B5b Bijlage 1 - Aanbiedingsbrief VGR RES NOB
Tekst van het document
23 mei 2023 Aan Onderwerp
: Raden van de RES Noordoost Brabant : Voortgangsrapportage RES NOB
Hierbij ontvangt u ter kennisname de eerste voortgangsrapportage van de Regionale Energiestrategie (RES) Noordoost Brabant (NOB) “Samen Vaart Maken”. De rapportage geeft op hoofdlijnen zicht op de status van de uitvoering van de RES, of bijsturing noodzakelijk is en wanneer een herijking van de RES nodig zal zijn. Deze voortgangsrapportage volgt op de vaststelling van de RES 1.0 in 2021. Aanleiding In 2021 hebben alle gemeenteraden, Provinciale Staten, de Algemeen Besturen van beide waterschappen en netbeheerder Enexis van Noordoost Brabant de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 vastgesteld. Hierin staat de ambitie van de regio om in 2030 1,6 TWh aan duurzame energie op land op te wekken als bijdrage aan de opgave in het Klimaatakkoord. Het nationale doel is om in 2030 ten minste 35TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken. Naast het opwekdoel van 1,6TWh heeft de regio ook ambities vastgesteld voor de opwek van duurzame warmte (3,0PJ) en energiebesparing (11% besparing in 2030 ten opzichte van 2017). Verplichtingen NPRES Het Nationaal Programma RES (NPRES) heeft met de 30 RES-regio’s afgesproken dat er elke twee jaar een voortgangsrapportage wordt opgesteld (2023, 2025 etc.). Daarmee is de eerdere afspraak om de RES steeds tweejaarlijks te herijken (2.0, 3.0 etc.) komen te vervallen.
Elke regio bepaalt nu zelf wanneer zij een herijking wil laten plaatsvinden. De eerste voortgangsrapportage dient uiterlijk 1 juli bij NPRES te worden ingediend. Doel van de voortgangsrapportage is het beantwoorden van de vraag of de regio op koers ligt om de RES-ambities 2030 voor opwek en besparing te realiseren. Belangrijkste conclusies uit de voortgangsrapportage Eén belangrijke conclusie is dat de ambitie van 1,6TWh duurzame opwek van energie onverminderd blijft staan. Alle gemeenten in de regio nemen zichtbaar initiatief en verantwoordelijkheid om deze ambitie in 2030 te halen. Er is gezamenlijk behoefte om in te blijven zetten op de uitvoering en deze bestuursperiode vooruit te kijken naar een andere samenwerkingsstructuur voor de opgave richting 2050. In 2023 en daarna ligt de aandacht op het continueren en waar mogelijk versnellen van de uitvoering. In de rapportage staan ook aanvullende acties voor 2023 genoteerd voor gemeenten, provincie, waterschappen, RES NOBorganisatie en netbeheerder Enexis.
De rapportage sluit af met drie voorgestelde (door de colleges en dagelijks besturen te nemen) besluiten: 1) Vaststelling van de rapportage door de colleges en instemming met de rapportage door het Dagelijkse Bestuur van beide waterschappen en actief delen met de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen Waterschappen; 2) Instemmen met een intensivering van de monitoring RES NOB naar tweemaal per jaar; 3) Starten met de voorbereiding van de herijking van de RES in het derde kwartaal van 2023 gericht op vaststelling door de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen van beide waterschappen in 2024.
1/3
Toelichting voorgestelde besluiten: Toelichting 1: De verschillende ontwikkelingen met betrekking tot het realiseren van de RES 1.0 binnen gemeenten, de voorbereiding voor de opgave tot 2050 en de behoefte aan een andere samenwerking leiden tot de drie voorgestelde besluiten. Toelichting 2: Het in kaart brengen van de kwantitatieve én kwalitatieve vorderingen van de uitvoering helpt om op regionaal niveau de voortgang met elkaar beter te volgen en indien nodig bij te sturen. Daarom is het voorstel om tweemaal per jaar een monitor uit te brengen die meer bronnen gebruikt dan alleen de Klimaatmonitor. Deze wordt dan eens in de twee jaar gecombineerd met de verplichte voortgangsrapportage. De al lopende automatisering van de onderliggende geodata-systemen maakt dat dit niet voor extra werk zorgt.
4e monitor De 4e monitor is geïntegreerd in de voortgangsrapportage. Sinds de start van de RES 1.0 is de gerealiseerde opwek toegenomen in de regio. Deze toename is geheel toe te wijzen aan de realisatie van zon (op dak en land). Ten opzichte van vorig jaar is een duidelijke toename van projecten in de zogenaamde ‘pijplijn’ waarneembaar (projecten die wel in voorbereiding, maar nog niet gerealiseerd zijn). De daadwerkelijk in het veld gerealiseerde opwek (zon of wind) is in de 4e monitor in cijfers ongewijzigd ten opzichte van de 3e monitor. Dit komt omdat de cijfers over 2022 nog niet beschikbaar zijn. In werkelijkheid is er wel sprake van een toename, zoals ook benoemd in de Raadsinformatiebrief van afgelopen maart. Om de voortgang in de opwekopgave in de 30 RES-regio’s te kunnen vergelijken, wordt sinds januari 2023 een landelijk, uniform begrippenkader gehanteerd (NPRES-begrippenkader). In dit kader worden de verschillende stadia in de voortgang en realisatiegraden van opwekprojecten eenduidig gedefinieerd. De 3e monitor is nog niet volgens dit kader opgesteld en de 4e monitor wel. Om beide monitors en daarmee de progressie in opwek vergelijkbaar te maken, hebben wij in de 4e monitor de voortgang in- en exclusief realisatiegraad weergegeven.
In het eerste geval betekent dit dat een weging is toegepast van de kans dat een initiatief of project ook wordt gerealiseerd zoals die in het begrippenkader NPRES is opgenomen. Dit geeft een kwantitatief beeld van de voortgang. Om de voortgang ook kwalitatief te duiden, zijn in de 4e monitor ook de projecten meegenomen die gemeenten onderhanden hebben maar die buiten de (definitie van de) pijplijn vallen. Dit sluit aan op de wijze waarop wij de opwekambities per gemeente in de raadsinformatiebrief van maart 2023 in beeld hebben gebracht. Voor wat betreft energiebesparing (elektriciteit en warmte) laat de 4e monitor een besparingspercentage van 7,4% ten opzichte van het gebruik in 2021 zien. Daarmee lijkt de besparingsdoelstelling van 11% in 2030 haalbaar. Wanneer herijken? De herijking van de RES is aan de orde als er aanvullingen of wijzigingen moeten worden gemaakt op het huidige RES 1.0 document. Een aanleiding kan onder andere aanpassing in de omvang van een zoekgebied of het toevoegen van nieuwe zoekgebieden zijn maar ook de aanpassing van strategische uitgangspunten (zoals de manier van samenwerken) maken een herijking nodig. Wij willen de samenwerkingsstrategie voor na 2030 op tijd bijstellen en zullen u volgend jaar daarvoor op aanreiken van de stuurgroep RES NOB een voorstel doen. Vaststelling van deze herijking (RES 2/3
2.0) is een bevoegdheid van de gemeenteraden, Provinciale Staten en de Algemeen Besturen (AB) van de waterschappen.
Contact Heeft u vragen naar aanleiding van deze voortgangsrapportage, dan kunt u contact opnemen via info@resnob.nl. Voor meer informatie zie ook RES Noordoost Brabant | Energiewerkplaats Brabant Bijlage - Voortgangsrapportage RES NOB
3/3