B11c Bijlage 2 Governancestructuur - programma ViA 2026 - 2030
Tekst van het document
Governancestructuur Programma Veilig in Afhankelijkheidsrelaties (ViA) 2026 – 2030
Auteur Danielle van Bokhoven
Datum: 2 oktober 2025
1
1. Aanleiding ...............................................................................................................................................................3 1.2 Opdracht en Doelstelling ...........................................................................................................................3 1.3 Totstandkoming voorstel ..........................................................................................................................3 1.4 Leeswijzer........................................................................................................................................................4 1.5 Vervolgproces ................................................................................................................................................4 2. Gewenst Toekomstbeeld...................................................................................................................................4 3.
Nieuwe Governancestructuur.........................................................................................................................5 3.1 Samenstelling Stuurgroep Zorg en Veiligheid – onderdeel ViA ................................................6 3.2 Rollen en taken binnen de governancestructuur ............................................................................8 3.2.1 Stuurgroep Zorg en Veiligheid........................................................................................................8 3.2.2 Bestuurlijk opdrachtgevers .............................................................................................................9 3.2.3 Gedelegeerd opdrachtgever ............................................................................................................9 3.3 Samenwerking binnen de stuurgroep .............................................................................................. 10 3.4 Mandaat ......................................................................................................................................................... 11 4. Overlegstructuur ...............................................................................................................................................
11 4.1 De Stuurgroep Zorg en Veiligheid ...................................................................................................... 12 4.2 Partneroverleg Zorg en Veiligheid ..................................................................................................... 13 4.3 Verhouding programmateam en lokale uitvoering ..................................................................... 14 5. Samenstelling programmateam.................................................................................................................. 16 6. Rol en positie van strategisch netwerkadviseur en accounthouders ......................................... 18 6.1 Regionaal overleg met contactfunctionarissen ............................................................................. 19 7. Verbinding in de regio .................................................................................................................................... 20 7.1 Verbinding met partners ZVH BNO.................................................................................................... 20 7.2 Verbinding met alle gemeenten .......................................................................................................... 20 7.3 Verbinding met regionale ontwikkelingen op Jeugd, Wmo en Veiligheid .........................
20 7.3.1 Verbinding met jeugd ...................................................................................................................... 21 7.3.2 Verbinding met Wmo ...................................................................................................................... 21 7.3.3 Verbinding met veiligheid ............................................................................................................. 21 Bijlage 1: Taken contactfunctionarissen ViA.............................................................................................. 22 Bijlage 2: Het samenwerkingsmanifest ViA Brabant Noordoost ....................................................... 24 Bijlage 3: Functieprofiel strategisch netwerkadviseur GI, VT, RvdK – regio Noordoost Brabant ...................................................................................................................................................................... 26
2
1. Aanleiding De regionale samenwerking binnen het programma Veilig in Afhankelijkheidsrelaties (ViA) bevindt zich op een kantelpunt. Uit onderzoek van Hiemstra & De Vries en Regioplan blijkt dat de huidige governancestructuur onvoldoende is toegerust om de ambities van het Koersplan ViA te realiseren. De nieuwe centrale ambitie is helder en breed gedragen:
“In 2030 is het toekomstscenario geïmplementeerd en stopt het geweld na 70% van de meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling.”
De uitvoering blijft echter achter door onduidelijke sturing, versnippering van verantwoordelijkheden en gebrek aan eenduidige werkwijzen.
1.2 Opdracht en Doelstelling De bestuurlijk opdrachtgevers ViA, te weten C. van den Elsen, M. Roozendaal en P. Slikker hebben een tweeledige opdracht verstrekt aan twee kwartiermakers. In onderlinge afstemming hebben de beide kwartiermakers gewerkt aan de volgende opdrachten. 1) Inhoudelijk onderzoek gericht op het opstellen van een plan van aanpak en gewijzigd koersplan op basis van een inventarisatie van de actuele stand van zaken; 2) Governance onderzoek gericht op de aansturing van ViA door de stuurgroep Zorg en Veiligheid en de inbedding binnen het ondersteunend bureau van het Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH). Gemeente 's-Hertogenbosch (de afdelingen volwassenen en afdeling Jeugd) vervult tijdens deze fase de rol van ambtelijk opdrachtgever voor de regio Brabant Noordoost.
1.3 Totstandkoming voorstel Om tot dit voorstel te komen zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: • •
• • • • •
Gesprekken met contactfunctionarissen ViA; Gesprekken met accounthouders Gecertificeerde Instellingen (GI), Veilig Thuis (VT), Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), Vrouwenopvang (VO), Maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MO/BW), Regionale inkooporganisatie Zorg (RIOZ); Afstemming met kwartiermaker Jeugdhulpregio; Afstemming met mede kwartiermaker ViA; Afstemming met regionale projectleider Stevige Lokale Teams; Bespreking in partneroverleg Zorg en Veiligheid; Bespreking in stuurgroepoverleg Zorg en Veiligheid;
3
•
• •
Aangesloten bij een werksessie met contactfunctionarissen van de tien gemeenten en vertegenwoordigers van Veilig Thuis,( VT), Jeugdbescherming Brabant (JBB) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK); Een sessie met directeuren Sociaal Domein, gezamenlijk met de projectleider van het inhoudelijk traject; Opstellen voorstel governance.
1.4 Leeswijzer Deze notitie richt zich op het governancevoorstel. In hoofdstuk 3 en 4 zijn respectievelijk de nieuwe sturings- en overlegstructuur in de regio Brabant Noordoost uitgewerkt. Hoofdstuk 5 geeft, in aanvulling op hetgeen in het plan van aanpak is opgenomen, een eerste blik op het programmateam. In hoofdstuk 6 en 7 wordt de verbinding met de regio, andere regionale ontwikkelingen en de inkoop beschreven.
1.5 Vervolgproces Na goedkeuring door de bestuurlijk opdrachtgevers dient dit voorstel als input voor het collegevoorstel dat ter adoptie aan de tien gemeenten wordt aangeboden. Voorafgaand daaraan worden de partners van ViA en het ZVH op tactisch en strategisch niveau geïnformeerd. Alle partners worden via het partneroverleg en de stuurgroep Zorg en Veiligheid geïnformeerd. Voor gemeenten geldt bovendien dat de contactfunctionarissen ViA geïnformeerd worden en de portefeuillehouders worden tijdens de regiodag van 27 november door de bestuurlijk opdrachtgevers ViA meegenomen op de inhoud, de governance en de financiën. Daarna wordt het collegevoorstel in routing gebracht. Dit najaar start ook het tweede onderdeel van de kwartiermakersopdracht, te weten de inbedding binnen het ondersteunend bureau van het ZVH. Dit voorstel wordt voorgelegd aan de bestuurlijk opdrachtgevers en het Dagelijks Bestuur van het ZVH.
2. Gewenst Toekomstbeeld Het toekomstbeeld is dat van een krachtig regionaal programma waarin lokale en regionale inzet optimaal op elkaar aansluiten. Gemeenten behouden lokaal eigenaarschap én streven gezamenlijk naar regionale uniformiteit. In het adviesdocument van Hiemstra & De Vries en Regioplan is als stip op de horizon genoemd: • • • • • •
Een stevig regionaal programma; Centrale sturing door de Stuurgroep Zorg en Veiligheid; Mandaat op bestuurlijk, tactisch en programmatisch niveau; Een gedelegeerd opdrachtgever met duidelijke regionale positie; Een programmamanager met mandaat; Verbeterde samenwerking in de regio.
4
Daarbij zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd. • • • • •
Realisatie van ambities staat centraal; Stevig lokale teams vormen het fundament; Regionale uitvoering gebeurt programmatisch; Heldere rolverdeling en aansluiting op bestaande structuren; Governance als randvoorwaarde voor effectieve samenwerking; houding en gedrag is medebepalend voor de werking.
Deze stip op de horizon en de uitgangspunten vormen de kaders voor de governance opdracht. De nieuwe structuur moet voor eenieder duidelijkheid geven over rollen en verantwoordelijkheden, waar besluitvorming plaatsvindt en wie daarbij betrokken is. Een eenvoudige en eenduidige governance geeft maximale focus op de inhoudelijke ambitie van ViA.
3. Nieuwe Governancestructuur Onderstaande figuur laat de nieuwe governancestructuur zien van het ZVH, waarbij zowel de regie en samenwerking op complexe casuïstiek zorg en veiligheid als ViA onder aansturing van de Stuurgroep Zorg en Veiligheid en de manager van het ZVH valt, zoals in de stip op de horizon en de uitgangspunten geschetst is. De structuur voor de aansturing van ViA is op deze manier ingebed in de huidige structuur van het ZVH. In deze notitie licht ik de governance voor ViA nader toe. Immers de aansturing op het onderdeel regie en samenwerking complexe casuïstiek zorg en veiligheid wordt als reeds bekend verondersteld en is bovendien in deze context minder relevant. De Stuurgroep Zorg en Veiligheid wordt formeel verantwoordelijk voor de aansturing van ViA, naast het onderdeel regie en samenwerking op complexe casuïstiek Zorg en veiligheid. De structuur voorziet in: • • • • •
Stuurgroep Zorg en Veiligheid; Bestuurlijk opdrachtgever ViA; Gedelegeerd opdrachtgever; Programmamanager ViA; Programmateam ViA.
5
3.1 Samenstelling Stuurgroep Zorg en Veiligheid – onderdeel ViA In de Stuurgroep Zorg en Veiligheid is een selectie van de samenwerkingspartners vertegenwoordigd. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • • • • •
Alle gemeenten zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep, per gemeente neemt één bestuurder deel aan de stuurgroep; Alle basisteams binnen de regio worden vertegenwoordigd door een burgemeester; Opvolgend daaraan wordt de verbinding met de jeugdzorgregio en de Poho's WMO gelegd door deelname van wethouders jeugd en Wmo. We zorgen voor een goede mix van gemeentelijke bestuurders die de thema's veiligheid, welzijn en zorg en jeugd vertegenwoordigen. Daarnaast nemen de zorg- en veiligheidspartners deel die relevant zijn voor het onderdeel ViA - OM, politie en reclassering zijn noodzakelijk om de verbinding met de eventuele strafrechtelijke afdoening te kunnen stroomlijnen. - Daarnaast is de politie, samen met gemeenten en de GGD HvB een belangrijke signaleerder van huiselijk geweld en kindermishandeling.
6
-
Het lidmaatschap van VT, JBB (namens de GI’s), de RvdK en MO Den Bosch spreekt voor zich gezien hun wettelijke taak. GGZ, Novadic Kentron en Stevig zijn belangrijke partners in deze aanpak gezien hun aanbod voor volwassenenproblematiek.
De leden van de stuurgroep – voor het onderdeel ViA - zijn: Partner Gemeente Bernheze Gemeente Boekel Gemeente Boxtel Gemeente Land van Cuijk Gemeente Maashorst Gemeente Meierijstad Gemeente 's-Hertogenbosch Gemeente 's-Hertogenbosch Gemeente Sint-Michielsgestel Gemeente Oss Gemeente Vught Openbaar Ministerie Politie Reclassering Nederland (namens 3RO) GGD HvB Veilig Thuis JBB namens GI's Raad voor de Kinderbescherming MO Den Bosch GGZ organisatie Novadic Kentron Stevig
Functie / portefeuille Wethouder jeugd/Wmo Burgemeester basisteam Maas en Leijgraaf Burgemeester basisteam Meierij Wethouder Wmo en Welzijn Wethouder zorg en welzijn Wethouder Jeugd Burgemeester basisteam ‘s-Hertogenbosch Wethouder centrumgemeente Wethouder Jeugd en Wmo Burgemeester basisteam Maasland Wethouder Wmo Teamleider Beleid, strategie en interventies Districtschef Regiodirecteur
Opmerking Nieuw lid na besluitvorming ViA Bestaand lid
Regiomanager Regiomanager Bestuurder Regiomanager
Bestaand lid Bestaand lid Bestaand lid Nieuw lid na besluitvorming
Directeur of Manager Vrouwenopvang Geneesheer-directeur Directeur gemeentelijk domein en jeugd Directeur of manager
Nieuw lid en nieuwe samenwerkingspartner Bestaand lid Nieuw lid na besluitvorming bestuurlijke afspraken Nieuw lid en nieuwe samenwerkingspartner
Bestaand lid Nieuw lid na besluitvorming ViA Bestaand lid Bestaand lid Bestaand lid Nieuw lid na besluitvorming Nieuw lid na besluitvorming Bestaand lid Bestaand lid Bestaand lid Bestaand lid Bestaand lid
7
Belangrijke noties bij bovenstaande tabel: •
•
•
•
De inbedding van ViA onder de stuurgroep loopt parallel aan de ontwikkeling van het Zorg en Veiligheidshuis als samenwerkingsverband. Bij de evaluatie van de samenwerking in 2024 is reeds bepaald dat alle gemeenten deel gaan nemen aan de stuurgroep. Bovendien is aan de manager de opdracht gegeven om de samenwerkingspartners te actualiseren en de samenstelling van de stuurgroep te actualiseren om een betere afspiegeling van de samenwerkende partners in de stuurgroep te krijgen. Het voorstel voor de uitbreiding van de samenwerkingspartners is reeds door de stuurgroep goedgekeurd. Het voorstel voor de samenstelling van de stuurgroep wordt tijdens de vergadering van 13 november 2025 besproken. Dat is ook het moment dat de stuurgroep geïnformeerd wordt over het plan van aanpak en de governance voor ViA. Een van de voorstellen tot wijziging is dat in de toekomst een GGZ instelling deelneemt aan de stuurgroep (nu zijn beide GGZ instellingen vertegenwoordigd in de stuurgroep). Hierdoor ontstaat ruimte om Novadic Kentron en Stevig aan te laten sluiten. Zij zijn zowel voor complexe casuïstiek als voor ViA relevante samenwerkingspartners. In bovenstaand overzicht staat de gemeente ’s-Hertogenbosch twee maal benoemd. Dit hangt samen met de verschillende rollen van waaruit de gemeente deelneemt aan de stuurgroep voor het onderdeel ViA.
De burgemeester zit er vanuit veiligheidsoptiek en zijn basisteam. De wethouder sluit aan vanuit zijn rol als opdrachtgever ViA die hij vervult omdat gemeente ’s-Hertogenbosch de rol van centrumgemeente vervult voor Veilig thuis en de Gecertificeerde instellingen en het Centrum Seksueel Geweld en ook de functie van strategisch netwerkadviseur(voormalig accounthouder) in dienst heeft. Tot slot moet opgemerkt worden dat bovenstaand overzicht, voor wat betreft de gemeentelijke vertegenwoordiging, een voorlopige weergave is. Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 zal op grond van de portefeuilleverdeling de vertegenwoordiging opnieuw bezien worden.
3.2 Rollen en taken binnen de governancestructuur 3.2.1 Stuurgroep Zorg en Veiligheid De rollen en taken van de Stuurgroep Zorg en Veiligheid zijn: • • • • • • •
Bestuurlijk verantwoordelijk voor de realisatie van het plan van aanpak; Sturen op het bereiken van de doelstellingen en de ambitie; Beslechten van mogelijke knelpunten in de uitvoering van het plan; Bewaken van de kwaliteit van de realisatie; Zorgen voor voldoende draagvlak en middelen voor het behalen van de doelstellingen binnen de ambtelijke en uitvoerende organisaties; Zorgen voor integratie van de belangen van verschillende stakeholders ten aanzien van de ambitie; De stuurgroep neemt integrale besluiten op basis van gelijkwaardigheid op de doelstellingen en de knelpunten die zich voordoen.
8
3.2.2 Bestuurlijk opdrachtgevers Vanuit de stuurgroep werken we met de rol van bestuurlijk opdrachtgever als vooruitgeschoven post. De rol van bestuurlijk opdrachtgever houdt in: • • • • •
Het zijn van aanspreekpunt en sparringpartner voor de gedelegeerd opdrachtgever en de programmamanager ViA. Agenderen en voorbereiden van de stuurgroep met de gedelegeerd opdrachtgever en programmamanager ViA. Het houden het overzicht, het oplossen van knelpunten vanuit de eigen rol, het stellen van kritische vragen aan de programmamanager rondom de uitvoering. Ambassadeur richting andere gemeenten voor het plan van aanpak. Vervullen van de bestuurlijke liaisonfunctie richting de andere overlegstructuren rondom veiligheid, Wmo en jeugdhulp op regionaal en bovenregionaal niveau.
Momenteel zijn er drie bestuurlijk opdrachtgevers voor ViA. Dit houden we, gezien de ambitie die we nastreven, in stand. Met de drie bestuurlijke opdrachtgevers beogen we: • •
•
De thema's jeugd, zorg en veiligheid te vertegenwoordigen middels een burgemeester en twee wethouders. De centrumgemeente als belangrijke (financiële) stakeholder te vertegenwoordigen, anders gezegd: de centrumgemeente vervult ten alle tijden een rol als bestuurlijk opdrachtgever. Indien een van de drie posities vacant wordt, zal aan de hand van de uitgangspunten: verbinding jeugd, zorg of veiligheid, affiniteit/ ambitie op het thema ViA en verbinding met bovenregionale overleggen een opvolger gezocht worden.
De burgemeester is voorzitter van het bestuurlijk opdrachtgeversoverleg. Hierbij sluiten de gedelegeerd opdrachtgever en programmamanager ViA aan. 3.2.3 Gedelegeerd opdrachtgever Door het programma ViA onder aansturing van de stuurgroep te zetten is inbedding binnen het ondersteunend bureau ZVH een gegeven. Dat houdt in dat in de nieuwe situatie twee teams binnen het ondersteunend bureau werkzaam zijn. Het team regie en samenwerking complexe casuïstiek zorg en veiligheid en het programmateam ViA. De rol van gedelegeerd opdrachtgever ViA(netwerkmanager ZVH BNO) houdt in: • • • • • •
Fungeert als aanspreekpunt en sparringpartner voor de bestuurlijk opdrachtgevers van beide thema's. Legt over de bedrijfsvoering van het ondersteunend bureau, waar beide thema’s onder vallen, af aan het Dagelijks Bestuur van het ZVH. Fungeert als aanspreekpunt en sparringpartner voor de programmamanager ViA. Fungeert als ambassadeur richting de partners van het ZVH. Faciliteert de programmamanager voor de realisatie van het uitvoeringsplan. Bereidt met de programmamanager het Bestuurlijke opdrachtgeversoverleg voor.
9
• • •
Geeft sturing aan de programmamanager. De programmamanager stuurt het programmateam aan. Houdt overzicht, stelt kritische vragen, zorgt voor de afstemming tussen de thema's. De netwerkmanager ZVH is voorzitter van het partneroverleg en secretaris van de Stuurgroep Zorg en Veiligheid. De programmamanager ViA sluit aan als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van het regionale programma.
3.3 Samenwerking binnen de stuurgroep Binnen de stuurgroep wordt vanuit gelijkwaardigheid en vertrouwen met elkaar gesproken over de inhoud en gestuurd op de voortgang van de regionale opdracht ViA. Daarbij houden alle partners in ogenschouw dat gemeenten de opdrachtgever zijn voor de transformatieopdracht rondom ViA. De GI, VT, RvdK, Vrouwenopvang, OM en politie hebben ook een eigenstandige taak en opdracht rondom dit thema. Waarbij de GI's, VT en vrouwenopvang in opdracht en met financiering van de gemeenten werken. Alle partners brengen grote deskundigheid mee, zowel op het inhoudelijke thema als wat de uitvoering nodig heeft. Deze deskundigheid is nodig om de ambitie en transformatie waar te maken. Juist door de samenstelling van de stuurgroep wordt de uitvoering en realisatie van het plan van aanpak bezien vanuit de verschillende perspectieven en vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Samen werken aan een gezamenlijke ambitie in tijden van schaarste op de arbeidsmarkt, wachtlijsten en incidenten vraagt ook om een doorontwikkeling van de stuurgroep. Hier moet, voor zowel complexe casuïstiek als ViA het goede gesprek gevoerd gaan worden. Bestuurders moeten aanspreekbaar zijn op de keuzes die gemaakt worden en verantwoordelijkheid nemen om de ambitie waar te maken. Het adagium is: We gaan een strategisch partnerschap aan.
We zijn gezamenlijk verantwoordelijk, ieder vanuit eigen rol en expertise.
10
3.4 Mandaat De onderzoeksfase vindt zijn beslag in een collegevoorstel dat in alle tien gemeenten voorgelegd wordt aan het bestuur. Op hoofdlijnen zal dat collegevoorstel ingaan op de inhoudelijke ambitie, het plan van aanpak inclusief het gewijzigde koersplan, de governance en financiën. Daarbij zal in de besluitvorming vanuit de gemeenten het mandaat gegeven moeten worden aan de Stuurgroep Zorg en Veiligheid en daarmee ook aan de netwerkmanager ZVH BNO als gedelegeerd opdrachtgever en de programmamanager om respectievelijk te sturen op en uitvoering te geven aan het regionale programma ViA. Dit mandaat wordt verleend wanneer de tien colleges instemmen met het voorstel in het collegevoorstel. Hiervoor is aanvullend geen mandaatbesluit nodig, aangezien er geen wettelijke bevoegdheid overgedragen wordt.
4. Overlegstructuur Onderstaande figuur laat de nieuwe overlegstructuur zien van het ZVH , waarbij zowel de regie en samenwerking op complexe casuïstiek zorg en veiligheid als ViA onder de Stuurgroep Zorg en Veiligheid is gebracht. De overlegstructuur voor ViA is op deze manier ingebed in de huidige overlegstructuur van het ZVH. In deze notitie licht ik de governance voor ViA nader toe. Immers de overlegstructuur op het onderdeel regie en samenwerking complexe casuïstiek zorg en veiligheid is al bekend.
11
4.1 De Stuurgroep Zorg en Veiligheid De Stuurgroep Zorg en Veiligheid komt 3 keer per jaar bijeen en zal in de toekomst over beide onderwerpen vergaderen. De agenda voor de stuurgroepvergadering wordt in twee delen opgesteld, namelijk: 1) Regie en samenwerking complexe casuïstiek zorg en veiligheid 2) ViA Voor beide onderdelen van de vergadering zal de huidige voorzitter van het ZVH (burgemeester van Boxtel Dhr. Van Meijgaarden) als voorzitter van de vergadering fungeren. Als de stuurgroep een positief besluit neemt op het algemene voorstel voor de nieuwe samenstelling van de stuurgroep1, betekent dit in de praktijk dat voor het onderdeel ViA de wethouder van de centrumgemeente, JBB en de Raad voor de Kinderbescherming aansluiten voor het onderdeel ViA.
1 Zoals beschreven bij de belangrijke noties op blz. 8.
12
4.2 Partneroverleg Zorg en Veiligheid De stuurgroep wordt voorafgegaan door een partneroverleg zorg en veiligheid. De huidige overlegstructuur wordt uitgebreid met een Partneroverleg ViA. Het partneroverleg fungeert op tactisch niveau en heeft de volgende functies: • • • • • • •
Bespreken van de voortgang van de realisatie van het plan van aanpak obv de monitor die het programmateam bijhoudt; Delen en toelichten van de inhoudelijke kaders en resultaten uit de ontwikkelruimte en bespreken voorstellen tot verbreding en borging; Afstemmen van regionale ontwikkelingen en lokale ontwikkelingen; Afstemmen gemeentelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen bij zorg- en veiligheidspartners en het uitwisselen van best practices; Bespreken en zo mogelijk oplossen van de knelpunten; Afstemmen over de signalen vanuit programma ViA in de verbinding met de inkoop, Wmo, jeugdhulp en veiligheid in de regio. Voorbespreken van voorstellen voor de stuurgroep.
De samenstelling van het partneroverleg is als volgt: Partner Gemeente Bernheze Gemeente Boekel Gemeente Boxtel Gemeente Land van Cuijk Gemeente Maashorst Gemeente Meierijstad Gemeente 's-Hertogenbosch
Functie Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA
Gemeente Sint-Michielsgestel
Contactambtenaar ViA
Gemeente Oss Gemeente Vught Regio
Contactambtenaar ViA Contactambtenaar ViA Projectleider Stevige Lokale teams Strategische netwerkadviseur GI, VT. RvdK Accounthouder Vrouwenopvang Accounthouder MO/BW 2 personen die beide regio's vertegenwoordigen Beleidsadviseur Zorg en Veiligheid
Regio Regio Regio Openbaar Ministerie
Opmerking Vacant
13
Politie Reclassering Nederland (namens 3RO) GGD HvB JBB Veilig Thuis Raad voor de Kinderbescherming MO Den Bosch GGZ instelling Novadic Kentron Stevig
onbekend Regiosecretaris
Nog bespreken
onbekend Manager jeugdbescherming Teammanager Beleidsmedewerker
Nog bespreken
Manager of beleidsmedewerker vrouwenopvang Onbekend Onbekend onbekend
Nog bespreken Nog bespreken Nog bespreken Nog bespreken
Voor alle leden van het partneroverleg geldt dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor afstemming en bijpraten van collega's binnen de eigen organisatie. In bijlage 1 is de rol van de gemeentelijke contactfunctionarissen ViA, die deelnemen aan het partneroverleg, uitgewerkt.
4.3 Verhouding programmateam en lokale uitvoering Met de bekrachtiging van het collegevoorstel, spreken de tien gemeentebesturen hun commitment uit op het plan van aanpak, de governance en financiën ViA. Dit legt de basis om zowel in het programmateam ViA als lokaal aan de slag te gaan om de ambitie te realiseren. Hier is sprake van gedeeld eigenaarschap. Immers zowel lokaal als op regionaal niveau vindt doorontwikkeling plaats. We verwachten in de uitvoering dat dit best eens op spanning komt te staan. Bijvoorbeeld hetgeen vanuit ViA aan gemeenten en partners gevraagd wordt en de vraag die vanuit andere programma's en ontwikkelingen die beslag legt op de gemeenten en partners. Maar ook het feit dat de nieuwe werkwijze iets anders vraagt dan nu passend is binnen de huidige werkwijze of samenwerkingsafspraken. Om de ambitie te realiseren is het belangrijk dat iedereen aanspreekbaar blijft op het commitment op ViA en we daarover in gesprek blijven. In paragraaf 3.1, 3.2 en 3.4 van het plan van aanpak wordt de rolverdeling tussen de gemeenten en het programmateam beschreven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanpassing van de inrichting van het lokaal team, zoals nodig voor een volwaardige implementatie van GSV en de inbedding in het lokale beleid.
De aansturing daarop verloopt via het gemeentebestuur en het lijnmanagement van elke individuele gemeente, natuurlijk in lijn met de regionale kaders die hiervoor ontwikkeld worden. Deze kaders worden binnen het regionaal programmateam uitgewerkt.
14
In hoofdstuk 4 van het plan van aanpak is beschreven dat het programmateam in de periode 2026-2030 werkt aan de uitvoering van dit plan van aanpak en de realisatie van de doelen in het herijkte Koersplan. Dat gebeurt langs de volgende lijnen: • • •
Ontwikkeling: het ontwikkelen van eerste kaders, inrichten van een ontwikkelruimte waarin die kaders op een lerende manier worden getest en doorontwikkeld, begeleiden van die ontwikkeling. Monitoring: het verder uitwerken van de huidige monitor op de zelfscan naar een monitor op alle doelen van het programma, het (laten) beheren van die monitor en het gebruiken van de informatie uit de monitor voor het aanjagen van de ontwikkeling. Verbreding en borging: door middel van continu overleg met de betrokken gemeenten en regionale partners vanaf het moment dat de kaders een eerste ontwikkelcyclus hebben doorgemaakt, werken aan verbreding van de toepassing van de nieuwe werkwijze naar (delen van) gemeenten en betrokken regionale partijen buiten de ontwikkelruimte, en met deze partijen op termijn werken aan borging van wat werkt binnen de vaste organisatiestructuren.
Het programmateam heeft de rol om kaders uit te werken, een ontwikkelruimte in te richten en te begeleiden en zicht te krijgen op benodigde specialistische hulp om zo stappen te zetten om van de huidige naar de gewenste situatie te komen. De ontwikkelruimte wordt gebruikt om kaders voor de nieuwe werkwijze te toetsen, door te ontwikkelen, alvorens deze te verbreden en te borgen. Binnen deze ontwikkelruimte gaan zowel gemeenten als de partners samen aan de slag. Daarnaast zal het programmateam de monitoring van de voortgang op zich nemen en de verbreding en borging van de nieuwe werkwijze aanjagen en gestalte geven. Dit betekent dat zowel op lokaal als op regionaal niveau stappen gezet moeten worden. Afstemming is daarmee essentieel. De projecten die door het programmateam opgepakt worden, moeten ook in afstemming en medewerking van de partners uitgevoerd worden. Het aan het programmateam om de ontwikkelruimte nader in te richten en aan partners om te bepalen wie daarin gaan werken. Ook de afstemming op uitvoerend niveau en de wijze van verbreding en borging moet nader uitgewerkt worden. Dit is onderdeel van de start van het project, na besluitvorming op deze kaders. De brede afstemming vindt plaats in het partneroverleg ViA, zoals beschreven in 4.2. Daarnaast vindt afstemming plaats tijdens het periodieke directeurenoverleg ViA / Jeugdhulp dat georganiseerd wordt.
De directeuren hebben een cruciale rol als het gaat om de aansturing van de lokale ontwikkeling en de advisering van hun bestuurder. Van directeuren verwachten we het volgende: • • •
Ambassadeur zijn voor het gezamenlijke belang van ViA. Commitment aan het doel van ViA en de implicaties daarvan voor het lokaal niveau (het eigen lokaal team). Faciliteren en randvoorwaarden scheppen. Op lokaal niveau verbinden van de implementatie van ViA aan het brede sociaal domein: de uitvoering van ViA dient een
15
• • •
•
eigen plek binnen het lokaal team te krijgen en van daaruit systeemgericht, 0-100 te werk te kunnen gaan, maar wel in verbinding met de andere subdomeinen. Draagvlak creëren binnen de gemeentelijke organisatie (teamleiders en medewerkers) en bij bestuurders. Zorgdragen voor financiën. Voldoende mandaat voor de professionals die ViA uit gaan voeren, zoals nodig voor het werken conform Top3 en een volwaardige invulling van de rol van Veiligheidscoördinatie. Faciliteren van het integraal werken op veiligheid in relaties in alle aspecten waar de gemeente invloed op heeft, bijvoorbeeld de opdrachten die aan uitvoerende partijen op dit vlak verleend worden.
Wanneer uit de monitor blijkt dat het behalen van de doelen en resultaten in de knel komt, doordat lokaal zaken niet of onvoldoende doorontwikkelen of ingericht worden, worden deze signalen bespreekbaar gemaakt. Dat doen we als volgt: • • •
Eén-op-één tussen de projectleider en de contactfunctionaris ViA, de programmamanager en teamleider. Of één-op-één tussen de gedelegeerd opdrachtgever en sector / concerndirecteur of de bestuurlijk opdrachtgevers. Of binnen het partneroverleg of de stuurgroep als het gemeente-overstijgend is.
Naast de inhoudelijke en procesmatige opdracht van het programmateam, hebben alle betrokken partners de opdracht om ‘werk te maken van de verhoudingen’ en daarmee de regionale samenwerking te verbeteren. Hiervoor is een samenwerkingsmanifest opgesteld. Zie hiervoor bijlage 2.
5. Samenstelling programmateam Het programmateam is verantwoordelijk voor het realiseren van de doelen en resultaten die in het plan van aanpak beschreven staan. In 4.2 van het plan van aanpak staat hierover geschreven: Wat is de rol van het programmateam? 1. Een eerste uitwerking van de benodigde kaders: in dit plan van aanpak staan met name in de paragrafen 3.2 en 3.3 diverse punten opgesomd waarop nadere uitwerking nodig is. Die hebben betrekking op de werkwijze van de lokale teams, maar ook op de werkwijze van de regionale partners, de aansluiting tussen lokale teams en regionale partners en de gezamenlijkheid in het handelen van deze twee niveaus. Uitwerking dient plaats te vinden in samenspraak met regionale partners en lokale teams. De kaders die zo ontstaan zijn geen blauwdruk: ze vormen het startpunt voor de ontwikkeling van de nieuwe werkwijze in de ontwikkelruimte (en zullen dus nog veranderen). 2. De inrichting van de ontwikkelruimte en het initiëren van de lerende omgeving: hierboven is een eerste idee van de ontwikkelruimte geschetst. Uiteindelijk moet een ruimte ontstaan
16
die is gebaseerd op duidelijke afspraken en draagvlak. Voorafgaand aan de start van de ontwikkeling moeten bepaalde randvoorwaarden zijn ingevuld als capaciteit, faciliteiten, afspraken over informatiedeling en registratie. 3. Begeleiding van de ontwikkeling: als het ontwikkelen eenmaal start, begeleidt het programmateam dat. Het ziet toe op de voortgang en stuurt het cyclische proces van leren aan. Voor voorbeelden van het inrichten en begeleiden van dat leerproces kan gekeken worden naar ervaringen in de proeftuinen van het Toekomstscenario, maar bijvoorbeeld ook de werkwijze van actieonderzoek. Het programmateam bewaakt dat de nieuwe werkwijze daadwerkelijk wordt uitgevoerd, professionals niet terugvallen in oude reflexen, knelpunten en belemmeringen op tafel komen en worden opgelost en de kaders periodiek worden geëvalueerd en aangepast zodat de werkwijze steeds effectiever wordt. 4. Zicht krijgen op benodigde specialistische hulp en het werken aan realisatie van het benodigde aanbod is nodig om in de ontwikkelruimte te kunnen komen tot een effectieve aanpak. Die vraagt immers om de inzet van passende hulp. Dit is een aanzienlijke opgave en vergt zowel inzet van het programmateam, als van partners.
De samenstelling van het programmateam, op grond van bovenstaande rolbeschrijving, ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: 1) Programmamanager: 36 uur De programmamanager heeft de overall regie van het project. Daarnaast is de programmamanager belast met de aansturing van het programmateam, de vertegenwoordiging in de regio, de communicatie over het project en stuurt op de voortgang en adresseert de knelpunten en besluitpunten bij de stuurgroep Zorg en Veiligheid. 2) Projectleider ontwikkelruimte: 32-36 uur Deze projectleider richt zicht met name op de punten 2 en 3 uit bovenstaand kader, dus het inrichten van de ontwikkelruimte, de begeleiding van de ontwikkeling en de verbreding en borging van de resultaten. Daarnaast is de projectleider belast met het organiseren van een lerend netwerk waarbinnen de resultaten en bevindingen uit de ontwikkelruimte gedeeld worden. 3) Projectleider instrumentarium 28- 32 uur Deze projectleider zal in eerste instantie de noodzakelijke kaders, zoals definities etc. uitwerken, zodat deze onder begeleiding van projectleider ontwikkelruimte ingebracht kunnen worden in de ontwikkelruimte. Daarnaast onderzoek deze projectleider welke specialistische hulp er momenteel aanwezig is in de regio en welke hulp nodig geacht wordt.
Tot slot is deze projectleider belast met het doorontwikkelen van de monitor, het uitvoeren daarvan en het inbrengen van de resultaten in de overleggen. 4) Projectondersteuning: 20 uur De projectondersteuner vervult een brede functie. Er wordt gezorgd voor het plannen van afspraken, het faciliteren va de trainingen, communicatie over het project, het
17
structureren van processen, tijdlijnen en archivering van de stukken. De projectondersteuner heeft tot taak de programmamanager en projectleiders dusdanig te ontlasten en ondersteunen dat zij zich kunnen richten op hun inhoudelijke resultaten. Om de brede en integrale scope te faciliteren zoeken we naar mensen die op een breed terrein expertise hebben, zoals Wmo, Jeugd en/of Veiligheid. Voor de programmamanager zoeken we een bruggenbouwer die ervaren is om te werken in de brede context, politiekbestuurlijke omgeving en de dynamiek tussen lokaal, regionaal en bovenregionaal kent. Voor de projectleider ontwikkelruimte, zoeken we naar een persoon die ervaring heeft met het leiden en begeleiden van lerende netwerken en incrementeel en actiegericht leren. De andere projectleider moet ervaring hebben met het onderzoeken en ontwikkelen van kaders, monitoring en indicatoren en expertise hebben van gespecialiseerde hulp en financieringsstromen Wlz, Wmo, Zvw enz. De functieprofielen worden uitgewerkt in het tweede deel van de opdracht van de kwartiermaker governance. Na besluitvorming wordt gestart met de werving van de programmamanager, die vervolgens samen met de opdrachtgevers de projectleiders en ondersteuner werft.
6. Rol en positie van strategisch netwerkadviseur en accounthouders In de vorige governancestructuur is ervoor gekozen om het beleidsmatige accounthouderschap GI's, VT, RvdK en onder te brengen in de werkgroep. In het oude koersplan is hierover het volgende opgenomen:
In onze regio is daarom het beleidsmatig accounthouderschap voor de onderdelen Vrouwenopvang, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (en het relatiebeheer voor de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdrechtspraak) een taak van de werkgroep. Daarnaast is advies en afstemming over inkoop en subsidie op een breder terrein noodzakelijk, dit betreft Jeugd en Wmo/volwassenen. Ook hier heeft de werkgroep een rol in advies en afstemming.
De functienaam accounthouder GI's, VT, RvdK blijkt in de praktijk veel verwarring te geven met de functie van accounthouder binnen de RIOZ. Daarom hebben we besloten voortaan te werken met de titel strategisch netwerkadviseur GI, VT, RvdK. De strategisch netwerkadviseur GI's, VT, RvdK en regionale accounthouder voor de vrouwenopvang en MO/BW hebben een bijzondere en belangrijke positie. • •
Zij zijn verbindingsofficier tussen het programmateam ViA en het programmateam jeugdhulp. Zij zijn de linking pin tussen de lokale gemeenten en de regionale inkoop van jeugdhulp, Wmo en subsidiering Vrouwenopvang;
18
•
• •
Zij hebben een onafhankelijke adviesfunctie richting het programmateam ViA, het programmateam jeugdhulp, de leading coalition en de contactfunctionarissen van de individuele gemeenten. Zij verzorgen het relatiebeheer met de externe partners VT, GI’s, RvdK en vrouwenopvang en vervullen een brugfunctie tussen deze partners en de RIOZ. Ze hebben een adviserende en signalerende rol richting alle gremia waar het gaat over doorontwikkeling Huiselijk geweld / kindermishandeling, jeugdhulp.
In bijlage 3 is het functieprofiel voor de strategisch netwerkadviseur GI, VT en RvdK opgenomen. Voor de overige accounthouderfuncties zijn binnen de gemeente reeds profielen beschikbaar. Om de onafhankelijkheid van de netwerkadviseur/ accounthouders maximaal te waarborgen en hun liasonfunctie gedegen vorm te geven, zijn zij in de nieuwe governance geen lid van het programmateam ViA of het programmateam jeugdhulp. Zij worden gepositioneerd (zijn in dienst) bij de centrumgemeenten2 en werken voor alle gemeenten in de regio en bewegen zich openlijk en vrijelijk tussen de gemeentelijke en niet gemeentelijke partners, de lokale en regionale schaal en de verschillende relevante ontwikkelingen en de RIOZ. Voor ViA betekent dit dat de netwerkadviseur/accounthouders aansluiten bij het partneroverleg. Daar zitten de gemeentelijke en niet gemeentelijke partners aan tafel en vinden zij de verbinding lokaal en regionaal terug. Omdat in de aanpak van Veilig in afhankelijkheidsrelaties ook de inzet van specialistische hulp belangrijk is, zullen ook de accounthouder MO/BW regio Meierij en regio Brabant Noordoost Oost bij het partneroverleg aansluiten. Specifiek voor de netwerkadviseur GI, VT, RvdK geldt dat deze ook aansluit bij het RTA / RBO van de jeugdhulpregio.
6.1 Regionaal overleg met contactfunctionarissen Momenteel is er tijdelijk een regionaal overleg met de contactfunctionarissen van de tien gemeenten in het leven geroepen om te voorkomen dat afstemming in de regio verwaterd doordat de werkgroep ViA gestopt is en de nieuwe governance nog niet in werking is. Periodiek (1 keer per 6 weken) praten de gemeentelijke contactfunctionarissen elkaar bij op ontwikkelingen. Zodra de nieuwe governancestructuur in werking treedt, kan dit overleg stopgezet worden en geïntegreerd worden in het partneroverleg ViA. Hiermee bewerkstelligen we dat het gesprek op één plaats gevoerd wordt, met alle betrokken partners. Hiermee behouden we
2 De strategisch netwerkadviseur GI,VT, RvdK en accounthouder Vrouwenopvang en accounthouder
MO/BW regio Meierij en Bommelerwaard zijn in dienst bij centrumgemeente 's-hertogenbosch. De accoutnhoduer MO/BW regio Noordoost oost is in dienst bij centrumgemeente Oss.
19
de brede scope op het project (niet alleen gemeenten, maar ook de niet gemeentelijke partners) en houden we de overlegstructuren eenvoudig en helder.
7. Verbinding in de regio 7.1 Verbinding met partners ZVH BNO Voor het onderdeel ViA (maar dit geldt eveneens voor het onderdeel zorg en veiligheid) is het van belang dat de gemeenten binnen de organisatie integraal gaan werken aan de gestelde ambitie voor ViA. Dit betekent dat zowel op Jeugd, Wmo als Veiligheid de medewerkers en bestuurders aangehaakt moeten blijven bij de ontwikkelingen. Alle gemeenten zijn bestuurlijk vertegenwoordigd in de stuurgroep. Daarmee zijn echter niet alle gemeentelijke bestuurders automatisch op vlieghoogte, terwijl dit wel relevant is. Voor de zorg en veiligheidspartners geldt dat de meesten vertegenwoordigd zijn in de stuurgroep, echter niet allemaal. Daarom stellen we na iedere stuurgroepvergadering een communicatiebericht op, waarin: • De voortgang op de uitvoering van het programma ViA wordt beschreven. • De knelpunten benoemd worden en de maatregelen die elke gemeente geacht wordt te nemen. • De knelpunten benoemd worden en de maatregelen die zorg en veiligheidspartners geacht worden te nemen. • Welke besluiten genomen zijn of er zich koerswijzigingen voordoen. Dit communicatiebericht wordt verzorgd door het ondersteunend bureau ZVH. We doen dit voor beide onderdelen, regie en samenwerking complexe casuïstiek zorg en veiligheid en ViA. Hiervoor stemmen we af met de voorzitter ZVH BNO en de voorzitter van het BOO ViA.
Het ondersteunend bureau ZVH verzendt dit communicatiebericht aan alle partners. Specifiek voor de gemeenten sturen we het ook naar de contactfunctionarissen ZVH en ViA. Met het verzoek dit binnen de organisatie op operationeel, tactisch en managementniveau te delen met de noodzakelijke collega’s op het gebied van Jeugd, Wmo en Veiligheid.
7.2 Verbinding met alle gemeenten Indien het nodig blijkt om naast de gemeentelijke vertegenwoordiging in de stuurgroep en het communicatiebericht af te stemmen tussen de tien gemeenten op bestuurlijk niveau, dan wel dat alle gemeentelijke portefeuillehouders in de regio geïnformeerd willen worden over de voortgang van het regionale programma, kan hiervoor gebruik gemaakt worden van de Regiodagen.
7.3 Verbinding met regionale ontwikkelingen op Jeugd, Wmo en Veiligheid ViA gaat over alle soorten veiligheid die we willen bewerkstelligen in een afhankelijkheidsrelatie. Dat gaat dus over de veiligheid in een partnerrelatie, een ouderkind relatie en ouderenmishandeling. Denk daarbij aan mishandeling van ouder naar kind maar ook aan oudermishandeling door het kind. ViA en ook het toekomstscenario gaat
20
daarmee uitdrukkelijk over iedereen, van –9 maanden tot 100+. En het programma moet daarom ook verbinding zoeken met de thema's jeugd, sociaal domein (WMO, voorliggende hulp), zorg (ZVW en WLZ) en veiligheid. 7.3.1 Verbinding met jeugd Voor de verbinding met het regionaal beleidsprogramma jeugd NOB zal de verbinding op meerdere niveaus gestalte krijgen. In paragraaf 8 is de cruciale rol van de strategisch netwerkadviseur als liason tussen ViA en Jeugdhup al beschreven. Daarnaast is periodiek overleg tussen de programmamaners ViA en Jeugdhulp noodzakelijk. Daarnaast hebben de directeuren van de 10 gemeenten de behoefte uitgesproken om op beide onderwerpen periodiek geïnformeerd te worden. Op bestuurlijk niveau zijn in de nieuwe governance meerdere wethouders sociaal domein / jeugd lid van de stuurgroep. Zij fungeren als liaison tussen de stuurgroep en het RBO van de jeugdhulpregio. 7.3.2 Verbinding met Wmo Op bestuurlijk niveau is de wethouder Wmo uit Vught de liaison tussen de stuurgroep en het Portefeuillehoudersoverleg (Poho) Maatschappelijke Zaken regio Meierij. De wethouder Zorg en Welzijn uit Maashorst is de liaison tussen de stuurgroep en het Poho Wmo Noordoost oost. Met de uitbreiding van de stuurgroep met wethouders sociaal domein / jeugd zal deze verbinding versterkt worden. Het is belangrijk om deze verbinding ook op tactisch niveau te versterken.
De contactfunctionaris ViA van de gemeente Vught en Maashorst krijgen de verantwoordelijkheid om binnen hun gemeentelijke organisatie de verbinding te leggen met hun collega die belast is met de voorbereiding van bovengenoemde wethouders. De contactfunctionaris deelt relevante informatie uit het partneroverleg en/of de stuurgroep tbv de inbreng in het Poho. 7.3.3 Verbinding met veiligheid Vanuit de strafrechtpartners is er zowel landelijk als regionaal een netwerk straf en zorg opgericht. Het landelijk netwerk Zorg en Straf (LNZS) is een samenwerkingsverband dat zich richt op de verbetering van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, met name in gevallen waar zowel zorg als strafrechtelijke actie nodig is. Hieruit vloeit het regionale netwerk straf en zorg in Brabant Noordoost voort. De volgende partners zijn hierin vertegenwoordigd: Openbaar Ministerie, Politie, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en de drie reclasseringsorganisaties. Zij komen 4 keer per jaar bijeen voor een themabijeenkomst rondom Huiselijk geweld en kindermishandeling. Hoewel de partners allemaal vertegenwoordigd zijn in het partneroverleg, luidt het advies dat de programmamanager (evt vertegenwoordigd door een projectleider) aansluiting zoekt als agendalid van het regionaal netwerk Straf en Zorg.
Op basis van de inhoudelijke agendapunten sluit de programmamanager aan met als doel kennisuitwisseling, leren van elkaar en samenwerking verbeteren.
21
Bijlage 1: Taken contactfunctionarissen ViA In het koersplan zijn de taken van de contactfunctionarissen omschreven in relatie tot de werkgroep ViA. Hierover staat:
De contactfunctionarissen hebben verschillenden taken met bijkomende verantwoordelijkheden. Zij spreken met de werkgroep namens de drie domeinen Jeugd, Wmo en Veiligheid. De contactfunctionaris is de linking pin tussen de eigen gemeente en de werkgroep. De werkgroep adviseert de contactfunctionarissen over implementatie van onderwerpen uit het uitvoeringsplan. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de daadwerkelijke implementatie hiervan.
Op basis van de oorspronkelijke taakomschrijving van de contactfunctionarissen ViA en de input en wensen van de contactfunctionarissen zelf, is in relatie tot de nieuwe governancestructuur en het programmateam de volgende taakomschrijving opgesteld. Algemeen: De contactfunctionarissen zijn de linking pin tussen het programmateam en de eigen gemeente. Zij spreken met het programmateam en in het partneroverleg namens de drie gemeentelijke domeinen (jeugd, Wmo en Veiligheid). Zij verzorgen de informatieoverdracht van en naar de gemeente en het programmateam c.q. het partneroverleg. De taken die daarbij horen zijn: −
− − − − − −
Lokaal integraal input ophalen bij collega’s binnen de gemeente (jeugd, Wmo en Veiligheid) en eventueel bij organisatie die opdracht stevige lokale uitvoert namens de gemeente. Input leveren aan het project(team). Afstemming tussen ViA en regionaal beleidsprogramma Jeugd. Voorbereiden en aanwezigheid bij de bijeenkomsten voor ViA en het partneroverleg ViA. Informeren van bestuurder en directeur over voortgang en mogelijke knelpunten Knelpunten oplossen dan wel adresseren binnen gemeentelijke organisatie op directieniveau In routing brengen van stukken voor lokale besluitvorming door college van B&W en terugkoppeling van genomen besluit aan de programmamanager.
22
De verantwoordelijkheden die daarbij horen: − − − − −
Ophalen en leveren van lokale integrale (jeugd, Wmo, veiligheid) input aan het programmateam c.q. partneroverleg. Lokaal agenderen en prioriteren van het thema geweld in afhankelijkheidsrelaties. Lokaal organiseren van draagvlak en actie. Regelen van vervanging indien aanwezig zijn bij partneroverleg niet lukt. Organiseren van gezamenlijk overleg tussen (lokale) beleidsambtenaren Jeugd, Wmo en openbare orde en veiligheid.
We gaan hierbij uit van een inzet van 6-8 uur per maand.
23
Bijlage 2: Het samenwerkingsmanifest ViA Brabant Noordoost
Samenwerkingsmanifest ViA Brabant Noordoost In dit manifest zijn vijf kernwaarden geformuleerd als leidende principes voor samenwerking. Het gedrag dat we met elkaar willen laten zien, vloeit voort uit deze principes en versterkt ze. Hieronder lichten we toe hoe elk gedragsaspect verbonden is aan de principes.
1. We bouwen aan vertrouwen Vertrouwen ontstaat door eerlijkheid, betrouwbaarheid en het uitgaan van goede intenties. Gedrag dat hierbij hoort: • •
Eerlijk en open over waar we staan: We delen ook als het schuurt of niet goed gaat. Verwachtingen uitspreken en zorgen dat je elkaar echt verstaat: Zo voorkomen we misverstanden en bouwen aan onderling vertrouwen.
2. We werken respectvol en open samen Respect en openheid zorgen voor een veilige en positieve samenwerking. Gedrag dat hierbij hoort: • • •
Nieuwsgierig bevragen (niet oordelen): We luisteren actief en stellen vragen zonder oordeel. Humor: Relativeert, verbindt en draagt bij aan een ontspannen sfeer. Verwachtingen uitspreken: Open communicatie is essentieel om elkaar goed te begrijpen.
3. We verbinden ons aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid Samenwerking vraagt om het collectieve belang centraal te stellen en elkaar actief op te zoeken.
24
Gedrag dat hierbij hoort: • •
Elkaar opzoeken: We nemen initiatief om verbinding te maken. Algemeen belang centraal stellen: We handelen vanuit het grotere geheel, niet vanuit individuele belangen.
4. We leren en onderzoeken continu Verandering vraagt om een lerende houding, waarin fouten en chaos ruimte krijgen. Gedrag dat hierbij hoort: • •
Nieuwsgierig bevragen: We stellen vragen om te leren en te begrijpen. Fouten maken hoort bij verandering, chaos hoort ook bij verandering: We accepteren dat groei niet altijd lineair is.
5. We tonen eigenaarschap en betrokkenheid Iedereen draagt bij vanuit zijn of haar rol en neemt verantwoordelijkheid voor het proces. Gedrag dat hierbij hoort: • •
Eigenaarschap nemen: We pakken onze rol en dragen actief bij. Verwachtingen uitspreken: We maken duidelijk wat we nodig hebben en wat we bieden.
25
Bijlage 3: Functieprofiel strategisch netwerkadviseur GI, VT, RvdK – regio Noordoost Brabant Algemeen
Als Strategisch Adviseur GI, VT, RvdK in de regio Noordoost Brabant ben je verantwoordelijk voor het verbinden en adviseren van inkoop, beleid, management, directie en wethouders over complexe vraagstukken die van invloed zijn op de lange termijnstrategie en de koers van beleidsontwikkeling, het contracteren van partijen en de transformatie rondom de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Je identificeert trends en ontwikkelingen op dit specifieke thema (zowel landelijk als regionaal), analyseert de impact hiervan en vertaalt deze naar concrete adviezen voor beleidsvoering en samenwerking binnen de regio. Deze sluiten aan bij de samenwerkingsafspraken met de andere vier jeugdhulpregio’s van Noord-Brabant rondom dit thema. Je bent de verbindende factor tussen het programmateam ViA, het programmateam jeugdhulp, de Regionale Inkooporganisatie Zorg (RIOZ) en de belangrijke samenwerkingspartners zoals Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. Taken en verantwoordelijkheden • Je signaleert en analyseert relevante maatschappelijke, politieke, landelijke en (boven)regionale ontwikkelingen en hun potentiële impact op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Noordoost Brabant. • Je fungeert als cruciale schakel tussen het programmateam VIA, programmateam jeugdhulp en de RIOZ.
• Je sluit aan vanuit een adviserende rol bij het RTA / RBO van de jeugdhulpregio. • Je hebt een onafhankelijke adviesfunctie richting bestuurlijk opdrachtgevers, het programmateam ViA, het programmateam jeugdhulp, de Leading Coalition en de contactfunctionarissen van de individuele gemeenten. • Je onderhoudt een breed netwerk met relevante stakeholders, waaronder de tien gemeenten van de jeugdhulp en ViA regio, de RIOZ, Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming, Openbaar Ministerie en de Rechtbank. Je vertegenwoordigt de regio Noordoost Brabant in relevante (accounthouders)overleggen en bijeenkomsten met deze partners. • Je neemt deel aan bovenregionale bijeenkomsten rondom het thema ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’. • Je draagt bij aan kennisdeling en expertiseontwikkeling binnen de organisatie en bij ketenpartners op het thema huiselijk geweld en kindermishandeling. • Je bent verantwoordelijk voor de voortgang van de doorbraakaanpak (escalatieroute jeugdigen GI die >3 maanden wachten op hulp) in samenwerking met de zorgmakelaar van de regio Noordoost Brabant.
26
Profiel • Je hebt een HBO/academisch werk- en denkniveau; • Je beschikt over minimaal 5 jaar relevante werkervaring binnen het sociaal domein en bent bekend met de thema’s huiselijk geweld/kindermishandeling, jeugdreclassering, gefaseerd samenwerken voor veiligheid (TOP-3) en het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. • Je bent analytisch sterk, beschikt over uitstekende communicatieve vaardigheden (zowel mondeling als schriftelijk) en bent in staat om complexe materie helder en overtuigend over te brengen aan diverse stakeholders. • Je bent proactief, resultaatgericht en beschikt over een breed perspectief op de problematiek van huiselijk geweld en kindermishandeling. • Je bent een kei in samenwerken en het verbinden van diverse partijen, met name de gemeenten, de RIOZ en de samenwerkingspartners in de jeugdhulpregio Noordoost Brabant. • Ervaring met verandermanagement, projectmanagement en kennis van relevante wet- en regelgeving is een pré. Waar komt je te werken: Je bent in dienst van de centrumgemeente 's-Hertogenbosch O&R Jeugd, van waaruit je een regioteam vormt met collega strategisch netwerk adviseurs van o.a. vrouwenopvang en het centrum seksueel geweld. Gezamenlijk verbinden jullie het programmateam ViA, de jeugdhulpregio’s en WMO aan elkaar op het gebied van beleid, inkoop en uitvoering.
27