder blijkt op te leveren dan geraamd? 4. Hoe verwacht het college dat gesubsidieerde instellingen hun begroting sluiten wanneer professionele subsidies niet worden geïndexeerd en zij geconfronteerd worden met cao-loonstijgingen?
D66
5. Onderzoekt het college de mogelijkheid om de OZB voor bedrijfspanden licht te verhogen om de stijging voor eigen-woningbezitters met laag of modaal inkomen te temperen? 1. Bij jeugdzorg staat dat gemeenten de meerjarig opgenomen stelpost jeugd moeten laten vervallen. Klopt het dat deze in de tabel als negatief bedrag zijn opgenomen? Waarom is dat? Wat betekent dit voor de activiteiten voor jeugd?
Zaaknummer 2802744
Pagina 5 van 14
datum 16 juni 2025
aantal bezoekers * tarief van € 3,-. Bij twijfel van het opgegeven aantal bezoekers kan de heffingsambtenaar een boekencontrole uit laten voeren. Belastingplichtige is verplicht hieraan mee te werken Is niet in te schatten op dit moment.
Wanneer de lokale lasten niet verder verhoogd worden zal er dekking moeten worden gevonden in verdere ombuigingen. De oorsprong voor het starten van het ombuigingentraject ligt in het feit dat de begroting van Meierijstad meerjarig (grote) financiële tekorten laat zien door fors lagere Rijksbijdragen. Om dat tekort te dichten zijn ombuigingsvoorstellen gedefinieerd die zowel de gemeente zelf raken, als zijn inwoners en organisaties. Van deze organisaties wordt verwacht dat ook zij maatregelen treffen die ervoor zorgen dat hun huishoudboekje weer op orde komt. Nee. Dit is op dit moment geen uitgangspunt.
Ja dat klopt. De gelden welke op basis van het advies van de commissie van Wijzen zijn toegevoegd aan het gemeentefonds zijn vanaf 2023 steeds incidenteel toegevoegd aan de algemene uitkering. Op de Rijksbegroting stonden wel middelen gereserveerd in een “Aanvullende post” met de bedoeling om deze gelden structureel toe te voegen aan de algemene
2. Hoe verhoudt het MIP 2027-2029 bedrag op pagina 5 zich tot de MIP bedragen op pagina 2? Graag het antwoord toelichten.
3. Waarom vindt overheveling vanuit de algemene reserve naar de algemene risicoreserve plaats? Zijn er nog meer verschillen in bestedingsmogelijkheden tussen beide reserves, dan de genoemde (tot 10% surplus algemene reserve kun je gebruiken voor structurele lasten)?
Zaaknummer 2802744
Pagina 6 van 14
datum 16 juni 2025
uitkering. Voor gemeenten bestond de mogelijkheid om (een deel) van deze toekomstige gelden al op te nemen via een stelpost met het risico dat de gelden door het Rijk niet structureel werden toegekend. Nu deze “aanvullende post” structureel wordt toegevoegd, moet de geraamde stelpost dus vervallen. Dit is nu een technisch begrotingsverhaal en heeft het niet directe gevolgen voor de activiteiten Bij de begroting 2025 is een inventarisatie gemaakt van de verwachte investeringen voor de periode 2026– 2029. De bijbehorende kapitaallasten zijn toen al meegenomen in het meerjarenperspectief. Deze investeringen zijn echter nog niet formeel vastgesteld. In het kader van de begroting 2026 worden deze investeringen opnieuw tegen het licht gehouden. Daarom zijn de betreffende posten in het financiële beeld op pagina 2 voorlopig verwijderd. Op pagina 8 worden de geactualiseerde cijfers gepresenteerd. Daarbij wordt beoordeeld of de eerder verwachte investeringen daadwerkelijk in 2026 van start gaan en of de geraamde bedragen nog actueel zijn. Dit is besloten bij de vaststelling van de nota reserves en voorzieningen 2025 welke in de raad van december 2024 is vastgesteld. Voor het afdekken van de risico’s is een deel afgezonderd tot de omvang van de laatst geïnventariseerde risico’s.
De omvang van de benodigde risicoreserve wordt aangevuld (bij tekort) dan wel afgeroomd (bij overschot) ten laste of gunste van het vrij besteedbare deel.
3. Ombuigingen Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Wat is de verwachte invloed op geuroverlast, restafvalstromen en het aantal klachten van inwoners als gevolg van het minder vaak inzamelen van GFT-afval in de wintermaanden? 2. Welke objectieve meetpunten gaat de gemeente hanteren om te toetsen of de winterstop in de GFT-inzameling daadwerkelijk acceptabel blijft voor inwoners en milieu? 3. Hoeveel hectare groenblauwe dooradering zal naar verwachting niet gerealiseerd worden als de Stimuleringsregeling Landschap volledig wordt geschrapt?
Invloed is er nauwelijks tot geen.
4. Welke kwetsbare doelgroepen lopen het grootste risico als kortingen op welzijnswerk in de ombuigingstabel leiden tot verminderde dienstverlening?
D66
1. Bij de ombuigingen wordt gesteld dat de mogelijke ombuigingsvoorstellen met betrekking tot de frequentie van het ophalen van GFT-afval momenteel nog worden onderzocht. Maar bij de technische uitgangspunten wordt gesteld dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Hoe kan het verlagen van de frequentie van het ophalen van het GFT-afval dan bijdragen aan de ombuigingsopgave?
Zaaknummer 2802744
Pagina 7 van 14
datum 16 juni 2025
Nadat het besluit is genomen zal er een nulmeting en 1-meting komen door middel van een sorteeranalyse, daaruit kan de evaluatie en analyse gemaakt worden. Tot nu toe zijn er de afgelopen 4 jaar 6,5 hectare bloemranden, natuurvriendelijke oevers, houtsingels, bosjes en hagen aangelegd. Dus dat is gemiddeld ca. 1-2 ha per jaar. Daarnaast zijn er nog 6 poelen, 100 bomen en hoogstam fruitbomen geplant. Dit draagt bij aan de biodiversiteit en de groenblauwe dooradering in het agrarische landschap. Bij het ombuigingsvoorstel om 50% (dwz € 75.000) van het structurele budget voor versterken sociale basis te bezuinigen, zullen de inwoners op korte termijn hier niet iets van merken omdat we die activiteiten kunnen uitvoeren met reeds toegekende incidentele middelen. Op langere termijn zijn er dan minder structurele middelen. Door het verlagen van de afvalstoffenheffing kunnen we er voor kiezen om voor hetzelfde bedrag de OZB te verhogen. Hierdoor blijven de opgehaalde opbrengsten gelijk en verlagen we alleen de lasten
Want iedere kostenverlaging hiervan zal toch betekenen dat de opbrengsten met evenveel verlaagd worden, waardoor het netto-effect 0 is? 2. Waar gaat het onderzoek naar de toeristenbelasting over? Want in het ombuigingenboek betreft dat de vermakelijkhedenretributie. Wat is de reden voor een extra verhoging met 200% hiervoor?
3. De parkeernota moet nog in de raad behandeld worden en mogelijk komt er betaald parkeren. Wat zijn de geraamde opbrengsten? En kan dit bij de begroting 2026 of meerjarenraming 2027-2029 worden opgenomen?
Het onderzoek toeristenbelasting zal zich richten op de mogelijkheden tot heffen van belasting bij verhuurders via AirBNB. Dit staat niet in relatie tot c.q. los van een vermakelijkhedenretributie. De voorgestelde verhoging van de vermakelijkhedenretributie van €1 naar €3 per bezoeker leidt tot hogere inkomsten, waarmee het tekort wordt gedempt. Dit is ter afweging aan de gemeenteraad. In het parkeerplan is opgenomen dat “een vorm van betaald parkeren voor Veghel Centrum een realistisch instrument is om af te wegen en concreet in te gaan zetten”. Nadere uitwerking vindt plaats in het kader van het Masterplan Veghel Centrum. In het kader van het parkeerplan zijn er geen doorrekeningen gemaakt van parkeeropbrengsten/parkeertarieven en kosten e.d. Dit kan dus op dit moment niet bij de begroting 2026 of meerjarenraming 2027-2029 worden meegenomen.
4. Proces om te komen tot een sluitende begroting 2026 Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Op welk moment en met welke inhoudelijke afwegingen zal het college besluiten nemen over de resterende € 1,9 miljoen aan niet-geadviseerde ombuigingen, en hoe wordt de raad hierbij betrokken?
Zodra de effecten van de meicirculaire zijn doorgerekend, ontstaat een geactualiseerd financieel inkomensbeeld voor de jaren 2026 en verder. Dit vormt de basis voor de begroting 2026. In de begroting
Zaaknummer 2802744
Pagina 8 van 14
datum 16 juni 2025
2. Kan de gemeenteraad vóór de zomervakantie een geactualiseerd financieel beeld ontvangen op basis van de meicirculaire en de eerste bestuursrapportage, zodat bijsturing richting begroting 2026 tijdig kan plaatsvinden?
3. Hoe verhoudt het voornemen van het college om ‘minder voorzichtig’ te ramen zich tot de BBV-verplichting om baten en lasten realistisch en verantwoord in te schatten? 4. Hoe borgt het college dat de Hervormingsagenda Jeugd vanaf 2028 niet opnieuw tot tekorten leidt nadat de tijdelijke Rijksbijdrage wegvalt?
5. Welke alternatieve scenario’s liggen klaar als na het ravijnjaar 2026 een structureel tekort in het gemeentefonds blijft bestaan?
Zaaknummer 2802744
Pagina 9 van 14
datum 16 juni 2025
verwerkt het college alle voorgestelde maatregelen om Meierijstad financieel bezien gezond te houden. Het is nog onzeker of het noodzakelijk is om, een deel van, de resterende € 1,9 miljoen aan niet-geadviseerde ombuigingen in de begroting op te nemen. Hoe dan ook heeft de raad budgetrecht en stelt in november vast of het zich kan vinden in de door het college voorgestelde begroting 2026. De eerste bestuursrapportage 2025 is verwerkt in het financieel beeld zoals opgenomen in de kaderbrief 2026. Aanvullend is de raad geïnformeerd via de RIB financiële consequenties meicirculaire 2025. Hierdoor is een gewijzigd financieel beeld ontstaan. In de zomerperiode wordt de begroting 2026 opgesteld. Het actuele beeld zal worden verwerkt in de begroting 2026 welke eind september zal worden verstrekt aan de raad. De behandeling van de begroting 2026 is gepland voor de raad van 6 november 2025. Bij het ‘minder voorzichtig’ ramen zal dit uitgangspunt in acht worden genomen. Het moet verantwoordt zijn om hier van af te wijken. We zetten in op kostenbeheersing door het nog steviger inzetten van preventie en sterke lokale teams die integraal werken met behulp van de samenwerkwijze. Daarnaast wordt er regionaal gewerkt aan de projecten die in het regionaal beleidsprogramma en uitvoeringsprogramma jeugd staan. Op dit moment liggen er nog geen alternatieve scenario’s.
Het is duidelijk dat vanaf 2028 nog een
D66
6. Hoe wordt de meerjarenraming alsnog sluitend gehouden wanneer de politiek de niet-geadviseerde ombuigingen van € 1,9 miljoen niet kan ondersteunen? 7. Is het college bereid om voor de resterende € 1,9 mln aan nietgeadviseerde ombuigingen een burgerberaad te organiseren, in lijn met de PvdA-GroenLinks-visie op democratische vernieuwing? 1. Op pagina 10 wordt de persleiding bij FrieslandCampina als kanttekening genoemd. Kunt u wat meer informatie geven over wat dit project inhoudt en welke risico’s we daar lopen?
2. Bij de afschrijving investeringen 2026 staat dat er nieuwe investeringen komen voor onderwijshuisvesting, openbare ruimte en vervangingsinvesteringen. Wordt een overzicht van deze investeringen opgenomen bij de begroting 2026? Zo ja, is het mogelijk om dan informatie toe te voegen over de consequenties van uitstel van deze investeringen? Zo nee, hoe vindt besluitvorming hierover dan plaats?
Zaaknummer 2802744
Pagina 10 van 14
datum 16 juni 2025
aanzienlijk tekort bestaat. Hiervoor zal tijdig een dekkingsplan worden opgesteld. De niet geadviseerde ombuigingen van € 1,9 miljoen zijn vooralsnog niet opgenomen ter dekking van het tekort in financiële meerjarenraming. Geen technische vraag
De gemeente werkt samen met FrieslandCampina en Waterschap Aa en Maas aan het project waarbij het afvalwatersysteem (riolering en persleiding) van het bemalingsgebied N.C.B.-laan op een duurzame en toekomstgerichte wijze wordt ingericht. Recentelijk hebben we geconstateerd dat de staat van de persleiding tussen gemaal N.C.B.-laan en de ontvangstput aan de Middegaal zeer slecht is. Omdat deze persleiding sowieso vervangen moet worden, willen we hier zo snel mogelijk mee starten. In het geraamde resultaat is hier nog geen rekening mee gehouden. In de begroting wordt altijd een lijst opgenomen van het komende begrotingsjaar. Hierin wordt aangegeven welke investeringen de korte of lange route volgen. Investeringen via de korte route stelt de raad beschikbaar bij de begrotingsbehandeling, die van de lange route worden later via een inhoudelijk raadsvoorstel beschikbaar gesteld.
5. Stellingen ter behandeling in commissievergadering Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Op basis van welke ervaringen uit andere gemeenten onderbouwt het college het voornemen om minder voorzichtig te ramen en welke lessen zijn daaruit getrokken?
Het college onderbouwt het voornemen om minder voorzichtig te ramen op basis van de eigen ervaringen van de afgelopen twee jaren, en niet op de ervaringen van andere gemeenten. Omdat het niet bekend is hoe voorzichtig andere gemeenten hun begrotingen hebben opgesteld en welke financiële cijfers uiteindelijk zijn gerealiseerd, is het logischer en veiliger om uit te gaan van de kennis en ervaring van de gemeente Meierijstad zelf. Het college heeft deze stelling niet ingenomen. Er zijn 5 stellingen in de Kaderbrief opgenomen, waarbij in geen van de stellingen spreekt over het feit dat ombuigingen in het sociaal domein kunnen worden doorgevoerd zonder kwaliteitsverlies. De raad heeft hiertoe destijds besloten bij de behandeling van de Kaderbrief 2025. We leggen deze stelling opnieuw voor de begroting 2026 omdat het ook voor de komende begroting een aanvullend uitganspunt is. De gemeenteraad stelt een sluitende begroting vast waarbij de (nieuwe) mogelijkheden van de BBV worden gebruikt. Volgens het BBV moeten gemeenten een structureel en reëel sluitende begroting vaststellen. Dat betekent dat structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten. In beginsel mogen reserves – zoals de algemene reserve – niet worden gebruikt voor structurele tekorten, omdat dit wijst op een onevenwichtige begroting. In 2024 is echter een
2. Hoe onderbouwt het college de stelling dat alle geadviseerde ombuigingen in het sociaal domein zonder kwaliteitsverlies kunnen worden doorgevoerd terwijl jeugdzorg landelijk een structureel tekort kent?
Hart
1. Wat is de reden dat stelling 4 opnieuw is opgenomen aangezien de raad hiertoe al heeft besloten.
D66
1. Bij stelling 1 wordt gesteld dat het begrotingsjaar 2026 een structureel sluitend karakter heeft, en bij stelling 5 wordt voorgesteld om het tekort dat overblijft te dekken met de algemene reserve. Zijn deze twee stellingen niet tegenstrijdig? Immers, een tekort op de jaarrekening wordt gedekt met de algemene reserve, net zoals overschotten worden bijgeschreven aan de algemene reserve. Maar als je van tevoren aangeeft dat je een tekort gaat dekken uit de algemene reserve om de begroting sluitend te maken, betekent dat dan niet automatisch dat je in feite een niet-sluitende begroting vaststelt?
Zaaknummer 2802744
Pagina 11 van 14
datum 16 juni 2025
2. Bij stelling 2 wordt gesteld dat 2026 een beleidsarm karakter heeft. Kunt u een overzicht geven van de voorstellen die nu in ontwikkeling zijn voor 2026 en die hierdoor op pauze worden gezet? En van de voorstellen die voor eind 2025 op het programma staan, maar door vertraging ook hieronder zouden kunnen vallen?
Specifiek zouden we graag willen weten wat dit betekent voor de overkoepelende visie op de gemeentelijke rol in het onderwijs, waar we al meer dan drie jaar op wachten.
Zaaknummer 2802744
Pagina 12 van 14
datum 16 juni 2025
nieuwe mogelijkheid geïntroduceerd waarbij gemeenten onder voorwaarden wél een deel van hun algemene reserve mogen inzetten voor de dekking van structurele lasten. Dit geldt uitsluitend voor het vrije deel van de algemene reserve (dus exclusief bedragen gereserveerd voor risico’s of verplichtingen). De achtergrond bij de stelling is dat enerzijds in 2026 sprake zal zijn van gemeenteraadsverkiezingen, waarbij de nieuwe coalitie de ruimte wordt geboden om eigen beleidsaccenten te leggen. Anderzijds resulteert de druk op de gemeentelijke financiën in 2026 in een duidelijke grens ten aanzien van het financieel kunnen dragen van nieuwe plannen. Voorstellen die nu in ontwikkeling zijn en waarvan het college aangeeft dat ze voor de komende jaren van belang zijn voor Meierijstad, zullen inclusief financiële gevolgen worden voorgelegd aan de raad. Er is geen volledig overzicht beschikbaar van voorstellen in de verschillende fases van gereedheid. De visie op de gemeentelijke rol op het terrein van onderwijs((-huisvesting) maakt onderdeel uit van het vigerende IHP en de LEA. De actualisering van deze visie wordt na de zomervakantie opgestart en naar verwachting in januari 2026 middels vaststelling van het beleidskader onderwijshuisvesting aan de raad voorgelegd.
Bijlage: Technische uitgangspunten programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Waarom kiest het college ervoor om professionele subsidies niet te indexeren terwijl cao-lonen en prijzen stijgen en hoe wordt verwacht dat gesubsidieerde instellingen deze kostenstijgingen opvangen?
De oorsprong voor het starten van het ombuigingentraject ligt in het feit dat de begroting van Meierijstad meerjarig (grote) financiële tekorten laat zien door fors lagere Rijksbijdragen. Om dat tekort te dichten zijn ombuigingsvoorstellen gedefinieerd die zowel de gemeente zelf raken, als zijn inwoners en organisaties. Van deze organisaties wordt verwacht dat ook zij maatregelen treffen die ervoor zorgen dat hun huishoudboekje weer op orde komt. Het groeicijfer is een gemiddelde over een aantal jaren. Bij de uitgangspunten voor de begroting wordt jaarlijks bezien of dit aantal nog reel is. De maatstaf inwoners in de algemene uitkering heeft op dit moment een gewicht van € 559. Elke inwoner minder betekent dus € 559 minder aan algemene uitkering. Betreft overig niet alleen accres maar het totaal van de algemene uitkering. Zowel in 2023 als in 2024 is er beperkt aanspraak gemaakt op de post onvoorzien. Op basis van risicovol begroten kunnen we de post onvoorzien verlagen. Naast de post onvoorzien heeft het college ook de bevoegdheid om binnen een programma te schuiven met budgetten. Het is wettelijk voorgeschreven dat er een post ‘onvoorzien’ wordt opgenomen in de gemeentebegroting, maar de wet stelt geen minimumbedrag verplicht. Het gereserveerde bedrag mag dus ook 0 zijn.
2. Is het groeicijfer van 600 inwoners per jaar dat is gebruikt in de raming nog actueel in het licht van recente CBS-prognoses en het geplande woningbouwtempo, en wat is het effect van afwijking op de accresbijdrage?
3. Waarom acht het college het verlagen van de post Onvoorzien naar € 100.000 verantwoord bij onvoorziene uitgaven, en welke aanvullende buffers zijn beschikbaar bij incidenten zoals stormschade of systeemhacks?
4. Hoe verantwoordt het college een post Onvoorzien van slechts 0,04 % van de lasten terwijl de VNG-modelverordening een richtbedrag van circa 0,3 % noemt?
Zaaknummer 2802744
Pagina 13 van 14
datum 16 juni 2025
5. Welke financiële buffer bouwt de gemeente op om tegenvallende Rijkscompensatie na 2027 op te vangen wanneer het macrobudget jeugdzorg opnieuw onder druk staat?
Zaaknummer 2802744
Pagina 14 van 14
datum 16 juni 2025
We hebben een buffer van € 29,0 miljoen op basis van geïnventariseerde risico’s. Daarnaast kan een deel van de algemene reserve ingezet worden als incidentele dekking.