CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B4d 03 - BIJLAGEN HANDELINGSPERSPECTIEF.pdf

Raadsvergadering 4 november 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders12.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 1 van 38

Bijlagen bij het regionaal Handelingsperspectief Huisvesting, Integratie en Participatie van internationale werknemers in de regio Noordoost-Brabant

Status: Ter besluitvorming aan het College van Burgemeester en Wethouders Versie 1.0 1.1

1.2

Datum 24 juni 2021 REGIODAG Periode: 1 juli tot 1 november 2021

Periode: Eind 2021

Auteur Datum Status

Bespreking Besproken op de Regiodag Handelingsperspectief en onderliggende documenten worden voorgelegd aan het College van B&W ter besluitvorming; het besluit betreft in te stemmen met het Handelingsperspectief zoals besproken en toegelicht op de Regiodag van 24 juni 2021, inclusief de dáár genoemde aanbevelingen en opmerkingen zoals verwerkt in versie 1.1. Regionale instemming met het Handelingsperspectief waarnodig aangevuld met annotaties vanuit de 17 Colleges in de periode juli tot 1 november (week 43 van 2021).

Regionale projectgroep Arbeidsmigratie, steller: Gerard Olthof 29 juni 2021 Vertrouwelijk / Besloten

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 2 van 38

Inhoudsopgave

Pagina: 4

Bijlage 1: Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets

6

Bijlage 2: Wettelijke bepalingen

12

Bijlage 3: Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen

17

Bijlage 4: Paraplubestemmingsplan ‘Omzetten woningen’

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 3 van 38

Bijlage 1 – Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Beoordelingsformulier leefbaarheidstoets Datum indiening: Adres pand: Dossiernummer:

1

Vraag: Hoeveel woningen telt de betreffende straat en hoeveel zijn daarvan gesplitst of omgezet in kamerbewoning, zowel illegaal als legaal?*

2

Is er sprake van clustervorming**?

3

Zijn al eerder aanvragen in de betreffende straat geweigerd of verleend? Zo ja, wanneer?

2

Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen /klachten/signalen bij gemeente en politie geweest vanuit meerdere verkamerde adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***

4

Is het laatste half jaar sprake van meer dan 4 meldingen / klachten / signalen bij gemeente en politie per maand vanuit meerdere adressen in de betreffende straat? Zo ja, hoeveel? ***

5

Wat is het beeld van de wijk en in welke mate wordt er overlast ervaren in de wijk?

6

Zijn er overige relevante c.q. overlastgevende factoren aanwezig rondom de woning? (voorbeeld: horecagelegenheden, prostitutie, coffeeshops, tankstations, probleemgezinnen, etc.) Oordeel n.a.v. bovenstaande antwoorden:

Advies: positief/negatief

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 4 van 38

Antwoord:

* Hier is van belang dat wordt bekeken welke vergunningen voor huisvesting van internationale werknemers al zijn verleend (inclusief overgangsrecht). Daartoe wordt een zogenoemde stippenkaart gebruikt om alle woningen waarvoor in het verleden vergunningen tot onttrekking, samenvoeging en eventueel kadastrale splitsing zijn verleend, rondom de woning waarvoor nu een vergunning wordt aangevraagd, inzichtelijk te maken. Deze stippenkaart wordt gevuld naar aanleiding van aanvragen die binnenkomen, in overleg met de wijkregisseur/gebiedsconsulent (zowel van de gemeente als corporatie) en wijkagent van de betreffende wijk. ** Clustervorming: Er is sprake van clustervorming indien in een straat in een woonwijk meer dan 10% van de woningen, gericht op huisvesting internationale werknemers aanwezig zijn en meer dan 2 woningen gericht op huisvesting van internationale werknemers aaneengesloten. Uitgangspunt is huisvesting van maximaal 4 internationale werknemers per woning. In uitzonderingsgevallen kan in overleg bij grotere panden bekeken worden of huisvesting van meer personen mogelijk is. *** Meldingen ten aanzien van overlast als gevolg van bijvoorbeeld parkeren, stank, geluid, drank –en drugsmisbruik, schending van de veiligheid, plaatsen van fietsen, op straat laten staan van kliko’s en/of vuilniszakken en vandalisme.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 5 van 38

Bijlage 2 – Wettelijke bepalingen 1

Landelijk

1.1 Woningwet In de Woningwet heeft de rijksoverheid regels vastgelegd omtrent het bouwen en gebruiken van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het laatste dient gedacht te worden aan bouwwerken die niet toegankelijk zijn voor mensen, niet overdekt en niet zijn voorzien van wanden, zoals bijvoorbeeld een schutting en een pergola. In de Woningwet wordt, voor zover hier van belang, de basis gelegd voor het Bouwbesluit en de gemeentelijke bouwverordening. Verder verbiedt de Woningwet, voor zover hier relevant: • •

het zonder onttrekkingsvergunning bewonen van een pand dat hoewel geschikt voor bewoning, niet eerder legaal als woning is gebruikt en het een bestaande woning in een staat te brengen, te laten komen of te houden, opdat deze woning niet langer voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.

Het college is op basis van de Huisvestingswet 2014 bevoegd om onttrekkingsvergunningen te verlenen. Daarnaast heeft een college de bevoegdheid om eigenaren van panden aan te schrijven hun woning op te knappen, opdat de woning weer voldoet aan de minimale eisen van het Bouwbesluit. Ook kan een college besluiten een gebouw, een open erf of een bepaald terrein te sluiten als de staat of het gebruik van een gebouw, een open erf of een bepaald terrein gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid. Deze bevoegdheden zijn niet specifiek bedoeld voor de gebouwen en percelen die gebruikt worden voor de huisvesting van internationale werknemers. De bevoegdheden kunnen hier echter wel voor worden toegepast. Ze vormen dus belangrijke instrumenten voor een college van burgemeester en wethouders om de huisvesting van internationale werknemers te reguleren. 1.2 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (verder: de Wro) heeft betrekking op het bouwen en gebruik van gebouwen en percelen. Deze wet is verder uitgewerkt in het Besluit ruimtelijke ordening (verder: het Bro). In de Wro is bepaald dat gemeenteraden voor elk perceel binnen de gemeentegrenzen een bestemming moeten vaststellen. In een bestemmingsplan regelt de gemeenteraad op perceelniveau de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

In een bestemmingsplan kan de gemeenteraad locaties aanwijzen die gebruikt zouden kunnen worden voor het aanbieden van kamerverhuur of logies aan derden. Deze derden hoeven niet per definitie internationale werknemers te zijn, maar de eigenaren kunnen de locaties wel gebruiken om internationale werknemers in te huisvesten. Het is ook mogelijk in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden op te nemen voor het aanbieden van kamerverhuur of logies. In dat geval is kamerverhuur of logies niet rechtstreeks toegestaan, maar kan het college per geval besluiten of kamerverhuur of logies wenselijk is. Het toepassen van deze bevoegdheid is geen verplichting. Het college kan derhalve ook besluiten dat kamerverhuur of logies zonder omgevingsvergunning niet is toegestaan. De huisvesting van grotere aantallen is (mits voldaan wordt aan de leefbaarheidstoets etc.) mogelijk. Hiervoor kan de zogenaamde ‘kruimelgevallenregeling’ gebruikt te worden of een eventuele BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 6 van 38

afwijkingsbevoegdheid, een buitenplanse afwijkingsprocedure of een bestemmingsplanprocedure. Afhankelijk van de aard en impact van het initiatief kan hierin een keuze worden gemaakt. 1.3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: de Wabo) voegt ongeveer 25 gemeentelijke toestemmingen samen in één nieuwe vergunning: de omgevingsvergunning. Onder andere zijn de bouwvergunning en de ontheffing van het bestemmingsplan (kruimelgevallenregeling) opgenomen in de omgevingsvergunning. Aangezien aanbieden van kamerverhuur of logies meestal niet is toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan, zullen huisvesters meestal een Wabo-vergunning nodig hebben. Voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan is sinds 1 oktober 2010 namelijk geen ontheffing op grond van de Wro meer vereist, maar een omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Ook indien gebouwen worden aangepast ten behoeve van kamerverhuur of logies, kan de huisvester in aanraking komen met de Wabo. 1.4 Wet milieubeheer Wonen, bedrijvigheid, industrie en agrarische bedrijvigheid grenzen in Nederland op veel locaties tegen elkaar aan. Deze vormen van gebruik zijn echter niet altijd met elkaar te verenigen en het kan dan ook onwenselijk zijn dat ze naast elkaar plaats vinden.

In de Wet milieubeheer en daarvan afgeleide regelgeving is onder andere vastgelegd welk effect bepaalde vormen van gebruik op de omgeving heeft. Dit effect bepaalt de gebruiksmogelijkheden van de omringende percelen. Als bijvoorbeeld op een bepaalde locatie woningen staan, is het niet langer mogelijk op het aangrenzende perceel een intensieve veehouderij te vestigen. Andersom geldt dat er naast een bestaande intensieve veehouderij geen nieuwe woonwijk gebouwd kan worden. Tussen de verschillende vormen van gebruik moet dan een bepaalde afstand worden aangehouden. Deze afstand wordt een hindercontour genoemd. Bij de huisvesting van internationale werknemers dient rekening gehouden te worden met deze hindercontouren. 1.5 Huisvestingswet Op basis van de Huisvestingswet is de gemeenteraad bevoegd een Huisvestingsverordening vast te stellen. In deze verordening kunnen verplichtingen worden opgelegd aan huiseigenaren. Relevant voor kamerverhuur en logies is de bevoegdheid op grond van artikel … van de wet tot het instellen van een vergunningplicht voor het splitsen van woningen (= onttrekkingsvergunning) of het onttrekken van woningen aan de woningvoorraad. Indien een woning permanent wordt gebruik voor kamerverhuur of logies wordt deze woning in feite aan de woningvoorraad onttrokken.

Op basis van een Huisvestingsverordening kan hiervoor op grond van artikel … van de wet een vergunningplicht worden ingesteld (= onttrekkingsvergunning). 1.6 Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften vastgelegd die uit oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid betrekking hebben op het (nieuw-)bouwen en gebruiken van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen. Bij de voorschriften omtrent veiligheid dient gedacht te worden aan de algemene sterkte van de bouwconstructie, de sterkte bij brand, vloerafscheidingen, de overbrugging van

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 7 van 38

hoogteverschillen, elektriciteit, verlichting, gasvoorziening, beweegbare constructieonderdelen, brandvertragende materialen en brandvertragende indeling van gebouwen (compartimentering, nooduitgangen, etc.) en inbraakwerendheid van een gebouw. De gezondheidsvoorschriften hebben betrekking op de reducering van geluid, vocht en ongedierte, de afvoer van afvalwater en hemelwater, de aanvoer van verse lucht, de drinkwater- en warmwatervoorziening en de toetreding van daglicht. In de voorschriften over de bruikbaarheid van gebouwen worden oppervlaktes gegeven voor de diverse gebruiksfuncties die in een gebouw voorkomen, zoals verblijfsruimten (b.v. woonkamer en slaapkamers), verkeersruimten (b.v. gang), sanitaire ruimtes (b.v. badkamer en toilet) en technische ruimtes (b.v. meterkast, liftkamer) en de bereikbaarheid tussen deze verschillende ruimtes. Ook aan de opstelplaats van boilers/cv-ketels en kookplaten/ovens wordt aandacht besteed. De isolatie, de luchtdoorlatendheid en de energieprestatie van gebouwen zijn geregeld in de voorschriften over energiezuinigheid. Deze regels zijn bij de huisvesting van internationale werknemers van belang. Het betreft namelijk minimale eisen waaraan woonruimte in het algemeen moet voldoen, dus ook de woonruimte voor internationale werknemers.

Als een gebouw in gebruik genomen gaat worden als woonruimte, dan kan het noodzakelijk zijn het pand bouwkundig aan te passen, om het geschikt te maken voor bewoning. Als het pand niet aan deze minimale eisen voldoet dan kan dit inhouden dat het betreffende pand niet als woning in gebruik genomen kan worden. Brandveilig gebruiken van bouwwerken Het Bouwbesluit bevat diverse regels die betrekking hebben op het brandveilig gebruiken van bouwwerken. Deze regels zien onder andere op de aanleg van brandmeldinstallaties en ontruimingsinstallaties en de plaatsing van brandbestrijdingsmiddelen. De mate waarin aan de regels moet worden voldaan, wordt mede bepaald door de functie van het gebouw en de intensiteit van het gebruik van het gebouw. Naarmate er meer mensen in een bepaalde periode in een gebouw verblijven, worden de eisen van brandveiligheid zwaarder. Op basis van dit besluit is een omgevingsvergunningplicht voor gebruik ingesteld voor bouwwerken waar: • • • •

bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; dagverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen; jonger dan 12 jaar of met een lichamelijke of verstandelijke handicap.

Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegde bestuursorgaan om de omgevingsvergunning voor gebruik te verlenen. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om in de bouwverordening een ander aantal personen waaraan nachtverblijf verschaft mag worden, vast te stellen.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 8 van 38

Naast de omgevingsvergunning voor gebruik regelt het Bouwbesluit ook de gebruiksmelding. Een gebruiksmelding is verplicht als: • • • •

in afwijking van de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit met andere materialen en oplossingen een gelijkwaardig resultaat als beoogd met het Bouwbesluit wordt behaald; een bouwwerk in gebruik genomen of gebruikt wordt indien daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn; een woonfunctie in gebruik genomen of gebruikt wordt voor kamergewijze verhuur; het bouwwerk of het gebruik daarvan verandert indien eerder een gebruiksmelding is gedaan en door het veranderen een afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.

Een gebruiksmelding is niet verplicht indien: • •

voor het bouwwerk een gebruiksvergunning vereist is; het gebouw een één- of meergezinswoning betreft.

De gebruiksmelding dient minimaal vier weken voorafgaand aan het in gebruik nemen ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders. Voor wat betreft huisvesting van internationale werknemers moet het gebouw in principe voldoen aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit 2012. Hierbij dient aangetekend te worden dat indien er een goede onderbouwing is er afgeweken kan worden van dit besluit. Of een vergunning op basis van het bouwbesluit is vereist, is dus afhankelijk van de situatie. 1.7 Wet aanpak woonoverlast Gemeenten hebben meer mogelijkheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. De Wet aanpak woonoverlast is op 1 juli 2017 in werking getreden. Door de wet hebben burgemeesters de mogelijkheid gekregen om specifieke gedragsaanwijzingen te geven aan overlastgevers. Het vergroot hiermee de wettelijke mogelijkheden voor gemeenten, bij de aanpak van woonoverlast. De burgemeester kan pas een gedragsaanwijzing geven als een waarschuwing, mediation of buurtbemiddeling niet werken. Wanneer deze gerichte aanpak niet werkt, kan alsnog de woning gesloten worden. Met de Wet aanpak woonoverlast is de Gemeentewet gewijzigd door toevoeging van artikel 151d Gemeentewet.

In dit artikel is bepaald dat de raad de burgemeester bij verordening de bevoegdheid kan verlenen tot oplegging van een last onder bestuursdwang aan degene, die een woning - of een bij die woning behorend erf - gebruikt, indien door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf omwonenden ernstig worden gehinderd. De wet voorziet dus in de introductie van een specifieke gedragsaanwijzing. Op grond van de aanwijzing moet de overlastgever bepaalde handelingen doen of juist nalaten op straffe van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Op basis van de wet hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om (handhavend) op treden tegen diegene die een woning of een bij die woning behorend erf tegen betaling in gebruik geeft aan personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn opgenomen, en zorgen voor herhaaldelijke hinder. Dit vergt mogelijk een aanpassing van de APV en het mogelijk opstellen van beleidsregels voor de burgemeester.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 9 van 38

Let op: deze mogelijkheid is geen directe oplossing, het is een vangnetbepaling en kan alleen worden ingezet indien alle andere mogelijke manieren om de overlast tegen te gaan zijn mislukt. Eerst waarschuwen, buurtbemiddeling inzetten, mediation proberen, etc. Het is ook mogelijk om met behulp van dit artikel een verhuurder aan te pakken die zijn woning verhuurt aan personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Dit wordt ook wel de 'Air BnB bepaling' genoemd. 2

Provinciaal

2.1 Verordening ruimte In de Verordening ruimte zijn geen specifieke regels opgenomen over het huisvesten van internationale werknemers. Wel zijn in de verordening relevante bepalingen opgenomen over het gebruik van het buitengebied. Bij het formuleren van beleid voor de huisvesting van internationale werknemers in het buitengebied, moet met de bepalingen uit de Verordening ruimte rekening worden gehouden. Bepalingen in een bestemmingsplan mogen niet in strijd zijn met de Verordening ruimte.

3

Lokaal

3.1 Bestemmingsplannen In de vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente [NAAM GEMEENTE] is nog weinig tot geen aandacht besteed aan het fenomeen kamerverhuur en logies. De huisvesting van internationale werknemers is evenmin geregeld. Verschillende bestemmingsplannen bevatten bepalingen voor het creëren van een Bed & Breakfast. Deze afwijkingsbevoegdheid is niet bedoeld voor het huisvesten van internationale werknemers. Het achterliggende doel is namelijk het stimuleren van het toerisme binnen de gemeente. 3.2 Bouwverordening Op grond van het Bouwbesluit is het verboden zonder vergunning nachtverblijf te verschaffen aan meer dan 10 personen. In de bouwverordening kan dit aantal personen worden gewijzigd. De gemeente kiest ervoor dit aantal naar beneden bij te stellen tot 4 personen. 3.3 Gemeentewet: Algemene plaatselijke verordening Op grond van de Algemene plaatselijke verordening kunnen houders van nachtverblijven worden verplicht een nachtregister bij te houden. De houder is verplicht dit register aan de gemeente te tonen, wanneer de gemeente dit verlangt. Met het register kan inzicht worden verkregen in de omvang en aard van het nachtverblijf: zie artikel 2:38 van de APV. De Gemeentewet biedt de gemeente de mogelijkheid om onder de naam 'toeristenbelasting' c.q.

‘verblijfsbelasting’ een directe belasting te heffen voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Deze verblijfsbelasting is bijvoorbeeld in de gemeente [NAAM GEMEENTE] in XXXX ingevoerd. Degenen die wel ingeschreven zijn in het BRP vallen buiten deze verblijfsbelasting.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 10 van 38

Het instrument verblijfsbelasting gaat de problematiek van verkamering niet tegen. Het bescheiden bedrag dat wordt gevraagd, zal geen drempel zijn voor het starten van verkamering. Wel biedt de verblijfsbelasting1 de gemeente inzicht in de aantallen migranten op bepaalde adressen en ontvangt ze inkomsten.

1 Let op dat het innen van verblijfsbelasting ertoe kan leiden dat de huisvester er van uit gaat dat de verkamering is toegestaan,

ook als meer dan 4 internationale arbeidsmigranten worden gehuisvest zonder omgevingsvergunning….

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 11 van 38

Bijlage 3 – Beleidsregels, uitgangspunten en huisvestingseisen 1. Inleiding Onderstaande regels worden vastgesteld als beleidsregels. Hierdoor dienen deze regels als afwegingskader bij aanvragen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Om de regels te gebruiken als beleidsregels, worden deze als zodanig gepubliceerd. Uitspraak Raad van State ten aanzien van huisvesting in woningen: De bewoning door seizoenarbeiders van één pand betreft niet de huisvesting van een huishouden in de gewone zin van dat woord en is daarmee ook niet op één lijn te stellen. Hierbij is immers geen sprake van continuïteit in de samenstelling ervan, nu de seizoenarbeiders slechts ongeveer drie maanden in de panden zijn gehuisvest, en is evenmin sprake van onderlinge verbondenheid. De door appellanten genoemde omstandigheden dat de seizoenarbeiders hetzelfde werk verrichten, dezelfde nationaliteit delen en gezamenlijk de huishouding doen zijn hiervoor onvoldoende. De rechtbank heeft derhalve met juistheid overwogen dat het gebruik van de percelen strijdig is met de bestemming (Raad van State, 200603867/1). 2. Algemene uitgangspunten De algemene uitgangspunten voor het omzetten van woningen naar kamerverhuur zijn voor alle aanvragers c.q. doelgroepen: 1. Er moet zo veel mogelijk maatschappelijke acceptatie en begrip zijn voor huisvestingsinitiatieven; 2.

Voorkomen moet worden dat er grote concentraties eenzijdige huisvestingsfaciliteiten in een klein gebied verschijnen; 3. Huisvesting dient te allen tijde veilig en leefbaar te zijn: ‘schoon, heel en veilig’. Hierbij is het type, de omvang en de locatie van de huisvesting van belang.

Voor het omzetten van woningen specifiek voor de doelgroep ‘internationale werknemers’ geldt aanvullend: 4. Huisvesting van internationale werknemers is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers, huisvesters en de internationale werknemers zelf. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt in het scheppen van kaders waarbinnen die huisvesting kan plaatsvinden en het toezicht houden dat uitvoering daarvan op een deugdelijke en veilige wijze geschied; 5. Het huisvesten van internationale werknemers is alleen bestemd voor internationale werknemers die hier op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam zijn; 6. In de gemeente [NAAM GEMEENTE] is gewenst dat alleen internationale werknemers worden gehuisvest die werkzaam zijn in [NAAM GEMEENTE] en/of omliggende gemeenten.

3. Begripsbepalingen (algemeen) Voor een uniforme toepassing van de regels moeten goede begripsbepalingen worden opgesteld: a. Het college: het college van burgemeester en wethouders;

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 12 van 38

b. woning / wooneenheid: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; c. Huishouden: Er is sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid.

Bij de huisvesting van internationale werknemers is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van de uitzendorganisatie. Internationale werknemers hebben niet de intentie om voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Anders gezegd: een persoon of groep van personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Deze definitie borgt een zekere duurzaamheid, die bij tijdelijke kamerverhuur niet als zodanig kan worden aangemerkt. Een kortstondig verblijf is binnen deze definitie dan ook niet toegestaan; d. Kamerverhuur: al dan niet bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden van onzelfstandige woonruimte, waarbij het kenmerk is dat de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft; e. Kamerverhuurbedrijf: een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan aan de rechthebbende en de personen behorend tot diens huishouden woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging. Onder de definitie van kamerverhuurbedrijf valt niet de verhuur van één of twee kamers door de eigenaar/bewoner van een woning aan niet meer dan twee personen; f.

Logies: het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende persoon zijn hoofdverblijf elders heeft; g. Logiesgebouw: een gebouw specifiek ingericht voor het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden voor meer dan tien personen, waarbij het kenmerk is dat de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben. h. Pension: Een bijzondere vorm van logies is het pension. Kenmerkend voor een pension is dat er naast nachtverblijf ook andere faciliteiten, zoals maaltijden worden aangeboden. Een pension is meestal verbonden aan de horeca. Kamerverhuur kan een vorm zijn van logies als daarbij de verhuurder ter plaatse zelf het hoofdverblijf heeft. Anders is er sprake van een onzelfstandige woning; i. Tijdelijke buitenlandse werknemers / internationale werknemers / seizoenarbeiders: Bijvoorbeeld werknemers afkomstig uit Midden- en Oost-Europese EU-landen (MOE-landen) zoals Polen, Bulgarije, Estland en Roemenië en/of in de toekomst nieuw toe te treden EUlidstaten, die voor een bepaalde periode werkzaamheden verrichten in Nederland en vervolgens weer naar hun thuisland terugkeren. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat zij daarna opnieuw voor een bepaalde periode werkzaamheden komen verrichten in Nederland. Voor de duidelijkheid: deze personen wonen niet in [NAAM GEMEENTE] maar verblijven er tijdelijk; j.

Tijdelijke huisvesting: Een huisvestingsvorm die slechts een aantal maanden per jaar plaatsvindt, alleen op het moment dat de internationale werknemers benodigd zijn. Een voorbeeld van tijdelijke huisvesting is die voor seizoensgebonden arbeid. Dit soort arbeid wordt veelal gedurende een maximum van zes maanden per jaar uitgevoerd (veelal in de agrarische sector). Tijdelijke huisvesting betreft zowel de persoon die een gedeelte van het jaar ergens gehuisvest

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 13 van 38

is als de faciliteit waarin dit gebeurt, die ook voor een gedeelte van het jaar ergens wordt geplaatst; k. Structurele huisvesting: Deze huisvestingsvorm betreft niet een persoon die een aantal maanden per jaar op een locatie werkt, maar een permanente of semipermanente faciliteit om internationale werknemers te huisvesten (met 10-15 jaar tijdelijke ontheffing). De internationale werknemers kunnen in wisselende samenstelling jaarrond gebruik maken van deze faciliteit; l. Zelfstandige woonruimte: Een zelfstandige woning is een woning met eigen toegang en alle wezenlijke voorzieningen binnen de woonruimte, zoals een keuken, toilet en badgelegenheid; m. Onzelfstandige woonruimte: een woonruimte waarbij de wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden. Een voorbeeld van een onzelfstandige woning is een (studenten)kamer. Kamers en appartementen in verzorgings- of verpleeghuizen vallen meestal niet onder de huurregels voor onzelfstandige woningen. Er is namelijk geen sprake is van een huurcontract, maar van een zorgcontract. Wordt een (deel van een) etage in een woning verhuurt en wordt daarbij de voordeur, het trappenhuis of de lift met andere bewonersgedeeld? Dan wordt de woning ook gezien als zelfstandige woonruimte. De woning moet dan wel voldoen aan de hierboven genoemde drie voorwaarden van zelfstandige bewoning (keuken, toilet, douchegelegenheid).

De kamers van de etage moeten van buitenaf kunnen worden afgesloten. Een onvrije woning of onvrije etage is een woning waarvan de vertrekken uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal. Maar met eigen keuken, douche en toilet. De vertrekken zijn afsluitbaar. Een onvrije woning is dus wel een zelfstandige woonruimte; n. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's); o. Wonen: Het gehuisvest zijn in (een) woning(en); p. Wro: Wet op de ruimtelijke ordening, met alle bijbehorende uitwerkingen zoals AMvB's; q. ODBN: Omgevingsdienst Brabant Noord. Het samenwerkingsverband van de gemeenten in de regio Brabant Noord die diverse taken als vergunningverlening en handhaving uitvoert voor de deelnemende gemeenten in Noordoost-Brabant; r. Directe omgeving: een straal van 75 meter rond het om te zetten/omgezette pand. Deze grens omvat vrijwel alle belanghebbenden; s. Spreiding: Er mogen maximaal 10% woningen in de woonstraat vergund worden en maximaal 2 woningen aaneengesloten ten behoeve van verkamering.

4.

Voorwaarden en weigeringsgronden voor het verlenen van een omgevingsvergunning a. Alleen toegestaan in bestaande bouw en wanneer bestemmingsplan wonen toestaat; b. Er moet worden voldaan aan de leefbaarheidstoets; c. Er moet voldaan worden aan: o maximaal 4 personen per woning bij verkamering. Een uitzondering kan gemaakt worden bij woningen die groter dan gemiddeld zijn; o maximaal 1 persoon per (slaap)kamer) o voor het overige moet voldaan worden aan de voorwaarden van de SNF- c.q. AKF-normen en haar opvolgers; d. Er moet een vergunning dan wel melding voor brandveilig gebruik zijn aangevraagd/ingediend indien dit wettelijk is voorgeschreven;

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 14 van 38

e. De woonruimte moet voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan bestaande bouwwerken; f. Geen twee woningen aaneengesloten in gebruik en de vergunningverlening mag niet leiden tot het insluiten van een naast-, onder en/of bovengelegen zelfstandig woonruimte door kamerverhuur woningen. Voor wat betreft zorgwoningen kan in overleg in bijzondere situaties hiervan worden afgeweken; g. Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn: hierbij geldt de gemeentelijke parkeernota en in afwezigheid daarvan de landelijke (CROW) kencijfers voor kamerverhuur; h. Er moet sprake zijn van adequate communicatie: communicatieprotocol en klachtenregistratie.

5. Leefbaarheidstoets Met de leefbaarheidstoets dient te worden voorkomen dat de directe omgeving van de woonruimte waarvoor vergunning wordt aangevraagd te zwaar wordt belast en er onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving zal ontstaan. Het college zal bij de leefbaarheidstoets advies vragen aan de wijkagent (en ook de wijkregisseur/ wijkconsulent gemeente/ corporatie). Bij een negatief advies zal de vergunning worden afgewezen Bij het advies van de wijkagent spelen de volgende punten een rol: a. Hoe is het op dit moment gesteld met de leefbaarheid in de omgeving? b. Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen geweest in de omgeving? c. Wordt er in de omgeving op dit moment overlast ervaren? d. Zijn er overlast gevende activiteiten in de omgeving, o.a. uitgaansgelegenheden, tankstations, coffeeshops, etc.? e. Is er sprake van overlast van reeds bestaande verkamerde woningen in de wijk? f. Zal de vergunning zorgen voor een onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving g. Hoeveel verkamerde woningen in de straat aanwezig en staan deze naast elkaar?

6. (Paraplu) bestemmingsplan Zoals al eerder opgemerkt kunnen gemeenten kiezen voor het instrument ‘paraplubestemmingsplan’ om de doelstellingen te realiseren voor de bebouwde kom en het buitengebied. Met betrekking tot het bestemmingsplan wordt op [DATUM] door de Gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen, in afwachting van het definitieve bestemmingsplan. Na publicatie op [DATUM] is dit van kracht voor de duur van maximaal 1 jaar. 7. Intrekkingsgronden De omgevingsvergunning kan door het College worden ingetrokken wanneer: a. de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, daadwerkelijk is overgegaan tot onttrekking of omzetting van de zelfstandige woonruimte; b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat de gegevens onjuist of onvolledig waren; c. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd; d. het gebruik van de vergunning in de praktijk leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het pand en de vergunninghouder deze onaanvaardbare

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 15 van 38

inbreuk niet binnen 6 weken na schriftelijke waarschuwing van het college ongedaan heeft gemaakt.

8. Bestuurlijke boete Bij overtreding van de inschrijfplicht in de BRP een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste €310,- per persoon. Bij overtreding van deze beleidsregels en bij overtreding van de vergunningsvoorwaarden en voorschriften kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste € 13.750. Deze boete zal bij herhaling binnen vijf jaar van een overtreding, met 150% worden verhoogd. 9. Overgangsrecht Overgangsrecht gebruik 1. Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 4.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4 Uitzondering Artikel 1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 10.

Inwerkingtreding en citeerregel De beleidsregels treden in werking op de eerste dag na bekendmaking van het besluit. De beleidsregels worden geciteerd als ‘Beleidsregels omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte Gemeente [NAAM GEMEENTE].

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 16 van 38

Bijlage 4 – CONCEPT Paraplubestemmingsplan ‘Omzetten woningen’ Inleiding De ervaring leert dat de omvorming van deze woningen naar onzelfstandige wooneenheden niet altijd leidt tot deugdelijke huisvesting, omdat de leefomstandigheden en de veiligheid van de bewoners van onvoldoende niveau is. Tevens zorgen de onzelfstandige wooneenheden voor ruimtelijke effecten waar gemeenten graag op wil sturen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aspect parkeren. Ook heeft de toevoeging van de onzelfstandige wooneenheden geleid tot een grote druk op woningen in het goedkope segment. Deze woonruimtes zijn namelijk veelal gerealiseerd in woningen binnen dit goedkope segment, waardoor het aanbod goedkope woningen onder druk komt te staan. Dit tezamen maakt dat gemeenten de behoefte hebben om te kunnen sturen op de ruimtelijke gevolgen van het omzetten van een woning in onzelfstandige wooneenheden. Daarvoor kan een zogenoemd ‘parapluplanbestemmingsplan’ in werking worden gezet waarin een eenduidige regeling voor het grondgebied wordt opgesteld en de gewenste regulering vorm wordt gegeven. Om in de tijd dat het paraplubestemmingsplan in voorbereiding en in procedure ongewenste ontwikkelingen te kunnen blokkeren wordt een ‘voorbereidingsbesluit’ genomen.

Het voorbereidingsbesluit Een voorbereidingsbesluit is een besluit van de gemeenteraad waarin wordt vastgelegd dat een bestemmingsplan voor het betreffende gebied wordt voorbereid. Het gaat in dit geval om een zogenoemd ‘paraplubestemmingsplan' waarin een eenduidige juridische regeling wordt opgenomen over het omzetten van woningen naar onzelfstandige wooneenheden. In dit plan zal worden geregeld dat woningen slechts gebruikt mogen worden ten behoeve van het wonen door één huishouden. Het paraplubestemmingsplan heeft betrekking op alle vigerende bestemmingsplannen op het grondgebied van de betreffende gemeente. Het voorbereidingsbesluit geldt voor hetzelfde gebied. 2.1

Beoogd effect Reguleren verkamering van woningen c.q. het onttrekken van woningen aan de (sociale) koopmarkt en het voorkomen van sociale erosie van (woon)wijken (denk hierbij aan mogelijke overlast, openbare orde en veiligheid).

2.2

Argumenten De procedure tot het vaststellen van het definitieve paraplubestemmingsplan duurt enige maanden, mede door de verplichtingen die een bestemmingsplanprocedure met zich meebrengt (zienswijzen). Dit zou betrokkenen de kans bieden om ook nog de komende maanden panden op te kopen en te verkameren.

2.3

Kanttekeningen Dit voorbereidingsbesluit geldt voor elk gebruik als onzelfstandige woonruimte dus ook voor gewenst gebruik, maar met een omgevingsvergunning kan hiervan – op basis van tijdelijke regels die in het voorbereidingsbesluit worden opgenomen - worden afgeweken ten behoeve van het omzetten van (een deel van) een bestaande woning dan wel bijgebouw in onzelfstandige wooneenheden, mits een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd overeenkomstig het geldende en toekomstige beleid zoals

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 17 van 38

dat is opgenomen in de beleidsregels 'Huisvesting internationale werknemers en seizoenarbeiders' en haar rechtsopvolgers. 2.4

Aanpak / uitvoering Publicatie van het voorbereidingsbesluit geldt voor één jaar, maar in de praktijk kan dat korter zijn.

2.5

Communicatie Een voorbereidingsbesluit is geregeld in het bepaalde in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Tegen een voorbereidingsbesluit is op grond van artikel 8.5 van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar en beroep mogelijk. Een voorbereidingsbesluit wordt gepubliceerd op de voor gemeenten veelal gebruikelijke wijze: lokale huis-aan-huis krant, Staatscourant, de gemeentelijke website en www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarnaast zullen de woningbouwcorporaties en de direct betrokkenen, zoals de bekende uitzendorganisaties en huisvesters hiervan op de hoogte worden gesteld.

2.6

Financiën Er zijn aan dit voorstel geen financiële gevolgen verbonden.

2.7

Te nemen besluiten Het college / de gemeenteraad besluit om: 1. In te stemmen met het opstellen ‘Paraplubestemmingsplan Omzetten woningen';

van

het

bestemmingsplan

2. Toepassing te geven aan artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening door te verklaren dat een bestemmingplanherziening wordt voorbereid voor het grondgebied van de betreffende gemeente zoals weergegeven op de tekening met het kenmerk NL.IMRO.XX.XXXXX-XXXX; 3. Te bepalen dat op grond van artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening het verboden is het gebruik van de gebouwen binnen de aangewezen gronden te wijzigen ten behoeve van het wonen van meer dan 1 huishouden; 4. Te bepalen dat onder dit besluit onder ‘wonen' wordt verstaan: het gehuisvest zijn in (een) woning(en); 5. Te bepalen dat onder dit besluit onder ‘huishouden' wordt verstaan: Er is sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. Bij de huisvesting van internationale werknemers is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van de uitzendorganisatie. Internationale werknemers hebben niet de intentie om voor onbepaalde tijd een

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 18 van 38

huishouden te vormen. Anders gezegd: een persoon of groep van personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Deze definitie borgt een zekere duurzaamheid, die bij tijdelijke kamerverhuur niet als zodanig kan worden aangemerkt. Een kortstondig verblijf is binnen deze definitie dan ook niet toegestaan. 6. Te bepalen dat burgemeester en wethouders bij omgevingsvergunning van het onder 3 genoemde verbod kunnen afwijken, mits is aangetoond dat er een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd en er geen onevenredige nadelige effecten ontstaan voor de gebruiksmogelijkheden van de aangelegen percelen; 7. Het voorbereidingsbesluit in werking te laten treden 1 dag na de bekendmaking.

REGELS – Bestemmingsplan ‘omzetten woningen’ 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan Het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Omzetten woningen’ met identificatienummer NL.IMRO.XXXXXXX.XXXX van de gemeente [NAAM GEMEENTE]. 1.2

bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3

vigerende bestemmingsplannen de in artikel 2.1.3 genoemde bestemmingsplannen met in begrip van de wijzigingen, uitwerkingen en herzieningen die naar deze bestemmingsplannen wijzen. bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan: 1. bestaat, of; 2. wordt gebouwd, of; 3. nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend;

mits het bouwwerk in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime;

1.5

bijgebouw Een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in zowel functioneel als

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 19 van 38

architectonisch opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van het hoofdgebouw. 1.6

bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.7

gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.8

inwoning De verhuur van een (deel van een) etage in een woning waarbij de voordeur, het trappenhuis of de lift met andere bewoners wordt gedeeld.

1.9

onzelfstandige woonruimte Een woonruimte waarbij de wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden. Kamers en appartementen in verzorgings- of verpleeghuizen vallen meestal niet onder de huurregels voor onzelfstandige woningen en evenmin inwoning.

Bestemmingsregels Artikel 2

Omzetten woningen

2.1

Reikwijdte 2.1.1

De regels van het plan zijn een aanvulling op de vigerende bestemmingsplannen. Voor het overige blijven de vigerende bestemmingsplannen onverminderd van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.1.2.

2.1.2

Voor zover de vigerende bestemmingsplannen de in artikel 1 opgenomen begripsbepalingen en/of een regeling bevat omtrent het omzetten van woningen in onzelfstandige wooneenheden, dan worden deze begripsbepalingen en/of deze regeling herzien door middel van dit plan.

2.1.3

De regels in dit plan zijn van toepassing op de hieronder opgenomen ruimtelijke plannen: Plan

2.2

Vaststelling

IMRO-code

Begripsbepalingen In de regels van de vigerende bestemmingsplannen wordt verstaan onder: 2.2.1

Bedrijfs- of dienstwoning Een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van het beheer van en-/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting.

2.2.2

Huishouden

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 20 van 38

Er is sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. Bij de huisvesting van internationale werknemers is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van de uitzendorganisatie. Internationale werknemers hebben niet de intentie om voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Anders gezegd: een persoon of groep van personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Deze definitie borgt een zekere duurzaamheid, die bij tijdelijke kamerverhuur niet als zodanig kan worden aangemerkt. Een kortstondig verblijf is binnen deze definitie dan ook niet toegestaan. 2.2.3

Wonen Het gehuisvest zijn in (een) woning(en).

2.2.4

Woning/wooneenheid

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 2.2.5

2.3

Zorgwoning Een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoners met een geïndiceerde zorgbehoefte.

Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in de regels van de vigerende bestemmingsplannen mede verstaan: a. het gebruik van bijgebouwen ten behoeve van wonen met uitzondering van het gebruik als mantelzorg als bedoeld in het Besluit omgevingsrecht, Bijlage II, art.2.22; b. het gebruik van bedrijfswoningen, dienstwoningen, woningen en/of wooneenheden anders dan voor één huishouden.

2.4

Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 2.3 ten behoeve van het omzetten van (een deel van) een bestaande woning dan wel bijgebouw in 1 of meer onzelfstandige wooneenheden, mits een goed woon- en leefklimaat wordt geborgd overeenkomstig het geldende beleid, zoals dat is opgenomen in de ‘kadernota internationale werknemers gemeente [NAAM GEMEENTE] en haar rechtsopvolgers.

3

Algemene

regels

Artikel 3 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 4

Overgangsrecht

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 21 van 38

4.1

Overgangsrecht bouwwerken 4.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. 4.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 4.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 4.1.1 met maximaal 10%. 4.1.3 Uitzondering Artikel 4.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

4.2

Overgangsrecht gebruik 4.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 4.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 4.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 4.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 4.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4.2.4 Uitzondering

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 22 van 38

Artikel 4.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 5

Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Omzetten woningen' van de gemeente [NAAM GEMEENTE].

TOELICHTING – Bestemmingsplan ‘omzetten woningen’ 1

Inleiding

1.1 1.2

Aanleiding en doelstelling Paraplubestemmingsplan Dit bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan of ‘thematische herziening’. Dat is een bijzondere variant op een gewoon bestemmingsplan. Een bestemmingsplan herziet of ‘vervangt’ normaal gesproken het voorheen geldende bestemmingsplan. Daarbij voorziet het nieuwe bestemmingsplan dan in een volledig planologisch-juridisch kader door middel van een verbeelding met bestemmingen en bijbehorende regels. Dit paraplubestemmingsplan heeft echter een ander doel en een andere werking. Het doel van dit bestemmingsplan is uitsluitend het vastleggen van een juridisch-planologische regeling ten aanzien van het ‘omzetten van woningen’ voor de bebouwde kom en het buitengebied van de gemeente [NAAM GEMEENTE]. De opzet van het paraplubestemmingsplan is daarom zodanig dat alle ‘onderliggende’ bestemmingsplannen én regelingen van kracht blijven. De herziening bestaat uitsluitend uit het toevoegen van een uniforme regeling ten aanzien van het omzetten van woningen aan de bestemmingsplannen binnen het plangebied. Voor het overige blijven de vigerende bestemmingsplannen dus gewoon gelden.

1.3

Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit alle gronden behorend tot de bebouwde kom en het buitengebied van de gemeente [NAAM GEMEENTE]. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 23 van 38

Voorbeeld globale begrenzing plangebied (Bron: Wikipedia) 1.4

Geldende bestemmingsplannen Deze thematische herziening is van toepassing op de navolgende geldende plannen van de gemeente [NAAM GEMEENTE]: Plan

Vaststelling

IMRO-code

1.5

Leeswijzer Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting is opgebouwd uit 4 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het plan, het beleidskader en de wijze van bestemmen. In hoofdstuk 3 wordt de uitvoerbaarheid van het plan besproken. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de procedure.

2

Planbeschrijving

2.1

Het plan Uitgangspunt van de gemeente [NAAM GEMEENTE] is om al haar inwoners op een goede manier te huisvesten. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen aantallen te huisvesten mensen, de ruimtelijke effecten, fysieke aspecten als hygiëne en brandveiligheid en het maatschappelijk draagvlak. Huisvesting van internationale werknemers en andere groepen kamerhuurders, zoals studenten, is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van werkgevers en de kamerhuurders zelf. De gemeentelijke verantwoordelijkheid ligt in het scheppen van kaders waarbinnen die huisvesting kan plaatsvinden en het toezicht houden dat uitvoering daarvan op een deugdelijke en veilige wijze geschiedt. Dit betekent onder andere dat het wooncomfort van kamerhuurders moet worden gewaarborgd door te voldoen aan de wettelijke eisen uit bijvoorbeeld het Bouwbesluit 2012. Indien dit niet het geval is, bestaat het risico dat de gemeente woonruimtes moet gaan sluiten wegens strijd met geldende wet- en regelgeving. Als gevolg van onder andere globaler bestemmen ontbreekt momenteel in

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 24 van 38

de gemeente [NAAM GEMEENTE] een wettelijk kader waarop handhavend kan worden opgetreden. Met het opstellen van voorliggend paraplubestemmingsplan worden wettelijke kaders opgesteld waarmee de gemeente [NAAM GEMEENTE] de mogelijkheid krijgt om het gewenste evenwicht te kunnen nastreven tussen aantallen te huisvesten mensen, de ruimtelijke effecten, fysieke aspecten als hygiëne en brandveiligheid en het maatschappelijk draagvlak. Het niet naleven van deze wettelijk kaders betekent daarmee ook dat handhavend kan worden opgetreden. Gelet op de diverse belangen die spelen om tot een gewenste, evenwichtige situatie te komen bij het realiseren van onzelfstandige wooneenheden bestaat het voornemen om het college van burgemeester en wethouders van geval tot geval een integrale afweging te laten maken of de realisatie van onzelfstandige wooneenheden in een dergelijke situatie wenselijk is. Het toepassen van deze bevoegdheid is geen verplichting. Het college kan derhalve ook besluiten dat dit op de betreffende locatie onwenselijk is. Tevens wordt met voorliggend paraplubestemmingsplan het gebruik van woningen enkel toegestaan voor de bewoning door één huishouden. Concreet betekent dit dat het paraplubestemmingsplan voor een aantal begrippen (nieuwe) definities vastlegt dievoor het complete grondgebied van de gemeente [NAAM GEMEENTE] zullen gaan gelden.

Het betreft begrippen zoals ‘wonen’ en ‘huishouden’ zodat daarmee eenduidigheid ontstaat en de gewenste regeling ten aanzien van het omzetten van een woning in onzelfstandige wooneenheden tot stand kan komen. Zo is er sprake van één huishouden wanneer één of meer personen in vast verband samenleven en er sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. Bij de huisvesting van bijvoorbeeld internationale werknemers of studenten is van continuïteit in de samenstelling of van onderlinge verbondenheid van de bewoners geen sprake, anders dan in de hoedanigheid van werknemer van bijvoorbeeld een uitzendorganisatie. Internationale werknemers / studenten hebben immers niet de intentie om voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Met een afwijkingsbevoegdheid kan het college van burgemeester en wethouders een afweging maken of zij bewoning van een woning door meerdere huishoudens toe willen staan. Voorliggend paraplubestemmingsplan voorziet in dit juridisch-planologische kader. Dit maakt dat het college van burgemeester en wethouders van [NAAM GEMEENTE] de mogelijkheid krijgt om het gewenste evenwicht te kunnen nastreven op ruimtelijk gebied.

2.2

Beleid

2.2.1 Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften vastgelegd die uit oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid betrekking hebben op het (nieuw-) bouwen en gebruiken van woningen, woonketen, woonwagens en andere gebouwen. Bij de voorschriften omtrent veiligheid dient gedacht te worden aan de algemene sterkte van de bouwconstructie, de sterkte bij brand, vloerafscheidingen, de

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 25 van 38

overbrugging van hoogteverschillen, elektriciteit, verlichting, gasvoorziening, beweegbare constructie-onderdelen, brandvertragende materialen en brandvertragende indeling van gebouwen (compartimentering, nooduitgangen, etc.) en inbraakwerendheid van een gebouw. De gezondheidsvoorschriften hebben betrekking op de reducering van geluid, vocht en ongedierte, de afvoer van afvalwater en hemelwater, de aanvoer van verse lucht, de drinkwater- en warmwatervoorziening en de toetreding van daglicht. In de voorschriften over de bruikbaarheid van gebouwen worden oppervlaktes gegeven voor de diverse gebruiksfuncties die in een gebouw voorkomen, zoals verblijfsruimten (b.v. woonkamer en slaapkamers), verkeersruimten (b.v. gang), sanitaire ruimtes (b.v. badkamer en toilet) en technische ruimtes (b.v. meterkast, liftkamer) en de bereikbaarheid tussen deze verschillende ruimtes. Ook aan de opstelplaats van boilers/cv-ketels en kookplaten/ovens wordt aandacht besteed. De isolatie, de luchtdoorlatendheid en de energieprestatie van gebouwen zijn geregeld in de voorschriften over energiezuinigheid. Deze regels zijn bij de realisatie van onzelfstandige woonruimten van belang. Het betreft namelijk minimale eisen waaraan een woonruimte in het algemeen moet voldoen, dus ook de onzelfstandige woonruimten.

Als een gebouw in gebruik genomen gaat worden als woonruimte, dan kan het noodzakelijk zijn het pand bouwkundig aan te passen, om het geschikt te maken voor bewoning. Als het pand niet aan deze minimale eisen voldoet dan kan dit inhouden dat het betreffende pand niet ten behoeve van wonen in gebruik genomen kan worden. Conclusie De vastgelegde eisen in het Bouwbesluit 2012 dienen in acht te worden genomen bij het omzetten van een gebouw in onzelfstandige wooneenheden, zoals met voorliggend plan bij afwijking wordt toegestaan. 2.2.3 Beleidsregels huisvesting internationale werknemers in de gemeente [NAAM GEMEENTE] De ‘Beleidsregels huisvesting internationale werknemers’ van [NAAM GEMEENTE] geeft uitvoering aan de voorschriften voor omzetting en onttrekking van zelfstandige woonruimte. Het betreft onder andere de volgende voorwaarden: a. alleen toegestaan in bestaande bouw en wanneer bestemmingsplan wonen toestaat; b. er moet worden voldaan aan de leefbaarheidstoets; c. Er moet voldaan worden aan: 1. maximaal 4 personen per woning bij verkamering. Een uitzondering kan gemaakt worden bij woningen die groter dan gemiddeld zijn; 2. maximaal 1 persoon per (slaap)kamer (daar waar mogelijk en gewenst); 3. voor het overige moet voldaan worden aan de voorwaarden van de SNF- c.q. AKF-normen en haar opvolgers; d.

er moet een vergunning danwel melding voor brandveilig gebruik zijn aangevraagd/ingediend indien dit wettelijk is voorgeschreven;

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 26 van 38

e. de woonruimte moet voldoen aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan bestaande bouwwerken; f. geen twee woningen aaneengesloten in gebruik en de vergunningverlening mag niet leiden tot het insluiten van een naast-, onder en/of bovengelegen zelfstandig woonruimte door kamerverhuur woningen. Voor wat betreft zorgwoningen kan in overleg in bijzondere situaties hiervan worden afgeweken g. er moet voldoende parkeergelegenheid zijn: hierbij geldt de gemeentelijke parkeernota en in afwezigheid daarvan de landelijke (CROW) kencijfers voor kamerverhuur; h. Er moet sprake zijn van adequate communicatie: communicatieprotocol en klachtenregistratie.

Onderdeel van de voorwaarden betreft het voldoen aan de leefbaarheidstoets. Bij deze toets wordt gekeken naar de specifieke leefomgeving en de huidige overlastmeldingen in die omgeving. Er wordt hierbij gekeken naar de weerbaarheid van de buurt, het onderhouds-niveau van het pand en de situatie in de straat (straatbeeld). Ook neemt de gemeente het klachtenpatroon uit de buurten mee bij de belangenafweging. Het kan zijn dat de vergunning wordt geweigerd omdat de leefbaarheid wordt aangetast door het splitsen van de woonruimte. De mogelijkheid bestaat om ten behoeve van de besluitvorming de politie hierover advies te laten uitbrengen. Hierbij spelen de volgende punten een rol: a. Hoe is het op dit moment gesteld met de leefbaarheid in de omgeving? b. Zijn er in de afgelopen twee jaar overlastmeldingen geweest in de omgeving? c. Wordt er in de omgeving op dit moment overlast ervaren? d. Zijn er overlast gevende activiteiten in de omgeving, o.a. uitgaansgelegenheden, tankstations, coffeeshops, etc.? e. Is er sprake van overlast van reeds bestaande kamerverhuurpanden in de wijk? f. Zal de vergunning zorgen voor een onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving?

Met de leefbaarheidstoets dient te worden voorkomen dat de directe omgeving van de woonruimte waarvoor vergunning wordt aangevraagd te zwaar wordt belast en er onaanvaardbare inbreuk op de woon- en leefomgeving zal ontstaan. Bij een negatieve leefbaarheidstoets zal de vergunning worden afgewezen. Conclusie In het kader van de besluitvorming ten aanzien van het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning in het kader van de Wabo dienen de ‘Beleidsregels huisvesting internationale werknemers’ in gemeente [NAAM GEMEENTE] als voorwaarde te worden gezien.

2.3

Wijze van bestemmen

2.3.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende

BIJLAGEN bij het Regionaal Handelingsperspectief

Pagina 27 van 38

gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van onder andere de beweegredenen en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. 2.3.2 Dit bestemmingsplan Voorliggend paraplubestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling over het omzetten van (een deel van) een woning dan wel bijgebouw in onzelfstandige wooneenheden. Om de gewenste evenwichtige doelstelling ten aanzien van de realisatie van onzelfstandige wooneenheden na te kunnen streven is in het kader van de handhaafbaarheid van belang een aantal definities van begrippen toe te voegen dan wel te herzien. De regeling heeft betrekking op alle vigerende bestemmingsplannen binnen de gemeente [NAAM GEMEENTE]. Aan deze plannen vindt met dit plan een herziening of toevoeging plaats van een aantal begrippen, waaronder de navolgende: −

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8a4bef36-5b9b-462a-b619-0ccb2c5dbdd2