CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B18c Uitvoeringskader Handhaving Perm. Bew. Recr.wonm. (februari 2022)__2009780__.docx

Raadsvergadering 10 mei 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders4.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FEBRUARI 2022

Uitvoeringskader Handhaving permanente bewoning recreatieverblijven

33278640v1

0

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................1 1. Inleiding ..........................................................................................................................2 1.1. Definitiebepaling ......................................................................................................3 2. Uitgangspunten en doelstelling ......................................................................................4 2.1. Uitgangspunten ........................................................................................................4 2.2. Doel uitvoeringskader ..............................................................................................5 3. Handhaving op niet-recreatief gebruik............................................................................6 3.1. Bij nieuwe inschrijvingen in de BRP.........................................................................6 3.2. Bij bestaande inschrijvingen ....................................................................................7 3.3. Bij een onjuiste of ontbrekende inschrijving in de BRP............................................7 3.4. Communicatie uitvoeringskader naar bewoners ......................................................7 4.

Handhavingsprocedure ..................................................................................................7 4.1. De Landelijke handhavingsstrategie ........................................................................7 4.2. Constatering en dwangsom .....................................................................................8 4.3. Begunstigingstermijn..............................................................................................10 4.4. Hercontroles en verbeuren van de last onder dwangsom .....................................10 4.5. Schematische weergave standaard handhavingstraject........................................11 5. Hardheidsclausule ........................................................................................................11 5.1. Algemene hardheidsclausule .................................................................................11 5.2. Aantoonbare overbruggingshuisvesting.................................................................12 5.3. Voorwaarden bij verlenging begunstigingstermijn .................................................12 6. Bekendmaking uitvoeringskader ..................................................................................12

33278640v1

1

1. Inleiding De recreatieparken binnen onze gemeente hebben een recreatieve bestemming. Dat betekent dat op basis van het bestemmingsplan onder andere als verboden gebruik wordt aangemerkt: ‘het gebruik van recreatieverblijven voor permanente bewoning’. Binnen onze gemeentegrenzen worden recreatieverblijven regelmatig toch permanent worden bewoond. Ook is het aantal overlastmeldingen op de recreatieparken met permanente bewoners groot. Er zijn immers door dit strijdige gebruik bewoners met verschillende, veelal tegengestelde belangen bij elkaar gekomen. Degenen die er verblijven om te recreëren zoeken rust en willen gebruik kunnen maken van recreatieve voorzieningen, terwijl degenen die er al dan niet tijdelijk verblijven bij gebrek aan andere woonruimte er soms heel ander (werk)ritmes en behoeftes op na houden. Daarnaast wordt op (in ieder geval) Resort de Molenheide een groep arbeidsmigranten gehuisvest. Een deel van de permanente bewoners woont hier graag, een deel woont hier uit noodzaak en wellicht ook tijdelijk, en een deel woont hier om onder de radar te blijven. Daarbij komt ook dat niet elk park een toezichthouder kent die daadwerkelijk toezicht houdt. De gemeente Meierijstad wil een gemeente zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen (lees: voor verschillende doelgroepen).

Het kan zijn dat het permanent bewonen van een recreatieverblijf een (tijdelijke) oplossing biedt voor een krapte op de woningmarkt. Voor bewoners van recreatieverblijven is het daarbij vaak moeilijk om een reguliere woning te vinden, zeker op kortere termijn. De gemeente houdt hier rekening mee en neemt dit mee bij het handhavend optreden. Dit neemt niet weg dat recreatieverblijven vaak ongeschikt en in het algemeen niet bedoeld zijn voor permanente bewoning. Een dergelijk gebruik van recreatiewoningen wordt daarom niet wenselijk geacht. Het uitgangspunt is dat handhavend wordt opgetreden tegen het strijdige gebruik van recreatieverblijven voor permanente bewoning. Om op een juiste manier handhavend op te kunnen treden met inachtneming van alle betrokken belangen, is het van belang de uitgangspunten in een uitvoeringskader vast te leggen. Het onderhavige document bevat dit uitvoeringskader. Hierin is te lezen hoe de gemeente Meierijstad omgaat met toezicht en handhaving op het onrechtmatig gebruik van recreatieverblijven. Het ‘Uitvoeringskader handhaving permanente bewoning recreatieverblijven’ (‘het Uitvoeringskader’) van de gemeente Meierijstad geldt voor alle recreatieparken binnen de gemeente.

33278640v1

2

1.1. Definitiebepaling Permanente bewoning: niet-recreatief gebruik van een recreatieverblijf of verblijfsrecreatie door een persoon of door groepen van personen als hoofdverblijf dan wel als vaste woon- of verblijfplaats. Recreatief gebruik: tijdelijk gebruik voor recreatieve doeleinden. Recreatieverblijf: een gebouw dat dient als recreatieverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben. Gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Verblijfsrecreatie: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatieverblijf, groepsaccommodatie / logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofd-woonverblijf elders hebben. Recreëren: het ondernemen van activiteiten c.q. vrijetijdsbesteding zoals vakantie voor ontspanning en plezier. Onrechtmatige bewoning: bewoning in strijd met het bestemmingsplan. Deze vorm van bewoning wordt in dit Uitvoeringskader vaak ‘permanente bewoning of niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ genoemd. Hoofdverblijf: de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkenen.

Van belang hierbij is waar iemand werkelijk woont (eventueel met zijn gezin), waar hij de zetel van zijn fortuin heeft, waar hij zijn zaken behartigt en zijn goederen en eigendommen beheert.1 Hierbij kan gedacht worden aan de plaats waar iemand slaapt, eet, zijn post ontvangt en zijn bezoek ontvangt. Wanneer er sprake is van meerdere verblijven, gaat het om de woonruimte waar in een halfjaar tenminste twee derde van die tijd gebruik is gemaakt als woonverblijf. Persoonsgebonden gedoogbeschikking: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waarbij de onrechtmatige bewoning van een recreatieverblijf door een persoon tijdelijk wordt gedoogd, wegens bijzondere (persoonlijke) omstandigheden. Een persoonsgebonden beschikking kan worden verleend aan de desbetreffende bewoner(s) van het recreatieverblijf. Een persoonsgebonden gedoogbeschikking is niet vatbaar voor bezwaar en beroep.

1 Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:190.

33278640v1

3

2. Uitgangspunten en doelstelling 2.1. Uitgangspunten 2.1.1. Actie-agenda vakantieparken Eind 2018 is de eerste landelijke actie-agenda vakantieparken 2018-2020 ondertekend. Hierin hebben verschillende partners, zoals de provincie Noord-Brabant, gemeenten (waaronder de gemeente Meierijstad), het Rijk en de Vereniging van Recreatieondernemers Nederland (RECRON), zich gecommitteerd aan de inzet rondom vakantieparken. Het gezamenlijk doel is om te voorkomen dat niet-vitale recreatieparken verder afglijden tot het moment dat zij bestempeld kunnen worden als ‘probleempark’. Inmiddels is er een nieuwe Actie-agenda vakantieparken 2021-2022 vastgesteld. Deze agenda heeft als doel om de diverse problemen die op vakantieparken spelen verder aan te pakken. De inzet van de Actie-agenda 2021-2022 bestaat uit vijf hoofdlijnen: 1. Vakantieparken aantrekkelijk houden; 2. Passende oplossingen voor mensen die nu op de parken (permanent) wonen; 3. Voorkomen van excessen en uitbuiting van kwetsbare groepen; 4. Inzet op veilige parken zonder criminaliteit en ondermijning; 5. Voor de toekomst kijken of het combineren van maatschappelijke functies van vakantieparken mogelijk is.

2.1.2. Uitvoeringsprogramma VTH In het Uitvoeringsprogramma VTH 2021 van de gemeente Meierijstad staat dat het nietrecreatief gebruik van recreatieterreinen verhoogde aandacht van toezicht en handhaving dient te krijgen. Dit draagt immers bij aan het (re)vitaliseren van de recreatieparken.

2.1.3. Negatieve effecten onrechtmatige bewoning op recreatieparken Permanente bewoning en ander strijdig, niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven in de gemeente Meierijstad, leidt tot spanningen ten opzichte van omliggende/aangrenzende functies. Dit leidt tot negatieve effecten op meerdere gebieden, zoals conflicten tussen recreanten en (permanente) bewoners, het aantrekken van publiek met criminele intenties, verrommeling, gebrek aan inzicht en overzicht en handhavingsknelpunten. Er zijn meerdere motieven om deze spanningen op te heffen. •

Ruimtelijke motieven: o Permanente bewoning levert een aantasting van het buitengebied als publiek bezit op. Eenieder moet de gelegenheid krijgen gebruik te maken van recreatieverblijven. Hiervoor zijn recreatieverblijvenverblijven immers bedoeld. Permanente bewoning frustreert een dergelijke ‘vrij gebruik’. o De huidige voorraad van bestaande recreatieverblijven wordt uitgeput door permanente bewoning. o Woningbouw op, en niet-recreatief gebruik van, een recreatieterrein heeft niet de stedenbouwkundige kwaliteit van een woonwijk. Vooral het ontbreken van een centraal beheer op een park waar veel recreatieverblijven inclusief ondergrond zijn verkocht aan bewoners, kan leiden tot verrommeling. Permanente bewoning

33278640v1

4

van recreatieverblijven kan (oneigenlijke) verstedelijking van het buitengebied in de hand werken. Dit verdraagt zich niet met de vereiste van een ‘goede ruimtelijke ordening’. •

Volksgezondheidsmotieven: o Recreatieverblijven voldoen niet aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 uit een oogpunt van onder andere gezondheid en brandveiligheid aan een permanente woning stelt (bijvoorbeeld aangaande vocht / schimmel / luchtkwaliteit / constructieve veiligheid en brandwerendheid). Dat betekent dat ze voor bewoning ook niet geschikt voor zijn.

•

Sociale motieven: o Het verschil in leefpatronen, gewoontes en behoeftes van permanente bewoners ten opzichte van recreanten kunnen voor spanningen zorgen. Zoals bijvoorbeeld het gebruik van en de behoefte aan centrale voorzieningen, zoals een zwembad en restaurant. o Er blijken soms onder permanente bewoners personen aanwezig te zijn die voor (overheids)instanties niet traceerbaar willen zijn vanwege criminele activiteiten.

2.1.4. Recreatie en Toerisme Meierijstad In november 2018 heeft onze gemeenteraad de visie ‘Recreatie en Toerisme Meierijstad’ vastgesteld. Een visie met een daarbij behorend ambitieus en gedragen actieprogramma, waarin het belang van recreatie en toerisme voor Meierijstad is onderstreept. De gemeente Meierijstad wil een gemeente zijn waar het goed toeven is. Dit betekent dat er gezorgd moet worden voor voldoende mogelijkheden voor ontspanning en vrijetijdsbesteding en de daarbij behorende kwaliteit.

2.2. Doel uitvoeringskader Er zijn derhalve verschillende redenen waarom de gemeente de recreatieparken en andere recreatieverblijven wil terugbrengen naar (feitelijk) recreatief gebruik (zie paragraaf 2.1). Gezien de hiervoor genoemde negatieve effecten heeft de gemeente Meierijstad tot doel om niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven zo veel als mogelijk te beëindigen en voor de toekomst te beperken. Recreatieverblijven worden hierdoor beschermd tegen de hiervoor geschetste problemen, en de kwaliteit van de parken en hun directe omgeving wordt verbeterd. Daarnaast willen we een structurele oplossing voor personen met een achterliggende hulpvraag die op dit moment op een recreatiepark verblijven, zoals op het gebied van sociaal-maatschappelijke problematiek. Hierbij gaat het om mensen die bijvoorbeeld te kampen hebben met geweld of onveilige (thuis)situaties waarbij instanties zijn betrokken (zoals Jeugdzorg, de OGGZ, Veilig Thuis of het Zorg- en Veiligheidshuis). Bij onrechtmatige bewoning is handhaving het uitgangspunt. In geval van bijzondere omstandigheden kan daarvan worden afgeweken (‘hardheidsclausule’). Alvorens handhavend te kunnen optreden is een belangenafweging vereist. Er is in de handhavingsprocedure dan ook ruimte voor zienswijzen en een gesprek.

Dit kan de bewoner helpen om zelf naar oplossingen te zoeken, maar zorgt er ook voor dat de gemeente rekening kan houden met bijzondere persoonlijke omstandigheden.

33278640v1

5

3. Handhaving op niet-recreatief gebruik Bij het niet-recreatief gebruik gaat het niet om de duur van het strijdig gebruik (permanent of tijdelijk), maar om de strijdigheid met de geldende bestemmingsplanvoorschriften. Degenen die in een recreatieverblijf verblijven, dienen daarom elders (buiten het recreatieverblijf) over een hoofdverblijf te beschikken. De handhaving op niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven is beschreven in de volgende paragrafen:

3.1. Bij nieuwe inschrijvingen in de BRP Wanneer personen zich willen inschrijven in de BRP, mag de gemeente deze inschrijving niet weigeren. Bij inschrijving in de basisregistratie personen (BRP) op het adres van een recreatieverblijf worden de ingeschrevenen echter wel direct geïnformeerd dat de bewoning onrechtmatig is, en dat het beleid van de gemeente erop gericht is om hiertegen handhavend op te treden. Dit wordt door de BRP-specialist schriftelijk aan betrokkene bevestigd. De omstandigheid dat iemand is ingeschreven in de BRP op het adres van het recreatieverblijf, levert volgens vaste Afdelingsjurisprudentie het algemene vermoeden van bewoning op2. Het is vervolgens aan de betrokkene om dit vermoeden te ontkrachten, hetgeen met feiten moet worden onderbouwd. Als gevolg van de inschrijving in de BPR zal een gesprek worden geïnitieerd door een medewerker van Burgerzaken met de ingeschrevene(n) (zie stappenplan ‘Inschrijven BRP op een adres zonder woonbestemming3’). De reden en geschatte duur van bewoning van het recreatieverblijf staan in dit gesprek centraal. In het gesprek wordt de (woon)situatie van de betrokkene in beeld gebracht en worden afspraken gemaakt over een eventuele zorgvraag en toekomstgerichte acties die ondernomen moeten worden om de betrokkene weer in een reguliere woning te laten wonen.

Leidt dit niet tot resultaat dan wordt uiteindelijk een handhavingstraject gestart, waarbij een begunstigingstermijn van 26 weken (vanaf datum vooraankondiging) wordt gegeven om het strijdig gebruik te beëindigen. Het handhavingstraject wordt in hoofdstuk 4 verder uiteengezet.

3.1.1. Verhuizing binnen het park Een verhuizing binnen een vakantiepark wordt eveneens gezien als een nieuwe inschrijving. Een verhuizing na de start van het handhavingstraject binnen hetzelfde recreatiepark of naar een ander recreatieverblijf binnen de gemeente Meierijstad geldt als een (nieuwe) overtreding. Er vindt dan immers nog steeds strijdig gebruik plaats, maar vanuit een ander recreatieverblijf. In een dergelijk geval wordt niet opnieuw een begunstigingstermijn van 26 weken gegeven, maar wordt volstaan met een kortere begunstigingstermijn. 2 Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8276, r.o. 2.11.1, ABRvS 5

augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2496, r.o. 4.1 en ABRvS 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3342, r.o. 3.1. 3 https://www.rvig.nl/documenten/richtlijnen/2019/09/16/stappenplan-inschrijven-in-de-brp-op-eenadres-zonder-woonbestemming

33278640v1

6

3.2. Bij bestaande inschrijvingen Gezien de omvang van het probleem op de recreatieparken en de capaciteit van handhaving in de tijd dat dit uitvoeringskader is ontwikkeld, is er besloten om gefaseerd op te treden tegen bestaande onrechtmatige bewoning op de verschillende parken. Dit betekent dat niet elk recreatiepark, maar ook niet alle bewoners per recreatiepark tegelijk gehandhaafd worden. Dit verschilt per park en zal beschreven worden in een afzonderlijke procesbeschrijving per park. Het handhavingstraject voor de bewoners van voor de vaststelling van dit kader is gelijk aan het traject dat onder 3.1 is beschreven.

3.3. Bij een onjuiste of ontbrekende inschrijving in de BRP Het kan zijn dat iemand zich niet heeft ingeschreven in de BRP, maar toch onrechtmatig woonachtig is in een recreatieverblijf. Men laat zich soms op een ander adres inschrijven, of totaal niet. Om voldoende aanwijzingen te vinden of iemand een recreatieverblijf al dan niet onrechtmatig gebruikt, zullen vaak verschillende instrumenten in combinatie met elkaar moeten worden gebruikt. Het is aan de gemeente om aan te tonen dat iemand onrechtmatig (permanent) verblijft in een recreatieverblijf. Hierbij valt te denken aan verschillende visuele controles en overige administratieve controles, waarbij o.a. wordt gekeken naar (conform jurisprudentie) hypotheekrenteaftrek, postadres, slagboomregistraties, inrichting en huisraad in het recreatieverblijf, etc. Wanneer sprake is van een onjuiste of ontbrekende inschrijving in de BRP, terwijl sprake blijkt te zijn van het niet-recreatief gebruik van een recreatieverblijf, dan wordt het handhavingstraject met een begunstigingstermijn van 26 weken gestart. Dit handhavingstraject is gelijk aan het traject dat onder 3.1 is beschreven.

3.4. Communicatie uitvoeringskader naar bewoners Voorafgaand aan de uitvoering van dit uitvoeringskader zullen bewoners van recreatieverblijven hiervan op de hoogte worden gesteld door middel van een brief, waarin het kader en de eventueel bijbehorende procesbeschrijving worden toegelicht. Dit gaat gefaseerd per vakantiepark, vanwege de omvang van het probleem op de recreatieparken en de beperkte capaciteit van handhaving.

4. Handhavingsprocedure 4.1. De Landelijke handhavingsstrategie De Landelijke handhavingsstrategie4 (hierna: LHS) is vastgesteld als strategie die kan gelden voor het toezicht en de handhaving binnen de gemeente. Met de LHS wordt ingezet op een passende interventie bij iedere overtreding. Omwille van rechtsgelijkheid waarborgt de LHS het eenduidig optreden bij dit passend interveniëren. In vergelijkbare zaken worden op deze manier landelijk vergelijkbare keuzes gemaakt en dezelfde interventies toegepast. Ook in dit uitvoeringskader wordt het LHS als uitgangspunt genomen.

4 https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/introductie/

33278640v1

7

In het geval van handhaving worden de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en de mate van overschrijding van een norm of voorschrift, beoordeeld. Hieruit vloeit voort dat er bestuursrechtelijk opgetreden dient te worden bij bevindingen die in de LHS worden gecategoriseerd onder lichte segmenten en segmenten van de midden-categorie. Hieronder valt onder andere de onrechtmatige bewoning van recreatieverblijven. Wel kan er rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden aan de zijde van de betrokken bewoner.

4.2. Constatering en dwangsom Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat recreatieverblijven in strijd met het bestemmingsplan worden gebruikt, zal handhavend worden opgetreden. Zowel de permanente bewoner c.q. gebruiker als de eigenaar van het recreatieverblijf, kunnen worden aangemerkt als overtreder. Zij zijn immers juridisch verantwoordelijk voor de overtreding en hebben het in hun macht (feitelijk en juridisch) om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door de strijdige bewoning te (laten) staken. Overtreders zullen zelf moeten voorzien in vervangende woonruimte, zodra zij op grond van het handhavingstraject het strijdig gebruik van een recreatieverblijf moeten beëindigen. De reguliere woning waar bewoners gaan wonen, regelen ze zelf en is een eigen verantwoordelijkheid. Alleen in schrijnende gevallen waarin geen enkel zicht bestaat op een vervangend onderkomen, kan de gemeente om hulp worden gevraagd bij het vinden van een ander onderkomen. De gemeente heeft in dat geval een inspanningsen geen resultaatsverplichting om die ondersteuning te bieden. Bij handhavend optreden wordt de volgende procedure gevolgd:

4.2.1. Schriftelijke waarschuwing Het handhavingstraject vangt in beginsel aan met een schriftelijke waarschuwing. De schriftelijke waarschuwing is een constatering van een overtreding (het permanent bewonen van het recreatieverblijf), en daarmee een signaal dat handhavend optreden in de toekomst kan volgen. Een waarschuwing is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, en er kunnen dus geen rechtsmiddelen tegen worden aangewend. Bij een nieuwe BRP-inschrijving op het adres van een recreatieverblijf volgt de waarschuwing als reactie op de inschrijving (zie par.3.1). Bij een onjuiste, ontbrekende of al bestaande inschrijving volgt deze brief zo snel mogelijk nadat bij de gemeente het vermoeden van permanente bewoning van een recreatieverblijf is ontstaan. Indien door de bewoner niets met de waarschuwing wordt gedaan, is de eerstvolgende stap een vooraankondiging van een last onder dwangsom. De waarschuwing is geen voorwaarde voor het op kunnen leggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Ook zonder het verzenden van een waarschuwing is het college hiertoe bevoegd.

4.2.2. Vooraankondiging sanctie Het college moet de overtreder op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de gelegenheid geven om een zienswijze over het voornemen tot handhaving naar voren te brengen. Op basis van de eventueel ingediende zienswijze

33278640v1

8

kan worden beoordeeld of het handhavingstraject moet worden gestaakt, aangepast of worden voortgezet. In de vooraankondiging worden de overtreding en verzamelde feiten uitgelegd. Ook wordt vermeld hoe de overtreder de overtreding kan beëindigen (dit is de ‘last’). Daarnaast wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze per brief in te dienen, of een afspraak te maken voor een mondelinge zienswijze. Betrokkenen krijgen voor het indienen van een zienswijze in principe een termijn van vier weken. Op basis van een eventuele zienswijze beoordeelt het college vervolgens of toepassing van de hardheidsclausule, als neergelegd in paragraaf 5, geboden is.

4.2.3. De last onder dwangsom Het college kan bij overtredingen van het bestemmingsplan bestuursdwang toepassen of een dwangsom opleggen om de overtreding te (laten) beëindigen. Het is niet toegestaan beide instrumenten tegelijkertijd toe te passen. Vooraf moet daarom worden bepaald welk instrument het meest effectief zal zijn. Bij optreden tegen permanente bewoning van recreatieverblijven ligt het toepassen van een dwangsom het meest voor de hand. Een dwangsom is effectief gebleken om een einde te maken aan een voortdurende overtreding, en functioneert als financiële prikkel om het verboden gedrag te beëindigen. Omdat het college niet verplicht is zelfstandig een einde te maken aan de overtreding, is het opleggen van een dwangsom verder minder belastend voor de ambtelijke organisatie dan het toepassen van bestuursdwang. Gelet op het voorgaande wordt bij de toepassing van sanctiemiddelen bij overtredingen van het verbod op permanente bewoning, als uitgangspunt gekozen voor het opleggen van een dwangsom. De toepassing van bestuursdwang wordt echter in specifieke gevallen niet uitgesloten. Vooral wanneer het opleggen van een dwangsom niet effectief is gebleken kan ervoor worden gekozen alsnog bestuursdwang toe te passen, bijvoorbeeld in de vorm van verzegeling van het object.

Ook kan voor bestuursdwang worden gekozen als de betrokken belangen een spoedige(re) beëindiging van de illegale situatie vergen. Een dwangsom kan vastgesteld worden door: • een bedrag ineens; • een bedrag per tijdseenheid waarbinnen de last niet is uitgevoerd; • of een bedrag per overtreding. Bij de keuze tussen gevallen bestaat een redelijke vrijheid. De wet noemt geen maximumhoogte van het te verbeuren bedrag, maar geeft wel criteria voor de vaststelling van de hoogte. Zo moeten de bedragen ‘in een redelijke verhouding staan tot de ernst van het geschonden belang en tot de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom’. De dwangsom zal echter steeds zodanig effectief moeten zijn als nodig is om de overtreder de overtreding te doen beëindigen. Voorts moet in de last onder dwangsom de termijn worden vermeld waarbinnen de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd (de begunstigingstermijn). Het voorgaande in acht nemende wordt ten aanzien van overtredingen van het verbod op permanente bewoning een dwangsom opgelegd van € 25.000,- per recreatieverblijf.

33278640v1

9

Daarbij wordt zowel eigenaar als gebruiker aangeschreven. De dwangsom verbeurt, als uitgangspunt, ineens. Mocht niet aan de lastgeving zijn voldaan nadat de maximale dwangsom is verbeurd, dan zal nadere besluitvorming plaatsvinden over het beëindigen van de strijdige situatie.

4.3. Begunstigingstermijn Artikel 5:32a, tweede lid van de Awb verplicht het college om een termijn te stellen gedurende welke de overtreder de last kan uitvoeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Als het college dus besluit om tot handhaving over te gaan, dan dient zij de overtreder(s) op grond van vaste jurisprudentie een redelijke termijn te gunnen om het strijdig gebruik te staken en gestaakt te houden. De begunstigingstermijn wordt - vanaf het moment van verzending van de vooraankondiging - in zijn algemeenheid gesteld op maximaal 26 weken. Deze maximale termijn van 26 weken wordt redelijk geacht om de overtreders in de gelegenheid te stellen aan de overtreding een einde te maken. In bijzondere gevallen kan er aanleiding zijn om een kortere of langere begunstigingstermijn dan 26 weken vast te stellen, indien de bijzondere omstandigheden van het geval hiertoe aanleiding geven zonder hierbij te kort te doen aan de beginselplicht tot handhaving. De eventueel bijzondere omstandigheden kan de overtreder in zijn/haar zienswijze kenbaar maken. Wanneer een woning zodanig onveilig is dat deze zich niet leent voor bewoning, zal een zo kort mogelijke begunstigingstermijn worden vastgesteld. Hetgeen hier is opgenomen over de begunstigingstermijn geldt ook voor de last onder bestuursdwang (zie onder 4.4.1.).

4.4. Hercontroles en verbeuren van de last onder dwangsom Na afloop van de begunstigingstermijn worden hercontroles uitgevoerd. Indien het strijdige gebruik na afloop van de begunstigingstermijn nog niet is beëindigd, verbeurt de overtreder de dwangsom ineens in volle omvang. Een verbeurde dwangsom moet binnen zes weken nadat hij van rechtswege is verbeurd, worden betaald. Indien niet betaald wordt, zal het college een invorderingsbeschikking nemen en daaraan voorafgaand een voornemen tot invordering. Indien er een invorderingsbeschikking is genomen, wordt de vordering nadat is aangemaand in handen gesteld van een deurwaarder. Indien na het verbeuren van de last onder dwangsom het strijdige gebruik wordt voortgezet kan het college een tweede, hogere last onder dwangsom van € 50.000,opleggen of overgaan tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

4.4.1. Last onder bestuursdwang Als de onrechtmatige bewoning niet is beëindigd nadat een dwangsom is verbeurd, kan een nieuwe (hogere) last onder dwangsom worden opgelegd of kan alsnog bestuursdwang worden toegepast om het strijdige gebruik te beëindigen. Bestuursdwang houdt in dat de gemeente zelf een einde maakt aan de overtreding op kosten van de overtreder door een recreatiewoning te ontruimen, af te sluiten en te verzegelen voor een bepaalde periode.

33278640v1

10

4.5. Schematische weergave standaard handhavingstraject

• Constatering van overtreding • 8 weken termijn

Overtreding beëindigd?

Schriftelijke waarschuwing

Overtreding beëindigd? Ja

• 26 weken begunstigingstermijn • Mogelijkheid zienswijze binnen 4 weken

Vooraankondiging sanctie

Nee

Hercontroles en verbeuren last onder dwangsom Overtreding beëindigd?

Nee

Ja

Nee

Ja

• €25.000 • 6 weken betaaltermijn

Extra dwangsom of last onder bestuursdwang

• Extra (hoger) last onder dwangsom: €50.000 • Verzegelen woning

Einde nietrecreatief gebruik

5. Hardheidsclausule 5.1. Algemene hardheidsclausule De uitvoering van dit handhavingsbeleid voor niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven, kan tot gevolg hebben dat betrokkenen nadelige gevolgen ondervinden die onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die het Uitvoeringskader dient. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn onder meer, maar niet uitsluitend: • Iemand verkeert in een dermate aantoonbare ernstige gezondheidssituatie (fysiek dan wel psychisch) waardoor verhuizen niet of niet binnen de gestelde begunstigingstermijn mogelijk is. • Iemand verkeert in een dermate aantoonbare ernstige sociaal-maatschappelijke situatie waardoor verhuizen niet of niet binnen de gestelde begunstigingstermijn mogelijk is. Hierbij gaat het om mensen die bijvoorbeeld te kampen hebben met geweld of onveilige (thuis)situaties waarbij instanties zijn betrokken (zoals Jeugdzorg, de OGGZ, Veilig Thuis of het Zorg- en Veiligheidshuis). Wanneer sprake is van dergelijke onevenredige gevolgen, kan het college maatwerk leveren zonder dat tekort wordt gedaan aan de beginselplicht tot handhaving. Er kan

33278640v1

11

bijvoorbeeld op verzoek een verlenging van de begunstigingstermijn worden verleend. Ook kan een persoonlijke gedoogbeschikking worden verleend. Ten minste kan het college bezien welke ondersteuning het kan bieden bij het vinden van een veilig woonalternatief. Welk maatwerk kan worden geleverd is afhankelijk van de precieze situatie van betrokkene(n), en laat onverlet dat een derde een handhavingsverzoek kan doen, naar aanleiding waarvan in beginsel handhavend dient te worden opgetreden.

5.2. Aantoonbare overbruggingshuisvesting Bij sommige gevallen verblijven mensen aantoonbaar tijdelijk in een recreatieverblijf. Denk aan personen die bijvoorbeeld vanwege een Damocles-sluiting tijdelijk hun woning moeten verlaten. Het recreatieverblijf is dan een overbruggingshuisvesting. Bij deze situaties, waarbij het om een periode van minder dan een jaar gaat, kan de begunstigingtermijn, onder voorwaarden, gelijk worden gesteld met de duur van het tijdelijk onderkomen. In deze gevallen is het van belang dat er sprake is van een aantoonbaar tijdelijke situatie. De betrokkene dient dan aan te tonen dat hij binnen een jaar in aanmerking komt voor een reguliere woning dan wel op een andere manier woonruimte heeft gevonden. Hiervoor wordt een jaar aangehouden, omdat iedereen sowieso een half jaar heeft, maar dat in voorkomend geval blijkbaar te kort is. Normaliter kan een verbouwing binnen een jaar klaar zijn. Het aantonen van de tijdelijke situatie kan door het overleggen van een koop- of huurovereenkomst van een aangekochte of gehuurde woning. Dan is er een concrete periode en dus een concrete einddatum van de strijdige situatie van toepassing.

5.3. Voorwaarden bij verlenging begunstigingstermijn Een betrokkene kan gemotiveerd een verzoek om verlenging van de begunstigingstermijn doen, wanneer het vanwege bijzondere omstandigheden niet mogelijk is binnen deze termijn de overtreding te beëindigen. Een dergelijk verzoek moet in beginsel worden gedaan voordat de begunstigingstermijn reeds is verstreken. Wanneer de betrokkene in aanmerking komt voor een verlenging van de begunstigingstermijn, moet hij/zij zich wel aan bepaalde voorwaarden houden om deze verlenging ook te krijgen. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt gehouden, stopt de verlenging per direct. De voorwaarden waaraan de betrokkene zich moet houden na verlenging van de begunstigingstermijn zijn in ieder geval (maar niet uitsluitend): • Betrokkene mag geen overlast veroorzaken. • Betrokkene moet zich houden aan persoonlijke afspraken met de gemeente die in het kader van dit Uitvoeringskader zijn gemaakt. Dit zijn maatwerkafspraken omtrent een persoonlijke situatie. • Betrokkene is en blijft actief op zoek naar een reguliere woning, wanneer die nog niet is gevonden en kan inzage geven in de inspanningen die hij dienaangaande levert. • Het recreatieverblijf is (brand)veilig genoeg voor tijdelijke permanente bewoning.

6. Bekendmaking uitvoeringskader Bekendmaking van dit uitvoeringskader vindt plaats via www.overheid.nl en de website van de gemeente Meierijstad www.meierijstad.nl

33278640v1

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f1880799-5e05-4054-beeb-eaef96449baa