B8e Bijlage 3 U&HS 2026 Juridische verantwoording
Tekst van het document
Bijlage 3 U&HS Meierijstad: (Juridische) verantwoording 2026
De wettelijke grondslag voor het opstellen van een uitvoerings- en handhavingsstrategie ligt in de Omgevingswet. Hoofdstuk 18 artikel 18.19 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet legt de basis voor een doelmatige uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaak. In hoofdstuk 13 §13.2.2 (strategische en programmatische uitvoering en handhaving) van het Omgevingsbesluit zijn hier regels over gesteld waaraan de U&HS moet voldoen. In deze bijlage geven we een verantwoording over de wijze waarop wij daarmee omgaan en welke we jaarlijks, waar nodig, van een update voorzien. Hierbij halen we het betreffende wetsartikel aan in cursieve tekst, waarna een verwijzing en/ of verantwoording hoe of waar deze is meegenomen in onze U&HS, de jaarlijkse evaluatie of het uitvoeringsprogramma. Artikel 13.5. uitvoerings- en handhavingsstrategie (Omgevingsbesluit): Lid 1. De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak stellen een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast in één of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Onze geactualiseerde U&HS is in januari 2026 vastgesteld en ter kennisname aangeboden aan de raad. De doelen hebben wij geformuleerd in hoofdstuk 2 van onze U&HS.
De motivatie van die doelen volgt uit de volgende documenten: - evaluatie 2025 zoals opgenomen in bijlage 1 van de U&HS; - collegewerkprogramma 2023-2026 “Thuis in Meierijstad”; - Toekomstvisie Meierijstad 2040; - UHS 2025-2028 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN); - Integraal Veiligheidsplan 2025-2026 Meierijstad; De werkzaamheden die we hiervoor gaan uitvoeren zijn uitgewerkt in ons Uitvoeringsprogramma 2026 (bijlage 2 U&HS). Lid 2. De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in art. 13.12, eerste lid. De deelnemende bestuursorganen in de ODBN hebben een Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028 vastgesteld en een werkprogramma gemeenten 2026 opgesteld deze zijn eerder al of tegelijk met onze U&HS vastgesteld en als bijlage 4 en 5 opgenomen.
Daarnaast hebben de deelnemende bestuursorganen in de Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN) een Risicogerichte toezichtstrategie brandveiligheid 2026-2029 opgesteld welke eveneens met onze U&HS is vastgesteld en opgenomen als bijlage 6. Lid 3. De handhavingsstrategie wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. De handhavingsstrategie volgt de Landelijke handhavingsstrategie (LHSO) welke wij sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook als zodanig hebben vastgesteld (uitwerking doel 1 toezicht en handhaving in bijlage 2 uitvoeringsprogramma 2026). Onze omgevingsdienst, de ODBN heeft in haar UHS 2025-2028 (bijlage 4) in paragraaf 3.2.3 opgenomen hoe strafrechtelijke handhaving in haar organisatie is ingebed. Op die wijze is deze afstemming geborgd. Lid 4. De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Onze probleemanalyse volgt uit de Toekomstvisie Meierijstad 20240 en in de UHS 2025-2028 ODBN opgenomen omgevingsanalyse. De elf ambities opgenomen in de toekomstvisie Meierijstad 2040 richten zich op: 1. Betaalbaar wonen voor iedereen 2. Inclusieve samenleving, iedereen doet mee 3. Zorgtransitie: toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief 4. Circulaire economie 5. Kennis en talent aantrekken en behouden 6.
Ondernemerschap en innovatie 7. Energiesysteem van de toekomst 8. Vitaal agrarisch buitengebied 9. Gezonde en veilige leefomgeving 10. Klimaatbestendig en biodiversiteit 11. Leefbare en verbonden kernen De belangrijkste probleemvelden die uit de omgevingsanalyse van de UHS 2025-2028 ODBN volgen zijn: - Schone leefomgeving: voorkomen vervuiling lucht, bodem, water; - Gezonde leefomgeving: verminderen hinder geur, geluid, licht; - Veilige leefomgeving: beheersen risico’s gevaarlijke stoffen, tegengaan illegaliteit; - Duurzame leefomgeving: energietransitie, circulaire economie, drinkwaterbeperking; - Natuurbeheer: bescherming Natura 2000, soorten en houtopstanden. Het Integraal Veiligheidsplan (IVP) 2025-2026 heeft vier strategische thema’s benoemd: - Zorg en veiligheid; - Digitale veiligheid; - Polarisatie en voorkomen van maatschappelijke onrust en - Ondermijning en georganiseerde criminaliteit Waarbij de volgende drie belangrijke uitgangspunten worden gehanteerd: - Wijkgericht werken: dichtbij inwoners en in verbinding met partners; - Preventief en vroeg signaleren: problemen zoveel mogelijk aan de voorkant aanpakken: waar nodig treden we repressief op; - Informatie gestuurd werken: onze informatiepositie versterken en data benutten om keuzes en prioriteiten onderbouwd te maken.
Uit die ambities, benoemde probleemvelden en strategische thema’s hebben we het strategisch hoofddoel voor onze U&HS geformuleerd: “Anticiperen op risico’s en kansen voor een schone, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving” Het anticiperen op deze risico’s en kansen doen we door middel van onze geactualiseerde risicoanalyse fysieke leefomgeving Meierijstad. Deze hebben we eind 2025 uitgevoerd waarbij we zijn uitgegaan van de kans dat een bepaalde overtreding met een bepaald effect op de fysieke leefomgeving kan plaatsvinden. Op basis van deze uitkomst hebben we ambtelijk een prioritering opgesteld, deze bestuurlijk gecheckt en waar gewenst aangepast. De uitkomst van de risicoanalyse met het definitieve prioriteringsoverzicht is opgenomen in hoofdstuk 1 van de U&HS. Artikel 13.6. inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie (Omgevingsbesluit): Lid 1. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a) de prioriteitstelling voor het verrichten van de werkzaamheden bedoeld in art. 13.5. eerste lid; De wijze waarop deze prioritering plaatsvindt komt terug in de uitwerking van de doelen zoals opgenomen in ons uitvoeringsprogramma 2026. De prioritering volgt uit de uitkomst van de geactualiseerde risicoanalyse zoals opgenomen in hoofdstuk 1 van de U&HS.
Hierbij zijn problemen en/ of overtredingssoorten beoordeeld op effecten op de fysieke leefomgeving en de kans dat het voorkomt in een zevental domeinen: - Bouwen (nieuwbouw/ verbouw en bestaande bouw); - Erfgoed; - Omgevingsplanactiviteit; - APV/ VFL (verordening fysieke leefomgeving); - Bijzondere onderwerpen en wetten; - Alcoholwet; - Evenementen. Als het gaat over het beoordelen van de effecten van een bepaald risico is per domein geoordeeld op de thema’s: - Veiligheid; - Duurzaamheid; - Gezondheid; - Leefbaarheid; - Financieel economisch; - Bestuurlijk imago. Voor het beoordelen van de kansen op een bepaalde overtreding is per domein geoordeeld op de hoogte van het naleefgedrag. b) de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in art. 13.5. eerste lid, worden bereikt; Onderdelen van de doelen zijn uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma 2026. Daarin geven we aan hoe we daaraan gaan werken en houden we bij hoe en wanneer we al dan (nog) niet het betreffende doel hebben bereikt. Daarnaast gaan we voor verschillende onderdelen dashboards bijhouden en, zo nodig, bouwen, die ons direct inzicht kunnen geven over waar we staan met het
betreffende doel en/ of er noodzaak is om bij te sturen. De doelen die in 2026 nog niet (voldoende) aan de orde komen nemen we op in de daaropvolgende uitvoeringsprogramma’s. Belangrijk voordeel wat we hopen te genereren is het voortdurend kunnen draaien aan de knoppen om continu de prioriteit te leggen daar waar die op dat moment hoort. Het is echter een groeimodel waar we continu aan blijven verbeteren. c) de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in art. 4.4, eerste lid van de wet; Met de uitkomst van de risicoanalyse bij het beoordelen van de effecten hebben we en gaan we themagericht beoordelingskaders en/ of checklisten opstellen. Deze gebruiken we voor de beoordeling van de verschillende activiteiten waarvoor een (concept) aanvraag omgevingsvergunning en/ of melding wordt ingediend. We zijn hier in 2025 mee begonnen en gaan we in 2026 mee door. d) de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in art. 4.4, eerste lid van de wet. De werkwijze die wordt gehanteerd bij het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en meldingen is vastgelegd in onze procesbeschrijvingen. Deze zijn de afgelopen jaren vastgelegd en omgevingswet-proef gemaakt. In het programma Engage leggen we deze werkprocessen vast.
In het doorlopen van procesoptimalisaties ligt het ‘continu verbeteren’ vast. De verschillende procesbeheerders en proceseigenaren komen per kwartaal bij elkaar om actualiteit en verbetermogelijkheden integraal met elkaar te bespreken. Opstellen/ actualiseren van werkinstructies maken hier onderdeel van uit. Lid 2. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: a) de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; Zie ook de verantwoording onder art. 13.5. lid 3, waar is beschreven hoe dit onderwerp binnen de ODBN is vastgelegd. De handhavingstaken die wij zelf uitvoeren worden waar nodig en waar het kan afgestemd met ketenpartners. Met betrekking tot de afstemming/ samenwerking over strafrechtelijke handhaving vindt deze altijd plaats in samenspraak met het werkatelier IV/OOV (integrale veiligheid en openbare orde en veiligheid). In het regulier lokaal informatieoverleg met deelname van ketenpartners, waaronder politie, bespreken we integraal onderwerpen/ bereiden we integraal uit te voeren controles voor. b) de wijze waarop toezicht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; We treden risicogericht op en gebruiken daarvoor de vastgestelde toezichtprotocollen.
De protocollen zijn/ worden gebaseerd op de uitkomsten van de risicoanalyse. We actualiseren deze regelmatig indien nodig. c) de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties;
De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen is vastgelegd in de diverse sjablonen. Deze gegevens worden geregistreerd in LEEF, de applicatie binnen VTH van gemeente Meierijstad, en zijn een vast onderdeel van het werkproces. Per kwartaal beoordelen we de actualiteit van de sjablonen. De consequenties verbonden aan geconstateerde gebreken in de naleving hebben we vastgelegd in onze handhavingsstrategie (= LHSO). Met deze handhavingsstrategie hebben wij ook een leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen vastgesteld die we volgen in een handhavingstraject. d) de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling afgestemd worden; We passen de LHSO toe. Met betrekking tot de hoogte van de op te leggen dwangsom en de te hanteren begunstigingstermijnen gebruiken de onder c) al genoemde vastgestelde leidraad. Met betrekking tot de afstemming bij strafrechtelijke handhaving is al bij art. 13.6. lid 2 sub a en 13.5. lid 3 opgenomen. e) de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie.
In het doelenoverzicht (deel 2 U&HS) hebben wij onder het thema vergunningen en toezicht en handhaving opgenomen dat al deze doelstellingen en de uitwerking daarvan ook gelden voor als wijzelf of een andere overheid initiatiefnemer is dan wel een regel uit het omgevingsrecht niet naleeft. Artikel 13.8 uitvoeringsprogramma (Omgevingsbesluit): Lid 1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5., werken jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij houden ze rekening met de doelen, bedoeld in dat lid, en de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 13.6., eerste lid, onder a. In bijlage 2 van onze U&HS hebben wij ons uitvoeringsprogramma 2026 opgenomen met de uitwerking van de doelen. Naast het reguliere werk vormt dit tezamen ons werkprogramma. Lid 2. Het uitvoeringsprogramma wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving. Ons uitvoeringsprogramma is afgestemd met de ketenpartners. Met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving, zie het eerder gestelde bij artikel 13.5. en 13.6. Artikel 13.9. uitvoeringsorganisatie (Omgevingsbesluit): Lid 1.
De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5., richten hun organisatie zodanig in dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd. Dit hebben we geborgd door de werkprocessen vast te leggen en procesbeheerders hiervoor verantwoordelijk te stellen binnen de werkateliers VTH en GOeP. In ons uitvoeringsprogramma nemen we het continu verbeteren als standaard op en bezien dat per kwartaal.
Lid 2. De bestuursorganen dragen er in ieder geval zorg voor dat: a) de personeelsformatie voor de uitvoering en handhaving en de bij de functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd; De personeelsformatie is vastgelegd in het functieboek behorend bij onze organisatie. b) een persoon die door hen is belast met het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel of het stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet wordt belast met: 1°. het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; en 2°. het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; c) een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit; en d) de bereikbaarheid en beschikbaarheid van hun organisatie ook buiten kantooruren is gegarandeerd. Alle hier onder a t/m d bedoelde milieubelastende activiteiten hebben wij belegd bij de ODBN.
De in bijlage 4 en 5 opgenomen documenten beschrijven hoe de ODBN hier invulling aangeeft bij het uitvoeren van deze werkzaamheden. Lid 3. De bestuursorganen dragen er ook zorg voor dat de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving worden vastgelegd en dat werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures. Dit hebben we vastgelegd op de wijze zoals beschreven onder artikel 13.6 lid 1 onder d. Artikel 13.10. borging van middelen (Omgevingsbesluit): De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5., dragen er zorg voor dat: a) de voor het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, en voor het verrichten van de werkzaamheden bedoeld in dat lid, benodigde beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en b) voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn. De uitvoering van de VTH-taken binnen de gemeente Meierijstad is belegd bij de verschillende teams in het werkatelier VTH. Organisatorisch ziet dat er als volgt uit:
Team vergunningen: Op basis van de Omgevingswet, APV/ VFL en Bijzondere wetten voert het team vergunningen taken uit op het gebied van het beoordelen van vergunningaanvragen meldingen en informatieverzoeken. Voor de activiteit afwijken omgevingsplan en monumenten/ cultureel erfgoed worden adviezen geleverd door het werkatelier GOeP. Daarnaast zijn formatief ook de administratief medewerkers VTH in dit team ondergebracht, zij voeren administratieve werkzaamheden uit voor het gehele werkatelier VTH. Het beoordelen van vergunningaanvragen, meldingen en informatieverzoeken voor de activiteit milieu wordt door de ODBN uitgevoerd (basistakenpakket). In de UHS en het uitvoeringsprogramma 2026 van de ODBN zijn de beschikbare en de benodigde uren geborgd. Team toezicht: Het toezicht en handhaving van wet- en regelgeving in het omgevingsrecht, APV/ VFL en Bijzondere wetten worden zowel door interne toezichthouders als externe toezichthouders uitgevoerd. Het toezicht op de brandveiligheid wordt (deels) uitgevoerd door de VRBN en het milieutoezicht door de ODBN. Het toezicht op de bouwregelgeving, evenementen en ruimtelijke ordening wordt voornamelijk uitgevoerd door de eigen toezichthouders en de in het kader van de Wet Kwaliteitsborging aangestelde kwaliteitsborgers.
De taakvelden toezicht en vergunningen is in de gemeente gescheiden, waardoor bevoegd- en verantwoordelijkheden elkaar niet kunnen beïnvloeden. Team juristen VTH: Binnen dit team zijn de VTH-juristen werkzaam die voor heel VTH de juridische werkzaamheden uitvoeren. Hieronder vallen in ieder geval de werkzaamheden met betrekking tot het behandelen van zienswijzen, bezwaar- en (hoger)beroepschriften gerelateerd aan vergunning- en handhavingsprocedures.
Regieteam VTH: Het regieteam VTH heeft een overkoepelende rol binnen het werkatelier VTH. Hier worden de strategische lijnen voor de uitvoering van de VTH-taken uitgezet en gecoördineerd. Tevens bewaken zij de integraliteit van de in- en output van dit werkatelier. Team Boa’s: Het formatie overzicht met betrekking tot het Boa-team is opgenomen in het Boa-jaarplan. Formatie: In de vastgestelde begroting 2026 van de gemeente Meierijstad is ten behoeve van de VTHformatie ruimte opgenomen zoals beschreven in de volgende tabel: VTH
Beschikbaar Fte
Bezetting Fte
Vergunningverlening
27,17
22,95
Toezicht en Handhaving
12,5
6,39
Juridisch VTH
7,53
9,28
Regieteam VTH
5
5
52,2
43,62
Totaal Fte bezetting versus beschikbaar
De bezetting in fte komt nog niet in ieder team overeen met de beschikbare formatie. Dat heeft deels te maken met het feit dat er een aantal collega’s zijn die binnen nu en een (paar) jaar met (vervroegd) pensioen gaan. Daarnaast is er sprake van een langdurige onderbezetting bij sommige teams. Dat heeft onder andere te maken heeft met de krapte op de arbeidsmarkt waardoor geschikte kandidaten moeilijk vindbaar zijn. Maar ook met het nog niet geheel in beeld hebben van de benodigde inzet voor de uitvoering van het reguliere werk versus de inzet voor het bereiken van de doelen uit het uitvoeringsprogramma/ U&HS. Door steeds meer in te zetten op data-based werken, zoals we hebben verwerkt in onze doelen in het uitvoeringsprogramma, krijgen we een beter beeld van wat er speelt in Meierijstad. Die output gaan we gebruiken om onze risicoanalyse te actualiseren en knelpunten in de leefomgeving en interne processen te identificeren en daarnaast ook om te zorgen voor een helder inzicht in behoefte versus beschikbare inzet. In de Meierijstadse begroting is centraal de reservering van middelen geregeld voor permanente her- en bijscholing. Hiermee wordt gefaciliteerd in toerusting, zodat medewerkers ter zake kundig zijn (voldoen aan kwaliteitscriteria). Ook zorgen we binnen dit budget dat medewerkers hun werkzaamheden veilig kunnen uitvoeren.
De jaarlijkse bijdragen aan ODBN en VRBN zijn standaard opgenomen in de begroting en daarmee geborgd. Artikel 13.11. evaluatierapportage (Omgevingsbesluit): Lid 1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5., rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel. Lid 2. Naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast.
Dit hebben we in onze beleidscyclus opgenomen. De evaluatie van het uitvoeringsprogramma 2025 hebben we opgenomen als bijlage 1 van onze U&HS. Gedurende het jaar hebben we het bestuur meegenomen in de stand van zaken. In het overzicht van de evaluatierapportage 2025 is opgenomen wat we voor een bepaald doel zouden doen in 2025, wat we daadwerkelijk hebben gedaan, en of en hoe we daarvoor onze U&HS moeten bijstellen en of en hoe we daar in het uitvoeringsprogramma 2026 verder aan gaan werken.