B2b VTH IV uitvoeringsprogramma 2021.pdf
Tekst van het document
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021 Vergunningen, Toezicht & Handhaving & Integrale Veiligheid Omgevingsrecht, Algemene Plaatselijke Verordening en Bijzondere wetten
Voorwoord Het voorliggende programma is opnieuw in nauwe samenwerking met de werkateliers IV en VTH tot stand gekomen. Met trots presenteren we het programma 2021. Het jaar 2020 was voor iedereen een bijzonder jaar vanwege het oprukkende Corona virus. Voor iedereen heeft dat impact gehad. De wijze waarop onze medewerkers daarbij hun flexibiliteit hebben getoond is indrukwekkend. Juist de werkateliers IV en VTH zijn hierin samen opgetrokken en zullen dat in 2021 blijven doen. Immers de bestrijding van het Coronavirus en de handhaving van de maatregelen zal nog zeker aandacht vragen en is dus ook in dit uitvoeringsprogramma opgenomen. Het uitvoeringsprogramma is voor het college een instrument om de doelstellingen uit het VTHbeleidsplan Meierijstad 2018-2022 (VTH-beleidsplan) en het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 te kunnen realiseren. Dit uitvoeringsprogramma geeft aan wat we hiervoor in 2021 gaan doen, en vormt de leidraad bij de uitvoering van de VTH en IV-werkzaamheden. De ontwikkelingen in 2021 zijn tevens input voor het nieuwe beleidsplan 2022-2026. Het uitvoeringsprogramma is daarnaast een uitwerking van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Het programma moet door het college worden vastgesteld en ter kennisgeving aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
In het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) dient het uitvoeringsprogramma ter kennisgeving te worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Met dit integrale programma geeft het college van burgemeester en wethouders de voor 2021 voorgenomen activiteiten weer met betrekking tot de Integrale Veiligheid en de uitvoering vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), milieu, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetgeving. Zowel in het VTH-beleidsplan als in het Integraal Veiligheidsplan 2019-2022 zijn doelstellingen en beleid geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in Meierijstad de VTH-taken planmatig en programmatisch worden uitgevoerd op basis van de gestelde prioriteiten en de meetbare (prestatie) indicatoren. Dit hoort op een uniforme wijze en kwalitatief op het afgesproken niveau te gebeuren. De prioritering is voortgekomen uit de probleemanalyse, bestaande uit een omgevingsen risicoanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 t/m 2D van het VTH-beleidsplan. Deze vormen de basis bij het plannen van de werkzaamheden en het maken van de juiste keuzes in 2021. De missie van Meierijstad staat hierbij centraal. Deze komt kortweg neer op het creëren en behouden van een schone, gezonde en veilige leefomgeving voor bewoners en bedrijven.
Inhoudsopgave Voorwoord ......................................................................................................................................... 2 1.
2.
3.
4.
5.
Algemene Accenten 2021 .......................................................................................................... 5 1.1.
Leeswijzer .......................................................................................................................... 5
1.2.
Wettelijk kader ................................................................................................................... 6
1.3.
Bestuurlijke prioritering ...................................................................................................... 9
1.4.
Beschikbare middelen en formatie .................................................................................. 10
1.5.
Externe samenwerkingspartners ..................................................................................... 10
1.6.
Interne samenwerkingspartners ...................................................................................... 13
1.7.
Naar de toekomst toe ...................................................................................................... 14
Integrale Veiligheid ................................................................................................................... 16 2.1.
Algemeen ........................................................................................................................ 16
2.2.
Strategische thema’s ....................................................................................................... 16
2.3.
Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 ............................................................................ 16
2.4.
Ondermijning ................................................................................................................... 17
2.5.
Beschikbare middelen en formatie .................................................................................. 19
Vergunningen omgevingsrecht ................................................................................................ 20 3.1.
Algemeen ........................................................................................................................ 20
3.2.
Ervaringen 2020 .............................................................................................................. 21
3.3.
Verwachtingen 2021 ........................................................................................................ 23
3.4.
Resultaatafspraken 2021 ................................................................................................ 24
3.5.
Monitoring ........................................................................................................................ 25
3.6.
Capaciteit/middelen ......................................................................................................... 26
3.7.
Leges ............................................................................................................................... 26
Vergunningen Algemene plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten ..................... 27 4.1.
Algemeen ........................................................................................................................ 27
4.2.
Ervaringen 2020 .............................................................................................................. 27
4.3.
Verwachtingen 2021 ........................................................................................................ 28
4.4.
Resultaatafspraken 2021 ................................................................................................ 29
4.5.
Monitoring ........................................................................................................................ 30
4.6.
Capaciteit/middelen ......................................................................................................... 30
Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht ............................................................................... 31 5.1.
Algemeen ........................................................................................................................ 31
5.2.
Ervaringen 2020 .............................................................................................................. 31
5.3.
Verwachtingen 2021 ........................................................................................................ 32
5.4.
Resultaatafspraken 2021 ................................................................................................ 35
6.
7.
5.5.
Monitoring ........................................................................................................................ 35
5.6.
Capaciteit/middelen ......................................................................................................... 35
Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (Boa’s) ................................................................ 36 6.1.
Algemeen ........................................................................................................................ 36
6.2.
Ervaringen 2020 .............................................................................................................. 36
6.3.
Verwachtingen 2021 ........................................................................................................ 37
6.4.
Urenverdeling / capaciteit / middelen .............................................................................. 41
Overzicht bijlagen ..................................................................................................................... 42
1. Algemene Accenten 2021 Het VTH-IV-uitvoeringsprogramma 2021 is gebaseerd op de beleidsafspraken zoals vastgelegd in het VTH-beleidsplan 2018-2022 en het IV-plan 2019-2022. Elk jaar wordt bezien wat er gedaan is om de gestelde doelen te behalen. Dat gebeurt in ieder geval door regelmatig (minimaal 2 keer per jaar) te evalueren. De evaluatie over 2020 wordt in het eerste kwartaal van 2021 opgesteld. Voor het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's worden in grote lijnen de resultaten opgehaald van de uitgevoerde reguliere werkzaamheden van het voorgaande jaar. Op basis daarvan kijken we vooruit naar de werkzaamheden voor het komende jaar in relatie met de voor VTH en IV van belang zijnde ontwikkelingen. Hierbij kijken we ook nadrukkelijk naar de klantbeleving en de tevredenheid over onze dienstverlening. Door te evalueren en naar de toekomst te kijken brengen we in beeld of we op de goede weg zijn, hoe we de VTH-IV werkzaamheden kunnen verbeteren en efficiënter kunnen inrichten en waar we de prioriteit gaan leggen. Uiteindelijk geeft dat een inzicht in wat we daarvoor nodig hebben aan capaciteit en middelen. Als aanvulling op en actualisering van de omgevingsanalyse hebben we in- en extern geïnventariseerd wat in 2021 staat te gebeuren.
In 2021 zal nog steeds veel aandacht gevraagd worden vanuit de beide werkateliers voor de gevolgen van de coronacrisis en de Tijdelijke Wet Maatregelen Covid-19. De VTH-IV doelen zoals opgenomen in de begroting van 2021 zijn voor het overige een belangrijke leidraad. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen met de doelen uit de programmabegroting 2021 welke invloed hebben op de werkzaamheden van VTH en IV in 2021. Dit bepaalt, naast het reguliere werk, voor een groot deel het VTH-IV uitvoeringsprogramma voor 2021. Op basis van de verwachte reguliere werkzaamheden en de gewenste overige VTH-IV inzet zijn voor 2021 urenoverzichten opgesteld. Per medewerker zijn de beschikbare uren inzichtelijk gemaakt gerelateerd aan de VTH-IV activiteiten en taken. Mochten in de loop van het jaar de omstandigheden wijzigen dan kan een heroverweging noodzakelijk zijn. In 2021 maken we een start met de herziening van het VTH- en IV-beleid. Immers de beleidsperiode loopt in 2022 af. Na een evaluatie en een inventarisatie van nieuwe beleidsdoelen gaan we hiermee aan de slag gaan. In dit uitvoeringsprogramma is daar ook rekening mee gehouden.
1.1. Leeswijzer In het vervolg komt eerst het wettelijk kader aan de orde en de ontwikkelingen die op dat gebied van invloed zijn op de VTH-IV werkzaamheden in 2021. Daarna gaan we in op de stand van zaken met betrekking tot de bestuurlijke prioritering zoals die is opgenomen in het VTHbeleidsplan. Verder wordt kort ingegaan op de beschikbare middelen en formatie waarna als laatste paragraaf de samenwerkingspartners de revue passeren.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
5
De vertaling van deze ontwikkelingen naar de sub-ateliers komt in de volgende hoofdstukken aan de orde. Hoofdstuk 2 gaat specifiek in op de thema’s van het werkatelier IV gericht op de raakvlakken met de VTH-taken en -activiteiten en de wijze van samenwerken. De hiernavolgende hoofdstukken gaan per sub-team van het werkatelier VTH in op de aan dat team gerelateerde werkzaamheden voor 2021. De opbouw van die hoofdstukken is zoveel mogelijk hetzelfde. Na een algemene introductie wordt steeds eerst stil gestaan bij de resultaten van het afgelopen jaar. Een korte evaluatie die de basis biedt voor een blik naar de werkzaamheden die voor 2021 in ieder geval op de rol staan. Daarna komen de resultaatafspraken, speerpunten en de monitoring voor 2021 aan de orde en wordt als laatste aandacht besteed aan de in 2021 benodigde capaciteit en middelen. In hoofdstuk 3 Vergunningen omgevingsrecht gaat het specifiek over het beoordelen van Wabogerelateerde vergunningaanvragen. De overige vergunningen op grond van de APV en bijzondere wetten worden afzonderlijk behandeld in hoofdstuk 4. Als laatste komen deze zelfde onderwerpen aan de orde in de hoofdstukken 5 en 6 over het toezicht en de handhaving gericht op het omgevingsrecht en de openbare ruimte, het werkveld van de Boa’s.
De beoordelingen van 2018, 2019 en 2020 van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de provincie en de daarin gegeven verbeterpunten voor het VTH-jaarplan zijn hierin meegenomen voor zover nog van toepassing. In 2020 hadden we namelijk een geheel positief oordeel en voldeden aan alle door het IBT beoordeelde onderwerpen.
1.2. Wettelijk kader Een breed wettelijk kader is voor VTH van belang en is op sommige vlakken ingewikkeld. Bovendien staan er een aantal grote veranderingen aan te komen waar steeds meer rekening mee moet worden gehouden. De belangrijkste en meest omvangrijke veranderingen worden in de volgende paragrafen toegelicht.
1.2.1. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt is één van de belangrijkste ontwikkelingen voor de werkzaamheden van het werkatelier VTH. In de afgelopen jaren is hard gewerkt aan het voorbereiden van de Omgevingsvisie. Begin 2021 zal het voorontwerp worden vastgesteld door de raad. Ter voorbereiding van het van rechtswege ontstaan van een omgevingsplan op 1 januari 2022 is er een paraplubestemmingsplan “laaghangend fruit” in procedure genomen om de bestaande ± 300 bestemmingsplannen op diverse onderwerpen te uniformeren. In dit paraplubestemmingsplan is het zogenaamd laag- hangend fruit dat ‘makkelijk’ meegenomen kan worden opgenomen. In 2019 en 2020 is het proces Omgevingswet in de steigers gezet. Hier is vanaf medio september 2020 in een pilot mee geoefend. Dit wordt in 2021 steeds meer de ‘reguliere’ werkwijze voor het behandelen van nieuwe initiatieven in de leefomgeving. Het jaar 2021 wordt voor wat de Omgevingswet betreft het jaar van de waarheid. Met veel onderwerpen zijn we als Meierijstad al aan de slag maar er moet nog veel gebeuren om op1 januari 2022 daadwerkelijk klaar te zijn. Een greep uit de nog op te pakken c.q. nader uit te werken onderwerpen die betrekking hebben op de VTH- werkzaamheden:
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
6
Aanschaf en implementatie van een nieuw VTH-zaaksysteem. Het huidige VTH-zaaksysteem is niet geschikt om te worden aangesloten op het nieuwe Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) en dient te worden vervangen. In 2020 is gestart met het keuzetraject voor dit nieuwe systeem. Verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2021 over kan worden gegaan tot aanschaf van dit essentiële systeem voor de werkzaamheden van de werkateliers VTH en GOeP. Tot 1 juli 2021 wordt de applicatie ingericht en gekoppeld met essentiële applicaties, alsmede de inrichting van het samenwerkingsportaal en de aanpassing van de diverse documenten (circa 150 sjablonen). Daarbij wordt ook het digitaal toezicht door de toezichthouders betrokken. Er wordt naar toegewerkt om vanaf 1 juli 2021 te kunnen gaan testen met de nieuwe applicatie en werkwijze.
Toepasbare regelsoftware. Per 1 januari 2022 moeten burgers en bedrijven in het DSO in ieder geval voor de topactiviteiten (de meest voorkomende activiteiten) via vragenbomen kunnen bekijken of een vergunning of melding nodig is. Deze vragenbomen moeten worden aangeleverd aan het DSO, waarvoor een applicatie is vereist. Waarschijnlijk kan in het eerste kwartaal van 2021 hier opdracht voor worden gegeven. Verwacht wordt dat vrij snel daarna kan worden gestart met de ‘bouw’ van de vragenbomen en toepasbare regels.
Bruidsschat: Verder inzichtelijk maken van eigen gemeentelijke regels de ‘bruidsschat-regels’ en ‘onnodige en of knellende’ regels loslaten/ verhelderen of eenduidiger maken en deze terecht laten komen in het Omgevingsplan en in de Verordening fysieke leefomgeving. Daarna kunnen deze als toepasbare regel door middel van vragenbomen in het DSO worden geplaatst. Oppakken communicatie met onze klanten, initiatiefnemers (burgers en bedrijven) over deze veranderingen zodat ze weten waar ze terecht moeten als men een initiatief wil ontwikkelen (van dakkapel tot evenement of van een bedrijfsvestiging of uitbreiding tot het ontwikkelen van een woonproject of het simpel kappen van een boom);
Procesoptimalisatie / Omgevingswetproof: Het proces verkennen en begeleiden van (complexe) initiatieven naar een omgevingsvergunningaanvraag wordt in 2021 verder geoptimaliseerd. Er wordt verder geoefend met het voeren van de intake- en de omgevingstafel. Dit gebeurt aan de hand van concrete initiatieven en met de juiste in- en externe partners. Op 1 januari 2022 is dit onze standaard werkwijze. Het proces voor de niet-complexe initiatieven wordt steeds meer zo ingericht dat deze in zijn geheel digitaal kunnen worden afgedaan, uiteindelijk zal het DSO ook steeds meer zo worden ingericht;
Trainingen en opleiding: Door trainingen en opleiding worden medewerkers voorbereid om te kunnen werken conform de omgevingswet. Dat wil zeggen dat houding en gedrag is aangepast op de nieuwe rollen en taken die van ons hierbij verwacht worden.
In 2021 gaan we steeds meer de diepte in door verder te oefenen en te experimenteren met de Omgevingswet. Er zullen concreet inhoudelijke keuzes gemaakt gaan worden over wat en hoever wij als Meierijstad willen gaan veranderen in bijvoorbeeld beleid, regels, processen en wat dat betekent voor onze klanten en voor onze organisatie en de manier van (samen)werken. Op deze
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
7
manier kunnen wij ons goed voorbereiden op de komst van de Omgevingswet zodat we weten wat er nodig is om mede zorg te dragen voor een goede implementatie hiervan door:
minder en duidelijkere regels; een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; ruimte voor lokaal maatwerk; betere en snellere besluitvorming.
Zo werken we samen aan de doelstellingen van de Omgevingswet, om met het oog op een duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: “Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Het voorbereidende werk om op 1 januari 2022 klaar te zijn om omgevingswetvergunning aanvragen in behandeling te kunnen nemen legt in 2021 het nodige beslag op de capaciteit van in ieder geval de werkateliers VTH, GOeP, gegevensbeheer en ICT.
1.2.2. Wet kwaliteitsborging De Wet kwaliteitsborging (Wkb) treedt tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De Wet Kwaliteitsborging heeft drie doelen: 1. verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit; 2. verbeterde positie van de consument; 3. stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering.
Om de doelen van de Wkb te bewerkstelligen wordt het proces voor vergunningverlening in tweeën opgeknipt: 1. De ruimtelijke component (toets aan omgevingsplan en -veiligheid): deze loopt via de gemeente. 2. De bouwtechnische component: hiervoor wordt de check van het bouwplan vooraf vervangen door toetsing in de praktijk op het bouwwerk zoals gebouwd. De initiatiefnemer (opdrachtgever) wordt verplicht een onafhankelijke kwaliteitsborger in te schakelen die tijdens de bouw toetst op conformiteit met de bouwtechnische voorschriften uit het Bouwbesluit en verklaart of de getoetste onderdelen aan de voorschriften voldoen. Dit wordt bij private partijen belegd. Het bouw- en woningtoezicht, zoals gemeenten dat nu uitvoeren, wordt een taak van marktpartijen. Een verklaring van de kwaliteitsborger zal bij oplevering voorwaarde zijn voor ingebruikname.
De eerste fase die in 2022 in werking treedt is alleen gericht op de lichtste categorie uit het bouwbesluit. In 2021 zullen we bezien of we vooruitlopend op de implementatie al mee kunnen doen met proefprojecten. Op die wijze kunnen we de nodige praktijkervaring opdoen en krijgen we
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
8
inzicht in het nieuwe stelsel. Dit levert tegelijkertijd ook input op met betrekking tot de raakvlakken met de Omgevingswet.
1.2.3. Verordening kwaliteit VTH Meierijstad In 2018 heeft de gemeenteraad de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht vastgesteld. Deze verordening vormt een uitwerking van de kwaliteitscriteria zoals die zijn opgenomen in het BOR. Met de vaststelling hiervan heeft de organisatie Meierijstad zich geconformeerd aan het voldoen aan deze criteria op minimaal het bodemniveau zoals opgenomen in de verordening. In 2019 hebben alle medewerkers van VTH en een deel van Gebiedsontwikkeling en Planologie (GOeP) meegedaan aan het zogenaamde EVC-traject uitgevoerd door het bureau Libereaux. Eind 2019 zijn de laatste afrondende gesprekken gevoerd. Begin 2020 zijn de resultaten hiervan bekend geworden en is vastgesteld dat Meierijstad beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel in de diverse deskundigheidsgebieden binnen het werkveld van VTH en GOeP zoals vastgelegd in de Verordening kwaliteit VTH Meierijstad. Uiteraard zullen we hier jaarlijks aandacht aan moeten blijven besteden om te zorgen dat we ook blijven voldoen. In 2021 krijgt dat een plaats door ‘nieuwe’ medewerkers eenzelfde traject te laten doorlopen.
1.2.4. Wet elektronische publicaties (WEP) Op 1 juli 2021 treedt de Wet elektronische publicaties (WEP) in werking. Deze wet verplicht bestuursorganen (bijvoorbeeld gemeenten en provincies) om alle officiële publicaties online te zetten via de website officielebekendmakingen.nl. Gemeente Meierijstad publiceert al op die manier. Nieuw is echter dat ook de vergunning zelf (met de bijlagen) digitaal ter inzage moeten worden gelegd. Hiervoor zijn aanpassingen noodzakelijk zodat de digitale stukken, met in acht name van de AVG (algemene verordening gegevensbescherming), online ter inzage kunnen worden gelegd.
1.3. Bestuurlijke prioritering Op basis van de in 2016 uitgevoerde probleemanalyse zijn in het VTH-beleidsplan doelstellingen geformuleerd en is een bestuurlijke prioritering gemaakt op basis van de omgevingsanalyse en een prioritering meer gericht op uitvoering en detail op basis van een risicoanalyse. In de jaarlijkse evaluaties en uitvoeringsprogramma’s van VTH wordt onderzocht of deze analyses nog voldoende actueel zijn. Daarnaast wordt gekeken naar de bestuurlijke doelen zoals die zijn opgenomen in de programmabegroting. In Bijlage 1 is een overzicht opgenomen met de doelen uit de programmabegroting 2021 welke invloed hebben op de werkzaamheden van VTH en IV in 2021. Deze zijn samengebracht aan de hand van de voor VTH en IV relevante thema’s uit de Mijlpalen van Meierijstad en de van toepassing zijnde veranderopgaven. Naar aanleiding van de bestuurlijke doelen voor 2021, de voorziene ontwikkelingen in Meierijstad en hetgeen we in 2018, 2019 en 2020 hebben gedaan is in samenspraak met de verantwoordelijke portefeuillehouders de bestuurlijke prioritering geactualiseerd. De portefeuillehouders hebben daarnaast op 16 november 2020 in een gezamenlijk overleg hun input geleverd en hun wensen uitgesproken ten aanzien van de te behalen doelen voor 2021. De
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
9
bijgestelde bestuurlijke prioritering voor het VTH-IV -uitvoeringsprogramma 2021 is als Bijlage 2 opgenomen. In dit overzicht zijn de uit het beleidsplan voortvloeiende bestuurlijke thema's geprioriteerd. Sinds de vaststelling van het VTH-beleidsplan in 2018 heeft er een verandering plaatsgevonden in prioritering en zijn er onderwerpen toegevoegd. In de nog uit te voeren integrale evaluatie komen deze onderwerpen specifieker aan bod en geven we wat er gedaan is om de prioritering dusdanig te kunnen bijstellen dat deze kan worden afgeschakeld naar ‘regulier aandachtspunt’. Daarom is bijvoorbeeld bij illegale activiteiten het thema ‘Corona’ gerelateerd toegevoegd en hoog geprioriteerd. Deze bijlage is ieder jaar geactualiseerd in samenspraak met de twee portefeuillehouders. De bestuurlijke prioritering wordt bij het beoordelen van vergunningaanvragen en bij het toezicht en de handhaving meegenomen in het afwegingskader. Het overkoepelende thema parkeren bijvoorbeeld heeft bij de diverse soorten vergunningsaanvragen een standaard beoordelingskader. In de diverse werkprocessen heeft de bestuurlijke prioritering een plaats.
1.4. Beschikbare middelen en formatie In de begroting 2021 zijn voor beide werkateliers de benodigde middelen en personele capaciteit opgenomen. Deze vormen mede de basis voor dit uitvoeringsprogramma. Voor de beschikbare middelen en capaciteit/formatie is vooralsnog uitgegaan van de huidige aanwezige formatie inclusief de extra inzet zoals die in 2020 reeds is aangewend. Op basis daarvan is een uren matrix opgesteld ten behoeve van de inzet van de beschikbare uren, deze is opgenomen als Bijlage 3. In deze matrix zijn extra uren voor bijvoorbeeld de uitvoering van de Corona maatregelen ingeschat. Tevens is geprobeerd rekening te houden met de toename van het aantal te verwachten vergunningaanvragen in 2021. Met betrekking tot de uren planning voor de implementatie van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging zijn de uren opgenomen onder projecten direct dan wel indirect hieraan te koppelen en bedragen ± 8.275 uur. In de volgende hoofdstukken zal het onderwerp beschikbare middelen en formatie per sub-atelier nader worden beschouwd. Naast deze formatie is in de begroting ook een inwonerbijdrage opgenomen voor advisering door VRBN. Voor de collectieve taken van de ODBN is eveneens een inwonerbijdrage opgenomen in de begroting van 2021. Deze zijn opgenomen in de totale ODBN-post voor VTH-taken zoals advisering door de ODBN.
Daarnaast zullen aanvragen om een (omgevings)vergunning (met uitzondering van de activiteit milieu) zorgen voor inkomsten in de vorm van leges.
1.5. Externe samenwerkingspartners Om ons werk goed te kunnen doen hebben we andere partijen nodig. Daarom werken we naast onze interne partners veel samen met een drietal externe partners. Deze partners zijn vaak specialisten en beschikken over kennis en capaciteit die aanvullend is op hetgeen we zelf in huis hebben. Integrale samenwerking bevorderd de kwaliteit van onze producten, de omgang met onze klanten en het optimaal ‘slim’ inzetten van de juiste kennis en kunde op het juiste moment in het proces. Zeker ook met het zicht op de komst van de Omgevingswet zijn goede afspraken over informatie-uitwisseling een belangrijk speerpunt hierbij.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
10
De volgende drie belangrijke samenwerkingspartners komen hieronder aan bod:
Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN); Veiligheidsregio Brabant Noord (VRBN, onderdeel brandweer); Politie en Justitie.
1.5.1. ODBN De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van de fysieke leefomgeving (m.n. milieu) en om als verlengstuk van het lokaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving in de regio Brabant-Noord. Voor wat betreft de zogenaamde basistaken is het wettelijk verplicht deze onder te brengen bij de ODBN. De gemeente Meierijstad heeft naast deze verplichte basistaken alle milieutaken neergelegd bij de ODBN. In de kadernota 2021 van de ODBN worden een aantal relevante doorontwikkelingen vermeld. Een van de meest in het oog springende thema’s is natuurlijk de Omgevingswet. Daarnaast worden door de ODBN relevante doorontwikkelingen benoemd voor 2021 op thema’s als:
Wet natuurbescherming en stikstof; Uitvoeringsconsequenties Transitie Zorgvuldige Veehouderij; Overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten; Asbestdaken; Energie; Toezicht in het groen en Samen Sterk in Brabant (SSiB) (zie ook bijlage 5); Resultaatgericht en informatie-gestuurd werken;
De ODBN heeft in juli 2016 het regionaal operationeel kader ODBN 2017-2020 (ROK) vastgesteld voor de milieutaken toezicht en handhaving. Dit ROK vormt het raamwerk voor het meerjarig uitvoeringsprogramma van de ODBN. Het kader is onderdeel van de beleidscyclus zoals vastgelegd in artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht. Het beschrijft de strategieën die door de ODBN worden gehanteerd bij uitvoering van de VTH-milieutaak. Begin 2021 zal ook het regionaal kader Vergunningen worden vastgesteld. Daarmee is de basis aanwezig om: ➜VTH-taken efficiënter en effectiever uit te kunnen voeren. ➜Meer informatie gestuurd en resultaatgericht te kunnen gaan werken. ➜De samenwerking met ketenpartners verder te verbeteren. ➜Een gelijk speelveld voor bedrijven te creëren. Het regionaal operationeel kader van de ODBN is gelijktijdig met het VTH-beleidsplan Meierijstad vastgesteld. In 2021 en 2022 wordt het Regionaal Kader voor gemeentelijke deelnemers herijkt en geïntegreerd. Daarnaast gaat de ODBN met de deelnemers in gesprek hoe we regionale beleidsdoelen hieraan kunnen koppelen. Dit is een wettelijk vereiste. Vanuit de ODBN wordt ingezet om het Regionaal Kader meer cyclisch te gaan vormgeven. We merken bij het ROK-TH dat keuzes die in 2016 zijn gemaakt, met de huidige omstandigheden niet altijd overeenkomen.
Het Regionaal Kader (en het reeds bestaande Provinciale Kader) vormt dan de inhoudelijke verbinding tussen deelnemer en ODBN voor wat betreft de taakuitvoering. Bij de werkgroep die hiervoor is ingesteld is Meierijstad vanuit het werkatelier VTH aangesloten. Het werkprogramma van de ODBN voor 2021 is als Bijlage 44 toegevoegd. Om de werkzaamheden die de ODBN uitvoert voor Meierijstad zo optimaal mogelijk te laten verlopen
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
11
vindt er iedere 6 weken een relatiebeheerders overleg plaats. Tijdens deze gesprekken wordt de voortgang besproken en bezien of (digitale)werkprocessen moeten worden bijgesteld en/of beter op elkaar afgestemd. Tevens neemt VTH maandelijks deel aan het agendacommissie-overleg RSP en het RSP-overleg (regionaal strategisch platform) hierin worden thema’s en onderwerpen besproken die regionaal en ODBN breed van belang zijn. Daarnaast is VTH Meierijstad vertegenwoordigd in het adoptiepanel van de ODBN die met name het algemeen en dagelijks bestuur van de ODBN voorziet van adviezen over algemene beleids- en financiële onderwerpen zoals de kadernota, begrotingen en verantwoording. We zijn verder vertegenwoordigd in de werkgroep vertaling gevolgen kadernota naar begroting, de werkgroep transitie bevoegd gezag bodemtaken van provincie naar gemeente in het kader van de Omgevingswet, de werkgroep samenstellen werkprogramma’s en benoemen beleidsdoelen. Ook aan de werkgroep ter ondersteuning van het Bestuurlijk Overleg Omgevingsrecht (BPO) wordt deelgenomen door VTH. Als laatste neemt Meierijstad deel aan het Regionaal Netwerk Omgevingswet (RNO) waarin de deelnemers met concrete onderwerpen aan de slag zijn om samen te werken aan de implementatie van de Omgevingswet. Met name de wijze van (digitaal) samenwerken wordt hier uitgebreid besproken.
1.5.2. VRBN, onderdeel brandweer De Brandweer Brabant Noord (BBN) heeft op 1 september 2016 het rapport “Toezichtstrategie Brandveiligheid 2017-2021” vastgesteld. Op basis van een eigen risicoanalyse heeft de brandweer hierin de prioriteiten bepaald waarop zij haar toezicht gaat inzetten. De focus ligt daarbij primair op het voorkomen of beperken van slachtoffers bij brand. In onze risicoanalyse is brandveiligheid een van de aspecten die zijn meegewogen naast veiligheid, gezondheid, maatschappelijk effect, duurzaamheid en bestuurlijke impact. De focus bij de risicoanalyse in Meierijstad ligt niet alleen op de risico’s bij brand, maar bij de risico’s van een calamiteit met betrekking tot een van de beoordelingsaspecten. Beide analyses zijn in die zin complementair, maar leiden daarmee wel tot een verschil in prioritering. Dit vereist in de toezichtspraktijk een goede afstemming in programmering en uitvoering, teneinde overbodige en onnodig belastende controles te voorkomen. Jaarlijks wordt door de brandweer een op dit rapport gebaseerd uitvoeringsprogramma opgesteld. Evenals bij de ODBN vindt ook met de brandweer regelmatig een relatiegesprek plaats om met elkaar de voortgang te bespreken, maar ook om met elkaar te sparren over inhoudelijke casussen en informatie uit te wisselen.
1.5.3. Politie en Justitie Een goede samenwerking met politie en justitie is zeer van belang, zeker op het gebied van toezicht en handhaving. We hebben dan ook zowel het integrale veiligheidsbeleid als het handhavingsbeleid met hen afgestemd en op basis daarvan bezien hoe en waar we samen kunnen optrekken. In de diverse structurele overleggen met de politie worden daar nadere afspraken gemaakt met respectievelijk de Boa’s en de overige VTH-toezichthouders. In eerste instantie worden hierbij vooral specifieke casussen besproken en wordt informatie uitgewisseld om elkaar te kunnen versterken. Tevens worden daar afspraken gemaakt om bepaalde thema’s projectmatig gezamenlijk op te pakken. De coördinatie van deze samenwerking met de politie ligt bij het werkatelier IV/OOV/CB.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
12
1.6. Interne samenwerkingspartners Uiteraard werken we ook intensief samen met onze interne collega’s. In het gehele proces van het beoordelen van een vergunningaanvraag tot aan het toezicht en de handhaving daarvan hebben verschillende werkateliers in meer of mindere mate een bepaalde rol. In de verschillende (deel)processen zijn die rollen en momenten waarop dat plaatsvindt beschreven. Een adviserende of informerende rol wordt vooral gevraagd van de ateliers Bedrijven, Openbaar gebied en de buitendienst (verkeersadvies bij inrit vergunningen of evenementen etc.). Met de volgende twee werkateliers bestaat een nauwere samenwerking met betrekking tot de VTHwerkzaamheden:
Werkatelier Gebiedsontwikkeling en planologie (GOeP); Werkatelier Openbaar gebied.
1.6.1. Werkatelier: Gebiedsontwikkeling en Planologie Het werkatelier GOeP stelt het ruimtelijke beleid voor Meierijstad op. Ook bepaalt dit werkatelier of een afwijking van dat beleid mogelijk is, en onder welke voorwaarden. Met andere woorden, GOeP maakt het ruimtelijke beleid dat VTH controleert en uitvoert. Door de Omgevingswet die gaat komen is een veel nauwere samenwerking tussen GOeP en VTH noodzakelijk. Onder de vlag van die Omgevingswet gaan we met GOeP werken aan nieuwe werkwijzen die de Omgevingswet van ons vraagt. In de werkgroep processen Omgevingswet is het werkatelier GOeP uiteraard ook vertegenwoordigd. Begin 2021 zullen dit nieuwe proces en het proces dat gevolgd wordt voor het behandelen van ‘principeverzoeken’ langzaam dichter naar elkaar groeien, zodat op 01-01-2022 nieuwe initiatieven conform de Omgevingswet volgens het nieuw beproefde proces kunnen worden opgepakt. Het is van belang dat VTH in een vroeg stadium betrokken wordt bij de beleidsvorming door GOeP. Wij brengen (maatschappelijke) ontwikkelingen die wij in het veld zien in kaart en geven deze door aan GOeP. Met behulp van die informatie kan mede bepaald worden of het beleid aangepast moet of kan worden. Het project “Vitaal Buitengebied” is op die wijze al opgepakt. Deze werkwijze past ook in de geest van de Omgevingswet.
Met de actuele en aanstaande ontwikkelingen en de subsidieregeling varkenshouderijen (Srv) staat er in 2021 veel te gebeuren in onder andere de agrarische sector. Gezien de aanmeldingen voor deze Srv tot nu toe zal hier veel aandacht naar toegaan. Met de al in gang gezette inventarisatie van agrarische bedrijven die binnenkort gaan stoppen, maar ook welke juist gaan ontwikkelen blijft het buitengebied in beweging.
1.6.2. Werkatelier: Openbaar gebied De werkzaamheden van het werkatelier Openbaar gebied zijn zeer verwant met die van VTH, immers beiden vinden plaats in de fysieke leefomgeving. Van belang dus om met elkaar goede werkafspraken te maken over hoe we elkaar tijdig en op de juiste wijze betrekken. De raakvlakken liggen op het gebied van verkeer, het gebruik van de openbare ruimte, groen en riolering. In het kader van de Omgevingswet betrekken we openbaar gebied eerder zodat sneller kan worden geschakeld bij het beoordelen van nieuwe initiatieven maar juist ook bij het toezicht en
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
13
handhaving. Andersom is uiteraard van belang dat bij nieuw beleid op een of meerdere van de genoemde thema’s VTH in een vroeg stadium wordt meegenomen.
1.7. Naar de toekomst toe Het beleidsplan is in 2017 opgesteld en de gemeente Meierijstad volgt in de cyclus de verantwoordings- en evaluatielijn die vanuit de Provincie wordt gevraagd, wat betekent dat op 1 februari het uitvoeringsplan bij de provincie is ingediend en 3 maanden later de evaluatie. In de gemeentelijke praktijk is dat lastig omdat je in het programma voor het nieuwe jaar rekening houdt met de evaluatie van het voorgaande jaar. In 2020 heeft de gemeente Meierijstad een halfjaarrapportage gemaakt, welke deels input is voor het voorliggende uitvoeringsplan. Bij het opstellen van het beleid voor de periode van 2022-2025 zal ook gekeken worden naar het proces en de tijdstippen van evaluatie en beleidsontwikkeling. Binnen de verschillende gemeentelijke ateliers en de verbonden partijen zoals de Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN) en de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) zijn verschillende toezichts- en handhavende taken belegd. De gemeente vervult hierbij de rol van regisseur, in afstemming en samenwerking met de partners. De gemeente heeft ten opzichte van de gemeenschappelijke regelingen verschillende rollen, zoals die van opdrachtgever, eigenaar, financier, afnemer, bestuurder en soms uitvoerder. We zien dat er in verschillende programma’s van diverse partners activiteiten of aandachtgebieden zijn benoemd.
Om te voorkomen dat een bedrijf in eenzelfde periode door verschillende toezichthoudende instanties worden bezocht, maar ook om gericht toezicht te houden op die activiteiten, die het grootste risico in zich hebben, wil de gemeente Meierijstad de verschillende programma’s met elkaar en op elkaar afstemmen. Het belang van het maken van afspraken over het delen van informatie is groot. De gemeente Meierijstad heeft de ambitie om in 2022 op een innovatieve en integrale manier samen te werken en te handhaven. Hiertoe zal in 2021 uitdrukkelijk de dialoog gestart worden over wat gaan we doen, waarom, door wie en wanneer. Daarbij zal ook gekeken worden naar bij wie welke taak het beste uitgevoerd kan worden en welke capaciteit daarvoor nodig is. Dat betekent voor 2021 dat we met het vooruitkijken naar het toekomstige beleid integraal gaan werken met partners (intern en extern), burgers en bedrijven. Maar vooral ook gaan werken op basis van beschikbare data. In 2021 wordt vanuit het werkatelier IV/OOV/CB gewerkt aan een visie voor en uitwerking va het veiligheidsinformatieknooppunt (VIK). Elke gemeente heeft zelf al veel waardevolle gegevens en basisregistraties. Denk bijvoorbeeld aan de BRP, de BAG, en de WOZ. Ook heeft vrijwel elke gemeente toegang tot gegevens van Kadaster en Kamer van Koophandel.
Door deze gegevens handig én binnen de privacybeschermingsregels met elkaar te verbinden in een VIK kan, met standaard business-intelligence-tools, de informatiepositie van de gemeente verbeteren. In onderstaand plaatje is weergegeven met welke (interne) partners en samenwerkingsverbanden de dialoog over de toekomst zal worden voortgezet. Die dialoog zal uiteraard ook worden gebruikt om het beleid voor de nieuwe cyclus 2022 – 2025 inhoud en vorm te gaan geven.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
14
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
15
2. Integrale Veiligheid 2.1. Algemeen Vaak gaat het bij veiligheid om criminaliteit van alle dag waar elke inwoner mee te maken kan krijgen zoals: fietsendiefstal, woninginbraak, zakkenrollen, geweldpleging en overvallen. Maar wij krijgen steeds vaker te maken met grootstedelijke problematieken, zeker op het gebied van ondermijning. Voorop staat dat veiligheid een basisvoorwaarde is voor een aantrekkelijke gemeente en voor een goede economische en sociale ontwikkeling. De gemeente moet niet alleen veilig zijn, de inwoners moeten zich ook veilig voelen. Een veilige gemeente is de basis om te kunnen wonen, werken en leven. De zorg voor veiligheid is een kerntaak van de gemeente. Die verantwoordelijkheid dragen we samen met vele partners. Denk bijvoorbeeld aan het Openbaar Ministerie (OM), Politie, de Veiligheidsregio Brabant-Noord (VRBN), het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC), de Taskforce Brabant Zeeland, de welzijnspartners, het Zorg en Veiligheidshuis, Veilig Thuis, scholen, woningcorporaties en de reclassering. Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe opdrachten en verantwoordelijkheden van gemeenten, de sterk toegenomen complexiteit van zorgvragen blijkt dat de link en samenwerking tussen veiligheid en het sociaal domein steeds belangrijker zo niet cruciaal wordt. Dit is een uitgebreid netwerk waarin verschillende disciplines samenkomen.
Het is de weerslag van onze complexe samenleving. Want veiligheid hangt samen met sociale, persoonlijke en economische omstandigheden en met juridische struikelblokken.
2.2. Strategische thema’s Met het vaststellen van het IVP 2019-2022 zijn de 4 strategische thema’s bepaald. 1. Ondermijning/georganiseerde criminaliteit; 2. Verbinding zorg en veiligheid: specifiek aandacht voor kwetsbare groepen zoals personen met psychosociale problemen, maar ook jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit, mensenhandel/arbeidsuitbuiting en polarisatie/radicalisering; 3. High Impact Crimes (HIC): woninginbraken, overvallen, straatroven; 4. Informatieveiligheid. Maar veiligheid behelst niet alleen de strategische thema’s het gaat over veel meer dan dat. Veiligheid is als het ware een satéprikker die door alle beleidsterreinen heen loopt. In een afzonderlijk integraal uitvoeringsprogramma wordt het totaal aan activiteiten voor 2021 beschreven. In dit uitvoeringsplan komen vanuit het werkatelier Integrale Veiligheid, Openbare Orde en Veiligheid en Crisisbeheersing alleen die zaken aan de orde die het werkatelier VTH raken.
2.3. Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 In maart 2020 werd Noord-Brabant als eerste provincie getroffen door de gevolgen van de Coronacrisis. In 2021 geeft de gemeente uitvoering aan de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 waarbij de burgemeester in bepaalde gevallen bevoegd is om ontheffingen te verlenen. Daarbij
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
16
ligt ook de toezicht en handhavende rol bij de gemeente. In de vorm van een periodiek (soms dagelijks) strategie overleg worden in nauwe samenspraak met de betrokken werkateliers en de politie de prioriteiten besproken op het gebied van handhaving van de wet en de onderliggende ministeriële regelingen. Dit vraagt flexibiliteit en innovatieve vaardigheden maar zorgt ook voor een verhoogde werkdruk bi de betrokken werkateliers waaronder het werkatelier VTH. De regierol ligt bij het werkatelier IV/OOV/CB. Vanuit de septembercirculaire zijn er voor 2021 extra middelen beschikbaar voor toezicht en handhaving COVID-19. In overleg met het werkatelier en de leidinggevende wordt gezocht naar creatieve oplossingen in het creëren van extra tijdelijke capaciteit.
2.4. Ondermijning 2.4.1. Lokaal informatieoverleg en Bestuurlijk interventieteam In 2018 is de gemeente Meierijstad reeds gestart met een lokaal informatieoverleg (LIO). In dit overleg delen de verschillende werkateliers hun signalen, vermoedens en bevindingen ten aanzien van zaken die niet kloppen zoals leegstaande panden, strijdig gebruik van bestemmingsplan, vermoedens van hennepteelt enzovoorts. Aan de hand van de signalen worden gezamenlijk met de partners interventies gepland. Deels zijn deze controles gekoppeld aan de actieweken die op niveau van de Taskforce RIEC Zeeland-Brabant worden gehouden in het kader van aanpak ondermijning. Deels zijn het eigenstandige acties met politie, sociale recherche en Toezicht en Handhaving. In 2021 wordt er tevens uitvoering gegeven aan het actieplan Ondermijning dat voor het basisteam Meierij op 13 november 2020 door de Lokale Stuurploeg Ondermijning is vastgesteld. Voor 2021 wordt prioriteit gegeven aan:
weerbaar buitengebied, aanpak Outlaw Motorcycle Gangs (OMG) en mensenhandel/uitbuiting in relatie tot huisvesting van arbeidsmigranten.
Onder leiding van een projectleider wordt in 2021 het Basisteam Meierij interventieteam (BIM verder uitgerold.
2.4.2. Wet Bibob De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Op 1 augustus 2020 is de gewijzigde wet van kracht geworden waardoor er voor de gemeente ruimere mogelijkheden zijn om te voorkomen dat criminelen (of hun stromannen) dienstverlening door de overheid misbruiken om strafbare feiten te plegen. De uitbreiding van de Wet Bibob is onderdeel van de inzet tegen ondermijnende georganiseerde criminaliteit. De uitbreiding van de mogelijkheden betekent voor de gemeente Meierijstad dat het in 2018 vastgestelde beleid in het voorjaar van 2021 wordt gewijzigd. Dit gebeurt in samenwerking met de Taskforce-RIEC en de overige gemeenten in ons basisteam.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
17
2.4.3. Data gestuurd werken In het kader van data gestuurd werken en de aanpak ondermijning gaat de gemeente Meierijstad samen met het werkatelier Informatiestrategie aan de slag met de ontwikkeling van een veiligheidsinformatieknooppunt, het zogenaamde VIK. In het VIK worden de 13 basisregistraties gekoppeld waardoor rondom een verdacht subject of object, sneller en effectiever de beschikbare openbare data te verzamelen is. Daarnaast gaat Meierijstad in samenwerking met de Taskforce/RIEC bij casuïstiek werken met een joint datalab ondermijning. Dat wil zeggen dat binnen het samenwerkingsconvenant en de afspraken over informatiedeling zoals vastgelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG proof) data van de verschillende partners in een gesloten omgeving bijeen wordt gebracht waardoor bestaande samenwerkingsrelaties tussen subjecten, verbanden en criminele netwerken beter in beeld kunnen worden gebracht. Deze ontwikkelingen stonden eerder gepland voor 2020 maar dit is als gevolg de veranderende prioriteiten door de COVID-19 crisis naar 2021 geschoven.
2.4.4. Opiumbeleid In 2020 is op het niveau van de Regionale Eenheid Oost-Brabant een hennepconvenant afgesloten met gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en de woningcorporaties. Op basis van dit convenant kan er informatie gedeeld worden over het aantreffen van drugs in woningen en lokalen. Voorwaarde voor informatie is een vastgestelde beleidsregel ten aanzien van het sluitingsbeleid van de gemeente (artikel 13b Opiumwet). Binnen het basisteam Meierij is in 2020 gewerkt aan een eenduidig artikel 13b beleid en eenduidige uitvoeringsafspraken met de partners waaronder de woningcorporaties. Dit beleid treedt in 2021 in werking. In 2021 zal er wederom stevig worden ingezet op het opwerpen van barrières ten georganiseerde criminaliteit en ondermijning. 2.4.4.1. Sluitingen in 2020 In 2020 hebben we te maken gehad met 16 opiumzaken op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
2.4.5. Bestuurlijke beerbaarheid/veilige publieke taak Doordat de bestuurlijke aandacht en inzet op het thema ondermijning de afgelopen jaren is toegenomen, is de gemeentelijke organisatie intern ook meer onder druk komen te staan.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
18
Bestuurlijke weerbaarheid kan omschreven worden als de mate waarin het lokaal bestuur in staat is de ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, zowel preventief als reactief. Hoe zorg je voor een veilige werkomgeving van de betrokken ambtenaren, hoe richt je je organisatie beter in (informatiebeveiliging en -deling) en hoe treed je effectief op bij eventuele incidenten waar medewerkers bij betrokken zijn? Dit krijgt in 2021 meer aandacht. Op 8 april 2021 wordt in het kader van het programma bestuurlijke weerbaarheid tijdens een beeldvormende avond voor de raad aandacht besteed aan het thema ondermijning, bestuurlijke weerbaarheid en integriteit. Naast aandacht voor bestuurlijke weerbaarheid is er in 2021 extra aandacht voor maatschappelijke weerbaarheid in het buitengebied. Als onderdeel van de regiodeal Oost-Brabant is het project Vitalisering buitengebied: versterken omgevingskwaliteit en weerbaarheid in 2020 gestart en zal in 2021 tot verdere ontwikkeling worden gebracht. Doelstelling van het project is sanering van (leegstaande) stallen om daarmee bij te dragen aan een betere woon- en leefomgeving in het grote buitengebied van Noordoost Brabant. Tegelijkertijd is het de ambitie om met de uitvoering van dit project de maatschappelijke weerbaarheid in het agrarisch buitengebied te versterken en daarmee ondermijnende criminaliteit tegen te gaan
2.4.6. Landelijke actieagenda vakantieparken Op het grondgebied van de gemeente Meierijstad liggen twee vakantieparken die aandacht behoeven. Problematieken als permanent wonen en strijdig gebruik van het bestemmingsplan spelen ook op deze parken De gemeente Meierijstad heeft zich in 2018 zowel bestuurlijk als ambtelijk gecommitteerd aan de landelijke actieagenda vakantieparken. In januari 2021 wordt de tweede Landelijke actieagenda 2021-2022 door de aangesloten partners zoals BZK, VNG, Recron en provincies ondertekend. Na de vaststelling van de Gebiedsvisie Molenheide in november 2020 wordt in de eerste helft van 2021 gestart met de keukentafelgesprekken, waarbij de individuele situaties van eigenaren/bewoners in beeld worden gebracht. Aan de hand hiervan worden prioriteiten gesteld en keuzes gemaakt met betrekking tot de doorstroom naar sociale huurwoningen, gedoogsituaties en handhavend optreden. In de tweede helft van 2021 gestart worden met de uitvoering. Vanuit BZK/VNG en vanuit de wijk-versterkingsplannen (als onderdeel van het ondermijningsfonds Taskforce RIEC Zeeland-Brabant) ontvangt de gemeente Meierijstad financiële middelen om o.a. mensen in beeld te brengen. Daarnaast zijn er binnen de programmabegroting van veiligheid middelen beschikbaar voor de uitvoering Lokaal Veiligheidsbeleid.
2.5. Beschikbare middelen en formatie Binnen het werkatelier IV/OOV/CB is inmiddels 4,67 fte beschikbaar. Dit als gevolg van de uitbreiding van capaciteit (0,67 fte) voor een medewerker Sociale Veiligheid in oktober 2020.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
19
3. Vergunningen omgevingsrecht 3.1. Algemeen Onder de Wabo vallen in dit deel van het uitvoeringsprogramma de omgevingsvergunningaanvragen voor de activiteiten bouwen, (tijdelijke) planologische afwijking, aanleggen, brandveiligheid, slopen, monumenten, milieu, kappen, inritten, en opslag openbare ruimte. De activiteit milieu en asbestverwijdering door bedrijven worden door de ODBN beoordeeld. De ODBN zal daarvoor de beoordelings- of toetsingsstrategie toepassen zoals die vastgelegd gaat worden in het ROK-vergunningen. Voor wat betreft de activiteit brandveiligheid zal indien de Brandweer deze toetsing uitvoert dit gebeuren conform de door hen vastgestelde toetsingsstrategie. Verder worden in dit kader ook de VTH-juristen en de administratieve ondersteuning benoemd. Deze vallen beiden qua formatie onder het werkatelier VTH maar zijn in principe ‘VTH-breed’ inzetbaar en dus niet specifiek gerelateerd aan alleen vergunningen of alleen toezicht en handhaving. VTH-juristen De juridische capaciteit voor de VTH-werkzaamheden is binnen het werkatelier VTH opgenomen. Hiertoe zijn 8 juridisch medewerkers aanwezig (7,3 fte) die ingezet worden ten behoeve van juridische ondersteuning bij alle VTH-taken op het gebied van de Wabo, Opiumwet, Apv en bijzondere wetten. Zij stellen diverse beschikkingen op en behandelen daaruit voortkomende zienswijze, bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures.
De juristen vertegenwoordigen hierbij het college van burgemeester en wethouders bij de behandeling van zaken bij de Commissie Rechtsbescherming Meierijstad, de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast zijn bij de VTH-juristen de beleidsmatige en adviserende werkzaamheden belegd, evenals, de coördinatie van, het relatiebeheer met de ODBN en de brandweer. Ten behoeve van bijvoorbeeld thema’s als Omgevingswet, mantelzorg, Opiumwet, huisvesting arbeidsmigranten, saneringsregeling varkenshouderijen tijdelijke wet Covid 19 etc. dragen de VTH-juristen zorg voor project deelname en/ of project leiderschap. In een overzicht hebben de juridisch medewerkers hun specifieke taakaccenten in beeld gebracht. De 8 juristen dragen er zorg voor dat er een evenredige werkverdeling plaatsvindt en deze werkzaamheden tijdig en adequaat worden opgepakt. In 2020 is gecombineerd binnen VTH en GOeP de nieuwe functie van kwaliteitsmedewerker toegevoegd. Hiervoor is 1 fte aangetrokken die zich specifiek met de kwaliteitsborging van de VTH-GOeP-werkzaamheden en processen bezighoudt. De kwaliteitsmedewerker kijkt met name mee bij de procesoptimalisaties, het toezien op de juiste processtappen in de uitvoering en vooral ook het mede vormgeven aan het nieuwe proces in het kader van de Omgevingswet.
VTH-Administratieve en Ondersteuning Administratieve ondersteuning is VTH-breed; dus niet gebonden aan alleen vergunningen of aan alleen toezicht en handhaving. De administratieve ondersteuning heeft reeds een belangrijke rol bij vergunningen. Bij het toezicht en de handhaving kan deze rol nog verder worden uitgewerkt.
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
20
Aandacht voor goede borging van deze werkzaamheden blijft noodzakelijk, zeker ook met de komst van de Omgevingswet.
3.2. Ervaringen 2020 In het afgelopen jaar 2020 was sprake van een behoorlijke toename van het aantal aanvragen. Er is zoveel mogelijk gewerkt conform de in het VTH-beleidsplan opgenomen prioritering. Voor 2020 hadden we een drietal afspraken gemaakt welke het volgende resultaat hebben opgebracht:
3.2.1. Helder toetskader In hoofdstuk 3 van bijlage 2 bij het VTH-beleidsplan, risicoprotocol/beoordelingsstrategie vergunningen, is beschreven hoe de beoordeling van Wabo-vergunningaanvragen plaatsvindt en via welk proces. Op grond van de prioritering is het niveau en de diepgang van de toetsing vastgelegd in een protocol. Dit toetsprotocol is naar aanleiding van de praktijkervaring vorig jaar aangepast en als bijlage bij het uitvoeringsprogramma 2020 vastgesteld. Op deze wijze wordt getoetst en krijgen de risicovolle aspecten de meeste aandacht en de minder risicovolle minder of geen aandacht. Zo kan verantwoord en efficiënter gewerkt worden. Een belangrijk deel van deze toetsing wordt uitgezet bij de ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost Brabant) met name de technisch en bouwbesluittoets bij de grotere meer risicovolle plannen. Op deze wijze wordt tegelijkertijd aandacht gegeven aan constructieve veiligheid vooraf. Een belangrijk thema waar het IBT in 2020 in Brabant een onderzoek naar heeft uitgevoerd bij een aantal Brabantse gemeenten. Conclusie was dat deze gemeenten het redelijk tot goed voor elkaar hebben. Wel heeft het IBT een aantal procesgerichte aanbevelingen gedaan welke wij, voor zover nog niet aanwezig, hebben opgenomen in onze protocollen en werkwijze.
3.2.2. Optimaliseren proces Naast het feit dat we in 2020 verder door zijn gegaan met ons voor te bereiden op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging zijn twee deelprocesoptimalisaties uitgevoerd. Deze geoptimaliseerde processen betroffen inritten en welstand en worden in 2021 meegenomen bij het Omgevingswet proof maken van alle VTH-werkzaamheden. 3.2.2.1. Procesoptimalisatie Inritten De doorlooptijd voor het beoordelen van een aanvraag voor een inrit duurde veel te lang (gemiddeld 8 weken). Bovendien bestond er intern onduidelijkheid over de samenwerking tussen ateliers. De uitdaging die werd vastgesteld was de doorlooptijd verkorten naar een week door middel van een duidelijke processtructuur waarbij de samenwerking per stap is vastgelegd. Dit zou tevens tot een werkdruk verlaging moeten leiden. Om deze uitdaging aan te gaan is een aantal afspraken gemaakt:
Alle betrokken ateliers werken met het VTH-systeem waarin de aanvraag wordt geregistreerd. De casemanager van VTH beoordeelt de aanvraag doormiddel van een checklist. Openbaar gebied (Groen, Grijs/Verkeer) beoordeelt de aanvragen één keer per week, waarna de VTH-casemanager het besluit opstelt conform het daarvoor vastgestelde sjabloon.
Het totale proces is vastgelegd in zes stappen waarvan de doorlooptijd op dit moment ongeveer 3 à 4 weken is, afhankelijk van de soort aanvraag (enkel of meervoudig). Met de komst van de
VTH-IV uitvoeringsprogramma Meierijstad 2021
21
Omgevingswet zal een deel van de aanvragen om inritvergunning geheel digitaal kunnen worden afgehandeld. Het streven wordt om de doorlooptijd terug te brengen naar maximaal 5 werkdagen. Uiteraard is dit afhankelijk van het nog in te richten deel van het DSO en de complexheid van onze eigen beleidsregels hierover. In de werkgroep toepasbare regels Omgevingswet wordt hier in 2021 nader invulling aan gegeven. 3.2.2.2. Procesoptimalisatie Welstand De optimalisatie van het welstandproces was noodzakelijk in verband met de lange doorlooptijd (4 weken na indiening) van een adviesaanvraag voor de welstandscommissie. Adviesaanvragen moesten te vaak terug naar de commissie om uiteindelijk een positief advies te ontvangen. Dit heeft er (mede) toe geleid dat een aantal vergunningaanvragen niet binnen de wettelijke termijn van 8 weken beoordeeld konden worden. De uitdaging die werd vastgesteld is dat de klant binnen twee weken na het indienen van het bouwplan een positief welstandsadvies zou ontvangen. Aangezien de aanvragen meerdere keren naar de commissie moesten is er gefocust op het foutvrij aanleveren van de aanvraag. Hiervoor is een checklist opgesteld voor de vergunningverlener en eenzelfde checklist is op de website gepubliceerd voor de aanvrager zodat die ook in één keer de juiste gegevens voor welstand kan aanleveren.
Dit met het verwachtte resultaat dat zaken die onnodig op de agenda staan verdwijnen en ook het onderhanden werk afneemt doordat aanvragen geen ‘’lus’’ meer maken in het proces. Dit alles zou tot een verkorting van de doorlooptijd moeten leiden voor het beoordelen van de gevraagde vergunning. Aangezien er pas per 1 december 2020 met de checklist wordt gewerkt zijn de eerste resultaten pas per 0103-2021 beschikbaar. In de VTH-evaluatie over 2020 wordt hier op teruggekomen. Naast deze procesoptimalisatie blijft van belang om ook goed te kijken naar het welstandsbeleid. Immers ook hiervoor zal in 2021 de stap richting Omgevingswet gezet moeten worden. Een nieuwe adviescommissie voor de fysieke leefomgeving zal in de plaats komen van de huidige welstands- en monumentencommissie. Een aparte werkgroep met collega’s vanuit VTH en Gebiedsontwikkeling gaat daar in 2021 mee aan de slag.
3.2.3. Wet natuurbescherming geïmplementeerd in proces Als mogelijk sprake is van activiteiten met negatieve effecten op wettelijk beschermde dier- en plantensoorten en/of een Natura 2000-gebied, dan dient een natuurtoets deel uit te maken van de procedure bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning. De gemeente is bevoegd om deze toets zelf te beoordelen. Als blijkt dat er inderdaad negatieve effecten op beschermde soorten/gebieden optreden dan dient een Verklaring van geen bedenkingen Wet natuurbescherming bij de provincie aan te worden gevraagd. De Wet natuurbescherming haakt dan aan bij de Wabo. Ingeval van aanhaking is de gemeente ook verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op de naleving van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming is inmiddels geïmplementeerd in het vergunningenproces. Het onderdeel wat bij de ODBN is ondergebracht wordt door de ODBN uitgevoerd. Het overige, zoals de mogelijkheid van een gebiedsgerichte aanpak wordt meegenomen bij het inregelen van het werkproces in het kader van de Omgevingswet.