B20b bijlage 1 advies OMWB Nyrstar
Tekst van het document
Provincie Limburg Directie OMGEVING / Omgevingsvergunning Mevrouw A. Willekens Universiteitslaan 1 B-3500 HASSELT Zaaknummer:
Geachte mevrouw Willekens,
Z2025-00013059 Uw kenmerk:
Naar aanleiding van de door u aan ons toegezonden aanvraag om omgevingsvergunning van NV Nyrstar Belgium voor het bedrijf aan de Fabrieksstraat 144 te Pelt, kunnen wij u het volgende mededelen. In het kader van dit adviesverzoek hebben wij advies hierover ingewonnen bij het Waterschap De Dommel. Immers de lozingen van Nyrstar Belgium vinden plaats in de Eindergatloop die vervolgens uitmondt in De Dommel. De Dommel stroomt vervolgens vanuit België Nederland binnen. Het Waterschap De Dommel is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in het stroomgebied van De Dommel. Het advies van het Waterschap De Dommel is hieronder weergegeven. De provincie Noord-Brabant neemt dit advies over en brengt dit als adviesorgaan in bij dit dossier. Dat betekent dat wij ons genoodzaakt zien een negatief advies te geven op basis van de beschikbare informatie. We verwachten dat met het verlenen van deze vergunning onvoldoende zicht is op herstel van de aquatische ecologie en terrestrische natuur in en nabij de Dommel.
OMV_2024156211 Onderwerp: Advies NV Nyrstar Belgium, locatie Pelt Ons kenmerk: D2025-00132066 Behandeld door: E. Keller – van den Oetelaar 06 52 85 75 13 Datum: 27 juni 2025 Bijlage(n): -
Wij willen nadrukkelijk dit moment aangrijpen om met u en de andere betrokken overheden aan beide zijden van de grens in overleg te treden, dan wel bestaande overlegtrajecten te intensiveren om tot afspraken te komen. Wij hopen hiermee te borgen dat uiteindelijk aan beide zijden van de grens voldaan kan worden aan de normen in een goede balans tussen economie en ecologie. Advies De nieuwe vergunningaanvraag is weer een stap naar vermindering van de belasting van de productie van Nyrstar op de waterkwaliteit van de Eindergatloop en de Dommel. Echter, met deze stap blijft de waterkwaliteit onvoldoende in de zin dat er geen ruimte is voor duurzaam herstel van het watersysteem. Uit de aanvraag (bijlage Q1-2; Beoordeling impact oppervlaktewaterlozingen) valt op basis van de berekeningen – met enkele kanttekeningen (zie discussie onder onzekerheden (model)uitkomsten) - op te maken: Effecten waterkwaliteit Eindergatloop (realistische situatie) Voor thallium, seleen, sulfaat worden de Vlaamse doelstellingen/normen (tabel 3, chronische impact) die tegen 2027 dienen behaald te worden, actueel en in de geplande toestand nog niet gehaald. Voor chloride zijn er geen Vlaamse doelstellingen vastgelegd voor chronische impact, wel voor acute impact. Tabel 6 (acute impact) laat zien voor de parameter chloride dat de Vlaamse norm actueel en in de geplande toestand niet wordt gehaald.
Voor de parameters seleen, sulfaat en thallium zijn er geen Vlaamse doelstellingen vastgelegd voor acute impact, dus kan niet verder bekeken worden of de Vlaamse normen gehaald worden. Het zal duidelijk zijn dat de Nederlandse KRW normen ook niet kunnen worden gehaald in 2027. De uitkomsten van de uit te voeren (mengzone)toets voor seleen en thallium
1
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Postbus 75 5000 AB Tilburg (013) 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
voor de Eindergatloop direct na de lozing (tabel 5) laten zien dat er niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden (dimensies mengzones). Effecten waterkwaliteit Dommel (realistische situatie) De (model)uitkomsten met betrekking tot de geplande situatie (bijlage Q1-2, tabel 7) laten zien dat de Vlaamse norm (doelstelling 2027) voor seleen in de geplande toestand wordt gehaald in de (Vlaamse) Dommel. Voor thallium wordt de doelstelling 2027 in de geplande toestand ook gehaald. Er wordt vermeld dat in de periode 2019-2022 de doelstellingen nog niet werden gehaald, maar sinds de verbeteringen aan het zuiveringsproces (2024) worden de Vlaamse doelstellingen wel gehaald. In de geplande situatie zal dit ook het geval zijn. Voor sulfaat wordt de doelstelling 2027 in de geplande toestand nog niet gehaald. Hetzelfde geldt voor chloride (acute impact). Voor de geplande situatie met strengere aangevraagde lozingsnormen kunnen de Nederlandse KRW normen voor thallium en seleen in de Dommel vlak bij de grens met Nederland – en dus ook in de Boven Dommel- nog steeds niet worden gehaald. Dit geldt ook voor sulfaat en deels ook chloride. De berekende uitkomsten liggen voor chloride net onder de norm maar gezien de onzekerheden bij de modellering en gemeten concentraties ligt het in de verwachting dat de norm van 150 mg/l toch wordt overschreden, zeker in droge jaren.
Voor de geplande situatie 2027 zal de negatieve impact als gevolg van de lozing van Nyrstar op de ecologie in de Boven Dommel nog steeds aanwezig zijn en belemmert hiermee het kunnen behalen van de Nederlandse KRW doelen. Effecten op terrestische natuur Op basis van de (model)uitkomsten met betrekking tot de geplande situatie voor de concentraties aan chloride en sulfaat (bijlage Q1-2) kan worden gezegd dat het risico op een negatieve impact op soorten en habitats bij inundaties blijft bestaan in de natuurgebieden langs de Dommel. Dit gezien de gewenste concentraties ter bescherming van de terrestrische natuur. Deze zijn scherper dan de KRW normen voor de aquatische ecologie. Voor een duurzame bescherming en herstel van de terrestrische natuur zijn de gewenste concentraties voor sulfaat zo’n 60-80 mg/l en zo’n 50 mg/l voor chloride. Dit zijn vergelijkbare niveaus als in de Tongelreep en Keersop. Regelmatig zijn de concentraties nu te hoog in het Dommelwater, als gevolg van de lozing van Nyrstar. Chloride overschrijdt regelmatig de norm (klasse matig, ontoereikend) in de Boven Dommel, behalve voor het KRW rapportagejaar 2024 waarschijnlijk als gevolg van het natte jaar 2023. De droge jaren (2020, 2022) laten hoge concentraties aan chloride zien in de Boven Dommel.
Voor sulfaat is er geen KRW norm afgeleid in Nederland maar valt men terug op een MTR norm uit de Vierde Nota waterhuishouding (100 mg/l). De afgelopen jaren wordt deze norm regelmatig overschreden in de Boven Dommel. In de bijlage Passende beoordeling en Verscherpte natuurtoets (bijlage Q1-3, onder 8.3) wordt vermeld. “Indien dezelfde Vlaamse methodologie (Praktische wegwijzer en toetsingswaarden) wordt toegepast in Nederland, kunnen de parameters chloride en sulfaat eveneens een potentieel risico vormen op een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken in de Nederlandse SBZ-H NL9801036 ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ en de Natte Natuurparel ‘De Malpie en Plateaux’. Het treffen van milderende maatregelen voor deze parameters is volgens de Praktische wegwijzer vereist voor het halen van de instandhoudingsdoelstellingen in SBZ-H NL9801036 ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux” Ook de Impactstudie lozing chloride, sulfaat en seleen in de Dommel (Bijlage Q1-3 bis Addendum hfdst 5.7.1 PB _Eindrapport impactstudie Dommel) gaat uitgebreid in 2
op de indirecte effecten van sulfaat en chloride en vermeldt dat bij overstroming van de Dommel er een risico op negatieve impact is op soorten en habitats als gevolg van verhoogde concentraties van deze stoffen. We willen graag dat de waterkwaliteit sneller en duurzaam verbetert zodat de ecosystemen zich kunnen herstellen en ook de Nederlandse KRW-doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. De stap die nu gezet wordt door Nyrstar geeft te weinig vertrouwen dat dit binnen afzienbare tijd daadwerkelijk zal gebeuren. Dit ook gezien de uitkomsten van de BBT + beoordeling en BBT evaluatie, die onderdeel uitmaken van de aanvraag (bijlagen Q1-4). Dat betekent dat we een negatief advies geven op basis van de beschikbare informatie. We verwachten dat met het verlenen van deze vergunning onvoldoende zicht is op herstel van de aquatische ecologie en terrestrische natuur in en nabij de Dommel. Wij hebben daarbij nog de onderstaande opmerkingen en discussiepunten. Discussie - onzekerheden (model)uitkomsten; in de aanvraag (bijlage Q1-2) wordt aangegeven dat de modelberekeningen gepaard gaan met verschillende aannames en omrekeningen. Ook zit er een aanzienlijke discontinuïteit in de concentraties aan stoffen in zowel het effluent als de bovenstroomse waterloop. Er ontstaat hierbij een behoorlijke variatie op de berekende stroomafwaartse concentraties.
Zoals wordt aangegeven kan met de modellering een goede inschatting gemaakt worden van het verschil/de verhouding tussen de huidige en geplande toestand en geeft het zo een beeld van de achteruitgang/vooruitgang. Minder geschikt is het om de toekomstige concentraties goed te kunnen berekenen. Om dit betrouwbaarder te kunnen doen dient het model te worden doorontwikkeld. Hiervoor is het onder meer noodzakelijk dat de metingen van zowel de debieten als de concentraties van de te modelleren stoffen worden uitgebreid om een volledige dataset te krijgen als input/validatie van het model. De output zal hierdoor kwalitatief beter worden. Op basis van de actuele metingen, aangevraagde (lozing)concentraties en berekeningen kan wel een redelijk beeld worden verkregen of de KRW normen in de Dommel kunnen worden gehaald. - Op 1 juni 2025 is de impactbeoordeling voor bedrijfsafvalwater in België gewijzigd. Alle vergunningsaanvragen en MER-procedures zullen vanaf 1 juni 2025 (datum van indiening) de impactberekening met het aangepaste stappenplan en de vernieuwde tools moeten doorlopen. Voor lopende dossiers (MER’s en vergunningsaanvragen) moet men op basis van het project en de verdere timing inschatten of het zinvol is om de nieuwe methodiek toch al toe te passen.
Er is meer duidelijkheid nodig of deze gewijzigde impactbeoordeling zal leiden tot strengere lozingseisen voor Nyrstar vanuit de Vlaamse overheid bij de vergunningsprocedure eind 2027 en/of bij de gehele nieuwe aan te vragen vergunning in 2029. Indien dit het geval is doet het Vlaams bevoegd gezag er goed aan om hierop te anticiperen en de nieuwe methodiek nu al toe te passen. - De Nederlandse normen (seleen, thallium) zijn fors strenger dan de Vlaamse normen en de kans is groot dat ook in 2027 de restlozing (met toepassing BBT+) nog steeds niet voldoet aan de NL-KRW normen. Verkend dient te worden of dit geagendeerd kan worden bij de Internationale Maascommissie (IMC). De IMC heeft als belangrijkste taak het afstemmen van de waterbeheersingsplannen en wetgeving in de landen langs de Maas (België en Nederland). Dit omvat onder andere het implementeren van de Europese Kaderrichtlijn Water.
3
Resumerend De voorliggende aanvraag om (her)vergunning van thallium, seleen, chloride en sulfaat met verscherpte lozingsnormen leidt niet tot de gewenste ontwikkeling in de waterkwaliteit van de Boven Dommel die nodig is voor het behalen van de Nederlandse KRW- en N2000 doelstellingen. De concentraties van de te onderscheiden stoffen blijven te hoog voor de aquatische ecologie en de bescherming van de habitats en soorten in de terrestrische natuur (N2000, Natte Natuurparels) langs de Boven Dommel bij inundaties. Op basis van de aanvraag is er ook onvoldoende vertrouwen dat dit op korte termijn wel zo zal zijn, bij een nieuwe aanvraag om vergunning in 2027 en/of een nieuwe gehele vergunning in 2029. Derhalve brengen wij een negatief advies uit op de ingediende aanvraag omgevingsvergunning van NV Nyrstar Belgium voor aanscherping van de lozings normen voor de 4 stoffen chloride, thallium, sulfaat en selenium. We sturen een kopie van deze brief aan het Waterschap De Dommel en de gemeenten Bergeijk en Valkenswaard. Meer informatie Als u vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de behandelaar E. Keller - van den Oetelaar van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. Als u reageert op deze brief, controleer en vermeld dan altijd ons kenmerk en het zaaknummer Z2025-00013059. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Namens dezen, E. Keller - van den Oetelaar Vergunningverlener Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Deze brief is geautomatiseerd tot stand gekomen en daarom niet ondertekend.
4