CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B1c Bijlage 1 Voorwaarden landschappelijke inpassing

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1: Voorwaarden landschappelijke inpassing

1: Volg de hoofdrichting van het landschap Volg met de zonnepanelen de hoofdrichting van het landschap. Plaats de rijen in de lijn van het landschap.

2: Volg de bestaande verkavelingsstructuur Volg met de zonnepanelen de vorm van de kavel. Plaats de rijen aansluitend op de kavelgrens (voorkom vertanding).

3: Respecteer belangrijke zichtlijnen naar het achterliggende landschap Let bij het plaatsen van zonneparken op karakteristieke zichtlijnen in het landschap en zorg ervoor dat beeldbepalende en oriëntatie bevorderende elementen als molens en kerktorens niet aan het oog onttrokken worden.

4: Gebruik en behoud gebiedseigen beplantingen en/of landschapselementen Elk landschapstype heeft zijn gebiedseigen beplantingen en/of landschapselementen. Maak bij het ontwerp van het zonnepark gebruik van deze gebiedseigen beplantingen en/of landschapselementen. Daarnaast mogen bestaande gebiedseigen beplantingen en/of landschapselementen omwille van een zonnepark niet verdwijnen. Deze moeten behouden blijven.

Bloemrijke akkerrand

Bomenlaan

Boomgaard

Boomweide of bos

Boomgroep

Grondwal

Haag

Houtsingel langs water

Houtwal

Knotwilgen rij

Natuurvriendelijke oever

Poel

Rietkraag

Solitaire boom

Struweelrand

Voorpootrecht

6: Houd afstand tot woningen In het buitengebied is regelmatig sprake van een redelijk vrij zichtveld vanuit aanwezige woningen. Dit geeft bewoners een gevoel van vrijheid. Om voldoende rekening te houden met de belangen van omwonenden en een gevoel van insluiting te voorkomen, dient men een (buffer)afstand te hanteren van 100 meter. Maatwerk is alleen mogelijk wanneer in de huidige situatie geen sprake is van een vrij uitzicht op de planlocatie, bijvoorbeeld doordat reeds sprake is van afscherming door aanwezige bebouwing, erfafscheiding of dichte en voldoende hoge bosschages.

7: Sluit aan op bestaande (hoofd)structuren (barrières) in het landschap We willen graag zonneparken met de minste impact op het landschap. Door aan te sluiten op bestaande (hoofd)structuren, zoals de A50, Duits Lijntje en bedrijventerreinen wordt voorkomen dat er nieuwe barrières ontstaan. Daarbij kan een bestaand boscomplex ook als mogelijke barrière worden gezien. Aansluiten is alleen mogelijk als de uitstraling en de identiteit van het boscomplex niet wordt aangetast. 8: Creëer een passende overgang naar de omgeving (rand) Een zonnepark heeft meestal een industriële uitstraling. Het is belangrijk dat wordt voorzien in een passende overgang naar de omgeving, zodat de industriële uitstraling van het zonnepark in het landschap verzacht kan worden. Hiervoor gelden de volgende aandachtspunten: 1. Zorg ervoor dat de invulling van de rand aansluit op de kenmerken van het landschap. Denk hierbij aan gebied specifieke begrenzingen, zoals houtsingels (struweel en bomen) in het besloten landschap (oude ontginningen) en een sloot met rietoevers in het open landschap (jonge heide of broek ontginningen). 2. Hanteer een buffer tussen de kavelgrens en de zonnepanelen. Deze buffer is veelal ook al noodzakelijk in verband met schaduwwerking en onderhoud. 3.

Om diefstal, vandalisme of gevaarlijke situaties (de spanningsniveaus op de installatie zijn substantieel) te voorkomen is veiligheid op een zonnepark noodzakelijk. Om de landschappelijke impact te beperken wordt dit bij voorkeur gerealiseerd door het aanleggen van landschapselementen (houtwallen of –singels of grondwallen) of een brede watergang. Ook hierbij geldt dat het type landschap van belang is. In een open landschap heeft een brede watergang in principe de voorkeur. 4. Indien een brede watergang of het toepassen van landschapselementen niet mogelijk of ongewenst is, kan een hekwerk worden geplaatst. Zorg in dit geval voor camouflage door het aanbrengen van gebiedseigen beplanting en voor openingen, zodat kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen erdoorheen kunnen. 5. Behoud de toegankelijkheid van en naar het terrein voor (kleine) dieren en insecten. Plaats eventuele hekwerken op een minimale hoogte van 15 centimeter vanaf het maaiveld.

10: Creëer een verzorgd totaalbeeld Het is belangrijk dat een rustig en verzorgd totaalbeeld wordt gecreëerd. Hiervoor gelden de volgende randvoorwaarden: 1. Plaats naast elkaar of op korte afstand van elkaar gelegen rijen zonnepanelen in dezelfde richting. 2. Het is zaak om voorzieningen (omvormers, combineerboxen, transformatoren, batterijen) te combineren met de ontsluiting langs een rechte lijn die de hoofdrichting van de verkaveling volgt. Voorkom losstaande voorzieningen aan de rand van het zonnepark (behoudens het MS/inkoopstation) en kies voor terughoudende vormgeving/kleurstelling. 3. Voorkom achterkantsituaties richting de openbare ruimte. 4. Gebruik één type en kleur zonnepaneel.

11: Geef de bodem ademruimte Door de plaatsing van zonnepanelen kan de inval van licht en (regen)water op de bodem afnemen, met negatieve gevolgen voor bodemkwaliteit en ecologie. Het is belangrijk om de bodem genoeg ademruimte te geven. Hiervoor gelden de volgende randvoorwaarden: 1. Zorg voor afstand tussen de panelenrijen óf voor een brede buitenrand. 2. Plaats de panelen niet direct tegen de bodem aan, maar zorg voor enige afstand tussen het maaiveld en de panelen. 3. Zorg voor een extensieve vegetatie onder en rondom de panelen. Pas deze aan op de lokale doelsoorten en inheemse plantensoorten. Probeer uniformiteit te voorkomen, maar kies voor een kruiden of plantenmix.

De klassieke zuid-opstelling kent een lagere dekkingsgraad (ongeveer 50%) dan de oost-west opstelling, omdat in verband met de schaduwwerking er een grotere ruimte tussen 2 rijen vrijgelaten wordt. Dit is in principe beter voor de bodem.

Nadeel van deze oost-west opstelling is de hoge dekkingsgraad (75%) en de onduidelijkheid in hoeverre dit nadelige gevolgen heeft voor het bodemleven en de mogelijke beplanting van de beschaduwde delen, die zonder extra maatregelen waarschijnlijk ook relatief droog zullen zijn.

Een optimalisatie ten gunste van het bodemleven van de oost-west opstelling kan gezocht worden in het ruimer opzetten van de paneelrijen met niet alleen onderhoudspaden aan de lage zijde van de panelen, maar ook een ademruimte in de nok.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f3dfc2bd-c750-4d60-bf89-ec50cfd7676e