B23b Bijlage 1 - 'Koplopers zonder fritessnijders, Sandwyck als pilot’
Tekst van het document
Koplopers zonder fritessnijders
Sandwyck als pilot PE T ER VA N R O OY
Het tragische van het leven komt voort uit het feit dat mensen onverenigbare idealen nastreven. Het ene ideaal nastreven betekent in de praktijk het andere opgeven. Mensen hebben tegenstrijdige belangen en verlangens die door geen enkele ideale maatschappijvorm of welke andersoortige vooruitgang ook kunnen worden opgeheven. Tegenstrijdige belangen en verlangens bestaan dus niet alleen tussen maar ook in mensen. Persoonlijkheid is het onverenigbare bijeenhouden, met de moed der wanhoop of gewoon met ongeremde levenslust. Isaiah Berlin in 1958
Met andere woorden Over hoe taal onze verbeelding kan bevrijden in het denken over wonen en ruimte Hoe we praten over de wereld, bepaalt hoe we haar zien. Noem iets ‘schaarste’ en je denkt aan tekorten. Noem het ‘uitnodiging tot delen’ en er gebeurt iets heel anders. Taal is niet een middel tot communicatie, het is de architectuur van onze mentale en emotionele wereld. En daar wringt het: bestuurders en burgers spreken elk hun eigen taal en verstaan elkaar steeds minder. Omdat we onze taal, en daarmee onze verbeeldingskracht, hebben ingekapseld in regels. Zo zijn we vergeten dat ruimte niet alleen gepland, maar ook geleefd wordt. De oplossing? Niet met nóg een regel, maar met andere woorden. Of beter nog: een nieuwe manier van kijken, denken, verbeelden, zeggen. Want wie de taal verandert, opent ruimte. Maarten van der Weg, wijsgerig ingenieur
Koplopers zonder fritessnijders Sandwyck als pilot
PETER VAN ROOY
Voorwoord Voorwoord Redeneerlijn Nawoord Verwijzingen Colofon
3 8 32 35 36
Hans Mommaas, Academische Werkplaats Brede Welvaart, Tilburg Universiteit Wat bij pleidooien voor het Grote Schrappen juist opvalt is het gebrek aan detail, het korte geheugen, de bijziende blik, de technocratische slag, het populisme.
Er waart een spook door de wereld. Dit keer niet, zoals bij Karl Marx, van het communisme, maar van de ‘deregulering’. Of het nu gaat om de woningbouw en de energietransitie in eigen land of het grote infrastructuur programma onder Joe Biden in de Verenigde Staten1, we lopen aan tegen de grenzen van de maakbaarheid in een zelfgecreëerde complexiteit. Vervolgens is de analyse snel gemaakt. We doen het onszelf aan. In een voortgaande poging om het beest van de kapitalistische ontwikkeling te temmen hebben we een veelheid van economische, sociale en omgevingsregels opgetuigd. Die regels zijn stuk voor stuk ingegeven door een op zichzelf alleszins te rechtvaardigen streven naar het best mogelijke leven voor het grootst mogelijke aantal mensen: hier en nu, hier en daar, nu en straks. Van regels met betrekking tot de arbeidsomstandigheden in bedrijven, de veiligheid in het verkeer, het leefklimaat in woningen, de bescherming van natuur en cultureel erfgoed, tot aan regels over de omgangsvormen tussen staat en burgers, in eigen land en ver daarbuiten. Vervolgens blijken die regels, en de daarop gebaseerde beleids- en wetgevingsprogramma’s, te doen waartoe ze in het
2
3
leven zijn geroepen; ze geven richting, rust en ruimte, maar ze stellen ook grenzen. En dat niet alleen stuk voor stuk, maar meer nog in gezamenlijkheid en in de doorwerking naar elkaar. De verduurzaming van de energievoorziening, onderdeel van het collectieve streven naar het goede leven, loopt aan tegen de bescherming van de omgevingskwaliteit en de veiligheid van burgers; van de geluidsniveaus en de slagschaduw van windturbines, via de ruimtelijke inpassing van de netversterking tot aan de eindopslag van kernafval. Vervolgens is de neiging om regels te verfijnen, om uitzonderingen te maken, versnellingsprogramma’s te verkennen, ‘stoere’ commissies in te stellen, maatregelen vooruit te schuiven. Het is om gek van te worden. Waar is de tijd gebleven van de grote Industriële Revolutie, van de cultivering van de Woeste Gronden, van de stedelijke grandeur van de Volkshuisvesting, van de heroïsche Deltawerken. En dus is er de roep om kettingzagen en bezems, van links tot rechts: De Grote Vereenvoudiging. Schrappen is het devies.
baar blijven of tot onbedoelde gevolgen (‘perverse consequenties’) leiden. Goed om na te gaan of we daar überhaupt voldoende oog voor hebben. Of we daartoe voldoende lerend vermogen en terugkoppelmechanismen in ons beleid hebben ingebouwd. Wat werkt wel en wat werkt niet? En wat doen we met de bevindingen? Komt het verder dan een Commissie Algemene Regeldruk? En natuurlijk is het verstandig om te bezien of we bij de toepassing van die regels de onderlinge wisselwerking niet slimmer kunnen vormgeven, bijvoorbeeld door opeenvolgende ontwerp- en besluitvormingsfasen meer samenhangend met elkaar te organiseren. Of door, zoals met de Omgevingswet, de onderlinge afweging uit de sfeer van de wetgeving naar de sfeer van het beleid te verplaatsen, zodat we daar eerder, zoals in de verkennende fase van de ontwerp- en visievorming aan toe kunnen komen. Wat meer discretionaire beslisruimte in de planvorming en de uitvoering komt daarenboven, mits doordacht en navolgbaar benut, zowel de ambtelijke professionaliteit als de politiek-maatschappelijke legitimiteit en het vernieuwingsvermogen ten goede.
Maar dat zal niet helpen. Natuurlijk: het is altijd goed om van tijd tot tijd te bezien of regels daadwerkelijk nog beantwoorden aan waar ze oorspronkelijk voor zijn bedoeld. Of we, bijvoorbeeld door veranderende omstandigheden zoals een dreigende oorlog, ondertussen de prioriteiten niet anders zijn gaan wegen. Of om van tijd tot tijd te bezien of regels in hun onderlinge doorwerking daadwerkelijk effectief hanteerbaar en uitvoer-
Maar daar is het bij het Grote Schrappen allemaal niet om te doen. Was het maar waar. Dat zou daadwerkelijk leiden tot ‘slimmer’ beleid. Veel te ingewikkeld. Wat bij pleidooien voor het Grote Schrappen juist opvalt is het gebrek aan detail, het korte geheugen, de bijziende blik, de technocratische slag, het populisme. Alsof met het schrappen van regels ook als bij toverslag de maatschappelijke zorgen weg zijn die aan de ooit ingestelde regels ten grondslag
4
5
liggen. Alsof je met het schrappen van regels simpelweg de tijd een paar decennia kunt terugzetten, social media kunt wegdenken, informatie doen verdwijnen en het maatschappelijke debat stilzetten. Alsof wanneer je het schrappen van regels in verschillende beleidsdomeinen gaat kopiëren (niet alleen voor de woningbouw en de energietransitie, maar ook voor de waterveiligheid, zoetwatervoorziening, defensie, infrastructuur, natuurherstel, zandwinning, voedselzekerheid…) niet evident de maatschappelijke complexiteit doet toenemen en conflicten verharden. Alsof we niet allang weten dat dat soort van kortzichtig confrontatiebeleid uiteindelijk zijn eigen tegenmacht oproept. Denk ‘Barendregt’, denk ‘Lelystad’, ‘Groningen’, ‘stikstof’. Alsof we niet allang alternatieven voorhanden hebben voor het slimmer omgaan met maatschappelijke complexiteit. Denk Ruimte voor de Rivier, denk Kolenkit Amsterdam, A2 ondertunneling Maastricht, Paleiskwartier Den Bosch, stationsgebied Utrecht. Allemaal voorbeelden van breed, precies en bijtijds nadenken, nieuwe combinaties zoeken, vinger aan de pols en meebewegen met bevindingen. Goed beschouwd behoren de regelsnijders tot hetzelfde gilde als de fritessnijders waar het in dit boek over gaat. Beide delen de hang naar een overzichtelijke, planbare werkelijkheid, zij het dat de regelsnijders zich gehinderd voelen door een teveel aan spijltjes.
Als we er nu maar een paar weghalen dan kunnen we efficiënt doorgaan met frites snijden. Daarbij hebben ze niet in de gaten dat het juist het frites snijden is dat
6
de verdere verfijning in de regelgeving veroorzaakt. Juist doordat in de wedloop om snel gewin steeds de uiterste grenzen van de milieugebruiksruimte worden opgezocht, resteert de bredere samenleving niets anders dan steeds opnieuw meer verfijnde eenduidige grenzen te stellen aan wat wel en wat niet mag. Dát is de echte achtergrond van de stapeling van regels. Ze wordt voortgedreven door slechte ervaringen uit het verleden, niet door de gedroomde toekomst (laten we eens lekker regels maken…). We zouden zonder regels kunnen wanneer eenieder oprecht en te goeder trouw, gebaseerd op een gedeeld beeld van een volhoudbare toekomst, op zoek gaat naar de beste combinatie der dingen. Zolang dat niet het geval is, en dat zal altijd zo blijven want ideeën over het goede leven verschillen nogal, gelukkig maar, hebben we regels nodig. Vervolgens is het de kunst om contextbewust met die regels om te gaan, met oog voor de bredere realiteit van waarden, rechten en belangen die daarbij een rol speelt. Om in de context van die bredere realiteit (denk ‘Brede Welvaart’) bijtijds op zoek te gaan naar alternatieve mogelijke toekomsten, afhankelijk van de beschikbare omstandigheden (denk ‘Omgevingseffectrapportage’). Juist om altijd aanwezige conflicten tussen waarden, rechten en belangen vóór te zijn.
Meer een pizzabakker die met veel verbeeldings- en ervaringskracht maximaal gebruik weet te maken van beschikbare ingrediënten, dan een fritessnijder op zoek naar de standaard aardappel voor een minimale hoeveelheid spijltjes.
7
Redeneerlijn 1. Brede welvaart als overtuigende koers In essentie gaat het om volhoudbaar doorontwikkelen zonder verdere uitputting van bodem, water, natuur, zeeën en oceanen en uitbating van mensen.
Halverwege vorige eeuw deed een groep vooraanstaande filosofen verbonden aan de Frankfurter Schule de oproep om werk te maken van verduurzaming. De onstuimige groei van welvaart zou niet volhoudbaar zijn, noch voor de natuur, noch voor werkende
mensen. In 1972 verscheen ‘Grenzen aan de groei’, het eerste rapport van de Club van Rome dat zeker in Nederland insloeg als een bom. Prominente politici vroegen aandacht voor mogelijke gevolgen van ongebreidelde economische groei. In 1987 kwam de VN-commissie onder leiding van de Noorse premier Gro Harlem Brundtland met ‘Our Common Future’. Het is een indringende oproep werk te maken van sustainable development. In essentie gaat het om volhoudbaar doorontwikkelen zonder verdere uitputting van bodem, water, natuur, zeeën en oceanen en uitbating van mensen. Kort en goed: een balans tussen people, planet en profit. Anno nu houdt een groeiende groep van wetenschappers, politici, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en burgers een pleidooi voor een brede welvaartsaanpak. Hiermee doelen zij op een balans tussen sociaal (people), ecologie (planet) en economie (profit). Het is de tegenhanger van smalle welvaart waarin alles draait om inkomen, consumptie en bezit.
Verkoop streekproducten in Sint Oedenrode. (Foto: Ruud Clynk)
8
9
2. Minderen bij een meerderheid niet populair Daadwerkelijk per saldo minderen is slechts voor een smaldeel van de samenleving weggelegd en legt het in een open liberale democratie als in Nederland vooralsnog af.
De toekomst van de mensheid is een collectieve opgave van acht miljard individuen. De transities die nodig zijn om het op deze planeet vol te houden zijn immens. Ondanks of dankzij de enorme opgaven stellen onze relativering slechts één van de acht miljard mensen te zijn, ons calculerend denken in het hier en het nu, onze bejubeling van het individu en onze permanente verleidingen de noodzakelijke daad-
kracht zwaar op de proef. Anders dan gedacht tijdens de coronapandemie vliegen en cruisen we vaker dan ooit. In Nederland neemt het aantal (steeds grotere) personenauto’s toe richting tien miljoen. Onze vleesconsumptie is al jaren stabiel en nabij de A12 in Duiven lopen velen warm voor het fastfoodwalhalla van Europa. Het (drink)watergebruik loopt tegen grenzen aan. Installateurs van airconditioners kunnen de vraag niet bijbenen. Het aantal grote festivals telt op tot ruim duizend per jaar. Impulsaankopen van kleding en prullaria tikken records. Zelfs een flink deel van de beoogde rookvrije generatie is niet verschoond van verslaving aan alcohol, drugs, gokken of vapen. Het kan wel degelijk anders maar zodra het kunnen ons niet bevalt trekken we het moeten in twijfel om zo het willen in bedwang te houden. Daadwerkelijk per saldo minderen is slechts voor een smaldeel van de samenleving weggelegd en legt het in een open liberale democratie als in Nederland vooralsnog af. Niet voor niets spreekt Kim Putters van navigeren op het smalle pad naar brede welvaart2 . Het moet dus anders om te doen ervaren dat brede welvaart ons als mens zoveel meer maakt dan een begerige consument.
Lakedance festival in Best. (Foto: Maurice Vinken)
10
11
3. V eranderen genereert bij velen nieuw perspectief In het advies van voormalig president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi in 2024 is intersectoraal samenwerken een voorwaarde om in deze hoog competitieve wereld onze welvaart en ons welzijn op peil te kunnen houden.
Een ruime meerderheid voelt vooralsnog niet voor minderen maar staat wel open voor verandering in een richting die houvast en hoop voor de toekomst biedt. Een vrijwel apolitieke richting: niet links, niet rechts maar met gezond verstand koersvast op korte én lange termijn in de geest van de Frankfurter Schule, de Club van Rome, de Verenigde Naties, de
Wereld Gezondheidsorganisatie en talloze andere gremia zonder belangen anders dan onze toekomst. Het gaat om veranderingen die per saldo meer voordan nadelen oproepen. Enkele voorbeelden. Mobiliteit die zorgt voor bereikbaarheid en transport in combinatie met leefbaarheid en veiligheid. Voedselproductie zonder uitputting van bodem en water en met verbinding tussen producent en consument. Woningbouw die appelleert aan leven in gemeenschappen met omkijken naar elkaar, voorbij anonimiteit en onverschilligheid. Recreatie in combinatie met geestelijke en lichamelijke gezondheid. Natuur voor plant en dier alsook voor inspiratie en blijvende reflectie op ons handelen in deze ultradynamische tijd. Om optimaal te kunnen functioneren hebben mensen het namelijk nodig zich ook in eenzaamheid te kunnen terugtrekken3. Dergelijke veranderingen overstijgen en verbinden per definitie meer sectoren. Sector overstijgende samenwerking was in het advies van voormalig voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors in 1994 nog een aanbeveling. In het advies van voormalig president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi in 2024 is intersectoraal samenwerken een voorwaarde om in deze hoog competitieve wereld onze welvaart en ons welzijn op peil te kunnen houden.
Land van Kien in Sint Oedenrode. (Beeld: Goed Werk Communicatie)
12
13
4. F ritessnijders van overheden desastreus voor verandering Het ene spijltje gaat in de mayonaise van de energietransitie, het andere in de ketchup van de woningbouw, weer een ander spijltje in de piccalilly van infrastructuur tot en met de mosterd van waterveiligheid.
De oproep tot intersectoraal denken en handelen staat haaks op de praktijk van steeds verfijnder meten, organiseren, specialiseren en verantwoorden. De feitelijke ‘brede’ realiteit raakt ondergeschikt aan bedachte ‘smalle’ systemen met toeslagenaffaires als
gevolg. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het minstens zo ernstig, wetende dat alles met alles samen hangt en dat ingrepen eeuwenlang een stempel kunnen drukken op de leefomgeving. Als je een gebied ziet als een aardappel op de kaart van Nederland, dan gaat vrijwel elke aardappel door fritessnijders van politici, bestuurders en beleidsmakers om per spijltje te worden geholpen richting gedachte toekomst. Het ene spijltje gaat in de mayonaise van de energietransitie, het andere in de ketchup van de woningbouw, weer een ander spijltje in de piccalilly van infrastructuur tot en met de mosterd van waterveiligheid. Er zijn spijltjes die in nog verfijnder spijltjes worden gesneden of zelfs volledig tot zetmeel worden vermalen om maar meetbaar precisiewerk te kunnen leveren. Vervolgens is het aan de samenleving er weer een levende aardappel van te maken. Dat dit geen sinecure of ronduit onmogelijk is haalt vrijwel dagelijks het nieuws. De geconstrueerde complexiteit is een miljarden verslindend monstrum dat vooral een verdienmodel is voor adviseurs en advocaten en een banenmotor voor rijksambtenaren4. Bij gevolg versterkt het de krapte op de arbeidsmarkt die door opeenvolgende crises en geopolitieke spanningen al ontoereikend is om te doen wat nodig is.
Kaart van Nederland in aardappels met fritessnijder. (Foto: Ruud Clynk)
14
15
5. Omgaan met regels in context van snelle veranderingen Wellicht kan het volledige regelwoud op basis van data-analyses via artificiële intelligentie in kaart worden gebracht.
Ondanks een enorme volatiliteit in de volksvertegenwoordiging op Europees, nationaal, provinciaal, gemeentelijk en waterschappelijk niveau blijft de noodzaak van verduurzaming meer of minder op de politieke agenda staan, al is het alleen maar om reden van verplichtingen in het kader van internationale verdragen. Daarnaast zijn de oplopende kosten van natuurrampen al dan niet als gevolg van klimaatverandering evenmin te ontkennen. Denk aan bosbranden, droogte, orkanen en overstromingen. Ook
de kosten van gezondheidszorg rijzen door tal van oorzaken de pan uit5 en dat de kwaliteit van bodem, lucht, voedsel en water hierin een serieuze rol speelt wordt breed onderkend. Overheden sturen op verduurzaming voornamelijk via wetten, regels en regelingen. Door de eeuwen heen zijn het er zoveel dat letterlijk niemand door de bomen het bos nog ziet. Logisch, want elke tijd vraagt om nieuwe regels en heroverwegen of opruimen van oude regels is niet onze sterkste kant. Zo bepaalt de Akte van Mannheim uit 1868 nog steeds dat transport over water tussen Rijn en Noordzee boven transport over land gaat. Kilometers ronkend wegverkeer in de wacht voor passage door een binnenvaartschip zijn hiermee verklaard. Wellicht kan het volledige regelwoud op basis van data-analyses via artificiële intelligentie in kaart worden gebracht. Mogelijk wordt dan inzichtelijk welke wetten, regels en regelingen elkaar versterken of juist tegenwerken. Dat laatste is een doorn in het oog van welwillende ondernemers en particulieren. Zij ervaren de kloof tussen politieke intenties, hardnekkige routines en niet te rijmen combinaties vrijwel dagelijks.
Uitleg van Omgevingswet aan ambtenaren van gemeenten. (Foto: Peter van Rooy)
16
17
6. Meer souplesse voor koplopers brede welvaart In onze open liberale democratie is voor de transities waarover we spreken zoveel meer nodig dan abstract beleid, regeerakkoorden, verdragen of met veel aplomb gepresenteerde green deals.
Wetten, regels en regelingen lopen achter de realiteit aan. In onze tijd van ultradynamiek op alle schaalniveaus is onze sturing daardoor per definitie gemankeerd. Dit knaagt aan het gezag van het openbaar bestuur zoals permanente waterdruppels zelfs het hardste gesteente doen uithollen. Een intelligentere
sturing ligt voor het oprapen: durf op gebiedsniveau onderscheid te maken tussen koplopers en het peloton van ondernemers binnen het midden- en kleinbedrijf. Geef vervolgens de koplopers het vertrouwen dat zij zonder fritessnijders verantwoordelijkheid nemen om het ‘goede’ in de richting van brede welvaart te doen. Alleen al erkenning van het zijn van koploper maakt vrijwel zeker zoveel mentale en creatieve energie vrij dat stappen worden gezet die appelleren aan de roep om betekenisvol te kunnen werken. Maatschappelijke armoede door geldelijke rijkdom in combinatie met een even comfortabel als nietszeggend bestaan, kan dan zomaar plaats maken voor een brede beweging in de geest van waar al een halve eeuw kilometers beleidsrapporten over zijn geschreven. In onze open liberale democratie is voor de transities waarover we spreken zoveel meer nodig dan abstract beleid, regeerakkoorden, verdragen of met veel aplomb gepresenteerde green deals6. Zeker in Nederland als decentrale eenheidsstaat zijn fundamentele veranderingen lastig van bovenaf op te leggen.
Of het nou gaat om bibliotheken, buurtzorg, cultuurinstellingen, drinkwaterbedrijven, droogmakerijen, energiebedrijven, natuurbescherming, omroepen, spoorwegen, voedselbanken, voedselbossen, vuilophaaldiensten, waterschappen of woningcorporaties, het zijn stuk voor stuk uitvindingen van bevlogen personen die pas later zijn geïnstitutionaliseerd door overheden. Serieus uitnodigen van de samenleving is dus geen gekke gedachte.
Olifanten op de weg. (Foto: Simon Humler)
18
19
7. Niet alles kan altijd en overal Zo is traditionele woningbouw op overstromingsgevoelige plekken niet slim en door dat ruimtelijk uit te sluiten neemt de betreffende gemeente verantwoordelijkheid voor de toekomst van haar inwoners.
Voor alle consumptie in Nederland hebben we driemaal zoveel ruimte nodig dan ons areaal groot is. In dit opzicht is Nederland vergelijkbaar met stadsstaten zoals Singapore7. Toch lijkt in ons digitale maakbaarheid denken alles overal en altijd te kunnen.
Het besef dat de werkelijkheid anders is was er al in 1958. Toen verscheen een ruimtelijk plan voor de Randstad Holland, in 1960 gevolgd door de Eerste Nota over de Ruimtelijke Ordening voor het hele land. Rond de eeuwwisseling heeft de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening het op de valreep niet gehaald als gevolg van de val van het Kabinet Kok-II over de Nederlandse rol in de genocide in Srebrenica. Vervolgens ontstond het beeld dat Nederland in ruimtelijk opzicht grotendeels af is en dat ruimtelijke ordening nog voornamelijk een procesaangelegenheid is. Thans ervaren we de gevolgen van te vrijblijvend omgaan met de schaarste van ruimte en tekent zich een wedergeboorte van ordening van ruimtelijke functies af. Een nieuwe Nota Ruimte met een regierol van het Rijk is vergevorderd. Sinds 2024 is de Omgevingswet van kracht. Die bepaalt onder meer dat elke gemeente voor haar grondgebied een Omgevingsvisie maakt en voor ruimtelijke sturing in deelgebieden gebruik kan maken van gebiedsvisies en programma’s. Binnen die kaders is het puzzelen met ruimtelijke functies op een per definitie te krappe Legoplaat. Via beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming binnen gemeenten wordt bepaald waar welke functie het meest logisch is.
Zo is traditionele woningbouw op overstromingsgevoelige plekken niet slim en door dat ruimtelijk uit te sluiten neemt de betreffende gemeente verantwoordelijkheid voor de toekomst van haar inwoners.
Gemeentelijk informatiebord in Den Haag. (Foto: Peter van Rooy)
20
21
8. Herstel vertrouwen leefwereld en systeemwereld Willen we als samenleving kunnen leren van een pilot is beantwoording van het waarom van grensverleggingen van eminent belang.
Erkennen van koplopers met een wenkend perspectief richting brede welvaart door overheden is de helft van het verhaal. Erkennen van ruimtelijke visies inclusief onderliggende gidsprincipes8 door koplopers is de andere helft. Buiten de lijntjes mogen kleuren geeft immers geen vrijbrief om beleid naar eigen hand te zetten en er een vrijstaat van te maken. Willen we als samenleving kunnen leren van een pilot is beantwoording van het waarom van grensverleggingen van eminent belang. Alleen op die manier kunnen we snelheidsremmers aan de voorkant signaleren en zo mogelijk al in dat stadium uit de weg ruimen. Geleidelijk ontstaan dan nieuwe routines en kan op zijn minst een deel van de fritessnijders verdwijnen.
Op provinciaal niveau zijn in Brabant in de periode 2012-2020 ervaringen opgedaan met het selecteren van potentiële koplopers en het voor hen mitigeren van beleidsregels. Een onafhankelijke meerwaardecommissie heeft vijftien initiatieven op locatie bezocht en heeft vanuit verschillende invalshoeken doorgevraagd naar motieven en naar aard en omvang van snelheidsremmers. Voor een deel van de initiatieven lag de bal bij overheden: geconstateerde snelheidsremmers zijn op bestuurlijk niveau waar mogelijk weggenomen door afwijking van de Omgevingsverordening door middel van een proactieve aanwijzing. Voor een ander deel lag de bal bij initiatiefnemers: veronderstelde snelheidsremmers waren een gevolg van onvoldoende verdieping in ruimtelijke visies en vooral het waarom ervan. Naast snelheidsremmers van overheden en luchtkastelen van initiatiefnemers heeft de commissie zowel een kwalitatieve als een kwantitatieve schaarste aan analysecapaciteit binnen overheden geconstateerd9. Het gaat om diepgang en scherpte in het doorvragen naar waar het feitelijk op vast zit. Herstel van vertrouwen tussen leefwereld en systeemwereld is de enige manier om uit de thans verlammende draaikolk te zwemmen. De leefwereld staat voor de persoonlijke ervaringswereld van mensen, vanuit het ‘zijn’ met inbegrip van intuïtie en spiritualiteit.
De systeemwereld is de wereld van procedures, regels en wetten van overheden. Beide ‘werelden’ zijn in hun complementariteit tot elkaar veroordeeld.
Koffiekopjes om aardappel als beeld van Sandwyck. (Foto: Ruud Clynk)
22
23
9. Sandwyck als pilot voor brede welvaart De voorgestane gebiedsontwikkeling is ingezet maar kan sneller en met minder (mega)inspanningen en minder advieskosten door toekenning van een tijdelijk bijzondere pilotstatus aan Sandwyck (status aparte).
Sandwyck is gelegen tussen Eindhoven, Veghel en de Kampina (Natura-2000). Het is een voormalige heideontginning van circa 1620 hectare met nog steeds een pioniersgeest bij vooral kleine ondernemers. Bestuurlijk maakt het deel uit van de gemeenten Best, Meierijstad en Son en Breugel alsook van Provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel. Het is een ‘vergeten’ gebied in nationale en provinciale programma’s. Zo maakt het geen deel uit van de zestien NOVEX-gebieden, ontbreekt het in het Brabants Programma Landelijk Gebied, ligt het evenmin in het Natuur Netwerk Brabant en is geen Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak van toepassing. Wel maakt het deel uit van het Van Gogh Nationaal Park maar daaruit vloeien geen formele verplichtingen voort10 11. Evengoed is niets doen geen optie, zeker niet in deze hoge drukregio waar elke vierkante meter telt voor datacentra, defensie, energietransitie, infrastructuur, recreatie, technologische maakindustrie en woningbouw. Een hek erom is niet realistisch en zou ook de bestaande situatie onterecht verheerlijken. Behoud van kernkwaliteiten kan alleen door passende doorontwikkeling die zich verhoudt tot brede welvaart12 .
24
Betrokken gemeenten en het waterschap hebben een gedeelde kijk op de toekomst van het gebied13. Het blijft een landelijk overgangsgebied met gezondheid als centraal thema en alles wat daarbij past: primair denken vanuit water en bodem, oog voor biodiversiteit, verspreide bebouwing met onderlinge verbindingen in het coulisselandschap, uiteenlopende vormen van voedselproductie, waterwingebied, enkele nieuwe woonkernen met betaalbare woningen, passende bedrijvigheid van midden- en kleinbedrijf, recreatief medegebruik ook vanuit Eindhoven en ’s-Hertogenbosch, als gebied minimaal energieneutraal en nieuwe ontsluitingen vooral voor fietsers, rolstoelgebruikers, ruiters en wandelaars. Beleving en biodiversiteit gaan hand in hand met wonen en werken. Hier dus een balans tussen ecologie, economie en sociaal. In deze richting worden al stappen gezet. In het deel van Son en Breugel tekent zich een eerste nieuwe woonkern af met betaalbare, bio-gebaseerde, circulaire en energie-passieve woningen inclusief gemeenschappelijke buitenruimte14. Via collectief particulier opdrachtgeverschap is het de start van een leefgemeenschap. Wonen is immers leven, en dat doe je samen. In dezelfde gemeente zet een nieuwe generatie binnen een reeds getransformeerde intensieve veehouderij overtuigende stappen richting fysieke en geestelijke gezondheid, inspiratie, (mantel)zorg en zingeving15.
In het deel van Best ondertekenen de gemeente en de initiatiefnemers van een duurzame, biologische en educatieve kringloopboerderij16 een samenwerkings-
25
overeenkomst voor afstemming rond het verbouwen en transformeren van een historische langgevelboerderij. Aanleiding is onder meer een niet binnen het Omgevingsplan passende recent gerealiseerde kelder vóór in plaats van ónder de oude boerderij. De overeenkomst stoelt op onderling vertrouwen, wederzijds begrip en zorgvuldige communicatie. De voorgestane gebiedsontwikkeling is ingezet maar kan sneller en met minder inspanningen en advies-
kosten door toekenning van een tijdelijk bijzondere pilotstatus aan Sandwyck (status aparte). Hierdoor kan gemotiveerd buiten strakke lijnen van regulier geldende kaders worden gekleurd. Gemeenten komen zo in de positie om weer of meer vertrouwen op te bouwen en zelf nieuwe routines te ontwikkelen. Gemeenten zijn voor ondernemers en particulieren met afstand de overheid die het dichtst bij de realiteit en de uitvoering van beleid staat.
Impressie van nieuwe leefkern in Sandwyck. (Beeld: Archiview)
26
27
10. Uitvindingen voor veel bredere toepassing In overdrachtelijke zin zou ook de bevrijding uit de cultuur van fritessnijders, incidentsturing, juridisering, overregulering en wantrouwen eveneens hier kunnen beginnen.
Sandwyck heeft alles in zich om als gebied koploper te zijn, ook voor provincie(s) en Rijk. Snelheidsremmers worden aangepakt of ontzenuwd, de mythe van de overheid als lamgeslagen bureaucratie wordt doorgeprikt en de mythe van inherent zelfzuchtige
en uitsluitend op eigen gewin gerichte ondernemers eveneens. Een vergelijking met de Overdiepse polder in Geertruidenberg en Waalwijk dringt zich op. Voornamelijk melkveehouders vernamen uit een dagblad dat hun polder nodig was voor berging van water bij extreme waterstand van de Maas. Zij hebben zich georganiseerd en gemeld bij een gedeputeerde die regelmatig een rondje polder fietste. Hieruit is een proces ontstaan dat de koploper is geworden van het veelgeprezen programma Ruimte voor de Rivier. Er zijn uitvindingen gedaan zoals de mogelijkheid van een omwisselbesluit: als bewoners en ondernemers in een gebied inhoudelijk betere oplossingen tegen vergelijkbare publieke kosten ontwikkelen, dan maakt het overheidsplan plaats voor het samenlevingsplan. Op deze wijze zijn terpen met daarop toekomstbestendige boerderijen ontstaan, met behoud van grazend melkvee in plaats van een moeras zonder voedselproductie. Aanvankelijk waren de bewoners banger voor de overheid dan voor het water. Gaandeweg sloeg het wantrouwen om in een gevoel serieus te worden genomen17. Tot slot een geste aan provincie en Rijk voor de beoogde grensverleggende ontwikkeling van Sandwyck.
Door te zijn ‘vergeten’ in nationale en provinciale programma’s ontstaat enerzijds ruimte voor een pilot maar zijn betrokken gemeenten en waterschap anderzijds voor investeringen in publieke voorzieningen volledig op zichzelf aangewezen. Zonder enige finan-
Operation Market Garden 1944 op Paulushoef in Son. (Foto: Carla van Overveld)
28
29
ciële ondersteuning in de geest van een geïntegreerde gebiedsregeling staan de ambities van meet af onder zware druk. Bijdragen van provincie en Rijk komen niet alleen het gebied ten goede maar ook de rest van Brabant en Nederland door permanent alert te zijn op veel breder toepasbare uitvindingen. Als we spreken over Sandwyck spreken we ook over het gebied waar op 17 september 1944 de bevrijding van Nederland is begonnen: zesduizend geallieerde parachutisten landden om Paulushoef waar de veteranen jarenlang bijeen zijn gekomen om hun ervaringen te delen. In overdrachtelijke zin zou ook de bevrijding uit de cultuur van fritessnijders, incidentsturing, juridisering, overregulering en wantrouwen eveneens hier kunnen beginnen.
Meer een pizzabakker dan een fritessnijder. (Foto: Noah Klaassen)
30
31
Nawoord Wilma Dirken, Gedeputeerde Ruimte en Wonen, Stikstof en Veiligheid, Provincie Noord-Brabant Wat mij steeds duidelijker wordt, is dat de systeemwereld ons vaak belemmert in het vinden van echte oplossingen.
In Brabant staan we voor grote maatschappelijke opgaven. Of het nu gaat om wonen, zorg, welzijn of ruimtelijke ordening: de uitdagingen zijn urgent en complex. Wat mij steeds duidelijker wordt, is dat de systeemwereld ons vaak belemmert in het vinden van echte oplossingen. Dat geldt voor het gebied Sandwyck, waar we vooruitdenken over de inrichting van de ruimte, maar net zo goed voor de manier waarop we wonen, zorg en welzijn organiseren.
te kijken naar de toekomst van dit gebied. Niet vanuit versnipperde belangen, maar vanuit een integrale visie. Want de ruimte in Brabant kunnen we maar één keer uitgeven. En als we alle opgaven een eigen plek willen geven, hebben we simpelweg niet genoeg ruimte. Als je niet oplet, slibt zo’n gebied in de loop van de tijd vol met allemaal legitieme ruimtevragers. Daarom is het zo belangrijk dat we leren van initiatieven als Sandwyck. Hoe kunnen we sectoraal beleid dienstbaar maken aan één gebied, aan één samenleving? Hoe zorgen we ervoor dat mensen zich thuis voelen, ook als ze ouder worden en hulp nodig hebben? Door samen te werken, regels te herzien en vooral: door te luisteren naar de mensen om wie het gaat. De toekomst vraagt om visie, durf en menselijkheid. Laten we die samen waarmaken.
Het Brabants Netwerk Wonen-Zorg-Welzijn heeft in een onlangs gepubliceerd pamflet laten zien dat de huidige aanpak om wonen, zorg en welzijn integraal aan te pakken piept en kraakt. De wachtlijsten groeien, passende woningen ontbreken en de zorgkosten stijgen. Maar het netwerk is ook hoopvol: het roept op tot fundamenteel anders denken, met de mens en zijn leefwereld centraal. Dat vraagt om lef, samenwerking en het slechten van sectorale schotten. Diezelfde benadering zie ik terug in Sandwyck. De gemeenten Best, Meierijstad en Son en Breugel nemen het voortouw om samen met de provincie en het Rijk
32
33
Verwijzingen 1 ‘The Big Deal’, ingezet onder voormalig VS president Joe Biden, een programma van in oorsprong een slordige 1,2 triljoen dollar. 2K im Putters, 2024. Inaugurele rede aan Tilburg Universiteit op 4 november 2024. 3 John Stuart Mill, 1886. Principles of Political Economy. 4 J aarverslag van het Rijk over 2024: van 113.533 rijksambtenaren in 2018 naar 157.019 in 2024. 5 Tien procent van het Bruto Binnenlands Product. 6H erman Tjeenk Willink, 2023. Het tij tegen. De democratische rechtsorde als fundament. 7C entraal Bureau voor de Statistiek, Monitor Brede Welvaart, mei 2025. 8P rincipes die tijdens een proces houvast bieden. Voor Sandwyck enkele voorbeelden: water en bodem leidend voor gebruik van ruimte, gezondheid als richtsnoer en als toetssteen, combineren van natuur en voedselproductie waar mogelijk en ongemotoriseerde mobiliteit alsook slimme deelautomobiliteit boven traditionele automobiliteit. 9P eter van Rooy, 2016. Overheidsparticipatie: gebiedsontwikkeling en Omgevingswet. 10 P eter van Rooy, 2018. In de voetsporen van Vincent. Narratief Van Gogh Nationaal Park. 11 M asterplan Van Gogh Nationaal Park Brabant: schetsboek voor het landschap van de 21e eeuw, 2020. 12 P eter van Rooy, 2024. SANDWYCK: Buitenkans voor Nederland vanuit het gebied.
13 V ooralsnog blijkens separate gebiedsvisies, toekomstvisie en watervisie als grondslag voor een gemeenschappelijke gebiedsvisie. 14 Ockhuizenweg 9 mede dankzij subsidie uit het Europese Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) alsook van Provincie NoordBrabant en inbreng van de grond door Gemeente Son en Breugel. 15 Paulushoef. 16 Buurderij Best. 17 P eter van Rooy, 2015. Overdiepse polder. Vijftien jaar overheidsparticipatie.
Sandwyck. (Kaart: Iris Penders)
34
35
Colofon Concept en tekst Peter van Rooy tenzij anders vermeld. Foto omslag Ruud Clynk. Vormgeving Jean-Paul Mombers (Made by Mombers, Halfweg). Druk HuigHaverlag Printing, Wormerveer. Uitgave Coöperatie NederLandBovenWater (www.nlbw.nl). ISBN 978-90-817100-8-4 © 2025. Alle rechten voorbehouden.
De politiek is er om de vrede te bewaren, regels te handhaven, niet om ons leven zin te geven. Ze dient een bescheiden rol in ons leven te spelen. In het domein van de cultuur moet juist alles mogelijk zijn, daar hoort totale vrijheid te heersen. Tussen beide sferen is natuurlijk een dialectiek, een wisselwerking, maar er hoort een filter tussen. Denkbeelden uit de kunsten horen het moeilijk te hebben om tot de politiek door te dringen. De toegang zou zo nauw moeten zijn als het oog van een naald. De fantasie aan de macht? Dat is een heel slecht idee, daar komen ongelukken van. Politiek als ambacht is een rationaliserend bedrijf, waarin zakelijk moet worden gehandeld. Alsjeblieft geen ruimte voor paniek, voor avontuur en waanzin, zoals die er in de cultuur wel mag zijn. Rüdiger Safranski in 2021
36
Fietsroute in en om Sandwyck
Steven Grevink, wethouder en ontwerper fietsroute 1 km 5 km
Brede welvaart staat voor verduurzaming en wordt door onafhankelijke werelddenkers al driekwart eeuw als overtuigende ontwikkelrichting gezien. Hiervoor minderen is echter weinig populair. Veranderen daarentegen genereert bij velen nieuwe hoop. Verandering wordt echter in de weg gestaan door fritessnijders van overheden en een regelwoud waarin letterlijk niemand door de bomen het bos nog ziet. Door koplopers onder ondernemers te erkennen en hen ruimte te geven zo nodig buiten de lijntjes te kleuren, kan nieuw elan ontstaan. Sandwyck leent zich als buitengebied tussen Eindhoven, Veghel en de Kampina voor een pilot om woorden om te zetten in daden. In één van de slimste regio’s van Europa worden hiervoor vrijwel zeker uitvindingen gedaan die ook in de rest van Nederland toepasbaar zijn. Als we spreken over Sandwyck spreken we ook over het gebied waar op 17 september 1944 de bevrijding van Nederland begon. In overdrachtelijke zin zou ook de bevrijding uit de cultuur van fritessnijders, incidentsturing, juridisering, overregulering en wantrouwen eveneens hier kunnen beginnen.