B2b Bijlage 1 Concept kaderstellende notitie 2025
Tekst van het document
Betreft
Kadernota 2025
Van
RBL BNO
Datum
14 december 2023
1.1
Kadernota 2025
Deze notitie geeft de kaders voor de begroting van het Regionaal Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Brabant Noordoost (RBL BNO) in 2025. De kadernota 2025 is in lijn met het huidige beleidsplan van het RBL BNO dat is vastgesteld voor de periode van 2021 tot en met 2024. 1.2
Beslispunten 1. Het beleidsplan 2021-2024 als kader hanteren voor 2025. Het RBL BNO gaat in 2025 verder op de ingeslagen weg: thuiszitten voorkomen, alle jongeren in een kwetsbare positie in beeld hebben en alle voortijdig schoolverlaters bereiken. 2. Het RBL BNO stelt de begroting van 2025 op waarbij de gemeentelijke bijdrage wordt geïndexeerd met 11,2% ten opzichte van de begroting 2024. Bij de vaststelling van de begroting 2025 wordt het meest recente percentage van het Centraal Plan Bureau verwerkt. Ook wordt bij de vaststelling de gemeentelijke bijdrage definitief vastgelegd. 3. De extra middelen die het RBL BNO heeft ontvangen om in te zetten tot 1 augustus 2025 worden geoormerkt als een bestemmingsreserve ‘Extra rijksmiddelen’ binnen de reserve tot en met 2025. De reserve zonder deze bestemmingsreserve mag 10% van de begroting bedragen.
1.2.1
Beslispunt 1
In 2021 is het beleidskader tot en met 2024 vastgesteld. Deze beleidsperiode loopt gelijk met het regionale programma Jongerenaanpak Onderwijs-Arbeidsmarkt omdat dit van invloed is op de beschikbare middelen voor het RBL BNO. Dit regionale programma wordt verlengd tot 1 augustus 2025, het moment waarop de wetswijziging van school naar duurzaam werk en de nieuwe verdeling van de VSV-middelen in werking treedt. Het Rijk kent de middelen toe aan de contactgemeente ’sHertogenbosch en de contactschool Koning Willem I-college. De partijen in regio 361 moeten in
1
Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, SintMichielsgestel, Vught
1
overleg een regionaal plan opstellen waarin afgesproken wordt waar de regio zich op richt en hoe de middelen worden verdeeld. Wij stellen dan ook voor om in lijn met de verlenging tot 1 augustus 2025 het beleidskader 2021-2024 van het RBL BNO te hanteren voor 2025. In 2024 maakt het RBL BNO de kadernota 2026 op en start met het formuleren van het nieuwe beleidsplan. Daarin worden elementen uit het nieuwe regionale programma opgenomen voor zover die dan al bekend zijn. 1.2.2
Beslispunt 2
De grootste kostenpost in de begroting van het RBL BNO betreft de salarissen. Deze zijn de afgelopen jaren met meer dan 10% gestegen, als gevolg van prijsstijgingen en afspraken vanuit de CAO onderhandelingen zoals eerder nog niet is waargenomen. In de kadernota 2025 is zoals gebruikelijk de index van het Centraal Plan Bureau (CPB) toegepast met 4,4% voor de totale begroting. Daarnaast is de CAO stijging van 6% voor de salarissen 2024 meegenomen. Dit resulteert tot een hogere gemeentelijke bijdrage van 11,2%. De definitieve gemeentelijke bijdrage wordt bepaald bij vaststelling van de begroting. 1.2.3
Beslispunt 3
Het RBL BNO hanteert normaal een reserve van 10% op de begroting en keert het meerdere na vaststelling van de jaarrealisatie uit aan de deelnemende gemeenten. Bij de begroting 2024 van het RBL BNO is besloten om de extra rijksmiddelen die het RBL BNO heeft ontvangen en die ingezet mogen worden tot en met 2024 te oormerken als een bestemmingsreserve ‘Extra rijksmiddelen’ binnen de begroting. De reserve zonder deze bestemmingsreserve mag 10% van de begroting bedragen. Nu de extra middelen ingezet mogen worden tot 1 augustus 2025, wordt voorgesteld om ook de bestemmingsreserve binnen de reserve te hanteren tot en met 2025. Inzet van de bestemmingsreserve ‘Extra rijksmiddelen’ voor formatie In de begroting 2024 is afgesproken om terughoudend om te gaan met de inzet van de bestemmingsreserve. Tegelijk kreeg het RBL BNO de opdracht om deze middelen in te zetten als dat noodzakelijk is om een goede dienstverlening aan de kinderen en jongeren in onze regio te kunnen bieden. Het RBL BNO ziet dat inzet nodig is bij de volgende activiteiten2:
2
Zie jaarverslag 2022-2023 voor een verslag van de activiteiten van het RBL BNO in dat schooljaar.
2
•
extra inzetten op preventie verzuim;
•
toestroom uit Oekraïne;
•
het verlichten van hoge werkdruk bij leerplicht als de complexiteit van casuïstiek niet afneemt;
•
uitvoeren van schoolonderzoeken in opdracht van de Onderwijsinspectie;
•
reageren op de verwachte toename van het aantal VSV’ers;
•
in beeld brengen van de doelgroep 23-27 jaar;
•
zoeken naar nieuwe instrumenten om VSV’ers te verleiden tot onderwijs eventueel in combinatie met werk zoals groepsgerichte benadering en profilering.
Het RBL BNO schat in hiervoor jaarlijks 1 fte extra nodig te hebben ten opzichte van de huidige formatie voor leerplicht. Tot en met 2025 kunnen deze kosten opgevangen worden binnen de bestaande begroting en indien nodig uit de reserve (nadat alle raden hebben ingestemd met de begroting). Belangrijke vraag is of deze extra fte structureel nodig is om de dienstverlening op peil te houden. De huidige formatie van het RBL BNO is lager dan de nieuwe formatienorm die Ingrado (de vakvereniging van leerplicht en voortijdig schoolverlaten) hanteert.3 In het nieuwe beleidsplan 2025-2028 zal een voorstel worden gedaan over het structureel maken van deze fte. 1.3
Planning begrotingscyclus RBL BNO
Deze kadernota wordt na vaststelling vertaald in een begroting en is hiermee onderdeel van de begrotingscyclus van het RBL BNO. In de planning die elke gemeenschappelijke regeling ieder jaar ontvangt wordt gesproken over een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). Het RBL BNO is een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente constructie en werkt met een bestuurlijk overleg. Wanneer we dit aanpassen komen we tot de volgende planning: Actie
Datum
De concept-kadernota wordt verstrekt aan de adoptie-ambtenaar.
uiterlijk 30 november 2023
Het bestuurlijk overleg bespreekt de concept-kadernota.
6 december 2023
RBL BNO stuurt de concept kadernota naar colleges/gemeenteraden.
uiterlijk 15 december 2023
De adoptieambtenaar verstuurt het ambtelijk advies.;
uiterlijk 11 januari 2024
De raadscommissies en/of raden bespreken de concept kadernota.
uiterlijk 1 maart 2024
3
Zie bijlage Formatierichtlijn Ingrado (november 2022)
3
De gemeenten geven hun reacties op de kadernota aan het RBL BNO.
uiterlijk 5 maart 2024
Het bestuurlijk overleg bespreekt de reacties en stelt de kadernota vast.
27 maart 2024
De adoptieambtenaar ontvangt de concept begroting en concept jaarstukken.
voor 29 maart 204
Het RBL BNO stuurt de stukken naar colleges en gemeenteraden.
uiterlijk 5 april 2024
De adoptieambtenaar zorgt voor het ambtelijk advies.
uiterlijk 26 april 2024
De deelnemers geven hun zienswijzen op de concept begroting.
uiterlijk 5 juli 2024
Het bestuurlijk overleg stelt de begroting vast.
10 juli 2024
2.
Ambitie in 2025 2.1
Aanpak in lijn met het beleidskader 2020-2024
Alle kinderen en jongeren van 5 tot 16 jaar hebben het recht om zich optimaal te ontwikkelen en ontplooien door onderwijs. Elke jongere (16-23 jaar) haalt een startkwalificatie voor zover dat binnen de cognitieve mogelijkheden ligt. Om dat te kunnen bereiken werkt het RBL BNO preventief en treedt vroegtijdig op tegen verzuim. Het RBL BNO richt zich op de volgende beleidslijnen: 1. Geen enkel leerplichtig kind zit langer dan 3 maanden thuis zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. De leerplichtambtenaar stopt schoolverzuim zo snel mogelijk en werkt hiervoor nauw samen met de scholen, de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, de toegang Jeugd en de GGD Hart voor Brabant. 2. Geen enkele jongere in een kwetsbare positie tussen 16 en 23 jaar valt tussen de wal en het schip. Deze jongeren zijn allemaal in beeld en hebben een duurzame werkplek, passende dagbesteding of volgen een traject naar werk of zorg. Als de wetswijziging doorgaat komt daar in 2025 de doelgroep van 23 tot 27 jaar bij. 3. Het RBL BNO bereikt alle voortijdig schoolverlaters en verleidt ze om onderwijs te volgen. Ook als er sprake is van een krappe arbeidsmarkt waarin werkgevers arbeidskrachten zoeken. 2.2 Wat gaan we daarvoor doen Aanhoudend schoolverzuim vormt een serieuze bedreiging voor de ontwikkeling van het kind. Kinderen die vaak verzuimen van school hebben een grotere kans om uit te vallen.
Dat willen we voorkomen door vroegtijdig op te treden tegen verzuim. Het RBL BNO spant zich dus in om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. Jongeren die toch het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie, heeft het RBL BNO in beeld, benadert hen en probeert ze
4
via een passend traject (onderwijs, werk of een combinatie van beiden) alsnog te begeleiden naar een startkwalificatie. Om dat te bereiken ligt de focus op de volgende actiepunten: •
Alle kinderen die ongeoorloofd verzuimen zijn in beeld maar het RBL BNO wil ook meer zicht op geoorloofd schoolverzuim zoals bij ziekte of onderwijstijdverkorting. Wettelijk is het mogelijk dat Leerplicht in opdracht van de Onderwijsinspectie toeziet op de registratie door scholen van ongeoorloofd én geoorloofd verzuim. Het RBL BNO neemt deze taak op zich zodra dat mogelijk is naar verwachting bij in 2024. De Onderwijsinspectie bereidt dit nu voor. Het RBL BNO denkt hierin mee samen met de gemeenten Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Apeldoorn. Scholen hebben de afgelopen jaren werk gemaakt van hun verzuimbeleid bij ongeoorloofd verzuim. Misschien kunnen er nog slagen gemaakt worden bij de registratie van geoorloofd verzuim. Daarbij biedt de positie van het RBL BNO in de keten kansen om bij te dragen aan de samenwerking tussen de toegang tot jeugdhulp, onderwijs en de GGD Hart voor Brabant. Elk kind dat onderwijs kan volgen benut de mogelijkheden die het onderwijs biedt.
•
Vroegtijdig optreden tegen verzuim volgens de Methodische Aanpak Schoolverzuim. Ketenpartners hebben samen deze methode ontwikkeld waarin primair wordt ingezet op preventie en vrijwillige (jeugd)hulp.
•
Behouden van de sterke positie van het RBL BNO in de (lokale) keten en daar waar nodig uitbreiden. Het RBL BNO werkt samen met lokale en regionale partners zoals de scholen (primair, speciaal en voortgezet onderwijs, het MBO), de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, de Basisteams Jeugd en Gezin, de sociale teams, de Toegang, de afdelingen Werk en Inkomen van de gemeenten, de GGD Hart voor Brabant, Raad voor Kinderbescherming, Halt, hulpverlening, het Openbaar Ministerie.
•
VSV’ers verleiden tot onderwijs eventueel in combinatie met werk. Nu de laatste jaren het aantal vroegtijdig schoolverlaters toeneemt onderzoekt RBL BNO of andere instrumenten ingezet kunnen worden. o
De voortijdig schoolverlaters worden allemaal individueel benaderd en contact mee onderhouden. Daarnaast draait het RBL BNO een pilot waarin jongeren een meerdaagse groepstraining wordt aangeboden.
5
o
Daarnaast wil het RBL BNO in overleg met werkgevers hun VSV-werknemers benaderen met een aanbod voor leren in combinatie met werk. Uiteraard dient een en ander vooraf afgestemd te worden met onder andere het Werkgeverservicepunt Noordoost-Brabant.
•
Het RBL BNO neemt deel aan de werk- en stuurgroep brede Jongerenaanpak 16-27 en werkt mee aan de Jongerenaanpak Onderwijs-Arbeidsmarkt 2021-2024. Het RBL BNO kijkt ook hier welke maatregelen er samen met het onderwijs genomen moeten worden die inspelen op de krapte op de arbeidsmarkt in relatie met schooluitval. De werkwijze van het RBL BNO sluit aan op de brede jongerenaanpak waarin naast aandacht voor het voorkomen van schooluitval aandacht is voor de jeugdwerkloosheid.
3. Financiële gevolgen Het uitvoeren van de leerplicht- en doorstroom-functie in de regio Brabant Noordoost vergt financiële middelen. Het RBL BNO stelt daarvoor een begroting op die in lijn is met het beleidsplan 2021-2024. 3.1
Gemeentelijke bijdrage 2025
De gemeentelijke bijdrage 2025 stijgt met afgerond € 103.000 (11,2%) ten opzichte van de gemeentelijke bijdrage die begroot is voor 2024. De begroting van het RBL BNO bestaat voor het merendeel uit salariskosten. De stijging wordt dan ook voornamelijk veroorzaakt door indexering van de salariskosten. In de kadernota 2025 zijn de salariskosten met 10,4% geïndexeerd. Dit is een indicatief percentage wat bepaald is op basis van de maart 2023 publicatie van het Centraal Plan Bureau, namelijk 4,4% plus 6% CAO stijging van de salarissen 2024. Bij de vaststelling van de begroting 2025 zal het laatst bekende percentage van het CPB worden verwerkt. In de begroting 2022 is er voor gekozen om de gemeentelijke bijdrage niet te indexeren ondanks hogere salariskosten met als doel om scherper te begroten. Dit is gelukt, want de gemeentelijke bijdrage is minder gestegen dan de salariskosten. Met de index van 10,4% op de salarissen komt het salarisbudget 2025 3% hoger uit dan de verwachte salarislasten op basis van 2023 loonsommen. Dit geeft dus ruimte voor een minimale loonstijging. De overige kosten binnen de begroting zijn geïndexeerd met 4,4%. De begrote inkomsten zijn gebaseerd op basis van het huidige verdeelmodel van de rijksmiddelen. Bekend is dat het verdeelmodel gaat
6
veranderen maar de exacte inkomsten zijn nog niet bekend. In de begroting kadernota 2025 zijn de rijksinkomsten gelijk gesteld aan de ontvangen inkomsten in 2023. In tabel 1 wordt de financiële bijdrage van het Rijk (o.b.v. huidig verdeelmodel) en van de deelnemende gemeenten aan het RBL BNO voor de begroting 2024 en de begroting kadernota 2025 weergegeven. Als verdeelsleutel in het huidige beleidsplan is de peildatum 1 januari 2020 van de CBS inwoneraantallen gebruikt. Nu de beleidsperiode wordt verlengd is voor 2025 de peildatum 1 januari 2023 aangehouden. De financiële gevolgen zijn beperkt omdat de gemeentelijke bijdrage verdeeld wordt over het aantal inwoners. Tabel 1: Overzicht middelen 2025
De begroting van het RBL BNO wordt zonder BTW opgesteld. De BTW is namelijk per saldo niet kostprijs verhogend. De gemeentelijke bijdrage wordt gefactureerd met BTW. Iedere gemeente compenseert de BTW bij haar eigen BCF (Btw Compensatie Fonds). Het RBL BNO ontvangt de volgende structurele middelen: 1. De Rijksbijdrage RMC inclusief het kwalificatiebudget voor toezicht op de kwalificatieplicht.
7
2. Gemeentelijke bijdragen. Daarnaast ontvangt het RBL BNO de regionale VSV-programmagelden en een vergoeding voor projectleiderschap. De VSV gelden worden op basis van het regionale convenant Jongerenaanpak onderwijs-arbeidsmarkt 2021-2024 verdeeld. Deze incidentele middelen worden ingezet om te reageren op verzuim 18+. Ook alle jongeren van 16 tot 23 jaar zonder startkwalificatie en zonder schoolinschrijving heeft het Doorstroompunt in beeld en biedt hen passende ondersteuning. In 2025 wordt de doelgroep verbreed van 16 tot 27 jaar.
8
Bijlage 1 Formatierichtlijn Ingrado (november 2022) Ingrado (de landelijke vakvereniging van leerplicht en doorstroompunt) heeft een formatietool ontwikkeld (2022). In het beleidsplan 2021-2024 is uitgegaan van een formatienorm van 1 fte per 3.800 leerlingen op basis van de formatierichtlijn van Ingrado 2007. Ingrado heeft onderzoek laten doen naar deze norm waarbij Ingrado en haar leden zijn betrokken. Interviews, deskresearch en benchmarkonderzoeken zijn uitgevoerd. De volgende trends en ontwikkelingen maken dat taken zijn verzwaard: •
Verwacht wordt dat de jeugdzorg rond 2028 in rustiger vaarwater komt maar dat is nog niet het geval.
•
De problemen in de jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering zijn groot en zijn sterk van invloed op leerplicht.
•
De regel- en administratiedruk is toegenomen doordat meer verwacht wordt om data en cijfers bij te houden, nieuwe verplichtingen om te voldoen aan de Wet Politiegegevens en privacywetgeving kost tijd.
•
Casuïstiek is zwaarder en er komen steeds meer thuiszitters bij.
•
De doorstroom van het vmbo naar mbo is tijdens corona versoepeld waardoor de verwachting is dat leerlingen later in de opleiding afvallen of in de problemen raken.
•
Leerplicht raakt steeds meer verbonden met de jeugdwet. Dit vraagt om integraal te werken buiten het domein.
•
Veel nieuwkomers kosten tijd.
Ingrado adviseert dan ook om te rekenen met 1 fte per 2.700 leerlingen Tabel: Formatienorm afgezet tegen het aantal leer- en kwalificatieplichtigen. Gemeente Totaal leer- en kwalificatieplichtigen fte 1:3800 fte 1:2700
okt-20
okt-21
okt-22
Okt-23
49.613 13,06 18,38
48.541 12,77 17,98
48.225 12,69 17,86
48.366 12,73 17,91
9