B6b Bijlage 1 Opdracht MP 2022 Algemene uitgangspunten1.pdf
Tekst van het document
Opdracht 2021 Deel I : Algemene uitgangspunten 1.
Inhoudelijke uitgangspunten vanuit het Beleidskader sociaal domein
De volgende doelen zijn relevant voor het werk van de welzijnsorganisaties: Meer kinderen en jongeren van 0-27 benutten hun kansen en talenten, zo nodig met hulp. Meer (jong)volwassenen doen naar vermogen mee in de samenleving, waar mogelijk via betaald werk. Nieuwkomers in Meierijstad integreren sneller in de samenleving met een duurzaam resultaat. Meer inwoners leven gezonder zodat ze beter functioneren en minder zorg nodig hebben.. Daarbij is het gedachtegoed positieve gezondheid het uitgangspunt. Inwoners zijn zelfredzamer door meer gelijkwaardige, integrale en laagdrempeliger ondersteuning en zorg in eigen omgeving. Inwoners voelen zich meer eigenaar van lokale voorzieningen en hebben hier meer over te zeggen. Hulp voor onze inwoners is dichtbij en snel beschikbaar. We leggen verbinding tussen het sociaal domein en het domein veiligheid. 2.
Gezamenlijke uitgangspunten inzake de relatie gemeente - welzijnsorganisaties
De gemeente 1 en de vijf welzijnsinstellingen 2 delen de volgende uitgangspunten: a. Gemeente en de instellingen werken toe naar één gezamenlijke opdracht voor het sociaal werk in Meierijstad; b. De instellingen werken vanuit één dienstverleningsconcept, en werken toe naar één geïntegreerde dienstverlening; c. De opdracht vanuit de gemeente wordt zoveel als mogelijk is in termen van gewenste ‘resultaten’ geformuleerd; d. De gemeente is opdrachtgever en regisseur, stelt kaders en stuurt zonodig bij. e. De welzijnsinstellingen maken in het werkplan inzichtelijk welke wijzigingen t.o.v. het voorgaande jaar zijn doorgevoerd/worden voorgesteld, zowel inhoudelijk als qua inzet/financieel. Hierbij is uitgangspunt dat er in ieder geval in het urenoverzicht en het financiële overzicht een vergelijking wordt gemaakt tussen het nieuwe subsidiejaar en het voorgaande jaar. f. Voor de gemeente zijn er per 2021: 1 aanspreekpunt en 1 opdrachtnemer vanuit de welzijnsorganisaties en 1 subsidierelatie tussen beide. g. Gemeente en de instellingen werken samen aan de doorontwikkeling van het partnerschap en samenwerking. Hierin komen o.a. onderwerpen als opdrachtnemer en opdrachtgeversrol, resultaatbeschrijving, (resultaat-)meting en monitoring aan bod.
Onderdeel van de doorontwikkeling maakt ook de samenwerking met overige organisaties uit, denk hierbij aan samenwerking met GGD (gezondheid), Vluchtelingenwerk (inburgering, statushouders), SWbedrijven (PIM, Leefgoed), woningsbouwcorporaties en culturele organisaties.
1
Vanuit de gemeente zijn de belangrijkste onderleggers voor deze uitgangspunten: Visie Meierijstad ‘Meedoen!’ 2018 – 2022 (2018), paragraaf 5.1 Beleidskader sociaal domein 2019 – 2022 (2019), Voorwoord en p. 7 Startnotitie project Samenwerking welzijnsorganisaties (28.12.2018)
2
Vanuit de vijf welzijnsinstellingen zijn de belangrijkste onderleggers voor deze uitgangspunten: Visie en gezamenlijk dienstverleningsconcept organisaties sociaal werk in Meierijstad (eind 2016) Notitie inzet samenwerkende welzijnsorganisaties beleidskader sociaal domein Meierijstad 2019 - 2021 (2018)
1
3.
Gezamenlijke uitgangspunten inzake het dienstverleningsconcept
De gemeente en de vijf welzijnsinstellingen delen de volgende uitgangspunten van de dienstverlening door de instellingen: a. Gemeente en instellingen stellen de leefwereld van de inwoners centraal en laten daar de systeemwereld zoveel mogelijk op aansluiten. b. De dienstverlening vormt zich naar de krachten, kwaliteiten en opgaven in elk van de kernen van de gemeente. Inwoners voelen zich meer eigenaar van lokale voorzieningen en hebben hier meer over te zeggen. c. De instellingen ondersteunen inwoners in het zorgen voor en benutten van de eigen identiteit van de kern waarin ze wonen en leven en zijn gericht op het realiseren van zelfstandige basisvoorzieningen en versterken van burgerinitiatief. d. De instellingen zorgen voor eenduidigheid qua bekendheid/vindbaarheid richting inwoners en passen de communicatiemiddelen daar aan. e. De instellingen werken vanuit positiviteit: we zien mogelijkheden en kansen en passen een informele leer-en ontwikkelaanpak toe die leidt tot aanpakken en oplossingen die dicht bij de inwoners staan. f. De instellingen werken vanuit inclusiviteit: zij spannen zich in om mensen met een beperking volop kansen en mogelijkheden te geven om mee te doen. g.
De instellingen nemen het voortouw in het bundelen van de krachten en kwaliteiten van inwoners, verenigingen en professionals in alle domeinen als de kansen zich voordoen of de opgave in een kern dat vraagt. Vanuit hun wortels in de kernen formuleren ze samen met inwoners, wijken dorpsraden, professionele en vrijwilligersorganisaties de maatschappelijke opgaven en bieden ondersteuning om zelf en met het netwerk problemen op te lossen op individueel en collectief niveau, voor zover dat binnen de opdracht aan de instellingen valt. h. De instellingen werken toekomstgericht. Zij realiseren innovaties met inwoners en verbeteren zo hun diensten en processen. i. De welzijnsinstellingen nemen in de gesprekken met de diverse partijen waar mogelijk de resultaten uit de leefbaarheidsmonitor Meierijstad mee. j. De instellingen monitoren en signaleren trends en ontwikkelen en spelen daar op in. Dit geldt ook voor ontwikkelingen als gevolg van corona. 4.
Financieringsvorm
De vijf welzijnsinstellingen worden voor hun taken gesubsidieerd. In het proces naar de afspraken 2020 met de maatschappelijke partners is door het college besloten om verder te gaan met een samenwerking op basis van een subsidierelatie.
5.
Betekenis van het veranderproject Toegang voor de subsidierelatie met de vijf instellingen
In Beleidskader sociaal domein is het volgende opgenomen: “Het Gebiedsteam (…) bestaat uit gemeentelijke klantmanagers en professionals van de samenwerkende maatschappelijke partners. Ook het CJG maakt onderdeel uit van het Gebiedsteam. Het Gebiedsteam levert dienstverlening en richt zich op preventie. De gemeente voert de regie over het Gebiedsteam.” Het Gebiedsteam is een samenwerkingsverband van de gemeente met een aantal zorg- en welzijnsorganisaties (waaronder de vijf welzijnsinstellingen).
2
NB Bovenstaande tekst komt uit het door de raad vastgestelde beleidskader. Over het CJG zijn inmiddels gedetailleerde afspraken gemaakt op het gebied van positionering e.d. Deze worden meegenomen bij de invulling van deelopdracht CJG. Een aantal uitgangspunten hierbij zijn: In Meierijstad zijn drie gebiedsteams operationeel. In deze gebiedsteams werken professionals van de gemeentelijke toegang en de welzijnscoöperatie op één locatie samen.; Regie wordt ingevuld m.b.v. verschillende rollen: gebiedsregisseur, procesregisseur en gezinsregisseur. De professionals werkzaam in het gebiedsteam maken gebruik van het door de gemeente gefaciliteerd regiesysteem. In februari 2021 zijn een viertal werksessies gehouden om gezamenlijk te komen tot helderheid over positionering en taakstelling van de gebiedsteams in Meierijstad. Gezamenlijk zijn we erin geslaagd om een goede basis te leggen voor de doorontwikkeling van de gebiedsteams. Er is helderheid gecreëerd en overeenstemming bereikt over de verantwoordelijkheden en taken die worden belegd bij de gebiedsteams en daarbinnen bij de coöperatie. Dat resultaat is onder andere bereikt met het doorlopen van een aantal klantreizen. Het gebiedsteam bestaat uit de gemeente en de coöperatie sociaal werk Meierijstad.
In het gebiedsteam worden werksoorten in de domeinen sociaal werk, maatschappelijk werk en werkzaamheden in relatie tot de Wmo, Jeugd en participatie uitgevoerd. Voor registratie gaan we uit van de mogelijkheid om te registreren in het systeem van de betrokken organisatie (moedersysteem) of in het regiesysteem dat de gemeente faciliteert. De resultaten van de werksessies zijn o.a. vastgelegd in het excelbestand met taken, rollen en verantwoordelijkheden en een document m.b.t. registratie. In onderstaande punten wordt een beeld geschetst van de resultaten van de werksessies en wordt nader ingegaan op de hierboven genoemde onderdelen. 1. Met betrekking tot de werksoort sociaal werk (bijvoorbeeld mantelzorg en jongerenwerk) is de coöperatie, met andere partners in de keten, verantwoordelijk voor de uitvoering van deze voorliggende voorzieningen. De informatie die voortvloeit uit deze werksoorten wordt geregistreerd en vastgelegd in de moedersystemen van de partners. Het Centrum voor Jeugd en Gezin maakt onderdeel uit van de werksoort sociaal werk en wordt dan ook onder de verantwoordelijkheid van de coöperatie uitgevoerd. 2. Met betrekking tot de werksoort maatschappelijk werk (waaronder bijvoorbeeld algemeen maatschappelijk werk) komen inwoners grotendeels binnen bij de coöperatie en wordt de benodigde interventie uitgevoerd door de coöperatie.
Aangezien het hier individuele hulp kan betreffen worden een aantal zaken vastgelegd in het regiesysteem. Daarvoor zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd voor informatie die minimaal nodig is om te registreren. 3. Als er sprake is van op komst zijnde individuele voorziening of complex vraagstuk dan wordt er een integrale intake uitgevoerd. Relevante informatie uit die intake wordt geregistreerd in het regiesysteem. De intake zelf kan worden uitgevoerd door professionals in dienst van de gemeente en van de coöperatie. 4. Daar waar hulpvragen met betrekking tot de uitvoering van de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet gemeentelijke schulddienstverlening aan de orde zijn en er een voorziening nodig is, gaan deze vragen via het gebiedsteam. De informatie ten behoeve van deze voorziening die hieruit voortvloeit wordt geregistreerd in het regiesysteem. Als tijdens de intake van een hulpvraag blijkt dat de inzet van een voorliggende voorziening nodig is, wordt de vraag doorgeleid naar de coöperatie. 5. Inzet op complexe vraagstukken en multidisciplinair overleg (MDO-overleg) worden onder regie uitgevoerd door Meierijstad. De informatie die nodig is om de uitvoering van procesregie en MDOoverleg goed te kunnen uitvoeren wordt geregistreerd en vastgelegd in het regiesysteem van Meierijstad.
De doorontwikkeling toegang is een proces dat in 2020-2021 wordt gerealiseerd. Dit proces heeft mogelijk consequenties voor de opdrachtformulering en afspraken daar waar dit de doorontwikkeling toegang raakt (zie hieronder – blok a). Het kan daarom zijn dat op basis van de ontwikkelingen en
3
voortschrijdend inzicht veranderingen of aanscherpingen zullen plaatsvinden in de opdracht en/of afspraken. Hierover zal dan verder worden afgestemd. Vertegenwoordigers van de kernpartners (directieleden en professionals) wordt gevraagd om (actief) deel te nemen aan het project optimaliseren Toegang. Resultaat van het te doorlopen proces is dat voor 1-1-2022 in overleg wordt uitgewerkt en vastgesteld welke basisformatie door de coöperatie wordt ingezet in de gebiedsteams op basis van de overeengekomen kaders en uitgangspunten. Tussen de werkzaamheden van de maatschappelijke partijen maken we een verdeling in twee blokken. Blok a. werkzaamheden die integraal onderdeel uit maken van het Gebiedsteam (grotendeels maatschappelijk werk, maatschappelijke begeleiding/ondersteuning, informatie en advies), waarbij: -
-
-
de te behalen resultaten en prestaties voortaan worden bepaald in het gebiedsteam (onder verantwoordelijkheid van de gemeentelijke gebiedsteamregisseur) i.p.v. via een subsidiebeschikking of - uitvoeringsovereenkomst; de subsidieaanvraag/verantwoording geen betrekking (meer) heeft op de activiteiten c.q. prestaties; de subsidieafspraak wordt in de toekomst (beknopt samengevat): de maatschappelijke instelling levert x fte formatie van bepaalde kwaliteit, met eventuele randvoorwaarden/verplichtingen; de verantwoording zich louter beperkt tot het geleverd hebben van deze formatie, en het voldaan hebben aan de randvoorwaarden/verplichtingen. NB Zoals hierboven al geschetst heeft de doorontwikkeling van de toegang mogelijk consequenties voor de opdrachtformulering en afspraken. In de gezamenlijke werksessies zijn afspraken gemaakt over het gebiedsteams en de contouren van Blok a en Blok b geschetst. Deze uitgangspunten zijn leidend voor de verdere uitwerking van Blok a. In gezamenlijkheid wordt e.e.a. verder uitgewerkt waarna dit vertaald zal worden in de opdracht en/of de afspraken.
Blok b. overige werkzaamheden (zoals: preventief jongerenwerk, inloopvoorzieningen, taalontwikkeling, specifieke voorzieningen voor bijv. mantelzorgers, dementerenden): -
-
In de “opdracht” (in de vorm van een resultaatgericht programma van eisen) geeft de gemeente aan welke resultaten van de instellingen verwacht worden, danwel van welke prestaties het resultaat gemeten zou moeten worden; in subsidie aanvraag: uitwerking in termen van concrete output/prestaties (met resultaat) verantwoording van de instelling over gehaalde prestaties en resultaat
Volgend uit de wettelijke en gemeentelijke kaders zijn de opdracht, werkplan en afspraken zoals die gezamenlijk tot stand zijn gekomen, de basis voor Blok b. Op basis van de huidige samenwerking en het fundament zoals dat beschreven is in deze documenten wordt de samenwerkingsrelatie verder doorontwikkeld. Van jaar tot jaar worden opdracht en afspraken herzien en bijgesteld. Dit betekent dat er sprake van kan zijn dat inhoudelijke opdrachten er anders uit gaan zien of dat er uitwisseling van (deel-)opdrachten plaats zal vinden met andere of nieuwe opdrachten binnen de gestelde kaders. Voor het eerste blok gaat de verantwoordelijkheid over de geleverde prestaties en resultaten naar het Gebiedsteam (en wordt de instelling ‘leverancier’ van gekwalificeerd personeel), terwijl voor het tweede blok de instelling volledig verantwoordelijk blijft voor de output en het resultaat van haar werkzaamheden. Opgemerkt zij dat medewerkers van instellingen soms zowel werkzaamheden verrichten voor blok a. als voor blok b. Dat is op zich geen probleem.
4
Deel II: Nadere invulling van de opdracht per blok 6.
Subsidievoorwaarden, te stellen aan blok a.
Het gaat dan om eisen te stellen aan het personeel, dat door de moederorganisatie ingezet wordt in de samenwerking. Te denken valt aan: kwaliteitseisen met betrekking tot opleiding, en dergelijke; het accepteren van de werkwijzen binnen het gebiedsteam; deelname aan (bij-)scholing, studiedagen en teambuildingsactiviteiten van het Gebiedsteam onderschrijven van een aantal normen die binnen het gebiedsteam gelden, zoals de inclusieve samenleving, onderlinge vervanging. Verder betreft het afspraken met de instelling(en) over bijv. vervanging bij ziekte, eenduidigheid qua bekendheid/vindbaarheid richting inwoners . NB. Zoals onder punt 5. Beschreven heeft het proces van doorontwikkeling toegang mogelijk consequenties voor de opdrachtformulering en afspraken daar waar dit de doorontwikkeling toegang raakt. Op basis van de ontwikkelingen zullen er veranderingen of aanscherpingen plaatsvinden in de opdracht, voorwaarden en/of werkafspraken. E.e.a. is nader in/aan te vullen n.a.v. de doorontwikkeling van de Toegang. 7.
Opdracht met betrekking tot de taken van blok b.
De gemeente wil voor de taakvelden, zoals beschreven in het Beleidskader sociaal domein, haar verwachtingen richting de instelling(en) zoveel mogelijk vertalen in te bereiken resultaat. Het resultaat betreft de persoonlijke baat die een inwoners heeft van de dienstverlening door de instelling, danwel de maatschappelijke baat van deze diensten. De gemeente wil dus vooral sturen op de ‘wat-vraag’ (wat zou de instelling moeten bereiken met haar activiteiten?) en niet zozeer op de ‘hoe-vraag’’ (hoe moeten de activiteiten uitgevoerd worden?). In de notitie ‘Hoe te komen tot een resultaatgerichte ‘opdracht’ voor de welzijnsorganisaties?‘ wordt deze resultaatsturing nader uitgewerkt. In liefst zo SMART mogelijke vorm worden resultaten geformuleerd; is dat (nog) niet mogelijk dan wordt de taakopdracht zo concreet mogelijk geformuleerd in prestatietermen. Daar waar e.e.a. nadere concretisering behoeft wordt dit in de doorontwikkeling van de samenwerking verder uitgewerkt. Dit geldt ook voor onderwerpen als (resultaat-)meting en monitoring. Bij de opdrachtformulering wordt uitgegaan van het volgende format: 1. Uitgangspunten Beleidskader sociaal domein 2. Opdracht/taak 3. Resultaat(meting) 4. Verandert er iets in de taak vergeleken met de huidige situatie? Of niet? 5. Randvoorwaarden / kwaliteitseisen N.B. Zie 13 deelopdrachten Blok b.
5