CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B16d Bijlage 2 - Toelichting op voortgang ambities

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Stukken van het college van burgemeester en wethouders7.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Toelichting op voortgang ambities Bij Voortgangsrapport 2022 Duurzaamheid Meierijstad

Inhoud Ambitie 1: 20% energie duurzaam opgewekt 2025 ........................................................................................................................2 Ambitie 2: Vastgoed CO2-neutraal in 2030 .....................................................................................................................................7 Ambitie 3: 30% minder energieverbruik gebouwen en bedrijven in 2030......................................................................................8 Ambitie 4: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in 2030 .................................................................................................15 Ambitie 5: Zwerfafvalvrij in 2030 ..................................................................................................................................................16 Ambitie 6: Geen afval en verspilling in 2050 .................................................................................................................................17 Ambitie 7: Duurzame en schone mobiliteit in 2050 ......................................................................................................................19 Ambitie 8: Schone bedrijven in 2050 ............................................................................................................................................23 Ambitie 9: 25% meer groen

in 2030..............................................................................................................................................25 Ambitie 10: Goede biodiversiteit in 2030......................................................................................................................................26 Ambitie 11: Goede bodem- en waterkwaliteit in 2030 .................................................................................................................28 Ambitie 12: Klimaatbestendig in 2050 ..........................................................................................................................................30

Ambitie 1: 20% energie duurzaam opgewekt 2025 Wat is onze ambitie? In 2025 is 20% van het totale energieverbruik in Meierijstad duurzaam opgewekt. In de Regionale Energiestrategie (RES, vastgesteld 2021) is ook een lokale ambitie voor duurzame opwek vastgesteld. Die ambitie luidt 0,28 terawattuur (TWh) duurzaam opgewekte elektriciteit in Meierijstad in 2030. Wat is de voortgang? Er zit groei in de opwekking van duurzame energie. Sinds 2016 zit het opwekpercentage in de lift, deze exponentiële groei moet zich doorzetten, dan is onze ambitie van 20% duurzaam opgewekte energie in 2025 haalbaar. Daarvoor is naast zon op dak ook grootschalige opwekking van duurzame energie nodig, elk jaar meer. De praktijk is echter weerbarstig bleek in 2022: problemen op het netwerk, beperkingen voor windenergie door radarverstoring, weerstand uit de samenleving en een krappe arbeids- en materialenmarkt zetten een rem op de opwek van duurzame energie. Het bedrijfsleven en de overheid werken samen aan andere oplossingen. Bijvoorbeeld ruimte creëren op het elektriciteitsnet door betere afstemming en alternatieven onderzoeken zoals waterstof of een warmtenet op het bedrijventerrein. De agrarische sector werkt aan opwekking van duurzame energie met zonne-energie en monovergisting van koeienmest. De gemeente werkt aan de warmtetransitie en doet onderzoek naar bronnen.

Voortgang 2016: 3,3% 2017: 3,8% 2018: 4,9% 2019: 6,0% 2020: 7,6 %

Figuur 1. Percentage bekende hernieuwbare energie (2016-2020) Meierijstad met exponentiële trendlijn naar 2025

Pagina 2 van 31

Hoe werken we aan deze ambitie? In 2019 werkten we de ambitie om in 2050 energieneutraal te worden verder uit, door het maken van een energiemix. Daarin staat welke duurzame bronnen we gaan gebruiken. De energiemix gaat uit van de huidige technieken en inzichten. We zitten in een transitie en er zullen nieuwe technieken en inzichten komen. We verwachten daarom dat we de energiemix diverse keren bijstellen tot 2050. In 2022 is de energiemix voor het eerst herijkt. Elektriciteit Met verschillende projecten werken we aan zon op dak. De daken van gemeentelijke gebouwen voorzien we van zonnepanelen. We ondersteunen particulieren, bedrijven, stichtingen en verenigingen om hun panden te verduurzamen, waaronder ook de aanleg van zonnepanelen op hun dak. Ook werken we aan het opwekken van duurzame elektriciteit in het buitengebied, met zonneparken en windmolens. Sinds 2020 heeft de gemeente Meierijstad beleid voor zonneparken. Een eerste uitvoeringstranche van 50 hectare aan zonneparken startte in 2020 en loopt nog steeds. De geleerde lessen uit dit proces verwerken we in een aangepast beleidskader, dat in 2023 ter vaststelling naar de gemeenteraad gaat. In 2022 zorgde de congestie op het elektriciteitsnet voor vertraging in de opwek van duurzame energie. Nieuwe grootschalige projecten (daken en velden) krijgen geen ruimte van de netbeheerder en kunnen niet aansluiten.

Het bedrijfsleven zet zich in om met betere afstemming toch ruimte op het net te creëren. Verder bleek in 2022 uit radaronderzoek dat windmolens onder de huidige regelgeving niet mogelijk zijn in Meierijstad. Uitzondering daarop is het project Veghel Windt, dat nog onder een oud subsidieregime valt. Ook dat maakt het lastiger om meer en sneller duurzame elektriciteit op te wekken. Warmte De toename van hernieuwbare warmte laat nog wat langer op zich wachten. De Transitievisie Warmte die de raad begin 2022 vaststelde, laat zien dat deze overstap complex en langdurig is. In 2022 startten we onderzoeken naar duurzame warmtebronnen, zoals geothermie en warmte uit water. In regionaal verband werken we aan een Regionale Structuur Warmte (RSW), om gemeentegrensoverschrijdend te zoeken naar duurzame warmtebronnen. Er zijn al enkele duurzame warmtebronnen in Meierijstad, zoals de monovergister van Groene Woud Gas in Sint-Oedenrode. Onder leiding van POM onderzoeken we de mogelijkheden voor een warmtenet op de bedrijventerreinen en de kansen van waterstof als energiedrager. Mobiliteit In de duurzame mobiliteitsvisie hebben we aandacht voor hernieuwbare brandstoffen in vervoer. De nadruk ligt in eerste instantie wel op besparing, net als bij gebouwen. Alle energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken.

Hoe meten we? Om de voortgang te meten gebruiken we de gegevens uit de Klimaatmonitor. Het volledige rapport over hernieuwbare energie in Meierijstad is te downloaden op https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/ Kanttekening vooraf De Klimaatmonitor spreekt van ‘hernieuwbare energie’. • In de klimaatmonitor is biomassa een hernieuwbare bron. Er is steeds meer discussie over de duurzaamheid van biomassa. • De klimaatmonitor telt ook warmte door houtkachels mee als hernieuwbare energie. Houtkachels zijn slecht voor de luchtkwaliteit en worden daarom steeds meer ontraden, of zelfs (in andere gemeenten) verboden. Vooralsnog hanteren we de klimaatmonitor, waarin biomassa en houtkachels hernieuwbare bronnen zijn. We spreken daarom in deze paragraaf verder van ‘hernieuwbare’ energie, niet over ‘duurzame’ energie. De meest recente cijfers in de klimaatmonitor voor de opwekking van hernieuwbare energie zijn van het jaar 2020. In 2020 lag het percentage hernieuwbare energie op 7,6 % voor Meierijstad. Ofwel: van alle energie die we gebruikten in Meierijstad wekten we 7,6 % duurzaam op. Pagina 3 van 31

Belangrijk om daarbij te vermelden: het is een percentage. Daarmee is het cijfer niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie, maar ook van de hoeveelheid verbruikte energie. Daarom kan dit getal een vertekend beeld geven. We laten daarom twee grafieken zien: één grafiek met het percentage hernieuwbaar opgewekte energie (figuur 3), en één grafiek met de absolute hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie in TeraJoules (TJ) (figuur 2). Die absolute hoeveelheid steeg van 605 TJ in 2019 naar 718 TJ in 2020. Volgens de herijkte energiemix (2022) hebben we in 2050 7.172 TJ aan energie nodig voor elektriciteit, warmte en verkeer.1 Dat is dus nog ca. 10 keer zoveel als we nu opwekken. Ook belangrijk om te vermelden: zon op dak stijgt flink in Meierijstad. Voor zon op dak hebben we al actuelere cijfers en zien dat die stijging zich exponentieel doorzet. Dat is goed en nodig. Vaak vragen inwoners of we onze duurzame energie-opgave niet alleen met zon op dak kunnen halen. Op dit moment zijn al veel daken van woningen en bedrijven voorzien van zonnepanelen. Maar de energie die we daarmee opwekken is in 2020 slechts 3,1%2 van wat we in totaal gebruiken. Met alleen zon op dak gaan we het dus niet redden om in 2050 CO2-neutraal zijn. Daarvoor hebben we vele andere bronnen nodig.

Figuur 2. hernieuwbare energie Meierijstad 2011-2020 in TeraJoule De blauwe lijn (energie) is de optelsom van de grijze (vervoer), rode (warmte) en gele (elektriciteit) lijn.

1 1) Dit verbruik van 7.172 TJ is het scenario met een restvraag voor warmte (i.t.t. een volledig elektrisch scenario). 2) Biomassa

is niet meegerekend als hernieuwbare bron. 2) In deze energiemix is rekening gehouden met energiebesparing, toename van de bevolking, groei van elektrische mobiliteit, grote vraag naar koeling, meer elektrische warmte en energieverlies door het omzetten van energie en onbalans tussen aanbod en verbruik. 2 294 TJ zonnestroom in 2020 / 9.451 TJ energieverbruik in 2020 = 3,1% Pagina 4 van 31

Figuur 3. percentage hernieuwbare energie gemeente Meierijstad 2011-2020 Hernieuwbare energie bestaat in de Klimaatmonitor uit drie hoofdonderdelen: hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte en biobrandstof voor vervoer. Van de losse onderdelen zijn ook allerlei tabellen beschikbaar op de Klimaatmonitor. Om dit stuk leesbaar te houden, stippen we alleen de belangrijke ontwikkelingen en inzichten aan. Hernieuwbare elektriciteit In 2020 werd in Meierijstad 319 TJ aan hernieuwbare elektriciteit opgewekt met zonnestroom (92%) en biomassaverbranding (8%). In totaal stijgt de hernieuwbare elektriciteit in onze gemeente. Dit is vrijwel geheel toe te schrijven aan zon op dak, aangezien er slechts één zonneveld in bedrijf is (Korenstreep). De hoeveelheid zonnestroom stijgt de laatste jaren flink in Meierijstad. Voor zonnestroom is het cijfer voor 2021 ook al bekend in de Klimaatmonitor en laat weer een verdere stijging zien (380 TJ). Dit komt zowel door zon op woningen als op bedrijfsdaken. De open data van Enexis3 zijn nog actueler. Medio 2022 is er op grootverbruikaansluitingen (grote bedrijfsdaken en zonneparken) ruim 80 megawatt aan vermogen voor zonne-energie opgesteld. Daarnaast is er bijna 20 megawatt aan vermogen in aanleg. Van de kleinverbruikaansluitingen (woningen, kleine kantoren etc.) in Meierijstad wekt 34% energie op met zonnepanelen.

Het opgestelde vermogen is bijna 65. MW. Als we dat omrekenen naar terajoules komen we in 2022 al op 459 TJ, met nog eens 63 TJ in aanleg. In de klimaatmonitor telt zon op dak mee als opwekking van hernieuwbare energie. Binnen het klimaatakkoord (en dus ook de Regionale Energiestrategie) rekent de Rijksoverheid kleinschalige zonneprojecten mee als besparing, niet als opwekking.

3 https://www.enexis.nl/over-ons/open-data

Pagina 5 van 31

Vooralsnog hanteren we de Klimaatmonitor. Alle zon op dak rekenen we in dit rapport dus als opwekking van hernieuwbare energie. Hernieuwbare warmte In Meierijstad werd in 2019 hernieuwbare warmte opgewekt met biomassaketels bij bedrijven, biomassaverbranding, houtkachels in woningen en ondiepe geothermie (warmtekoude-opslag en warmtepompen). Het grootste gedeelte van de opwekte hernieuwbare energie is warmte. Van die hernieuwbare warmte is het grootste deel (42%) van houtkachels in woningen en biomassaverbranding voor het opwekken van elektriciteit (37%). Vanuit het Schone Lucht Akkoord wordt houtstook afgeraden, omdat het een negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Vooralsnog worden houtkachels in de Klimaatmonitor wel als ‘hernieuwbaar’ gezien. De hoeveelheid opgewekte energie met houtkachels is al jaren stabiel, het neemt niet toe of af. Sinds 2016 zien we in totaal een stijgende lijn van hernieuwbare warmte, die vooral door biomassaverbranding met elektriciteitsopwekking komt.4 Biobrandstof voor vervoer Onder hernieuwbare energie in verkeer en vervoer valt de bijmenging van biobrandstoffen, die gemaakt zijn van bijvoorbeeld plantaardige oliën. Deze brandstoffen worden in enkele procenten bijgemengd in voertuigbrandstof. In Meierijstad wordt het grootste gedeelte gebruikt in wegverkeer (91%) en de rest voor mobiele werktuigen.

Het gebruik ervan houdt dus gelijke tred met het gebruik van voertuigbrandstoffen. In 2020 is het energieverbruik door wegverkeer gedaald, dus ook het gebruik van biobrandstoffen. Daar is de invloed van de coronacrisis en het thuiswerken te zien.

4 In 2012 was biomassaverbranding voor het opwekken van elektriciteit nog veel groter dan nu (170 TJ in 2012, 95 TJ in 2020).

Dat is ook te zien in de grafieken. Tussen 2012 en 2015 nam dit cijfer af, vanaf 2016 is het weer gaan groeien. Dit kunnen we niet verklaren. De verwachting is dat één groot bedrijf in 2012 de biomassaverbranding begon af te bouwen. Pagina 6 van 31

Ambitie 2: Vastgoed CO2-neutraal in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 is al het maatschappelijk vastgoed in Meierijstad voor zover mogelijk CO2-neutraal Wat is de voortgang? We kunnen dit nog niet meten: de monitor is in ontwikkeling. Wel zijn er veel gebouwen aangepakt (zie project 1 en 2). In 2022 was de ‘Routekaart verduurzaming vastgoed’ gereed. Deze Routeplanner is nog niet aangeboden aan de gemeenteraad. Dit gebeurt tegelijk met het geactualiseerde meerjaren onderhoudsprogramma, bij de begrotingsbehandeling voor 2024. In beide stukken is dan ook het actuele prijspeil (2024) verwerkt. Hoe werken we aan deze ambitie? Nadat de duurzaamheidsvisie was vastgesteld, stelde de raad eind 2018 ook de Kadernota Vastgoed vast. Daarin is ook de ambitie opgenomen om uiterlijk in 2030 het maatschappelijk vastgoed voor zover mogelijk CO2-neutraal te maken. Om deze ambitie waar te maken, zijn drie stappen geformuleerd: 1. Eerste verduurzamingsslag op natuurlijke momenten (via DMOP) 2. Zonnepanelen en zonnecollectoren 3. CO2-neutraal voor zover mogelijk Ad. 1) Ad. 2) Ad. 3)

In het Duurzaam Meerjaren Onderhoudsprogramma (DMOP) is een serie bestaande en beproefde maatregelen opgenomen. Dat betekent dat we bij regulier onderhoud en vervanging verduurzamen. Voor het plaatsten van zonnepanelen is geen structureel budget opgenomen. Hiervoor stelt de raad aparte kredieten beschikbaar waar mogelijk, zodat we zon op dak wel kunnen realiseren. Daarmee halen we echter nog niet de doelstelling om CO2-neutraal te worden in 2030. Aanvullend onderzoek leidde tot de ‘Routekaart Gemeente Meierijstad CO2-neutraal’. De bijbehorende doorrekening laat zien dat er naast de maatregelen die in het DMOP staan en de zonnepanelen, nog extra verduurzamingsmaatregelen nodig zijn. Bijvoorbeeld door isolatie van panden naar voren te halen in de planning. Uiteindelijk is compensatie nodig van het verbruik dat overblijft nadat alle maatregelen zijn genomen.

Hoe meten we? Bij de routekaart en routeplanner ontwikkelen we een dashboard. Daarmee brengen we de voortgang in beeld. Voor 2022 zijn er nog geen cijfers of grafieken te tonen.

Pagina 7 van 31

Ambitie 3: 30% minder energieverbruik gebouwen en bedrijven in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 is in Meierijstad het energieverbruik bij bedrijven en in de gebouwde omgeving met 30% gereduceerd. Sinds het vaststellen van de duurzaamheidsvisie is het doel voor energiebesparing verder uitgewerkt. Hieruit blijkt dat de ambities minder hoog liggen dan in de duurzaamheidsvisie, 30% besparing in 2030 blijkt bij nader inzien erg ambitieus: • In de Regionale Energiestrategie 1.0 (2021) is de ambitie een besparing van 11% in 2030 ten opzichte van 2017 op de warmtevraag in de gebouwde omgeving en de elektriciteitsvraag. Het doel voor 2050 is 21% besparing. • In de herijkte energiemix (2022) rekenen we met een besparing van 26% in 2050 op het totale energieverbruik. • In 2022 en 2023 ontwikkelen we eigen beleid voor energiebesparing in de gebouwde omgeving, de ambities koppelen we aan de landelijke ambities uit het programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving. Wat is de voortgang? In het energieverbruik bij bedrijven en in de gebouwde omgeving is in de afgelopen 10 jaren een dalende trendlijn te zien. In sommige jaren stijgt het energieverbruik weer iets, in andere jaren daalt het. Voor de onderdelen ‘gebouwde omgeving’ en ‘industrie’ hebben we al cijfers van 2021. Het energieverbruik is voor beide onderdelen weer gestegen ten opzichte van 2020.

De oorspronkelijke ambitie van 30% besparing in 2030 is met deze trend (lineair doorgerekend) niet haalbaar. Het RES-doel van 11% besparing in 2030 lijkt wel haalbaar. De dalende lijn moet zich dan wel voortzetten. Dat gebeurt niet vanzelf, daarvoor is inspanning nodig van met name bedrijven, woningcorporaties en huizenbezitters, met ondersteuning van de overheid. Energieverbruik gebouwde omgeving 2017 3.091 TeraJoules 2018 3.109 TeraJoules 2019 3.068 TeraJoules 2020 2.984 TeraJoules 2021 3.036 TeraJoules

Energieverbruik Gebouwde omgeving Meierijstad (2011-2021) met lineaire trendlijn naar 2030 (TJ) 3500

RES doel 11%, 2741

3000 2500 2000

MS doel 30%, 2156

1500 1000

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

0

2011

500

5

Figuur 4. Figuur Energieverbruik Gebouwde omgeving Meierijstad (2011-2021) met lineaire trendlijn naar 2030 (TJ) Energieverbruik industrie, energie, afval, water

5 Het doel in 2030 is 89% van het verbruik in 2017 (doel uit Regionale Energiestrategie 1.0).

Pagina 8 van 31

2017 2018 2019 2020 2021

3.552 TeraJoules 3.521 TeraJoules 3.345 TeraJoules 3.296 TeraJoules 3.412 TeraJoules

Energieverbruik Industrie, Energie, Afval en Water Meierijstad (2011-2021) met lineaire trendlijn naar 2030 (TJ) 4000

RES doel 11%, 3162

3500 3000 2500

MS doel 30%, 2487

2000 1500 1000

2030

2029

2028

2027

2026

2025

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2013

2012

0

2011

500

5

Figuur 5. Energieverbruik Industrie, Energie, Afval en Water Meierijstad (2011-2021) met lineaire trendlijn naar 2030 (TJ) Hoe werken we aan deze ambitie? De verwachting is dat de energievraag (behoefte) de komende jaren door verduurzaming ingrijpend gaat veranderen. Het verduurzamen van de energievoorziening begint met besparing door (verbeterde) isolatie en meer energie-efficiëntie. Bij mobiliteit gaan we uit van een verregaande elektrificatie: rijden op elektriciteit. Hierdoor is de behoefte aan benzine, diesel en LPG in 2050 volledig verdwenen. Daar staat een toename in elektriciteit tegenover. Deze toename komt voor een deel ook door de inzet van elektriciteit voor warmte (bijvoorbeeld door de toepassing van een warmtepomp). We richten ons binnen deze ambitie en met bijbehorende projecten op besparing in de gebouwde omgeving en bij het bedrijfsleven. Hoe meten we? Om de voortgang te meten gebruiken we de gegevens uit de Klimaatmonitor. Het volledige rapport over energieverbruik in Meierijstad is te downloaden op https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/

Pagina 9 van 31

Figuur 6. Totale energieverbruik Meierijstad 2010-2020 in Terajoule Het totale energieverbruik van Meierijstad is van 2018 tot 2020 gedaald. De grootste energieverbruikers zijn de gebouwde omgeving, verkeer en vervoer en de industrie. Ambitie 3 uit de duurzaamheidsvisie richt zich het energieverbruik in de gebouwde omgeving (de blauwe staaf in figuur 6) en de industriële bedrijven (de roze staaf in figuur 6), daarom lichten we deze twee onderdelen verder toe. Gebouwde omgeving Het energieverbruik (warmte en elektriciteit) in de gebouwde omgeving is in de Klimaatmonitor opgesplitst naar woningen, commerciële dienstverlening en publieke dienstverlening. In figuur 7 is te zien dat het energieverbruik in de gebouwde omgeving de afgelopen jaren redelijk stabiel is. De beoogde daling van het energieverbruik is dus nog niet ingezet. In 2020 is het verbruik juist weer iets hoger dan in 2019.

Pagina 10 van 31

Figuur 7. Energieverbruik gebouwde omgeving in TeraJoules Meierijstad 2011-2021 Als we naar het energieverbruik van woningen kijken (de blauwe staaf in figuur 7), zien we over een langere periode dat het gasverbruik een dalende lijn laat zien. Daarvoor kijken we naar het verbruik dat gecorrigeerd is voor de temperatuur (de blauwe lijn in figuur 8a). Deze daling is grillig en zeer licht, maar wel waarneembaar. De effecten van de energiecrisis in 2022 zijn in deze grafiek nog niet te zien. We verwachten dat het aardgasverbruik in 2022 daalt. Voor elektriciteit geldt dat het verbruik aan het dalen was, maar sinds 2019 weer een stijgende lijn laat zien. Mogelijke verklaring hiervoor is dat sinds de coronacrisis werknemers vaker thuis werken, met als gevolg meer elektriciteitsverbruik voor verlichting, verwarming en apparatuur. Een steeds groter deel van het elektriciteitsverbruik is opgewekt met eigen zonnepanelen. Dat is positief, maar het verbruik moet in totaal wel gaan dalen. Alles wat we niet verbruiken, hoeven we ook niet op te wekken. Deze trends zijn in onderstaande grafieken zichtbaar:

Pagina 11 van 31

Figuur 8. aardgas- en elektriciteitsverbruik woningen Meierijstad 2008-2021 in miljoen m3 en miljoen kWh Het energieverbruik in de commerciële dienstverlening (de grijze staaf in figuur 7)is versnipperd naar vele sectoren. In de ‘handel’ is het energieverbruik het hoogst, gevolgd door ‘vervoer en opslag’ en de horeca. De trend is te zien in figuur 9:

Figuur 9. elektriciteitsverbruik commerciële dienstverlening Meierijstad 2011-2021 in Terajoules Het energieverbruik in de publieke sector (de roze staaf in figuur 7) is verdeeld over vijf sectoren, waarvan in Meierijstad ‘gezondheids- en welzijnsorganisaties’ de grootste is. Het verbruik is in 2021 gedaald. De trend is te zien in figuur 10:

Pagina 12 van 31

Figuur 10. energieverbruik publieke sector Meierijstad 2011-2021 in Terajoules

Pagina 13 van 31

Industrie, Energie, Afval en Water Het energiegebruik van Industrie, Energie, Afval en Water meten we met de volgende indicatoren: Gasverbruik en elektriciteitsverbruik delfstoffenwinning; Gas en elektriciteit geleverd aan industrie; Gasverbruik en elektriciteitsverbruik bouwnijverheid; Gasverbruik en elektriciteitsverbruik waterbedrijven en afvalbeheer. Omdat het energieverbruik van delfstoffenwinning te verwaarlozen is in de gemeente Meierijstad, laten we die buiten beschouwing. In Meierijstad gebruikt de sector ‘industrie’ veruit het meeste energie. Een klein gedeelte van de energie gaat naar de waterbedrijven en afvalbeheer, en de bouwnijverheid. Het energieverbruik is in 2021 gestegen. Dit geldt zowel voor het gebruik van aardgas als van elektriciteit. Onder ‘industrie’ verstaat het CBS vooral de maakindustrie (mechanische, fysische of chemische verwerking van materialen, stoffen of onderdelen tot nieuwe producten) en reparatie en installatie van de benodigde machines en apparatuur. In de klimaatmonitor of de CBS databank is dit niet verder uitgesplitst.

Figuur 11. Energieverbruik Industrie, Energie, Afval en Water Meierijstad 2011-2021 in TJ.

Pagina 14 van 31

Ambitie 4: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 is bij de bedrijven in Meierijstad maatschappelijk verantwoord ondernemen de standaard. Wat is de voortgang? Steeds meer bedrijven zijn bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze groei moet nog toenemen, om te bereiken dat in 2030 bij alle bedrijven MVO de standaard is. • • •

64 uitgevoerde energiescans bij bedrijven in 2021 en 2022. Maatregelen genomen: LED verlichting, PV panelen, CV optimalisatie. Ook steeds meer aandacht voor klimaatadaptatie en vergroening. 77 MW vermogen zon op grote bedrijfsdaken, 13 MW in aanleg. 2 nieuwe fairtrade deelnemers

Hoe werken we aan deze ambitie? Voor de uitwerking van deze ambitie is een definitie nodig van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In de duurzaamheidsvisie worden al elementen benoemd van een duurzame bedrijfsvoering: energie, innovatie en eerlijke handel. In 2020 besloten de gemeente, POM en de Rabobank zich met de samenwerking DOE te richten op de thema’s energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. De focus in de eerste jaren ligt op de energietransitie. Het bedrijfsleven in Meierijstad doet meer aan verduurzaming dan alleen bovengenoemde activiteiten. Uit eigen beweging en met ondersteuning van andere partijen, zoals de Brabantse Ontwikkelmaatschappij (BOM), de provincie, en de Rijksoverheid met bijv. fiscale maatregelen en branche-afspraken. Buiten de scope van dit duurzaamheidsprogramma en van DOE werken bedrijven en de gemeente ook aan sociale duurzaamheid, gericht op arbeidsparticipatie en social return. De gemeente is zelf op het hoogste niveau gecertificeerd op de Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO). Hoe meten we? Om de voortgang te monitoren, richten we ons op enkele indicatoren die aangeven hoeveel bedrijven bezig zijn met de energietransitie: - Hoeveelheid zonnepanelen op grote bedrijfsdaken, dit jaar gemeten via de open data van Enexis.

6 - Aantal bedrijven dat deelneemt aan DOE Meierijstad (Duurzaam Ondernemend Energiek) Om eerlijke handel in beeld te brengen gebruiken we de cijfers van de Stichting Fairtrade Gemeente Meierijstad: - Aantal bedrijven en instanties die de titel ‘fairtrade’ en/of ‘MVO’ in het betreffende jaar ontvingen, gegevens van Stichting Fairtrade Gemeente Meierijstad. Het energieverbruik en de opwekking van duurzame energie van bedrijven zijn te vinden bij ambities 1 en 3.

6 https://www.enexis.nl/over-ons/open-data

Pagina 15 van 31

Ambitie 5: Zwerfafvalvrij in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 is de leefomgeving in Meierijstad vrij van zwerfafval. Wat is de voortgang? Geen voortgang gemeten in 2022. Hoe werken we aan deze ambitie? De ambitie voor de lange termijn is al helder: in 2030 is er geen zwerfafval meer in Meierijstad. Via verschillende wegen werken we aan realisatie van deze ambitie. Alleen communiceren, of alleen opruimen is namelijk niet genoeg. De nieuwe aanpak vanaf 2020 zet in op opruimen, bewustwording (inclusief educatie), gedragsverandering, communicatie en samenwerking met inwoners en organisaties. In de huidige afspraken met de aannemers die voor de gemeente de openbare ruimte onderhouden, nemen we resultaatverplichtingen op voor zwerfafval. Die eisen liggen nog niet op het niveau ‘zwerfafvalvrij’. Dat zou gelijk staan aan overal een score A of A+. Voor het verwijderen van zwerfvuil en veegvuil op verhardingen hanteren we kwaliteitsniveau B van de CROW. Op gazons en in beplantingen is dat niveau C. Uitzonderingen zijn de grote winkelcentra in Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel, daar wordt niveau A overal het uitgangspunt. Verder ruimen we zwerfvuil op zogenaamde hot spots in bermen met ruw gras. Hoe meten we? We voeren beeldkwaliteitmetingen uit volgens de CROW-methodiek. Voor 2022 zijn geen meetgegevens bekend.

Figuur 12. Zwerfafvalscores Meierijstad 2019 t/m 2021

Pagina 16 van 31

Ambitie 6: Geen afval en verspilling in 2050 Wat is onze ambitie? In 2050 bestaat in Meierijstad geen (rest)afval en verspilling meer. Alle materialen en gebouwen komen uit en keren terug in gezonde kringlopen Wat is de voortgang? De voortgang voor de volledige opgave om circulair te worden in 2050 is nog niet in beeld. Daarvoor is eerst inzicht nodig in de grondstofstromen in Meierijstad. De verwachting is dat consumptiegoederen maar een klein aandeel zijn van het totaal. Meierijstad heeft de VANG-doelstelling in 2020 gehaald: maximaal 100 kg fijn restafval per inwoner en een scheidingspercentage van minimaal 75%. Het VANG-doel voor 2025 is maximaal 30 kg fijn restafval per inwoner. De focus ligt op nog betere scheiding van afval én betere kwaliteit van de afvalstromen (zo schoon mogelijk, zodat het zo hoogwaardig mogelijk verwerkt kan worden). In 2022 produceerde Meierijstad 63 kg fijn restafval per persoon. De voedselverspilling daalde in 2019 significant ten opzichte van voorgaande jaren. De voedselverspilling bedroeg in 2019 per hoofd van de bevolking tussen de 88 en 138 kilogram. Er zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar.

Hoe werken we aan deze ambitie? Deze ambitie is op onderdelen uitgewerkt: - Voor huishoudelijk afval van inwoners hanteren we de doelstellingen van het programma VANG (Van Afval naar Grondstof): een scheidingspercentage van 75% = 100kg restafval per inwoner per jaar in 2020. - Voor voedselverspilling maken we deel uit van de Stichting Samen tegen Voedselverspilling. Deze stichting streeft naar 50% minder voedselverspilling in 2030. Daarmee hebben we nog niet de volledige ambitie uitgewerkt. Voor de provincie Noord-Brabant is een circulaire atlas gemaakt, die inzicht geeft in alle materiaalstromen in de provincie. We doen in 2022-2023 een soortgelijk onderzoek specifiek voor Meierijstad. Dan weten we waar de grootste kansen liggen om circulair te worden, en ook welke rol de gemeente daarin kan spelen. Uit het Brabantbrede onderzoek blijkt dat huishoudelijk afval een relatief kleine stroom is. Van oudsher ligt bij gemeenten daar de focus op, mede door de wettelijke taak om het afval in te zamelen. Als we kijken naar het grotere geheel van grondstofstromen is het wellicht verstandig de aandacht te verbreden of verleggen, om onze ambitie voor 2050 waar te maken.

Figuur 13. Grondstoffenstromen in de provincie Noord-Brabant in de verschillende sectoren, met hoeveelheden in kton/jaar7 7 Bron: Circulaire Atlas Noord-Brabant, RHDHV in opdracht van provincie Noord-Brabant, 21-04-2020, projectnummer BG6246-101-100, pagina

10 en 11.

Pagina 17 van 31

De Rijksoverheid werkt binnen het ‘Werkprogramma monitoring en sturing Circulaire Economie (Planbureau voor de Leefomgeving)’ aan monitoring van circulariteit als geheel. Hoe meten we? We monitoren deze ambitie met verschillende losse indicatoren: - Kilogram huishoudelijk restafval per inwoner per jaar en scheidingspercentage - Kilogram voedselverspilling per hoofd van de bevolking per jaar (Monitor Voedselverspilling) Huishoudelijk restafval De hoeveelheid huishoudelijk restafval bestaat uit fijn restafval (wat thuis in de minicontainer zit) en grof huishoudelijk afval, dat inwoners bij de milieustraat brengen. Dit cijfer wordt berekend met de gegevens van de afvalinzamelaars die Meierijstad contracteert. De voorlopige afvalcijfers over het jaar 2022 laten zien dat de hoeveelheid fijn restafval uitkomt op 63 kilogram per inwoner per jaar. In 2021 was dat 69 kg per inwoner, dus we zien een daling. Voedselverspilling Er is nog geen update van de Monitor Voedselverspilling. De meest recente cijfers lopen tot 20198. Deze rapporteerden we vorig jaar ook. De conclusie luidt nog steeds: “De voedselverspilling is in 2019 significant gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. De voedselverspilling bedroeg in 2019 per hoofd van de bevolking tussen de 88 en 138 kilogram, en in totaal in Nederland tussen de 1.514 en 2.380 kiloton.

De daling is te koppelen aan een daling van het gebruik van reststromen in natte veevoeders en een aanpassing van de verliespercentages op het land van aardappelen en suikerbieten.”

Figuur 14. Hoeveelheid voedselverspilling in Nederland in de periode 2009-2019. Eerder rapporteerden we cijfers van Het Voedingscentrum. Daarmee konden we meer inzicht geven in verspilling door huishoudens. Tussen 2010 en 2019 was een daling van 29% te zien. Ook hiervoor zijn geen nieuwe cijfers beschikbaar.

8 Bron: ‘Monitor Voedselverspilling Update 2009 – 2019’, Soethoudt, Han en Vollebregt, Martijntje, Wageningen Food & Biobased Research,

Rapport 2228, (2021)

Pagina 18 van 31

Ambitie 7: Duurzame en schone mobiliteit in 2050 Wat is onze ambitie? In 2050 is de mobiliteit in Meierijstad innovatief en schoon. Vervoersbewegingen zijn zonder emissies en vrij van fossiele brandstof Wat is de voortgang? De trendlijn van 2011 tot 2020 is vlak, het energieverbruik laat dus op lange termijn geen dalende lijn zien. Ook voor mobiliteit geldt dat alles wat we niet verbruiken, niet duurzaam hoeven op te wekken. Besparing van het verbruik door slimmer en anders reizen is daarom nog steeds één van de ambities van het mobiliteitsbeleid. Sinds 2014 stijgt het totale energieverbruik door vervoer zelfs in Meierijstad. In 2019 stabiliseerde het zich, en daalde vervolgens flink in 2020. De coronacrisis lijkt daarvoor de belangrijkste oorzaak. Het aantal elektrische voertuigen (elektrisch, plug-in hybride, brommers en speed pedelecs) neemt de laatste jaren exponentieel toe. Energieverbruik vervoer 2017 2.844 TeraJoules 2018 2.913 TeraJoules 2019 2.898 TeraJoules 2020 2.482 TeraJoules

Figuur 15. Energieverbruik vervoersmodaliteiten Meierijstad 2011-2020 (TJ) Aantal elektrische en plug-in hybride voertuigen 2018 2019 2020 2021 2022

663 903 1.209 1.680 2.398

Pagina 19 van 31

Figuur 16. Geregistreerde elektrische en waterstofvoertuigen 2016-2022 Meierijstad Hoe werken we aan deze ambitie? Deze ambitie is verder uitgewerkt in de duurzame mobiliteitsvisie als één van de drie strategische opgaven (transitie naar een duurzame, gezonde en slimme mobiliteit). Dat uit zich in aandacht voor goed en slim openbaar vervoer, het faciliteren en stimuleren van fietsgebruik, stimuleren van deelmobiliteit en elektrisch vervoer. Hoe meten we? We gebruiken de Klimaatmonitor voor het meten van het energieverbruik door vervoer, en voor het meten van het aantal duurzame voertuigen in Meierijstad. Energieverbruik verkeer en vervoer Vanaf 2014 steeg het energieverbruik door vervoer. Een groot deel (blauwe balk) komt door verkeer op de snelweg. Een nog groter deel is wegverkeer buiten de snelweg. Het energieverbruik door mobiele werktuigen is relatief klein in Meierijstad. Het totale energieverbruik door vervoer stabiliseerde in 2019 en daalde flink in 2020. De coronacrisis lijkt daarvoor de belangrijkste oorzaak.

Pagina 20 van 31

Figuur 17. Energieverbruik in TJ verkeersmodaliteiten Meierijstad 2011-2020 Elektrische en waterstofvoertuigen Het aantal elektrische personenauto’s, bedrijfsauto’s, fietsen en brommers stijgt, net als het aantal plug-in hybride voertuigen.

Pagina 21 van 31

Figuur 18. Aantal elektrische en waterstofvoertuigen Meierijstad 2016-2022

Pagina 22 van 31

Ambitie 8: Schone bedrijven in 2050 Wat is onze ambitie? In 2050 is de bedrijvigheid in Meierijstad schoon en emissieloos Wat is de voortgang? We kunnen dit nog niet meten: er werd gewerkt aan een CO2-monitor in samenwerking met Platform Ondernemend Meierijstad. Dit heeft in 2022 lagere prioriteit gekregen. Reden is dat de aanpak op de bedrijventerreinen versnelt, door deelname aan het provinciale project Grote Oogst, maar ook door netschaarste, de hoge energieprijzen en beleid van de Rijksoverheid. De focus bij het bedrijfsleven ligt op daadwerkelijke uitvoering, niet op monitoring. We weten wel wat het energieverbruik van het bedrijfsleven is en hoeveel elektriciteit wordt opgewekt door zon op grote daken. Zie de voortgang bij ambitie 3 en 1. Hoe werken we aan deze ambitie? Deze ambitie richt zich op het bedrijfsleven. Daarmee geven we aan dat de bedrijvigheid in Meierijstad een belangrijke speler is in het behalen van de duurzaamheidsambities. Inhoudelijk zijn de ambities echter al op andere plekken genoemd en uitgewerkt: - CO2-uitstoot is verwerkt in ambities 1 en 3. Dat gaat over de gebouwen en de (industriële) processen. - Uitstoot door mobiliteit is verwerkt in ambitie 7. - Circulariteit is verwerkt in ambitie 8 (o.a. materiaalgebruik en voedselverspilling). - Uitstoot van schadelijke stoffen naar bodem en water zijn verwerkt in ambitie 11.

In 2022 zijn de bedrijventerreinen in Veghel door de provincie geselecteerd als een van 13 bedrijventerreinen in Brabant om verduurzaming te versnellen. Die aanpak vindt plaats onder de subsidieregeling “Grote Oogst”. De speerpunten daarbij zijn voor de Veghelse aanpak: Energie (o.a. besparing, opwek en netwerkcongestie) en klimaatadaptatie. Afgeleide doelstellingen zijn stikstofvermindering en circulariteit. Hoe meten we? Het plan om een CO2 monitor te ontwikkelen met Platform Ondernemend Meierijstad heeft in 2022 een lagere prioriteit gekregen, door dat de focus op Grote Oogst ligt. In 2020 is de opgave voor CO2-reductie door het bedrijfsleven in Meierijstad in beeld gebracht. Uit onderzoek blijkt dat de industrie voor 37% bijdraagt aan de uitstoot van Meierijstad. De commerciële dienstverlening draagt voor 11% bij aan de uitstoot van Meierijstad. De benodigde CO2-reductie voor het bedrijfsleven bedraagt daarmee 161.000 ton (industrie) en 48.000 ton (commerciële dienstverlening) voor 2030.

Pagina 23 van 31

Figuur 19. Benodigde CO2-reductie voor 2030 voor Meierijstad (Bron: Duurzaamheidspropositie DOE Meierijstad (juni 2020))

Pagina 24 van 31

Ambitie 9: 25% meer groen in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 is de groenindex van Meierijstad gestegen met 25% tot 0,5 Wat is de voortgang? We kunnen dit nog niet meten: een goede monitor moeten we nog vinden. Hoe werken we aan deze ambitie? De ambitie om te vergroenen vertalen we in verschillende beleids- en uitvoeringsplannen voor de openbare ruimte. Dat is werk in uitvoering. Een belangrijke stap al is gezet met het vaststellen van het bomenbeleid in 2020. Daarin is de doelstelling om het groen met 25% te laten stijgen overgenomen. Ook staat in het bomenbeleid het pleidooi voor een minimum percentage aan groen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is nog niet concreet uitgewerkt. De ambitie om te vergroenen is ook een bouwsteen voor de omgevingsvisie. Hoe meten we? We kunnen dit nog niet meten: een goede monitor moeten we nog vinden. Daarover bestaan verschillende gedachten: • Een mogelijkheid is de Gemeentelijk Groen Monitoring Service van Wageningen University & Reseach. In hun aanbod laten zij een kaartje zien van Nederland uit 2020. Gemeente Meierijstad is verstedelijkt binnen de bebouwde kom en staat landelijk op plaats 275 van groenste gemeenten. Dat biedt ruimte voor verbetering. • In de verschillende beleidsstukken over gemeentelijk groen wordt de ambitie overgenomen en verder uitgewerkt. Zoals in het bomenbeleidsplan.

Wellicht is het praktischer en minder complex om het meten van deze ambitie in delen te knippen. Dan meten we de toename van groen bij losse en concrete projecten, in plaats van het geheel. • Een andere mogelijkheid is om de klimaatbestendigheid van een gebied als geheel te meten. Groen wordt dan een middel, geen doel op zich.

Pagina 25 van 31

Ambitie 10: Goede biodiversiteit in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 zorgen we dat bij alle activiteiten in Meierijstad de biodiversiteit per saldo minimaal gelijk blijft Wat is de voortgang? De meest recente monitoring is uit 2021. Toen voerde Meierijstad een biodiversiteitsmeting uit. De flora en faunagegevens van de periodes 2008-2010 en 2018-2020 zijn opgevraagd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Het gaat om waarnemingen. De trends die zijn geconstateerd in de nulmeting zijn: • Meer kritische soorten waargenomen. • Meer soorten waargenomen die gebaat zijn bij een betere waterkwaliteit. • Waarneming van vaatplanten, reptielen, amfibieën en zoogdieren stabiel. • Lichte stijging aantal verschillende vogelsoorten. • Aantal insecten duidelijk toegenomen. Hoe werken we aan deze ambitie? De ambitie voor biodiversiteit, met daaraan gekoppeld de monitoring, is uitgewerkt in het biodiversiteitsbeleid. De raad stelde dit beleid in september 2022 vast. Daarin staan veel reeds bestaande activiteiten die bijdragen aan een betere biodiversiteit, plus nieuw te ontplooien activiteiten om de biodiversiteit te behouden en versterken. Het werken aan biodiversiteit richt zich op zes speerpunten: 1. behoud, verbetering en beheer van gemeentelijk groen 2. versterken groenblauw netwerk 3. natuurinclusief bouwen 4. natuurinclusieve landbouw 5.

duurzame en klimaatadaptieve maatregelen 6. vergroening particulier terrein Hoe meten we? In het nieuwe biodiversiteitsbeleid staat over monitoring het volgende opgenomen: “om een zo objectief mogelijk meetresultaat te krijgen maken we gebruik van verschillende monitorigsmethoden”. • We gaan specifieke soorten monitoren met behulp van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). • We gaan leefgebieden monitoren. Bepaalde soorten zijn indicatief voor de kwaliteit van een leefgebied. • Ook gaan we concrete acties per speerpunt monitoren. Deze monitoring is nog niet opgestart. Wel is in aanloop naar het nieuwe beleid een nulmeting uitgevoerd op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Dat is gebaseerd op waarnemingen. Dat is meteen ook een groot nadeel van deze monitor. We vergeleken voor de nulmeting de periode 2008-2010 met de periode 2018-2020. In die tijd is het doorgeven van (digitale) meldingen veel eenvoudiger geworden en daardoor ook toegenomen. Een toename van een soort kan dus ook het gevolg zijn van een groter aantal waarnemers. Dat is bij elke geconstateerde trend een belangrijke kanttekening. De trends die zijn geconstateerd in de nulmeting zijn: • Soorten die eerder nog weinig voorkwamen, worden steeds vaker gezien. Zoals de bever, vermiljoenkever, kleine ijsvogelvlinder en grote vos.

Dat komt door een ontwikkeling die groter is dan Meierijstad: bossen worden ouder en het klimaat warmt op, waardoor nieuwe soorten in het ecosysteem komen en/of zich beter ontwikkelen. Dat is niet altijd positief: denk aan de eikenprocessierups. In het algemeen is een ecosysteem wel gebaat bij een hogere diversiteit aan soorten, want dat is minder gevoelig voor ziekte en plagen, en ook weerbaarder tegen veranderende omstandigheden. • Er worden meer soorten gezien die gebaat zijn bij een betere waterkwaliteit, zoals libellen en kruipend moerasscherm. • Voor verschillende soorten zijn de waarnemingen in 10 jaar stabiel gebleven. Het gaat om vaatplanten, reptielen, amfibieën en zoogdieren. Pagina 26 van 31

• • •

Het aantal verschillende vogelsoorten laat een lichte stijging zien. Dit wordt vooral veroorzaakt door de waargenomen trekvogels. Het aantal waargenomen insecten is duidelijk toegenomen. Dit kan komen door meer aandacht voor insecten en daardoor meer waarnemingen, maar ook door klimaatverandering. Bij de overige soorten wisselen de waarnemingen sterk.

In Nederland wordt biodiversiteit onder andere gemeten binnen het Compendium van de Leefomgeving van de Rijksoverheid. Diverse flora en fauna worden jarenlang onderzocht. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving houdt zich bezig met biodiversiteit. Op basis van deze meetinstrumenten kunnen we wellicht in de toekomst ook (betere) conclusies trekken over de biodiversiteit specifiek voor Meierijstad, anders dan alleen gebaseerd op waarnemingen.

Pagina 27 van 31

Ambitie 11: Goede bodem- en waterkwaliteit in 2030 Wat is onze ambitie? In 2030 zorgen we dat bij alle activiteiten in Meierijstad de bodem- en waterkwaliteit per saldo minimaal gelijkt blijft Wat is de voortgang? We meten de voortgang in Meierijstad niet. Landelijke metingen in combinatie met wetgeving volstaan om te waarborgen dat deze ambitie wordt behaald. Hoe werken we aan deze ambitie? Deze ambitie is niet uitgewerkt, omdat de wetgeving op dit onderwerp volstaat. Hoe meten we? De ambitie in Meierijstad richt zich met name op activiteiten die mogelijk verandering in bodem- en waterkwaliteit teweeg brengen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het verplicht een watertoets en bodemtoets toe te voegen aan de ruimtelijke onderbouwing. De waterparagraaf wordt getoetst door en/of in samenspraak met de waterbeheerders uitgevoerd. De bodemtoets is vooral bedoeld om te bepalen of de bodem geschikt is voor de beoogde activiteit*. Deze watertoetsen en bodemtoetsen worden niet gebundeld om de totale impact op de bodem- en waterkwaliteit te monitoren. Bedrijven die impact hebben op de water- en bodemkwaliteit zijn aan wettelijke regels gebonden zoals de Wet Bodembeheer en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze zijn verwerkt in de vergunning of algemeen geldende regels. Daarmee is wettelijk geborgd dat de kwaliteit niet verslechtert door het drijven van een inrichting.

Bodemkwaliteit In 2019 heeft de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) de bodemkwaliteitskaart uitgebracht door de regio Noordoost Brabant. Dat stuk bevat ook een grondwaterkwaliteitskaart voor Meierijstad. Deze is online te raadplegen: http://www.bodemloket.odbn.nl/. Deze bodemkwaliteitskaarten laten zich echter lastig gebruiken als monitoringsinstrument. Een bodemkwaliteitskaart geeft weer of de aanwezige bodemkwaliteit geschikt is voor bepaalde functies en wordt eens per 5 jaar geactualiseerd. Het is niet zo dat de bodemkwaliteit jaarlijks verandert als gevolg van autonome ontwikkelingen. Nieuwe bodemverontreinigingen worden zoveel mogelijk voorkomen of beperkt via de milieuwetgeving. Saneringen zijn niet gericht op het verbeteren van de bodemkwaliteit an sich, maar op het mogelijk maken van ontwikkelingen*. In een gebied waar dus weinig ontwikkelingen plaatsvinden kan de bodemkwaliteit rustig 10 jaar hetzelfde blijven *Uit het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) volgt dat voor de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan onder andere rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn.

Waterkwaliteit De waterkwaliteit wordt landelijk en door de waterschappen gemonitord, te raadplegen op https://www.waterkwaliteitsportaal.nl. De kwaliteit in de watergangen in eigendom van de gemeente meten we niet. Bij klachten of als we zelf problemen waarnemen (zoals dode dieren, extreme algengroei of geuroverlast) vragen we het waterschap om de kwaliteit te meten. Waar nodig grijpen we in. Deze metingen bewaren we niet, omdat het slechts momentopnames zijn er niks zeggen over de lange termijn. De waterkwaliteit in onze watergangen kan namelijk snel veranderen door allerlei externe invloeden zoals temperatuur, luchtdruk Pagina 28 van 31

en zonintensiteit. Gemeente Meierijstad werkt aan een beheerprogramma voor het oppervlaktewater, zodat we de kwaliteit pro-actiever kunnen bewaken. Dit bevindt zich nog in de beginfase.

Pagina 29 van 31

Ambitie 12: Klimaatbestendig in 2050 Wat is onze ambitie? In 2050 is Meierijstad volledig klimaatbestendig (klimaatadaptatie, verdroging en hittestress) Wat is de voortgang? We kunnen dit nog niet meten: een goede monitor moeten we nog vinden of ontwikkelen. In 2020 en 2021 hebben we meer inzicht gekregen in de risico’s voor Meierijstad van klimaatverandering, en daarmee beter zicht op de benodigde actie. De gebruikte instrumenten lenen zich (nog) niet voor monitoren van de resultaten van deze acties. De klimaatschadeschatter geeft een beeld van de kosten die sterke klimaatverandering voor Meierijstad betekenen, als we niets ondernemen om ons aan te passen aan klimaatverandering9. De vraag is in hoeverre Meierijstad nu wil investeren om latere negatieve gevolgen en de kosten daarvan te verlagen.

9 Kanttekening bij deze grafieken: hoewel de grafiek het nauwelijks weergeeft, zien we in het gemeentelijke groen al schade

ontstaan door de droge zomers de afgelopen jaren.

Pagina 30 van 31

Figuur 20. Geschatte klimaatschade Meierijstad in 2050 in miljoen € (bron: klimaatschadeschatter) Hoe werken we aan deze ambitie? We vertalen deze ambitie in diverse beleidsvelden. Klimaatbestendigheid moet vooral in het beleid rondom groen, bomen, water en riolering, landgebruik en buitengebied een prominente plek krijgen. Vervolgens moeten we ook de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte klimaatbestendig maken. Daarnaast stimuleren we andere grondeigenaren om hetzelfde te doen. Alle overheden zijn hiermee bezig. In de regio Noordoost Brabant werken gemeenten, waterschapen, provincie en andere stakeholders samen aan klimaatadaptatie: zowel op beleidsniveau als operationeel. Bij project 38 zijn een aantal mooie Meierijstadse voorbeelden genoemd. Hoe meten we? Klimaatbestendigheid is lastig te monitoren. Het gaat om het inschatten van schade en risico’s in de toekomst, daarop anticiperen en vervolgens meten of het effect heeft. We zoeken nog naar de juiste manier om de voortgang te monitoren. We hebben al enkele instrumenten die ons meer inzicht geven: •

• •

In 2020 is een flinke stap gezet in het inzichtelijk maken van de risico’s voor Meierijstad, met de oplevering van de Klimaatatlas As50+10. Deze atlas leent zich (nog) niet als monitoringinstrument, maar wel als leidraad waar we welke actie moeten ondernemen. In 2021 ontwikkelden we de klimaatonderlegger voor Meierijstad. Deze onderlegger is een belangrijk instrument bij het maken van klimaatbestendige ruimtelijke keuzes. Een landelijk instrument is de klimaatschadeschatter11. Dit instrument geeft een schatting van de schadekosten voor de volgende drie thema’s: hitte, droogte en wateroverlast. De tool maakt voor de periode 2018-2050 twee schattingen: de schadekosten als het huidige klimaat tot 2050 hetzelfde zou blijven en een schatting van de schadekosten als het klimaat sterk verandert.

10 Klimaatatlas: https://as50.klimaatatlas.net/ 11 Klimaatschadeschatter: https://www.klimaatschadeschatter.nl/

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6fbfd749-e45f-428e-b5f2-1c360dd002dc