CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B8g Bijlage 4 ODBN werkprogramma gemeenten 2026 V2.5 gecomprimeerd

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders14.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ODBN werkprogramma gemeenten 2026

's-Hertogenbosch, november 2025

Inhoud

2

1.

3

Inleiding

4

1.1

Doel

6

1.2

Afbakening

6

1.3

Uitgangspunten

1.4

3.4 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving 3.4.1 Controles milieu (losse opdrachten)

43 43 44

6

3.4.2 Beoordelen voorgeschreven onderzoeken 3.4.3 Repressieve bestuursrechtelijke handhaving

Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring

9

3.4.4

Verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen

44

1.5

Financieel kader (in uren)

9

3.4.5

Repressieve strafrechtelijke handhaving

44

1.6

Algemene werkzaamheden

12

3.4.6

Behandelen klachten- en incidentmeldingen

46

1.7

U&HS en kennisdeling

13

3.5

Toezicht basistaken bodem en mobiel breken

47

1.8

Budgetten

13

3.6

Toezicht sloop met asbest

48

Vergunningverlening

14

3.7

Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken) 49

2.1

Inleiding

16

3.8

Budgetten

2.2

Bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s)

17

2.2.1

Omgevingswet

2.2.2

2.

4.

44

49

Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)

50

18

4.1

Algemeen

52

Transitie veehouderij

18

4.2

Budgetten

52

2.2.3

Afhandeling van meldingen, informatieplichten en vergunningen

20

Overige verzoektaken

53

2.2.4

Actualiseren van vergunningen

21

5.1

Algemeen

53

2.2.5

Intrekken van vergunningen

22

5.2

Uitvoering

53

2.2.6

U&HS en focusthema's vergunningverlening

23

5.3

Specialistische taken (VTHA)

53

2.2.7

Overige werkzaamheden i.h.k.v. vergunningverlening

25

5.4

Budgetten

56

2.2.7.1

Veehouderij en volksgezondheid

25

2.2.7.2

Europese PRTR-verordening (E-PRTR)

25

Bijlagen 58

2.2.8

Omgevingstafel

26

Bijlage 1: Overige verzoektaken per gemeente

60

5.

6.

Regionale dienstverlening en overige diensverlening

57

2.3

Meldingen basistaken bodem en mobiel breken

26

Bijlage 2: Overzicht budgetten per gemeente

62

2.4

Meldingen sloop met asbest

27

Bijlage 3: Beschrijving werkzaamheden overige verzoektaken

66

2.5

Budgetten

27

Bijlage 4: Beschrijving risicomodel milieutoezicht

70

Toezicht en handhaving

28

3.1

Inleiding

30

3.2

Doelstellingen en rapportage

31

3.3

Geprogrammeerd toezicht en handhaving

32

3.3.1

Bedrijvenlijst

32

3.3.2

Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie

33

3.3.3

Focusthema’s toezicht

33

3.3.4

Onbekende (illegale) activiteiten

38

3.3.5

Toezicht energie

40

3.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

3

4

1 Inleiding

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

5

Versie 2.5 november 2025

6

1

1.1

Inleiding

Doel

Dit document het “ODBN werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma) heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die voor 2026 aan de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) worden opgedragen. Met dit werkprogramma wordt, voor wat betreft de taken die bij de ODBN zijn belegd, invulling gegeven aan artikel 13.8 lid 1 van het Omgevingsbesluit.

1.2

Afbakening

Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en VTHA-verzoektaken en de overige verzoektaken. Voor de Collectieve taken, SSiB, Bodemloket en Klachtenregeling buiten kantoortijd zijn alleen de financiële gegevens opgenomen in bijlage 2.

1.3

7

Beleidskaders Voor 2026 is uitgegaan van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie, ODBN 2025-2028 (hierna te noemen: U&HS). De U&HS beschrijft welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving door de ODBN en welke werkzaamheden met het oog op die doelen worden verricht. De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zijn verplicht een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast te stellen voor de taken zoals bedoeld in artikel 13.12 lid 1 van het Omgevingsbesluit, de zogenoemde ‘basistaken’. Ook voor de verzoektaken mag deze strategie als leidend worden beschouwd. Het bestuur en de deelnemers van de ODBN zijn zich er zeer van bewust dat niet alles (tegelijk) kan. In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie, ODBN 2025-2028 is opgenomen dat de ODBN jaarlijks een analyse uitvoert voor het werkprogramma, de zogenoemde ‘uitvoeringsanalyse’. De uitvoeringsanalyse dient om in kaart te brengen welke inhoudelijke onderwerpen – of focusthema's – het komende jaar om bijzondere aandacht vragen, zoals verwachte actualisatiesopgaves of specifieke branches en thema’s waarvoor een aanpak wordt uitgewerkt die afwijkt van het reguliere toezicht. Daarmee is de uitvoeringsanalyse een belangrijk vehikel voor de stap van strategie en actuele ontwikkelingen naar concrete inhoudelijke keuzes in het werkprogramma.

Uitgangspunten

Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODBN. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt ODBN zich aan de Algemene leveringsvoorwaarden en uniforme werkafspraken, zoals gepubliceerd op de website van de ODBN. De ODBN voldoet aan de kwaliteitscriteria zoals die gelden voor vergunningverlening, toezicht en handhaving inzake het omgevingsrecht, voor zover betrekking hebbend op onze taakuitvoering. Ten slotte houdt de ODBN zich aan de - in 2022 tot stand gekomen - uniforme gemeentelijke mandaatbesluiten. Daarin is aan de directeur mandaat verleend voor het nemen van alle besluiten die voortvloeien uit de opdracht die is verleend aan de omgevingsdienst, zoals (onder meer) vastgelegd in dit werkprogramma. Daarin is ook mandaat verleend voor de elektronische publicatie van besluiten in het gemeenteblad (op www.overheid.nl). Als een gemeente ook wil publiceren in een lokaal weekblad, regelt zij dit zelf.

Wettelijk kader (Omgevingswet) Voor de uitvoering van dit werkprogramma is uitgegaan van de Omgevingswet. In paragraaf 1.5 Financieel kader (in uren), wordt aangegeven in hoeverre bij de financiële uitgangspunten rekening is gehouden met de Omgevingswet.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

8

Vorig jaar spraken we in dit kader van ‘prioriteiten’ in het werkprogramma, maar na afstemming met de RSP-afvaardiging is besloten om ‘focusthema’s’ aan te houden om verwarring te voorkomen met hetgeen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie is opgenomen. In 2026 zijn de focusthema’s voor vergunningverlening: de verplichte actualisatieopgave voor Circulair Materialenplan (CMP) en het actief intrekken van niet in gebruik zijnde ruimte vergunningen of onderdelen hiervan. Voor toezicht zijn de focusthema’s: opslag van litium-ion batterijen, indirecte lozingen i.v.m. de KRW (Kaderrichtlijn Water), ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) en nacontrole asbest. De focusthema’s voor 2026 worden per hoofdstuk in een aparte paragraaf beschreven. Voor elk van de focusthema’s is aangegeven welk probleem wordt gesignaleerd, aan welke doelstelling(en) dit probleem raakt en welke aanpak de ODBN daarbij voor ogen heeft voor 2026. Let wel: Het gaat om onderwerpen die vragen om nadere concretisering. De exacte inzet wordt in een later stadium vastgesteld. Dit is inherent aan een integrale, meer projectmatige aanpak en aan het tijdspad waarbinnen de focusthema’s worden geformuleerd. In de dagelijkse werkzaamheden van de ODBN wordt ook gewerkt aan de doelstellingen uit de verschillende expertisegebieden van de U&HS. Deze worden in de diverse paragrafen toegelicht.

1.4 Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring

Voor het Werkprogramma Gemeenten 2026 is deze uitvoeringsanalyse voor het eerst (volledig) uitgevoerd. Dat betekent dat aan de hand van de U&H-strategie (inclusief doelstellingen), actuele ontwikkelingen, data, en kennis en ervaring uit de uitvoeringspraktijk een inventarisatie is uitgevoerd van de onderwerpen die ons in 2026 gaan raken. Ook is teruggeblikt op het afgelopen jaar en de eerste maanden van het lopende jaar. Dit heeft geleid tot een aantal inhoudelijke focusthema’s voor 2026, welke zijn afgestemd met een afvaardiging van het RSP. Via deze afvaardiging is ook het voltallige RSP in de gelegenheid gesteld om focusthema’s aan te dragen voor 2026. De term ‘focusthema’ behoeft enige duiding. Bij focusthema’s gaat het om onderwerpen die vragen om bijzondere aandacht. Een belangrijk kenmerk is dat het onderdelen van het werkprogramma betreft waar we jaarlijks keuzes in kunnen maken, en waarmee we inspelen op actuele ontwikkelingen in onze leefomgeving. Met name de toezichttaak leent zich voor het benoemen van dergelijke aandachtsgebieden, met de branche- en thema-aanpak als meest sprekende voorbeelden. Vergunningverlening en de specialistische taken zijn sterk vraaggestuurd, waardoor er minder ruimte is om jaarlijks aandachtsgebieden te benoemen, maar ook daar kunnen onderwerpen spelen die bijzondere aandacht behoeven in het werkprogramma.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Het werkprogramma is door de ODBN opgesteld. Half maart 2025 zijn aan alle gemeenten de concept budgeturen van dit werkprogramma toegestuurd zodat gemeenten hierop konden anticiperen in hun begroting. De definitieve budgeturen (bijlage 2) zijn in samenwerking met de betreffende gemeenten bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. In het deelnemersportaal worden de voortgangsrapportages weergegeven en deelnemerspecifieke documenten zoals gespreksverslagen gedeeld. De ODBN bewaakt de budgetten en signaleert eventuele budgetoverschrijdingen. De deelnemers hebben zelf ook een verantwoordelijkheid om actief te monitoren en tijdig signalen te agenderen bij ODBN. Bijvoorbeeld als er grootschalige projecten aanstaande zijn.

1.5

Financieel kader (in uren)

Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken: ➜ Vergunningverlening (basis- en VTHA-verzoektaken); ➜ Toezicht en handhaving (basis- en VTHA-verzoektaken); ➜ Juridische ondersteuning (basis- en VTHA-verzoektaken); ➜ Overige verzoektaken.

Versie 2.5 november 2025

9

10

De onderstaande financiële uitgangspunten worden gehanteerd voor het berekenen van de budgeturen. Afrekening vindt plaats op basis van daadwerkelijk gerealiseerde uren waardoor de percentages bij algemene werkzaamheden en intake en verzending kunnen afwijken.

3

4

5

6

7

8

 lgemene werkzaamheden ten behoeve van het 1 A werkprogramma: Per gemeente 65 uur + 2,29% van het totaal aantal uren van het werkprogramma van de betreffende gemeente (excl. uren voor Intake en verzending en U&HS en kennisdeling). 2 I ntake en verzending: 14,05% van het totaal aantal uren van het werkprogramma van de betreffende gemeente (excl. uren Algemene werkzaamheden en U&HS en kennisdeling). U&HS en kennisdeling: Samengesteld budget uit de voormalige ROK7% uren (voorheen Geprogrammeerd toezicht), uren voor externe overleggen en kennisopbouw/-ontwikkeling (voorheen Overig deel verzoektaken) en aanvullende uren voor dit nieuwe onderdeel. Vergunningverlening bij bedrijfsgebonden MBA’s: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven). Basistaak bodem en mobiel breken: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 wordt verhoogd naar het niveau van WP2025 vanwege de nieuwe (en groeiende) bodemtaken onder de Omgevingswet. Via het risicomodel wordt een passende invulling gegeven aan de bodemtaken. Deze ontwikkeling is meegenomen voor de inschatting van uren voor 2026.

Asbesttaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Geprogrammeerd toezicht: Omdat de transitie van het inrichtingenbestand naar een MBA-bestand in volle gang is, zijn voor 2026 dezelfde budgeturen voor geprogrammeerd toezicht aangehouden als in 2025. De basisuren zijn aangevuld met uren voor: ➜ de uitvoering van het toezicht bij bedrijven die sinds 2024 onder de Omgevingswet van bevoegd gezag gewisseld zijn (van provincie naar gemeente); ➜ de ex-VVGB-bedrijven: in 2026 is het budget gelijk aan het in 2025 gereserveerde budget voor geprogrammeerd toezicht en handhaving; ➜ het Energiebod; ➜ (administratief ) toezicht op de verplichtingen rond de nieuwe basistaak werkgebonden personenmobiliteit. Niet geprogrammeerd toezicht: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Aanvullend zijn uren opgenomen voor uitbreiding van de capaciteit voor strafrechtelijke handhaving.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

9

Juridische ondersteuning basistaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. 10 Overige verzoektaken: Basis gemiddelde uurbesteding 2022, 2023 en 2024 aangevuld met een trendanalyse (stijgende of dalende lijn) op hoofdlijnen. De uren worden indien nodig bijgesteld op basis van deze trendanalyse om een realistischer beeld te geven. Daarnaast zijn eventuele projectkosten (werkzaamheden door derden zoals monsternames of emissiemetingen) niet in de berekende budgeturen opgenomen. Projectkosten komen niet ten laste van de budgeturen maar worden aanvullend in rekening gebracht.

Versie 2.5 november 2025

11

1.7

12

U&HS en kennisdeling

13

Dit onderdeel is nieuw in het werkprogramma 2026. Enerzijds vallen hier taken onder die al jaren vanuit het voormalige ROK7% budget worden uitgevoerd. Door verplaatsing van dit budget (voorheen gekoppeld aan geprogrammeerd toezicht) beperkt de inzet hiervan zich niet meer tot toezicht, maar kan het breder worden ingezet voor bijvoorbeeld vergunningverlening, bodem of asbest. Anderzijds zullen er ook nieuwe taken voor dit onderdeel worden uitgevoerd. Hieronder worden alle voorkomende taken beschreven: ➜ Opstellen aanpak, monitoring van de uitvoering en evaluatie van de focusthema’s binnen het werkprogramma (incl. de selectie van te controleren bedrijven/ locaties); ➜ Deelname aan regionale of landelijke overlegstructuren, informatie- of netwerkbijeenkomsten m.b.t. de inhoudelijke taken binnen het werkprogramma; ➜ Kennisdeling richting gemeenten en andere organisaties; ➜ Ontwikkeling expertiserollen (bijvoorbeeld water en bodem) bij ODNL.

1.8

Budgetten

In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de algemene werkzaamheden opgenomen.

1.6

Algemene werkzaamheden

Ten behoeve van het werkprogramma worden verschillende algemene werkzaamheden uitgevoerd. Hierbij moet gedacht worden aan: ➜ Het opstellen van het (concept-)werkprogramma (inclusief evaluatie voorgaande werkprogramma, uitvoeringsanalyse en opstellen focusthema’s); ➜ Monitoring op de juiste uitvoering van het werkprogramma; ➜ Verantwoording over het werkprogramma; ➜ Advisering van (account)managers m.b.t. de accounts; ➜ Het opstellen van en bijdragen leveren aan sturingsinformatie (uitvoeren van analyses en ontwikkeling van dashboards) m.b.t. het werkprogramma; ➜ Bijdragen leveren in gehele P&C cyclus (kadernota, begroting, burap’s en jaarverslag) t.b.v. ontwikkeling en uitvoering werkprogramma; ➜ Deelname aan accountoverleggen; ➜ Ontwikkeling en monitoring van kengetallen, vernieuwing van het werkprogramma en ontwikkeling rapportages.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

14

2 Vergunningverlening

15

2

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

15

16

2 Vergunningverlening

2.1

Inleiding

De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest met grote invloed op vergunningverlening. Ook voor 2026 lijkt dit nog steeds het geval. De nieuwe energiedragers (EOS) zoals lithium-ion batterijen en de opslag van waterstof zijn nog niet goed vastgelegd in de wet. Op dit moment kunnen we hier alleen via de zorgplicht op sturen. Mogelijk wordt dit in 2026 aangepast en ontstaat er een meldplicht voor. Op 1 juli 2026 komt er een wijziging aan van de Europese richtlijn industriële emissies en veehouderijen (RIE). Deze wijziging verplicht het Bevoegd gezag om scherp te vergunnen. Daarnaast constateren we dat voor vergunningverlening ZZS een steeds groter en belangrijker onderwerp wordt (zoals dat ook landelijk geldt). De ontwikkelingen binnen de veehouderij zijn van grote invloed op het aantal vergunningaanvragen en meldingen maar zeker ook de afhandeling hiervan (zie paragraaf 2.2.2). Er zijn veel opgeschorte vergunningaanvragen die mogelijk ook in 2026 nog niet afgehandeld kunnen worden.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Verder wordt opgemerkt dat rond de inwerkingtreding van de Omgevingswet een piek in het (agrarische) werk is ontstaan. Het gaat dan met name om initiatieven die nog op het laatste moment zijn ingediend onder het oude wettelijke regime. De afhandeling hiervan kende een doorloop naar 2025. Sommigen zullen ook in 2026 nog doorlopen als het onderdeel natuur niet vergunbaar is. In het RSP van april 2025 is afgestemd dat de ODBN als standpunt zal innemen dat aan een OBM m.e.r., waaraan voor 1-1-2024 nog geen uitvoering werd gegeven, of die pas is verleend na 1-1-2024, gekwalificeerd kan worden als een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Het blijft afwachten of de gekozen lijn uiteindelijk in rechte stand zal houden.

2.2

Bedrijfsgebonden milieubelastende activiteiten (MBA’s)

De werkzaamheden voor vergunningverlening voor bedrijfsgebonden MBA’s omvatten: ➜ Behandelen aanvragen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; ➜ Behandelen van aanvragen voor een vergunning omgevingsplan activiteit (OPA) ➜ Behandelen milieuneutrale wijziging omgevingsvergunning; ➜ Beoordelen omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) (aanvragen vóór 1 januari 2024); ➜ Actualiseren voorschriften omgevingsvergunning; ➜ Intrekken omgevingsvergunning (zie focusthema vergunningverlening); ➜ Overige adviezen m.b.t. omgevingsvergunningen (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage E-PRTR); ➜ Beoordelen meldingen milieubelastende activiteiten; ➜ Beoordelen informatieplicht (gegevens en bescheiden) milieubelastende activiteiten; ➜ Opstellen maatwerkvoorschriften/ beoordelen gelijkwaardigheid.

Versie 2.5 november 2025

17

18

Het betreft het behandelen van een aanvraag, melding of informatieplicht inclusief het beoordelen van onderzoeken die hieruit voortkomen. Daarnaast nog eventuele juridische inzet inclusief zienswijze maar exclusief bezwaar- en beroepsprocedures. Bezwaar- en beroepsprocedures zijn opgenomen in hoofdstuk 4 Juridische ondersteuning.

2.2.1 Omgevingswet Binnen vergunningverlening – zowel agrarisch als industrieel – wordt benadrukt dat we nog altijd ervaring opdoen met de Omgevingswet. Ook het feit dat we nog steeds Wabo-aanvragen hebben lopen, speelt hierbij een rol. Hierdoor zijn nog veel vergunningverleners met oude wetgeving bezig. Landelijk bevinden we ons in een ontwikkelfase. Zo zijn we afhankelijk van de opbouw van jurisprudentie en komen er nog de nodige aanpassingen op de wet, waarmee de wetgever beoogd geconstateerde onvolkomenheden weg te nemen. Voor meldingen geldt dat het melden per milieubelastende activiteit tot meer procedures leidt. Daar komen de verschillende informatieplichten nog bij. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om meerdere procedures te bundelen en tegelijk af te handelen. De schriftelijke afhandeling van deze procedures wordt ook gebundeld. Dit werkt klantvriendelijker richting ondernemers. Maar over het geheel genomen leidt de nieuwe systematiek tot een hogere workload. Efficiëntere afhandeling en doorontwikkeling van de werkwijzen hebben in 2025 de aandacht gehad, maar hebben nog niet geleid tot een lagere workload. Daarom wordt ook in 2026 verder gezocht naar mogelijkheden binnen automatisering/robotisering om onze processen efficiënter in te richten.

2.2.2 Transitie veehouderij Binnen de veehouderij zijn al jaren vele ontwikkelingen die van invloed zijn op het aantal vergunningaanvragen en meldingen en daarnaast heel bepalend zijn voor de wijze waarop het werk uitgevoerd moet worden. De belangrijkste ontwikkelingen zijn:

ter consultatie tot 10 september 2025. Na inwerkingtreding mogen deze vloeren niet meer worden toegepast bij nieuwbouw of verbouw, wat gevolgen heeft voor vergunningaanvragen in het kader van de stallendeadline. Pluimvee: De staatssecretaris van IenW is voornemens om de emissiefactor voor nieuw te bouwen volièrestallen tijdelijk met een factor 3 te verhogen. Dit betekent dat pluimveehouders bij nieuwbouw moeten kiezen voor effectievere staltechnieken om aan de ammoniaknormen te voldoen. ➜ Beter Leven 1 Ster (BLK1*) Vanaf eind 2023 verkopen supermarkten alleen nog maar kippenvlees dat minimaal één ster van het Beter Leven keurmerk (BLK1*) van de Dierenbescherming draagt. Er is onvoldoende zekerheid om voor een individuele veehouder uitspraken te doen dat overstappen naar BLK1* niet leidt tot een depositiestijging met negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Hierdoor is het nagenoeg onmogelijk om een natuurvergunning te krijgen voor de aanpassingen van de stal. ➜ Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)/ Omgevingsplan Vanaf 1 januari 2024 zijn geurnormen onderdeel van het omgevingsplan. De 50%-regeling verdwijnt en normen worden aangescherpt. Politieke besluitvorming over verdere stappen is nog onzeker. Het zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontwikkelingen grote impact hebben op de agrarische vergunningverlening en dat de inzichten en werkwijzen blijven veranderen.

Onzekerheid over de werking van stalsystemen leidt tot uitstelgedrag bij ondernemers. De aanvragen die wel worden ingediend, kunnen dan vaak niet worden afgehandeld door de onduidelijkheden over emissiearme stalsystemen.

➜ Omgevingsverordening (OV) Provinciale Staten van Noord-Brabant heeft een motie aangenomen waarbij de stallendeadline voor melkveehouders en kalverhouders wordt uitgesteld van 1 januari 2026 naar 1 juli 2026. De ‘uitzingregeling’ tot 1 januari 2028 is ook nog van toepassing. ➜ Beëindiging veehouderij met als gevolg wijziging van activiteiten De bestaande beëindigingsregelingen in verband met de stikstofproblematiek (LBV en LBV-plus) zijn gesloten. Echter door de problematiek rondom stikstof kunnen de meeste vergunningen nog niet worden ingetrokken. De tweede tranche van de Maatregel gerichte aankoop en beëindiging veehouderijen (MGA2) is in voorbereiding. ➜ OW-codering stalsystemen De onzekerheid over de houdbaarheid van OW-codes en emissiefactoren houdt aan. De minister wil een nieuw robuust beoordelingssysteem ontwikkelen dat innovatie mogelijk maakt en betrouwbare emissie-indicatoren biedt. ➜ Innovatie en borging van emissiearme stalsystemen Melkvee: Op 30 juni 2023 gaf de minister (LNV) aan dat emissiearme vloeren voor melkveestallen van vóór 2021 in de praktijk onvoldoende ammoniakreductie bieden. Daarom worden de emissiefactoren herzien. Een wijziging van bijlage V van de Omgevingsregeling ligt

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

19

20

Op dit moment is het beeld dat deze vergunningaanvragen wellicht afgehandeld kunnen worden in 2026. Daarnaast zijn vooral in 2024 veel initiatieven van rundveehouders ontvangen en worden er nog meer verwacht. De deadline voor kalver- en melkveehouders is uitgesteld naar 1 juli 2026. Alhoewel al veel rundveehouders een aanvraag hebben ingediend, worden toch nog meerdere aanvragen voor 1 juli 2026 verwacht.

2.2.3 Afhandeling van meldingen, informatieplichten en vergunningen Voor aanmeldnotities m.e.r. wordt de systematiek gehanteerd die is opgesteld naar aanleiding van de maatregelen en aanbevelingen vanuit de Taskforce VTH en transitie veehouderij. Voor de afhandeling van meldingen en informatieplichten (gegevens en bescheiden) die betrekking hebben op veehouderijen is een checklist ontwikkeld. Via de checklist wordt bepaald of inhoudelijke toetsing nodig is. Zo niet, dan wordt de melding en/of informatieplicht direct afgewerkt. Voor de overige bedrijven is een risicogerichte afhandeling van toepassing. Industriële meldingen/ informatieplichten worden in principe enkel getoetst op de indieningsvereisten en of de melding gegrond is ingediend. Bij bedrijven waar klachten spelen of die bestuurlijk gevoelig zijn, worden de meldingen ook inhoudelijk beoordeeld. Een voorbeeld hiervan zijn informatieplichten van tennisverenigingen met padelbanen. Daarnaast wordt nog maar één keer verzocht om aanvullende stukken. Bij uitblijven hiervan wordt de procedure stopgezet.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Het aspect geluid is losgekoppeld van de melding en wordt voortaan risicogericht benaderd. Geluid is sinds de Omgevingswet geregeld in het omgevingsplan. Als aanvullende gegevens nodig zijn voor geluid of verdere beoordeling nodig is, wordt hiervoor een losse procedure gevolgd (informatieplicht). Vergunningen en OBM’s worden afgehandeld volgens de wettelijke kaders en de werkwijze die de afgelopen jaren zijn gehanteerd. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het instrument OBM verdwenen. Voor OBM’s ingediend voor in de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt dat deze worden afgehandeld volgens het geldende recht op moment van indienen.

2.2.4 Actualiseren van vergunningen Geprogrammeerd actualiseren Het is van belang dat vergunningen zoveel mogelijk actueel zijn. Dit werd onder meer benadrukt in het Rapport ‘Met recht balanceren’ van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). In het rapport stelt de Rli dat van die actualiseringsplicht in de praktijk onvoldoende terecht komt. De Rli beveelt aan om actief en serieus invulling te geven aan de actualiseringsplicht van vergunningen en algemene regels. Ook uit de visitatie in 2022 blijkt dat ODBN te weinig aandacht geeft aan het geprogrammeerd actualiseren, naast de actualisaties op onderstaande gebieden. In 2025 is er vanuit het programma collectieve taken opdracht gegeven om dit te verbeteren. In 2026 zullen we in een pilotvorm uitvoering geven aan meer geprogrammeerd actualiseren. In de jaren die daarop volgen

Versie 2.5 november 2025

21

22

hopen we dat dit nog makkelijker kan door de investering op onze digitale datahuishouding, de verbeterde registratie van MBA's en het inzetten van AI. Actualiseren op basis van BBT-conclusies of een (andere) wijziging van wet- en regelgeving Deze actualisatie is noodzakelijk en hieraan zijn vaak wettelijke termijnen verbonden. Dit betreft over het algemeen meerdere vergunningen. De ODBN is aangesloten bij het Landelijk Netwerk BREF's. Wijzigingen met betrekking tot BBT-conclusies actief bijgehouden. Als er sprake is van een wijziging in BBT-conclusies, dan moet de vergunning vaak binnen 4 jaar geactualiseerd worden. Signalen vanuit toezicht Handhaving wordt bemoeilijkt door het feit dat een vergunning niet meer actueel is. Op basis van risicoprioritering zal worden beoordeeld in hoeverre direct een actualisatie nodig is, dan wel dat het in een vergunningprocedure op termijn kan worden meegenomen. Daarbij wordt intensief samengewerkt tussen toezicht en vergunningverlening doordat de toezichthouder tijdens de controle al nagaat of er wel aan de nieuwe, nog op te leggen, voorschriften kan worden voldaan.

Bij het intrekken van een vergunning moeten verschillende belangen afgewogen worden, zoals het milieubelang maar ook het financiële (bedrijfs)belang. Voordat daadwerkelijk tot intrekken wordt overgegaan, vindt altijd afstemming met de betreffende gemeente plaats (met uitzondering van intrekkingen op verzoek van de vergunninghouder).

2.2.6 U&HS en focusthema's vergunningverlening De doelstellingen van diverse expertisegebieden uit de U&HS zorgen voor efficiëntere en effectievere taakuitvoering. Een aantal thema's, zoals Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), oppervlaktewater in het kader van indirecte lozingen, scherp vergunnen op het gebied van luchtkwaliteit, geluid en het thema circulaire economie komen terug in onze taakuitvoering. Specifieke aandacht zal in 2026 worden verleend aan de onderwerpen zoals gekozen in de focusthema's door het RSP. Dit is het geprogrammeerd actualiseren op het thema afval/Circulair Materialenplan (CMP) en het actief intrekken van niet in gebruik zijnde ruimte in de vergunningen. De focusthema's worden hierna nader toegelicht. Focusthema 1: Afval/CMP Opgave: Eind 2025 treedt het CMP (naar verwachting) in werking. Wanneer het CMP in werking treedt, moeten bevoegde gezagen er rekening mee houden bij besluiten en afgegeven vergunningen indien van toepassing daarop actualiseren. Voor deze actualisatieplicht geldt een termijn van 1 jaar.

Tijdens een vergunningaanvraag Met het behandelen van een vergunningaanvraag wordt geconstateerd dat de vergunning niet meer op alle onderdelen actueel is. Het actualiseren gebeurt in de procedure van het afhandelen van de aanvraag.

2.2.5 Intrekken van vergunningen Vergunningen (incl. OBM’s) van bedrijven die gestopt zijn met hun activiteiten worden waar mogelijk actief ingetrokken. Niet alle deelnemers van de ODBN hebben hierover beleid vastgesteld. Als ODBN hebben we daarom kaders ontwikkeld waarin wordt beschreven hoe de ODBN, bij ontbreken van gemeentelijk beleid, met de bevoegdheid tot het intrekken van een vergunning bij niet-gebruik omgaat. Hoewel het juridisch dus mogelijk is om na één jaar een procedure tot intrekken te starten, hanteert de ODBN in de praktijk als uitgangspunt een periode van drie jaar. Ambtshalve intrekking van een vergunning gebeurt op basis van de volgende aanleidingen: 1. Door toezicht wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van een (deel van de) vergunning. 2. Tijdens het behandelen van een vergunningaanvraag of melding wordt geconstateerd dat er geen gebruik meer gemaakt wordt van een (deel van de) vergunning.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

23

24

25

Relatie doelstellingen U&H-strategie: Zowel Afval als circulaire economie (CE) zijn als ‘expertisegebieden’ opgenomen in de U&H-strategie. De ODBN streeft samen met haar deelnemers naar het vergroten van het aandeel van de CE en het tegengaan van ongecontroleerde en milieuschadelijke afvalstromen en ongewenst gebruik. Daarbij zijn aandacht voor het verwerkingsbeleid en CE als beoordelingscriterium bij vergunningverlening beiden opgenomen als subdoelen.

2.2.7

Aanpak: In 2026 worden de bestaande vergunningen doorgelicht en wanneer noodzakelijk geactualiseerd zodat deze voldoen aan het CMP.

Verder worden aanvragen getoetst aan het in Brabant ontwikkelde Endotoxinetoetsingskader. Dit toetsingskader is opgesteld door het Ondersteuningsteam veehouderij en volksgezondheid.

Focusthema 2: Actief intrekken niet in gebruik zijnde ruimte vergunning Opgave: het komt regelmatig voor dat niet (volledig) gebruik wordt gemaakt van de rechten die onderdeel uitmaken van een vergunning. Niet-gebruik van vergunningen is om meerdere redenen ongewenst. Zo kunnen vergunde rechten die onbenut zijn, de ontwikkelingsruimte voor anderen beperken en zelfs onmogelijk maken. Dit speelt in het bijzonder in relatie tot complexe uitdagingen zoals de stikstofproblematiek.

2.2.7.2 Europese PRTR-verordening (E-PRTR) Voor bepaalde bedrijven, met activiteiten die nadelig zijn voor het milieu, geldt een verplichte jaarlijkse milieujaarrapportage via het elektronisch milieujaarverslag (e-MJV). Hierin rapporteren de industriële bedrijven over hun afval, energie- en waterverbruik en emissies naar lucht, water en bodem. Via de landbouwmodule van het e-MJV rapporteren de agrarische bedrijven de emissies van ammoniak, fijnstof, methaan en lachgas. Deze bedrijven zijn verplicht een Meet- en Registratiesysteem (MRS) te hebben waaruit de informatie gehaald kan worden.

Relatie doelstellingen U&H-strategie: Onder het expertisegebied ‘Natura 2000-gebieden’ is het actief intrekken van vergunningen om niet in gebruik zijnde ruimte te voorkomen expliciet opgenomen als doelstelling.

Overige werkzaamheden i.h.k.v. vergunningverlening

2.2.7.1 Veehouderij en volksgezondheid Voor vergunningaanvragen die betrekking hebben op de MBA Veehouderij wordt in een aantal gevallen een advies opgevraagd bij de GGD. Het wel of niet opvragen van een advies is afhankelijk van het risico voor de omgeving van het aangevraagde initiatief. Het GGD-advies wordt meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.

Het integraal PRTR-verslag bestaat uit de rapportage in het kader van de E-PRTR aangevuld met noodzakelijke bevragingen. Van alle bedrijven wordt het PRTR-verslag beoordeeld. Waar nodig wordt een aanvullende controle uitgevoerd op het verifiëren van de ingevulde data en/of het MRS.

Aanpak: De ODBN ontwikkeld een werkwijze voor het intrekken van in aanmerking komende vergunningen. In 2026 wordt hier prioriteit aan gegeven, binnen de beleidskaders van de deelnemers.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

26

2.2.8

27

Omgevingstafel

Bij complexe en/of meervoudige cases vindt participatie (door de ODBN) aan de omgevingstafel plaats en ligt het casemanagement bij het bevoegd gezag (rolbeschrijvingen vastgelegd bij Vereniging Nederlandse Gemeenten). In enkelvoudige cases (alleen milieu) ligt het casemanagement bij de ODBN. Een initiatief tot een omgevingstafel ligt echter bij het bevoegd gezag. De ODBN sluit namens het bevoegd gezag graag aan bij deze omgevingstafels.

2.3

Meldingen basistaken bodem en mobiel breken

Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op de bodem en mobiel breken.

Taken: ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen en (tijdelijk) opslaan van grond (zeven, ontwateren, samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen en opslaan), risicogericht met behulp van een quick-scan. ➜ Het beoordelen van meldingen mobiel breken volgens een risicogerichte werkwijze. ➜ Het beoordelen van informatieplichten graafactiviteiten in schone grond (gelijk aan of onder interventiewaarde). ➜ Het beoordelen van meldingen en informatieplichten graafactiviteiten kleiner en groter dan 25 m³ in verontreinigde grond (boven interventiewaarde) > er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering. ➜ Het beoordelen van meldingen in het kader van het uitvoeren van bodemsaneringen. ➜ Het beoordelen van meldingen gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Het beoordelen van meldingen toepassen van grond of baggerspecie als bovenafdichting op een voormalige stortplaats in het kader van functionele toepassing/ in stand houden afdeklaag. ➜ Het beoordelen van informatieplichten voor de toepassing van immobilisaten. De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel en het LHSO.

2.4

Meldingen sloop met asbest

Het beoordelen van verschillende typen meldingen en informatieplichten die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop

Taken: ➜ Het beoordelen van sloopmeldingen asbestverwijdering en gecombineerde meldingen asbestverwijdering/ bouwkundige sloop. Onderdeel van deze beoordelingen vormt het toetsen van asbestinventarisatierapporten. ➜ Het beoordelen van stukken met betrekking tot de informatieplicht bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of asbestafval (risicomatrix, stikstofmaatregelen en een eventueel sloopveiligheidsplan). ➜ Het toetsen/ beoordelen van een sloopmelding voor particuliere asbestverwijdering (sloop van minder dan 35 m² asbest). Deze verzoektaak is bij dit onderdeel opgenomen omdat de omvang hiervan te gering is om dit apart in te regelen. De aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken worden uitgevoerd volgens ons risicomodel het het LHSO.

2.5

Budgetten

In bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor vergunningverlening opgenomen.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

28

3 Toezicht en handhaving

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

29

Versie 2.5 november 2025

30

3 Toezicht en handhaving

3.2

Doelstellingen en rapportage

31

Doelstelling

3.1

Inleiding

Binnen alle vormen van toezicht zoeken we continu naar manieren om slimmer, efficiënter en effectiever te werken. Data gedreven werken (DGW) is een belangrijk hulpmiddel om slimmer te werken. Het vergroot de effectiviteit, efficiëntie, transparantie en flexibiliteit. Dit is onmisbaar in een omgeving waarin steeds meer van de ODBN wordt gevraagd en de tijdsbesteding die hiervoor nodig is. Bij het geprogrammeerd toezicht zetten we het “Risicomodel milieutoezicht” in (zie bijlage 4 voor toelichting). Het doel hiervan is te focussen op locaties met de grootste (milieu)risico’s of waarbij het naleefgedrag laag is. Zo benutten we onze toezichtcapaciteit zo optimaal mogelijk. Het model is dynamisch: gegevens zoals gemelde afvalstromen, nieuwe milieubelastende activiteiten (MBA’s) of handhavingstrajecten kunnen in de loop van de tijd veranderen. De selectie van bedrijven is daardoor altijd een momentopname.

Artikel 13.5 lid 2 van het Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst zorgen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten daartoe door de omgevingsdienst uitgevoerd worden. In de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 (zie paragraaf 1.3 Uitgangspunten, beleidskaders) zijn bovenstaande elementen geborgd en wordt invulling gegeven aan dit artikel. In de beschrijvingen van de focusthema's en overige onderdelen van het werkprogramma wordt de relatie met de te behalen doelstellingen gelegd.

Rapportage Op basis van artikel 13.11 lid 1 van het Omgevingsbesluit moet (minimaal) jaarlijks gerapporteerd worden over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen.

In 2024 is het risicomodel voor het eerst ingezet om industriële bedrijven te selecteren voor geprogrammeerd toezicht. In 2025 hebben we deze werkwijze voortgezet. We volgen en evalueren de effecten van het model nauwgezet om het verder te verbeteren. De verbeteringen worden meegenomen in de selectie van bedrijven voor 2026. Ook veehouderijen worden dan vanuit het risicomodel geselecteerd. Hoewel het model een belangrijke rol speelt in de selectie, blijft de menselijke check doorslaggevend. We richten ons niet alleen op de bedrijven met de hoogste risicoscores. Ook voor het toezicht is het belangrijk een goede dwarsdoorsnede van het bedrijvenbestand te hebben. Zo houden we ook zicht op bedrijven met (voor zover bekend) lagere (milieu)risico’s. Dit heeft verschillende redenen: ➜ Op dit moment is nog niet over elk bedrijf evenveel informatie beschikbaar. Om tunnelvisie te voorkomen worden er bewust ook bedrijven geselecteerd die een lagere risicoscore hebben om ‘het net op te halen’. Uitkomsten hiervan helpen ons om het model verder te voeden.  e stemmen de toezichtstaken af op de beschikbare capaciteit. Controles bij bedrijven met een ➜ W hoge risicoscore zijn vaak complex en niet geschikt voor junior toezichthouders.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

32

Deze werkwijze heeft ook tot gevolg dat de selectie van bedrijven met het risicomodel pas in de voorbereidingsfase plaatsvindt en het totaal aantal uit te voeren inspecties niet in dit werkprogramma is opgenomen. De selectie van bedrijven kan voorafgaand aan controle worden gepresenteerd aan de gemeenten, zodat zij in de gelegenheid zijn om bij hen bekende informatie over deze bedrijven te delen of om aan te haken bij de controle (bijv. in het kader van bouwen). Gezien de huidige systematiek betreft het een dynamische lijst die gedurende het jaar kan wijzigen.

3.3.2

Bedrijven met een vaste bezoekfrequentie

Een bepaalde categorie bedrijven wordt niet met het risicomodel geselecteerd maar kent een vaste bezoekfrequentie van 2x per jaar, jaarlijks of eenmaal per 2 jaar. Hiervoor kunnen uiteenlopende redenen zijn zoals, bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit, IPPC-bedrijf (industrieel) of specifieke klachtsituatie. Deze bedrijven worden zowel door de ODBN als door de gemeenten aangedragen en jaarlijks onderling besproken.

3.3 Geprogrammeerd toezicht en handhaving In dit onderdeel worden de verschillende toezichttaken beschreven. Onder toezicht worden hier alle handelingen verstaan tot bestuursrechtelijke handhaving. Dat wil zeggen dat het voornemen dwangsom/ bestuursdwang (en eventuele zienswijzen) onder geprogrammeerd toezicht valt, maar vanaf de definitieve beschikking vallen de werkzaamheden onder repressieve bestuursrechtelijke handhaving (niet-geprogrammeerd toezicht). In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze in 2026 invulling wordt gegeven aan geprogrammeerd toezicht. Dit wordt gedaan aan de hand van de volgende onderdelen:  edrijvenlijst ➜ B  edrijven met een vaste bezoekfrequentie ➜ B ➜ F ocusthema’s toezicht  nbekende (illegale) activiteiten ➜ O

3.3.1

Bedrijvenlijst

Door de steeds grotere inbedding van het datagedreven werken (DGW) wordt meer tijd besteed aan de voorbereiding van toezicht. Dit wordt voornamelijk vormgegeven door voorafgaande aan het toezicht informatie te verzamelen en een data-analyse uit te voeren. DGW is het op gerichte wijze verzamelen en analyseren van data om de daaruit voortkomende informatie en inzichten te gebruiken bij het maken van keuzes en het verbeteren van de organisatie van het toezicht. Bij de totstandkoming van dit werkprogramma en de bedrijvenselectie voor 2026 speelt DGW een belangrijke rol. De selectie wordt ook afgestemd op het personeelsbestand.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Een aantal van de gehanteerde selectiecriteria zijn inmiddels opgenomen in het risicomodel en op termijn zal het risicomodel wellicht leidend worden in de selectie. Op dit moment komt dat nog te vroeg omdat zaken als bestuurlijke gevoeligheid, complexiteit bedrijf of gevoelig voor ondermijning nog niet (geautomatiseerd) ontsloten kunnen worden. Ook vallen controles in het kader van de Europese PRTR-verordening (E-PRTR) (zie paragraaf 2.2.7.2) onder deze categorie. Elk jaar worden alle bestaande bedrijven met een vaste bezoekfrequentie heroverwogen en wordt de lijst waar mogelijk opgeschoond.

Risicorelevante bedrijven (RRB) Omdat op de risicorelevante bedrijven specifieke criteria van toepassing zijn en deze een eigen aanpak kennen, vormt dit een subgroep binnen de categorie bedrijven met een vaste bezoekfrequentie. Net als in voorgaande jaren zal in 2026, waar mogelijk, de interventiemethodiek worden toegepast. Risicorelevante bedrijven worden in een aantal gevallen gezamenlijk met de Veiligheidsregio en/of een Waterschap bezocht. De methodiek is gericht op een proactieve houding en risicogericht toezicht, waarbij wordt gestuurd op eigen verantwoordelijkheid van de bedrijven.

3.3.3

Focusthema’s toezicht

Net als voor de vergunningverleningstaak zijn ook voor toezicht via de Uitvoeringsanalyse focusthema’s benoemd. Deze thema’s kunnen betrekking hebben op prioritaire bedrijven - en daarmee richting geven aan de wijze waarop het Risicomodel Milieutoezicht wordt toegepast op de branches en thema’s die in een jaar bijzondere aandacht krijgen, of op de gebiedsgerichte aanpak. Voor 2026 zijn de focusthema’s toezicht allemaal toegesneden op een specifieke aanpak (branche- en thematoezicht).

Versie 2.5 november 2025

33

34

Er zijn altijd wel ontwikkelingen in de omgeving– bijvoorbeeld rond bepaalde milieurisico’s – die vragen om een meer specifieke en planmatige aanpak. Het gaat dan bijvoorbeeld om specifieke thema’s of bepaalde branches waar zich een probleem of zekere risico’s voordoen. Bij de selectie van focusthema’s die zich lenen voor deze specifieke aanpak speelt de uitvoeringsanalyse een belangrijke rol. Focusthema’s waarvoor een specifiek plan wordt uitgewerkt volgen bijvoorbeeld uit de data vanuit het risicomodel, prioriteiten van deelnemers of de kennis en ervaring uit de uitvoeringspraktijk. Voor 2026 zijn de volgende focusthema’s die zich lenen voor de specifieke aanpak benoemd: ➜ L ithium-ion batterijen ➜ Indirecte lozingen (Kader Richtlijn Water)  ZS ➜ Z ➜ L uchtwassers  acontroles asbest ➜ N Daarmee is in afstemming met de deelnemers voor 2026 doelbewust gekozen voor een beperking in het aantal branches/thema’s voor de specifieke aanpak. Dit zodat er ruimte ontstaat om de focusthema’s projectmatig en integraal aan te pakken, zodat deze aanpak duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van de bedrijvenlijst.

Focusthema 3: Lithium-Ion batterijen (PGS 37 1 & 2) Opgave: Lithium-ion batterijen worden gebruikt in voertuigen, huishoudens, energiesopslagsystemen (EOS) of buurtbatterijen. De meesten hiervan zijn veilig. Echter kan door oververhitting een 'thermal runaway' ontstaan. Dit leidt tot een felle en lastig te bestrijden brand waarbij ook giftige stoffen vrijkomen. In 2023 zijn de richtlijnen PGS 37-1 (EOS) en PGS 37-2 (opslag lithiumbatterijen) vastgesteld. Deze PGS'en bieden voorschriften voor het veilig omgaan met energieopslagsystemen en de opslag van lithium-ion batterijen. De verwachting is dat deze in 2026 worden verankerd in de wet. Daarbij is nog niet duidelijk of sprake is van een meldplicht. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Gelet op het veiligheidscomponent sluit dit aandachtsgebied aan op de strategische doelstelling van de ODBN om ‘het ontstaan van risicovolle situaties in ruimtelijke inrichting te voorkomen’ (expertisegebied ‘Omgevingsveiligheid en gevaarlijke stoffen’). Nieuwe energiedragers worden ook in de omgevingsanalyse benoemd als belangrijk nieuw onderwerp. Aanpak: In 2026 ligt de nadruk op de eerste plaats op het zoveel mogelijk in kaart brengen van revisiebedrijven (PGS 37-2). Door middel van controle worden de aanwezige risico’s ingeschat en worden de bedrijven hierover geïnformeerd. Het is mogelijk om via maatwerk nadere eisen te stellen.

Gelet op de naderende wetgeving zullen we hier – afhankelijke van de beoordeling van de risico’s – terughoudend mee omgaan. Ook voor bedrijven met EOS (PGS 37-1) onderzoeken we de mogelijkheden om in kaart te brengen waar deze zich bevinden. Ook hier kiezen we in beginsel voor informeren, maar zullen we niet nalaten op te treden bij risicovolle situaties. Focusthema 4: Indirecte lozingen (KRW) Opgave: Waterkwaliteit wordt een steeds belangrijker thema, niet in de laatste plaats gelet op de naderende deadline van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Veel wateren voldoen niet aan de eisen van de KRW doordat er schadelijk afvalwater wordt geloosd op rioolsystemen. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Oppervlaktewater i.c.m. indirecte lozingen is een eigen expertisegebied met meerdere nevendoelen in de U&H-strategie. De ODBN streeft met haar deelnemers naar schoner oppervlaktewater door minder vervuilende indirecte lozingen. Hiervoor zoekt de ODBN o.a. actief de samenwerking op met de waterschappen en andere ketenpartners. Aanpak: Nog in 2025 wordt vanuit Waterschap Aa en Maas per gemeente een overzicht opgeleverd van ter zake doende schadelijke stoffen in het water. De inzet van de ODBN op dit onderwerp is mede afhankelijk van de uitkomsten van de inventarisatie van het waterschap en de mate waarin te herleiden is waar de stoffen vandaan komen.

Bezien wordt of de aanpak van het project bij de gemeente Oss verbreed kan worden naar andere locaties. Bij de aanpak van indirecte lozingen is ook een link met de aanpak ZZS.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

35

36

Focusthema 5: ZZS Opgave: ZZS is een ingewikkeld thema. De lijst met ZZS is lang en veel bedrijven zijn onbekend met ZZS en/of mogelijke alternatieven. Het is belangrijk om in kaart te brengen waar welke ZZS te verwachten zijn, voor welke ZZS minder schadelijke alternatieven voorhanden zijn en om toezichthouders een handelingsperspectief te bieden bij het aantreffen van ZZS. Relatie doelstellingen U&H-strategie: ZZS is een eigen expertisegebied in de U&H-strategie. Daarin wordt o.a. het belang van aandacht voor ZZS bij vergunningverlening en toezicht benadrukt, en ook het belang van ‘experimenteren’. Aanpak: In 2026 maken we inzichtelijk welke ZZS we in ons gebied hebben of kunnen verwachten. Daarbij maken we waar mogelijk een koppeling tussen ZZS en minder schadelijke alternatieven. Als startpunt maken we zoveel mogelijk gebruik van vergelijkbare initiatieven vanuit andere omgevingsdiensten, gekoppeld aan eigen ervaring, om in beeld te brengen waar we welke ZZS kunnen verwachten. We bieden onze toezichthouders en vergunningverleners een handelingskader zodat toezichthouders weten waar ze op moeten letten en optreden bij ZZS.

Focusthema 7: Nacontroles asbestsaneringen Opgave: Er worden door de ODBN incidenteel eindinspecties gedaan na asbestsaneringen. Het komt voor dat na afronding van een sanering blijkt dat er nog asbest aanwezig is. Dit kan leiden tot blootstelling en emissie naar het milieu. We missen inzicht in hoe vaak dit zich in werkelijkheid voordoet, maar er is een breed gedeeld beeld binnen de vakgroep (ook bij andere od’s) dat het gaat om significante aantallen. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Sloop en asbest is een eigen expertisegebied in de U&Hstrategie met het ‘toezien op het juist verwijderen van asbest’ als nevendoelstelling. Aanpak: Bij wijze van steekproef/pilot wordt een nader overeen te komen aantal nacontroles gedaan, om het signaal beter te kunnen staven en de meerwaarde van deze aanpak in kaart te brengen. Wanneer blijkt dat een locatie ten onrechte is vrijgegeven, wordt de situatie bevroren, de betrokkenen worden teruggeroepen en er wordt voor gezorgd dat het nog aanwezige asbest juist wordt gesaneerd. Eventuele handhaving kan via de zorgplicht, zeker bij bedrijven die regelmatig de fout in gaan. Hiervan wordt ook actief een lijst bijgehouden. Ook dienen we een melding in bij de certificerende instanties bij recidive. Het project "Nacontroles asbestsaneringen" komt ten laste van de opdracht “Toezicht sloop met asbest” in plaats van “Geprogrammeerd toezicht”.

En is voor de leesbaarheid van het programma hier onder gebracht.

Focusthema 6: Luchtwassers Opgave: Bij het uitvoeren van controles blijkt regelmatig dat de gebruikerseisen van luchtwassers niet goed worden nageleefd. We constateren dat luchtwassers soms bewust of onbewust worden uitgezet of dat databestanden worden gemanipuleerd. Als luchtwassers niet naar behoren werken, wordt meer ammoniak en fijnstof uitgestoten dan vergund. En bovendien ontstaat geuroverlast. Het is niet precies duidelijk om hoeveel luchtwassers het gaat in ons werkgebied. Relatie doelstellingen U&H-strategie: Luchtwassers worden niet expliciet benoemd in de U&Hstrategie en de bijbehorende doelstellingen, maar heeft indirect betrekking op verschillende expertisegebieden zoals luchtkwaliteit, geur en Natura 2000-gebieden en aanverwante nevendoelstellingen. Aanpak: Voor de luchtwassers is recent een landelijke werkwijze/handhavingsplan vastgesteld, opgesteld vanuit de ODBN in samenwerking met andere od’s. Deze aanpak wordt gevolgd. Daarnaast worden bedrijven met luchtwassers zoveel mogelijk in kaart gebracht, daarbij gebruikmakend van verschillende databronnen zoals de DC en KRD. Vervolgens worden bedrijven geprioriteerd op basis van naleefgedrag, omvang en klachten. Deze bedrijven worden aangeschreven om logdata te overleggen, welke wordt geanalyseerd aan de hand van de luchtwasserscheck.

Bij eventuele tekortkomingen of overtredingen wordt het bedrijf hierop aangeschreven of fysiek gecontroleerd, afhankelijk van de ernst van de bevindingen. De resultaten van deze aanpak worden geëvalueerd, waarna wordt bezien of en hoe deze geborgd moet worden in de reguliere taakuitvoering Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

37

38

39

3.3.4 Onbekende (illegale) activiteiten In deze paragraaf staat beschreven hoe gezocht wordt naar milieubelastende activiteiten die onbekend zijn bij de ODBN. Dit gaat vaak gepaard met illegaliteit, omdat veel activiteiten vooraf vergund of gemeld moeten worden waardoor deze niet meer onbekend zouden zijn. Illegaliteit is een expertisegebied in de U&H-strategie. De ODBN streeft met haar deelnemers naar het voorkomen van milieuschade door illegaliteit. Voorbeelden zijn vroegtijdige signalering van riskante locaties en beter toezicht op ketens die gevoelig zijn voor illegaliteit en milieucriminaliteit. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen: ➜ Blinde vlekken ➜ Leegstand ➜ Gebiedsgericht aanpak

Blinde vlekken Blinde vlekken zijn milieurelevante bedrijven/locaties die wel in andere data (zoals KvK of LMA) staan maar niet in het bedrijven-/ MBA-bestand van de ODBN.

In 2025 is een selectie van blinde vlekken onderzocht. Die ervaringen nemen we mee voor een lijst in 2026. De lijst met mogelijk interessante bedrijven/locaties wordt opgesteld en deze wordt administratief nagelopen en geprioriteerd. Door gebruik te maken van beschikbare gegevens in onze systemen en luchtfoto’s uit de GIS-viewer, volgt een selectie aan bedrijven/locaties die in 2026 worden gecontroleerd. Als daadwerkelijk milieurelevante bedrijven/locaties worden aangetroffen, dan worden deze opgenomen in het bedrijven-/MBA-bestand. Hierop wordt dan ook toezicht gehouden.

Leegstand Onder leegstand worden locaties verstaan waar in het verleden een inrichting zat/ bedrijvigheid was maar waarvan later is vastgesteld dat er geen (milieubelastende) activiteiten meer plaatsvinden. Voorwaarde hierbij is dat de locatie nog wel geschikt moet zijn voor bedrijvigheid (leegstaande gebouwen, voorzieningen). Locaties waar geen bedrijvigheid meer mogelijk is (alle gebouwen gesloopt, nieuwe bestemming of woningbouw) worden namelijk uit het bedrijven-/MBA-bestand verwijderd. Voorafgaand aan controle vindt een administratieve actie plaats met behulp van luchtfoto’s zodat een schifting plaats vindt. Bij de controles zal ook gelet worden op ondermijning en (het intrekken van) oude vergunningsrechten.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

40

41

Gebiedsgerichte aanpak Veehouderijen/buitengebied Naast risicogericht toezicht op basis van DGW is er ook een gebiedsgerichte aanpak voor veehouderijen/buitengebied. Hierbij wordt in een bepaald gebied en/of met een bepaald thema toezicht uitgevoerd zonder voorafgaande bedrijvenselectie. Er zal gekeken worden naar onbekende milieubelastende activiteiten en illegale praktijken. Voorbeelden hiervan zijn luchtwassers die niet in werking zijn of onbekende propaantanks (eveneens van belang voor risicokaart REV). De geïnventariseerde locaties met activiteiten worden vastgelegd in het bedrijven-/MBA-bestand. Indien nodig zal een locatie gecontroleerd worden. Industrie(terreinen) In 2023 is de eerste keer gestart met de gebiedsgerichte aanpak op verschillende industrieterreinen. Op basis van constateringen, meldingen of andere signalen zijn data-analyses uitgevoerd en enkele interessante industrieterreinen geselecteerd. Binnen deze terreinen is de nadruk van het toezicht met name gelegd op wisseling van bedrijven, (nieuwe) leegstand en illegale activiteiten. De resultaten hebben aangetoond dat er onbekende activiteiten zijn op deze terreinen en dat de aanpak zinvol is. Voor 2026 wordt deze aanpak voortgezet en uitgebreid. De aandachtsgebieden zullen niet alleen meer industrieterreinen zijn, ook de bebouwde kom en centra worden betrokken voor een steekproef.

Indien nodig zal een locatie gecontroleerd worden.

3.3.5 Toezicht energie De algemeen toegenomen urgentie voor klimaat in de laatste 10 jaar, heeft geleid tot een groeiende prioriteit voor energietoezicht. Sinds 2023 is energietoezicht een basistaak voor omgevingsdiensten en is de wetgeving uitgebreid. Voor de financiering voor de uitbreiding ontvangen omgevingsdiensten tot en met 2026 een specifieke uitkering (SPUK-THE) van het rijk. Deze uitkering is een aanvulling op de al bestaande financiering van de deelnemers vanuit het werkprogramma (energiebod) en de provinciale opdracht. Energietoezicht doorloopt een vierjarige cyclus. Elke vier jaar moeten informatie- en onderzoeksplichtige bedrijven een rapportage of onderzoek indienen over hun energieverbruik en nog te treffen besparende maatregelen. De laatste keer was dat op 1 december 2023. Het jaar daarna (2024) krijgt het toezicht op het indienen van rapportages en onderzoeken de eerste prioriteit. De drie opvolgende jaren 2025-2027 ligt de prioriteit bij het uitvoeren van energiecontroles bij informatieplichtige en onderzoeksplichtige bedrijven. Daarop ligt ook de nadruk in 2026.

Voor de periode na 2026 verwachten we een drietal grote wijzigingen waarop we ons in 2026 voorb reiden: 1. De huidige SPUK-THE regeling eindigt eind 2026 en krijgt daarna een vervolg in een andere vorm. Naar alle waarschijnlijkheid zal de financiering dan niet meer aan omgevingsdiensten wordt uitgekeerd, maar aan het bevoegd gezag; 2. De huidige energiebesparingsplicht in het Bal en Bbl is geëvalueerd en wordt aangepast. De terugverdientijd voor verplichte maatregelen wordt verscherpt van 5 naar 7 jaar en de informatieplicht en onderzoeksplicht zal worden gewijzigd; 3. De vernieuwde Europese Energy Performance of Building Directive (EPBD IV), Energie Efficiency Directive (EED) en Renewable Energy Directive (RED III) krijgen een vertaling naar landelijke wetgeving. Mogelijk wordt een deel van het toezicht daarop als basis- of verzoektaak bij de omgevingsdienst belegd. Naast toezicht en handhaving op wettelijke verplichtingen is in de U&H-strategie vastgelegd dat de ODBN: 1. doelgroepen informeert over kansen en verplichtingen. We informeren bedrijven op onze website en in het toezicht zelf, door bedrijven tijdens controles te informeren over verplichtingen en relevante stimuleringsregelingen. Als verzoektaak dragen wij indien gewenst bij aan informatiebijeenkomsten voor bedrijven; 2. deelnemers adviseert bij beleidsontwikkeling en omgevingsplannen.

Dit is onderdeel van een breder project ter versterking van de adviestaak van de ODBN. Het ontwikkelen van advisering op energie is voorzien na 2026.

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Versie 2.5 november 2025

42

43

Energielabel C kantoren

3.4 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving

Vanaf 2023 heeft de ODBN als verzoektaak voor een aantal gemeenten toegezien op de naleving van de energielabel C verplichting voor kantoren. Inmiddels voldoen alle bekende kantoren in die gemeenten aan de verplichting. Maar omdat energielabels 10 jaar geldig zijn en er steeds nieuwe kantoren bij kunnen komen vraagt het toezicht hierop blijvende aandacht.

Gedurende het jaar doen zich omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren op bedrijfsgebonden MBA’s die niet voorzien waren in dit programma.

Werkgebonden personenmobiliteit (WPM)

3.4.1

Sinds 2025 is het toezicht op de regeling werkgebonden personenmobiliteit (WPM) een basistaak voor Omgevingsdiensten. Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten jaarlijks een rapportage indienen over de CO2 uitstoot van hun woon-werk en werk-werk verkeer. Omgevingsdiensten zien er jaarlijks op toe dat die rapportages worden ingediend en dat deze inhoudelijk plausibel zijn. In 2026 wordt de uitvoering landelijk geëvalueerd en wordt bepaald hoe de regeling een vervolg krijgt na 2026.

Hiermee worden controles milieu bij bedrijfsgebonden MBA’s bedoeld, die niet onder het geprogrammeerde toezicht vallen maar gedurende het lopende jaar voor controle worden aangedragen. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODBN zijn.

Controles milieu (losse opdrachten)

Hieronder vallen ook oplevercontroles (na verlenen omgevingsvergunning/ beoordelen meldingsplicht) en controles na het buiten behandeling laten van een omgevingsvergunning of melding.

Energietransitie De energietransitie vraagt toenemende aandacht voor bijvoorbeeld de veiligheid van energieopslag systemen (EOS) en waterstof, energieopslag in de bodem en milieuaspecten rond de aanleg van wind- en zonneparken. In de U&H strategie is opgenomen dat de ODBN hier ook aan kan bijdragen. Deze onderwerpen komen aan bod bij overige vraagstukken (externe veiligheid) en vergunningverlening (onderdeel meldingen basistaken bodem).

Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN

Ketengerichte aanpak Controles als gevolg van de ketengerichte aanpak (zie paragraaf 3.8), die niet ondergebracht zijn of kunnen worden onder het geprogrammeerde toezicht, asbest- of bodemtoezicht, worden onder dit gedeelte van het programma uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=aad93de6-25b5-4cb0-b29a-b27f4e60c4d2