B7b Bijlage 1 - Publieksrapportage uitkomsten ETHOS
Tekst van het document
2
Inhoud Voorwoord Colofon De ETHOS telling is een initiatief van Hogeschool Utrecht en Kansfonds. Uitvoering: Hogeschool Utrecht, Lectoraat Wonen en Welzijn Auteurs: Dorieke Wewerinke, Sandra Schel, Marte Kuijpers, Jan de Vries en Lia van Doorn Met medewerking van: Regio Meierij en Bommelerwaard, Regio Brabant Noordoost-Oost Coördinatie Kansfonds: Willem van Sermondt, Esther Vogel Vormgeving: Ellen Spanjaard Ervaringsverhalen: Valerie Kierkels Fotografie: Marieke Odekerken
Datum publicatie: 5 oktober 2023 Deze publieksrapportage geeft een samenvatting van de resultaten die staan weergegeven in de onderzoeksrapportages: ‘Iedereen telt mee: ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Meierij en Bommelerwaard’ en ’Iedereen telt mee: ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Brabant Noordoost-Oost’. Bronvermelding bij gebruik van deze rapportage: Wewerinke, D., Schel, S., Kuijpers, M., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee. Resultaten eerste ETHOS telling dak- en thuisloosheid regio Noordoost Brabant. Utrecht: Hogeschool Utrecht.
Dit onderzoek is mogelijk gemaakt met financiering van Kansfonds.
Ervaringsverhaal Nikki Methode • De ETHOS-Light definitie van dakloosheid • Aanpak: ‘point in time’ telling Ervaringsverhaal Dennis Resultaten • Regio Meierij en Bommelerwaard • Regio Brabant Noordoost-Oost Ervaringsverhaal Veerle Belangrijkste conclusies Is er goed geteld? Ervaringsverhaal Abdi Hoe nu verder • Van tellen naar oplossen • Tweede telronde (2024) Ervaringsverhaal Thomas
3
Voorwoord Buiten slapen of in een opvang verblijven, op de bank slapen bij vrienden of kennissen, tijdelijk verblijven in een schuur, auto of in een stacaravan op een vakantiepark; dak- en thuisloosheid is diverser en dynamischer dan veel mensen denken. Er zijn veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid en vaak verblijven mensen in verschillende situaties op verschillende momenten. Zicht op het werkelijke aantal, de leefsituaties en de profielkenmerken van dak- en thuisloze mensen ontbreekt in Nederland, terwijl deze gegevens cruciaal zijn voor het maken van effectief beleid. Daarom zijn het lectoraat Wonen en Welzijn van Hogeschool Utrecht en Kansfonds het initiatief gestart tot een nieuwe telling van dak- en thuisloosheid, de ETHOS telling. De telling hanteert een definitie, ETHOS Light, die recht doet aan de verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid en telt alle mensen in deze leefsituaties mee. Dit rapport beschrijft de resultaten van de telling die werd uitgevoerd op 16 mei 2023 in de regio Noordoost-Brabant, bestaande uit de subregio’s Meierij en Bommelerwaard met centrumgemeente ’s-Hertogenbosch en Brabant Noordoost-Oost met centrumgemeente Oss.
4
Regio Noordoost-Brabant vervult een voortrekkersrol in Nederland door als eerste regio deel te nemen aan de telling. Beide subregio’s hebben de ambitie om dak- en thuisloosheid in hun regio gedegen aan te pakken en willen hun beleid baseren op concrete cijfers en op de profielen van dak- en thuisloze mensen in hun regio. Wij danken hen voor het in ons gestelde vertrouwen en voor hun moed om de eerste regio’s te zijn die op deze manier inzicht geven in de problematiek van dak- en thuisloosheid. Onze dank gaat ook uit naar alle andere partijen die de telling mogelijk hebben gemaakt. We danken de medewerkers van de 96 deelnemende telorganisaties voor hun inzet en betrokkenheid en we danken de lokale coördinatoren, hun naaste collega’s en de leden van de lokale stuurgroepen voor de organisatie van de telling. De leden van de landelijke adviesraad en de begeleidingscommissie van het onderzoek danken we voor hun kritische vragen en waardevolle adviezen. De dak- en thuisloze mensen die geportretteerd worden in deze rapportage danken we voor hun openheid en hun bereidheid om hun verhalen met ons te delen. Tot slot danken we het onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Leuven onder leiding van professor Koen Hermans voor het delen van hun telmethode en expertise.
5
Nikki
‘Ik heb twee jaar in de wachtstand gezeten’
6
Nikki
De 30-jarige Nikki heeft haar leven op orde, ze heeft een baan en staat al jaren ingeschreven bij de woningbouwvereniging. Toch verkasten Nikki en haar dochtertje Kiki twee jaar lang noodgedwongen van de ene naar de andere plek. Ze vonden onderdak bij Nikki’s vriendinnen, haar vader, en in een doorstroomwoning van de maatschappelijke opvang. Onlangs kreeg ze te horen dat ze binnenkort een eigen huis krijgt. Maar dat ging niet zonder slag of stoot.
De woonproblemen van Nikki begonnen toen Kiki een paar maanden oud was. Veel eerder dan verwacht moest de alleenstaande moeder haar tijdelijke woning uit. ‘Mij was verteld dat ik drie tot vijf jaar in dat huis zou kunnen blijven voordat het gesloopt zou worden. Prima, dacht ik, ik sta nu ongeveer vijf en een half jaar ingeschreven voor een sociale huurwoning dus dat komt wel goed.’ Maar de plannen veranderden en na nog geen jaar stond Nikki op straat. Met haar dochtertje. ‘Achteraf is mij verteld dat ik toen eigenlijk al bezwaar had moeten maken. Want ook al heb je een tijdelijk huurcontract, dat mag nooit de reden zijn dat een kind op straat komt te staan. Maar ja, wist ik veel. Ik dacht: ik heb er zelf voor gekozen om tijdelijk te huren en vond mezelf naïef omdat ik had geloofd daar jaren te kunnen wonen.’
Van de ene slaapplek naar de andere
Nikki kon eerst een tijdje bij vriendinnen terecht. ‘Maar met een kind van een paar maanden is dat niet te doen.’ Ze besloot bij haar vader en zijn gezin in te trekken, op een uur rijden van haar werk, de kinderopvang en haar sociale leven. ‘Toen heb
ik nog een fout gemaakt. Ik heb me gewoon netjes ingeschreven bij mijn vader. En dan zeggen de instanties: je hebt toch een dak boven je hoofd? Dat is waar, maar ik sliep wel negen maanden in de woonkamer op een matrasje.’ Nikki schat dat ze in negen maanden tijd op 800 woningen heeft gereageerd, van sociale huur tot particulier. ‘Ik viel overal precies tussenin. Ik verdiende net te weinig om in de vrije sector te huren. Het enige wat ik kon betalen was een studioo tje of iets met één slaapkamer, maar daar mocht ik dan weer niet met mijn kind gaan wonen. Dus ik zat helemaal vast.’
Valt overal buiten
Wat volgt is een slopende rondgang langs instanties. ‘Ik heb overal aangeklopt. Tevergeefs. Ik sta positief in het leven, maar al die regeldingen leverden me wel stress op. Uiteindelijk heb ik de maatschappelijke opvang gebeld. Die konden mij in eerste instantie ook niet helpen. De vrouwenopvang is voor slachtoffers van huiselijk geweld en de 24-uursopvang is niet bedoeld voor kinderen. Dan had ik Kiki dus drie maanden
‘Vrouwen met kinderen, zonder hulpvraag, zijn een vergeten groep’ ergens anders onder moeten brengen om gebruik te kunnen maken van die opvang, en daarna aanspraak te maken op doorstroom. Nou ja, dat wil je toch niet?’ Ook de laatste optie, een woning van de gemeente voor mensen zonder hulpvraag, ging niet door. De paar beschikbare huizen waren al vergeven aan andere moeders met kinderen. Na veel vijven en zessen kunnen Nikki en Kiki een crisiswoning betrekken. In het huurcontract staat dat ze daar tot november 2023 mogen blijven, maar de maatschappelijke opvang zegt dat ze er eerder uit moeten omdat ze nu een doorstroomplek bezet houden.
Van het kastje naar de muur
Ze probeert een urgentieverklaring te krijgen, maar zowel urgentie plus als de gewone urgentie worden afgewezen. ‘Iedereen wijst naar elkaar. Niemand zegt: het is onze verantwoordelijkheid, we gaan het nu regelen. Het is echt kastje muur, kastje muur. Constant. Dat maakt me eigenlijk nog het meest kwaad. Want ik weet door mijn werk als hulpverlener in de zorg waar ik kan aankloppen. Maar iemand die dat allemaal niet weet? Waar moeten vrouwen met kinderen zonder andere problemen dan naartoe?’ Het is om moedeloos van te worden, maar Nikki geeft niet op. ‘Natuurlijk ben ik na deze twee jaar wel kapot, maar aan de andere kant geeft het me juist ook weer heel erg veel kracht
dat ik niet heb opgegeven.’ Ze gaat in bezwaar tegen de zoveelste afwijzing, krijgt een hoorzitting en daarna eindelijk goed nieuws. ‘Binnenkort krijg ik dan toch met urgentie een huis. Eindelijk.’
Zorg voor vergeten groep moeders met kinderen
Ze hoopt dat er meer hulp komt voor moeders en kinderen die niet in de problemen zitten, maar tussen wal en schip vallen door de huidige woningmarkt. ‘Dat is echt een vergeten groep. Het zou mooi zijn om bijvoorbeeld containerwoningen neer te zetten voor deze doelgroep, met één aanmeldroute via de gemeente of de maatschappelijke opvang zodat deze vrouwen weten waar ze moeten zijn. En dat ze dan niet binnen anderhalf jaar weer weg moeten uit hun huis, maar er langere tijd kunnen blijven zodat er rustig gekeken kan worden naar wat ze nodig hebben.’ Misschien gaat ze zich daar straks zelf hard voor maken. Maar eerst verhuizen. Na ruim twee jaar heeft ze straks eindelijk een plek voor zichzelf, haar dochtertje en de baby die begin 2024 wordt geboren. ‘Ik heb eigenlijk twee jaar in de wachtstand gezeten. Dat is nu over.’
7
8
Methode > De ETHOS-Light definitie van dakloosheid > Aanpak: ‘point in time’ telling
De ETHOS-Light definitie van dakloosheid In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de Europese ETHOSLight classificatie. Deze classificatie wordt in Europa gezien als de best onderbouwde manier om dakloosheid te meten. Ook in het recent gelanceerde Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) wordt ingezet op het in kaart brengen van dakloosheid aan de hand van ETHOS-Light. ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’, definieert dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting en omvat in totaal 13 categorieën. Voor het meten van dakloosheid werd in 2006 een afgeslankte versie van de ETHOS-classificatie geïntroduceerd: ETHOS-Light (zie figuur 1). Figuur 1
ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting 1
Mensen die leven in de openbare ruimte
2
Mensen in de noodopvang
3
Mensen in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen
4
Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting
5
Mensen in niet-conventionele woonruimte vanwege een gebrek aan passende huisvesting
6
Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden
+
Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting
Bij de ETHOS-Light definitie staat zoals gezegd de leefsituatie van mensen centraal: iedereen die zich bevindt in een leefsituatie die valt onder de ETHOS-Light categorieën wordt beschouwd als dak- of thuisloos. De ETHOS-Light definitie sluit goed aan bij het feit dat de verblijfssituatie van dakloze mensen vaak wisselt. Mensen verblijven bijvoorbeeld (noodgedwongen) afwisselend tijdelijk bij vrienden, in vakantieverblijven, in de noodopvang of op straat. De ETHOS-Light definitie brengt niet alleen zichtbare dakloosheid in beeld (mensen die op straat en in de nachtopvang verblijven), maar ook situaties van dakloosheid die minder zichtbaar zijn. Met name onder mensen die verblijven bij vrienden, familie of derden en onder mensen die verblijven in een niet-conventionele woonplek, zoals een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. In navolging van het onderzoeksteam uit België voegden wij een zevende categorie toe aan de classificatie: mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting. Net als in België is dit namelijk een bekende route naar dakloosheid.
9
Aanpak: ‘point in time’ telling De telling die is uitgevoerd is een zogeheten ‘point in time’ telling. Een ‘point in time’ telling brengt dakloosheid in kaart op een specifiek moment in een geografisch afgebakend gebied. De telling is uitgevoerd op 16 mei 2023 in de regio Noordoost-Brabant. Niet alleen de centrumgemeenten ’s-Hertogenbosch en Oss, maar ook de regiogemeenten Sint-Michielsgestel, Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Vught, Zaltbommel, Bernheze, Boekel, Land van Cuijk en Maashorst namen actief deel. De telmethode vereist een intensieve samenwerking met alle organisaties in de regio die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Medewerkers van deze organisaties vullen voor alle personen in een leefsituatie van dakloosheid een korte vragenlijst in. Daarmee worden naast aantallen ook belangrijke kenmerken van dak- en thuisloze personen verzameld. Om ook verborgen dakloosheid in beeld te krijgen, werden niet alleen organisaties betrokken die zich specifiek richten op dak- en thuisloze personen, zoals maatschappelijke opvang organisaties en bemoeizorg. Met professionals uit het werkveld is gekeken welke organisaties mogelijk zicht hebben op mensen die verblijven in een leefsituatie van dakloosheid. Dit is van cruciaal belang om ook de minder zichtbare situaties
10
van dak- en thuisloosheid in beeld te krijgen. Al deze organisaties werd gevraagd om mee te tellen. Dit waren onder andere buurtteams, (school)maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties, jeugdhulpverlening, de Nederlandse Spoorwegen, woningcorporaties, gemeentelijke afdelingen zoals burgerzaken en werk en inkomen, GGZ-instellingen, penitentiaire inrichtingen en ziekenhuizen. Om een zo valide mogelijke telling te houden, is gestreefd naar deelname van zoveel mogelijk organisaties die in contact staan met de doelgroep van de telling. Dit is gelukt: in totaal namen 96 organisaties deel. Het draagvlak voor de telling in de regio was groot. De organisatie van de telling was grotendeels in handen van twee lokale coördinatoren in dienst van de deelnemende gemeenten. Deze lokale coördinatoren organiseerden de telling in nauwe samenwerking met het onderzoeksteam en een lokale werkgroep met vertegenwoordigers van de belangrijkste tellende organisaties, waaronder ook mensen met ervaringskennis. Om medewerkers van de deelnemende organisaties te informeren over het onderzoek en het invullen van de vragenlijsten verzorgden de onderzoekers informatiesessies op verschillende plekken in de regio. Ook is een handleiding bij de vragenlijst ontwikkeld.
11
Om de privacy van de getelde personen te garanderen, zijn in de telling geen namen of BSN-nummers vastgelegd. Dubbeltellingen werden uitgefilterd door de onderzoekers aan de hand van een naamcode bestaande uit de eerste letter van de voornaam en de eerste en laatste letter van de (volledige) achternaam. Na het verwijderen van de dubbeltellingen werden de naamcodes uit het databestand verwijderd om de privacy van de getelde personen te garanderen.
12
Dennis
‘Er komt een moment dat je nergens meer naartoe kunt’
13
Dennis
Een paar maanden voor zijn 50e verjaardag ging de knop om bij Dennis. Hij zocht hulp en pakte zijn alcoholverslaving aan. Na een verblijf in de opvang deelt hij nu een flat in een kleinschalige woonvorm. Daar mag hij in principe maar een half jaar blijven, maar toch voelt hij geen onrust. Dat was de jaren daarvoor wel anders.
Dennis is al zijn hele leven alcoholist. Vanaf zijn twaalfde was een pilsje drinken heel gewoon. Toch wist hij jarenlang een ‘normaal’ leven te leiden. Hij werkte, verdiende genoeg om de huur te betalen, trouwde en ging weer scheiden. Het ging snel bergafwaarts toen een dierbare op jonge leeftijd zelfmoord pleegde. ‘Daarna was ik eigenlijk nooit meer nuchter, om mijn verdriet maar niet te hoeven voelen. Dat is zo een hele lange tijd doorgegaan. Lopen, lopen, maar er nooit iets aan willen doen. En dan raak je steeds verder in het slop.’ Op een gegeven moment liep zijn tijdelijke huurcontract af. Iets anders was door de woningnood niet te vinden en dus belandde hij op straat. Maar hij ziet zichzelf niet als slachtoffer, integendeel. ‘Ik ben grotendeels door eigen toedoen dakloos geworden. Ik ben de eerste die dat zal erkennen.’
naartoe kunt. Dan lig je in het park. Of ergens in het bos. Soms in een tentje, dan weer bij een kameraad of wat dan ook. Maar ja, als je alcoholist bent dan liggen je beste kameraden meestal in de supermarkt.’ Lange tijd leefde Dennis op straat. ‘Dat was mijn keuze. Ik wilde niemand tot last zijn, maar ik was ook nog niet klaar om er iets aan te doen. De alcohol was gewoon te belangrijk. Toen heb ik me wel vervreemd van alles en iedereen. Tegelijkertijd bleef ik werken als teamleider expeditie. Het is ongelooflijk, maar op het werk hebben ze nooit iets gemerkt. Ik werkte gewoon door terwijl ik op straat leefde. Meestal had ik wel iets van een slaapzak. En als je er een fles whisky ingooit, dan is het niet meer koud hoor. Echt niet.’
Zwervend bestaan
Ondertussen ging het steeds slechter met Dennis. Uiteindelijk belandde hij in de ziektewet en zag hij geen uitweg meer. ‘Op een gegeven moment dacht ik echt: laat mij morgen maar niet meer wakker worden’. Hij stond op het punt van een viaduct te springen, maar bedacht zich op het allerlaatste moment.
Dennis kon eerst nog terecht bij een familielid en haar jonge kinderen, maar hun ritmes waren te verschillend. ‘Ik werkte tot diep in de nacht, en kinderen zijn natuurlijk vroeg wakker. Dat ging niet. En dan komt het moment dat je nergens meer
Keerpunt kwam na ultieme dieptepunt
14
‘De gedachte aan het verdriet dat ik anderen zou aandoen – al had ik niet echt het idee dat iemand nog om me gaf – gaf de doorslag.’ Dennis besloot hulp te vragen. Hij kon terecht in in de nachtopvang voor bed, bad en brood. ‘Gelukkig werd mijn traject snel opgestart en kon ik door naar de crisisopvang, want je weet in de nachtopvang nooit wie er naast je komt te liggen. Echt veilig voelt dat niet. Laat staan voor moeders met kinderen. Die horen daar echt niet.’
Eindelijk weer een thuis
Vier maanden nadat hij aanklopte voor hulp heeft Dennis zijn leven weer behoorlijk op de rit. Hij blijft van de drank af, bouwt zijn sociale netwerk weer op en werkt bij de Pitstop. Hij ziet hoe druk het is bij de naastgelegen opvang. ‘Er is altijd te weinig plek. Toch weet ik dat er nog heel veel mensen op straat slapen. Veel mensen die als arbeidsmigrant hierheen zijn gekomen. Ze slapen waar ik ook sliep: bij het station, in de bosjes, in parkjes.’ Zelf kreeg hij de kans om kleinschalig te gaan wonen. Met hulp van een trajectbegeleider en straks een vrijwillig schuldhulptraject hoopt hij zo snel mogelijk zijn schulden af te betalen. Waar hij naartoe gaat als zijn zes maanden kleinschalig wonen erop zitten, weet hij nog niet. ‘Een vervolgtraject is er eigenlijk niet, na kleinschalig wonen.
Dan moet je gewoon naar een sociale huurwoning of door kunnen stromen.’ Toch maakt hij zich daar niet druk om. ‘Ik ben nog nooit zo sterk geweest als nu. Een tijdlang voelde mijn woning niet als thuis, maar gelukkig inmiddels wel. Nu zeg ik na een werkdag: ik kom thuis.’
15
Resultaten > Regio Meierij en Bommelerwaard > Regio Brabant Noordoost-Oost
Regio Meierij en Bommelerwaard
16
REGIOGEMEENTEN
‘s-Hertogenbosch, Meierijstad, Boxtel, Sint-Michielsgestel, Vught, Maasdriel en Zaltbommel
16/05/2023
60
deelnemende organisaties
Zaltbommel
Maasdriel
’s-Hertogenbosch
REGIO MEIERIJ EN BOMMELERWAARD
• Regio Meierij en Bommelerwaard heeft geen nachtopvang, maar een noodopvang waar mensen 24 uur kunnen verblijven. Binnen dit onderzoek valt deze 24-uursopvang in categorie 3 (tijdelijke opvang). Dit verklaart dat er geen mensen zijn geteld in categorie 2. • In ’s-Hertogenbosch zijn relatief veel voorzieningen en opvangplekken voor dakloze mensen, met ook een regionale functie. Dit kan een verklaring zijn voor de relatief hoge aantallen in ’s-Hertogenbosch. • In gemeente Vught verblijven relatief veel mensen in ETHOS-categorie 4. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van een Penitentiaire Inrichting en diverse GGZ-instellingen in Vught. • In de gehele regio waren er onvoldoende mogelijkheden om campings en vakantieparken te betrekken bij de telling.
Vught
Sint-Michielsgestel
Meierijstad Boxtel
Regio Meierij en Bommelerwaard
17
Verblijfplaats 15-16 mei ETHOS Light categorie
Volwassenen
%
Waarvan mannen
Waarvan vrouwen
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
32
4%
32 (100%)
-
-
-
2 In noodopvang
-
-
-
-
-
-
3 In tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen
207
26%
145 (70%)
61 (30%)
71
32%
4 In instelling
95
12%
72 (76%)
22 (23%)
16
7%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
112
14%
80 (71%)
31 (28%)
28
13%
6 Bij familie/vrienden/derden
279
36%
184 (66%)
89 (32%)
94
42%
+ Dreigende huisuitzetting
24
3%
12 (50%)
12 (50%)
12
5%
Situatie 16 mei onbekend, dakloosheid wel bevestigd
36
5%
26 (72%)
10 (28%)
2
1%
Totaal
785
100%
551
225
223
100%
Totaal regio Meierij en Bommelerwaard
1.008
dak- en thuisloze personen
785
volwassenen
223 kinderen
248
Daarnaast kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een ouder wel.
Regio Meierij en Bommelerwaard
18
Verblijfplaats 15-16 mei, verdeling per gemeente ETHOS Light categorie
’s-Hertogenbosch
Meierijstad
Boxtel
Sint-Michielsgestel
Vught
Maasdriel
Zaltbommel
1 In openbare ruimte
23
2
1
-
1
-
1
2 In noodopvang
-
-
-
-
-
-
-
3 In opvang voor dak- en thuisloze mensen
167
19
8
1
-
-
4
4 In instelling
22
1
12
-
33
-
-
5 In niet-conventionele ruimte (garage, kraak, etc.)
38
19
8
-
5
1
16
6 Bij familie/vrienden/derden
171
13
15
4
13
8
12
+ Dreigende huisuitzetting
13
3
-
-
2
1
5
Situatie 16 mei onbekend, dakloosheid wel bevestigd
19
1
2
1
-
-
-
453 (+124)
58 (+37)
46 (+10)
6 (+1)
54 (+6)
10 (+4)
38 (+14)
0,38%
0,12%
0,18%
0,02%
0,23%
0,06%
0,19%
Totaal (+kinderen) % van aantal inwoners in gemeente
Regio Meierij en Bommelerwaard
19
38 14 Zaltbommel
10 4 Maasdriel
453 124
Verblijfplaats 15-16 mei 54 20
66 7
in andere regio
onbekend
’s-Hertogenbosch
54 6
6 1
Vught
Sint-Michielsgestel
46 10 Boxtel
x x
= volwassenen = kinderen
58 37 Meierijstad
Regio Meierij en Bommelerwaard GESLACHT #785
70%
Man #551
<1%
Anders #5
20
SAMENSTELLING HUISHOUDEN #785
29%
58%
5%
6%
Vrouw
Alleenstaand zonder kinderen
Koppel zonder kinderen
Anders
#225
#454
#39
#49
<1%
11%
2%
17%
Onbekend
Alleenstaand met kinderen
Koppel met kinderen
Onbekend
#4
#89
#18
#136
Regio Meierij en Bommelerwaard
21
NATIONALITEIT #785 Van mensen met niet-Nederlandse nationaliteit #177
68%
55%
Nederlandse nationaliteit
Geboren in Nederland
#530
36%
64%
EU-burger
Niet-EU-burger
Verschillende nationaliteiten
27%
21%
12%
Permanent verblijfrecht
Tijdelijk verblijfrecht
Onwettig verblijf
#47
#38
#63
45
#114
#429
Top 3 andere geboortelanden Polen Syrië Marokko
5% 3% 3%
#21
Regio Meierij en Bommelerwaard
22
LEEFTIJD #1.008 30% 25% 20%
22%
22%
23%
15%
16%
10%
11%
5% 4%
0%
0-17 jaar
18-27 jaar
28-39 jaar
40-49 jaar
50-59 jaar
60-69 jaar
DUUR DAK- EN THUISLOOSHEID #785 30% 25% 23%
20%
24%
23%
15% 10%
14%
13%
5% 3%
0% <4 maanden
4-11 maanden
1-2 jaar
>2 jaar
Er is nog Onbekend woonplek
1%
70-79 jaar
<1%
<1%
80 jaar Onbekend of ouder
Regio Meierij en Bommelerwaard
23
INKOMEN #785
19%
34%
4%
Inkomen uit werk
Uitkering
Informeel inkomen
#145
#264
13%
29%
Geen inkomen
Inkomen onbekend
#101
#226
Er konden per persoon meerdere inkomstenbronnen worden opgegeven. Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
#34
Regio Brabant Noordoost-Oost
24
REGIOGEMEENTEN
Oss, Bernheze, Maashorst, Boekel, Land van Cuijk
16/05/2023
49
Oss
deelnemende organisaties
REGIO BRABANT NOORDOOST-OOST
• In gemeente Land van Cuijk verblijven relatief veel mensen in ETHOS-categorie 4. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van een Penitentiaire Inrichting in Grave. • In de gemeente Bernheze zijn relatief veel kinderen geteld. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van opvang voor moeders met kinderen in deze gemeente. • In de gehele regio waren er onvoldoende mogelijkheden om campings en vakantieparken te betrekken bij de telling.
Bernheze
Maashorst Land van Cuijk Boekel
Regio Brabant Noordoost-Oost
25
Verblijfplaats 15-16 mei ETHOS Light categorie
Volwassenen
%
Waarvan mannen
Waarvan vrouwen
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
21
6%
17 (81%)
4 (19%)
-
-
2 In noodopvang
24
7%
20 (83%)
4 (17%)
9
7%
3 In tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen
73
20%
40 (55%)
32 (45%)
26
21%
4 In instelling
91
24%
69 (67%)
22 (33%)
31
25%
5 In niet-conventionele woonruimte (stacaravan, auto…)
47
13%
33 (70%)
14 (30%)
16
13%
6 Bij familie/vrienden/derden
90
25%
65 (72%)
25 (28%)
32
26%
+ Dreigende huisuitzetting
9
2%
5 (56%)
4 (44%)
-
-
Situatie 16 mei onbekend, dakloosheid wel bevestigd
12
3%
9 (75%)
3 (25%)
9
7%
Totaal
367
100%
258
108
123
100%*
* Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%
Totaal regio Brabant Noordoost-Oost
dak- en thuisloze personen
490
367
volwassenen
123 kinderen
101
Daarnaast kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een ouder wel.
Regio Brabant Noordoost-Oost
26
Verblijfplaats 15-16 mei, verdeling per gemeente ETHOS Light categorie
Oss
Bernheze
Maashorst
Land van Cuijk
Boekel
1 In openbare ruimte
8
-
5
5
-
2 In noodopvang
24
-
-
-
-
3 In opvang voor dak- en thuisloze mensen
51
7
6
1
-
4 In instelling
20
4
8
43
1
5 In niet-conventionele ruimte (garage, kraak, etc.)
11
1
20
6
-
6 Bij familie/vrienden/derden
22
6
22
20
3
+ Dreigende huisuitzetting
6
-
1
1
1
Situatie 16 mei onbekend, dakloosheid wel bevestigd
4
2
1
1
2
146 (+40)
20 (+17)
63 (+18)
77 (+16)
7 (+0)
0,2%
0,12%
0,14%
0,1%
0,06%
Totaal (+kinderen) % van aantal inwoners in gemeente
Regio Brabant Noordoost-Oost
27
146 40
Verblijfplaats 15-16 mei 43 29
11 3
in andere regio
onbekend
Oss
20 17 Bernheze
63 18 Maashorst
7 0 Boekel
x x
= volwassenen = kinderen
77 16 Land van Cuijk
Regio Brabant Noordoost-Oost GESLACHT #367
70%
Man #258
28
SAMENSTELLING HUISHOUDEN #367
29%
56%
3%
13%
Vrouw
Alleenstaand zonder kinderen
Koppel zonder kinderen
Anders
#108
#205
#10
#53
0%
<1%
11%
5%
12%
Anders
Onbekend
Alleenstaand met kinderen
Koppel met kinderen
Onbekend
#0
#1
#39
#17
#43
Regio Brabant Noordoost-Oost
29
NATIONALITEIT #367 Van mensen met niet-Nederlandse nationaliteit #63
68%
63%
Nederlandse nationaliteit
Geboren in Nederland
#250
24%
76%
EU-burger
Niet-EU-burger
33%
46%
2%
Permanent verblijfrecht
Tijdelijk verblijfrecht
Onwettig verblijf
#21
#29
#14
#46
23 Verschillende nationaliteiten
#232
Top 3 andere geboortelanden Polen Syrië Eritrea
3% 3% 2%
#1
Regio Brabant Noordoost-Oost
30
LEEFTIJD #490 30% 25%
25%
24%
20% 19%
18%
15% 10% 9%
5% 0%
0-17 jaar
18-27 jaar
28-39 jaar
40-49 jaar
50-59 jaar
3%
1%
60-69 jaar
70-79 jaar
DUUR DAK- EN THUISLOOSHEID #367 30% 25%
28% 25%
20% 18%
15% 14%
10%
13%
5% 3%
0% <4 maanden
4-11 maanden
1-2 jaar
>2 jaar
Er is nog Onbekend woonplek
<1%
<1%
80 jaar Onbekend of ouder
Regio Brabant Noordoost-Oost
31
INKOMEN #367
22%
40%
3%
Inkomen uit werk
Uitkering
Informeel inkomen
#81
#146
11%
28%
Geen inkomen
Inkomen onbekend
#40
#102
Er konden per persoon meerdere inkomstenbronnen worden opgegeven. Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
#10
32
Veerle
‘Onder jongeren is de mentale impact van de woningnood groot’ ’
33
Veerle
Veerle ging op haar 18e het huis uit en woonde vier jaar lang antikraak in een voormalige pastorie. Een jaar geleden moesten zij en haar huisgenoten daar weg. Het lukte haar niet om iets betaalbaars te vinden, dus sliep ze bij verschillende familieleden totdat ze illegaal in onderhuur terecht kon. De stress is daarmee niet verdwenen. Integendeel.
‘Het is een hele wiebelige constructie. Als ze ontdekken dat ik illegaal onderhuur dan verlaagt dat mijn kans op een sociale huurwoning. En als de huisbaas erachter komt, zou het kunnen dat de persoon die aan mij onderverhuurt ook nog eens op straat staat. Dus dat is een extra verantwoordelijkheid.’ Veerle pendelt elke dag kilometers op en neer tussen haar onderkomen in Brabant en haar opleiding in een andere provincie. ‘Ik heb nog overwogen om daar ook te gaan zoeken, maar in een studentenstad is natuurlijk al een enorme kamernood en omdat het studiejaar net weer was begonnen, was dat al snel out of the question. Ik heb daarom vooral in mijn eigen regio gezocht, maar daar was niks te vinden. Althans geen sociale huurwoning, of een normale huurwoning van onder de 1000 euro. Het enige wat ik kon vinden, was onbetaalbaar.’
tegen de uithuiszetting, maar dat hebben we helaas verloren. Dus toen waren er opeens zes mensen die allemaal onderdak nodig hadden, van wie meer dan de helft internationale studenten waren. En voor hen is het nog tien keer moeilijker dan voor mij en mijn Nederlandse vrienden om een woning te vinden.’ Ook Veerle lukte het niet om meteen iets anders te vinden. Weer even bij een van haar ouders intrekken was geen optie. ‘Mijn vader woont ver weg en mijn moeder heeft een eenpersoons seniorenwoning, dus daar kon ik me simpelweg niet inschrijven. Toen ben ik dus een tijdje thuisloos geweest. Gelukkig was ik niet slaapplekloos. De ene keer sliep ik bij mijn moeder, de andere keer bij mijn broer en dan weer bij mijn zus. Totdat ik iets gevonden had.’
Thuisloos, maar niet slaapplekloos
Veerle baalt ervan dat haar enige optie op dit moment illegale onderhuur is. ‘De verhuurder is een goede vriend van mij, dus die wil er niks aan verdienen. Daarom is mijn huur nu gelukkig vrij laag. Maar hoe ik dat zou gaan doen als ik ooit een huur
Veerle woonde hiervoor met huisgenoten in een antikraakpand. Dat ging vier jaar goed, totdat ze hoorden dat ze er binnen een maand uit moesten. ‘We hebben nog actiegevoerd
Betaalbare woningen niet te vinden
34
krijg die wel een stukje hoger is? Ik heb geen idee. Ik zou een bijbaantje moeten zoeken. Of geld moeten lenen bij vrienden. Of gaan eten bij vrienden en familie. En dan zou ik het zo hopelijk oplossen.’ Ze zou willen dat er minder luxe en meer sociale huurwoningen zouden worden gebouwd. ‘Laat ze niet alleen kijken naar wat ze kunnen verdienen, maar meer op maat bouwen en dus wat meer kleinere, goedkopere woningen neerzetten. De sociale huur waarop ik met mijn vijf jaar inschrijftijd mag reageren, is ook weer een dikke 800 per maand. Ik kan eigenlijk niet meer dan 600 euro per maand uitgeven aan huur. Anders kan ik niet eten.’
Mentale impact
En Veerle is niet de enige. Om zich heen ziet ze veel leeftijdgenoten die moeite hebben om een plek voor zichzelf te vinden. ‘Het is belangrijk dat mensen weten dat je niet dak- of thuisloos bent door je eigen toedoen, maar omdat er te weinig aanbod is.’ Bovendien ziet ze wat de woningnood met jongeren doet. ‘De mentale impact is groot. Als jongeren heel lang niets hebben kunnen vinden, of een beetje dakloos zijn geweest en daarna eindelijk iets hebben gevonden, dan is er eerst nog een lange recoverytijd. Ze moeten eraan wennen en er oké mee zijn dat ze ergens wonen.’
Zelf heeft ze gemengde gevoelens bij haar huidige woonsituatie. ‘Het voelt aan de ene kant fijn, want ik kan wel ergens wonen en veel anderen niet. Maar ik ben nog iedere dag op zoek naar iets waar ik gewoon legaal kan wonen, zodat ik van die stress verlost raak. Dus dat betekent meteen reageren als er weer iets beschikbaar komt. Ik zit iedere dag op school met het gevoel van: wat als ze erachter komen? Ja, het houdt me echt de hele tijd bezig.’
35
Belangrijkste conclusies
Belangrijkste conclusies 1498 dak- en thuisloze personen Er zijn in de regio Noordoost-Brabant in totaal 1498 dak- en thuisloze personen geteld. Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de resultaten van de telling. Een aantal resultaten viel ons in het bijzonder op:
1 Grote diversiteit aan dak- en thuisloze personen
De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze personen in de regio Noordoost-Brabant zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische- en verslavingsproblematiek. Deze telling haalt dit beeld onderuit. Bijna een derde van de getelde volwassenen is vrouw. We zien dak- en thuisloze mensen in de leeftijd van nul tot 86 jaar. Het aandeel dak- en thuisloze kinderen en jongeren is bij elkaar ruim 40 procent van het totale aantal getelde personen. Bovendien zijn er 54 verschillende nationaliteiten onder de dak- en thuisloze personen in de regio.
2 Veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid
Uit de telling blijkt dat in beide deelregio’s de grootste groep mensen verblijft in de minder zichtbare situaties van dak- en
36
thuisloosheid. De grootste groep mensen verblijft bij vrienden, familie of derden (36 procent van de totale groep in regio Meierij en Bommelerwaard en 25 procent van de totale groep in regio Brabant Noordoost-Oost). Een aanzienlijke groep mensen verblijft in een niet-conventionele woonplek, zoals een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. Het percentage mensen dat in de openbare ruimte, in de noodopvang of in een tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen verblijft is in beide regio’s niet groter dan een derde van het totaal. Dit doorbreekt het dominante beeld van verblijf op straat of in een opvangvoorziening.
3 Dak- en thuisloosheid treft veel kinderen
Deze telling laat zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen treft. In de regio Meierij en Bommelerwaard waren 223 kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid (22 procent van het totale aantal dak- en thuisloze personen). In de regio Brabant Noordoost-Oost waren 123 kinderen dak- of thuisloos (25 procent van het totale aantal dak- en thuisloze personen). Daarnaast is er in de gehele regio Noordoost-Brabant een even grote groep kinderen (349 kinderen in totaal) indirect betrokken bij een situatie van dak- en thuisloosheid, omdat een van hun ouders dak- of thuisloos is. Uit onderzoek weten we dat dak- en thuisloosheid bij kinderen negatieve effecten heeft op de ontwikkeling van kinderen en het risico vergroot dat
37
zij op volwassen leeftijd ook in een situatie van dak- en thuisloosheid terecht komen. Uit ervaringsverhalen blijkt dat ook indirecte betrokkenheid bij dakloosheid grote impact heeft op kinderen.
4 Aantal dak- en thuisloze jongeren is hoog
In de gehele regio is het aantal dak- en thuisloze jongeren (18 tot en met 27 jaar) hoog ten opzichte van dak- en thuisloze personen in andere leeftijdscategorieën. In de regio Meierij en Bommelerwaard met centrumgemeente ’s-Hertogenbosch zijn er 219 jongeren dak- of thuisloos (22 procent van de totale populatie dak- en thuisloze personen) en in de regio Brabant Noordoost-Oost met centrumgemeente Oss zijn dat er 106 (18 procent van de totale populatie)1. Door de deelnemende organisaties en de deelnemende regio’s werd het hoge aantal jongeren als een van de belangrijkste resultaten van de telling gezien. Net als bij kinderen heeft dak- en thuisloosheid verstrekkende gevolgen voor de ontwikkeling van jongeren.
5 Dakloosheid komt overal voor
Niet alleen in de centrumgemeenten, maar ook in alle tien de regiogemeenten in Noordoost-Brabant zijn dak- en thuisloze mensen geteld. De aantallen per regiogemeente lopen uiteen van 7 tot 95 personen en ook in de regiogemeenten is sprake van een verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid. Verhoudingsgewijs verblijven in de regiogemeenten minder mensen in de openbare ruimte en
in de noodopvang of tijdelijke opvang voor dak- en thuisloze mensen en verblijven relatief meer mensen in andere leefsituaties van dakloosheid, zoals verblijf bij vrienden, familie en derden en in niet-conventionele ruimtes zoals een stacaravan of auto. Lokale verschillen worden verklaard door de aanwezigheid van specifieke voorzieningen voor dak- en thuisloze personen, de aanwezigheid van instellingen (bijvoorbeeld Penitentiaire Inrichtingen en GGZ-instellingen) en het aantal organisaties dat aan de telling meewerkte.
1 In deze telling is het percentage jongeren berekend op basis van de gehele populatie dak- en thuisloze personen, waarbij ook kinderen en personen boven 65 jaar zijn meegerekend. Dat is anders dan bij bestaande cijfers, waarbij het percentage jongeren vaak wordt berekend op basis van de populatie dakloze personen van 18 tot en met 65 jaar. Indien wij het aandeel dak- en thuisloze jongeren ook afzetten tegen de groep personen van 18-65 jaar dan valt het percentage jongeren aanzienlijk hoger uit: 29 procent in regio Meierij en Bommelerwaard en 25 procent in regio Brabant Noordoost-Oost.
38
Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio NoordoostBrabant in beeld aan de hand van de ETHOS-Light definitie. Het is voor het eerst dat een dergelijke telling in Nederland is uitgevoerd. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen. Voor het eerst zijn ook kinderen, dak- en thuisloze mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid meegeteld. De telling geeft inzicht in daadwerkelijke aantallen dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Meer dan de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht op basis van bestaande cijfers valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht.
Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven onvoldoende inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is in feite een nulmeting voor de regio.
39
Is er goed geteld?
Is er goed geteld? Een belangrijke vraag is of de resultaten van deze telling een goede weergave zijn van de werkelijke situatie van dak- en thuisloosheid in de regio Noordoost-Brabant. Uit de reflecties van de onderzoekers en de betrokken professionals uit de regio ontstaat het beeld dat de juiste organisaties bij de telling betrokken waren, dat er goed is geteld en dat de resultaten over het algemeen goed aansluiten bij de situatie die zij in hun regio waarnemen. Bij de gehanteerde methode hangt de betrouwbaarheid van de resultaten grotendeels af van het draagvlak binnen de regio waar de telling is uitgevoerd. In de regio Noordoost Brabant was er vanaf de start van het project veel draagvlak voor de telling. Dat blijkt onder andere uit het grote aantal organisaties dat deelnam aan de telling: maar liefst 96 organisaties in de regio namen deel, waarbij er sprake was van een grote verscheidenheid aan partijen. Ook lieten de organisaties en hun medewerkers een grote betrokkenheid bij de telling zien. De lijst van organisaties die benaderd moesten worden voor deelname werd opgesteld samen met een speciaal voor de telling opgerichte lokale werkgroep. Hierin waren ook mensen met ervaringskennis vertegenwoordigd. Deelnemers aan de werkgroep kennen de regio goed en weten daardoor welke organisaties betrokken moesten worden om alle dak- en thuisloze personen in beeld te krijgen.
40
Om te toetsen in hoeverre de resultaten een goede weerspiegeling zijn van de werkelijke situatie in de regio werden de resultaten tijdens feedbackbijeenkomsten voorgelegd aan vertegenwoordigers van de telorganisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten. Zij reflecteerden uitgebreid op alle resultaten. Uit de reflecties van de professionals kwam naar voren dat de resultaten van de telling over het algemeen goed aansluiten bij de situatie in hun regio, zowel in omvang als in aard en diversiteit van leefsituaties van dak- en thuisloze mensen. De professionals vermoeden dat een aantal specifieke groepen nog niet volledig in beeld zijn gebracht. Daarbij gaat het om mensen zonder verblijfspapieren (ongedocumenteerde mensen), arbeidsmigranten en personen die verblijven in anti-kraakwoningen en op vakantieparken. Dit geldt vooral voor de regiogemeenten, omdat hier bijvoorbeeld relatief gezien meer vakantieparken en campings gevestigd zijn. Deze feedback geeft aanknopingspunten voor het verder ontwikkelen en verbeteren van de telmethode. De betrokken professionals benadrukken dat met deze methode veel meer groepen die anders onzichtbaar blijven in de cijfers in beeld zijn gekomen. Tegelijkertijd zullen er altijd mensen zijn die ook met deze telmethode niet in beeld
41
komen. Het gaat hier volgens hen om personen die niet in contact staan met hulp- of dienstverlenende organisaties, omdat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of omdat zij bewust onder de radar willen blijven. De betrokken professionals vermoeden bijvoorbeeld dat mensen zonder verblijfspapieren en een deel van de alleenstaande moeders in een situatie van dak- of thuisloosheid bewust geen contact zoekt met hulp- of dienstverlenende organisaties uit angst om het land te moeten verlaten of het gezag over hun kinderen te verliezen.
42
Abdi
‘Niet weten of ik na mijn 19e verjaardag nog onderdak had, was stressvol’
43
Abdi
Vanaf zijn 14e zat Abdi in verschillende instellingen voor jeugdbescherming. Toen hij 18 werd, kreeg hij een jaar verlengde jeugdzorg en een eigen woonruimte met ambulante begeleiding. Hij zocht zich dat jaar suf naar een woning in de stad waar hij studeert. Naarmate zijn 19e verjaardag naderde, nam de stress toe. Zou het hem lukken om op tijd een studentenkamer te vinden?
‘Op mijn 17e had ik al heel veel vragen over hoe het zou zijn als ik 18 werd. Hoe moest ik een plekje vinden? Hoe zat het met mijn zorgverzekering? Mijn begeleiders zeiden: dat duurt nog even. Niet stressen.’ Die stress kwam een jaar later wel. Hij had nu toch echt een kamer nodig, het liefst in de stad waar hij bezig was met zijn opleiding gespecialiseerd pedagogisch medewerker. Abdi diende samen met zijn trajectbegeleider een urgentieverzoek in bij de studentenhuisvesting, maar die werd afgewezen. ‘Maandenlang heb ik echt op alle kamers gereageerd die ik kon vinden. Ik zat in speciale Facebookgroepen, checkte allerlei sites, had een reminder in mijn telefoon gezet. Voor alle studenten is het moeilijk om een kamer te vinden, maar de meeste studenten kunnen nog thuis blijven wonen totdat ze een kamer hebben gevonden. Ik heb dat privilege niet.’
Gebroken met familie
Abdi is geboren in Somalië. Op zijn 4e kwam hij met zijn familie naar Nederland, maar toen hij 11 was werd hij, tegen zijn zin, weer teruggebracht naar Somalië. ‘De cultuur, de normen en
waarden, alles wat daar normaal was, was niet normaal voor mij. Ik was gewend aan hoe het er in Nederland aan toeging. Hier mag je als kind je mening geven, daar kreeg ik meteen klappen als ik mijn mond opendeed. Iedereen zag ook aan hoe ik me gedroeg, liep, praatte en at dat ik niet in Somalië was opgegroeid. Ik wilde daar niet blijven. Mijn vader had me bij familie achtergelaten en was zelf teruggegaan naar Nederland, dus ik dacht: wat doe ik hier eigenlijk nog?’ Na 3,5 jaar verbrak hij de banden met zijn familie en kwam alleen terug naar Nederland. ‘Dat moest gebeuren voor mijn eigen veiligheid, mijn toekomst, mijn geluk.’
Onzekere tijd
Abdi werd eerst op een geheim adres ondergebracht, omdat het gevaar bestond dat zijn vader hem zou vinden. ‘Gelukkig heb ik hem niet gezien sinds ik terug ben.’ Daarna verbleef hij in een jongerenopvang. Het ging goed met hem, maar hij had na zijn 18e nog wat tijd nodig om een paar dingen op de rit te krijgen en daarom werd er verlengde jeugdzorg voor hem aangevraagd. Een jaar lang kon hij begeleid wonen. Maar
44
hoe meer zijn 19e verjaardag naderde, hoe groter de stress werd. ‘Mijn trajectbegeleider zei dat ze me echt niet meteen het huis uit zouden gooien. Ze zagen ook wel hoe hard ik mijn best deed om een kamer te vinden. Maar ik had geen idee hoe lang ik dan nog zou mogen blijven, aangezien ze na mijn 19e geen geld meer voor me krijgen. Hoe lang houden ze het dan vol om lief voor me te zijn? Dat was een onzekere tijd.’
Hele levensverhaal op papier zetten
Een half jaar nadat zijn eerste urgentieverzoek was afgewezen, mocht hij een nieuwe aanvraag indienen. Alleen moest hij dan wel een brief van zijn psycholoog meesturen. ‘Maar ik heb helemaal geen psycholoog, want ik heb geen mentale problemen. Ik moet werken aan mijn toekomst, dat is het enige.’ Gelukkig was een brief van een gedragswetenschapper van de instelling ook oké. ‘Daarna moest ik een lange brief schrijven, niet meer over waarom ik een kamer nodig had, maar over mijn omstandigheden. Ik moest mijn hele life story op papier zetten, vanaf het moment dat ik terug ben gegaan naar Somalië totdat ik urgentie aanvroeg. Dat vond ik heel vervelend. Mijn levensverhaal gaat hen niks aan. En voor mezelf was het ook weer naar om alles op papier te moeten zetten en te bespreken met de begeleiders die me hielpen de brief te schrijven. Sommigen wisten niet wat ik allemaal had
meegemaakt, dus die reageerden van ‘wat erg voor je’ en dan besef je zelf ook weer hoe heftig het eigenlijk is.’
Meer samenwerken met huurders
Abdi is er nog steeds ontdaan over. ‘Studentenhuisvesting zei ook nog dat ze een jongere zoals ik normaal geen urgentie zouden verlenen. Misschien omdat ze denken dat de instelling huisvesting regelt? Maar dat is niet zo.’ Abdi vindt het vreemd dat er in zijn oude gemeente wel initiatieven zijn om 21-plussers aan een huis te helpen, maar dat die er niet zijn voor jongeren onder de 21. ‘Hoe moet je als 17- of 18-jarige een kamer regelen als je geen connecties, familie of vangnet hebt? Het zou goed zijn als jeugdbeschermingsinstellingen samen zouden werken met andere partijen. Ik snap wel dat verhuurders niet meteen allemaal kamers gaan verhuren aan jongeren die uit de jeugdzorg komen, omdat ze dan denken dat die allemaal heftig of problematisch zijn, maar niet iedereen is zo.’ Abdi kreeg uiteindelijk net op tijd een kamer in een studentenflat. Hij doet dit jaar examen en wil daarna naar het hbo. Hij blijft het gek vinden dat hij daarvoor zijn hele levensverhaal heeft moeten oprakelen, maar hij is superblij met zijn kamer. ‘Het is kleiner dan wat ik hiervoor had, maar dat betekent ook minder schoonmaken. Dat is wel chill.’
45
Hoe nu verder > Van tellen naar oplossen > Tweede telronde (2024)
Van tellen naar oplossen Voor effectief beleid is inzicht in het werkelijke aantal dakloze mensen en hun profielenkenmerken cruciaal. Met de resultaten van deze telling bieden we gemeenten in de regio Noordoost-Brabant dit inzicht. Gemeenten kunnen dit inzicht gebruiken voor het ontwikkelen van een nieuwe aanpak gericht op het uitbannen van dakloosheid in 2030, de ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. De telling brengt bijvoorbeeld groepen in beeld die voorheen voor beleidsmakers onzichtbaar waren, geeft handvatten voor beleid en laat zien waar versterking van een preventieve aanpak nodig is. Dit doen zij in samenspraak met alle lokale partijen die hier een rol in kunnen spelen.
Pieter Paul Slikker, wethouder ’s-Hertogenbosch:
‘Om inwoners die dakloos zijn of dreigen te worden goed te kunnen helpen, is het belangrijk dat gemeenten het probleem scherp in beeld hebben. Uit de praktijk wisten we al dat de groep mensen die in een onzekere woonsituatie zit anders en groter is dan de cijfers ons eerder vertelden. De telling bevestigt dit. De groep is groter, bestaat uit meer vrouwen, kinderen en jongeren dan eerder in beeld was. Als regio en gemeente ’s-Hertogenbosch zetten we fors in om dakloosheid te voorkomen. En op het moment dat iemand toch dakloos wordt, te zorgen voor een dak boven het hoofd. Deze telling geeft ons het noodzakelijke inzicht om dit nog beter te doen. En verdient navolging in álle gemeenten in ons land.’
46
Willy Hendriks – van Haren, wethouder Land van Cuijk:
‘Het onderzoek heeft ons inzicht gegeven in het aantal dak- en thuisloze mensen in onze regio en wie dat zijn. Hoe kunnen we hen helpen? En belangrijker, hoe kunnen we voorkomen dat iemand dak- of thuisloos wordt? Het is schrijnend dat er uit de telling blijkt dat er kinderen en jongvolwassenen dak- en thuisloos zijn. Daaruit blijkt dan ook dat het goed is om onderzoek te doen en preventieve maatregelen te nemen. Binnen dit onderzoek werken we als regio samen, en dat blijven we doen om ervoor te zorgen dat iedereen een thuis heeft.’ Door het gezamenlijk uitvoeren van deze telling is de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. De diversiteit aan organisaties die deelnamen aan de telling laat zien dat de oplossing en preventie van dakloosheid de inzet en samenwerking van een groot aantal partijen vraagt. De gemeenten uit de regio zijn nu aan zet om de lokale aanpak van dakloosheid samen met alle betrokken organisaties vorm te geven. Zij kunnen daarbij voortborduren op de samenwerking die door de organisatie en uitvoering van de telling is ontstaan. De uitgevoerde telling is een belangrijke nulmeting. Effecten van nieuw beleid gebaseerd op deze telling zullen naar verwachting zichtbaar beginnen te worden na een periode van drie tot vier jaar. Een nieuwe telling kan dan een belangrijk middel zijn om na te gaan in hoeverre de getroffen maatregelen effectief zijn.
Tweede telronde (2024)
47
Het is de ambitie van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om in heel Nederland heldere, betrouwbare en vergelijkbare cijfers van dak- en thuisloosheid te verkrijgen. We vinden het daarom positief dat het Nationaal Actieplan Dakloosheid ernaar streeft om alle dak- en thuisloze mensen in beeld te krijgen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. De komende jaren werken wij, in samenwerking met het Rijk en gemeenten, aan een landelijke opschaling van de ETHOS telling.
West-Friesland
Holland Rijnland
Gelderland-Zuid
Regio Breda Hart van Brabant
Westelijke Mijnstreek
Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we de ETHOS telling uit naar nieuwe regio’s. In navolging van NoordoostBrabant hebben 55 gemeenten zich aangemeld voor de tweede ronde van de ETHOS telling. Dat betekent dat we in het voorjaar van 2024 een telling uitvoeren in de volgende regio’s: Holland Rijnland, Westelijke Mijnstreek, GelderlandZuid, Regio Breda, Hart van Brabant en West-Friesland. De resultaten hiervan verwachten we in oktober 2024. Vanaf januari 2024 kunnen gemeenten zich aanmelden bij Kansfonds voor de derde ronde van de ETHOS tellingen die we in 2025 organiseren.
48
Thomas
‘Ik ben nu in een huisje terechtgekomen waar ik eigenlijk negen jaar geleden op gehoopt had’
49
Thomas
De afgelopen negen jaar waren een achtbaan voor Thomas (27). Drank, drugs, criminaliteit, overal en nergens verblijven. Bij vrienden, in een auto, op een woonboot, in de gevangenis of in het park. Tot hij besloot hulp te vragen. Onlangs heeft hij via Housing First een flat gekregen en hij is druk bezig van zijn eerste eigen huis een thuis te maken.
De muren zijn al lichtblauw geschilderd, het houtwerk zwart. Accenten van zilver en goud volgen nog. ‘Ik wil er graag een warm huis van maken, dat echt van mij is. Als mijn voordeur dicht is, is eigenlijk heel de wereld even gewoon stil. Dat vind ik fijn. Want binnen in deze ruimte tikt de tijd even snel als buiten, maar hierbinnen zijn geen prikkels. Het is rustig. Ik kan weer door, bijvoorbeeld met mijn huisje leuk maken of een sfeer maken.’ Sfeer is belangrijk voor Thomas. Het moet zíjn thuis worden en daarom heeft hij zorgvuldig zijn verfkleuren, vloerbedekking en gordijnen uitgekozen. ‘Ik ben nu in een huisje terechtgekomen waar ik eigenlijk negen jaar geleden op gehoopt had. Toen ik het ouderlijk huis uitging, hoopte ik meteen een vaste plek te vinden. Maar in die negen jaar is er gewoon heel veel gebeurd. Daardoor kan ik nu moeilijker wennen aan deze woning.’
zeven jaar in België gewoond, maar toen ik een jaar of 8, 9 was zijn we terugverhuisd naar Nederland. Dat was moeilijk voor me, omdat ik al mijn vriendjes moest achterlaten.’ De overgang was groot, en daarmee ook zijn boosheid. Thomas heeft ‘een rugzakje’. Hij is impulsief, ziet niet meteen oorzaak en gevolg en heeft moeite met plannen en vooruitkijken. Hij botste veelvuldig met zijn moeder, die zich grote zorgen over hem maakte. Op zijn 18e gaat hij het huis uit, om zijn jongere zussen met wie hij nog steeds een goede band heeft een rustigere thuissituatie te geven. Thomas had een naïef beeld van wat het betekent om op eigen benen te staan. ‘Ik dacht: als ik maar hard genoeg werk als schilder, komt het met dat huis wel goed. Maar dat was niet zo. Het is ook aangeven: ik heb hier moeite mee. Kun je me daarmee helpen? Maar dat deed ik als jong menneke niet.’
Rugzakje
Wat volgt is een lange periode van vallen en weer opstaan. ‘Ik dacht op een gegeven moment: ik ben al verloren, dan maar helemaal verloren. Ik heb heel veel fouten gemaakt,
Een echt thuisgevoel kent Thomas niet. Alleen in België, waar hij lang geleden woonde, voelde hij zich op zijn gemak. ‘Ik heb
Overal en nergens onderdak
50
maar ik ben overal voor gestraft en ik heb al mijn tijd netjes uitgezeten.’ Wanneer hij op vrije voeten is, woont Thomas overal en nergens. Hij huurt een woning en zelfs een woonboot, en kan af en toe ook weer thuis terecht. Totdat zijn moeder genoeg heeft van alle ruzies en stress en hem op straat zet. ‘Toen ben ik zeker zeven maanden echt dakloos geweest. Die zeven maanden hebben mij wel heel erg wakker geschrokken.’ De nachtopvang is vaak vol, en daar op een stoel slapen wil hij niet. ‘Ik dacht ook: ik weet niet of het wel zo’n goed idee is om in een opvang te gaan slapen met mensen die ik niet ken.’ Liever slaapt hij bij vrienden op de bank, in zijn auto of in het park. Ook glipt hij soms stiekem een leegstaande woning binnen. Of hij legt zijn matrasje neer in het huis dat hij aan het schilderen is.
Iedereen wil een eigen plekje hebben
Uiteindelijk vraagt en krijgt Thomas hulp. En dat kan hij iedereen die in hetzelfde schuitje zit als hij aanraden. ‘Neem iemand gewoon aan de hand. Ga samen lopen. Mij heeft dat enorm geholpen. Als ik dat eerder had gedaan, had dat veel ellende gescheeld.’ Ook nu hij voor het eerst een eigen plek heeft, heeft hij veel steun aan zijn begeleiders. Weten dat er altijd iemand is op wie hij kan terugvallen, geeft hem rust. Tegelijkertijd voelt hij zich soms bijna schuldig
tegenover zijn vrienden, omdat hij wel een woning heeft en zij niet. ‘Mijn vrienden werken 40 uur per week, doen supergoed hun ding, maar die zitten nog thuis bij hun moeder. Die kunnen nergens naartoe. Ik denk dat als iedereen een eigen plekje zou hebben, we allemaal veel gelukkiger zouden zijn. Zo’n huisje als dat van mij, waarin ik als ik opsta lekker mijn koffie kan maken en een douche kan nemen. En dan leg ik mijn kleren klaar zodat ik naar mijn werk kan. Geloof me maar, dat is gewoon de droom van elke jongere.’
51
Bronnen
Bronnen
52
Bij het schrijven van deze rapportage is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
Hochstenbach, C. (2022). Uitgewoond. Waarom het hoog tijd is voor een nieuwe woonpolitiek. Amsterdam: Das Mag Uitgevers B.V.
Bradley, C., McGowan, J. & Michelson, D. (2018). How Does Homelessness Affect Parenting Behaviour? A Systematic Critical Review and Thematic Synthesis of Qualitative Research. Clinical Child and Family Psychology Review 21, 94–108. https://doi.org/10.1007/s10567-017-0244-3
Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid & Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. Verkregen via: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf
CBS (2023). Dakloos in Nederland: wat behelst het onderzoek. Verkregen via: https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte-onderzoeksomschrijvingen/dakloos-in-nederland Demaerschalk, E., Italiano, P., Mondelaers, N., Steenssens, K., Schepers, W., Bircan, T., Nicaise, I., Van Regenmortel, T., Jacquemain, M. & Hermans, K. (2018). MEHOBEL - Measuring Homelessness In Belgium. Edgar, W., Harrison, M., Watson, P. & Busch-Geertsema, V. (2007) Measurement of Homelessness at European Union Level (Brussels: European Commission (DG Employment, Social Affairs and Equal Opportunities)). Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226. FEANTSA (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. Verkregen via: www.feantsa.org/download/fea-002-18-updateethos-light-0032417441788687419154.pdf Hermans, K. (2021). Tellingen dak- en thuisloosheid. Globaal rapport. Verkregen via https://media.kbs-frb.be/nl/media/7768/pub2021_3767_ dakenthuisloosheid_globaal_nl_def.pdf.
Murran, S., & Brady, E. (2022). How does family homelessness impact on children's development? A critical review of the literature. Child & Family Social Work, 1–12. https://doi.org/10.1111/cfs.12968 Oppong Asante, K., Meyer-Weitz, A. & Petersen, I. (2016). Mental Health and Health Risk Behaviours of Homeless Adolescents and Youth: A Mixed Methods Study. Child Youth Care Forum 45, 433–449 https://doi. org/10.1007/s10566-015-9335-9 Raad Volksgezondheid en Samenleving (2020). Herstel begint met een huis: Dakloosheid voorkomen en verminderen. Den Haag, verkregen via: https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstelbegint-met-een-huis-dakloosheid-voorkomen-en-verminderen Schel, S., Kuijpers, M., Wewerinke, D., Scheepers, A., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee: ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Brabant Noordoost-Oost. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Wewerinke, D., Kuijpers, M., Schel, S., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee: ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Meierij en Bommelerwaard. Utrecht: Hogeschool Utrecht.