CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B6D Bijlage 3 bij RIB Uitgangspunten kadernota 2024.pdf

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders1.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten kadernota 2024

Inleiding De uitgangspunten voor de kadernota 2024 bestaan uit drie delen, de algemene (financiële) kaders, de ontwikkelingen en de technische uitgangspunten voor het samenstellen van de kadernota 2024. Deze uitgangspunten vormen ook de basis voor de programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2024-2027.

Algemene (financiële) kaders In het coalitieakkoord Thuis in Meierijstad 2022-2026 zijn als algemene (financiële) kaders opgenomen: 

De algemene financiële huishouding is stabiel en meerjarig sluitend met een daarop aansluitend meerjarig investeringsprogramma. De reservepositie en het weerstandsvermogen blijven op orde conform de financiële verordening. De lokale lasten, zoals OZB, blijven zo laag mogelijk. Wat betreft OZB rekenen we de trendmatige verhoging in.

In het collegewerkprogramma “Thuis in Meierijstad Mijlpalen” (TiMM) 2022-2026 is het financiële uitgangspunt om meerjarig een sluitende begroting te hebben losgelaten vanwege de onzekere rijksinkomsten voor de meerjarenraming. Financieel sluitend voor structurele lasten en baten voor het komende begrotingsjaar blijft vanzelfsprekend het uitgangspunt. Door in het collegewerkprogramma te werken met plannen van jaar tot jaar kunnen we financieel ingrijpende keuzes maken als de tijd daar rijp voor is. Uitgangspunten kadernota 2024 De raad heeft zich uitgesproken voor een kadernota, die meer kader stellend is. In deze opzet bestaat een kadernota op hoofdlijnen uit denkrichtingen voor de diverse begrotingsprogramma’s met als uitgangspunt het collegewerkprogramma Thuis in Meierijstad Mijlpalen. En feiten, trends, ontwikkelingen, kansen en bedreigingen maken het beeld in de kadernota compleet. Dit betekent in financiële zin, dat de kadernota niet al financieel meerjarig sluitend hoeft te zijn. De kadernota geeft wel een financieel beeld op hoofdlijnen met mogelijke risico’s en inschattingen over ontwikkeling meicirculaire etc. Voor het opnemen van (nieuwe) ontwikkelingen in de kadernota 2024 hanteert het college de volgende uitgangspunten:  De basis voor nieuwe ontwikkelingen is het collegeprogramma TiMM en het daarbij behorende MeerjarenInvesteringsPlan.

 Voor nieuwe grote ontwikkelingen zowel beleidsmatig als financieel hanteren we de indeling: externe ontwikkelingen (rijks- en provinciaal beleid) en lokale ontwikkelingen (lokaal beleid en bedrijfsvoering). Dit omdat de bestuurlijke keuzevrijheid van lokale ontwikkelingen vaak groter is dan bij externe ontwikkelingen.  Als nieuwe grote ontwikkelingen zoals bedoeld uit het vorige punt financiële gevolgen hebben dan nemen we deze in de kadernota alleen op voor investeringen > € 1 miljoen en voor structurele exploitatiebudgetten > € 250.000. (= richtlijn). De motivatie voor deze richtlijn is

dat het beleid leidend moet zijn voor opname in de kadernota en niet het geld. Alleen als ontwikkelingen substantieel meer kosten dan kan het geld ook leidend worden. Lagere bedragen kunnen leiden tot de ongewenste neiging naar een mini-begroting. Als dekkingsmogelijkheden geven we mogelijke subsidies, belastinginkomsten en door de raad gewenste beleidsverminderingen/ombuigingen. Voor de rijksinkomsten geven we 3 scenario’s: tegenvallend, neutraal en meevallend. Dit omdat de effecten van de meicirculaire nog niet bekend zijn.

Technische uitgangspunten kadernota/programmabegroting 2024-2027 Algemeen We ramen de lasten en baten op basis van het bestaande beleid, inclusief de besluiten die de raad tot en met juli 2023 neemt. Voor nieuw beleid c.q. gewijzigd beleid neemt het college als startpunt collegewerkprogramma Thuis in Meierijstad Mijlpalen (TiMM). Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de grootste bron van inkomsten voor gemeenten. Naast stortingen en onttrekkingen vanwege taakwijzigingen kent het gemeentefonds een autonome groei, het accres. Daarmee moeten gemeenten o.a. de stijgende kosten door inflatie, loonontwikkeling en bevolkingsgroei opvangen. De algemene uitkering is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Jaarlijks worden de rijksuitgaven aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen. Door de koppeling zit een compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen automatisch in de algemene uitkering. De algemene uitkering ramen we op basis van de meicirculaire 2023. Indien de septembercirculaire 2023 hiertoe aanleiding geeft doet het college voorstellen bij de behandeling van de begroting 2024. Accres ontwikkeling – Wijziging systematiek In de meerjarenraming 2024-2026 zijn de bijgestelde ramingen van de accressen uit de septembercirculaire 2022 opgenomen.

In het streven van het kabinet om het accres stabieler te maken is besloten om het volumedeel van het accres 2022-2025 vast te zetten. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres voor gemeenten zijn er minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor de jaren tot en met 2025 slechts nog zullen wijzigen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Het biedt voor gemeenten de komende jaren zekerheid over hun inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer de uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen. Vanaf 2026 wordt het gemeentefonds niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd. Er wordt geen volume-accres meer verstrekt, alleen nog maar een nominaal accres voor de loon- en prijsontwikkeling. Het Rijk werkt met gemeenten aan een nieuw financieringssystematiek vanaf 2026. Werkwijze bij taakmutaties Door wijziging in de taken (taakmutaties) verandert de algemene uitkering. Bij nieuwe taken wordt geld toegevoegd en bij het weghalen van taken bij gemeenten wordt geld uit de algemene uitkering gehaald.

Zaaknummer 2320756

Pagina 2 van 5

datum 20 maart 2023

Wij hanteren de volgende uitgangspunten voor taakmutaties in het gemeentefonds: - Nieuwe middelen voor een bepaald taakveld reserveren we binnen het taakveld Algemene Uitkering tot de eerstvolgende kadernota/programmabegroting. - Op basis van een apart voorstel vindt onderbouwing plaats waarom het geld nodig is binnen dat taakveld. - Bij de kadernota/programmabegroting vindt integrale afweging plaats. Op basis van de integrale afweging zetten we middelen in voor het betreffende taakveld of voegen dit toe aan de algemene middelen. - Als bestaande middelen geoormerkt zijn, dan oormerken we ook de verhoging/verlaging uit taakmutaties. Overheveling van budgetten In de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV staan de manieren die toegestaan zijn voor het overhevelen van budgetten. Wij kiezen voor de mogelijkheid om de uitvoering van de ‘overgehevelde’ activiteiten en bijhorende lasten ten laste te brengen van de exploitatie in het nieuwe jaar. Bij het vaststellen van de jaarrekening van het oude jaar stemt de gemeenteraad in met het overhevelen van de niet aangewende middelen naar het nieuwe begrotingsjaar.

Budgetoverheveling vindt alleen plaats als:  er een beleidsinhoudelijke noodzaak is om het geld te behouden voor uitvoering in het nieuwe jaar  er in het nieuwe jaar geen middelen beschikbaar om deze uitgaven te dekken (financiële noodzaak)  de uitvoering in het nieuwe jaar past binnen de planning van het werkatelier  de daadwerkelijke realisatie uiterlijk plaatsvindt in het nieuwe jaar d.w.z. er kan één keer budgetoverheveling plaatsvinden  het over te hevelen budget minimaal € 25.000 bedraagt. Loonkosten Voor de nieuwe cao 2023 is een principeakkoord opgesteld. Dit ligt voor ter instemming aan de leden. De financiële consequenties hiervan nemen we op. De cao loopt tot 2 januari 2024. De loonkosten van het gemeentelijk personeel berekenen we op basis van de formatie per 1 mei 2023. De ontwikkeling van de loonkosten 2024 baseren we op de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan 2023, loonvoet sector overheid. De loonkosten ramen we op basis van het maximum van de salarisschaal. Prijsindexering We reserveren het bedrag voor prijsstijging op één verzamelbudget binnen het programma 0 onder “overige baten en lasten”. De verwachte prijsontwikkelingen baseren we op verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC).

Als prijsstijgingen contractueel zijn bepaald, dan verhogen we het desbetreffende budget met als dekking het verzamelbudget. Huren en pachten De huren en pachten die de gemeente in rekening brengt indexeren we met het percentage wat contractueel is bepaald. Wanneer contractueel geen indexering is vastgelegd hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC).

Zaaknummer 2320756

Pagina 3 van 5

datum 20 maart 2023

Subsidies Het aantal subsidies en de samenstelling baseren we op het desbetreffende subsidiebeleid. We indexeringen subsidies conform de algemene subsidieverordening Meierijstad. Hiervoor zijn bepalend de prijsindexen Centraal Plan Bureau (CPB) zoals in de septembercirculaire 2023. worden opgenomen. Omdat de hoogte van de indexering pas bij de septembercirculaire 2023 bekend is vindt bijstelling van de subsidiebedragen in de begroting plaats bij het eerstvolgende P&C document. De dekking hiervoor is het verzamelbudget (zie prijsindexering). Rekenrente De rekenrente (ook voor de grondexploitaties) is gebaseerd op de BBV (notitie rente). Voor de programmabegroting 2024 actualiseren we de percentages. Voor de meerjarenraming houden we de rekenrente gelijk aan 2024. Kapitaallasten We begroten kapitaallasten vanaf het jaar van beschikbaar stellen van middelen voor een investering. In het eerste begrotingsjaar nemen we een incidenteel voordeel op van 50% van de kapitaallasten. Bij grote meerjarige projecten begroten we kapitaallasten volgens de vastgestelde planning door de raad, dat wil zeggen een jaar na geplande afronding van het project. Dit is conform de provinciale handreiking kapitaallasten investeringen van de provincie. De werkelijke kapitaallasten vinden plaats conform de nota waarderen en afschrijven 2017.

Onroerende zaakbelasting De waardebepaling voor woningen en niet-woningen baseren we op waarde peildatum 1 januari 2023. Waarde mutaties compenseren we in het tarief, hierbij blijft de geraamde opbrengst gelijk. De toename van de waarde WOZ als gevolg van nieuwbouw nemen we op als extra inkomsten. Voor de indexering hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) Bron: Centraal Economisch Plan 2023, prijs netto materiele overheidsconsumptie (IMOC). Tarieven rioolheffing en afvalstoffenheffing De tarieven voor rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn maximaal 100% kostendekkend. Leges, overige belastingen en overige heffingen Voor de indexering van leges, overige belastingen en overige heffingen hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Bron: Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, Prijs netto materiële overheidsconsumptie (IMOC). Uitgezonderd die situaties waarin maximale kostendekking is gerealiseerd of sprake is van (maximale) doorberekening van rijksleges. Onvoorziene uitgaven Jaarlijks ramen we een bedrag voor onvoorziene uitgaven van € 250.000. Dit bedrag kan het college in dat jaar inzetten voor het dekken van incidentele tegenvallers in de exploitatie van bestaand beleid en ter dekking van lasten voor activiteiten die van tevoren niet voorzien zijn, maar die gedurende het begrotingsjaar wel belangrijk zijn.

Het college rapporteert bij de bestuursrapportages en de jaarrekening over het verloop en aanwending van deze post. Grondzaken Het huidig grondbeleid is situationeel. We streven er naar dat alle grondexploitaties samen minimaal kostendekkend worden uitgevoerd.

Zaaknummer 2320756

Pagina 4 van 5

datum 20 maart 2023

Ieder jaar bekijken we welke grondexploitaties we kunnen afsluiten. Een eventueel positief resultaat voegen we toe aan de algemene risicoreserve. Vervangingsinvesteringen Vervangingsinvesteringen vragen we opnieuw aan als investering bij de begroting. Voor 2024 vindt inventarisatie plaats van vervangingsinvesteringen. Opnemen van vervangingsinvesteringen 2024 wordt integraal afgewogen bij de begroting 2024. Verbonden partijen De bijdragen voor verbonden partijen zijn gebaseerd op de kadernota’s en begrotingen 2024 van de verbonden partijen.

Zaaknummer 2320756

Pagina 5 van 5

datum 20 maart 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=21b1d114-1335-4d79-ab54-be815c46e22d