B27b Uitvoeringsnota evenementenbeleid Meierijstad maart 2022 definitief__2027272__.pdf
Tekst van het document
evenementen met geluidsklasse 2 of een rustperiode van 1 weekend tussen evenementen met geluidsklasse 1 niet lukt dan worden deze weekenden vooraf of erna gecompenseerd. 4.
Meerweekse evenementen zijn evenementen met een maximale duur van 28 dagen of 4 weekenden met samenhang in programma en/of inrichting van het evenemententerrein. Gelet op de duur en het effect op de leefomgeving worden de geluidsklassen hier als volgt toegepast: -
Een meerweeks evenement met 2 weekenden mag op de 6 beschikbare weekenddagen (vr-za-zo) maximaal 3 dagen een activiteit hebben met geluidsklasse 2.
-
Een meerweeks evenement met 3 weekenden mag op de 9 beschikbare weekenddagen weekenddagen (vr-za-zo) maximaal 4 dagen een activiteit hebben met geluidsklasse 2.
-
Een meerweeks evenement met 4 weekenden mag op de 12 beschikbare weekenddagen (vr-za-zo) maximaal 5 dagen een activiteit hebben met geluidsklasse 2.
-
Doordeweeks (ma tot en met do) zijn de regels t.a.v. geluid van toepassing voor terrassen zoals vastgelegd in de APV/VFL en het horecabeleid12 (er mogen geen geluidsapparatuur of separate geluidsboxen staan of er mag geen levende muziek ten gehore worden gebracht). In feite zijn de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit aan de orde (zie ook paragraaf 6.5.7)
-
Evenementendagen in het meerweekse evenement waar sprake is van geluidsklasse 1, kunnen niet worden ingevuld met een incidentele festiviteit (geluidsklasse 2).
Bovenstaande algemene regels hebben we toegepast op de huidige evenementen en dan blijkt dat het aantal locaties waar het knelt minimaal is. We gaan in gesprek met de betreffende organisatoren om te kijken of we ook op deze locaties de opeenvolging van de evenementen kunnen laten voldoen aan de genoemde regels. Mocht dat onverhoopt niet lukken dan houden we ons het recht voor om goed gemotiveerd af te wijken van het omschreven evenementenbeleid (zie ook hoofdstuk 9).
5.7 Inzet van hulpdiensten Voor een goed verloop van de grotere evenementen is een adequate inzet van de gemeente en van de hulpdiensten van belang (politie, brandweer, GHOR). Allemaal dragen ze evenementen een warm hart toe. Maar met de groei in aantal en omvang van evenementen is de druk op deze inzet groter geworden. De inzet is geen vanzelfsprekendheid meer. Er dienen steeds vaker keuzes gemaakt te worden. Deze afwegingen kennen ook een regionaal belang. Een besluit/keuze voor een evenement in de ene gemeente kan consequenties hebben voor een evenement in een buurgemeente. Met ingang van 2022 willen de gemeenten in het werkgebied van het basisteam Meierij (gemeenten Boxtel, Vught, Sint-Michielsgestel, Meierijstad en Heusden) samen tijdig helderheid geven over wat er komend jaar mogelijk is als het gaat om de inzet van de hulpdiensten. Dat is in het belang van de organisator maar ook in het belang van de gemeenten en natuurlijk de
Uit horecabeleid 2019, bijlage 2, punt 4p en VFL, art 8.8.
hulpdiensten zelf. Daarom hebben de burgemeesters samen met politie besloten om vanaf 2022 jaarlijks een inventarisatie te houden. De planning ziet er als volgt uit: -
Voor 1 oktober inzicht in B- en C-evenementen van jaar erop
-
Tussen 1 oktober en 1 december in beeld brengen mogelijkheden in overleg tussen gemeenten en hulpdiensten met name de politie inclusief ruimte voor afstemming tussen evenementen
-
Eind november vaststelling van de evenementenkalender in het Basisteamdriehoek
-
Uiterlijk 1 december duidelijkheid
-
Eerste helft december terugkoppeling naar de organisatoren.
Voor de evenementen in 2022 is deze werkwijze en planning gehanteerd met als resultaat dat alle aangemelde B- en C- evenementen als akkoord beoordeeld zijn op basis van de politiecapaciteit. Daarbij horen wel de volgende spelregels: -
Voor nieuwe niet aangemelde B en C evenementen is in principe geen ruimte
-
Indien deze zich aandienen, dient de basisdriehoek hierin een keuze te maken over doorgang
-
In principe is het nee tenzij in plaats van ja mits..
-
Deze regels gelden ook voor het verplaatsen van B en C evenementen
Toepassing van deze regels geschiedt door elke gemeente zelfstandig. De uitkomst voor 2022 biedt geen garantie voor eenzelfde afweging voor de komende jaren. Elk jaar wordt de afweging opnieuw gemaakt.
5.8 Beoordeling en risico-analyse: A-B- en C-evenementen Criteria die de aard en het risico van een evenement bepalen en waaruit blijkt of een evenement belastend is voor de omgeving waar het plaats zal vinden, zijn: 1.
De geluidsproductie. Het geluidsniveau van een evenement is met betrekking tot omwonenden belangrijk als het gaat om de mate van overlast te bepalen.
2.
De bezoekers. Het aantal van de te verwachte bezoekers en met name het profiel van de bezoekers. Het profiel van de bezoekers (de doelgroep van het evenement) speelt een belangrijke rol.
3.
De duur. De duur (in combinatie met de begin- en eindtijd) van een evenement is mede bepalend om de belasting in te schatten. Over het algemeen wordt een activiteit overdag als minder storend ervaren dan een activiteit in de avond. Als het noodzakelijk is om het opbouwen en/of afbreken direct aansluitend aan het evenement plaats te laten vinden dan moet deze tijd meegeteld worden; vooral als het gaat om zogenaamde soundcheck van geluid.
4.
De omvang van de ruimte/locatie. De omvang van de benodigde ruimte/locatie speelt mee in de mate van het ervaren van overlast. De achterliggende gedachte is dat aan- en omwonenden hinder ondervinden van het afzetten van hun straat; zo kunnen zij misschien tijdelijk niet meer met de auto bij de woning komen. En als bijvoorbeeld een parkeerterrein gebruikt wordt ten behoeve van bezoekers van een evenement dat
feitelijk bedoeld is voor het parkeren van omwonenden dan zal de organisator een alternatieve parkeerplaats moeten regelen. 5.
Overige risicoaspecten. Ervaringen uit een vorige editie van een evenement kunnen als bijkomende risicoaspecten worden meegewogen bij een nieuwe aanvraag. Denk aan problemen t.a.v. volksgezondheid, openbare orde en veiligheid of het niet naleving van vergunningvoorschriften van de vorige editie. De gemeente heeft de mogelijkheid om als daar aanleiding voor is een BIBOB-toets voor een evenement uit te voeren.
Bij het vaststellen van de mogelijke risico’s kan de gemeente gebruik maken van de risicoscan, die is opgesteld binnen de Veiligheidsregio Brabant Noord. Dit leidt tot een (in Nederland breed gehanteerde) indeling in: ₋
Categorie C. Hoog risico-evenement en/of evenement waarbij sprake is van zeer grote impact op de stad/kern en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
₋
Categorie B. Gemiddeld risico-evenement en/of evenement waarbij sprake is van (middel)grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer. Er zijn evenementen die tussen een B- en een C-evenement liggen. Deze worden aangeduid met een B/Cevenement.
₋
Categorie A. Laag risico-evenement en/of evenement waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en de gevolgen voor het verkeer beperkt zijn.
Wanneer er aanvullende informatie beschikbaar is die niet in de risicoscan meegenomen kan worden, heeft de gemeente altijd de mogelijkheid om een evenement in een afwijkende categorie in te delen. Afhankelijk van de aard en omvang maakt het werkatelier Vergunning Toezicht Handhaving (VTH) een afweging welke werkateliers voor een beoordeling over een aanvraag geraadpleegd moeten worden: denk aan medewerkers van verkeer, Openbare Orde en Veiligheid (OOV), beheer openbaar gebied (BOG), waaronder gemeentewerf, maar ook aan medewerkers op de beleidsterreinen cultuur, sport, natuur en landschap. Afhankelijk van het evenement worden ook externe partijen betrokken dan wel de mogelijkheid geboden advies over de aanvraag te geven: a.
Elke vergunningsaanvraag wordt voorgelegd aan de politie;
b.
Indien van toepassing ook brandweer: met name bij de aanwezigheid van tijdelijke bouwwerken;
c.
De Geneeskundige Hulpverlening bij Ongeval en Rampen (GHOR) adviseert gemeenten over medische voorzieningen en hygiënische maatregelen bij evenementen. Wanneer sprake is van een evenement met een verhoogd risico, kan voor een gezondheidskundig advies contact worden opgenomen met de GHOR. Denk aan een groot aantal aanwezige bezoekers en/of deelnemers; een zeer beperkte bereikbaarheid van het evenement of de omgeving; een specifieke of kwetsbare doelgroep, zware fysieke inspanning voor deelnemers, bovenmatig gebruik van alcohol en/of drugs, aanwezigheid van levende have. GHOR heeft informatie beschikbaar over normen en voorschriften. Indien relevant worden deze met de vergunning meegestuurd.
5.9 Weigeringsgronden Op basis van APV (art 1.8) kan de gemeente een vergunningsaanvraag weigeren. Het gaat dan om het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, volksgezondheid, bescherming van het milieu, maar ook om onjuiste verstrekking van gegevens. De weigeringsgronden genoemd in het bepaalde in artikel 1:8 kunnen ook dienen als reden om een vergunning te weigeren als deze niet past in het locatiebeleid (zie paragraaf 5.6).
5.10 Vergunningen en publicatie Een verleende evenementenvergunning wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de organisator (digitaal verstuurd). Bij de beoordeling van de vergunning heeft tevens een toetsing plaatsgevonden van de gebruiksmelding in het kader van ‘Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’. Bij een evenementenvergunning wordt ook een besluit over het verkeer meegenomen. Alleen bij evenementen waar afsluiting van hoofdwegen aan de orde is (zie paragraaf 6.4) wordt een apart verkeersbesluit genomen in kader van de Wegenverkeerswet. Evenementenaanvragen en besluiten over aanvragen (toekenningen- weigeringen) worden gepubliceerd in de lokale weekbladen en op www.overheid.nl. Dit geldt dus niet voor meldingen van evenementen.
5.11 Bezwaar of beroep Op basis van de Algemene wet bestuursrecht hebben belanghebbenden de mogelijkheid om tegen een besluit van de gemeente (zoals de verlening van een evenementenvergunning) bezwaar of beroep aan te tekenen. Om bewoners en andere belanghebbenden de gelegenheid te bieden bezwaar te maken tegen een afgegeven evenementenvergunning, streeft de gemeente ernaar de vergunning 6 weken voor het evenement te verlenen en te publiceren. In geval er sprake is van een verkeersbesluit is bezwaar of beroep mogelijk in het kader van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
5.12 Evaluatie Alle B- en C-evenementen worden binnen vier weken na afloop van het evenement geëvalueerd. Dat kan tijdens een multidisciplinair overleg, dat plaatsvindt middels een gestandaardiseerde evaluatie. De hulpdiensten, gemeente, politie en organisator bespreken de eventueel geconstateerde incidenten en toezicht en handhaving, beoordelen de effectiviteit van de getroffen maatregelen en trekken conclusies die in zijn algemeenheid of bij een terugkerend evenement het daaropvolgende jaar kunnen leiden tot een nog betere opzet. Evaluatie van andere evenementen is maatwerk.
6. VOORWAARDEN EN VOORSCHRIFTEN VOOR VERGUNNINGVERLENING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op zaken waar een organisator rekening mee moeten houden en die veelal als voorschriften aan een vergunning worden verbonden. Een aantal voorschriften is altijd van toepassing (zowel bij een melding als een vergunning). Daarnaast kan de burgemeester aanvullende voorwaarden en voorschriften opnemen als hij een vergunning verleent.
6.1 Openbare orde en veiligheid De primaire verantwoordelijkheid van de overheid ligt op het gebied van vergunningverlening en handhaving van de openbare orde en veiligheid. In de APV (artikel 2:26 Ordeverstoring) is dan ook opgenomen dat het verboden is
bij een evenement de orde te verstoren. Zoals reeds in paragraaf 3.1 is gesteld, is de organisator verantwoordelijk voor een ordelijk en veilig verloop van het evenement. Bijv: ₋
niet meer bezoekers/deelnemers dan in de vergunning is aangegeven.
₋
adequate bereikbaarheid van het evenement voor hulpdiensten.
₋
afdoende (fysieke) veiligheidsmaatregelen.
₋
etc..
6.2 Brandveiligheid Ten aanzien van de brandveiligheid bij evenementen wordt er onderscheid gemaakt tussen evenementen in een bouwwerk en evenementen op een open terrein of in een tijdelijk bouwsel. Voor de regelgeving omtrent brandveiligheid bij evenementen in een bouwwerk is het Bouwbesluit 2012 van toepassing. Er kan onderscheid gemaakt worden in een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik en gebruiksmelding13. Wanneer er nog geen gebruiksmelding is ingediend en er zijn meer dan 50 personen gelijktijdig aanwezig (artikel 1.18 en 1.19 Bouwbesluit 2012), zal er uiterlijk 6 weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk bij de gemeente een (incidentele) gebruiksmelding moeten worden ingediend. Het is niet toegestaan zonder of in afwijking van een gebruiksmelding een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken. Eventueel kunnen naar aanleiding van de melding door de gemeente nadere voorwaarden voor een brandveilig gebruik worden gesteld (artikel 1.21 Bouwbesluit 2012). Vindt het evenement niet plaats in een bouwwerk, maar bijvoorbeeld op een open terrein of in een tijdelijk bouwsel (bijv. tent), dan geldt het ‘Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ (BGBOP). Men moet een gebruiksmelding aanvragen wanneer: •
in een verblijfsruimte op die plaats bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen;
•
er meer dan 150 personen aanwezig zullen zijn.
In geval er sprake is van een evenementenvergunning wordt de gebruiksmelding (samen met de brandweer) beoordeeld14. In geval er sprake is van een melding van een evenement en er zijn meer dan 150 personen gelijktijdig aanwezig beschouwen we deze melding ook als een gebruiksmelding en kijken we naar de brandveiligheid.
13 Een vergunning is nodig bij nachtverblijf aan meer dan 10 personen of dagverblijf aan meer dan 10 kinderen onder de 12 jaar
of aan meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen. In andere situaties kan volstaan worden met een gebruiksmelding. 14 Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ (BGBOP). Art 2.1 Lid 3
6.3 Veiligheid tijdelijke bouwsels en constructies tijdens evenementen De gemeente Meierijstad stelt zich op het standpunt dat organisatoren van evenementen en hun leveranciers bekend moeten zijn met de risico’s van hun activiteiten en die risico’s ook moeten beheersen. Dit geldt ook voor de “tijdelijke” bouwsels en constructies die voor een evenement worden gebruikt zoals podia, mainstages, overkappingen, vlonders, tribunes en tenten.
6.4 Verkeer Indien een evenement een zodanig omvang heeft, leidt tot verkeersonveiligheid of tot problemen met de doorstroming, beperkingen geeft op de bereikbaarheid van zowel het evenement zelf als van omliggende gebieden, dient er een verkeersplan opgesteld te worden. Dit als onderdeel van de vergunningaanvraag De organisatie van het evenement is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bereikbaarheid voor zowel bezoekers als hulpdiensten. De hulpdiensten moeten niet alleen het evenemententerrein maar ook de omliggende panden, percelen en wegen gemakkelijk kunnen bereiken. De organisator is primair verantwoordelijk om ongewenste consequenties van het evenement voor de verkeersorde te beperken. Dit betekent dat hij zo nodig moeten zorgen voor de uitvoering van de verkeersmaatregelen en eventuele inzet van verkeersregelaars dan wel dat hij maximaal medewerking verleent aan gemeente, politie en hulpdiensten. De gemeente is verantwoordelijk voor de vergunningverlening en controle en het toezicht op een evenement en vraagt de organisator bij een aanvraag van een evenementenvergunning een verkeersplan aan te leveren. De organisatie komt met een voorstel/voorstellen op welke wijze het verkeersplan wordt ingevuld. De gemeente toets dit en denkt actief mee naar oplossingen, aanpassingen en mogelijkheden.
In het verkeersplan moet opgenomen worden (indien van toepassing): 1 Parkeren van de fiets Afhankelijk van de afstand en omvang van het evenement komen de bezoekers veelal met de fiets. Of er aparte fietsparkeervoorzieningen nodig zijn hangt af het te verwachte aantal fietsers en van de locatie. In centra van kernen zijn soms fietsvoorzieningen aanwezig. Het aantal en de locatie van de fietsparkeervoorzieningen wordt in overleg met de gemeente bepaald.
2 Parkeren van de auto Bij evenementen (met regionale en bovenregionale aantrekkingskracht) komen ook veel bezoekers met de auto. Bij dergelijke evenementen moet de organisatie in overleg met de gemeente het aantal parkeerplaatsen bepalen en de locatie(s) hiervan. Wanneer (een deel van) de bezoekers op enige afstand van het evenement moeten parkeren, moet de organisatie zelf voor aanvullend vervoer zorgen. Meijerstad kent een wegsleepregeling. Dit geldt ook voor evenementen. Voertuigen die ernstig in de weg staan, kunnen op bevel van de politie of BOA en op kosten van de eigenaar worden weggesleept. 3 Nemen van verkeersmaatregelen De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid op de gemeentelijke wegen. Dat zijn alle wegen in de gemeente Meierijstad, met uitzondering van Rijks- en provinciale wegen. Er dient wel rekening te worden gehouden met de doorstroming, en daarmee de veiligheid op Rijks- en Provinciale wegen bij eventuele evenementen en aan de evenementen gerelateerde afsluitingen. Wanneer een evenement leidt tot het afsluiten van een weg of weggedeelte gaat dat in overleg met de gemeente en de politie. De gemeente, in samenspraak met de politie beoordeelt of en welke verkeersmaatregel nodig is (bijv. wegafsluitingen, parkeer- en stopverboden). Indien verkeersmaatregelen een grote impact hebben, kan er ook een verkeersbesluit worden genomen.
Voor het uitvoeren van de maatregel (afsluiten van de weg, plaatsen van verkeersborden, e.d.) moet de organisatie zelf zorgen. Wanneer maatregelen of bebording noodzakelijk zijn op wegen in beheer bij de provincie, rijk of buurgemeenten gebeurt dat in overleg met de desbetreffende overheid. De gemeente zorgt voor de communicatie met deze overheden, tenzij anders wordt afgesproken. 4 Verkeersregelaars Voor een goede, veilige en adequate doorstroming van het verkeer rond een evenement kan de inzet van verkeersregelaars noodzakelijk zijn. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen (evenementen)verkeersregelaars, parkeerbegeleiders of hekbewakers. De gemeente en de politie besluiten of inzet van verkeersregelaars noodzakelijk is. In de vergunning wordt opgenomen of, hoeveel, waar en welke verkeersregelaars ingezet moeten worden. De inzet van (evenementen)verkeersregelaars is geregeld in ‘Regeling Verkeersregelaars 2017’ Het betreft regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars. Meer informatie hierover is te vinden op site van de Stichting Verkeersregelaars Nederland (SVNL): www.verkeersregelaarsexamen.nl. 5 Omleidingsroutes openbaar vervoer Door afsluitingen en omleidingen vanwege het evenement kunnen knelpunten ontstaan in de dienstregeling van de openbaar vervoersbedrijven (OV-bedrijven).
In een vroegtijdig stadium moet overleg plaats vinden met de OVbedrijven over deze knelpunten. De knelpunten en oplossing moeten in het verkeersplan meegenomen worden. In z’n algemeenheid gaat de gemeente uit van zo min mogelijk afsluitingen en omleiding waar OV-bedrijven last van
hebben. De gemeente bekijkt als wegbeheerder in hoeverre afspraken met OV-bedrijven, met name met de busvervoersdiensten (Arriva/Bravo) gemaakt moeten worden. In voorkomend geval maakt de gemeente (al dan niet samen met de organisator) minimaal 3 maanden voorafgaand aan het evenement, een afspraak met het OVbedrijf om de knelpunten en oplossingen te bespreken. De gemeente maakt hierbij een afweging in het kader van het algemeen belang en het individueel belang en kan aanvullende voorschriften en voorwaarden opnemen in de vergunning. De communicatie over aanpassing van de dienstregeling wordt verzorgd door de OV-bedrijven. Indien nodig kan de gemeente deze informatie ook via de haar beschikbare kanalen communiceren. 6 Taxistandplaats. kiss&ride plaatsen, pendelbussen Indien deze aanwezig zijn ten behoeve van het evenement: •
Adequate voorzieningen voor een veilige en ordelijke aan- en afvoer per taxi, indien nodig aparte taxistandplaats.
•
Voldoende kiss&ride plaatsen, De organisator moet hierbij rekening houden, dat bij ophalen (einde evenement) er meer auto’s staan te wachten en over het algemeen ook langer, dan bij brengen. Halen is dus leidend voor het aantal kiss&ride-plaatsen.
•
Voldoende opstelruimte voor brengende en halende pendelbussen.
7 Bewegwijzering en bebording Onderdeel van het verkeersplan is het bebordingsplan. In dit bebordingsplan is opgenomen waar welke borden worden toegepast en geplaatst ten aanzien van de verkeersregeling (verkeersborden RVV) en de bewegwijzering (over het algemeen de gele tekst borden). Deze borden kunnen zijn ten behoeve van het evenement (routing en parkeerplaatsen voor bezoekers, organisatie, deelnemers, leveranciers en hulpdiensten), maar ook ten behoeve van aanwonenden en het om te leiden van (doorgaande) verkeer. Relevant zijn de volgende zaken: -
De borden moeten voldoen aan de eisen uit de Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990);
-
De borden zijn niet voorzien van handelsreclame;
-
In overleg met de gemeente wordt bepaald hoeveel dagen voorafgaand aan het evenement hekken en borden mogen worden geplaatst, met uitzondering van de vooraankondigingsborden. Algemene regel is dat de borden niet eerder dan 1 dag voor het evenement worden aangebracht of omgedraaid. Bij grote evenementen kan hiervan worden afgeweken;
-
In samenspraak met de organisator en de gemeente worden afspraken gemaakt over de termijn waarop na afloop van het evenement hekken en borden verwijderd moeten zijn. Dit wordt als zodanig opgenomen in de vergunning. Regel is dat de borden op een spoedig maar ook veilig moment na afloop van het evenement
worden weggehaald, dit eventueel in overleg met de politie. Dit gebeurt uiterlijk 24 uur na afloop van het evenement; -
De borden worden niet aan bomen bevestigd;
-
Bij bevestiging van de borden op of aan straatmeubilair wordt geen gebruik gemaakt van spijkers, ijzerdraad of andere materialen die schade kunnen veroorzaken aan het meubilair. Ook mag er niets op het wegdek (met verf) worden aangebracht.
Voor veel organisatoren is het indienen van een digitaal verkeersplan met daarop bebording/omleiding met de juiste CROW-aanduiding lastig. Dit vereist geavanceerde software en dientengevolge het inhuren van externe deskundigheid. De gemeente heeft capaciteit beschikbaar om handmatig aangeleverde bebordingsplannen op de juiste wijze te digitaliseren. Voorwaarde is een correcte en volledige invulling van het verkeersplan. Bij (grootschalige) evenementen waarbij een grote impact op het verkeer in de gemeente wordt voorzien, wordt een extern verkeersplan met een bebordingsplan (met een bebordingsplan voorzien van de juiste CROWaanduiding) gevraagd. 8 Calamiteitenroute Beoogde (vlucht)routes in geval van een calamiteit voor hulpdiensten en bezoekers van een evenement. Bij alle evenementen moet rekening gehouden worden met een vrije doorgang van en naar het terrein met een breedte van ten minste 4,5 meter met een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m, die geschikt is voor motorvoertuigen en met een hoogte van ten minste 4,2 meter15.
9 Instandhouden weg/waarborgen bruikbaarheid Voorbeelden hiervan zijn tijdelijke verhardingen, rijmatten en/of rijplaten. Voorafgaande aan een evenement vindt een opname (zogenaamde 0-meting) plaats van de toestand van de wegen en/of wegvakken (inclusief de bermen) die onderdeel zijn van het verkeersplan van een evenement. Na afloop van een evenement wordt de situatie opnieuw opgenomen. Eventuele schade dient hersteld te worden (zie ook paragraaf 8.3). 10 Inzichtelijk maken verkeerstromen Het gaat om het aangeven van de stromen van voetganders, fietsers, auto’s, bussen. Hoe lopen deze routes en (waar) kruisen ze elkaar? Verkeersmaatregelen worden zo veel als mogelijk ingevoerd in de ‘www.haalmeeruitdeweg.nl’ waartoe wegbeheerders en openbaarvervoerbedrijven toegang hebben. De wegbeheerder van de gemeente beschikt over een lijst van stakeholders relevant voor verkeersmaatregelen en omleidingsroutes openbaar vervoer. Zodra een vergunning van een evenement in een lokaal weekblad is gepubliceerd, stuurt de gemeente een link hiervan ter kennisname naar de stakeholders.
15 Besluit Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen’ (Besluit BGBOP), artikel 4.25 lid 3b
6.5 Geluid en begin- en eindtijden Geluidshinder beperken Het geluidsniveau is één van de factoren die in hoge mate de overlast van evenementen bepaalt. Het is primair de taak van de organisator om zich te houden aan de geluidsnormen zoals deze in de vergunning zijn opgenomen en om geluidsoverlast voor de omgeving en gehoorschade bij bezoekers zoveel als mogelijk te beperken. Geluidregels voor evenementen in de gemeente bestaan uit getalswaarden (normen) en regels/afspraken. Er zijn zo veel als mogelijk generieke regels opgesteld die voor alle evenementen gelden. Maatwerk is toegepast daar waar het nodig is. Ter voorkomen van onevenredige geluidhinder door muziekgeluid is een aantal zaken van belang waarover duidelijkheid moet bestaan: • over het maximaal toelaatbaar geluidniveau; • omtrent de tijdsduur van het muziekgeluid; • de locatie en indeling van de locatie (paragraaf 5.6); • toezicht en handhaving (hoofdstuk 7.) Onderstaand wordt op de eerste twee punten ingegaan.
6.5.1 Huidige geluidsbelasting Bij metingen wordt de norm voor geluid gemeten in dB(A). In toenemende mate worden ook normen voor bastonen, dB(C), in kaart gebracht. Door de Omgevingsdienst Brabant Noord (OBDN) zijn afgelopen jaren metingen uitgevoerd tijdens een aantal muziekevenementen in Meierijstad. De resultaten van de metingen zijn in de tabel hieronder opgenomen. Het aantal evenement waarbij is gemeten is beperkt. Van veel locaties zijn geen meetgegevens bekend. Uit de metingen blijkt dat de meeste van de gemeten muziekevenementen een geluidbelasting op woningen veroorzaakt tussen 75 en 80 dB(A). Een enkel evenement veroorzaakte niet meer dan 70 dB(A). Maar er is ook een evenement gemeten met waarden tot 85 dB(A). Op de meeste locaties is een dB(C) waarde rond 95 dB(C) gemeten. Het verschil tussen het A-gewogen niveau en het C-gewogen niveau was overwegend circa 15 dB. Op die locaties waar de hoge dB(C) waarden zijn gemeten was het verschil meer dan 20.
6.5.2. Geluidsnormen Voor het stellen van geluidsnormen adviseert ODBN om aansluiting te zoeken bij het gestelde in de 'Nota evenementen met een luidruchtig karakter' van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg’ 16. Hoewel het niet verplicht is
16 https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/lokale-regelgeving/vragen-en-antwoorden/faq-lokale/evenementen/
om de notitie Limburg te hanteren, wordt deze wel vaak gebruikt door het bestuur en de gerechtelijke macht omdat het een vrij algemeen geaccepteerde objectieve norm is van wat onduldbare geluidshinder is. In deze nota staat dat duldbaar moet worden geacht een geluidsbelasting binnen in de woning van maximaal 50 dB(A). Daarboven wordt het geluid waarschijnlijk onduldbaar. Als uitgegaan wordt van een gemiddelde geluidwering van gevels van 20 tot 25 dB dan leidt deze benadering tot een geluidbelasting op de gevel van een woning van 70 tot 75 dB(A). Een getalswaarde in dB(A) geeft slecht beperkte informatie over het geluidniveau. De hinderbeleving van de omgeving door muziekgeluid wordt met alleen een dB(A)-waarde onvoldoende ondervangen. Een geluidbelasting van 70 dB(A) klassieke muziek wordt totaal anders beleefd dan een geluidbelasting van 70 dB(A) housemuziek. Dit heeft te maken met de hoeveelheid energie in de verschillende frequenties, het spectrum. En dan vooral van de lage frequenties, de bastonen. Juist de bastonen in de hedendaagse muziek zorgen voor de hinder naar de omgeving. Daarom wordt tegenwoordig naast de dB(A) waarde ook meer en meer aandacht besteed aan de dB(C)-waarde, waarmee de geluidsbelasting van bastonen wordt weergegeven. Een aanvaardbare norm in een dB(C) gewogen waarde geeft meer bescherming tegen hinder veroorzaakt door muziekgeluid.
Er is echter geen regelgeving of richtlijn waarin een aanvaardbare norm voor dB(C) is gesteld op gevels van woning dan wel in woningen. Algemeen is aanvaard dat de norm voor dB(C) 15 dB hoger mag liggen dan de norm voor Db(A). Gelet op het toegenomen geluid van bastonen zijn in het nieuwe beleid naast normen voor dB(A) ook normen voor dB(C) opgenomen. In de handhaving wordt nadrukkelijker dan voorheen ook naar de dB(C)-normen gekeken. Voor het stellen van standaard geluidsnormen wordt zoals al aangegeven in paragraaf 5.6 onderscheid gemaakt tussen: 1.
een evenement waarbij muziekgeluid het evenement ondersteunt (geluidsklasse 1).
2.
een evenement waar het om de muziek draait (geluidsklasse 2). Hieronder rekenen we ook de kermis. De combinatie van ondersteunende muziek bij de attracties en de veelheid aan optredens maken dat het in de beleving een muziekevenement is.
Er gelden de volgende geluidsnormen. Equivalent
geluidniveau
in
Equivalent
dB(A) 1)
dB(C) 1)
Evenement geluidsklasse 1
70 dB(A)
80 dB(C)
Muziekevenement,
75 dB(A)
90 dB(C)
geluidniveau
in
geluidsklasse 2 1) De in de tabel genoemde waarden:
-
gelden op gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen.
-
is het equivalente geluidniveau gemeten over 3 minuten.
-
is het niveau zonder muziekgeluidcorrectie en meteocorrectie.
Op bovenstaande normen kennen Paaspop en 7th Sunday/Harmony of Hardcore een uitzondering. Gelet op het belang van deze evenementen (wat betreft schaal en aantrekkingskracht) en hun concurrentiepositie is een
afwijkende norm mogelijk van maximaal 85 dB(A) en 100 dB(C). De geluidsnormen liggen op een lager niveau dan voorheen. Ze sluiten aan op de algemene landelijke tendens naar vermindering van geluidsoverlast. Het past ook bij een duurzaam evenementenbeleid. Vraag is dan wat het effect van deze bijstelling heeft op (bestaande) evenementen. Door de ODBN zijn afgelopen jaren bij een beperkt aantal evenementen
metingen
uitgevoerd.
Van
veel
locaties
zijn
zodoende
geen
meetgegevens
bekend.
Uit de beschikbare metingen blijkt dat de meeste van de gemeten muziekevenementen een geluidbelasting op woningen veroorzaakt tussen 75 en 80 dB(A). Een enkel evenement veroorzaakt niet meer dan 70 dB(A). Maar er is ook een evenement gemeten met waarden tot 85 dB(A). Op de meeste locaties is een dB(C) waarde rond 95 dB(C) gemeten. Het verschil tussen het A-gewogen niveau en het C-gewogen niveau was overwegend circa 15 dB. Bovenstaande betekent dat mogelijk enkele evenementen maatregelen moeten nemen om hun geluidniveaus te reduceren en te sturen. Denk daarbij onder andere aan: • Podia en speakers die in de meest gunstige richting opgesteld worden (van geluidgevoelige gebouwen af); • Speakers gericht zijn op het publiek. • speakers zo laag mogelijk hangen. • (Cardioïde) Subwoofers laag bij de grond. • Maatregelen in techniek (affilteren). • Maatregelen in de overdracht (afscherming). • Afspraken met omwonenden (overeenkomst/compensatie). Komende jaren zullen we de afwijkende normen voor Paaspop en 7th Sunday/Harmony of Hardcore via geluidsmetingen monitoren en in overleg met de organisatoren bekijken of deze geluidsniveaus ook omlaag gebracht kunnen worden.
6.5.3. Geluidsmetingen Duidelijk is dat er op dit moment binnen Meierijstad onvoldoende zicht is op het geluidsniveau bij evenementen. Daarom zullen de komende jaren waar nodig (muziek)evenementen gecontroleerd worden op geluid. De wijze waarop dit qua kosten, expertise en menskracht het beste gedaan kan worden werken we het komende jaar uit. Gewoonlijk worden metingen uitgevoerd door de ODBN. Welk evenement wordt gecontroleerd wordt door de gemeente bepaald. De metingen worden op voorhand bij de organisatoren gemeld. De ervaring leert dat daarmee al op voorhand het gesprek met de organisator plaatsvindt om te bezien hoe binnen de normen gebleven kan worden. Het is bij deze metingen niet gebruikelijk om tijdens het evenement te waarschuwen, te verzoeken om bijsturing of een sanctie op te leggen. De rapportage en evaluatie vindt achteraf plaats. Daarnaast is het voornemen om in overleg met ODBN te bekijken of het mogelijk/zinvol is om op de belangrijkste locaties permanente meetsystemen te installeren. Ook onderzoeken we de optie om één of meerdere onbemande mobiele meetsystemen op te zetten, die voorafgaand aan het evenement kan worden geïnstalleerd. Voordeel van
de permanente en onbemande meetsystemen is dat vanaf de installatie direct inzichtelijk is wat de geluidbelasting op het meetpunt is. Inzicht kan worden gegeven aan de organisatoren en relevante instanties als gemeente, de omgevingsdienst en politie. Dergelijke nieuwe systemen zullen vergezeld gaan van een handhavingsprocotol met als doel om bij overschrijding van de geluidsnormen al tijdens een evenement tot bijsturing te komen. Dit vergt een goede samenwerking tussen de toezichthoudende en handhavende organisaties enerzijds en de organisator van evenementen anderzijds. Ook de wijze van het opleggen van sancties maakt onderdeel uit van dit protocol (zie paragraaf 6.5.5.).
6.5.4. Begin- en eindtijden Naast geluid zijn ook de eindtijden een belangrijk gegeven in het ervaren van overlast. Voor beide typen evenementen (geluidsklassen 1 en 2) gelden dezelfde begin- en eindtijden. De eindtijden hebben zowel betrekking op het (muziek)geluid als ook het evenement zelf. Periode
Begin- en eindtijden
Dag
11.00-19.00 uur
Avond/nacht (zondag tot en met donderdag)
19.00-24.00 uur
Avond/nacht (vrijdag of zaterdag of op dag dat een
19.00-01.00
nationaal vastgestelde vrije dag volgt)
daaropvolgende dag)
uur
(de
Bovenstaande tijden zijn maximale tijden. Vanzelfsprekend kan een evenement ook vroeger eindigen en kan een organisator met belanghebbenden hierover maatwerk afspraken maken. Ook is het mogelijk dat evenementen eerder dan 11.00 uur willen starten. Deze uitzondering is mogelijk afhankelijk van de aard van het evenement. Op bovenstaande begin- en eindtijden gelden voor meerdaagse en meerweekse evenementen de volgende afwijkingen: •
Bij meerdaagse evenementen op dezelfde locatie moet er tussen de eindtijd van het (muziek)geluid van de ene dag en de begintijd van het (muziek)geluid van de volgende dag minimaal 12 uren zitten. Uitzonderingen zijn mogelijk afhankelijk van de aard van het evenement.
•
Voor Paaspop geldt voor de zaterdagavond maatwerk. De eindtijd is 02.00 uur (de daarop volgende dag) met de verplichting voor een afbouw van 01.00 uur naar maximaal 02.00 uur. Het evenement moet in dit uur qua omvang worden afgebouwd.
6.5.5. Handhavingsprotocol voor geluid De wens is er om actief voor, tijdens en na het evenement, te sturen op de geluidsnormen. Voorafgaand het evenement Organisatoren moeten zorgen voor een goede aanvraag (activiteiten/tekening/maatregelen/voldoen aan regels van
APV, VFL, e.d.) en voor een goed contact met omgeving (tijdig aanvragen/overleg/participatie). Bij grotere evenementen (B- en C-evenement) zal in het voortraject overleg zijn, waarbij ook geluid onderwerp van gesprek is. Ten tijde van het evenement is het gewenst om vooraf met een soundcheck de geluidsbelasting te bepalen en als nodig daarop te handelen. Derhalve kan tijdens een schouw de geluidsbelasting worden getest en vastgesteld. Tijdens het evenement De organisator ziet er op toe dat de geluidsbelasting de normen niet overschrijdt. Daarbij is het gewenst dat de organisator zelf meet of de geluidsbelasting de normen overschrijdt. De organisator blijft bereikbaar voor de overheid zodat eventuele nadere afspraken worden gemaakt of maatregelen worden getroffen. Stappenplan handhaving geluid Als tijdens een evenement wordt geconstateerd dat de geluidsnormen worden overschreden wordt hiertegen opgetreden volgens de volgende stappen: 1. De organisatie wordt in kennis gesteld van de overtreding en verzocht deze per direct te beëindigen. 2. Als de geluidbelasting wel wordt gereduceerd, maar nog niet aan de normen wordt voldaan, zal worden beoordeeld of de getroffen maatregelen voldoende zijn geweest. Het kan zijn dat het verder terugbrengen van het geluid in alle redelijkheid, voor een goede doorgang van het evenement, niet mogelijk is.
Als dit blijkt, dan zal de toezichthouder al dan niet in overleg met de politie en/of burgemeester de handhaving stoppen. Bij de evaluatie zal wel beoordeeld worden op welke wijze het evenement in de toekomst kan of mag plaatsvinden. 3. Als de organisator weigert om uit eigen beweging de overtreding te beëindigen of na het reduceren van het geluid, het geluidniveau nog verder terug te brengen, wordt hem medegedeeld, dat een last onder dwangsom zal worden opgelegd. 4. Als de overtreding ondanks de voorgenomen last onder dwangsom nog steeds voortduurt wordt ter plaatse een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom uitgereikt. De organisator krijgt hierbij een dwingende termijn (b.v. 15 minuten) gesteld waarbinnen de overtredingen moet worden beëindigd. 5. Als dit nog steeds niet tot naleving van de normen leidt, moet de dwangsom aan de gemeente worden betaald. Het bedrag wordt indien nodig, bij beschikking en dwangbevel ingevoerd. De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de ernst en de aard van de overtreding. In geval van excessen kan er voor worden gekozen om bestuursdwang toe te passen. Dat betekent dat door of namens de gemeente de geluidproductie of zelfs het evenement wordt beëindigd. Dit is echter een uiterst middel.
Na het evenement Een evaluatie na het evenement zal altijd worden gehouden bij constatering van overschrijdingen of als er klachten zijn ingediend. Met de organisator worden geconstateerde overtredingen besproken. Afspraken/maatregelen/consequenties voor een volgende editie van het evenement zullen worden vastgelegd en bij een volgende aanvraag worden meegenomen.
6.5.6 Overige geluidsaspecten Soundchecks Soundchecks moeten plaatsvinden op de dag van het evenement zelf. De duur van een soundcheck mag niet langer dan 30 minuten per podium/area zijn. Indien het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 11.00 uur en niet na 22.00 uur gehouden. Voor soundchecks geldt hetzelfde maximale geluidniveau als in de vergunning is opgenomen. Geluidmonitoring Ten behoeve van handhaving maar ook voor de transparantie naar omwonenden wordt ingezet om de komende jaren te investeren in permanente/mobiele geluidsmetingsapparatuur op de belangrijkste evenementenlocaties, waarmee realtime metingen gedaan worden en zichtbaar worden voor belanghebbenden. Doel is dat ook nog tijdens het evenement geluidsniveaus kunnen worden aangepast (in plaats van op basis van evaluaties/klachten pas bij de volgende editie). Gehoorschadepreventie Een geheel ander aspect is het geluid van de muziekinstallatie en gehoorschade bij bezoekers van evenementen en met name festivals. Dit valt buiten het bereik van het evenementenbeleid en is vooral een zaak van bezoekers en organisatoren. Landelijk speelt de discussie dit geluid te begrenzen tot maximaal 103 Db. Wanneer bezoekers en personeel worden blootgesteld aan geluidsdruk kunnen zij gehoorschade oplopen17.
Steeds vaker wordt aan bezoekers oordopjes aangeboden. Het is in ieder geval gewenst goede voorlichting te geven aan bezoekers. De organisator is ten aanzien van zijn personeel verantwoordelijk voor het werken in overeenstemming met de Arbo-wet. Dit gaat uiteraard verder dan enkel gehoorschadepreventie, dit is echter wel één van de onderdelen.
17 GHOR Brabant midden-west-noord, Gehoorschadepreventie bij evenementen.
6.5.7 Samenvatting geluidsnormen en begin- en eindtijden Samenvatting geluidsnormen Horeca Inpandig
Horeca
Uitbreiding
Openbare
binnen
terras/binnenplaats
terras
ruimte
inrichting
binnen inrichting
buiten de inrichting
Normale
07:00–19:00 19:00–23:00 23:00–07:00
bedrijfsvoering
uur
LAr,LT op de gevel van
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen Incidentele festiviteit
70 dB(A)-80
75 dB(A)-90 dB(C)
75 dB(A)-90
dB(C)
max 3x keer per
dB(C)
Nvt
inrichting per jaar Collectieve festiviteit
75 dB(A)-90
75 dB(A)-90 dB(C)
dB(C) Evenement
75 dB(A)-90
Nvt
dB(C)
70 dB(A)-80
Als (onderdeel)
Als (onderdeel)
70 dB(A)-
dB(C) Klasse 1)
evenement:
evenement:
80 dB(C)
75 dB(A)-90
70 dB(A)-80 dB(C)
70 dB(A)-80
Klasse 1
dB(C) Klasse 2
Klasse 1
dB(C) Klasse 1
75 dB(A)-
75 dB(A)-90 dB(C)
75 dB(A)-90
90 dB(C)
Klasse 2
dB(C) Klasse 2
Klasse 2
Samenvatting en begin- en eindtijden (sluitingstijden 2:29 APV) De sluitingstijden gelden altijd, los van de geluidproductie. Binnen de openingstijden moet de exploitant zich houden aan de maximale geluidwaarden. Sluitingstijden bij geluidsnormen Besluit
Sluitingstijd tijdens extra geluidsnormen
Normale
Nacht volgend op zondag- tot en met
NVT, tenzij afwijkende tijden zijn
bedrijfsvoering
donderdag 01.00 en nacht volgende op
opgenomen in exploitatievergunning
vrijdag en zaterdagnacht 03.00 uur. ook de nacht volgend van carnavalszondag en carnavalsmaandag, 2e Paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, 2ePinksterdag, kermismaandag en dinsdag en 2e Kerstdag. Incidentele
Nacht volgend op zondag- tot en met
Nacht volgend op zondag- tot en met
festiviteit
donderdag 01.00 en nacht volgende op
donderdag 24.00 en nacht volgende
vrijdag en zaterdag 03.00 uur.
op vrijdag en zaterdag 01.00 uur.
Collectieve
Nacht volgend op zondag- tot en met
Nacht volgend op zondag- tot en met
festiviteit
donderdag 01.00 en nacht volgende op
donderdag 24.00 en nacht volgende
vrijdag en zaterdag 03.00 uur.
op vrijdag en zaterdag 01.00 uur.
Nvt
Nacht volgend op zondag- tot en met
Evenement
donderdag 24.00 en nacht volgende op vrijdag en zaterdag 01.00 uur.
6.6 Op- en afbouw Om overlast voor bewoners voor en na een evenement te beperken moet de op- en afbouwperiode zo kort mogelijk zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergen worden hierover per evenement maatwerkafwegingen gemaakt. In het aanvraagformulier wordt hiernaar gevraagd en in de vergunning wordt hierover iets vastgelegd.
6.7 Communicatie Het creëren van draagvlak en het juist informeren van omwonenden en andere stakeholders is de verantwoordelijkheid van de organisator. Daar waar sprake is van een nieuw (type) evenement, dan wel aanpassing van een bestaand of van een nieuwe locatie vragen we de organisator een omgevingsdialoog te voeren en bij de aanvraag aan te geven op welke wijze hij bij relevante stakeholders (zoals bewoners, centrummanagement, horeca, winkels, andere organisatoren) draagvlak heeft gecreëerd en wat daarvan de uitkomst is. Ingeval wij van een
evenement klachten ontvangen brengen we deze onder de aandacht van de organisator zodat hij hiermee bij de volgende aanvraag rekening kan houden. Indien er signalen zijn van gebrek aan draagvlak kan gemeente om een (extra) omgevingsdialoog vragen. Ook voor wat betreft de communicatie bij de uitvoering van een evenement ligt de ‘bal’ primair bij de organisator. Eén van de algemene voorwaarden is dat bewoners van nabijgelegen woningen en bedrijven vooraf geïnformeerd worden over het evenement. De organisatie stuurt hierover uiterlijk 10 dagen van tevoren een bewonersbrief. Deze brief bevat ten minste de volgende informatie: ₋
datum/data en tijd(en) evenement;
₋
aard van het evenement (indien mogelijk met verwijzing naar website voor meer informatie)
₋
datum/data en tijd(en) op- en afbouw;
₋
telefoonnummer van de organisatie waarop informatie verkrijgbaar is (zowel tijdens evenement als tijdens de op- en afbouw).
Indien van toepassing bevat de brief ook informatie over: ₋
verkeersmaatregelen (locaties en tijden van o.a. afsluitingen);
₋
parkeerbeperkingen (locaties en tijden);
₋
regeling doorlaatbewijzen en regeling voor bewoners met parkeervergunningen;
₋
consequenties voor het openbaar vervoer;
₋
bereikbaarheid van het evenement per openbaar vervoer;
₋
mogelijke overlast veroorzakende activiteiten of beperkingen.
6.8 Aansprakelijkheid De organisator is aansprakelijk voor schade die door het gebruik van de vergunning aan eigendommen van de gemeente of van anderen wordt toegebracht. De gemeente adviseert organisatoren om hiervoor een aansprakelijkheids- dan wel een evenementenverzekering af te sluiten. Voor de inzet van vrijwilligers heeft de gemeente een collectieve verzekering afgesloten. Deze collectieve vrijwilligersverzekering biedt een secundaire dekking. Het is daarom van belang is dat de organiserende partij zelf afdoende verzekerd is middels een evenementenverzekering en eventueel een aansprakelijkheids- en bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. Alle info over de vrijwilligersverzekering is te vinden op de site van de gemeente.
6.9 Weekmarkten en andere vergunde standplaatsen De weekmarkten (op dit moment in Veghel, Schijndel, Sint-Oedenrode en Erp) mogen in beginsel niet in het gedrang komen ten gevolge van een evenement. In z’n algemeenheid mag de opbouw van evenementen op de locatie van de weekmarkt pas starten na afloop van de weekmarkt.
Bij volksfeesten moeten weekmarkten en incidentele standplaatsen wijken. In de weekmarktverordening is opgenomen dat weekmarkten verplaatst kunnen worden voor evenementen. In Veghel is de locatie voor de weekmarkt het Meijerijplein. Deze locatie is sinds 2020 weer in beeld voor evenementen. In Sint-Oedenrode wordt de weekmarkt momenteel verplaatst tijdens de kermis en carnaval. In Erp wordt de marktkooplui, indien aan de orde, een alternatieve locatie geboden (zoals bij de kermis). In Schijndel is er een convenant tussen de gemeente en de marktcommissie (vertegenwoordigers van marktkooplui). Hierbij is de afspraak dat maximaal 2 keer per jaar de weekmarkt verplaatst mag worden, waarbij een verplaatsing is gedefinieerd als > 50% van kramen moeten verplaatst worden. Bij wijzigingen in de organisatie van deze evenementen die consequenties hebben voor standplaatshouders is tijdig overleg noodzakelijk, waarbij ook de gemeente als vergunningverlener voor de weekmarkten betrokken wordt. Naast de weekmarkt zijn er ook andere vergunde standplaatsen. Hiervoor geldt dat de vergunde standplaats(en) grenzen stelt (stellen) aan de mogelijkheid van een evenement (al kunnen er ook incidentele evenementen rondom bijvoorbeeld een WK of EK zijn waarbij een heroverweging nodig is). Mogelijkheid is ook dat er dan een standplaats verplaatst moeten worden.
Het is altijd mogelijk dat partijen er in onderling overleg uitkomen. Indien een standplaats op een al eerder afgegeven evenementenvergunning wordt geplaatst hoeft er geen standplaatsenvergunning separaat worden aangevraagd. Dit verloopt via de evenementenvergunning. Een standplaats op evenemententerrein dient zich aan de gegeven eisen/richtlijnen te houden zoals opgenomen in de evenementenvergunning.
6.10 Zondagsrust en geloofsgebouwen De Zondagswet beperkt een groot aantal niet-godsdienstgebonden activiteiten. Zo luidt bijvoorbeeld artikel 4 van de Zondagswet: "Het is verboden op zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen." Deze strikte regel wordt enigszins genuanceerd: "Ten aanzien van openbare vermakelijkheden, waarvan redelijkerwijze geen beletselen voor de viering van de Zondag en geen verstoring van de openbare rust op de Zondag zijn te duchten, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald, dat zij niet als openbare vermakelijkheden in de zin van deze wet zullen worden beschouwd." Ook kan de burgemeester van dit verbod ontheffing verlenen.
De praktijk leert dat er geen problemen zij bij de toepassing van deze wet. Neemt niet weg dat in algemene zin tijdens evenementen rekening moet worden gehouden met geloofsgebouwen en daarin te houden eucharistievieringen (b.v. uitvaarten, huwelijk- en reguliere vieringen). Voor geloofsgebouwen gelden de volgende aanvullende regels:
• Tijdens uitvaarten en reguliere diensten mag geen muziekgeluid worden geproduceerd van meer dan 70 dB(C) op een gevel van een geloofsgebouw; • De entree van een geloofsgebouw moet altijd toegankelijk blijven; • Er mag geen sprake zijn van visuele hinder voor bezoekers van de geloofsgebouwen veroorzaakt door het evenement (b.v. disco lichtinstraling) • Op verzoek van het kerkbestuur moet tijdens vieringen het geluidniveau aangepast worden.
6.11 Aansluiting op het duurzaamheidsbeleid Meierijstad Gemeente Meierijstad heeft in 2018 een duurzaamheidsvisie opgesteld 18. We zetten ons in om tot een convenant te komen op het gebied van duurzaamheid met de organisatoren van (grotere) evenementen in Meierijstad.
6.12 Flora & Fauna In de Natuurbeschermingswet is naast de benoeming van een aantal beschermde soorten, een zorgplicht voor alle planten en dieren opgenomen (ongeacht of deze beschermd of onbeschermd zijn). De verantwoordelijkheid om aan deze wet te voldoen ligt primair bij een organisator. Het gaat om het feit of iemand weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten, nadelige gevolgen voor flora en/of fauna kunnen worden veroorzaakt. Wanneer hier sprake van is, is die persoon voor zover dit in redelijkheid kan worden gevraagd verplicht dit handelen achterwege te laten. Of de persoon moet alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om de gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. De gemeente heeft in deze een zorgplicht, deze vervult zij door organisatoren van evenementen op hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de flora en fauna te wijzen. De impact en doorlooptijd van onderzoek naar beschermde soorten heeft een wezenlijke invloed op de planning van activiteiten, dit is gebleken uit toepassing van de Natuurbeschermingswet bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen en ook bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten.
Wanneer de verwachting is dat dit in bepaalde gevallen ook bij de organisatie van activiteiten en/of evenementen complicaties op kan leveren ten nadele van de flora en/of fauna dan kan vooraf bij de vergunningverlening de handreiking toetsing natuurwetgeving worden geraadpleegd. Deze is opgesteld door de OmgevingsDienst Brabant Noord (OBDN) en wordt voornamelijk gebruikt bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning.
6.13 Bomenbeleid Bij evenementen kunnen activiteiten leiden tot beschadiging van bomen (stam, wortels en takken) zoals het rijden met zwaar materieel in de wortelzone, opslag van (zware) materialen, ontbreken van boombescherming etcetera. De gemeente Meierijstad heeft zich geconformeerd aan het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen.
18
Duurzaamheidsvisie Meierijstad 2050 (en uitvoeringsprogramma 2018-2021)
Voor het evenementenbeleid is met name hoofdstuk 2 ‘Werken rond bomen’ van belang (bijv. pag. 43 en 59). 19 Dit handboek is een zorgvuldige bundeling van gestandaardiseerde procedures, normen en kwaliteitseisen die betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Bij de vergunningverlening wordt hierover informatie verstrekt.
6.14 Afval Evenementen in het publieke domein veroorzaken vaak een enorme hoeveelheid afval. De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor het voorkomen van milieutechnische schade. Dat betekent dat hij na afloop van het evenement het terrein schoon op moet leveren. We zijn als gemeente bezig met zwerfafvalprojecten. Evenementen moeten voldoen aan het beleid ten aanzien van zwerfafval.
6.15 Gebruik plastic Organisatoren van evenementen worden verplicht om duurzame en veilige materialen te gebruiken. Dit wordt als zodanig ook opgenomen in de vergunning. De invulling van deze verplichting is maatwerk. Zo wordt in verband met de veiligheid bij evenementen en het voorkomen van glasincidenten het gebruik van plastic bekers gestimuleerd. Bij grote dan wel risicovolle evenementen kan het verplicht gesteld worden.
Tegelijkertijd moet uit oogpunt van duurzaamheid terughoudend om worden gegaan met plastic. Plastic wegwerpbekers worden na gebruik weggegooid, vertrapt en dergelijke. Dit leidt tot grote hoeveelheden afval. In bepaalde situaties worden organisatoren verplicht gebruik te maken van duurzame evenementenbekers, zoals polycarbonaat bekers, die hergebruikt kunnen worden. Vanaf juli 2021 is zogenaamde Single Use Plastic verboden. Plastic rietjes, bestek, borden en andere zogenaamde plastic disposables moeten vanaf dan geproduceerd worden van duurzame materialen. Het betreft Europees regelgeving die ook is verwerkt in het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik en wijziging BBV (Besluit beheer verpakkingen). Plastic bekers zijn voor zover het geen faombekers betreft, met deze richtlijn nog niet verboden. Dat komt in een later stadium.
6.16 Oplaten van ballonnen Ballonnen staan in de top 10 van plastic afval. Om deze reden nemen we voor evenementen een verbod hierop in op in de voorschriften van een evenementenvergunning. Voor alle duidelijk, het gaat hier om allerlei verschijningsvormen. Denk aan herdenkingsballonnen, vuurballonnen, sfeerballonnen, gelukslampionnen en -
19 Handboek Bomen 2018, Norminstituut Bomen, zie https://www.meierijstad.nl/home/alle-
onderwerpen_3130/product/evenement-organiseren_4.html Onder ‘meer informatie’.
ballonnen, wensballonnen, papierballonnen, etc. Het verbod geldt niet voor heteluchtballonnen. We nemen wel een mogelijkheid op tot ontheffing voor speciale gebeurtenissen bijvoorbeeld voor nationale feestdagen.
6.17 Aggregaten Sommige evenementen maken voor de stroomvoorziening gebruik van aggregaten met diesel als brandstof. Er zijn inmiddels ook andere mogelijkheden op de markt (bijv. op basis van mierenzuur). We gaan onderzoeken hoe we samen met organisatoren het gebruik van duurzame aggregaten kunnen bevorderen.
6.18 Vuurwerk Het afsteken van vuurwerk bij evenementen mag conform het Vuurwerkbesluit alleen plaatsvinden als het gaat om professioneel vuurwerk, waarvoor een ontbrandingstoestemming nodig is (besluit van provincie met verklaring van geen bedenking door de gemeente). Er zijn in het participatietraject signalen gekomen voor afschaffing van het afsteken van vuurwerk bij evenementen. We voeren geen algemeen vuurwerkverbod voor evenementen in. De winst voor milieu en dierenwelzijn is beperkt door het geringe aantal keren per jaar dat dit aan de orde is. Bij grote festivals is vuurwerk een belangrijk belevingselement (vaak ter afsluiting). Bij kleinere evenementen/festivals speelt dit niet (inzet professioneel vuurwerk is te duur).
6.19 Activiteiten in het luchtruim Voor het opstijgen en landen met heteluchtballonnen en helikopters is een ontheffing nodig van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Via één van de Omgevingsdiensten in Brabant verlenen zij jaarlijks een eenmalige generieke ontheffing per gemeente. De gemeente ontvangt hiervan een afschrift. In één van de bij deze ontheffing behorende voorschriften is bepaald dat de luchtvaartmaatschappij tenminste één werkdag van tevoren bij de provincie moet melden dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt, inclusief de betreffende locatie. Een afschrift van de melding verstrekt de provincie aan de gemeente. Aan het gebruik van drones zijn strikte regels gebonden. Zo mogen er geen drones boven mensen vliegen. Ook in zogenaamd ‘gecontroleerd luchtruim (klasse C)’ is het verboden (in dit luchtruim wordt luchtverkeer geregeld door de luchtverkeersleiding bijv. rondom vliegvelden als Eindhoven en De Peel). Buiten dat het in sommige gebieden niet is toegestaan om te vliegen, is er soms ook een vergunning nodig om met een drone te mogen vliegen. Dat heeft meestal te maken met het gewicht van een drone of de reden waar de drone voor wordt ingezet (bijvoorbeeld beroepsmatig). Voor meer info zie ook https://regelhulpenvoorbedrijven.nl/drones/ Ook op Europees niveau heeft de regelgeving rondom drones aandacht.
Het Europese Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart heeft richtlijnen over vlieghoogtes, gewicht van drones, leeftijdsgrenzen. Mogelijk dat dit in de (nabije) toekomst leidt tot aanvullende bindende regels.
6.20 Klic-melding Wanneer er sprake is van het machinaal roeren van de grond bijvoorbeeld: het graven met een kraan, het heien van palen, diep ploegen, stobbenfrezen en hekwerk plaatsen dan is er in de wet WION (Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Infra) verplicht gesteld om een klic melding (informatie opvragen bij het kadaster m.b.t. ondergrondse infra) te doen. Maar omdat met name de laatste jaren steeds meer netwerken ondergronds worden aangelegd is het verstandig om bij evenementen rekening te houden met deze ondergrondse infra. Bij evenementen waar grote tenten opgezet gaan worden, maar ook bij het zetten van een finishdoek voor een hardloop of wielerwedstrijd of bij het zetten van tijdelijke verkeersaanduidingen is het beter en in veel gevallen verplicht om een klic melding te doen. Het Agentschap Telecom is het bevoegd gezag en houdt hier controle op. Voor het niet hebben van een geldige klic melding kan het boetes uitdelen. Een klic melding is 20 dagen geldig. De uitvoerende partij is verantwoordelijk voor eventuele schades aan ondergrondse infra, dus die moet ook de klic melding doen. Tevens moet de uitvoerende partij ten tijde van de uitvoering aanwezig zijn op locatie. Deze informatie (klic melding) kan men doen bij het kadaster (www.kadaster.nl/klic). Bij onzorgvuldig handelen keren verzekeringsmaatschappijen bij een eventuele schade vaak niet uit.
Ook kan het Agentschap nog hoge boetes uitdelen bij het onzorgvuldig graven/ machinaal grondroeren. Al met al reden genoeg voor een evenementenorganisator om hier zorgvuldig mee om te gaan. Bij het verlenen van een evenementenvergunning kan worden opgenomen dat een klic melding moet worden gedaan.
6.21 Kamperen Volgens art 8.19 van de VFL (Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) is het verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod. De locatie wordt dan aangewezen in de evenementenvergunning. Hier wordt wel terughoudend mee omgegaan om te voorkomen dat er ‘overal’ bij evenementen gekampeerd wordt, terwijl Meierijstad ook beschikt over verblijfsrecreatie waar overnachten mogelijk is.
6.22 Toegankelijkheid In het kader van duurzaamheid bij evenementen wijzen we organisatoren op het belang van de volledige toegankelijkheid van alle evenementen voor mensen met een beperking. Door ratificatie van het VN-verdrag voor de rechten van de mens met een handicap betreft volledige toegankelijkheid inmiddels een verplichting voor organisatoren. Voor de daarvoor te nemen maatregelen wordt hier verwezen naar de “Checklist toegankelijkheid evenementen”,
die
te
vinden
is
op
de
website
van
de
stichting
Toegankelijk
Meierijstad
(STM)
(www.toegankelijkmeierijstad.nl). We nemen deze checklist ook op op de website van Meierijstad en sturen deze mee bij de vergunning. In het aanvraagformulier voor een vergunning vragen we specifiek op welke wijze rekening is gehouden met toegankelijkheid.
6.23 Alcohol- en drugsmisbruik tegengaan Bij veel evenementen kan het publiek zwakalcoholhoudende dranken kopen voor direct gebruik ter plaatse. Als het evenement niet plaatsvindt in een reguliere horeca-inrichting, die in het bezit is van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en horecawet, is hiervoor een ontheffing ingevolge artikel 35 van die wet nodig. Deze ontheffing wordt verleend voor bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard. Voorwaarde is dat de drankverstrekking gebeurt onder de directe leiding van een persoon, die niet van slecht levensgedrag is en minimaal 21 jaar oud is. Op een ontheffing kunnen meerdere leidinggevenden vernoemd staan. De ontheffing kan worden verleend voor een aaneengesloten periode van ten hoogste 12 dagen en aan de ontheffing worden voorschriften verbonden. De burgemeester kan aanvullende voorwaarden stellen voor deze ontheffingen. Een organisator is verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen voor een verantwoord alcoholgebruik. Daarnaast moet hij maatregelen treffen om het alcoholgebruik onder de 18 jaar te voorkomen (www.nix18.nl). In Meierijstad geldt een zero tolerance beleid aangaande het gebruik van drugs bij evenementen. Drugs zijn niet toegestaan. In regionaal verband wordt in samenwerking met het Openbaar Ministerie gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor drugsbeleid.