B3g Bijlage 5 U&HS ODBN werkprogramma gemeenten 2025
Tekst van het document
Vanaf dat moment zijn organisaties met 100 of meer werknemers en alle publieke rechtspersonen zoals gemeenten, provincies en ministeries, verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer. De verplichting komt voort uit afspraken in het Klimaatakkoord om de CO2 uitstoot van werkgebonden personenverkeer in 2030 met 1 Mton te verminderen. Het toezicht op de WPM is een basistaak voor omgevingsdiensten.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
42
Uiterlijk 30 juni 2025 moeten werkgevers de eerste rapportage over de periode 1 juli t/m 31 december 2024 indienen in een landelijk digitaal portaal. De ODBN start in de tweede helft van 2025 met toezicht en handhaving. In dit eerste jaar ligt de nadruk van het toezicht op het indienen, in latere jaren zal ook meer inhoudelijk worden getoetst. Gemeenten ontvangen hiervoor een tegemoetkoming voor de uitvoeringskosten in de ‘tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE). In 2026 evalueert het ministerie van I&W de CO2-reductie die in 2024 en 2025 is behaald. Als de organisaties op koers liggen om het doel van het Klimaatakkoord te halen, blijft het bij rapporteren. Als dat niet het geval is, kan vanaf 2027 een nieuwe wettelijke norm worden ingesteld waarmee slimmer en zuiniger reizen wordt afgedwongen. 4 Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) In heel Nederland werken de bevoegde gezagen en omgevingsdiensten aan de ontwikkeling en implementatie van beleid over ZZS. De ODBN zet zich vanaf 2022 in om vanuit toezicht uitvoering te geven aan het reduceren van ZZS. Dit naast de inspanning vanuit de vergunningverlening. Toezichthouders gaan met bedrijven in gesprek om te bezien welke zaken nu al wettelijk verplicht zijn maar ook wat er aanvullend gedaan kan worden.
Door deze aanpak is ervaring opgedaan, zowel door de toezichthouders als de bedrijven zelf.
5 Lithium-ion batterijen/ energiedragers Dit betreft een nieuwe thema in 2025. De energietransitie (de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen) betekent een toename van het batterijgebruik. Oplaadbare lithium-ion energiedragers worden steeds vaker gebruikt in bijvoorbeeld voertuigen, huishoudens, energiesopslagsystemen of buurtbatterijen. De meesten hiervan zijn veilig. Echter kan door oververhitting een 'thermal runaway' ontstaan. Dit leidt tot een felle en lastig te bestrijden brand waarbij ook giftige stoffen vrijkomen. Hierdoor zijn risico's voor de omgeving niet uitgesloten bij deze activiteit. Dit speelt vooral als het om de opslag van grotere hoeveelheden energiedragers gaat. Dit kan zowel om nieuwe energiedragers gaan als afgedankte of kapotte exemplaren. Deze worden uiteindelijk verwerkt of gereviseerd. Handelingen met energiedragers brengt extra risico met zich mee. De wetgever heeft de intentie om in 2025 twee PGS-richtlijnen in de wetgeving op te nemen om de risico’s zoveel mogelijk in te perken. In 2025 zal de aandacht uitgaan naar de op de opslag en de verwerking/ reviseren van energiedragers. Hiervoor worden de meest risicovolle locaties geselecteerd. Dit begint met onderzoek naar afgegeven vergunningen op deze milieubelastende activiteit.
Indien mogelijk zal er worden geanticipeerd op de nieuwe PGS-richtlijnen (indien deze nog niet in de wetgeving zijn opgenomen).
ZZS blijft in 2025 aandacht hebben door te borgen dat dit aan bod komt bij elke controle. Onbewust kan namelijk ZZS voorkomen in een product. In 2024 zijn er nieuwe signalen ontvangen dat ZZS in bepaalde activiteiten voor kunnen komen. ➜ Wasstraten: Bij wasstraten, die niet vallen onder een grotere keten, worden middelen (bijv. wax of polish) gebruikt waar mogelijk ZZS in kunnen zitten. ➜ Metaalbewerking: Bij vormen van metaalbewerking zoals zagen, boren, slijpen en frezen wordt vaak een koelmiddel gebruikt om overhitting te voorkomen. Aan deze koelemulsie worden soms middelen tegen bacteriegroei toegevoegd. Deze kunnen ZZS bevatten. Dit geldt ook voor het gebruik van ontvetters. De ODBN selecteert een aantal bedrijven uit deze 2 groepen (zie ook branche aanpak metalektro paragraaf 3.4.4.1) om na te gang of bovenstaande signalen ook in ons werkgebied spelen. In gevallen waar dit aan de orde is, worden gerichte acties ondernomen. Daarnaast hebben de inmiddels bekende bedrijven een Vermijdings- en Reductieprogramma ZZS (V&RP) opgesteld dat eens per 5 jaar moet worden geüpdatet door het bedrijf. Deze updates zullen omstreeks 2028/ 2029 plaats moeten vinden, maar tussentijdse controles op de voortgang binnen dit programma maken eveneens onderdeel uit van de thema aanpak.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
43
44
6 Terugdringen milieuklachten De in 2022 ingevoerde nieuwe werkwijze rond de behandeling van milieuklachten (o.a. inzet van administratieve medewerkers klachtenafhandeling) begint zijn vruchten af te werpen. Het eerste deel van 2024 laat zowel een daling in het aantal klachten zien als een efficiëntere afhandeling van de klachten. In 2024 is gestart met de volgende stap: de (verdere) preventie van klachten. Op basis van het aantal klachten over het laatste half jaar zijn er een aantal locaties geselecteerd waarbij bekeken wordt of verdergaande instrumenten tot meer resultaat kunnen leiden. Daarbij moet gedacht worden aan actieve sessies met (notoire) melders (bijv. presentatie over de situatie, wetgeving, lopende handhavingstrajecten en verwachtingen) om hen zowel uitleg te geven als perspectief te bieden. Ook het actief betrekken van het betreffende bedrijf, een op maat gemaakte aanpak voor inspectie of mediation behoort tot de mogelijkheden. Omdat dit vaak intensieve en langlopende trajecten zijn, wordt deze thema aanpak doorgetrokken naar 2025.
3.4.5 Onbekende (illegale) activiteiten In deze nieuwe paragraaf worden een aantal bestaande en nieuwe onderdelen samengevoegd die sterk met elkaar verweven zijn. De gemene deler is het in beeld zien te krijgen van activiteiten die onbekend zijn bij de ODBN. Dit gaat vaak gepaard met illegaliteit, omdat veel activiteiten vooraf vergund of gemeld moeten worden waardoor deze niet meer onbekend zouden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende onderdelen: ➜ Blinde vlekken ➜ Leegstand ➜ Gebiedsgericht aanpak
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
45
Blinde vlekken Voor dit onderdeel wordt sterk gebruik gemaakt van data en informatie uit het ODBNbedrijvenbestand en in de nabije toekomst ook het MBA-bestand. In 2023 is met succes data uit het KvK gekoppeld aan dit bestand. Deze koppeling maakt het mogelijk om onderzoek te doen naar de ‘blinde vlekken’ in het bedrijven-/ MBA bestand. Blinde vlekken zijn: ➜ Milieurelevante bedrijven/locaties die wel in andere data (zoals KvK of LMA) staan maar niet in het bedrijven-/ MBA-bestand van de ODBN. ➜ Milieurelevante bedrijven/locaties die niet met andere data vindbaar zijn en ook niet in het bedrijven-/ MBA-bestand voorkomen. In 2025 wordt een selectie van blinde vlekken onderzocht. Hierbij zal een lijst met mogelijk interessante bedrijven/locaties worden opgesteld en deze wordt administratief nagelopen en geprioriteerd. Hierbij zal de toezichthouder gebruik maken van beschikbare gegevens in onze systemen en luchtfoto’s uit de GIS-viewer. Hieruit volgt een selectie aan bedrijven/locaties die in 2025 worden gecontroleerd. Indien daadwerkelijk milieurelevante bedrijven/locaties worden aangetroffen, dan worden deze opgenomen in het bedrijven-/MBA-bestand.
Versie 2.3 december 2024
46
47
Gebiedsgerichte aanpak Veehouderijen/buitengebied Naast risicogericht toezicht op basis van IGW is er ook een gebiedsgerichte aanpak voor veehouderijen/buitengebied. Hierbij wordt in een bepaald gebied en/of met een bepaald thema toezicht uitgevoerd zonder voorafgaande bedrijvenselectie. Er zal gekeken worden naar onbekende milieubelastende activiteiten en illegale praktijken. Voorbeelden hiervan zijn luchtwassers die niet in werking zijn of onbekende propaantanks (eveneens van belang voor risicokaart REV). Interessante blinde vlekken of bekende leegstand binnen het gebied worden tijdens de rondgang meegenomen. De geïnventariseerde locaties met activiteiten worden vastgelegd in het bedrijven-/ MBA-bestand. Industrie(terreinen) In 2023 is gestart met de gebiedsgerichte aanpak op verschillende industrieterreinen. Op basis van constateringen, meldingen of andere signalen worden informatieanalyses uitgevoerd en enkele interessante industrieterreinen geselecteerd. Binnen deze terreinen zal de nadruk van het toezicht met name liggen op wisseling van bedrijven, (nieuwe) leegstand en illegale activiteiten. De eerste resultaten laten zien dat er de nodige onbekende activiteiten zijn op deze terreinen en dat de aanpak zinvol is. In 2025 wordt deze dan ook voortgezet en uitgebreid.
De aandachtsgebieden zullen niet alleen meer industrieterreinen zijn, ook de bebouwde kom en centra worden betrokken voor een steekproef. Interessante blinde vlekken of bekende leegstand binnen het de geselecteerde industrieterreinen en centra worden meegenomen.
3.5 Niet geprogrammeerd toezicht en handhaving Leegstand Onder leegstand worden locaties verstaan waar in het verleden een inrichting zat/ bedrijvigheid was maar waarvan later is vastgesteld dat er geen (milieubelastende) activiteiten meer plaatsvinden. Voorwaarde hierbij is dat de locatie nog wel geschikt moet zijn voor bedrijvigheid (leegstaande gebouwen, voorzieningen). Locaties waar geen bedrijvigheid meer mogelijk is (alle gebouwen gesloopt, nieuwe bestemming of woningbouw) worden namelijk uit het bedrijven-/MBA-bestand verwijderd. In de loop der jaren is het aantal geregistreerde locaties met leegstand opgelopen tot ruim 700 binnen het gehele gebied. In 2025 wordt een deel van de locaties gecontroleerd. Voorafgaand aan controle vindt een administratieve actie plaats met behulp van luchtfoto’s zodat een eerste schifting gemaakt kan worden. Bij de controles zal ook gelet worden op ondermijning en (het intrekken van) oude vergunningsrechten. De leegstandcontroles worden zoveel als mogelijk binnen de gebiedsgerichte aanpak (zie hieronder) uitgevoerd, maar er zullen ook controles buiten deze gebied plaatsvinden.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Gedurende het jaar doen zich omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren op bedrijfsgebonden MBA’s die niet voorzien waren in dit programma.
3.5.1 Controles milieu (losse opdrachten) Hiermee worden controles milieu bij bedrijfsgebonden MBA’s bedoeld, die niet onder het geprogrammeerde toezicht vallen maar gedurende het lopende jaar voor controle worden aangedragen. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODBN zijn. Hieronder vallen ook oplevercontroles (na verlenen omgevingsvergunning/ beoordelen meldingsplicht) en controles na het buiten behandeling laten van een omgevingsvergunning of melding.
Ketengerichte aanpak Controles als gevolg van de ketengerichte aanpak (zie paragraaf 3.8), die niet ondergebracht zijn of kunnen worden onder het geprogrammeerde toezicht, asbest- of bodemtoezicht, worden onder dit gedeelte van het programma uitgevoerd.
Versie 2.3 december 2024
48
49
Mestfraude
3.5.3 Repressieve bestuursrechtelijke handhaving
Het bovenstaande geldt ook voor controles op mestfraude die voortvloeien uit het project Gebiedsgerichte handhaving mestfraude. Hierin werkt de ODBN samen met onder meer de provincie Noord-Brabant, NVWA en RVO (samenwerking wordt in 2025 voortgezet).
De werkzaamheden die betrekking hebben op het ten uitvoer brengen van bestuursdwang of een last onder dwangsom, zoals het opstellen van een dwangsombeschikking, de herinspecties na afloop van de begunstigingstermijn of het verbeuren van dwangsommen. Dit zijn alle werkzaamheden die volgen vanaf het besluit voor een definitieve handhavingsbeschikking. Deze werkwijze is vanaf 2024 ingevoerd en zal voortgezet worden in 2025.
Ondermijning Vanuit het speerpunt Ondermijning kunnen verzoeken komen om inspecties milieu uit te voeren bij door dit speerpunt geselecteerde locaties/ branches. Vaak is er voor deze inspecties aanvullend budget beschikbaar binnen de gemeenten, vanuit de portefeuille Openbare orde en Veiligheid. Inspecties uitgevoerd in het kader van ondermijning maken daarom onderdeel uit van nietgeprogrammeerd toezicht.
3.5.4 Advies verzoek om handhaving/advies gedoogbeschikkingen Hieronder wordt verstaan het bij een verzoek om handhaving opstellen van een voornemen dwangsom, beschikking voor afwijzing en het opleggen van een last onder dwangsom/ bestuursdwang. Inspecties als gevolg van een verzoek om handhaving worden eveneens onder dit gedeelte uitgevoerd.
3.5.2 Beoordelen voorgeschreven onderzoeken Het beoordelen van onderzoekrapportages, waarvan het opstellen en aanleveren ervan is voorgeschreven vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de omgevingsvergunning (onderdeel milieu) of het omgevingsplan. Voorgaande geldt nadrukkelijk voor onderzoekrapportages die zijn ingediend nadat de meldings- of vergunningsprocedure is afgerond. Onderzoekrapportages die tijdens de lopende procedure worden ingediend, worden afgehandeld onder het gedeelte ‘Vergunningverlening bij bedrijfsgebonden MBA’s’ van dit programma.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Ook het in overleg met de gemeente opstellen van gedoogverklaringen bij illegale situaties, die volgens het landelijk beleidskader gedogen in aanmerking komen voor tijdelijk gedogen, behoort hiertoe.
Versie 2.3 december 2024
50
3.5.5 Repressieve strafrechtelijke handhaving
Versterken samenwerking strafrechtelijke handhavingspartners
Naast bestuursrechtelijke handhaving is strafrecht één van de instrumenten welke ingezet kan worden om bij te dragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel strafrechtelijke handhaving nooit een opzichtzelf staand doel mag zijn, is het wel een onmisbaar middel voor de handhaving van het omgevingsrecht. En hét repressieve sluitstuk wanneer (alleen) bestuursrechtelijke maatregelen onvoldoende blijken. Bestuurs- en strafrechtelijke handhaving zijn onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO gaat uit van een evenwichtig afgestemd bestuurs- en strafrechtelijk interveniëren. De vraag welke interventie passend is, hangt af van de aard, zwaarte, oorzaken en de gevolgen van de overtreding plús het verwachte effect van de interventie.
Strafrechtelijke handhaving vraagt om intensieve samenwerking tussen de diverse handhavingspartners. Gezamenlijk met o.a. de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en diverse andere partners wordt zorggedragen voor de handhaving van het omgevingsrecht. De grijze boa’s hebben een vast afstemmingoverleg met het Functioneel Parket, samen met o.a. de andere Brabantse omgevingsdiensten, het milieuteam van de politie de andere Brabantse omgevingsdiensten en de waterschappen. Tijdens dit overleg wordt overleg over de meest effectieve insteek bij individuele strafzaken.
De afgelopen jaren werkt de ODBN aan het steviger inbedden van strafrecht binnen de organisatie. Inmiddels zijn er 3 ‘grijze’ boa’s in dienst, waarvan één senior. Hiermee is de gewenste capaciteit op orde. Omdat deze extra capaciteit nog niet geland is in de 3-jaren gemiddelden (berekeningswijze van de budgetten) zijn voor 2025 aanvullende uren opgenomen binnen niet-geprogrammeerd toezicht. De grijze boa’s pakken strafrechtelijke handhavingszaken op voor het grijze kleurspoor. Dit zijn zaken die voortkomen uit agrarisch en industrieel toezicht (MBA gebonden). Daarnaast behandelen ze ook zaken op het gebied van asbest, sloop, bodem, omgevingszorg of de ketenaanpak. Zaken die strafrechtelijk opgepakt worden, worden opgevolgd met een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke-strafbeschikking milieu.
In 2025 wordt de samenwerking van een volgende impuls voorzien. Het afgelopen jaar zijn nieuwe overlegvormen ontstaan waar meer beleidsmatige afstemming plaatsvindt. In samenspraak met de handhavingspartners wordt onderzocht hoe deze overleggen het beste geformaliseerd kunnen worden.
Toepassing LHSO In 2024 is voor het eerst gewerkt met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), de opvolger van de LHS. In 2024 zijn verschillende producten ontwikkeld om de toepassing van de LHSO binnen de ODBN te verbeteren. Zo wordt gewerkt met eigen werkinstructies afgeleid van de LHSO, en is een leidraad in ontwikkeling met daarin enkele overtredingen waarvan de effectscore vooraf is ingeschaald als ‘ODBN-standaard’. De verwachting is dat de getroffen maatregelen en ontwikkelde producten en werkafspraken in 2025 gaan leiden tot een verbeterde toepassing van de LHSO. Bovenstaande ontwikkelingen - tezamen met de doorontwikkeling van risicogericht toezicht kunnen leiden tot een toename in het aantal strafzaken. De gezamenlijke prioritering is van groot belang om een selectie te maken van de strafzaken die overdragen worden aan het FP. Ook de weging binnen de LHSO is van belang. Het ligt voor de hand om zaken met een hogere LHSO-score te prioriteren.
3.5.6 Behandelen klachten- en incidentmeldingen Behandeling van klachten en incidenten, meldingen ongewone voorvallen en meldingen afwijking reguliere bedrijfsvoering. Het betreffen meldingen over bedrijven, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen in het kader van omgevingszorg (niet bedrijfsgebonden), zoals drugsafval dumpingen, asbestbranden e.d. Inspecties als gevolg van klachten, incidenten, ongewone voorvallen of omgevingszorg, vallen ook onder dit gedeelte van het programma.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
51
52
3.6 Toezicht basistaken bodem en mobiel breken
53
Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op de bodem.
Taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op werkzaamheden die betrekking hebben op het toepassen en (tijdelijke) opslaan van grond (zeven, ontwateren, samenvoegen van grond of baggerspecie/ toepassen van grond of baggerspecie/ toepassen van bouwstoffen en opslaan) risicogericht met behulp van een quick-scan. In overleg met de betreffende gemeenten worden tijdens de voorbereiding van het werkprogramma de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden. ➜ Het toezicht op mobiel breken wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op gesloten bodemenergiesystemen. ➜ Vrijeveld toezicht op illegale grondverplaatsingen en -opslag. ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten in schone grond (gelijk aan of onder interventiewaarde). ➜ Het uitvoeren van toezicht op graafactiviteiten kleiner en groter dan 25 m³ in verontreinigde grond (boven interventiewaarde). Er is bij deze werkzaamheden geen sprake van daadwerkelijke sanering, daarom wordt toezicht niet in alle voorkomende gevallen uitgevoerd. ➜ Het uitvoeren van toezicht op bodemsaneringen. Er wordt uitgegaan van toezicht op 100% van de ingediende meldingen. Hierdoor wordt ervaring opgedaan met deze taak waarna een meer risicogerichte werkwijze ontwikkeld wordt.
➜ Het uitvoeren van toezicht op het toepassen van grond op voormalige stortplaatsen. ➜ Het uitvoeren van toezicht op de toepassing van immobilisaten. ➜ Het uitvoeren van toezicht en eindbeoordelingen van saneringen op grond van de Wet bodembescherming (geldt alleen voor gemeente ’s-Hertogenbosch). In 2024 wordt de aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken beschreven in een bodemnotitie. Deze nieuwe notitie vervangt de huidige notitie “Overdracht reguliere taken Besluit bodemkwaliteit”. De bodemnotitie wordt na gereed komen aan de deelnemers voorgelegd. Naar verwachting zal dit medio 2025 zijn. In 2025 worden de taken volgens deze notitie uitgevoerd.
3.7 Toezicht sloop met asbest Het uitvoeren van toezicht op verschillende taken die betrekking hebben op asbestverwijdering en bouwkundige sloop.
Taken: ➜ Het uitvoeren van toezicht op asbestverwijdering en op gecombineerde sloop (asbestverwijdering + bouwkundige sloop). ➜ Vrijeveld toezicht op illegale asbestsaneringen/ sloopactiviteiten. ➜ Het uitvoeren van toezicht op de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen (bij meer dan 10 m³ sloopafval en/of asbestafval). Er is een dashboard ontwikkeld waarin alle sloopmeldingen en startmeldingen op een kaart van het gebied geprojecteerd worden. Omdat deze meldingen eerder geprioriteerd zijn, valt in een oogopslag te zien welke locaties een hoge prioriteit hebben en waar de werkzaamheden inmiddels zijn gestart. Op deze wijze kan het toezicht effectief worden ingeregeld en kunnen eenvoudig slimme routes door het gebied bedacht worden. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen. Een voorbeeld hiervan is intensiever toezicht op asbestsaneringen van een specifieke asbestsaneerder, indien deze herhaaldelijk negatief gedrag laat zien.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
54
In 2024 wordt de aanpak, uitvoering en de wijze van prioriteren van bovenstaande taken beschreven in een notitie sloop en asbest. Deze nieuwe notitie vervangt de huidige notitie “De aanpak van de ODBN op het gebied van Asbest”. De notitie sloop en asbest wordt na gereed komen aan de deelnemers voorgelegd. Naar verwachting zal dit begin 2025 zijn. In 2025 worden de taken volgens deze notitie uitgevoerd.
3.8 Ketenaanpak en milieucriminaliteit (gefinancierd uit budget collectieve taken) Met ketentoezicht wordt niet het bedrijf centraal gesteld in het toezicht, maar de gehele keten van begin tot het einde. Om een gehele keten goed in zicht te krijgen is diffuus en complex (denk ook aan wetgeving). In een keten zijn meerdere bedrijven/actoren betrokken, vaak verspreid opererend door de provincie, het hele land of zelfs daarbuiten. Hierdoor zijn ketens vaker gevoelig voor illegaliteit en milieucriminaliteit, waardoor samenwerking tussen verschillende (strafrechtelijke) partijen en kennis van ketens nodig is. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen wordt ketentoezicht steeds belangrijker voor een effectieve bijdrage aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Daarnaast is het essentieel dat de hele keten van a tot z wordt beschouwd, dat alle betrokken partijen de gehele keten kunnen overzien en daarin gezamenlijk gericht op kunnen trekken. Het delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie zijn belangrijke activiteiten
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
binnen de ketenaanpak. Aan de hand van inzichten die zijn opgedaan de voorgaande jaren wordt er samen met de ODZOB en OMWB een lijst gemaakt waar een ketenaanpak van toegevoegde waarde kan zijn. In 2025 gaat de ODBN een inventarisatie doen op de verschillende aanpakken die er zijn; keten-, branche- en thema aanpak. Deze inventarisatie zal bestaan uit definiëring van de aanpakken, hoe de tijdspaden van het werkprogramma ten opzichte van de uitvoering van de aanpakken is, de aanpakken stroomlijnen, de rollen binnen de ODBN vastleggen en de wijze van financiering vastleggen (ook ten aanzien van de voorbereidende werkzaamheden en evaluatie van de verschillende aanpakken). In navolging op de ketenaanpak in 2024, zal de ODBN in 2025 starten met ketengericht toezicht op de volgende thema’s: ➜ asbest ➜ bodem ➜ afval In de loop van 2025 komen daar mogelijk nog thema’s bij.
3.9 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor toezicht en handhaving opgenomen.
Versie 2.3 december 2024
55
56
4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) 5 Overige verzoektaken 6 Regionale dienstverlening
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
57
2
Versie 1.7 september 2024
57
58
4 Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)
5 Overige verzoektaken
4.1 Algemeen
5.1 Algemeen
Onder juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) worden onderstaande taken verstaan. Deze maken geen onderdeel uit van het budget voor vergunningverlening en Toezicht en handhaving:
Onder overige verzoektaken vallen alle door de ODBN op verzoek van de gemeenten uitgevoerde taken die:
➜ Bezwaar en beroep behandelen ➜ Ondersteunen bij/uitvoeren van bezwaarschriftprocedures ➜ (hoger) beroepsprocedures en verzoeken voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunning- en handhavingsprocedures ➜ Inningsprocedures
➜ Niet onder het basistakenpakket vallen of; ➜ Geen betrekking hebben op bedrijfsgebonden MBA’s.
Het gaat uitsluitend om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
4.2 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor juridische ondersteuning (bezwaar en beroep) opgenomen.
59
5.2 Uitvoering Onder de overige verzoektaken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden die niet regulier zijn worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. In bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin per gemeente is aangegeven welke overige verzoektaken bij de ODBN worden belegd. Bijlage 3 geeft vervolgens een gedetailleerde (inhoudelijke) beschrijving van alle voorkomende werkzaamheden die onder het betreffende opdrachtnummer uitgevoerd kunnen worden.
5.3 Specialistische taken (VTH) Buiten de (beknopte) informatie en beschrijvingen in bijlagen 1 en 3, voeren de specialistische teams van de ODBN ook de nodige taken uit binnen de basis- en VTH-verzoektaken. Deze zijn niet eerder beschreven in het werkprogramma, maar gezien de omvang van deze taken is dat wel op zijn plaats. Hieronder wordt per discipline een omschrijving van de belangrijkste werkzaamheden weergegeven. Dit kan een mengeling van overige verzoektaken én basis- en VTH-verzoektaken zijn, maar om de werkzaamheden niet strikt te willen scheiden is ervoor gekozen om het geheel op deze plaats op te nemen.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Op verzoek van gemeenten worden ruimtelijke voornemens (omgevingsplannen en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s)), geheel volgens het principe van ETFAL, beoordeeld op een twaalftal milieuaspecten: ➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
activiteiten en milieuzonering milieueffectrapportage (m.e.r.) lucht volksgezondheid spuitzones hoogspanningslijnen
➜ ➜ ➜ ➜ ➜ ➜
geur omgevingsveiligheid geluid soortenbescherming stikstofdepositie bodem
Versie 2.3 december 2024
60
Vooruitlopend op een uitgewerkt ruimtelijk voornemen (principeverzoek en/of intake- of omgevingstafel) leveren de ETFAL-specialisten op verzoek tevens quickscans milieu aan waarin, op basis van kort en indicatief onderzoek, wordt aangegeven of -en in welke mate- een voornemen milieutechnisch haalbaar is. Daarnaast levert de vakgroep bijdragen aan het beantwoorden van milieu gerelateerde zienswijzen en beroepszaken en worden gemeenten bijgestaan in het geval van rechtszaken. Dit doen de ETFAL-specialisten in nauwe samenwerking met diverse milieuspecialisten.
Geluid De vakgroep geluid toetst voornamelijk initiatieven bij aanvragen voor een omgevingsvergunning of melding. Rapporten van akoestische onderzoeken worden getoetst en er worden geluidvoorschriften voorgesteld. Ook adviseert de vakgroep bij ruimtelijke plannen, zoals de realisatie van een bedrijf of de bouw van woningen. Getoetst wordt of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de burger. Ook wordt beoordeeld of aanwezige bedrijven niet worden beperkt door de ontwikkelingen. Er wordt een gedegen afweging gemaakt binnen de wettelijke kaders die gelden. Geluid kan leiden tot hinder. Als geluid afkomstig is van een bedrijf, dan controleert de ODBN of de regels worden nageleefd, al dan niet na klachten. Bij overschrijding kan handhavend worden opgetreden. Als van een andere bron dan een bedrijf/ milieu belastende activiteit overlast wordt ervaren, voert de ODBN op verzoek van de gemeenten onderzoek/ geluidmetingen uit. Denk aan het geluid van airco’s, warmtepompen, evenementen en bromtonen. Het team van specialisten geluidmetingen verzorgt de metingen en rapporteert deze. Daarnaast worden saneringsprojecten wegverkeerslawaai begeleid en het geluid van gezoneerde industrieterreinen beheerd. Tot slot worden de juristen ondersteund bij het opstellen van verweerschriften voor het aspect geluid en het deelnemen aan rechtszaken.
Externe Veiligheid De vakgroep voert de specialistische milieu(advies)taken uit ten aanzien van externe veiligheid. Hieronder valt de advisering voor vergunningverlening (bedrijfsgebonden MBA’s), advisering bij ruimtelijke plannen en werkzaamheden rondom de REV-registratieverplichtingen van risicovolle milieubelastende activiteiten. Verder ligt er een belangrijke focus op het Register Externe Veiligheid. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuw register ingesteld voor externe veiligheid. Daarbij is het externe veiligheidsbeleid gewijzigd waardoor informatie over aandachtsgebieden toegevoegd/ gecontroleerd moet worden, drempelwaarden voor risicovolle milieubelastende activiteiten zijn verlaagd en er komt meer nadruk op het beheer te liggen. Deze registratieverplichting is een wettelijke taak en is de belangrijkste bron om goed te kunnen adviseren op dit milieuaspect. Tot slot zijn er landelijk ontwikkelingen waarop de vakgroep moet anticiperen. In 2024 is voor een aantal bedrijven het gifwolkaandachtsgebied herberekend vanwege een nieuwe rekenwijze. Dit kan in 2025 ook gaan spelen rondom het brandaandachtsgebied. Voor LPG-tankstations heeft de Raad van State uitspraak gedaan dat de gehanteerde veiligheidsafstanden niet meer gehanteerd mogen worden (mogelijk worden deze vergroot). Op dit moment is nog niet duidelijk hoe en wanneer dit vastgelegd gaat worden in wetgeving.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
61
Luchtkwaliteit en geur De vakgroep Luchtkwaliteit en geur adviseert overwegend intern bij het VTH-proces. Zo worden luchtkwaliteitsrapporten, geurrapporten en onderbouwingen die horen bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning beoordeeld op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en correctheid. Daarnaast worden op vergelijkbare wijze rapporten beoordeeld die in het kader van toezicht en handhaving zijn ingediend. Ook ondersteunt de vakgroep de ETFAL-specialisten op de lucht- en geuraspecten. Een aanzienlijk deel daarvan betreft beoordelingen van agrarische geur. Daarnaast pakt de vakgroep vragen van deelnemers op die vooral of alleen betrekking hebben op lucht- en geuraspecten. Deze vragen zijn zeer divers en kunnen betrekking hebben op ondersteuning bij het maken van een geurnormen omgevingsplan, het weerleggen van een zienswijze, het coördineren van (geur-)metingen of een vorm van data-analyse of -levering. Tot slot worden de juristen ondersteund bij het opstellen van verweerschriften voor het aspect geluid en het deelnemen aan rechtszaken.
Natuurbescherming Deze specialisten adviseren voornamelijk intern bij ruimtelijke plannen. Hierbinnen wordt advies gegeven op verschillende aspecten van natuurbescherming. Hieronder vallen gebiedsbescherming (Natuurnetwerk Brabant en Natura 2000-gebieden), soortenbescherming en houtopstanden. Dit geldt voor omgevingsplannen, BOPA’s, omgevingstafels, zienswijzen en beroepszaken. Binnen het VTH-proces ligt sinds de Omgevingswet de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van de juiste vergunningen bij de initiatiefnemer. Hierdoor wordt er voor omgevingsvergunningen niet standaard meer getoetst op het aspect natuur. Maar gemeenten mogen wel naar het aspect natuur vragen. Hiervoor kan ook advies ingewonnen worden. Daarnaast kunnen de specialisten losse adviesvragen beantwoorden en losse onderzoeken beoordelen over gebiedsbescherming, soortenbescherming en houtopstanden. Onderzoeken waarvoor advies ingewonnen kan worden zijn ecologische quickscans, NNB-toetsen, stikstofdepositie onderzoeken en ecologische voortoetsen voor het aspect gebiedsbescherming. Voor het aspect soortenbescherming zijn dit ecologische quickscans en verdiepende soortenonderzoeken.
5.4 Budgetten In de bijlage 2 zijn de budgeturen per gemeente voor de overige verzoektaken opgenomen. In 2025 zijn voor 7 deelopdrachten individuele budgetten geraamd. Zodoende kan er beter op deze deelopdrachten gestuurd worden en kan gerichter verantwoord worden.
Versie 2.3 december 2024
62
6. Regionale dienstverlening
63
De ODBN voert een aantal taken uit voor alle gemeenten waarvoor speciale afspraken zijn gemaakt voor wat betreft de uitvoering en financiering. Het betreft: ➜ ➜ ➜ ➜
Het budget Collectieve taken Samen sterk in Brabant Regeling Omgevingszorg/ Klachtenregeling buiten kantoortijd Uitvoering taken Bodemloket
De budgetten voor deze taken zijn in bijlage 2 opgenomen zodat er per gemeente één financieel overzicht beschikbaar is. De inhoudelijke uitvoering van deze taken is niet in dit werkprogramma opgenomen.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
64
Bijlagen
65
2
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 1.7 september 2024
Bijlage 1: Overige verzoektaken per gemeente
66
67
Sint-Michielsgestel
Vught X
X
X
X1
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Advies evenwichtige toedeling functies aan locaties (ETFAL)
X
X
X
X
X
X
X
OV01a
BZV-toets
X
X
X
X
X
X
X
OV60a
Toezicht BZV
X
X
X
X
X
OV36*
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
X
X
X
X
X
OV59*
Toezicht sloop (zonder asbest)
X
X
X
OV46
Specifieke opdracht groen
X
X
OV15*
Advies bodem
X
X
X
OV18
Advies en onderzoek geluid (excl. bedrijfsgebonden MBA’s en evenementen)
X
X
OV99*
Evenementen
X
X
OV20
Zonebeheer Industrielawaai
X
OV21
Advies en onderzoek luchtkwaliteit en geur (excl. bedrijfsgebonden MBA’s)
X
X
X
OV22*
Kennisopbouw en ontwikkeling externe veiligheid (excl. bedrijfsgebonden MBA’s)
X
X
X
X
OV24
Advies Juridisch
X
X
X
OV35*
Gegevensbeheer en milieukartering; Atlas leefomgeving (natte koeltorens)
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; Risicokaart (REV)
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; Geluidemissiekaart
X
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; Luchtkwaliteitskaart (CIMLK) agrarisch
X
X
X
Gegevensbeheer en milieukartering; Luchtkwaliteitskaart (CIMLK) wegverkeer
X
X
Gegevensbeheer inrichtingenbestand/Activiteitenbestand (S4O)
X
Gegevensbeheer Kernregistratie dierverblijven (KRD)
OMSCHRIJVING OPDRACHT
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Gegevensbeheer invoeren BZV-vergunningen in webapplicatie
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
OV33
Ambtelijke ondersteuning
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
OV34
Informatieverstrekking en Woo-verzoeken
X
X
X
X2
X
* afzonderlijk gebudgetteerd voor 2025 (zie bijlage 2) 1 betreft alleen de beoordeling van asbestinventarisatierapporten, gemeente doet zelf de verdere afhandeling van de meldingen 2 betreft alleen de behandeling van Woo-verzoeken, rechtstreekse informatieverstrekking aan derden doet gemeente zelf Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
X
X
s-Hertogenbosch
X
Oss
X
Meierijstad
X
Maashorst
X
Land van Cuijk
X
Boxtel
X
Boekel
X
Bernheze
X
OV02*
Opdrachtnummer
Versie 2.3 december 2024
68
Bijlage 2: Overzicht budgetten per gemeente
Totaal
Gemeente Bernheze
Gemeente Boekel
Gemeente Boxtel
Gemeente Land van Cuijk
Gemeente Maashorst
Gemeente Meierijstad
Gemeente Oss
Gemeente s-Hertogenbosch
Gemeente SintMichielsgestel
Gemeente Vught
Algemene werkzaamheden (paragraaf 1.6)
2.574
224
128
147
470
316
415
322
293
133
128
Intake en verzending
22.200
1.830
726
942
4.677
2.893
4.035
2.968
2.627
781
723
TOTAAL ALGEMENE WERKZAAMHEDEN 2025
24.774
2.053
854
1.089
5.147
3.209
4.450
3.290
2.919
913
850
Bedrijfsgebonden MBA's (paragraaf 2.2)
30.009
2.697
1.301
974
7.426
4309
5.237
4.271
2.200
1.006
588
Meldingen basistaken bodem en mobiel breken (paragraaf 2.3)
6.001
517
225
383
1.390
455
933
706
810
250
332
Meldingen sloop met asbest (paragraaf 2.4)
9.362
644
221
578
1.727
1.084
1.109
1.123
1.960
594
322
TOTAAL VERGUNNINGVERLENING 2025
45.372
3.858
1.747
1.935
10.543
5.848
7.279
6.100
4.970
1.850
1.242
Geprogrammeerd toezicht en handhaving (paragraaf 3.4)
42.795
3.087
1.467
1.712
9.257
4.702
8.429
6.019
5.370
1.491
1.261
Niet-geprogrammeerd toezicht en handhaving (paragraaf 3.5)
19.712
1.036
388
1.125
4.414
2.973
3.000
3.307
2.400
402
667
Toezicht basistaken bodem en mobiel breken (paragraaf 3.6)
5.127
311
384
228
911
253
702
474
1.160
390
314
Toezicht sloop met asbest (paragraaf 3.7)
9.410
533
159
467
1.974
798
1.000
1.477
2.070
582
350
TOTAAL TOEZICHT EN HANDHAVING 2025
77.044
4.967
2.398
3.532
16.556
8.726
13.131
11.277
11.000
2.865
2.592
Juridische ondersteuning (bezwaar en beroep)
2.434
274
39
175
822
323
350
136
200
15
100
TOTAAL JURIDISCHE ONDERSTEUNING 2025
2.434
274
39
175
822
323
350
136
200
15
100
TOTAAL BASISTAKEN EN V TH-VERZOEKTAKEN 2025
124.850
9.099
4.184
5.642
27.921
14.897
20.760
17.513
16.170
4.730
3.934
Advies evenwichtige toedeling functies aan locaties (ETFAL)
8.498
1.935
237
49
78
2.249
3.825
51
0
20
54
Advies bodem
948
58
14
50
50
77
274
43
150
20
212
Gegevensbeheer en milieukartering
1.133
110
87
62
175
156
151
133
160
52
47
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
1.844
134
49
78
330
191
325
421
100
81
135
Toezicht sloop (zonder asbest)
1.798
143
0
79
503
181
225
572
0
20
75
Evenementen
1.168
50
25
40
50
212
286
188
260
0
57
Kennisopbouw en ontwikkeling externe veiligheid
1.600
100
100
70
320
200
200
200
260
70
80
Overig deel verzoektaken
6.161
568
143
210
1.750
1.123
856
664
410
212
225
TOTAAL OVERIGE VERZOEKTAKEN 2025
23.150
3.098
655
638
3.256
4.389
6.142
2.272
1.340
475
885
TOTAAL WERKPROGRAMMA 2025
172.774
14.250
5.693
7.369
36.324
22.495
31.352
23.075
20.429
6.118
5.669
ONDERDEEL BUDGETUREN PER GEMEENTE PER ONDERDEEL IN UREN Algemeen Werkprogramma (hoofdstuk 1)
Vergunningverlening (hoofdstuk 2)
Toezicht en handhaving (hoofdstuk 3)
Juridische ondersteuning (hoofdstuk 4)
Overige verzoektaken (hoofdstuk 5)
69
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
70
Bijlage 2: Overzicht budgetten per gemeente (vervolg)
Totaal
Gemeente Bernheze
Gemeente Boekel
Gemeente Boxtel
Gemeente Land van Cuijk
Gemeente Maashorst
Gemeente Meierijstad
Gemeente Oss
Gemeente s-Hertogenbosch
Gemeente SintMichielsgestel
Gemeente Vught
Collectieve taken
671.749
34.583
11.966
36.175
97.997
63.172
89.735
101.228
170.169
32.302
34.422
Samen sterk in Brabant (SSiB)
178.721
15.057
9.446
12.205
42.061
19.354
23.686
21.920
14.574
11.691
8.727
Klachtenregeling buiten kantoortijd
105.439
5.428
1.878
5.678
15.382
9.916
14.085
15.889
26.710
5.070
5.403
Bodemloket
43.986
3.033
1.049
3.172
8.594
5.540
7.869
8.877
0
2.833
3.019
TOTAAL REGIONALE DIENST VERLENING
999.895
58.101
24.339
57.230
164.034
97.982
135.375
147.914
211.453
51.896
51.571
ONDERDEEL BUDGET TEN PER GEMEENTE PER ONDERDEEL IN EURO'S (€)
Regionale Dienstverlening (hoofdstuk 6)
71
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
Versie 2.3 december 2024
Bijlage 3: Beschrijving werkzaamheden
72
73
Overige verzoektaken OPDR. NR.
OMSCHRIJVING OPDRACHT
OV02
Advies evenwichtige toedeling functies aan locaties (ETFAL)
TOELICHTING WERKZAAMHEDEN
OPDR. NR.
- q uickscan milieu i.h.k.v. ETFAL: advies in het kader van ruimtelijke plannen en initiatieven, op basis van een kort en indicatief onderzoek - ( beoordeling) milieuonderzoek i.h.k.v. ETFAL: advies in het kader van ruimtelijke plannen en initiatieven, op basis van een uitvoerig en concreet onderzoek - ( beoordeling) milieuparagraaf i.h.k.v. ETFAL: advies in het kader van ruimtelijke plannen en initiatieven, eventueel inclusief het daarvoor benodigde milieuonderzoek - a dvies milieuzonering: advies ETFAL i.h.k.v. ruimtelijke plannen en initiatieven (o.b.v. VNG-publicatie "Activiteiten en milieuzonering") - ( beoordeling) sectoraal advies in het kader van een ruimtelijk plan of besluit over het milieuaspect bodem, grondwater, geluid, lucht, geur, omgevingsveiligheid, licht, soorten- en gebiedsbescherming - v erzoek hogere waarde i.h.k.v. ETFAL geluid (alleen nog overgangsrecht) - ( beoordelen) NRD of milieu-effectrapportage of m.e.r.-beoordelingsnotitie i.h.k.v. ETFAL
OV59
Toezicht sloop (zonder asbest)
- U itvoeren van toezicht op sloopwerkzaamheden (waarbij geen asbestverwijdering plaatsvindt). - U itvoeren van toezicht op de juiste uitvoering van de risicomatrix, het sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen (bij meer dan 10 m³ sloopafval).
OV46
Specifieke opdrachten groen
Opdrachten op het groene kleurspoor i.h.k.v. de natuurtaken in de Omgevingswet (gebieden, soorten en houtopstanden). Opdrachten kunnen zowel advisering als toezicht betreffen. Gaat om losse opdrachten. N.B. Groene opdrachten die gekoppeld zijn aan ruimtelijke plannen, vergunning- of handhavingsprocedures, worden onder dat betreffende opdrachtnummer uitgevoerd.
OV15
Advies bodem
- b egeleiden bodemonderzoekstrajecten als vertegenwoordiger namens gemeente - b egeleiden en beoordelen van civieltechnische en milieuhygiënische bodemonderzoeken en infiltratieonderzoeken bij werken en infrastructurele werken - a dvies m.b.t. bodemverontreiniging en het tegengaan dat er wordt gebouwd op verontreinigde grond. - a dvies omtrent de bodemkwaliteit bij aankoop, verkoop en ontwikkeling van terreinen, zodat het risico van ontwikkeling van vervuilde terreinen wordt beperkt. - m ilieutechnische beoordeling van de geschiktheid bodemkwaliteit voor beoogd gebruik met betrekking tot de bouwplannen - b eoordelen van nulsituatie bodemonderzoeken - lozingen op of in de bodem, niet gekoppeld aan bedrijfsgebonden MBA’s - h et verstrekken van advies voor/ het behandelen van meldingen i.h.k.v. de Wet bodembescherming (alleen voor gemeente ’s-Hertogenbosch)
OV01a
BZV-Toets
Het toetsen van de (milieu)aspecten binnen een aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen of een daaraan gerelateerde vergunning die betrekking hebben op de rechtstreeks werkende regels uit de Omgevingsverordening (OV), de in het omgevingsplan opgenomen aspecten i.h.k.v. de transitie naar een zorgvuldige veehouderij en de BZV (Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij).
OV60A
Toezicht BZV
Het uitvoeren van toezicht op de regels uit de Omgevingsverordening (OV), BZV en regels m.b.t. de zorgvuldige veehouderij uit het bestemmingsplan/ omgevingsplan.
OV36
Behandelen sloopmeldingen (zonder asbest)
- Beoordelen sloopmeldingen waarbij geen asbestverwijdering plaatsvindt (alleen bouwkundige sloop). Dit kan nog wel betekenen dat er een asbestinventarisatierapport (wat aan moet tonen dat er geen asbest aanwezig is) beoordeeld moet worden. - Beoordelen van stukken met betrekking tot de informatieplicht bij meer dan 10 m³ sloopafval (risicomatrix, sloopveiligheidsplan en stikstofmaatregelen).
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
NAAM OPDRACHTNUMMER
TOELICHTING WERKZAAMHEDEN
Versie 2.3 december 2024
Bijlage 3: Beschrijving werkzaamheden (vervolg)
74
75
Overige verzoektaken OPDR. NR.
OMSCHRIJVING OPDRACHT
OV18
Advies en onderzoek geluid
OV99
Evenementen
TOELICHTING WERKZAAMHEDEN Onderstaande werkzaamheden zijn niet gekoppeld aan bedrijfsgebonden MBA's of evenementen: - uitvoeren geluid- en trillingmetingen - uitvoeren geluidmetingen over langere periode (monitoring) - beoordelen akoestisch onderzoek derden - advies n.a.v. uitgevoerde geluidmetingen - advies omtrent de consequenties van een bouwplan inzake geluidsaspecten - beoordeling bouwakoestisch onderzoek bij een bouwplan N.B. Geluid opdrachten die gekoppeld zijn aan ruimtelijke plannen, vergunning- of handhavingsprocedures, worden onder dat betreffende opdrachtnummer uitgevoerd. - deelname aan gemeentelijk evenementenoverleg - beoordelen van geluidsonderzoeken behorende bij een evenement - opstellen van geluidsvoorschriften t.b.v. de evenementenvergunning - het verrichten van geluidmetingen ter controle van de voorschriften/afspraken - het rapporteren over geluidmetingen/ controles - afhandelen van klachten
OV20
Zonebeheer industrielawaai
Verstrekken geluidmodel, model bewaking zonebeheer, advisering inpasbaarheid activiteiten, actualiseren geluidsituatie gezoneerd industrieterrein.
OV21
Advies en onderzoek luchtkwaliteit en geur
Onderstaande werkzaamheden zijn niet gekoppeld aan bedrijfsgebonden MBA's: - a dvies i.h.k.v. Schone Lucht Akkoord (SLA) - a dvies luchtkwaliteit i.r.t. omgevingsplan/ intensieve veehouderijen/ wegverkeer - b eoordelen rapportage luchtkwaliteitsonderzoek - o ndersteuning/ coördinatie bij uitvoeren geuronderzoek en emissie- of immissiemetingen - b eoordelen rapportage geuronderzoek en advies industriële emissies N.B. Geur of lucht opdrachten die gekoppeld zijn aan ruimtelijke plannen, vergunning- of handhavingsprocedures, worden onder dat betreffende opdrachtnummer uitgevoerd.
OV22
Kennisopbouw en ontwikkeling externe veiligheid
Kennisopbouw zoals regionale of landelijke bijeenkomsten over externe veiligheid en ontwikkelingen die betrekking hebben op externe veiligheid, zoals completeren risicokaart REV (excl. kwetsbare gebouwen en locaties). N.B. Externe veiligheid opdrachten die gekoppeld zijn aan ruimtelijke plannen of vergunningprocedures, worden onder dat betreffende opdrachtnummer uitgevoerd.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
OPDR. NR.
NAAM OPDRACHTNUMMER
TOELICHTING WERKZAAMHEDEN
OV24
Advies juridisch
Het geven van algemene juridische ondersteuning (vraagbaak), algemene juridische ondersteuning i.h.k.v. wet- en regelgeving, opstellen juridisch advies (n.e.g.).
OV35
Gegevensbeheer en milieukartering
- b eheer van het bedrijven-/ MBA-bestand, Kernregistratie dierverblijven (KRD), invoeren BZV-vergunningen in webapplicatie - b eheer Luchtkwaliteitskaart wegverkeer en agrarisch (CIMLK), Risicokaart (REV), Atlas leefomgeving (natte koeltorens), geluidemissiekaart
OV33
Ambtelijke ondersteuning
Werken op locatie van de opdrachtgever, behandelen vragen van gemeenten (inclusief ondersteuning gemeente bij informatie- of Woo-verzoeken), rapporteren over de uitvoering (aantallen en kwaliteit) van het werkprogramma en ondersteunen bij opstellen voortgangsrapportages etc.
OV34
Informatieverstrekking en Woo-verzoeken
- d irecte verstrekking van informatie aan burgers en bedrijven, zoals het verstrekken van bodeminformatie (aan makelaars, e.d.), VTH-gegevens of ondergrondse tanks. - c omplete afhandeling van Woo-verzoeken (incl. anonimiseren maar exclusief publiceren)
Versie 2.3 december 2024
76
Bijlage 4: Beschrijving risicomodel milieutoezicht
Het risicomodel bestaat uit drie factoren die tezamen leiden tot een risicoscore. Op deze manier kan een slimme selectie van bedrijven gemaakt worden en kan het toezicht daar plaatsvinden waar de (milieu)risico’s het grootste zijn. Bovendien kan tijdens het toezicht meer aandacht worden besteed aan de belangrijkste risico’s. De drie factoren in het model zijn; Kans op overtreding, Milieueffect en Tijd laatste controle. KANS OP OVERTREDING
MILIEUEFFECT
TIJD LAATSTE CONTROLE
- LHSO - Klachten - Handhavingstrajecten
- Type bedrijf - Branche/Milieubelastende activiteit - Hoeveelheid (niet) gevaarlijk afval - Aantal Eural codes - PRTR registratie - Externe veiligheid van toepassing - Aanwezige (zware) stookinstallaties - Opslagtanks
- Tijd sinds laatste contole
Kans op overtreding De kans dat een overtreding plaatsvindt wordt bepaald op basis van het naleefgedrag van een bedrijf. Deze score wordt bepaald aan de hand van onder andere de uitkomsten uit eerdere inspecties (indeling overtredingen volgens Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), aantal klachten, bestuurlijke handhavingstrajecten en ongewone voorvallen. Hierbij zijn de LHSO-scores ingedeeld in categorieën (gedrag en zwaarte) en worden er punten toegekend afhankelijk van de LHSO-score die na een controle is gegeven. Daarnaast wordt gekeken hoeveel (gegronde) klachten er zijn binnengekomen, waarbij meer klachten leidt tot meer punten. Tot slot worden ook punten toegekend wanneer er handhavingstrajecten (bijvoorbeeld dwangsom of bestuursdwang) zijn geweest en wanneer er ongewone voorvallen hebben plaatsgevonden. De punten worden bij elkaar opgeteld en levert zo een kans score.
Gemeentelijk werkprogramma 2025 ODBN
77
Milieueffect De tweede factor is een score voor milieurelevantie. Hierbij wordt onder andere gekeken naar het type bedrijf (A, B/B+, C en IPPC), branche waarin het bedrijf actief is en richting de toekomst ook de aanwezige MBA’s. Hoe milieubelastender de branche of activiteit, hoe meer punten er worden toegekend. Daarnaast wordt in externe bronnen gekeken of het bedrijf geregistreerd staat in het Integraal Pollutant Release and Transfer Register (PRTR), wordt gekeken naar hoeveelheid en type afval (LMA/ AMICE), of externe veiligheid een belangrijke factor is (BEVI/REVI) en naar de aanwezigheid van zware stookinstallaties (SCIOS-portaal) en opslagtanks (KIWA). Op elk van deze onderdelen worden punten toegekend en leveren zo een totaalscore op milieurelevantie.
Tijd sinds laatste controle De derde factor is een score voor de periode die verstreken is sinds de laatste milieucontrole is uitgevoerd. Hierbij krijgen bedrijven die lang niet zijn bezocht een hogere score dan bedrijven waar recent een controle is uitgevoerd. De 3 bovenstaande factoren worden vervolgens met elkaar vermenigvuldigd wat leidt tot een totaalscore voor het betreffende bedrijf. Door deze methode toe te passen op alle bedrijven uit het bedrijven-/ MBA bestand, wordt een lijst verkregen met de meest risicovolle bedrijven bovenaan en de minst risicovolle onderaan. Omdat veel van de gebruikte factoren geen vaste gegevens zijn, zal ook de volgorde van de meest risicovolle bedrijven een dynamisch karakter hebben.
Versie 2.3 december 2024
Vragen over dit ODBN werkprogramma
gemeenten 2025? Neem gerust contact op met de ODBN.
www.odbn.nl Victorialaan 1 5213 JG ‘s-Hertogenbosch Telefoon: 088 7430 000 E-mail: info@odbn.nl