B3d Bijlage 2.1 Toelichting ETFAL voorontwerp (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
GEMEENTE MEIERIJSTAD
DE DREVEN
IN SINT-OEDENRODE
Motivering wijziging omgevingsplan (voorontwerp)
7 APRIL 2025
WSP NEDERLAND B. V. GAETANO MARTINOLAAN 50 6229 GS MAASTRICHT +31 (0)88 910 20 00 wsp. com
PROJECTNUMMER SLM021926 DOCUMENTNUMMER SLM021926. Toelichting Omgevingsplan - Voorontwerp
\\S
|)
COLOFON RAPPORTHISTORIE 1
26 februari 2025
|Toelichting wijziging Omgevingsplan
CONCEPT
2
28 maart
\Toelichting wijziging Omgevingsplan
CONCEPT
3
4
april 2025
Toelichting wijziging Omgevingsplan
4
7
april 2025
Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp
2025
-
-
Voorontwerp
-
—
Voorontwerp
-
Voorontwerp
—
—
V1 V2
V3
V4
CONTACTGEGEVENS
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
@wsp.com
PROJECTNUM
DOCUMENTNUMMER
VERSIE
STATUS
(4
Voorontwerp
MER
SLM021926
|\SLM021926.Toelichting Omgevingsplan
Voorontwerp
-
-
V4
OPGESTELD
DOOR
FUNCTIE
DATUM
(geanonimiseerd) |
Adviseur
07-04-2025
GEVERIFIEERD
DOOR
GOEDGEKEURD
DOOR
FUNCTIE
PARAAF
DATUM
FUNCTIE
021926 Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLMO21926.Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp -, Versie
DATUM
PARAAF
PARAAF
WSP
—
7 4
april 2025 pagina 2/73
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
7
1. 1 1. 2
7 7
1. 3 1. 4
Aanleiding Ligging plangebied Milieueffectrapportage Leeswijzer
2
RELEVANT BELEID
9
2. 1 2. 1. 1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
9 9
2. 1. 2 2. 1. 3
Water
9 9
8 8
2. 3
Ladder voor duurzame verstedelijking Programma Woningbouw Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS 2. 0) Gemeentelijk beleid
3
ONDERBOUWING LOCATIEKEUZE
17
3. 1 3. 1. 1
17 17
3. 5. 3 3. 5. 4
Onderbouwing woningbehoefte Kwantitatieve behoefte Kwalitatieve behoefte Locatieafweging Zorgvuldig Ruimtegebruik Ladder Voorkeurslocatie Lagenbenadering Laag 1: De ondergrond Laag 3: Bovengrondse aspecten Interactie tussen de lagen Meerwaardecreatie
4
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
30
4. 1 4. 1. 1 4. 1. 2
Beschrijving ontwikkeling Beschrijving stedenbouwkundig plan Gewasbeschermingsmiddelen Functies (kernopgaven) Ontsluiting Ambities Beeldregiekader (BRK) Alternatieven (fietstunnel)
30
2. 1. 4 2. 2 2. 2. 1 2. 2. 2
3. 1. 2 3. 2 3. 2. 1 3. 3 3. 4 3. 5 3. 5. 1 3. 5. 2
4. 1. 3 4. 1. 4 4. 1. 5 4. 1. 6 4. 1. 7
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
10 10 10 12 13
21 22 24 25 25 25 25 26 28 28
30 38 38 39 40 42 42
WSP 7 april 2025 pagina 3/73
5
EFFECTEN EN ONDERBOUWING ONTWIKKELING
44
Milieueffectrapportage Bodem- en veldonderzoek Wet- en regelgeving Onderzoek
44 44 44
Water Wet- en regelgeving
46 46
5. 4 5. 4. 1
Onderzoek Luchtkwaliteit en geur Luchtkwaliteit
47 51 51
5. 4. 2
Geur
51
5. 5 5. 5. 1 5. 5. 2
53 53
5. 14. 1 5. 14. 2
Geluid: wegverkeer Wet- en regelgeving Onderzoek Externe Veiligheid Wet- en regelgeving Onderzoek Ecologie Wettelijk kader Onderzoek Archeologie en Cultuurhistorie Wet- en regelgeving Onderzoek Verkeer en parkeren Mobiliteitsonderzoek Milieuzonering (geluid) Wet- en regelgeving Onderzoek Ongesprongen Oorlogsresten Wet- en regelgeving Onderzoek Spuitzones Trillingen Wet- en regelgeving Onderzoek Duurzaamheid en gezondheid Wet- en regelgeving Onderzoek
6
JURIDISCHE TOELICHTING
5. 1 5. 2 5. 2. 1 5. 2. 2 5. 3 5. 3. 1 5. 3. 2
5. 6 5. 6. 1 5. 6. 2 5. 7 5. 7. 1 5. 7. 2 5. 8 5. 8. 1 5. 8. 2 5. 9 5. 9. 1 5. 10 5. 10. 1 5. 10. 2 5. 11 5. 11. 1 5. 11. 2 5. 12 5. 13 5. 13. 1 5. 13. 2 5. 14
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
44
53 54 54 55 55 55 57 60 60 60 61 61 63 63 63 64 64 65 66 66 66 67 67 67 67
68
WSP 7 april 2025 pagina 4/73
68 68
6. 3
Omgevingsplan Hoofdstukindeling Werkingsgebieden
7
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
70
7. 1. 1
70
7. 2
Omgevingswet: Participatie Procedure
8
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
72
6. 1 6. 2
OVERZICHT BIJLAGEN
68
71
73
Bijlage 1 Bijlage 2
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 5/73
Voorontwerp wijziging Omgevingsplan De planregels van het wijzigingsbesluit en de navolgende motivering worden voorjaar 2025 gepresenteerd als een voorontwerp van de wijziging van het omgevingsplan. We zijn ons ervan bewust dat de motivering nog niet volledig is. Gedurende de tijd tot het ontwerp wordt deze verder aangevuld en uitgewerkt. Reacties op dit voorontwerp worden gebruikt om tot een volledig en zo veel mogelijk gedragen ontwerp te komen. Bijgevoegde stukken waaronder de LIOR het Beeldregiekader en dergelijke zijn conceptversies die eveneens nog verder zullen worden uitgewerkt. ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
,
WSP 7 april 2025 pagina 6/73
1
INLEIDING
1. 1
AANLEIDING
De gemeente Meierijstad heeft dringend behoefte aan nieuwe woningen. Voor de kern Sint-Oedenrode bestaat de behoefte aan 900 woningen. De beschikbare ruimte in stedelijk gebied wordt volledig benut maar is niet voldoende om de totale vraag op te vangen. Op basis van een integrale afweging heeft de gemeente een zogenoemde uitleglocatie gekozen ten noordoosten van de kern Sint-Oedenrode. Hier wil de gemeente minstens 550 nieuwe woningen bouwen. Randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn: een waterneutrale buurt recht doen aan landschapswaarden een herkenbaar buurtschap het inpassen van bestaande boom- en groenstructuren en het beëindigen van het veeteeltbedrijf aan de Kampenweg 4. De uitbreidingslocatie biedt daarvoor fysieke ruimte en kwalitatieve mogelijkheden. De wijknaam “De Dreven” is toegekend aan de ontwikkeling omdat het bestaande karakteristieke netwerk van onverharde dreven de basis vormt voor de groenstructuur van de nieuwe wijk. ,
,
,
,
,
,
De ontwikkeling past niet binnen het omgevingsplan en de gemeente wil de ontwikkeling mogelijk maken met een wijziging van het omgevingsplan. Dit document vormt de motivering op de wijziging van het omgevingsplan waarin de achtergrond onderbouwing en gevolgen van de voorgestelde ontwikkeling worden beschreven. ,
,
1. 2
LIGGING PLANGEBIED
Het ontwikkelingsgebied Sint-Oedenrode-Noord bevindt zich tussen Schijndel en Sint-Oedenrode in een ruimer gebied waar in het verleden geleidelijk de heide is ontgonnen. In relatie tot de genoemde twee kernen ligt het gebied nog het dichtst bij de bestaande kern Sint-Oedenrode en het Dommeldal (zie onderstaande afbeelding). Het plangebied ligt ten noorden van Sint-Oedenrode ten oosten van de Schijndelseweg (de N637) en ten noorden van de Noordelijke Randweg (de N637). Het plangebied wordt op dit moment voornamelijk agrarisch gebruikt. In onderstaande rechter figuur zijn een aantal wegen aangeduid: Heikampenweg (geel) Schijndelseweg (rood) Langesteeg (groen) Kampenweg (blauw) Noordelijke Randweg (paars) ,
,
,
Figuur 1 Ligging ten opzichte van kernen (links) en globale begrenzing plangebied (rechts)
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 7/73
1. 3
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
Voor de voorgenomen ontwikkeling is een milieueffectrapportage (m. e. r. ) verplicht. Het gaat om een stedelijk ontwikkelingsproject van minstens 550 woningen waarvoor het omgevingsplan kaderstellend is voor latere vergunningen. Daarom wordt bij dit plan een m. e. r. -procedure doorlopen. Het milieubelang wordt zorgvuldig meegewogen en de onderzoeken bieden een stevige onderbouwing voor het plan. In hoofdstuk 5 is een nadere toelichting opgenomen op resultaten van de onderzoeken en de wijze waarop is vastgesteld dat de m. e. r. procedure in dit geval verplicht is. ,
1. 4
LEESWIJZER
In deze inleiding is de aanleiding de ligging van het plangebied en de totstandkoming van de m. e. r. -procedure beschreven. De toelichting op de wijziging van het Omgevingsplan is verder als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 is een beknopt overzicht opgenomen van het beleidskader. Hierin wordt ingegaan op rijksbeleid (NOVI Omgevingswet) provinciaal beleid (omgevingsvisie en -verordening) en gemeentelijk beleid op verschillende thema’s zoals groen mobiliteit en water; In hoofdstuk 3 wordt de woningbehoefte omschreven die aanleiding heeft gegeven tot de ontwikkeling en wordt een beknopte onderbouwing gegeven voor de locatiekeuze en een uitwerking van de lagenbenadering; In hoofdstuk 4 is het voornemen beschreven: wat is de huidige situatie wat is de opgave voor het gebied en hoe is dit uitgewerkt in het stedenbouwkundig plan. Daarnaast wordt ook de onderbouwing gegeven voor de ontwikkeling (kwantitatief en kwalitatief); In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de onderzoeksapsecten. Hierin wordt de ontwikkeling getoetst aan relevante milieuaspecten (externe veiligheid ecologie water etc. ) - PM In hoofdstuk 6…. (juridisch planopzet opbouw inhoud artikelen van de regels) - PM In hoofdstuk 7…. Juridische maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid - PM ,
,
,
,
,
,
,
.
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 8/73
2
RELEVANT
BELEID
2. 1
Rijksbeleid
2. 1. 1
NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 1 is de Omgevingsvisie op landelijk niveau en geeft een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Omgevingskwaliteit is hierbij het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen en collectieve ambities stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. ,
De NOVI gaat uit van vier prioritaire opgaven: 1. Duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland; 2. Ruimte voor de klimaatverandering en energietransitie; 3. Sterkte leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s met voldoende ruimte bewegen; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. ,
om te wonen , werken en
De ontwikkeling Woningbouw van de Dreven te Sint-Oedenrode draagt met name bij aan opgave 3. De NOVI beschrijft hiervoor acht beleidskeuzes die een nadere uitwerking krijgen waaronder bijvoorbeeld het versterken van het Stedelijk Netwerk Nederland (beleidskeuze 1) het aansluiten van het woningaanbod bij de vraag naar aantallen en typen woningen woonmilieus en prijsklasse (beleidskeuze 3) en het verbeteren van het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad (beleidskeuze 6). ,
,
,
,
2. 1. 2
,
WATER
De Omgevingswet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening (voorheen was dit geregeld in de Waterwet). Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (nog gebaseerd op de Waterwet maar opgesteld in de geest van de Omgevingswet) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw beleid vast. Er wordt gewerkt aan schoon veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. In paragraaf 2. 2 “Provinciaal beleid” en 2. 3 “Gemeentelijk beleid” wordt omschreven hoe provincie en gemeente invulling geven aan beleid rondom grond- en hemelwater. ,
,
,
,
2. 1. 3
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel (opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving) voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De toepassing van de ladder wordt verder omschreven in paragraaf 3. 3 (“Ladder”). Het stelsel van de Omgevingswet is met het samenhang: ,
oog
op
duurzame ontwikkeling
,
gericht
op
het in onderlinge
1 Nationale
Omgevingsvisie – Duurzaam perspectief voor ons leefomgeving – Ministerie van BZK (2020) https://open. overheid. nl/documenten/ronl-59b3033c-0826-4624-ba7f-41aec10b6d7a/pdf
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 9/73
-
-
2. 1. 4
Bereiken en in stand houden omgevingskwaliteit Doelmatig beheren gebruiken maatschappelijke functies ,
PROGRAMMA
van
veilige
en
gezonde
ontwikkelen
van
de
een
en
fysieke leefomgeving
fysieke leefomgeving
ter
en
goede
een
vervulling
van
WONINGBOUW
Het Programma Woningbouw als onderdeel van de Nationale Woon- en Bouwagenda zet in op de realisatie van voldoende betaalbare en duurzame woningen met de focus op binnenstedelijke verdichting en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij worden klimaatadaptatie energieprestaties circulair bouwen en natuurinclusief ontwerp gestimuleerd. Ook is er aandacht voor duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving waarbij geluid luchtkwaliteit en veiligheid een integraal onderdeel vormen van de planvorming. In paragraaf 3. 1 “Onderbouwing woningbehoefte” wordt specifiek voor gemeente Meierijstad en voor Sint-Oedenrode omschreven wat de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoeftes zijn en hoe deze gecombineerd met rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid worden opgevangen in het plan. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
2. 2
PROVINCIAAL BELEID
2. 2. 1
OMGEVINGSVISIE EN OMGEVINGSVERORDENING
Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' 2 vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten als een schone bodem schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen stilte en een natuurrijke omgeving waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om de basisopgave te verwezenlijken zijn vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een 'klimaatproof' Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende duurzame economie. ,
,
,
,
,
,
Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de Omgevingsverordening staan regels die een nadere uitwerking geven van beleid en maatregelen. De Omgevingsverordening van Provincie Noord-Brabant is gericht op: a. Een goede veilige en gezonde leefomgeving; b. Het in stand houden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; c. Een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving; d. Het realiseren van maatschappelijke opgaven ,
De Omgevingsverordening bevat instructieregels voor het omgevingsplan van gemeenten. Deze instructieregels zijn gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en de regulering van activiteiten. Hieronder worden een aantal instructieregels benoemd die van belang zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. ,
Lagenbenadering Zo wordt volgens de Omgevingsverordening gewerkt met de ‘lagenbenadering’. Het is van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen: de ondergrond de netwerklaag de bovenlaag en de ,
2 De
,
kwaliteit van Brabant Visie op de Brabantse leefomgeving Provincie Noord-Brabant december 2018 ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
,
,
WSP 7 april 2025 pagina 10/73
tijdsdimensie. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. Met de factor tijd wordt bedoeld: leer van het verleden en betrek de ‘onzekere’ toekomst in de afweging. Door ‘diep’ te kijken wordt rekening gehouden met de laag-dynamische ondergrond maar ook met de effecten op de andere lagen en met toekomstige effecten. In paragraaf 3. 5 “Lagenbenadering” wordt de lagenbenadering toegepast op de voorgenomen ontwikkelingen de Dreven te Sint-Oedenrode. ,
,
,
Meerwaardecreatie De provincie streeft naar kwaliteit en vanuit het oogpunt van meerwaardecreatie naar versterking van de omgevingskwaliteit en identiteit van Brabant. Nieuw gebruik van de open ruimte gaat gepaard met meerwaardecreatie vanuit ‘diep rond en breed kijken’ zodat een ontwikkeling kwaliteit toevoegt aan de plek. De provincie zet maximaal in op het terugdringen van de emissies van stikstof fosfaat en overige stoffen die ten koste gaan van de kwaliteit van de natuurgebieden en de luchtkwaliteit. Bij de locatiekeuze zijn mogelijkheden voor meerwaardecreatie meegenomen in het afwegingsproces (zie paragraaf 3. 2 “Locatieafweging”) en ook uit de lagenbenadering volgen kansen voor meerwaardecreatie (paragraaf 3. 5. 5 “Meerwaardecreatie). ,
,
,
,
Aardkundige waarden , cultuurhistorische waarden en groenblauwe waarden Vanuit de instructieregels dient rekening te worden gehouden met aardkundige cultuurhistorische en groenblauwe waarden (afdeling 5.2 artikel 5.43 5. 44 en 5. 46). Voor het plangebied is de Klimaatonderlegger en de Lagenbenadering toegepast (zie paragraaf 2. 3 en 3. 5 “Lagenbenadering”). In het plan is vervolgens rekening gehouden met de waarden binnen het plangebied die hiermee in kaart zijn gebracht. Zo is de bebouwing bijvoorbeeld verplaatst ten behoeve van de aanwezige eerdgronden (zie paragraaf 2. 3 “Gemeentelijk beleid”). ,
,
,
Duurzame stedelijke ontwikkeling Vanuit de instructieregels dient sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling (afdeling 5.5 artikel 5. 55). Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd met aandacht voor een natuurinclusieve inrichting en een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang of infiltratie van water; de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en e. f. wordt bijgedragen aan een circulaire economie door invulling te geven aan de toepassing van industrieel demontabel bouwen en het gebruik van duurzame biobased materialen. ,
,
,
,
,
In paragraaf 4. 1 (“Beschrijving ontwikkeling”) wordt de voorgenomen ontwikkeling thematisch omschreven waarbij wordt onderbouwd hoe de ontwikkeling invulling geeft aan bovenstaande eisen voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling De Omgevingsverordening stelt dat een stedelijke ontwikkeling niet is toegestaan in Landelijk gebied (artikel 5. 55). Indien toch ontwikkeling plaatsvindt in Landelijk gebied dient te worden voldaan aan de regels uit artikel 5. 56 van de Omgevingsverordening: Een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen werken of voorzieningen ter plaatse van Landelijk gebied als: a. binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied bedoeld in Artikel 5. 12; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken bedoeld in Afdeling 7. 2; ,
,
,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 11/73
,
,
e.
de
stedenbouwkundige-
en
landschappelijke
inrichting
is afgestemd
op
de omgevingskwaliteit en
structuren in het gebied en de naaste omgeving , waaronder de met deze verordening te beschermen en te
f.
ontwikkelen waarden; en de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met het Stedelijk gebied.
een
duurzame afronding
van
In paragraaf 3. 2 “Locatieafweging” wordt de locatiekeuze in Landelijk gebied onderbouwd volgens de regels uit artikel 5. 56. Kwaliteitsverbetering Landschap Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving (Omgevingsverordening afdeling 5.1 artikel 5. 11). Bijvoorbeeld door ecologische verbindingszones of recreatieve waarden te creëren. In paragraaf 4. 1 “Beschrijving ontwikkeling” en 3. 5 “Lagenbenadering” wordt omschreven hoe de ontwikkeling op verschillende wijze bijdraagt aan kwaliteitsverbetering van het landschap. ,
,
,
Klimaatthema’s De Visie klimaatadaptatie is een uitwerking van de eerdergenoemde hoofdopgave ‘Brabant Klimaatproof’ uit de omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’. Het is het eerste kaderstellende niveau onder de Omgevingsvisie waarin de provincie schetst hoe zij wil omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. De provincie streeft naar een robuust water- en bodemsysteem. Daarbij hanteert zij principes zoals het vasthouden van regenwater in de bodem het bevorderen van infiltratie naar het grondwater en het creëren van voldoende ruimte in het watersysteem om overlast of schade bij extreme weersomstandigheden te voorkomen. Het Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP) operationaliseert de doelen uit de Klimaatadaptatievisie. Het provinciaal beleidsplan is in februari 2025 aangevuld met het addendum-RWP met als doel om Water en Bodem sturend te verankeren in provinciaal beleid. Het addendum benadrukt het belang van een ruimtelijke inrichting waarin water en bodem sturend zijn. Door klimaatadaptieve inrichting te combineren met andere maatschappelijke opgaven zoals gezondheid en de energietransitie ontstaan kansen voor een toekomstbestendige leefomgeving. Aanleiding voor deze beleidsaanvulling is onder meer het adviesrapport Zonder water geen later (2022) waarin de structurele droogteproblematiek in Brabant is geanalyseerd.
Het rapport benadrukte de grote urgentie van het teruglopen van de Brabantse grondwatervoorraden. De inzichten zijn verwerkt in het addendum. Ter bevordering van duurzaam grondwaterbeheer is het Grondwaterconvenant 2021-2027 opgesteld waarin provincie waterschappen drinkwaterbedrijven en andere partners gezamenlijke afspraken hebben vastgelegd. Doel is het terugdringen van structurele onbalans tussen onttrekking en aanvulling onder andere door zuiniger gebruik betere infiltratie en herstel van de grondwaterstand in kwetsbare gebieden. Het convenant sluit aan bij de brede opgave om water en bodem sturend te maken in de ruimtelijk ordening. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
Bij de ontwikkeling van de Dreven is bodem en water sturend geweest bij de locatiekeuze (paragraaf 3.2) de lagenbenadering (paragraaf 3.5) en het ontwerp van het watersysteem (paragraaf 4. 1. 1 “omschrijving ontwikkeling”). De ontwikkeling biedt kansen om dit te combineren met andere maatschappelijke opgaven waar verder op ingegaan wordt in paragraaf 4. 1. 5 “ambities”. Beleid op het gebied van deze klimaatthema’s wordt verder uitgewerkt en geconcretiseerd in het gemeentelijk beleid (paragraaf 2. 3). ,
,
,
,
2. 2. 2
BRABANTSE ONTWIKKELAANPAK STIKSTOF (BOS 2. 0)
Via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) was een programma ondernemers en terreinbeheerders per gebied bekeken wat nodig is voor: Gezonde natuur; Schoon water; Schone lucht.
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
van
het Rijk waarin provincies
WSP 7 april 2025 pagina 12/73
,
Inmiddels is dit landelijke programma door de Rijksoverheid stopgezet. Sommige provincies waaronder NoordBrabant zetten de doelstellingen uit het NPLG zelfstandig voort. De Provincie Noord-Brabant werkt hierbij aan het behalen van doelen op het gebied van natuur stikstof water en klimaat. Dit gebeurt onder andere via de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS 2.0) die gericht is op het herstel en duurzame bescherming van natuur onder meer door het structureel terugdringen van de uitstoot en neerslag van stikstof. De gemeente Meierijstad gaat in overleg met de provincie om afspraken te maken. ,
,
,
,
,
2. 3
,
GEMEENTELIJK BELEID
Op grond van de Omgevingswet moet elke gemeente beschikken over een Omgevingsvisie. De gemeente Meierijstad heeft haar ontwerp-Omgevingsvisie opgesteld (Ontwerp-Toekomstvisie Meierijstad 2035). Hierin staat op hoofdlijnen welke plannen er zijn voor de lange termijn en welke strategische keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot het gebruik beheer en bescherming van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie wordt uiterlijk voor 1 januari 2027 vastgesteld. Onderstaand wordt thematisch het huidige beleid van gemeente Meierijstad toegelicht. ,
Biodiversiteit en natuur In september 2022 heeft de gemeenteraad het Biodiversiteitbeleid vastgesteld. Dit beleid ontwikkeld met oog voor de groeiende urgentie van biodiversiteitsbehoud en ecologische stabiliteit richt zich op verschillende speerpunten. De volgende speerpunten met betrekking tot stedelijke leefomgeving zijn het meest van belang voor de ontwikkeling; Het versterken van het groenblauwe netwerk gericht op het verbinden van bebouwd gebied met natuur ,
,
,
en water; -
Natuurinclusief bouwen en harmonie met de natuur in de bouwsector; Lokale biodiversiteit inzetten om bij te dragen aan het vergroten van de weerbaarheid tegen de gevolgen van klimaatverandering.
de gemeente
van
Het stimuleren van natuurinclusief bouwen is een belangrijk thema binnen de gemeente. Natuurinclusief bouwen bevordert een prettige leefomgeving (gezondheid) vermindert overlast door hitte (klimaatadaptatie) en bevordert biodiversiteit. De Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving wordt ingezet om maatregelen op dit vlak te identificeren. Voor de planontwikkeling de Dreven is het uitgangspunt op gebouwniveau dat dient te worden gecompenseerd volgens het ecologisch inrichtingsplan (paragraaf 5. 7 “Ecologie”). Hierin zijn specifieke soorten vastgesteld en maatregelen die de leefgebieden van deze soorten behouden of versterken. De LIOR omschrijft algemene eisen voor de inrichting van de openbare ruimte waaronder eisen over en selectiecriteria voor boomaanplant en het inrichten van geveltuintjes door bewoners (de strook tussen de woning en de openbare ruimte). ,
,
Wonen Gemeente Meierijstad heeft in 2018 een Woonvisie opgesteld als basis voor beleidsvorming rondom woningbouw. Op latere termijn is deze waar nodig gewijzigd via het Actieplan Woningbouw. Het Actieplan Woningbouw (2021) geeft richting aan hogere woningbouwprognoses en het versnellen van de woningbouwproductie. Vervolgens is de Woonzorgvisie 2024 opgenomen als actualisatie van de Woonvisie. Tot slot heeft de gemeente een Doelgroepenverordening opgesteld. In deze verordening zijn de categorieën sociale huurwoning middeldure huurwoning sociale koopwoning en sociale middeldure koopwoning opgenomen. Voor deze categorieën regelt de verordening de maximale aanvangshuurprijzen dan wel de maximale verkoopprijsgrenzen. De verordening regelt tevens voor welke doelgroep de te bouwen sociale huurwoningen en sociale koopwoningen bedoeld zijn. De doelgroep wordt bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. Verder moeten genoemde categorieën woningen gedurende een bepaalde periode beschikbaar blijven. Hiervoor zijn minimale instandhoudingstermijnen ,
,
,
opgenomen.
De Woonzorgvisie omschrijft de volgende speerpunten:
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 13/73
,
-
Iedereen woonruimte: Focus op voldoende woonruimte voor de huidige en toekomstige inwoners van Meierijstad met een focus op mensen die nu onvoldoende op de huidige markt terecht kunnen. Wonen verandert: Ontwikkelingen zoals de energietransitie veranderend klimaat en een toenemende druk op de zorg vragen om ruimte. Gezonde en veilige thuisomgeving: Een veilige omgeving creëren waarin men zelfredzaam is en aansluiting vindt op het sociale- en zorgnetwerk. Gemengde wijken en dorpen: Gemengde wijken en dorpen wat betreft bevolkingssamenstelling naar leeftijd naar inkomen en afkomst en een goede balans tussen mensen die hulp kunnen verlenen en mensen die hulp nodig hebben. Toekomstbestendige wijken en dorpen: Investeren in sociale fysieke leefomgeving en duurzaamheid waaronder thema’s vallen zoals de energie- en warmtetransitie klimaatadaptatie en biodiversiteit (o. a. natuurinclusief bouwen). ,
-
,
,
,
-
-
,
-
,
,
,
De Woonzorgvisie werkt uit hoe de gemeente wil voorzien in de forse woningbouwopgave voor 2023-2040 (vastgesteld in de Woningbouwprogrammering gemeente Meierijstad maart 2024). Dit houdt onder andere in dat randvoorwaarden worden gecreëerd voor de realisatie van voldoende en de juiste woningen. Er dienen voldoende betaalbare huur- en koopwoningen beschikbaar te zijn voor verschillende doelgroepen. Binnen het totale nieuwbouwprogramma valt minimaal 70% van de woningen in het betaalbare segment waarvan ten minste 30% sociale huur betreft. ,
,
In de Doelgroepenverordening is bepaald dat de sociale huurwoningen gedurende tenminste 25 jaar onder de sociale huurgrens moeten blijven. Voor middeldure huur geldt een minimale periode van 15 jaar en voor koopwoningen minimaal 10 jaar. De prijsgrenzen voor 2025 zijn weergegeven in onderstaand overzicht inclusief de gewenste procentuele verdeling. ,
,
Figuur 2 Prijsgrenzen en gewenste verdeling Woonzorgvisie 2024
Voor de woningbouwontwikkeling de Dreven worden bovenstaande prijssegmenten en verdeling uit de Doelgroepenverordening en de Woonzorgvisie 2024 gehanteerd. Ook draagt de ontwikkeling bij aan de genoemde 021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 14/73
,
speerpunten uit de Woonzorgvisie. De wijze waarop dit gebeurt wordt toegelicht in paragraaf 4. 1. (beschrijving
ontwikkeling)
en paragraaf
3. 1 (onderbouwing woningbehoefte).
Conform de gemeentelijke werkwijze worden de regels uit de geldende Doelgroepenverordening zowel publiekrechtelijk als privaatrechtelijk geborgd. Dit betekent dat de relevante bepalingen planologisch vertaald worden naar de regels in het omgevingsplan. Water en riolering Vooruitlopend op de vaststelling van de gemeentelijke Omgevingsvisie heeft gemeente Meierijstad het Programma Water en Riolering (PWR) opgesteld. In het programma wordt invulling gegeven aan de visie en ambities van de gemeente binnen de volgende wettelijke zorgplichten; afvalwater hemelwater grondwater oppervlaktewater en thema's als systeem op orde en educatie en bewustwording. ,
,
,
,
,
In 2020 heeft de gemeente een Klimaatonderlegger op laten stellen. De klimaatonderlegger is een feitenkaart die op basis van een lagenbenadering de landschappelijke kwaliteiten en condities weergeeft die kunnen bijdragen aan gemeentelijke ruimtelijke opgaven. Met deze kaart wordt het regionaal water- en bodembeleid van de provincie gevolgd. Op de klimaatonderlegger staan de gebiedskenmerken en de kansen en risico’s voor de verschillende klimaatthema’s. De Klimaatonderlegger is toegepast op het plangebied te Sint-Oedenrode onder meer ter onderbouwing voor het bepalen van geschikte locaties voor de ontwikkeling. Uit de Klimaatonderlegger kwamen 5 locaties naar voren als potentieel geschikte locaties voor woningbouw. Hoe deze locatiekeuze verder tot stand is gekomen wordt nader omgeschreven in paragraaf 3 “onderbouwing locatiekeuze”. Ook zijn door de toepassing van de Klimaatonderlegger de aanwezige eerdgronden vastgesteld. Er is besloten om deze eerdgronden niet intensief te bebouwen maar wel ten behoeve van ondersteunende functies in te zetten. Het te ontwikkelen intensieve bouwdeel is ten behoeve hiervan naar het noorden verplaatst. ,
,
,
,
Hoe het watersysteem is vormgegeven wordt in de stedenbouwkundige inrichting wordt toegelicht in paragraaf 4. 1. 1 “beschrijving ontwikkeling”. De gemaakte keuzes zijn onderbouwd aan de hand van de resultaten van de weging van het waterbelang zoals beschreven in paragraaf 5. 3 “water” (-PM). ,
Mobiliteit In de Duurzame mobiliteitsvisie omschrijft gemeente Meierijstad haar mobiliteitsbeleid. De visie geeft aan hoe de gemeente omgaat met zaken als bereikbaarheid leefbaarheid en verkeersveiligheid. Een relevant uitgangspunt in de visie is duurzaamheid en het eerder omschreven duurzaamheidsbeleid wordt hiermee ook nader uitgewerkt specifiek voor het thema mobiliteit. De hoofdambities en strategische opgaven worden als volgt in de visie omschreven: Bereikbaar Meierijstad o Multimodale bereikbaarheid bedrijventerreinen o Voorzieningen voor iedereen bereikbaar o Kwaliteitssprong fiets Leefbaar en veilig Meierijstad o Voorzieningen voor iedereen bereikbaar Veilige mobiliteit o o Kwaliteitssprong fiets Automobiliteit verduurzamen o Duurzaam en gezond Meierijstad Kwaliteitssprong fiets o o Automobiliteit verduurzamen ,
,
Paragraaf 4. 1. 4 “ontsluiting” omschrijft de bereikbaarheid van het plangebied en de mogelijkheden die de locatie biedt voor duurzame mobiliteit. Duurzaamheid
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 15/73
Duurzaamheid staat bij gemeente Meierijstad hoog op de agenda. In november 2018 heeft de gemeente Meieijrstad haar duurzaamheidsvisie vastgesteld. De doelen in deze visie zijn gebaseerd op de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals SDG’s) die zijn vastgesteld door de Verenigde Naties in 2015. De SDG’s zijn opgesteld om een einde te maken aan armoede ongelijkheid onrecht en klimaatverandering. De gemeente heeft focus aangebracht door prioriteit te geven aan 6 SDG’s: Energiebesparing in de gebouwde omgeving Verduurzamen van bedrijvigheid Tegengaan van verspilling en restafval Vergroten leefbaarheid (voorkomen afval biodiversiteit en groen klimaatadaptatie) Vergroten bewustwording ,
,
,
,
,
De doelstellingen zijn uitgewerkt tot drie ambities (zie ook onderstaande figuur); Energiek en verantwoord Circulair en schoon Klimaatbestendig en biodivers
Figuur 3: 2050 Duurzaam Meierijstad: drie ambities
Nieuwe gebiedsontwikkelingen kunnen en moeten een bijdrage leveren aan de ambities. Voor heel Nederland en dus ook voor Meierijstad is de energietransitie een van de meest urgente vraagstukken van deze tijd. Klimaatverandering en de groeiende energiekosten benadrukken het belang van het beschikbaar stellen van betaalbare en schone energie. Om bij te dragen aan het Klimaatakkoord en de energietransitie omschrijft de gemeente in de Transitievisie Warmte hoe zij haar wijken en buurten aardgasvrij wil maken. Overige punten uit het gemeentelijk uitvoeringsprogramma duurzaamheid zijn onder meer een reductie van (auto-)vervoersbewegingen door bijvoorbeeld in te zetten op voet- en fietsverkeer of door thuiswerken te stimuleren. Voor nieuwbouw wordt gestreefd naar vergroening levensloopbestendig en circulair (en bio-based) bouwen volgens het Cradle to Cradleprincipe. Materialen en producten worden zo ontwerpen en toegepast dat het na gebruik weer volledig hergebruikt kan worden. De visie dient als kapstok voor de uitwerking van duurzaamheidsambities naar beleid. De ambities hangen samen met bestaande regelgeving (flora & fauna kwaliteitsverbetering landschap water en bodem sturend) en gemeentelijk beleid (mobiliteitsvisie biodiversiteit). In paragraaf 4. 1.
1 “beschrijving ontwikkeling” wordt nader toegelicht hoe deze gecombineerd worden uitgewerkt tot een integraal stedenbouwkundig plan dat invulling geeft aan deze ambities. ,
,
,
,
,
,
In de ontwerp-toekomstvisie wordt toegelicht welke ambities gemeente Meierijstad heeft als het gaat over de SDG’s waarbij ook aanvullende SDG’s worden belicht zoals SDG 1 (geen armoede) SDG 3 (gezondheid en welzijn) en SDG 11 (duurzame steden). ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 16/73
,
3
ONDERBOUWING
3. 1
ONDERBOUWING
3. 1. 1
KWANTITATIEVE BEHOEFTE
LOCATIEKEUZE
WONINGBEHOEFTE
GEMEENTE MEIERIJSTAD De woningbehoefte binnen gemeente Meierijstad heeft aanleiding behoefte aan nieuwe woningen blijkt onder meer uit: Woonvisie 2018; Actieplan woningbouw: Woonzorgvisie 2024. ,
gegeven tot
de ontwikkeling
van
het plan. De
,
In de Woonvisie 2018 werd uitgegaan van een toename van 3. 940 woningen in de periode 2018 tot 2028. Daarvan waren er in 2018 en 2019 al ruim 1. 000 gerealiseerd. Hierdoor resteerden nog een kleine 3. 000 woningen voor de jaren 2020 tot 2028. In het Actieplan woningbouw baseert de gemeente zich op de provinciale prognoses voor de periode 2020-2040 die uitgaan van 5. 750 benodigde extra woningen voor de gemeente Meierijstad. In deze prognoses is bovendien voorzien dat na 2040 nog meer woningen in de gemeente nodig zijn als gevolg van een toename van het aantal inwoners en maatschappelijke veranderingen (gemiddeld kleinere huishoudens). De provinciale prognoses houden ook rekening met de extra woningen die nodig zijn voor de huisvesting van long-stay arbeidsmigranten. Op basis van de provinciale cijfers staat vast dat er voorlopig nog geen einde komt aan de groei van de woningbehoefte in Meierijstad.
,
,
In de huidige situatie worden gemiddeld 400 woningen per jaar gebouwd. De gemeente wil dit gezien de opgave uitbreiden naar minimaal 600 woningen per jaar. Het realiseren van woningen is mogelijk via transformatie van bestaande gebouwen (in stedelijk en landelijk gebied) woningsplitsing enz. Op deze mogelijkheden wordt op dit moment al vol ingezet. Het is echter niet voldoende om de vereiste forse aantallen te halen. Bovendien moet er in alle situaties ook ruimte zijn en blijven voor groen parkeervoorzieningen enz. Om de versnellingsdoelstelling mogelijk te maken wordt daarom in het Actieplan de focus gelegd op nieuwbouw door middel van uitbreidingslocaties (instrument 1). Daarnaast wordt gekeken naar sturingsmogelijkheden bij nieuwbouw door huidige knelpunten in het traject van bouwaanvragen weg te nemen (instrument 2). ,
,
,
,
,
,
Om een continu volume te krijgen in het aantal woningen per jaar zal voor langere tijd vooruit gepland moeten worden. De gemeente richt zich op minimaal 125% bouwplannen (circa 7. 200 woningen) ten opzichte van de prognose. In de afspraken vanuit de regionale woondeal Noordoost Brabant wordt uitgegaan van 130% plancapaciteit. Daardoor kan sneller worden geanticipeerd op uitval van bouwplannen. De behoefte aan nieuwe woningen en de noodzaak om de bouw ervan te versnellen is in Meierijstad zonder twijfel aanwezig en onderbouwd in de Woonvisie het Actieplan en de provinciale cijfers. Op basis van de provinciale prognose (2023) is de behoefte ten opzichte van 2018 alleen maar verder toegenomen. ,
KERN SINT-OEDENRODE Zoals al aangegeven geldt de provinciale prognose voor de gehele gemeente en heeft de provincie niet gekeken naar types of verdeling over de verschillende kernen. Het uitgangspunt is het evenredig verdelen van de woningbouwprognose over de kernen. In het Actieplan Woningbouw is afgesproken om de extra opgave die is voortgekomen uit de hogere prognoses meer te verdelen naar gelang er kansen ontstaan. ,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 17/73
Bovenstaande exercitie heeft voor Sint-Oedenrode geleid tot een opgave van bijna 900 woningen. In deze opgave is rekening gehouden met de al eerdergenoemde extra reservering om planuitval en vertraging voldoende op te kunnen vangen (125%). In 2021 zijn in de kern Sint-Oedenrode 35 woningen gerealiseerd. Dat betekent dat er vanaf 2022 nog 865 woningen voor deze kern op het programma staan. Woningbouwprogrammering zonder De Dreven Wanneer de woningbouwprogrammering vanaf 2022 tot en met 2024 in Sint-Oedenrode in beschouwing wordt genomen zonder daarin de uitbreidingslocatie mee te nemen ontstaat het volgende beeld: ,
,
Realisatie (2022-2024) Hard
110 300
Zacht Totaal
172 582
Restant * peildatum 01-01-2025
318
Zonder de uitbreidingslocatie bestaat er dus nog een opgave van bijna 318 woningen in Sint-Oedenrode. Op het moment van de vaststelling van het Actieplan Woningbouw lag deze opgave zelfs nog iets hoger. Dit heeft geresulteerd in het besluit om te starten met een haalbaarheidsonderzoek naar een locatie in/rond de kern SintOedenrode waar minstens 550 woningen gerealiseerd zouden kunnen worden. In de loop van 2025 zullen deze cijfers op gemeentelijk en kernniveau geactualiseerd worden. De behoefte aan woningbouw zal onverminderd van belang blijven. PM (aan te vullen bij ontwerp). De nu geprogrammeerde 406 woningen worden op een verwaarloosbaar aantal na via inbreiding/transformatie gerealiseerd (zie onderstaande tabel en bijlage 6 voor volledig projectenoverzicht). In de afgelopen jaren en voor deze projecten is al volop ingezet op transformatie en inbreidingslocaties. Op dit moment blijft er binnenstedelijk geen tot weinig ruimte over om daar de resterende woningbehoefte in te kunnen vullen. Er zijn nog maar beperkt kansen in binnenstedelijk gebied. ,
De uitgevoerde/geplande inbreidingsplannen zijn: Lochtenburg 2018
,
7
Mater Lemmensstraat Rode Akkers I
2018
22
2018
10
Sluitappel Noord
2018
IJsvogel
2019
79 5
Sluitappel Noord
2019
67
Bastion 1-5 Sluitappel Noord
2020 2020
12 9
Burgemeester Oerlehof
2021
7
Deken van Erpstraat 25a-e
2021
5
Fioretti (Kasteellaan)
2022-2026
26
HAVS
2022-2026
57
Kortestraat 3
2022-2026
28
Boskantseweg 58-60
2022-2026
6
Markt / Kapittelhof
2022-2026
57
KEM
2022-2026
26
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 18/73
Kerkstraat 11
2022-2026
9
Kofferen 25-27
2022-2026
8
Sluitappel 17-17a
2022-2026
6
Voormalig gemeentewerf
2022-2026
31
Grote Doelenlaan 16-18
2022-2026
21
Herontwikkeling Phillipusstraat Goede Herderkerk
2022-2026
20
2022-2026
18
Hubo/Knoptoren
2022-2026
18
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 19/73
Figuur 4 Kaart met inbreidingslocaties (ook in groter formaat bijgevoegd in bijlage 1. 4)
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 20/73
Op figuur 3-1 zijn alle inbreidingsplannen en transformaties van 5 woningen of meer opgenomen vanaf 2018 (gerealiseerd en in de programmering). Het aantal te realiseren woningen is ook in de kaart vermeld dit is zichtbaar na inzoomen. ,
Woningbouwversnelling In het Actieplan Woningbouw van 2021 heeft de gemeente Meierijstad een strategische koers bepaald. De gemeente gaat voor een actievere grondpolitiek waarbij wordt ingezet op het benutten van gemeentelijke grondposities om de woningbouwopgave te realiseren. Met de inzet van gemeentelijke grondposities kan de gemeente optimaal sturen op programmering én kwaliteit. Onderdeel van deze strategie is het vestigen van een voorkeursrecht op gronden ten noordoosten van Sint-Oedenrode met als doelstelling regie te kunnen voeren in het gebied. ,
Regionale woondeals Vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda heeft het rijk doelstellingen geformuleerd om invulling te geven aan de grote woningbouwopgave in Nederland. Na het bod van de provincies wordt nu ingezet op het vertalen van deze afspraken naar regionale Woondeal met als grootste inzet het omzetten van ‘zachte’ plancapaciteit naar ‘harde’ plancapaciteit. Hierbij wordt ook nadrukkelijk gezocht naar grotere locaties waar meters gemaakt kunnen worden en die daarmee kunnen dienen als versnellingslocaties. De woningbouwlocatie in Sint-Oedenrode kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van het rijk in de regio. De woningbouwlocatie maakt onderdeel uit van de regionale Woondeal. ,
3. 1. 2
KWALITATIEVE BEHOEFTE
MEIERIJSTAD: DOELGROEP(EN) Het realiseren van nieuwe woningen is nodig om de woningmarkt in Meierijstad beter te laten functioneren. De prioriteiten en thema’s vanuit de Woonzorgvisie 2024 zijn omschreven in paragraaf 2. 3 “Gemeentelijk beleid”. Daarbij wordt de focus gelegd op onder andere sociale huur betaalbaarheid duurzaamheid en de woningtypen. ,
,
De gemeente wil naar een duurzame kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad. Uiteraard horen daar bepaalde voorzieningen bij zoals (de aanleg van de) verkeersinfrastructuur en groenstructuren het verbeteren van het openbaar vervoer en de realisatie van diverse maatschappelijke voorzieningen voor onderwijs (IHP) sport zorg cultuur en vrije tijd. ,
,
,
,
,
Gedurende de ontwikkeling te Sint-Oedenrode wordt de nieuwe Woonvisie afgerond. Binnen Gemeente Meierijstad heeft afstemming plaatsgevonden om te waarborgen dat het project aansluit bij de toekomstige Woonvisie en de Doelgroepenverordening. Specifieke kernpunten voor het plangebied zijn daarbij in kaart gebracht. Deze worden in de volgende paragraaf omschreven. ,
SINT-OEDENRODE: DOELGROEP(EN) Een specifieke marktanalyse uitgevoerd voor de kern Sint-Oedenrode. bevolkingssamenstelling de verwachte bevolkingsgroei en de doelgroepen.
Hierin
is
gekeken
naar
de
,
Woningbouwprogramma Aansluitend op de Woonzorgvisie en de kwalitatieve behoeftes wordt voor de Dreven ingezet op een aantal vertrekpunten: Toekomstgerichte wijk:. De omvang van de locatie en het feit dat deze een gemeentelijke ontwikkeling betreft biedt mogelijkheden om een stapje meer te zetten. Dat moet zich uiten in diverse woonvormen woningtypologieën doelgroepen en de wijze waarop de woningen worden ingepast in de omgeving (wonen in het groen) met extra inspanning op het gebied van duurzaamheid. ,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 21/73
,
Betaalbaarheid: Betaalbaarheid is een speerpunt zowel lokaal als landelijk. Bij enkele bouwvelden za de focus liggen op goedkoop wonen.
-
,
-
Deze vertrekpunten vertalen zich in specifieke eisen voor bepaalde doelgroepen: Jongeren en starters: Extra woningaanbod voor jongeren (huur en koop) is nodig met kleinere betaalbare woningen die snelle doorstroming bevorderen. Vitale senioren: Woningen voor senioren moeten levensloopbestendig zijn met creatieve woningtypes zoals tweekappers of woningen met voorzieningen op de begane grond. Ook betaalbare seniorenwoningen zijn belangrijk. Het volledig inzetten op ouderen is niet wenselijk gezien de ligging van de Dreven ten opzichte van voorzieningen en het centrum. Wel zijn voldoende vitale senioren (of toekomstige vitale senioren) op zoek naar een woning waarbij levensloopbestendigheid erg van belang is. Het speerpunt is om een flexibele woningvoorraad te realiseren waarbij doorstroom naar andere doelgroepen mogelijk is. Ook kan worden gedacht aan voorzieningen in de omgeving zoals ontmoetingsplaatsen en een gezondheidscentrum. Gezinnen: Er blijft vraag naar grondgebonden gezinswoningen. Betaalbare en middeldure woningen moeten goed worden ingepast in de stedenbouwkundige structuur. ,
,
,
,
,
Daarnaast vertalen de vertrekpunten zich ook in algemene eisen voor Dreven: Minimaal 30% sociale huur: Met de ondertekening van de Woondeal heeft de gemeente een inspanningsverplichting om bij nieuwe ontwikkelingen minimaal 30% sociale huurwoningen te realiseren. Inmiddels is dit ook opgenomen in de Woonzorgvisie 2024 en is daarmee het kader voor nieuwe woningbouwontwikkelingen. Levensloopbestendige woningen: zoals eerder vermeld is de opgave om zoveel als mogelijk woningtypen levensloopbestendig terug te zien zodat deze geschikt zijn voor meerdere doelgroepen. Bijzondere woonvormen: de locatie leent zich uitstekend voor bijzondere woonvormen. Hierbij kan gedacht worden aan initiatieven van particulieren (natuurlijke personen) in de vorm van (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap en projectmatige ontwikkeling. Denk aan hofjeswonen ecologisch wonen en geclusterde woningen met gedeelde voorzieningen. Ook modulaire woningen zijn mogelijk. ,
,
3. 2
,
LOCATIEAFWEGING
Voorgaand omschreven woningbehoefte in Meierijstad en Sint-Oedenrode heeft aanleiding gegeven tot de ontwikkeling van het plan. Vervolgens is afgewogen welke locaties mogelijk geschikt zouden kunnen zijn om in de woningbehoefte te voorzien ,
,
De keuze voor deze locatie volgt uit een locatiestudie. Om tot een keuze voor een geschikte uitbreidingslocatie te komen is gezocht naar een locatie die; 1. vanuit bodem en watersysteem en woningbouwopgave het meest geschikt is; 2. voldoende groot is; 3. goed kan worden ontsloten; 4. in de nabijheid van voorzieningen ligt; 5. geschikt is vanuit bodem en water ook in relatie tot energie en klimaat; 6. geschikt is voor meerwaardecreatie op verschillende gebieden; én 7. geen belemmering vormt voor aanwezige waarden en/of andere doelstellingen. ,
,
Meerdere locaties in gemeente Meierijstad en rondom Sint-Oedenrode zijn onderzocht. Een korte samenvatting van de beoordeling van deze criteria voor het plangebied is als volgt; 1. De omzetting van agrarische gronden naar andere functies zorgt voor minder belasting van bodem en grondwater; 2. Het plangebied is voldoende groot voor de voorziene functies en om daarnaast ook ruimte te bieden voor de eerder besproken thema’s zoals groen duurzaamheid en water; ,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 22/73
3. 4. 5.
De locatie heeft een gunstige ligging ten opzichte van omliggende wegenstructuur; Volgend uit het vorige (3) sluit het gebied daardoor goed aan op de kern en de voorzieningen van SintOedenrode; De bodem- en waterhuishouding laat woningbouw toe en in het plangebied wordt ruimte voorzien voor waterberging in combinatie met natuurlijke invulling van biodiversiteit en kansen voor het gebruik van geothermie; De intensieve veehouderij aan de Kampenweg wordt beëindigd wat ten goede komt aan de kwaliteit van het gebied en de omgeving (geur luchtkwaliteit stikstofemissie enz. ); Het plan bevindt zich op ruimte afstand van het beekdal en Natura2000 gebieden waardoor het plan geen belemmering vormt voor aanwezige waarden of doelstellingen. Waardevolle gebieden (zoals het waardevolle bos aan de zuidzijde van de kern) komen niet in aanmerking voor woningbouw en waardevolle objecten (zoals de groene wig langs de Schijndelseweg) worden gehandhaafd. ,
6.
,
,
7.
,
,
,
Op basis van de criteria volgt uit de locatiestudie dat het betreffende plangebied ten Noorden van Sint-Oedenrode het meest geschikt is in kwalitatieve en kwantitatieve zin. Er volgen immers beperkingen uit de loop van de Dommel en de nodige ruimte voor water uit de landschappelijke en recreatieve waarden van gebieden in de noordwestelijke hoek van Sint-Oedenrode en uit het tracé van de A50. ,
,
Vanaf november 2022 is de gemeente in gesprek met Provincie Noord-Brabant over de ontwikkeling. Op 1 maart 2023 heeft de gemeente in een vooroverleg een presentatie gegeven over de achtergrond van het initiatief en vervolgens een toelichting van de onderbouwing waarom de locatie de geschikte locatie is als uitleglocatie voor de woningbouwbehoefte voor Sint-Oedenrode. Gemeente Meierijstad heeft een schriftelijke onderbouwing (22 maart 2023) voorgelegd bij de provincie. De provincie complimenteerde de gemeente met de zorgvuldige voorbereiding van het proces en zij gaf aan dat de gemeente de lagenbenadering gedegen had toegepast. De provincie verzocht de gemeente het proces te continueren en de locatie verder uit te werken. ,
Duurzame stedelijk ontwikkeling en afwijking Landelijk gebied Volgens artikel 5. 55 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant dient sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen werken of voorzieningen (zie paragraaf 2. 2. 1). Aan deze regels wordt voldaan omdat: Binnen het plangebied wordt een goede omgevingskwaliteit bevorderd namelijk doordat ruimte wordt gereserveerd voor natuur volgens ecologisch onderzoek (paragraaf 5. 7). Hieruit volgen enerzijds mitigerende maatregelen voor biodiversiteit als ook aanvullende maatregelen die bijdragen aan natuurinclusiviteit. Een veilige en gezonde leefomgeving wordt geborgd door het stimuleren van ontmoeting en beweging (zie paragraaf 5. 13 “Duurzaamheid en gezondheid”); toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik (zie paragraaf 3. 2. 1); optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie. Het uitgangspunt is all-electric (zie paragraaf 5. 15 “Duurzaamheid en gezondheid”); rekening wordt gehouden met klimaatverandering als één van de hoofdambities uit de gemeentelijke duurzaamheidsvisie. De uitwerking van een robuust watersysteem vanuit het principe water en bodem sturend draagt hier aan bij (paragraaf 5.
3); de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut door het stimuleren van fietsen (aanleg van een fietstunnel en auto-luwe buurten (zie paragraaf 4. 1. 4 “Ontsluiting”); en wordt bijgedragen aan een circulaire economie doordat in het Beeldregiekader ruimte wordt geboden voor marktpartijen voor het toepassen van innovatieve bouwmethodes zoals bio-based bouwen (zie paragraaf 4. 1. 6. “Beeldregiekader”). ,
,
,
,
,
,
,
Op basis van de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant geldt het gebied Sint-Oedenrode-Noord als gemengd landelijk gebied en daarin is een stedelijke ontwikkeling niet toegestaan. Artikel 5. 56 geeft regels voor een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen werken of voorzieningen ter plaatse van Landelijk gebied (zie paragraaf 2. 2. 1). Aan deze regels wordt voldaan omdat: ,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 23/73
binnen Stedelijk gebied onvoldoende ruimte beschikbaar is voor inbreidingsmogelijkheden ten opzichte van de grote woningbehoefte in de gemeente (zie paragraaf 3. 1 “Woningbouwbehoefte” en paragraaf 3. 3 “Ladder”); transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed behoort niet tot de mogelijkheden wegens het groot aantal te realiseren woningen (zie paragraaf 3. 1 “Woningbouwbehoefte”); de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Dit is geborgd door het toepassen van de lagenbenadering en door verbetering van kwaliteit van het landschap (zie paragraaf 3. 5 “lagenbenadering”) als ook door het uitvoeren van onderzoeken naar onder meer flora en fauna bodem en water (zie paragraaf 5). de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken bedoeld in Afdeling 7. 2; Op 6 september 2023 heeft een bestuurlijk regio overleg plaatsgevonden. In het overleg is unaniem is ingestemd met het woningbouwplan Sint-Oedenrode Noord. de inrichting van het plan is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving zoals bijvoorbeeld de structuren van voormalige pootrechten en de dreven (zie paragraaf 4. 1. 1 “Beschrijving stedenbouwkundig plan”); de inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. In paragraaf 3. 2.
1 wordt onder regels voor zorgvuldig ruimtegebruik toegelicht hoe de ontwikkeling een afgerond stedelijk gebied vormt met goede overgangen naar het buitengebied. Paragraaf 4. 1. 1 omschrijft dat de inrichting past in het landschap en het Beeldregiekader geeft richtlijnen mee om tot een logisch geheel te komen wat betreft de inrichting.
a.
,
b.
,
c.
,
d.
,
e.
,
f.
,
,
3. 2. 1
ZORGVULDIG RUIMTEGEBRUIK
Volgens de Omgevingsverordening Noord-Brabant dient voor het realiseren van een veilige gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit toepassing te worden gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5. 8. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: Een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag Bij een ontwikkeling rekening wordt gehouden met de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik; Bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking; Gebouwen bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel; Splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. ,
,
,
De toedeling van functies vindt in beginsel plaats binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing tenzij dat vanuit feitelijk of kwalitatief oogpunt onmogelijk is. Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de toedeling van de functie wonen gezien de vereiste omvang daarvan feitelijk niet (in ieder geval niet uitsluitend) kan plaatsvinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit wordt onderbouwd in de hierboven omschreven locatieafweging in combinatie met de woningbehoefte die wordt omschreven in paragraaf 4. 3. Dit geeft ook reden voor de keuze van een plangebied buiten stedelijk gebied. Met de grondgebonden woningen wordt voldaan aan de woningbehoefte zoals omschreven in paragraaf 3. 1. Er is ruimte voorzien voor combinaties van appartementengebouwen met maatschappelijke voorzieningen op de begane grond (zie paragraaf 4. 1. 1 “Beschrijving ontwikkeling”). Verdere invulling van meervoudig ruimtegebruik op gebouwniveau is hier verder niet mogelijk. In paragraaf 3. 2 “Ladder” wordt toegelicht hoe bij het plan wordt aangesloten bij de stappen uit de laddertoets van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er wordt compact gebouwd in de toekomstige bouwvelden. De woningen worden gerealiseerd in clusters. Het is een afgerond geheel zonder versnippering van het landschap door open ruimtes. De clusters sluiten aan op elkaar waardoor een ruimtelijke samenhang ontstaat.
Er is geen sprake van splitsing van bestaande bouwpercelen. ,
,
,
021926 – Meierijstad BP onderzoeken woningbouw Sint-Oedenrode Toelichting SLM021926. Toelichting wijziging Omgevingsplan Voorontwerp - , Versie 4
WSP 7 april 2025 pagina 24/73
3. 3
LADDER
Algemeen uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is het zuinig omspringen met de beschikbare ruimte. Hiervoor is op nationaal niveau de Ladder voor duurzame verstedelijking ontworpen. De provincie Noord-Brabant heeft de ladder-plicht overgenomen en verwerkt in artikel 5. 8 onder c van de Omgevingsverordening. De laddertoets bestaat uit de volgende stappen: 1 2
Allereerst moet de behoefte aan een ruimtelijke ontwikkeling worden aangetoond; Als deze ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden ingepast moet worden gemotiveerd waarom dit niet mogelijk is. Hierbij moet uiteraard worden voldaan aan de eventuele eisen voor de inpassing ,
enz.
In paragraaf 3. 1 “Onderbouwing woningbehoefte” is de (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte aan de ontwikkeling aangetoond. Gezien de omvang van de opgave voor de kern Sint-Oedenrode ca. 900 nieuwe woningen is het feitelijk onmogelijk deze geheel binnen bestaand stedelijk gebied in te passen. De mogelijke inbreidingsen/of transformatielocaties binnen de kern zijn vrijwel geheel benut of gereserveerd. Er is mogelijk nog enige ruimte voor beperkte ontwikkelingen maar hiermee wordt niet in de uiteindelijke behoefte voorzien. De minstens 550 woningen worden geconcentreerd in het plangebied gerealiseerd waarbij recht wordt gedaan aan de omringende landschappelijke structuren. Het inrichten van de niet bebouwde gronden gebeurt met in achtneming van eisen op het gebied van duurzaamheid klimaatadaptatie enz. ,
,
,
,
,
3. 4
,
VOORKEURSLOCATIE
Op basis van de afwegingen in de vorige paragraaf is de keuze voor de huidige locatie ten noorden van de Noordelijke Randweg gemaakt. Op de gronden heeft de gemeente een voorkeursrecht gevestigd om de gronden te zijner tijd ook te kunnen aankopen. Om het voorkeursrecht in stand te houden in de periode tot en met de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan heeft de gemeente een programma vastgesteld voor de locatie en omstreken. ,
,
3. 5
LAGENBENADERING