B10b Bijlage 1 Def. Koersplan ViA 2023-2028.pdf
Tekst van het document
Koersplan Werkgroep Veilig in Afhankelijkheidsrelaties Integrale aanpak Noordoost-Brabant 2023-2028
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Versie 1 Datum 27-02-2023
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
De essentie om in actie te komen
5
2.1
Regionale Visie
5
2.2
Onderzoeksresultaten Verwey-Jonker Instituut
5
2.3
Nog onvoldoende verbetering
5
2.4
Wat werkt
6
2.5
De verbinding met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
6
2.6
Ambities
8
3
4
5
6
7 8
9
2
Ontwikkelingen die het koersplan verder richting geven
9
3.1
Signaleren en anticiperen op nieuwe wetgeving en trends
9
3.2
De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en de TOP-3 methodiek
9
3.3
Landelijke impulsen op de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties
10
Thema's en doelstellingen van het meerjarig uitvoeringsplan
11
4.1
De connectie met andere regionale gremia en regionale en provinciale ontwikkelingen
11
4.2
Thema's, onderwerpen en doelstellingen
11
De Werkgroep Veilig in afhankelijkheidsrelaties
16
5.1
De opdracht aan de werkgroep
16
5.2
Samenstelling
17
Governance; het organiseren van verantwoordelijkheid
19
6.1
Integrale regionale structuur vanuit de lokale praktijk
19
6.2
Stuurgroep Zorg en Veiligheid
20
6.3
Gemeentelijke bestuurlijke regiodagen
21
6.4
Gemeentelijke besluitvormingscyclus voor de werkgroep ViA
21
6.5
Colleges van burgemeester en wethouders
22
Werkgroep in relatie tot inkoop / DUVO middelen
23
7.1
23
Integrale aanpak Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en de relatie met de regionale inkoop
Financieel Kader en capaciteit
24
8.1
Bekostiging per gemeente
24
8.2
Meerjarenkosten per gemeente
24
8.3
Benodigde capaciteit en verrekening inzet
25
8.4
Verrekening van de werkelijke kosten
25
Bronnen
26
Bijlagen
27
Bijlage 1 Namen kernleden en contactfunctionarissen
27
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
1. Inleiding Geweld in afhankelijkheidsrelaties • Bij 70% van de gezinnen en huishoudens waarbij huiselijk geweld aanwezig is lukt het niet om dit geweld te stoppen1,2. • In 2022 gaf 25% van de zestien- tot achttienjarigen aan in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van één of meerdere vormen van huiselijk geweld3. • In 2021 eindigden 25.962 huwelijken in een echtscheiding. Ongeveer tien tot vijftien procent van alle scheidingen is een vechtscheiding 4. • Eén op de twintig ouderen is slachtoffer van ouderenmishandeling of financieel misbruik 5. • Elke acht dagen sterft in Nederland een vrouw door femicide 6. • In 2021 zijn er 23 vrouwen door de (ex-)partner gedood 7. • In 2020 zijn er 984 mogelijke slachtoffers van mensenhandel aangemeld bij het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel 8. • In 2022 gaf één op de acht Nederlanders van zestien jaar of ouder aan in de afgelopen twaalf maanden seksueel grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt 9. • In 2022 gaf negen procent van de zestien plussers aan in de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld 10. et duurzaam stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties is noodzakelijk. H Bovenstaande cijfers liegen er niet om en onderstrepen de urgentie om in actie te komen. Want het stopt niet vanzelf!
Verwey-Jonker, Kwestie van een lange adem, 2020 Nederlands Jeugdinstituut, 2021; Cijfers over huiselijk geweld 3 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentiemonitor HGSG 4 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Scheidingen 5 Regioplan, 2018; Aard en omvang ouderenmishandeling 6 Nederlands Jeugdinstituut, 2023; In Nederland wordt iedere 8 dagen een vrouw vermoord: Stop Femicide! 7 Geweld tegen vrouwen, 2022; Onderzoek aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, 2020; Van Belzen, 2022 8 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Cijfers over Mensenhandel 9 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentemonitor Huiselijk geweld en Seksueel geweld 10 Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023; Prevalentemonitor Huiselijk geweld en Seksueel geweld 1 2
3
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Vervolg inleiding In Noordoost-Brabant kreeg de Werkgroep Huiselijk Geweld en Kindermishandeling de opdracht om in 2022, volgend aan Geweld Hoort Nergens Thuis en andere regionale projecten, de aanpak op geweld in afhankelijkheidsrelaties regionaal te organiseren en coördineren. Dit in gezamenlijkheid met de tien gemeenten en de partnerorganisaties in de regio. Voor u ligt het aangescherpte koersplan. De werkgroep gaat de toekomst in als Werkgroep Veilig in Afhankelijkheidsrelaties, integrale aanpak NoordoostBrabant (ViA). De nieuwe naam geeft het gezamenlijke doel aan waar de werkgroep zich voor in gaat zetten. Huiselijk Geweld en Kindermishandeling beschrijft namelijk niet de brede doelgroep die te maken krijgt met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Met dit koersplan gaat Noordoost-Brabant de volgende fase in voor een integrale benadering van geweld in afhankelijkheidsrelaties in de regio. In dit aangescherpte plan leest u: • De essentie om in actie te komen vanuit de praktijkvoorbeelden, wetenschap én wetgeving. • De thema’s, onderwerpen en doelstellingen uit het meerjaren regionale uitvoeringsplan dat richting geeft aan de aanpak van werkgroep. • De taak en rol van de werkgroep hierin. • De governancestructuur die verantwoordelijkheden vaststelt en daadkracht organiseert. • Het financiële kader waardoor we zeker weten dat middelen beschikbaar zijn.
4
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
2 De essentie om in actie te komen 2.1 Regionale Visie In Noordoost-Brabant zijn in de periode 2019 – 2022, en onder de vlag van het landelijk programma Geweld hoort nergens thuis, lokaal en regionaal grote stappen gezet. De regionale visie is eerder vastgesteld en voor nu ook richtinggevend. Iedereen heeft recht op veiligheid, zeker thuis! Wij, gemeenten en partners in de regio Noordoost-Brabant, geloven dat we huiselijk geweld en kindermishandeling, en het destructieve gevolg ervan, moeten stoppen. Met inzet en toewijding, in woord en daad en vanuit respect voor andermans normen en waarden. We vertrouwen op elkaars vakkundigheid en vullen elkaar daarin aan. Zo komt elk van ons op het juiste moment in actie. We nemen samen verantwoordelijkheid voor het geheel, ieder vanuit zijn eigen expertise, want we weten dat alleen met integraal en gezamenlijk werken geweld stopt. Alle direct betrokkenen kunnen 100% op ons rekenen. Want Geweld hoort nergens thuis, ook niet in Noordoost-Brabant. Visie Geweld hoort nergens thuis- Noordoost-Brabant; 2019
2.2 Onderzoeksresultaten Verwey-Jonker Instituut Huiselijk geweld en kindermishandeling hebben een enorm effect op de toekomst van een mens. Gebleken is dat kinderen die in hun jeugd te maken kregen met jeugdzorg, als volwassene vaker zorg nodig hebben. Ook is de kans op werkloosheid voor hen vele malen groter. Het Verwey-Jonker Instituut heeft op landelijke schaal in twee periodes twee cohortstudies uitgevoerd naar de effectiviteit van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook onze regio Noordoost-Brabant deed hieraan mee. 2.3 Nog onvoldoende verbetering Uit het onderzoek, dat het Verwey-Jonker Instituut in de periode 2009-2013 in onze regio uitvoerde, bleek het partnergeweld 12 in géén van de gevallen gestopt anderhalf jaar na melding bij Veilig Thuis 13. In de meest recente cohortstudie van Verwey-Jonker(2018-2020) waar Noordoost-Brabant ook weer aan deelnam blijkt de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling effectiever. In ongeveer drie van de tien aan het onderzoek deelnemende gezinnen/huishoudens lukt het om het geweld te stoppen; bij 70% blijkt echter nog steeds sprake te zijn van partnergeweld of kindermishandeling 14.
Verwey-Jonker, Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp, 2013 Verwey Jonker spreekt van partnergeweld en kindermishandeling 13 Verwey-Jonker, Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp, 2013 14 Verwey-Jonker, Kwestie van een lange adem, 2020 11 12
5
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
2.4 Wat werkt Het Verwey-Jonker Instituut onderzocht ook wat specifiek werkte in de situaties waarin het wél lukte om het geweldspatroon te doorbreken: • Gezamenlijke focus op veiligheid. • Integrale systemische aanpak met ‘plan en regie’ bij één partij. Alle bij het gezin/huishouden betrokken professionals werken systeemgericht, traumasensitief, met één plan. • Zorgvuldige screening van de problematiek voor maatwerk. De hulp richt zich niet alleen op de directe veiligheid maar ook op het geheel van de onderliggende risicofactoren die mogelijk het geweld in stand houden. • Focus op het kind. De kinderen worden niet alleen geconsulteerd maar echt betrokken bij het bedenken van wat nodig is • Begeleiding is een kwestie van lange adem. Die langdurige begeleiding moet beschikbaar zijn. • Bij verschillende vormen van geweld hoort een verschillende aanpak. Het Verwey Jonker Instituut onderkent vijf geweldsprofielen. 2.5 De verbinding met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming In Juni 2022 is het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) opgegaan in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming dat op hoofdlijnen schetst hoe de kind- en gezinsbescherming er over vijf tot tien jaar (2026-2031) uit zou kunnen zien 15.
Vanuit dit Toekomstscenario wordt gewerkt met een brede blik op alle leeftijden van (–9 maanden tot 100+ jaar) en gezinnen/huishoudens met en zonder kinderen. Het gaat uit van de negen kerntaken van een effectieve kind- en gezinsbescherming. 15
6
Rijksoverheid, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, 2021
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
De negen kerntaken van effectieve kind- en gezinsbescherming 1. Preventie, (vroeg)signalering en informele steun. 2. Vragen en zorgen ontvangen en het geven van informatie en advies. 3. Het doen van een eerste en een uitgebreid onderzoek. 4. Vindbare en professionele (vrijwillige en gedwongen) hulp organiseren en verstrekken. 5. Bij spoed directe veiligheid organiseren. 6. Het verzoeken om gedwongen maatregelen. 7. Toetsen en tegenspraak organiseren. 8. Het beslissen over en uitspreken van gedwongen maatregelen. 9. Het bieden van rechtsbescherming aan kinderen en gezinnen. Het Toekomstscenario schetst een stap naar een andere cultuur. Die uitgaat van vertrouwen, en stimuleert de kracht van het gezin (en de naasten die bij dat gezin en de kinderen horen), zodat gezamenlijk gewerkt kan worden aan het verbeteren van de thuissituatie. Deze cultuurwijziging wordt ingezet en gedragen door vier basisprincipes: 1. gezinsgericht 2. rechtsbeschermend en transparant 3. eenvoudig 4. lerend
Afbeelding 1: Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
7
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
2.6 Ambities We mogen nooit meer wegkijken, maar moeten veel succesvoller worden in het terugdringen en stoppen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het bereiken van duurzame veiligheid voor alle gezinnen/huishoudens, en diens systemen, is het overkoepelend streven in onze regio. Als we blijven inzetten op het terugdringen van huiselijk geweld en kindermishandeling, moet het lukken om binnen vijf jaar de cijfers te keren en het geweld bij 70% van de meldingen te stoppen. Het streven om huiselijk geweld terug te dringen, sluit aan bij de ambities van het Toekomstscenario. De regio Brabant-Noordoost neemt de vier uitgangspunten van het Toekomstscenario daarom als stip op de horizon en verbindt die met de inzet en ontwikkelingen bij de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De ambities worden zo uitgebreid met: • Er is een vast gezicht voor het gezin binnen of vanuit het lokaal team, dat indien nodig samen optrekt met een professional uit het voornemens op te richten zogenaamde Regionaal Veiligheidsteam. Kinderen en gezinnen/ huishoudens hoeven dus niet opnieuw hun verhaal te doen. • Van estafettesamenwerking naar teamsamenwerking; waardoor in samenwerking tussen verschillende professionals hulp en bescherming wordt geboden. In plaats van overdragen naar elkaar werken organisaties als team samen nabij het gezin/huishouden.
• Professionals worden gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Het draagt bij aan de transformatie, namelijk de hulp zo dichtbij mogelijk bij kinderen en gezinnen/huishoudens verlenen, een integrale aanpak van de problematiek en het zoveel mogelijk voorkomen van maatregelen en zwaardere vormen van (Jeugd)hulp door het tijdig bieden van de juiste hulp. Dichtbij deze professionals en gezinnen/ huishoudens staat een netwerk aan specialisten. • Rechtsbescherming van alle gezinsleden staat voorop. Dit vraagt om transparantie en openheid in communicatie tussen professionals en gezin. En juist gebruik van wetgeving.
8
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
3 Ontwikkelingen die het koersplan verder richting geven 3.1 Signaleren en anticiperen op nieuwe wetgeving en trends De werkgroep signaleert en anticipeert op nieuwe, landelijke wetgeving, trends en ontwikkelingen op het brede sociale domein en veiligheid die invloed hebben op geweld in afhankelijkheidsrelaties. Zoals bijvoorbeeld de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein die gegevensdeling ten behoeve van de integrale aanpak van complexe problematiek mogelijk maakt, en ontwikkelingen als bevolkingsgroei door migratie, terugkeer naar de wijk van mensen met onbegrepen gedrag/ psychiatrische problematiek, langer thuis wonen van senioren, het Integraal Zorgakkoord, de landelijke hervormingsagenda jeugd, positieve gezondheid etc. De werkgroep gaat deze thema’s volgen en de verbinding leggen of oppakken daar waar nodig. 3.2 De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en de TOP-3 methodiek Vaak gebeurt er zo veel binnen een gezin waar de veiligheid in het geding is, dat één professional het niet allemaal kan overzien. De situaties zijn ingewikkeld en er is veel gaande – waar moet je beginnen? Het is dan nodig dat problemen gezamenlijk worden geordend, geconcretiseerd en geprioriteerd, en vervolgens worden aangepakt. Dit vraagt samenwerking over organisaties en sectoren (zorg, civiel, straf en bestuur) heen.
De Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid richt zich op alle professionals die in hun werk te maken krijgen met gezinnen en huishoudens waar de veiligheid structureel in het geding is. Deze visie is omarmd door de opdrachtgevers van het programma GHNT, de betrokken organisaties en de partners die samenwerken in het Landelijk Netwerk Zorg Straf. Er is gekozen voor de TOP-3 methode in de praktijk in Noordoost-Brabant; deze ondersteunt zo het werken conform de Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Volgens de TOP-3 methode wordt er eerst gezorgd voor directe veiligheid samen met gezinnen/huishoudens. Vervolgens wordt met motiverende werkwijzen en passende hulp gewerkt aan de oorzaken en achterliggende problematiek binnen het gezinssysteem.
9
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Kenmerken van die hulp zijn: risicogestuurd, herstelgericht en met versterking van beschermende factoren. Zo wordt de kans op duurzame effecten vergroot. Door continue aandacht voor veiligheid tijdens het gehele traject, blijft deze verzekerd en wordt geweld gestopt.
Afbeelding 2: Fases Gefaseerd samenwerken aan Veiligheid.
3.3 Landelijke impulsen op de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties Onder de noemer Geweld in afhankelijkheidsrelaties worden op nationaal niveau impulsen gegeven aan de regionale en lokale aanpak. Onder Geweld in afhankelijkheidsrelaties vallen meerdere onderwerpen zoals kindermishandeling, partnergeweld, seksueel geweld, ouderenmishandeling, mensenhandel (de zorg voor de slachtoffers naast de vervolging van daders van criminele uitbuiting, seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting). Onderdeel van de landelijke impuls is het doen van aanbevelingen op basis van thema’s. Thema’s waarmee de aanpak versterkt kan worden zijn, naast de directe lokale en regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (zoals Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en het VNG-kwaliteitskader van lokale wijkteams), o.a.: • Gendersensitief werken aan de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is tot nu toe nog onontgonnen terrein en vraagt om specifieke aandacht. • Traumasensitief werken implementeren met behulp van o.a. deskundigheid vanuit het landelijke aanbod Drakentemmers. • Ervaringsdeskundigheid inzetten t.b.v. laagdrempelige hulpverlening en psychoeducatie. De laagdrempelige aanpak kan de bereidheid tot accepteren van specifieke hulpverlening vergroten ten einde succesvoller te zijn in de aanpak.
• Het ‘nationale actieplan aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld’ is recent gepresenteerd en vraagt om regionale inrichting. • Toezicht sociaal domein; de inspectie die toezicht houdt op het sociaal domein heeft aanbevelingen betreffende de gemeentelijke inrichting van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. • Oprichting werkplaats sociaal domein – inclusieve stad. Dit richt zich op specifieke doelgroepen waarvoor de inclusieve stad nog onvoldoende inclusief is zoals bv. sekswerkers.
10
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
4 Thema’s en doelstellingen van het meerjarig uitvoeringsplan Dit hoofdstuk beschrijft de thema’s en onderdelen waar de werkgroep eigenaar van is en draagt daarmee bij aan het behalen van de ambities van de regio. Hierbij zijn ook de thema’s en onderdelen van de al lopende regionale projecten samengebracht. Deze worden in jaarlijkse uitvoeringsplannen uitgewerkt. Zo pakt de werkgroep de taken centraal op, stuurt die aan en monitort de voortgang. 4.1 De connectie met andere regionale gremia en regionale en provinciale ontwikkelingen Daar waar onderwerpen niet alleen de werkgroep maar meerdere gremia raken, wordt actief samengewerkt. Dit geldt voor zowel Regionaal BeleidsteamJeugd (RTB), de Wmo-tafels als de Veiligheidstafels. Vanuit de werkgroep is per tafel een contactpersoon benoemd. Deze vormt een duo met de collega van dat gremium. Gezamenlijk is bepaald op welke manier de samenwerking en afstemming vormgegeven wordt. Daarbij is ook afgesproken op welke momenten, op welke manier en door wie de werkgroep en de gremia geïnformeerd worden. De samenwerking kan meer en minder intensief zijn, afhankelijk van het onderwerp. En daarmee dus ook meer of minder capaciteit vragen van de werkgroep en de andere gremia. Hierover zijn in gezamenlijkheid werkafspraken gemaakt. Besluitvorming over de gezamenlijke onderwerpen vindt plaats volgens de governancestructuur.
Zo wordt bewerkstelligd dat besluiten zorgvuldig voorbereid, in afstemming met betrokken gemeenten en organisaties en op de juiste plek genomen worden. 4.2 Thema’s, onderwerpen en doelstellingen Elk onderwerp van het uitvoeringsplan is uitgewerkt in concrete doelstellingen en resultaten. Daarbij ook in beeld gebracht wat er al is en gedaan wordt in de regio, en welke gemeenten, organisaties en gremia betrokken dienen te worden. Het uitvoeringsplan wordt verder uitgewerkt in activiteiten die vervolgens in een jaarplan worden uitgezet. Hieronder de onderwerpen van het uitvoeringplan inclusief de daarbij behorende doelstellingen.
11
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
4.2.1 Eerder en beter in beeld – Preventie Preventie door onder andere het eerder in beeld brengen van signalen, doordat geweld in afhankelijkheidsrelaties bijtijds herkend wordt. Ook gaan we aan de slag met de bekendheid van de meldcode en het vergroten van de meldingsbereidheid. Doelstellingen In alle domeinen voor de doelgroep 0-100 in de regio: 1. Bekendheid van de meldcode vergroten. 2. De meldingsbereidheid vergoten. 3. Handelingsverlegenheid terugdringen. 4. Bespreekbaar maken verbeteren.
4.2.2 Duurzaam stoppen Het integraal implementeren en borgen van de werkzame methoden en interventies, om geweld in afhankelijkheidsrelaties duurzaam te stoppen. Doelstellingen 1.Bevorderen van de regionale adoptie van de Visie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid en implementeren van de Top 3-methodiek in alle gemeenten. 2.Plegeraanpak onder de aandacht brengen als onderdeel van ‘systemisch werken’ in geval van Geweld in afhankelijkheidsrelaties. 3. Plegeraanpak integraal onderdeel maken van de van de verbeterde aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. 4. Gemeenten kennen en gebruiken het kwaliteitskader werken aan veiligheid voor lokale teams in alle lokale teams (jeugd én volwassenen) 5. Ondersteunen van de gemeenten bij de implementatie van het kwaliteitskader. 6. Het inrichten van de pilot MDA++ door middel van faciliteren, doelbewaking, monitoren en vervolg geven aan de pilot.
12
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
4.2.3 Specifieke doelgroepen Specifieke doelgroepen die om een expliciete aanpak vragen bij geweld in afhankelijkheidssituaties en die nog niet geborgd zijn binnen de andere thema’s, zijn bijvoorbeeld slachtoffers van seksueel geweld, mensenhandel, ouderenmishandeling en eergerelateerd geweld en mensen met een verstandelijke/lichamelijke beperking. Doelstellingen 1. Vergroten van kennis expertise ouderenmishandeling en financieel misbruik onder professionals en vrijwilligers die werken met deze doelgroep. 2. Interventies om ouderenmishandeling en financieel misbruik aan te pakken zijn bekend en beschikbaar binnen de regio. 3. Verbeteren van de integrale samenwerking op terrein van seksueel geweld. 4. Verbeteren sturing op basis van data seksueel geweld. 5. Zorg voor slachtoffers mensenhandel (arbeidsuitbuiting, seksuele uitbuiting en criminele uitbuiting) inrichten en verbeteren vanuit maatschappelijke zorg. 6. De aanpak van de daders mensenhandel verbeteren. 7. Aanpak dader en zorg slachtoffer mensenhandel beter op elkaar afstemmen. Veelal loopt daderschap en slachtofferschap door elkaar. Intensieve samenwerking is nodig. 4.2.4 Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming Ontwikkelen hoe de kind- en gezinsbescherming in onze regio er over vijf tot tien jaar uit komt te zien.
Door onder andere het versterken van de lokale teams, het organiseren van een regionaal veiligheidsteam, VNG-kwaliteitskader en doorontwikkeling van Jeugdbescherming Brabant. Doelstellingen 1. In kaart brengen relevante ontwikkelingen: landelijk, bovenregionaal, regional en lokaal. 2. Het op de voet volgen van lopende proeftuinen (boven regionaal in Brabant). 3. Het ontwerpen van een visie voor Noordoost-Brabant m.b.t. het regionaal in te richten veiligheidsteam. 4. Samenwerken met de provinciale leading coalition (t.b.v. duurzame jeugdbescherming). 5. Bewaken van de doorontwikkeling van de jeugdbescherming in relatie tot de doelstellingen van het Toekomstscenario. 6. Bijwonen van provinciaal ambtelijk overleg (kernteam) met als doel aanhaken op provinciale veranderopgaven en beleidsthema’s. 7. Oppakken van thema’s die ondergebracht zijn in de verbeteragenda NOB 16. 8. Voor alle gemeenten NOB is bekend wat de visie Nieuwe Jeugdbescherming (en het werken in de tandem) inhoudt en wat de relatie met het toekomstscenario kind en gezinsbescherming is. Deze verbeteragenda kent taken die door werkgroep ViA opgepakt worden en taken die door regionaal beleidsteam jeugd worden opgepakt. Zie voor toelichting werkafspraken RBT-Jeugd en WG ViA in de bijlage.
16
13
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
4.2.5 Beleidsmatig accountmanagement Beleidsmatige accountmanagement met betrekking tot afspraken met de GI’s, Veilig Thuis en de vrouwenopvang. Adviseren welke passende hulp in te kopen bij geweld in afhankelijkheidsrelaties. Doelstellingen 1. Contractafspraken maken op basis van de inhoudelijke en beleidsmatige ontwikkelingen. 2. Fungeren als sparringpartner voor accountmanager Regionale Inkoop Organisatie Zorg (RIOZ). 3. Samen met partnerorganisatie scherphouden van de maatschappelijke opgave. 4. In samenwerking met RIOZ beoordelen en bewaken van de jaarbegroting. 5. Zorgdragen voor besluitvorming m.b.t. contract. 6. Verbinding houden met bovenregionale netwerken en ontwikkelingen m.b.t. beleidsmatig accountmanagement. 4.2.6 Communicatie Binnen dit organisatorische thema werken we aan de zichtbaarheid van de werkgroep in de regio. Hier nemen we op hoe we verbinding houden met de neven bestaande gremia in de regio en de uitvoering en de ketenpartners. Doelstellingen 1. De regionale aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties is voor professionals en burgers zichtbaar aanwezig in de regio. 2. Informatie m.b.t. geweld in afhankelijkheidsrelaties is vindbaar en deelbaar vanuit een centraal punt. 3. Integrale sturing is gerealiseerd volgens een vaste structuur (governance).
14
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
4.2.7 De inzet van ervaringsdeskundigheid Ervaringsdeskundigheid wordt al ingezet bij meerdere onderwerpen in de regio. De meerwaarde van deze inzet zal voor alle thema’s van de Uitvoeringsagenda getoetst en indien gewenst georganiseerd worden. Doel is de effectiviteit van de aanpak te verhogen, en bij te dragen aan het versterken van vroegere slachtoffers (en daders) doordat we hun ervaringsdeskundigheid positief inzetten. 4.2.8 Advies inkoop specialistische hulp Bij een effectieve aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties komt veel samen. Het kan de ene keer iets vragen van inkoop, de andere keer van beleid of van verschillende domeinen. De werkgroep adviseert over een optimale aanpak van betreffend onderdeel.
15
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
5 De Werkgroep Veilig in afhankelijkheidsrelaties 5.1 De opdracht aan de werkgroep De Werkgroep Veilig in afhankelijkheidsrelaties, Integrale aanpak NoordoostBrabant draagt zorg voor de realisatie van de doelen en jaarlijkse uitvoering van het uitvoeringsplan. Tevens zorgt de werkgroep voor de voorbereiding en ambtelijke en bestuurlijke advisering op het terrein van geweld in afhankelijkheidsrelaties. De werkgroep heeft een centrale (trekkers)rol in de integrale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties in de regio. En heeft de regionale verantwoordelijkheid voor de integrale beleidsontwikkeling, realisatie en monitoring ervan. Zo wordt regionaal met elkaar gedeeld, afgestemd, voorbereid en uitgewerkt, zonder de taken op lokaal niveau over te nemen. Het uitvoeringsplan is hierbij leidend. De werkgroep richt zich op de thema’s en onderwerpen uit het uitvoeringsplan en stemt af met andere beleidsterreinen om overlap, hiaten of langs elkaar heen werken te voorkomen. Belangrijk is dat er lokaal, met en om onze gezinnen/ huishoudens heen, beter integraal wordt samengewerkt door lokale teams, zorgpartners en veiligheidspartners. Gemeenten vinden dat deze samenwerking samen met de lokale partners zo integraal mogelijk moet worden opgepakt en uitgezet. Lokale integraliteit betekent samenwerking tussen Wmo/volwassenen, Jeugd en (Openbare orde en) Veiligheid.
Zowel in de uitvoering als op het niveau van management, beleid en bestuur, zijn tien gemeenten in de regio verbonden met elkaar. Hierbij dragen álle partners gezamenlijke verantwoordelijkheid.
16
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
5.2
Samenstelling
Vaste kernleden De werkgroep bestaat uit een aantal vaste kernleden vanuit de gemeenten en partnerorganisaties, met kennis van en ervaring met de domeinen Wmo/ Volwassenen, Jeugd en Veiligheid (Bijlage 1 vaste kernleden). Om deze kern heen zit ‘de schil’ van contactfunctionarissen, zoals afbeelding 3 hieronder laat zien. Op deze manier is er een verbinding met alle tien gemeenten in Noordoost-Brabant. Wisselende leden De wisselende leden, vanuit de verschillende gremia en partners, worden toegevoegd op basis van de meerjarige Uitvoeringsagenda. Daarnaast wordt per thema afgewogen wat de inzet van ervaringsdeskundigheid toevoegt. Ervaringsdeskundigen schuiven sowieso tenminste twee keer per jaar aan bij reflectiebijeenkomsten. Op basis daarvan worden waar nodig de Uitvoeringsagenda en aanpak bijgesteld. Contactfunctionarissen De contactfunctionarissen hebben verschillenden taken met bijkomende verantwoordelijkheden. Zij spreken met de werkgroep namens de drie domeinen Jeugd, Wmo en Veiligheid. De contactfunctionaris is de linkingpin tussen de eigen gemeente en de werkgroep. De werkgroep adviseert de contactfunctionarissen over implementatie van onderwerpen uit het uitvoeringsplan. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de daadwerkelijke implementatie hiervan. Schil van contacunconarissen Jeugd Wmo Veiligheid Jeugd Wmo Veiligheid
Boekel
‘s-Hertogenbosch
Jeugd Wmo Veiligheid
Regionale Werkgroep Veilig in Aankelijkheidsrelaes
Bernheze Jeugd Wmo Veiligheid
Vught
Maashorst Meierijstad
Land van Cuijk Oss Jeugd Wmo Veiligheid
Afbeelding 3: Werkgroep en contactpersonen in schema.
17
MijnGemeenteDichtbij
Jeugd Wmo Veiligheid
Jeugd Wmo Veiligheid Jeugd Wmo Veiligheid
Jeugd Wmo Veiligheid
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden contactfunctionarissen Taken
Verantwoordelijkheden Bevoegdheden
- Lokaal input ophalen bij - Ophalen en leveren van - Opvragen en collega’s binnen gemeente lokale integrale (Jeugdverstrekken van ‘input’ en partnerorganisatie en Wmo-Veiligheid) input bij de lokale partners leveren aan werkgroep en aan de werkgroep en - Organiseren van vice versa. visa versa. gezamenlijk overleg -O nderhouden van contact - Lokaal agenderen tussen (lokale) en aanwezigheid bij en prioriteren van beleidsambtenaren de bijeenkomsten met het thema geweld in Jeugd, Wmo en (leden) van de werkgroep. afhankelijkheidsrelaties. openbare orde en -H et informeren van de - Regelen van vervanging veiligheid. lokale structuren over de indien aanwezig zijn bij resultaten, adviezen en de bijeenkomsten voor besluiten die voortkomen contactfunctionarissen uit de activiteiten van de niet lukt. werkgroep. - Lokaal organiseren van - In routing brengen van realisatiekracht, actie stukken voor lokale en draagvlak. besluitvorming door college van B&W en terugkoppeling van genomen besluit aan de werkgroep.
18
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
6 Governance; het organiseren van verantwoordelijkheid In dit hoofdstuk staan de governancestructuur, de rol van de stuurgroep Zorg en Veiligheid, de Regiodagen en de besluitvormingscyclus voor de colleges van burgermeesters en wethouders beschreven. Vanzelfsprekend is de werkgroep onderdeel van de governance. 6.1 Integrale regionale structuur vanuit de lokale praktijk De basis van deze governancestructuur is lokaal, met verbinding, afstemming en advisering in de regio door gemeenten en partners. Elke gemeente zorgt voor het op orde krijgen en houden van de eigen integrale beleid en uitvoering. Bij elke gemeente ligt in het college de besluitvorming over de (onderdelen in de) regionale aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarvoor hebben gemeenten lokaal maar ook regionaal verbinding en ondersteuning nodig van anderen. Zoals de andere gemeenten, partners van zorg, straf en veiligheid. De werkgroep werkt met het model van ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgevers. • Op lokaal niveau zijn gemeenteraad en college aan zet, ondersteund door de eigen contactfunctionaris. • Gemeenten stemmen onderling af via structurele agendering van de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties op de bestuurlijke regiodagen.
• Gemeenten en partners vanuit zorg, straf en veiligheid stemmen de regionale aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties gezamenlijk en op strategisch niveau af in de stuurgroep Zorg en Veiligheid. • De werkgroep is hierin een centrale schakel. Op gemeentelijk managementniveau is integraal ambtelijk opdrachtgeverschap ingericht.
19
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
6.2 Stuurgroep Zorg en Veiligheid Een al langer bestaand gremium krijgt nu een expliciete rol in de regionale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. In de stuurgroep is op strategisch niveau gezamenlijke afstemming over de (prioritering van het) uitvoeringsplan en de voorgestelde aanpak. Zo is zij klankbord en draagt zij zorg voor bestuurlijke afstemming tussen gemeenten en overige partners. Tevens adviseren partners aan tafel elkaar in de te zetten stappen. Leden nemen de adviezen mee terug naar de eigen organisaties. De Stuurgroep Zorg en Veiligheid bestaat uit gemeenten en een aantal partners vanuit de organisaties in zorg, straf en veiligheid.
Regiodagen ViA
id he lig ei
Op
jk s eli ver bt tge Am rach d
Stu urg roe pz or ge n B
v
• Gemeente Oss, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Maashorst, Meierijstad, Land van Cuijk, Vught, Boekel • GGD Hart van Brabant • Veilig Thuis • OM Oost-Brabant • Politie Oost-Brabant/ Politie ’s-Hertogenbosch • Oost-Brabant Reclassering Nederland • GGZ Oost-Brabant • GHOR Midden West Noord-Brabant • Jeugdbescherming Brabant Zuidoost/Noordoost • Reinier van Arkel (GGZ)
Op est dra uu ch rlij tge k v
s er
Boekel ‘s Hertogenbosch
Werkgroep
ViA
Bernheze
Vught Oss
20
Maashorst Land van Cuijk
Meierijstad
Afbeelding 4: De governancestructuur in schema
MijnGemeenteDichtbij
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
6.3 Gemeentelijke bestuurlijke regiodagen Op de vier al bestaande regiodagen worden diverse onderwerpen geagendeerd. Bestuurders, wethouders en burgemeesters worden uitgenodigd om er integraal en regionaal van gedachten te wisselen over de regionale richting en beleidslijnen, en deze af te stemmen – ook als input voor en voorbereiding op de besluitvorming in de lokale colleges. Tot nu toe komt het thema geweld in afhankelijkheidsrelaties nog niet aan de orde op de regiodagen; dit verandert met het structureel agenderen van de regionale aanpak ervan. De werkgroep zorgt voor deze uitbreiding en bereidt de agenda van het onderdeel voor. 6.4 Gemeentelijke besluitvormingscyclus voor de werkgroep ViA Hieronder is de besluitvormingscyclus weergegeven. De werkgroep vergadert één keer per vier weken en neemt drie keer per jaar deel aan de besluitvormingscyclus. Dit vraagt nog om inrichting (in het voorjaar van 2023) van de regiodagen, zodat ze in de vergadercyclus passen.
Colleges
Bestuurlijk opdrachtgevers
Contacunonarissen
Ambtelijke opdrachtgever
Werkgroep
Stuurgroep
Contacunonarissen
Werkgroep
Afbeelding 5: besluitvormingscyclus * uitkomsten komen weer terug bij de contactfunctionarissen
21
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Drie keer per jaar worden de stukken die vragen om besluitvorming ingebracht in de cyclus. De besluitvormingscyclus start bij de werkgroep; zij halen input op bij de Stuurgroep Zorg en Veiligheid en de contactfunctionarissen. Ook is er bij de contactfunctionarissen gecheckt of de onderwerpen lokaal goed kunnen landen. De input van de stuurgroep Z&V en de contactfunctionarissen wordt in de werkgroep besproken; zij bepalen welke stukken door moeten in de besluitvormingscyclus. Vervolgens worden de stukken geagendeerd in het overleg met de ambtelijk opdrachtgevers. Daar wordt gecheckt of de stukken ‘voldoende rijp’ zijn voor het bestuurlijk overleg, georganiseerd via de Regiodagen. Indien ‘voldoende rijp’ worden de stukken besproken met de bestuurlijk opdrachtgevers. Tenslotte worden de stukken geagendeerd in het bestuurlijk overleg. Daar waar lokale besluitvorming nodig is, verloopt de routing naar de colleges via de contactfunctionarissen. De stukken en benodigde acties komen uiteindelijk bij de contactfunctionarissen van de gemeenten, zodat zij lokaal aan de slag kunnen met de implementatie ervan. 6.5 Colleges van burgemeester en wethouders Het college neemt besluiten op basis van de voorstellen en adviezen, en betrekt op onderdelen de gemeenteraad.
Als een advies vraagt om besluitvorming door de gemeenteraad of het college, wordt hen dit door de werkgroep met een adoptievoorstel aangeboden.
22
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
7 Werkgroep in relatie tot inkoop/ DUVO middelen 7.1 Integrale aanpak Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en de relatie met de regionale inkoop Verschillende taken en onderdelen binnen de aanpak geweld in afhankelijkheidsrelaties worden (boven) regionaal ingekocht. Per taak en onderdeel kan dat verschillen. De inkoop, subsidie en (contract)afspraken daarover moeten samenhangen met het inhoudelijke beleid en ontwikkelingen ervan. In onze regio is daarom het beleidsmatig accounthouderschap voor de onderdelen Vrouwenopvang, Veilig Thuis, Gecertificeerde Instellingen (GI’s) (en het relatiebeheer voor de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdrechtspraak) een taak van de werkgroep. Daarnaast is advies en afstemming over inkoop en subsidie op een breder terrein noodzakelijk, dit betreft Jeugd en Wmo/volwassenen. Ook hier heeft de werkgroep een rol in advies en afstemming. Nadere toelichting contracteren Veilig Thuis, DUVO middelen en GI’s In de huidige situatie is de contractering van Veilig Thuis en de GI’s opgenomen in de Centrumregeling Jeugd. Binnen deze regeling ligt het inkopen en voeren van zakelijk accountmanagement bij de Regionale Inkoop Organisatie Zorg (RIOZ). De kosten die gemoeid zijn met de inkoop van Veilig Thuis en GI’s maken integraal onderdeel uit van de regionale begroting Jeugdhulp.
‘s-Hertogenbosch is, als centrumgemeente, verantwoordelijk voor de DUVO-middelen. Vanuit beleid ‘s-Hertogenbosch wordt de besteding hiervan (zoals de deelbijdrage Veilig Thuis en deelbijdrage Vrouwenopvang) verantwoord. Dit zal voortaan in samenspraak met de werkgroep zijn. De eerdere inkoopafspraken voor Veilig Thuis en GI’s vragen om nauwe afstemming tussen werkgroep, RIOZ en Regionaal beleidsteam Jeugd en beleidsteams WMO; voor nu zijn ze voldoende werkbaar. Mocht later blijken dat aanpassing van deze inkoopafspraken gewenst is, dan zal de werkgroep daartoe een voorstel doen in samenwerking met het regionaal beleidsteam Jeugd, beleidsteams Wmo en RIOZ.
23
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
8 Financieel Kader Elke gemeente draagt bij aan de werkgroep door het beschikbaar stellen van personele inzet en/of financiële middelen. De verrekening hiervan is naar rato aantal inwoners per gemeente. Afspraken verrekening inzet ambtelijke uren 2023: 100% vergoeding tot een maximum van € 620K. 2024 en 2025: 50% vergoeding tot een maximum van € 310K per jaar. 1-1-2026 de gevraagde capaciteit voor invulling van de regionale werkgroep te bekostigen uit eigen – gemeentelijke - middelen.
8.1 Bekostiging per gemeente Het totale jaarbudget DUVO- en POK middelen betreft 6,8M. Hiervan worden onder andere VT, Vrouwenopvang, CSG, Mensenhandel en Plegeraanpak bekostigd. De centrumgemeente vergoedt in 2023 de personele inzet van de werkgroepleden volledig vanuit de POK-middelen. In 2024 en 2025 gebeurt dat voor 50% waardoor de vergoeding maximaal 310k is. In 2026 is er geen POK bijdrage meer vanuit het Rijk en komt de bijdrage voor de personele kosten naar rato van de inzet volledig vanuit de gemeenten. 8.2
Meerjarenkosten per gemeente
Gemeente ‘s-Hertogenbosch Land van Cuijk Boekel Maashorst Bernheze Vught Oss Meierijstad Boxtel Sint-Michielsgestel Totaal
24
Inwoners % bijdrage 2023 2024 2025 2026 156538 25,29% € 0,00 € 78.399,00 € 78.399,00 € 156.798,00 90707 14,66% € 0,00 € 45.446,00 € 45.446,00 € 90.892,00 11030 1,78% € 0,00 € 5.518,00 € 5.518,00 € 11.036,00 58362 9,43% € 0,00 € 29.233,00 € 29.233,00 € 58.466,00 31715 5,12% € 0,00 € 15.872,00 € 15.872,00 € 31.744,00 31783 5,14% € 0,00 € 15.934,00 € 15.934,00 € 31.868,00 93307 15,08% € 0,00 € 46.748,00 € 46.748,00 € 93.496,00 82613 13,55% € 0,00 € 42.005,00 € 42.005,00 € 84.010,00 33129 5,35% € 0,00 € 16.585,00 € 16.585,00 € 33.170,00 29731 4,80% € 0,00 € 14.880,00 € 14.880,00 € 29.760,00 € 0,00 € 310.620,00 € 310.620,00 € 621.240,00
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
8.3 Benodigde capaciteit en verrekening inzet Op basis van het uitvoeringsplan is het totaal aantal uren beleidscapaciteit berekend op 176 uur plus 36 uur ondersteuning. Deze formatie is inmiddels grotendeels ingevuld. De geselecteerde medewerkers zijn afkomstig uit diverse gemeenten. Vanuit de beschikbare middelen ontvangen de gemeenten een vergoeding op basis van werkelijk geleverde uren. Om een vlotte start van de werkgroep te realiseren wordt de eerste maanden externe procesbegeleiding ingezet. Later worden dit vanuit de eigen regio voorzien en de formatieruimte hiervoor benut. Gemeente Gemeente Bernheze Gemeente Boekel Gemeente ‘s-Hertogenbosch Gemeente Land van Cuijk Gemeente Meierijstad Gemeente Oss Totaal
Uren personele inzet 18 18 80 25 18 24 183
8.4 Verrekening van de werkelijke kosten Verrekening vindt eenmaal per jaar plaats en wordt uitgevoerd door de gemeente ’s-Hertogenbosch (centrumgemeente) op basis van werkelijke personele inzet en betreffende functionele schaal van de ambtelijke CAO (inclusief werkgeverslasten). Als de bijdrage vanuit de gemeenten zoals in 8.2 genoemd hoger moet zijn leggen we een voorstel voor aan de gemeenten.
25
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
9 Bronnen Belzen, E. van. (2022, 21 maart). Ouderenmishandeling. Trimbos-instituut. https://www.trimbos.nl/kennis/ouderenpsychiatrie-nkop/ouderenmishandeling/
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2023, 31 januari). Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling 2022. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2022/impactmonitor-aanpak-huiselijk-geweld-enkindermishandeling-2022
Cijfers over mensenhandel | Nederlands Jeugdinstituut. (2021, 8 december). https://www.nji.nl/cijfers/mensenhandel
Doorbreken geweldspatroon vraagt gespecialiseerde hulp. (2021, 18 maart). Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/doorbreken-geweldspatroon-vraagt-gespecialiseerde-hulp/
In Nederland wordt iedere 8 dagen een vrouw vermoord: Stop Femicide! | Geweld tegen vrouwen. (2022, 5 maart). Atria. https://atria.nl/nieuws-publicaties/geweld-tegen-vrouwen/petitie-stop-femicide/
Kwestie van lange adem. (2020, november) Verwey Jonker Instituut.
https://verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2021/02/216037_Kwestie_van_lange_adem-WEB.pdf
Onderzoek aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. (2020, 17 november). Verwey-Jonker Instituut.
https://www.verwey-jonker.nl/artikel/onderzoek-aanpak-huiselijk-geweld-en-kindermishandeling-in-dertien-veiligthuis-regios/
Rijksoverheid. (2021, 30 maart). Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/30/tk-bijlage-toekomstscenario-kind-engezinsbescherming
Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid. VNG. (2021, 25 januari).
https://vng.nl/sites/default/files/2021-01/20210125-visie-gefaseerd-samenwerken-aan-veiligheid-def.pdf
26
ViA Veilig in Afhankelijkheidsrelaties
Bijlagen Bijlage 1 Namen kernleden, contactfunctionarissen, ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgevers Vaste kernleden vanuit de gemeenten Britt Williams, Erny Bannink, Hans Schuurmans, Julia van den Heuvel, Marieke Kerstens, Mirjam Wijnen-van den Broek, Monique Willems, Wil Saenen. Vaste kernleden vanuit partners Edwin Jakobs (Veilig Thuis), Ingrid van den Berkmortel (vrouwenopvang MO ’s-Hertogenbosch), Noëlle de Kluiver-Goverde (Veiligheidshuis), Janniek van de Looij (Raad voor Kinderbescherming), Jeugdbescherming sluit aan op het moment dat zij daar ruimte voor hebben. Contactfunctionarissen Paul van den Hurk (Meierijstad), Marije Gerfen (Bernheze), Reinier Borghart (Maashorst), Mirjam Wijnen-van den Broek (Land van Cuijk), Melissa Beemsterboer (Boekel), Monique Willems (Oss), Katja van de Meent (’s-Hertogenbosch) Lucie Huijs (MijnGemeenteDichtbij), Vacature (Vught). Ambtelijk opdrachtgevers Anne-Marie de Gouw - Veiligheid (Boekel), Rob Ceelen - Wmo (’s Hertogenbosch), Yvonne Heeres - Jeugd (’s-Hertogenbosch). Bestuurlijk opdrachtgevers Caroline van den Elsen - Burgemeester (Boekel), Menno Roozendaal - Wethouder Jeugd (Meierijstad), Pieter-Paul Slikker - Wethouder Wmo (’s-Hertogenbosch).
27