B9c Bijlage 2 OER Toekomstvisie Meierijstad incl bijlagen
Tekst van het document
18
Innovatie
Bestaande bedrijventerreinen zijn geoptimaliseerd, en groener, circulair en fossielvrij gemaakt.
19
Onderwijs
Ontwikkeling onderwijscampus met MBO en HBO; koppelen bedrijven aan onderwijs, connectie met kennis- en onderwijsinstellingen Brainport en regio Noordoost-Brabant.
5.3
Beoordeling
De toegekende scores en bijbehorende onderbouwing per beleidsuitspraak en per beoordelingsaspect zijn in opgenomen in bijlage A2. Hieronder worden de overall resultaten weergegeven, geaggregeerd op het niveau van thema’s en scenario’s als geheel. 14 Daar kan geen absoluut, exact beeld aan ontleend worden. Wel geeft het een beeld van hoe de scenario’s scoren op de verschillende thema’s, en de verschillen daarin. Bijvoorbeeld: hoe meer toegekende kansen op een positief effect binnen een thema, hoe beter het scenario op dat thema naar voren komt. Scenario 1 Figuur 5.1 laat voor scenario 1 het volgende zien: • Overall gezien meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. • De meeste kansen op positieve effecten zijn te zien bij welzijn, natuur, klimaat, duurzaamheid, omgeving, bodem en water. Dat komt doordat in dit scenario veel wordt ingezet op investeren in groen en natuur en duurzame vormen van mobiliteit, landbouw en bedrijvigheid. • Bij wonen en bij landschap en cultureel erfgoed zijn er meer risico’s op negatieve effecten, dan kansen op positieve effecten. Dat houdt vooral verband met conflicterende ruimteclaims, zoals ruimte voor meer woningen versus meer ruimte voor groen en natuur, en ruimte voor duurzame vormen voor energieopwekking (bijvoorbeeld windturbines) versus landschap en cultureel erfgoed.
• Bij aspecten waar vanuit de Foto van de leefomgeving te zien is dat er sprake is van knelpunten, kan verwacht worden dat er meer nodig is om ‘uit het rood te komen’ dan waar scenario 1 in voorziet. Dat gaat dan om vooral om droogte, hemelwateroverlast, verkeersveiligheid, oppervlaktewater, duurzame energieopwekking en warmtebronnen en duurzame mobiliteit.
14 Per beoordelingsaspect is een ++ geteld als 1, een + als 0.5, een 0 als 0, een - als -0.5 en een -- als -1. Vervolgens zijn de scores op themaniveau gewogen geaggregeerd op basis van het aantal beoordelingsaspecten per thema. De scores per beoordelingsthema zijn opgenomen in bijlage A3.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
22
Figuur 5.1: Scores scenario 1.
Scenario 2 Figuur 5.2 laat voor scenario 2 het volgende zien: • Overall gezien geeft scenario 2 meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten. • De meeste risico’s op negatieve effecten zijn er op het gebied van veiligheid, landschap en cultureel erfgoed, natuur, bodem en water, duurzaamheid, klimaat en omgeving. • Hemelwateroverlast, bodem, en verkeersveiligheid zijn aspecten die bij autonome ontwikkeling ‘in het rood’ staan, waarbij er in scenario 2 overwegend risico’s op negatieve effecten zijn. Daarmee geeft een invulling als in dit scenario risico’s op verdere verslechtering in al tekort schietende situaties. • Bij grondwater en hittestress geldt dat die bij autonome ontwikkeling een verslechterende trend hebben binnen ‘oranje’. Ook voor deze aspecten geldt dat een invulling als in dit scenario risico’s op verdere verslechtering in al tekort schietende situaties met zich meebrengt. • Vanwege overwegend risico’s op negatieve effecten vormen in scenario 2 geluidhinder, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid, biodiversiteit, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, grondstoffen en circulariteit, energiebehoefte en besparing en de agrarische sector aandachtspunten.
• De risico’s op negatieve effecten houden vooral verband met de negatieve gevolgen van de verdergaande verstedelijking waar scenario 2 in voorziet: o Meer bebouwing en de effecten daarvan op hittestress, hemelwateroverlast, grondstoffen en energie. o Meer verkeer en effecten daarvan op geluidhinder, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid • Risico’s op negatieve effecten treden ook op door conflicterende ruimteclaims: ruimte voor meer woningen versus ruimte voor energievoorzieningen versus ruimte voor economische activiteiten. • Bij het aspect welzijn laat scenario 2 duidelijk meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat komt doordat in scenario 2 voorziet in zaken als het toevoegen van voorzieningen waar ontmoeting plaatsvindt en vervoersvormen die maatschappelijke deelname mogelijk kunnen maken en uitnodigen tot bewegen.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
23
Figuur 5.2: Scores scenario 2.
Suggesties voor invulling voorkeursscenario De resultaten van de scenariobeoordeling zijn aan de projectgroep van Toekomstvisie gepresenteerd, door middel van de presentatie zoals opgenomen in bijlage A5. Daarbij zijn de volgende suggesties gedaan de invulling van het voorkeursscenario: • Maak locatiekeuzes waarbij risico’s op negatieve effecten vermindert of weggenomen worden, bijvoorbeeld met betrekking tot geluidshinder (woningen in relatie tot drukke wegen), omgevingsveiligheid (woningen in relatie tot risicocontouren en aandachtsgebieden) en landschappelijke waarden. • Neem specifieke randvoorwaarden op om risico’s op negatieve effecten te verminderen of weg te nemen, bijvoorbeeld dat nieuwbouw klimaatadaptief en circulair moet zijn, klimaatadaptievebiodiverse inrichting openbare ruimte bij inbreiding en uitbreiding, begrenzing verkeersaantrekkende werking door middel van daarop gerichte parkeernormen en deelautovoorzieningen. Geef daarbij aan hoe rekening gehouden wordt met benodigde fysieke ruimte voor deze randvoorwaarden. • De beoogde schaalsprong in scenario 2 lijkt dermate fors dat het de vraag is of dat zodanig in te passen is dat risico’s op verslechtering voldoende weggenomen kunnen worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om hittestress, hemelwateroverlast, landschappelijke waarden, grondstoffen en circulariteit, energiebehoefte.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
24
6
Wat is het voorkeursscenario dat in de Toekomstvisie is opgenomen?
6.1
Totstandkoming voorkeursscenario
Het voorkeursscenario bevat elementen uit zowel scenario 1 als scenario 2, met daarbij aanvullingen en aanscherpingen. Dit is een resultante van stakeholderconsultaties en van bestuurlijke keuzes. Bij de bestuurlijke afweging keuzes zijn ook de resultaten van de Foto van de Leefomgeving en de scenariobeoordeling gebruikt. Zowel het college van B&W als de gemeenteraad zijn in werksessies en informatiebijeenkomsten geïnformeerd over de ‘Foto van de Leefomgeving’, de scenariobeoordeling, en de aanbevelingen vanuit het OER voor het voorkeursscenario. Het voorkeurscenario biedt meer ruimte voor verstedelijking (wonen en werken) dan scenario 1, omdat zowel uit het participatietraject als bestuurlijk veel belang wordt gehecht aan de aspecten zoals woningaanbod en -behoefte, voorzieningen en economie. Uit het OER volgt dat de schaalsprong zoals beschreven in scenario 2 meer risico’s en conflicterende ruimteclaims met zich meebrengt. Daarom voorziet het voorkeursscenario in een ruimte voor groei (100.000+ gemeente) die wat ambitieuzer is dan bestaand beleid en scenario 1, maar minder ingrijpend is dan scenario 2. Omdat uit de Foto van de leefomgeving volgt dat er bij de aspecten op het gebied van water en bodem knelpunten en aandachtspunten zijn, is het principe van bodem- en water sturend in het voorkeursscenario nadrukkelijker verankerd.
Tot slot is de keuze om de verstedelijking te focussen in Veghel mede ingegeven door de veronderstelde kansen die dit biedt voor de mobiliteitstransitie (meer duurzame mobiliteit) en kansen voor binnenstedelijke verdichting, waardoor het ruimtebeslag (en daarmee conflicterende ruimteclaims tussen bijvoorbeeld groen en wonen en werken) wordt gedempt. Ook het inzetten op efficiënter grondgebruik en inbreiding en vergroening van de openbare ruimte, komt mede tot stand door het versterken van de landschappelijke kwaliteit van het open buitengebied en de aandachtspunten op het gebied van gezondheid en milieueffecten.
6.2
Beoordelingswijze
Voor het OER is een selectie gemaakt van in het OER te beoordelen beleid in het voorkeursscenario. Dat gaat om: • Nieuw beleid, dat wil zeggen: beleid waar nog niet over besloten is of niet eerder een kader voor geschapen is. Beleid waar al eerder toe besloten is maakt deel uit van de autonome ontwikkeling/referentiesituatie, waar de effecten van nieuw beleid tegen afgezet worden. • Voldoende concreet beleid, dat wil zeggen: voldoende duidelijk wat (functie) er op hoofdlijnen waar en in welke omvang gedaan gaat worden. • Beleid waar een relatie gelegd kan worden met het beoordelingskader van het OER. • Beleid waar de gemeente zelf toe bevoegd is om mogelijk te maken. Bij de geselecteerde onderdelen is onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: • Ontwikkelingen: uitspraken over concrete ontwikkelingen, waarvan locatie en omvang op hoofdlijnen bekend is; te beoordelen in OER door confrontatie met beoordelingskader en doelbereik;
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
25
•
•
•
Ontwikkelprincipes: uitspraken over te hanteren nieuwe principes bij nieuwe ontwikkelingen zoals benoemd bij ‘beleidsuitspraken’; te beoordelen in OER door confrontatie met beoordelingskader en doelbereik; Ambities: uitspraken over wat de gemeente wil ontwikkelen/ruimte aan wil geven, waarbij invulling qua omvang en locatie in vervolgbeleid plaatsvindt; er is onvoldoende duidelijk waar en in welke omvang dit in de leefomgeving z’n beslag krijgt; niet mogelijk om in OER te beoordelen op effecten. Bestaand beleid: uitspraken die al in bestaand beleid zijn opgenomen, en waar de Toekomstvisie niet méér of concreter mogelijk maakt dan al benoemd in bestaand beleid. Dit is onderdeel van de autonome ontwikkeling, zoals beschreven in de Foto van de leefomgeving. Geen onderdeel van de effectbeoordeling van nieuw beleid.
In onderstaande tabel is geselecteerde beleid om te beoordelen in het OER opgenomen. Daarbij is ook aangegeven welke instrumenten de gemeente in vervolgbeleid wil en kan inzetten om het te realiseren. Tabel 6.1. Geselecteerde beleidsonderdelen in voorkeursscenario voor beoordeling in OER. Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ontwikkelingen: uitspraken over concrete nieuwe ontwikkelingen, waarvan locatie en omvang op hoofdlijnen bekend is. Gebiedsontwikkeling Havenkwartier Veghel
Transitie naar gemengd gebied, woon- en leefomgeving met voorzieningen op gebied van cultuur, food, en leisure.
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Stedelijke inbreiding Veghel
Op gerichte plekken ‘de hoogte in’, oude dorpskern in teken van landschappelijke kwaliteit.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Stedelijk inbreiding Schijndel, SintOedenrode, Erp
Groei met behoud van ruimtelijke en sociale identiteit, extra woningen passend bij schaal en karakter van kern; combinatie van transformatie en inbreiding: meer woningen, wat minder (leegstaand) winkeloppervlak, meer groen in het straatbeeld.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Stedelijk inbreiding kleine kernen
Nieuwe woningen door ‘straatje-erbij’-principe, uitbreiden van bestaande wijk of transformatie van bestaande locaties zonder afbreuk aan cultuurhistorische elementen; toevoegen van groen en ruimte voor fietser en wandelaar.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Stedelijke uitbreiding Sint Oedenrode
Nieuwe woonwijk aan de rand van de kern.
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Ontwikkeling nieuwe kleinschalige woonvormen, met ruimte voor efficiënte zorg en behoeften van (kwetsbare) inwoners.
Kernen
Programma sociaal domein Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Ruimte voor nieuwe creatieve broedplaatsen.
Havenkwartier en bedrijventerreinen Veghel.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Nieuwe hotels, gericht op internationale (zakelijke) verblijfsgasten.
Noordkade Veghel (Havenkwartier).
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
In elke kern of in de nabijheid een basisschool, sportvereniging of gemeenschapshuis.
Kernen
Programma sociaal domein
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
26
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ontwikkelingen: uitspraken over concrete nieuwe ontwikkelingen, waarvan locatie en omvang op hoofdlijnen bekend is. Nieuwe multifunctionele accomodaties, horecagelegenheden en polikliniek voor medisch consult en kleine behandelingen.
Veghel (kern)
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Versterken van voorzieningen in wijk- en gemeenschapshuizen. Een aantal voorzieningen is geoptimaliseerd en toegevoegd, passend bij de demografische ontwikkeling van de kern.
Wijken en kernen
Programma sociaal domein Stimuleringskader Samenwerking
In elke wijk een actief gemeenschapshuis.
Veghel
Programma sociaal domein
Iedereen groeit op in een rookvrije openbare ruimte.
Vooralsnog wordt landelijk beleid gevolgd: rookverbod op schoolpleinen, soms op terrassen en evenementen. Mogelijke uitbreiding in toekomst.
Programma
Meer en intensievere watergebonden bedrijvigheid havengebied van Veghel en aan Zuid-Willemsvaart.
Havengebied Veghel, Zuid-Willemsvaart.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Ontwikkelen beroepsonderwijscampus met toevoegen MBO-instelling op het terrein van zorg en techniek, met MBO 5niveau.
Veghel
Omgevingsplan Omgevingsvergunning Samenwerking
Route Corridor-RembrandtlaanUdenseweg herinrichten voor Bus Rapid Transit.
Veghel
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Verbeteren verkeersafwikkeling (vracht)autoverkeer
Veghel: Rembrandtlaan-Corridor
Omgevingsvergunning
Aanleg Noordelijke Randweg
Veghel Ligging wordt niet de Toekomstvisie benoemd. Effectbeoordeling in dit OER gebaseerd op ligging aan noordzijde Veghel waarbij het door bestaand open, minder bebouwd gebied gaat.
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Capaciteitsvergroting Noordelijke Randweg Sint-Oedenrode
Sint-Oedenrode
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Realiseren lokale hubs voor deelmobiliteit en voorzieningen voor op- en overstappen op meerdere vormen van OV.
Kleinere kernen
Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Invoeren parkeermaatregelen als betaald parkeren in centra en parkeren aan de randen.
Centra en randen van kernen
Parkeerverordening
Beschermen en versterken beekdalen, met ruimte voor overstroming en waterberging
Aa, Dommel en Leijgraaf
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Versterken en uitbreiden natuurgebieden
Wijbosch Broek, Diependaal, Lieseind, de Geelders en Gemonde, Schijndelse en Rooijsche heide, het Dommeldal tussen SintOedenrode en Boxtel, het Dommeldal bij Breugel en het Vresselse Bos.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning
Toevoegen bomen en waterelementen, groene daken, sloten, wadi’s
Kernen
Programma Omgevingsplan
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
27
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ontwikkelingen: uitspraken over concrete nieuwe ontwikkelingen, waarvan locatie en omvang op hoofdlijnen bekend is. Stimuleringsregeling/subsidie Instellen verkeersluwe zones.
Kernen Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode, Erp
Programma Verkeersbesluiten
Instellen snelheidsremmende maatregelen, zoals verkeersdrempels; aanleg van fietspaden.
Kernen
Verkeersbesluiten
Installeren energiezuinige LED-verlichting, verbeteren isolatie in gebouwen en huizen, gebruik van slimme thermostaten.
Kernen
Programma Stimuleringsregeling/subsidie
Bestaande werklocaties (bedrijventerrein, kantoren) optimaliseren, groener, circulair en fossielvrij maken.
Bestaande werklocaties
Programma Stimuleringsregeling/subsidie Samenwerking
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ontwikkelprincipes: nieuwe principes die gehanteerd worden bij het accomoderen van autonome ontwikkelingen en invulling van nieuwe ontwikkelingen waarvoor de Toekomstvisie het kader vormt. Bij nieuwe ontwikkelingen: water en bodem sturend, bijdragen aan klimaatmitigatie en – adaptatie, verbetering biodiversiteit d.m.v. inrichtingseisen op gebied van groen, water en duurzaamheid; zoals anders bouwen door toepassing van groene daken, hangende tuinen, gescheiden rioleringen en opvang van eigen regenwater, andere inrichting van de openbare ruimte met wadi’s, waterbergingen en biodiverse bermen.
Volledig scala aan openbare ruimte
Programma
Eis van energie- en netneutraal bij nieuwbouw woningen.
Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen
Programma
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
28
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ontwikkelprincipes: nieuwe principes die gehanteerd worden bij het accomoderen van autonome ontwikkelingen en invulling van nieuwe ontwikkelingen waarvoor de Toekomstvisie het kader vormt. Ontwikkelrichtingen landelijk gebied 15
Primaire agrarische gronden: deel van landelijk gebied waar landbouw de belangrijkste landschappelijke en economische drager is gebleven. Inzet op koploper zijn op gebied van duurzaamheid en innovatie: nieuwe vormen van hoogtechnologische landbouw, innovatieve kringlooplandbouw, combinaties op gebied van duurzame energie. Verstedelijking alleen in bebouwingslinten, bijvoorbeeld op plekken waar agrariërs zijn gestopt en stallen zijn gesloopt. Tussengebied agrarisch en natuur: omslag naar natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer, waterberging, functiemenging met nieuwe verdienmodellen (o.a. recreatie), verstedelijking in bebouwingslinten waar agrarische activiteiten zijn gestopt en stallen gesloopt. Tussengebied agrarisch en kernen: omslag van landbouw naar andere functies (wonen, werken, recreatie, waterberging, natuur, kleinschalige bedrijvigheid, stoppende agrariërs gefaciliteerd in omslag naar bijv. recreatie, zorgboerderij). Zie kaart in bijlage A10.
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Stimulerings/subsidieregelingen
15
Het gaat hier om richtingen die leidend zijn voor het accommoderen van autonome ontwikkelingen en het toekomstig toestaan van uitbreiding van bestaande activiteiten/bestemmingen en het toestaan van nieuwe activiteiten/bestemmingen in het landelijk gebied. Gezien de beschrijving in de toekomstvisie zijn deze ontwikkelprincipes niet opgevat alszijnde het inzetten op een algehele herschikking van het landelijk gebied of een wezenlijk andere omvang van de landbouw en natuur in het landelijk gebied.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
29
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Ambities: in OER te beschouwen op hoofdlijnen, onvoldoende concreet (ontbreken omvang, locatie) om in OER te kunnen beoordelen. Meer (fysieke) ruimte bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe bedrijvigheid in topsectoren die sterk zijn in Meierijstad: agrifood en maakindustrie; en ruimte aan nieuwe bedrijvigheid die voortkomt uit het Brainport-ecosysteem en aansluit bij het eigen economische ecosysteem van Meierijstad; nieuwe werklocaties zetten nieuwe standaard voor duurzaamheid neer, die worden ook zoveel mogelijk overgenomen in verbetering van bestaande terreinen.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Samenwerking
Ruimte voor (circulaire) verwerkingsbedrijven binnen het agrifooden maakindustrie-ecosysteem en generieke maatregelen voor bedrijven om duurzame overgang te maken.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Stimuleringsregeling/subsidie Samenwerking
Uitbreiden fietsroutenetwerk.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma
Ruimte voor zonnevelden door dubbelgebruik van gronden en combineren van functies.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Stimuleringsregeling/subsidie
Ruimte voor warmte-uitwisseling, groengas, aardwarmte, windenergie, elektrolyse en andere waterstoftoepassingen zoals aansluiting op waterstof leidingnetwerk Delta Rhine Corridor.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Stimuleringsregeling
Ruimte voor en inpassing van een sterk energieopwekkend bedrijf.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Samenwerking
Realiseren lokaal collectief energienetwerk (energiehub), waarbij energie binnen Meierijstad (her)gebruikt wordt.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Omgevingsvergunning Samenwerking
Natuur, recreatie, de diverse landschappen en hun verschillende bodem- en waterkenmerken en specifieke woonvormen krijgen hun plek en onze aandacht in het buitengebied.
In te vullen in vervolgbeleid
Programma Omgevingsplan Stimuleringsregeling/subsidie
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
30
Uitspraak
Locatie en omvang
Vervolgbeleid (welke instrumenten worden ingezet?)
Bestaand beleid: onderdeel van autonome ontwikkeling (Foto van de leefomgeving), niet beoordeeld als nieuw beleid. Verbeteren en intensiveren OV-verbinding.
Bus Rapid Transit system en (deelmobiliteit)hubs zodat kernen beter verbonden zijn met plekken zoals Veghel en de Noordkade. BRT en hubs al benoemd in huidige mobiliteitsvisie. Bekrachtiging bestaande ambitie.
Lobby
Aanpassingen A50: verhogen capaciteit snelweg, met nieuwe aansluitingen.
Al benoemd in huidige mobiliteitsvisie. Bekrachtiging bestaande ambitie.
Lobby
N279: realiseren omleiding of uitbreiden capaciteit op bestaand trace.
Al benoemd in huidige mobiliteitsvisie. Bekrachtiging bestaande ambitie.
Lobby
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
31
7
Wat zijn de gevolgen van het voorkeursscenario?
Het voorkeursscenario, zoals beschreven in hoofdstuk 6, is in het OER op effecten beoordeeld. Dat is als op dezelfde manier gedaan als de scenario’s 1 en 2: op basis van expert-judgement beoordelen van geselecteerd beleid (zie hoofdstuk 5), door aan elke uitspraak een kwalitatieve effectscore toe te kennen. Effectscore
Betekenis
++
kans op positief effect
+
kans op positief effect, in geringe mate 16
0
geen of verwaarloosbare effecten te verwachten
-
risico op negatief effect, in geringe mateError! Bookmark not defined.
--
risico op negatief effect
n.v.t.
geen relatie tussen beoordelingsaspect en beleidsonderdeel
De toegekende scores en bijbehorende onderbouwing per beleidsuitspraak en per beoordelingsaspect zijn opgenomen in bijlage A6. In figuur 7.1 en figuur 7.2 (zie onder) zijn de uitkomsten van de beoordelingen per beoordelingsaspect geaggregeerd weergegeven. In figuur 7.1 is dat gedaan voor sec de toegekende kansen en risico’s van het voorkeursscenario op de beoordelingsaspecten. In figuur 7.2 is dat geprojecteerd in het Rad van de leefomgeving, in relatie tot de toegekende kwaliteitsniveaus in de huidige situatie en bij ontwikkeling in de Foto van de leefomgeving. Het gaat hier om beoordelingen van hoofdlijnenbeleid op de lange termijn, dat nog verder uitgewerkt wordt in vervolgbeleid (zie hoofdstuk 12). Bij de beoordelingen is op dat abstractieniveau aangesloten. Aan de gepresenteerde geaggregeerde effecten kunnen dan ook niet zozeer exacte, absolute beelden ontleend worden. Wel geeft het een beeld van hoe het voorkeursscenario scoort op de verschillende aspecten. Bijvoorbeeld: hoe meer toegekende kansen op een positief effect bij een beoordelingsaspect, hoe beter het scenario op dat aspecten naar voren komt. Daarbij is ook aangegeven in hoeverre het voorkeursscenario bijdraagt aan het verminderen dan wel verergeren van in de Foto van de leefomgeving geconstateerde knelpunten en aandachtspunten bij autonome ontwikkelintg.
Hoge kwaliteiten op sociaal-maatschappelijk vlak, sommige klimaat- en energie-aspecten en werkgelegenheid – met kansen op versterking in voorkeursscenario Meierijstad kent richting de toekomst bij ongewijzigd beleid en onder invloed van autonome trends en ontwikkelingen hoge kwaliteiten van de leefomgeving op sociaal-maatschappelijk vlak (sociale veiligheid, maatschappelijke deelname), op sommige klimaat- en energie-aspecten (uitstoot broeikasgassen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen) en op het vlak van werkgelegenheid. Wat betreft deze aspecten bevat het voorkeursscenario van de Toekomstvisie nieuw beleid dat sociale veiligheid, maatschappelijke deelname en werkgelegenheid verder kan versterken. Dat hangt vooral samen met nieuw beleid gericht op het versterken van voorzieningen in kernen en wijken, nieuwe kleinschalige woonvormen met ruimte voor behoeften van kwetsbare inwoners, binnenstedelijke transities naar gemengde gebieden met wonen en voorzieningen, nieuwe hotels en ruimte voor uitbreiding van watergebonden bedrijvigheid.
16
In geringe mate vanwege beperkte geografische omvang, kleine effectomvang en/of van toepassingen op een deel van het betreffende beoordelingsaspect
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
32
Knelpunten op het vlak van sommige andere klimaat- en energie-aspecten, enkele mobiliteit gerelateerde aspecten en oppervlaktewater – met afwisselend kansen en risico’s in voorkeursscenario en resterende knelpunten • Knelpunten zijn er bij ongewijzigd beleid op het vlak van sommige andere klimaat- en energieaspecten (droogte, hemelwateroverlast, duurzame energieopwekking en warmtebronnen), mobiliteit gerelateerd (verkeersveiligheid, openbaar vervoer, duurzame mobiliteit) en oppervlaktewater. Het voorkeursscenario van de Toekomstvisie bevat nieuw beleid dat overwegend kansen op positieve effecten kent op het vlak van oppervlaktewater, droogte en hemelwateroverlast. Dat hangt samen met nieuw beleid gericht op meer ruimte voor natuur en water in zowel het stedelijk als het buitengebied. Voor oppervlaktewater mogelijk in die mate dat het een gelijkblijvende autonome trend ombuigt richting een verbeterende trend; voor droogte en hemelwateroverlast mogelijk van een verslechterende naar een gelijkblijvende trend. Gezien sterke autonome trends en ontwikkelingen is het niet aannemelijk dat het genoeg gaat zijn om ‘uit het rood’ te komen, wat ook afhankelijk is van uitwerking in vervolgbeleid. Dit OER bevat daar mitigerende maatregelen en beleidsopties voor.
• Op het vlak van duurzame mobiliteit biedt het voorkeursscenario eveneens kansen op positieve effecten, die de autonome trend kan beïnvloeden van gelijkblijvend naar verbeterend. Voor openbaar vervoer zijn er zowel kansen als risico’s, en voor verkeersveiligheid overwegend risico’s op negatieve effecten. Dat laatste hangt vooral samen met verkeersaantrekkende werking door nieuwe ontwikkelingen (meer woningen, meer voorzieningen, meer bedrijvigheid), wat meer verkeersdruk oplevert en daarmee risico op verkeersveiligheidsknelpunten. Het voorkeursscenario bevat nieuw beleid gericht op verkeersluwe zones en snelheidsremmende maatregelen; het is de vraag of dat voldoende gaat zijn om het risico op verslechtering van verkeersveiligheid bij een al tekort schietend kwaliteitsniveau weg te nemen. • Wat betreft duurzame energieopwekking en warmtebronnen bevat het voorkeursscenario beperkt voldoende concreet nieuw beleid met kansen op positieve effecten, naar verwachting niet genoeg om ‘uit het rood’ te komen.
Het voorkeursscenario bevat wel meerdere uitspraken gericht op duurzame energieopwekking (ruimte voor zonnevelden, ruimte voor windenergie, ruimte voor inpassing energieopwekkend bedrijf, realiseren lokaal collectief energienetwerk), maar omdat niet is ingevuld in welke omvang en op welke plekken dat ingevuld gaat worden is het niet mogelijk om dat in deze fase in het OER te beoordelen. Deze uitspraken bieden potentieel kansen op positieve effecten op het vlak van duurzame energieopwekking; in welke mate kan beoordeeld worden na verdere invulling in vervolgbeleid. • Voor Natura 2000 zijn er meerder risico’s op negatieve effecten, bij een al tekort schietend kwaliteitsniveau bij autonome ontwikkeling. Dit wordt beschouwd in hoofdstuk 8 over de passende beoordeling Natura 2000. Overwegend risico’s op omgevingsveiligheid, geurhinder, grondstoffen en circulariteit en autobereikbaarheid Bij omgevingsveiligheid, geurhinder, grondstoffen en circulariteit en autobereikbaarheid levert het voorkeursscenario overwegend risico’s op negatieve effecten op. Voor omgevingsveiligheid komt dat door toevoegen nieuwe woningen en daardoor risico op toename kwetsbare objecten binnen risicocontouren.
Voor geurhinder en grondstoffen en circulariteit hangt dat vooral samen met nieuw beleid dat voorziet in nieuwe ontwikkelingen en daarmee risico op toename van objecten binnen geurcontouren en beroep op grondstoffen. Op beide aspecten bevat het voorkeursscenario geen tot nauwelijks specifiek beleid. Dit OER bevat daar mitigerende maatregelen en beleidsopties voor. Zowel kansen als risico’s bij geluidhinder, luchtkwaliteit, biodiversiteit, landschappelijke waarden, broeikasgassen, energiebehoefte en -besparing Bij deze aspecten zijn er in het voorkeursscenario zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten. Dit vraagt daarmee om de nodige aandacht bij de uitwerking in vervolgbeleid.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
33
Overwegend kansen op positieve effecten: woningaanbod en -behoefte, beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, bodem, grondwater, hittestress, onderwijs en vrijetijdseconomie Deze kansen hangen vooral samen met nieuw beleid in het voorkeursscenario gericht op meer woningen, versterken van voorzieningen en onderwijs en ontwikkelprincipes gericht op bodem en water sturend en randvoorwaarden over klimaatmitigatie en -adaptatie bij nieuwe ontwikkelingen. Figuur 7.1: Scores voorkeursscenario per beoordelingsaspect. 17
17 Per beoordelingsaspect is een ++ geteld als 1, een + als 0.5, een 0 als 0, een - als -0.5 en een -- als -1. Aan deze aggregatie kan geen absoluut beeld ontleend worden. Wel een beeld in welke mate er per aspect kansen en risico’s te verwachten zijn.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
34
Figuur 7.2: Rad van de leefomgeving inclusief voorkeursscenario. 18
18
Per beoordelingsaspect is een grote pijl toegekend als er sprake is van vier of meer kansen op positief effect of risico’s op negatief effect en een kleine pijl als er sprake is van minder dan vier kansen of risico’s. Voor een aantal aspecten is vanwege veelal onvoldoende passende informatie geen kwaliteitsniveau toegekend aan de huidige situatie of de autonome ontwikkeling. Voor de zichtbaarheid en compleetheid zijn ze wel in het Rad van de leefomgeving opgenomen, maar dan als zwarte punten – die representeren geen kwaliteitsniveau. Met pijlen is bij deze aspecten wel aangegeven of er sprake is van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten door het voorkeursscenario.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
35
8
Wat zijn de gevolgen voor Natura 2000-gebieden?
In dit hoofdstuk is een samenvatting opgenomen van de bevindingen uit de Passende Beoordeling voor de Toekomstvisie Meierijstad. De volledige passende beoordeling is opgenomen in bijlage A7. Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Toekomstvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een Passende Beoordeling opgesteld op grond van de Omgevingswet. Het gaat om de Natura 2000- gebieden binnen een straal van 25 km van Meierijstad. In deze Passende Beoordeling is het nieuwe beleid uit de Toekomstvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. De Passende Beoordeling beoordeeld per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebied in en in de omgeving van Meierijstad. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 20000gebied. Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de Toekomstvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan.
Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a) van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het voorkeursscenario van de Toekomstvisie Meierijstad. b) met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de Passende Beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De Passende Beoordeling is opgenomen in bijlage A7.
De passende beoordeling laat zien dat enkele beleidsuitspraken en ontwikkelprincipes in het voorkeursscenario van de Toekomstvisie een groot risico (rood) kunnen hebben op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Het gaat hier veelal om nieuw beleid dat voorziet in meer woningen, meer bedrijvigheid en meer voorzieningen met daardoor toename van stikstofuitstoot en mogelijk toename van stikstofdepositie. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde milieudruk binnen Natura 2000gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling kunnen negatief effecten voorkomen of gemitigeerd worden. Actuele situatie met betrekking tot stikstof en Natura 2000 is dat toepassing van mitigerende maatregelen beperkingen op kan leveren op het vlak van de additionaliteitsvereiste. Het is de verantwoordelijkheid van het Rijk en de provincies om de wettelijke stikstofdoelen te halen door inzet van passende maatregelen ten behoeve van Natura 2000-gebieden. De Rechtbank Den Haag heeft het Rijk onder last van een dwangsom van € 10 miljoen opgelegd dat uiterlijk in 2030 50% van stikstofgevoelige natuur onder de
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
36
betreffende grenswaarde gebracht moet worden. 19 Het behalen van die doelen met inzet van passende maatregelen moet ook de weg effenen om bij nieuwe ontwikkelingen mitigerende maatregelen in zetten, waarbij voldaan wordt aan de additionaliteitsvereiste. Redelijkerwijs mag verwacht worden dat Rijk en provincies hun wettelijke verplichtingen invullen, zodat nieuwe ontwikkelingen waar de Toekomstvisie in voorziet op termijn wettelijk inpasbaar gemaakt kunnen worden – ook met mitigerende maatregelen, als dat nodig blijkt te zijn. Bij uitwerking in vervolgbeleid zal dat nader beoordeeld moeten worden en getoetst aan vereisten in de Omgevingswet.
19
https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Den-Haag/Nieuws/Paginas/Rechtbankbeveelt-Nederlandse-Staat-wettelijk-stikstofdoel-2030-te-halen.aspx 13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
37
9
Is het nieuwe beleid consistent?
Het voorkeursscenario is in het OER op consistentie beoordeeld. Dat is gedaan door alle geselecteerde nieuwe beleidsonderdelen in de Toekomstvisie onderling met elkaar te confronteren. En daarbij te beoordelen of het ene beleidsonderdeel het andere kan versterken of daar afbreuk aan doen. Op basis van expert-judgement zijn daar kwalitatieve effectscores voor toegekend. Effectscore
Betekenis
+
kans op onderlinge versterking
0
geen of verwaarloosbare versterking of afbreuk
-
risico op onderlinge afbreuk
+/-
zowel kans op onderlinge versterking als risico op onderlinge afbreuk niet uitgesloten
n.v.t.
geen onderling relatie tussen beide beleidsonderdelen
De toegekende scores en bijbehorende onderbouwing per beleidsonderdeel is opgenomen in bijlage A8. Hieronder zijn de overall resultaten weergegeven. 20 Daar kan geen absoluut, exact beeld aan ontleend worden. Wel geeft het een beeld van hoe de verschillende ontwikkelingen uit het voorkeursscenario elkaar versterken of juist onderling strijdig zijn. Bijvoorbeeld: hoe meer toegekende kansen op onderlinge versterking, hoe beter een ontwikkeling naar voren komt. Figuur 9.1 laat het volgende zien: • Overall gezien geven de ontwikkelingen uit het voorkeursscenario onderling meer kansen op versterking dan risico’s op afbreuk. • De ontwikkelingen met de meeste kansen op onderlinge versterking zijn: o Inrichtingseisen bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van water en bodem sturend, klimaatmitigatie en -adaptatie, verbetering biodiversiteit; o Toevoegen bomen en waterelementen, groene daken, sloten, wadi’s; o Versterken, optimaliseren en toevoegen voorzieningen passend bij demografische ontwikkelingen; • De meeste kansen op onderlinge versterking ontstaan doordat stedelijke ontwikkeling de mogelijkheid biedt om andere aspecten mee te ontwikkelen.
Bijvoorbeeld: bij de ontwikkeling van het havenkwartier kunnen inrichtingseisen meegenomen worden, kan groen toegevoegd worden, kunnen voorzieningen geoptimaliseerd worden en kunnen snelheidsremmende maatregelen genomen worden om het gebied aantrekkelijker en veiliger te maken. • De ontwikkelingen met de meeste risico’s op onderlinge strijdigheid/afbreuk zijn: o Toevoegen bomen en waterelementen, groene daken, sloten, wadi’s; o Beschermen en versterken van beekdalen; o Nieuwe multifunctionele accommodaties, horeca en een polikliniek. o Instellen verkeersluwe zones • De meeste risico’s op strijdigheid ontstaan omdat ontwikkelingen mogelijk conflicterend zijn in de ruimte. Bijvoorbeeld: door stedelijke inbreiding is er mogelijk minder ruimte voor het toevoegen van bomen, sloten wadi’s of het ruimte geven aan beekdalen en vice versa. • Het instellen van verkeersluwe zones en betaald parkeren doet mogelijk afbreuk aan het toevoegen/optimaliseren van voorzieningen, omdat deze voorzieningen dan mogelijk niet voor iedereen toegankelijk zijn. 20 Per beleidsonderdeel is een + geteld als 1, een 0 als 0, een - als -1 en een +-/ als zowel +1 als -1. De scores per beleidsonderdeel zijn opgenomen in bijlage A8.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
38
Figuur 9.1: Scores boetsproeven per ontwikkeling uit het voorkeursscenario.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
39
10
Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van de gestelde ambities?
Werkwijze Van het voorkeursscenario is in het OER beoordeeld in hoeverre het bij kan dragen aan de gestelde ambities in de Toekomstvisie (‘doelbereik’). Die ambities zijn als volgt tot stand gekomen. Als aanknopingspunt zijn de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties gebruikt. Dit zijn doelen die veel organisaties over de hele wereld gebruiken om van de wereld een betere plek te maken. Daarnaast zijn de ambities ook gebaseerd op een uitgebreid participatietraject dat is doorlopen met zowel interne stakeholders (ambtelijk en bestuurlijk) als externe stakeholders (inwoners en belanghebbenden). De ambities zijn op onderdelen aangevuld en aangescherpt met informatie vanuit bestaand beleid en (autonome) ontwikkelingen, waarvoor de ‘Foto van de leefomgeving’ vanuit het OER als waardevolle input is gebruikt. De hoofdthema’s van de Toekomstvisie en de bijbehorende ambities zijn ook opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarover geen zienswijzen zijn ingediend. De beoordeling van het doelbereik is gedaan door per ambitie de beoordelingsaspecten te selecteren die daar een relatie mee hebben, zie onderstaande tabel. Zo is de effectbeoordeling zoals beschreven in hoofdstuk 7 gebruikt om te beoordelen in hoeverre het voorkeursscenario kan bijdragen aan het behalen van ambities. Tabel 10.1.
Ambities Toekomstvisie Meierijstad 2040 en gerelateerde beoordelingsaspecten OER. Ambitie
Toelichting
Gerelateerde beoordelingsaspecten OER
1. Betaalbaar wonen voor iedereen: verstedelijking en dorpse gemoedelijkheid gaan hand in hand
Meierijstad heeft in 2040 een passend en betaalbaar woningaanbod voor iedere doelgroep. De kernen hebben hun eigen identiteit en de basisvoorzieningen in alle kernen zijn op peil.
Woningaanbod en -behoefte Maatschappelijke basisvoorzieningen
2. Inclusieve samenleving, iedereen doet mee: de Meierijstadse samenleving voelt zich verbonden en kijkt naar elkaar om
In 2040 kan iedereen meedoen aan het maatschappelijk verkeer ongeacht beperking, religie, gender, geaardheid of afkomst. Zo voelt iedereen zich thuis in Meierijstad. Werk of een zinvolle dagbesteding is daarbij belangrijk. Voor inwoners in een kwetsbare situatie is er laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning. Inwoners ervaren bestaanszekerheid op het gebied van inkomen, gezondheid, gezin en participatie.
Maatschappelijke deelname Werkgelegenheid Maatschappelijke basisvoorzieningen
3. Zorgtransitie: de zorg is toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief.
In alle levensfasen bieden we met elkaar passende ondersteuning. Met extra aandacht voor jeugdigen en gezinnen die hulp nodig hebben. Er voor elkaar zijn en zorgen is vertrekpunt. Hiervoor versterken we de sociale basis en ontwikkelen zorgzame wijken.
Maatschappelijke basisvoorzieningen Beweegvriendelijke leefomgeving
4. (circulaire) economie: sterk en samen duurzaam ondernemen in Meierijstad
Meierijstad kent een relatief hoge werkgelegenheid en lage werkloosheid, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een goed sociaal voorzieningenniveau. Dit is een prima uitgangspositie voor welzijn en brede welvaart in Meierijstad. Dit willen wij richting 2040 vasthouden en versterken. In 2040 ligt Meierijstad op koers om in 2050 een circulaire leef- en werkomgeving te hebben. Hieronder verstaan we hergebruik van grondstoffen en mate van restafval. Deze ambitie ligt in lijn met de afspraken van Parijs.
Grondstoffen en circulariteit Duurzame energieopwekking en warmtebronnen (mitigatie) Werkgelegenheid Agrarische sector Werklocaties en bedrijventerreinen Maatschappelijke basisvoorzieningen
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
40
Ambitie
Toelichting
Gerelateerde beoordelingsaspecten OER
5. Kennis en talent aantrekken en behouden: Een leven lang ontwikkelen
We creëren gelijke kansen voor alle kinderen. Dit willen we via doorlopende ontwikkellijnen van kinderopvang naar de basisschool en vervolgens naar het voortgezet onderwijs. In 2040 hebben we laaggeletterdheid verder teruggedrongen. Er is een intensievere samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp. Ook is er een stevige samenwerking tussen Onderwijs-OverheidOndernemers tot stand gekomen. We zetten in op een leven lang ontwikkelen.
Onderwijs Maatschappelijke deelname
6. Mobiliteitstransitie: beter bereikbaar via weg en water en een boost voor de fiets en het OV
Meierijstad is in 2040 duurzaam bereikbaar voor wonen, werken en leven. Voorzieningen zijn voor iedereen bereikbaar. De verkeersveiligheid, het fietsgebruik, en de verduurzaming van automobiliteit zijn verbeterd, zodat de leefbaarheid vergroot.
Verkeersveiligheid Autobereikbaarheid en doorstroming Fiets- en wandelnetwerk Openbaar vervoer Duurzame mobiliteit
7. Energiesysteem van de toekomst: een hoogwaardige en robuuste energievoorziening
In 2040 zijn we op koers met de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem (opwek, opslag en infrastructuur). Hiermee heeft Meierijstad in 2050 een CO2-neutrale, leef- en werkomgeving. Dit is in lijn met de afspraken van Parijs. Het betekent in elk geval dat we in 2030 het doel van 49% CO2-reductie via de sectoren Gebouwde Omgeving en Elektriciteit hebben behaald. Dit is volgens afspraak in de RES.
Duurzame energieopwekking en warmtebronnen (mitigatie) Broeikasgassen (mitigatie)
8. Agrarische sector: ruimte voor een vitaal en agrarisch buitengebied
In 2040 hebben we een toekomstbestendige agrarische sector in Meierijstad. Deze levert op een duurzame manier een bijdrage aan de voedselproductie.
Agrarische sector
9. Gezonde en veilige leefomgeving: een sterk groen raamwerk voor ontmoeten en het bevorderen van gezondheid
In 2040 zijn we gezonder gaan leven. Hier hebben we onze leefomgeving op aangepast. De bodem- en waterkwaliteit zijn in 2040 verbeterd. We werken toe naar de WHO- advieswaarden voor luchtkwaliteit en geluid. Ook gaan we verantwoord om met risico’s voor de omgevingsveiligheid.
Geluidhinder Luchtkwaliteit Geurhinder Omgevingsveiligheid Sociale veiligheid Verkeersveiligheid Beweegvriendelijke leefomgeving Bodem Grondwater Oppervlaktewater Hittestress (adaptatie) Fiets- en wandelnetwerk
10. Klimaatadaptatie en biodiversiteit: verbonden en klimaatadaptief
In 2040 zijn we op koers om een klimaatbestendige leefen werkomgeving te creëren. Het landgebruik is in 2040 beter bestand tegen de opwarming van de aarde en is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. We koesteren de landschappelijke kwaliteiten. De biodiversiteit is in 2040 niet verder afgenomen, en op onderdelen verbeterd.
Biodiversiteit Natuurnetwerk Brabant Natura 2000 Landschappelijke waarden Droogte (adaptatie) Hemelwateroverlast (adaptatie)
11. Democratische transitie: bestuurlijk leiderschap in verbinding met de gemeenschap
Meierijstad is een bestuurskrachtige gemeente. We hanteren burger- en overheidsparticipatie op maat. Ook bieden we dienstverlening dicht bij de inwoner, waarover de inwoners meer dan tevreden zijn. Met participatie bieden we burgers een stem.
Geen relaties met beoordelingsaspecten in het OER.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
41
Vervolgens zijn per ambitie de toegekende kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten zoals toegekend in de effectbeoordeling (zie hoofdstuk 7) in samenhang beschouwd 21. Dat is weergegeven in onderstaande figuur 10.1. Op basis daarvan is kwalitatief beoordeeld in hoeverre het voorkeursscenario kan bijdragen aan het behalen van de ambities. Figuur 10.1: Doelbereik voorkeursscenario.
Beoordeling 1. Betaalbaar wonen voor iedereen: verstedelijking en dorpse gemoedelijkheid gaan hand in hand Het voorkeursscenario laat hier overwegend kansen op bijdragen aan de ambitie zien. Het voorziet in meerdere ontwikkelingen gericht op het toevoegen van woningen. Of er in 2040 voor iedere doelgroep daadwerkelijk een passend en betaalbaar woningaanbod is zal afhangen van verdere uitwerking in vervolgbeleid. In het voorkeursscenario worden geen woningaantallen benoemd.
21
De toegekende kansen en risico’s per beoordelingsaspect dat aan de betreffende ambities gerelateerd is, zijn bij elkaar opgeteld: een ++ is geteld als 1, een + als 0.5, een 0 als 0, een - als -0.5 en een -- als -1. Hier kan geen absoluut, exact beeld aan ontleend worden. Wel geeft het een beeld van hoe het voorkeursscenario kan bijdragen aan het behalen aan ambities. Bijvoorbeeld: hoe meer toegekende kansen op een positief effect bij een ambitie een thema, hoe meer het scenario in beginsel kan bijdragen aan het behalen van de betreffende ambitie. De scores per ambitie en beoordelingsaspect zijn opgenomen in bijlage A11.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
42
2. Inclusieve samenleving, iedereen doet mee: de Meierijstadse samenleving voelt zich verbonden en kijkt naar elkaar om Ook hier overwegend kansen op bijdragen aan deze ambitie. Het voorkeursscenario voorziet in meerdere nieuwe beleidsonderdelen met kansen op positieve effecten op maatschappelijke deelname en basisvoorzieningen. Bijvoorbeeld het versterken van voorzieningen en wijk- en gemeenschapshuizen, ontwikkeling van nieuwe kleinschalige woonvormen met ruimte voor efficiënte zorg en behoeften van (kwetsbare) inwoners en gemeenschapshuizen in kernen. Of iedereen daadwerkelijk mee doet en zich verbonden voelt is een doel dat in dit OER niet beoordeeld kan worden. 3. Zorgtransitie: de zorg is en toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief. Overwegend kansen op bijdragen aan deze ambitie. Het voorkeursscenario voorziet in nieuwe beleidsonderdelen met kansen op positieve effecten op maatschappelijke basisvoorzieningen (zorgvoorzieningen) en beweegvriendelijke leefomgeving (preventieve werking). Bijvoorbeeld het versterken van voorzieningen en wijk- en gemeenschapshuizen, ontwikkeling van nieuwe kleinschalige woonvormen met ruimte voor efficiënte zorg en behoeften van (kwetsbare) inwoners en gemeenschapshuizen in kernen, nieuwe multifunctionele accomodaties, een polikliniek voor medisch consult en kleine behandelingen. Daarnaast zijn er enkele risico’s op afbreuk aan deze ambitie.
Dat houdt vooral verband met niet nieuwe beleid gericht op stedelijke uitbreiding, met daardoor risico op grotere afstand tot (zorg)voorzieningen en daardoor een hogere drempel voor beweegvriendelijke verplaatsingen (preventie). Of de zorg betaalbaar en kwalitatief is, valt buiten de scope van dit OER. 4. (circulaire) economie: sterk en samen duurzaam ondernemen in Meierijstad Voor deze ambitie zijn er meer kansen op positieve bijdragen, maar ook meerdere risico’s op afbreuk. De positieve bijdragen houden verband met nieuw beleid gericht op versterken van en ruimte voor voorzieningen en bedrijvigheid (werkgelegenheid). De risico’s zijn er vanwege ontbrekend beleid op het gebied van ciriculariteit en duurzaam gebruik van grondstoffen, terwijl er wel veel nieuws ontwikkeld wordt. Hetzelfde geldt voor duurzame energie-opwekking. Provincie en gemeente hebben beleid opgesteld met kaders voor de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. Het is onzeker of de gemeente met dit beleid een voldoende ‘inhaalslag’ zal maken, ook omdat concreet uitvoeringsbeleid nog ontbreekt. 5. Kennis en talent aantrekken en behouden: een leven lang ontwikkelen Het voorkeursalternatief biedt kansen om hieraan bij te dragen. Vanwege nieuw beleid gericht op ontwikkelen beroepsonderwijscampus met toevoegen MBO-instelling op het terrein van zorg en techniek, met MBO 5-niveau. 6.
Mobiliteitstransitie: beter bereikbaar via weg en water en een boost voor de fiets en het OV Bij deze ambitie zijn er zowel kansen op positief bijdragen als risico’s op afbreuk. Kansen op positief bijdragen zijn er vanwege nieuwe beleid gericht op aanleg Noordelijke Randweg in Veghel, realiseren voor lokale hubs voor deelmobiliteit en voorzieningen voor op- en overstappen op OV, aanleg van fietspaden. Risico’s zijn er vooral vanwege de inzet op verdere verstedelijking met meer wonen en bedrijvigheid, wat meer verkeer aantrekt en zo de druk op het bestaande verkeersnetwerk vergroot. 7. Energiesysteem van de toekomst: een hoogwaardige en robuuste energievoorziening Voor deze ambitie zijn er meer kansen op positieve bijdragen, maar ook meerdere risico’s op afbreuk. De positieve bijdragen houden verband met nieuw beleid gericht op het landelijk gebied met ruimte voor duurzame energie, en beleid gericht op vermindering van uitstoot van broeikasgassen (duurzamere mobiliteit, isolatie van gebouwen). De risico’s zijn er vanwege ontbrekend beleid op het gebied van duurzame energie-opwekking. Provincie en gemeente hebben beleid opgesteld met kaders voor de
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
43
ontwikkeling van zonne-energie en windenergie. Het is onzeker of de gemeente met dit beleid een voldoende ‘inhaalslag’ zal maken, ook omdat concreet uitvoeringsbeleid nog ontbreekt. 8. Agrarische sector: ruimte voor een vitaal en agrarisch buitengebied Bij de beoordeling van het voorkeursscenrio zijn op het aspect agrarische sector qua nieuw beleid geen wezenlijke kansen en risico’s geconstateerd. Daarbij is primair gekeken naar het verdienvermogen van agrariërs. Het ontwikkelprincipe voor het landelijk gebied voorziet in primaire agrarische gronden, waar landbouw de belangrijkste economische drager blijft. Het voorziet niet in een wezenlijk andere omvang van de landbouw. Zo bezien blijft er ruimte voor agrarische activiteiten in Meierijstad. Hoe toekomstbestendig dat zal zijn, ook qua verdienvermogen, is met onzekerheden omgeven – wat ook te maken heeft met ontwikkelingen buiten de invloedssfeer van de gemeente om. Zo zijn er bijvoorbeeld de opgaven voor stikstofreductie in het kader van Natura 2000, waarvan op dit moment onzeker is hoe dit uit gaat pakken voor de agrarische sector – ook in Meierijstad. Ook internationale (markt)ontwikkelingen en grondstoffen(prijzen) spelen een rol, net als onzekerheden rondom effectiviteit van (stal)innovaties en mogelijkheden voor en winstgevendheid van (biologische) vormen van (kringloop)landbouw. 9.
Gezonde en veilige leefomgeving: een sterk groen raamwerk voor ontmoeten en het bevorderen van gezondheid Voor deze ambitie zijn er kansen op positieve bijdragen, maar ook risico’s op afbreuk. De positieve bijdragen houden verband met nieuw beleid gericht op duurzame mobiliteitsvormen (deelmobiliteit, fiets), verbeteren van verkeersdoorstroming, verkeersluwe zones en nabije voorziening die uitnodigen tot beweegvriendelijke bereikbaarheid en ontmoeting. De risico’s zijn er vooral vanwege ontbrekende randvoorwaarden bij nieuwe beleid op het gebied van omgevingsveiligheid, geurhinder en nieuwe ontwikkelingen die voor meer verkeer kunnen zorgen. 10. Klimaatadaptatie en biodiversiteit: verbonden en klimaatadaptief Voor deze ambitie zijn er kansen op positieve bijdragen, en ook risico’s op afbreuk. De positieve bijdragen houden verband met nieuw beleid gericht op versterken van natuur (beschermen en versterken van natuurgebieden en beekdalen) en het ontwikkelprincipe dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan klimaatadaptatie en verbetering van biodiversiteit door middel van inrichtingseisen op gebied van groen, water en duurzaamheid. De risico’s zijn er vooral vanwege nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, die voor meer uitstoot van stikstof en broeikasgassen zorgen en ten koste van biodiversiteit kunnen gaan.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
44
11
Met welke mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten voorkomen of verminderd worden?
De effectbeoordeling in hoofdstuk 7 laat zien bij welke beoordelingsaspecten het voorkeursscenario risico’s op negatieve effecten oplevert, en/of waar er ondanks het voorkeursscenario nog een tekortschietend kwaliteitsniveau te verwachten is. Voor die aspecten is in dit hoofdstuk een voorstel gedaan voor mogelijkheden tot verdere verbetering, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Voor Natura 2000-gebieden zijn de mitigerende maatregelen opgenomen in de Passende Beoordeling, bijlage A7. Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom ‘in het ‘rood’ blijven of van ‘oranje’ naar ‘rood’ verslechteren. Beoordelingsaspect
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Verkeersveiligheid
=
↘
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De verkeersveiligheid verslechtert mogelijk, omdat er overall meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten zijn door het voorkeursscenario. Om het knelpunt te verhelpen is naar verwachting aanvullend beleid nodig, specifiek gericht op het terugdringen van verkeersongevallen. Daarbij kan gedacht worden aan het opstellen van doelen en maatregelen in een Programma Mobiliteit gericht op het terugdringen van het aantal verkeersongevallen. Deze doelen en maatregelen kunnen zich richten op het aanpakken van locaties waar vaak verkeersongevallen gebeuren en op toenemende diversificatie op de weg en het fietspad (e-bikes, fatbikes, speed-pedelecs, etc.). Beoordelingsaspect Droogte
Referentiesituatie
Toekomstvisie
↘
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het voorkeursscenario draagt bij aan het verminderen van droogte(stress), maar dit is ook afhankelijk van de invloed/mate van klimaatverandering. Om droogtestress tegen te gaan kunnen doelen en maatregelen opgenomen worden in een Programma Klimaatadaptatie of Programma Landelijk Gebied. Maatregelen om droogtestress te verminderen zijn bijvoorbeeld waterbuffers of vijvers die water op slaan om in droge periodes te kunnen gebruiken of peilgestuurde drainage, waardoor water beter wordt vastgehouden in de bodem. Beoordelingsaspect
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Hemelwateroverlast
↘
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het voorkeursscenario draagt bij aan het verminderen van hemelwateroverlast, maar dit is ook afhankelijk van de invloed/mate van klimaatverandering. Het voorkeursalternatief voorziet in maatregelen om hemelwateroverlast terug te dringen, zoals het toevoegen van groene daken, sloten en wadi’s in de bestaande kernen. Deze maatregelen beperken zich tot de openbare ruimte 22. Om hemelwateroverlast verder terug te dringen kan de gemeente inzetten op subsidies voor particulieren om percelen te vergroenen (stenen eruit) en hemelwater af te koppelen. Deze maatregelen kunnen opgenomen worden in een Programma Klimaatadaptatie of in het Omgevingsplan.
22
Bij nieuwe ontwikkelingen wordt wel ingezet op gescheiden rioleringen en opvang van eigen regenwater.
13 maart 2025
OER MEIERIJSTAD 2040
BJ9389-OER-RP-03
45
Beoordelingsaspect Oppervlaktewater
Referentiesituatie
Toekomstvisie
=
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het is niet aannemelijk dat het knelpunt wordt verholpen en het kwaliteitsniveau van rood naar oranje of groen gaat, maar er zijn overall wel meer kansen op positieve effect dan risico’s door het voorkeursscenario. Om de kwaliteit van oppervlaktewater te verbeteren kunnen regels en maatregelen opgenomen worden in het Omgevingsplan of het Waterbeheerprogramma die de ecologische en chemische waterkwaliteit kunnen verbeteren. Maatregelen om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren zijn bijvoorbeeld het aanleggen van natuurlijke oevers of vispassages. De chemische kwaliteit kan verbeterd worden door te monitoren op prioritaire stoffen en maatregelen te nemen waar nodig, én door nutriënten terug te dringen door gebruik meststoffen in de landbouw (verder) te verminderen. Beoordelingsaspect Duurzame energieopwekking
Referentiesituatie
Toekomstvisie
=
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het is niet aannemelijk dat het knelpunt wordt verholpen en het kwaliteitsniveau van rood naar oranje of groen gaat, maar er zijn wel enkel kansen op positieve effecten door het voorkeursscenario. Om te kunnen voldoen aan de klimaatdoelstellingen is substantiële inzet nodig op duurzame energieopwekking en warmtesystemen. Vanuit de RES zijn in Meierijstad vier zoekgebieden voor duurzame opwekking geformuleerd. Deze zoekgebieden moeten samen 0,28 TWh opbrengen. De gemeenten speelt een cruciale rol in de ruimtelijke ordening en vergunningverlening voor duurzame energieopwekking, zoals zonnevelden en windturbines, en samen te werken met andere overheden en stakeholders om geschikte locaties te identificeren en de projecten te faciliteren. Verdere uitwerking zal opgenomen moeten worden in het Warmteprogramma of het Omgevingsplan. . Beoordelingsaspect
Referentiesituatie
Toekomstvisie
Duurzame mobiliteit
=
↗
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het is niet aannemelijk dat het knelpunt wordt verholpen en het kwaliteitsniveau van rood naar oranje of groen gaat, maar er zijn wel enkel kansen op positieve effecten door het voorkeursscenario. Duurzame mobiliteit wordt enkel gestimuleerd in kleine kernen met mobiliteitshubs, niet gemeentebreed. Om het knelpunt te verhelpen is naar verwachting aanvullend beleid nodig, specifiek gericht op het stimuleren van deelauto’s en elektrisch rijden. In een Programma Mobiliteit kunnen maatregelen opgenomen worden zoals het faciliteren van mobiliteitshubs in de gehele gemeente en het subsidiëren van deelauto’s en laadpalen. Beoordelingsaspect Openbaar vervoer
Referentiesituatie
Toekomstvisie
↗
=
Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het is niet aannemelijk dat het knelpunt wordt verholpen en het kwaliteitsniveau van rood naar oranje of groen gaat, omdat er evenveel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten zijn door het voorkeursscenario. Om het openbaar vervoer te verbeteren kan de gemeente inzetten op het moderniseren van haltes en stations met betere voorzieningen zoals overkappingen, zitplaatsen, en informatieborden. Daarnaast kan de gemeente samenwerken met (regionale) vervoerders om de frequentie van bestaande verbindingen te verhogen, punctualiteit en betrouwbaarheid te verbeteren en waar mogelijk het netwerk uit te breiden. Deze maatregelen kunnen vastgelegd worden in een Programma Mobiliteit, in samenwerking met de provincie als concessiehouder.