CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B1_Regels inclusief bijlagen

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Landelijk gebied, herziening Lieseind 8'36.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Schema omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden

Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden

- het aanbrengen van (half)verhardingen; - het rooien of vellen van houtgewas; - afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; - graven of dempen van sloten; - verwijderen van perceelsrandbeplanting;

41

Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de cultuurhistorische waarden van de landschapselementen die in de cultuurhistorische waarderingskaart als landschapselement zeer hoog en/of hoog zijn aangemerkt.

- diepwoelen en diepploegen; - het verwijderen van wegen of paden

Artikel 6 Groen – Landschapselement

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen; b. extensief dagrecreatief medegebruik; met de daarbij behorende: c. d. e. f.

waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; (onverharde) wegen, paden en verkeersvoorzieningen; voorzieningen van algemeen nut.

6.2 Bouwregels Op of in de in artikel 6.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken worden gebouwd met een maximale hoogte van 3 meter.

6.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.3.1 Verbod Het is verboden op of in de in artikel 6.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; b. het ophogen, verlagen, afgraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; c. het vellen en/of rooien van waardevolle beplanting en/of bomen; d. het aanleggen, vergraven of dempen van waterlopen en andere waterpartijen; e. het mengen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen van onderbemaling of anderszins wijzigen van de grondwaterstand. 6.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. b. c. d.

de eerste aanleg conform het landschappelijk inpassingsplan betreffen; het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 42

6.3.3 Toelaatbaarheid De in artikel 6.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien er is aangetoond dat de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor het behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen.

43

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Afwijkende maatvoering Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; b. de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald, mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; c. bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; d. op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is.

Artikel 9 Algemene gebruiksregels 9.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d.

het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid en productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied) en/of horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied); e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als woonruimte; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie. 9.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een gebouw of bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. 44

b. Voor de sub a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 9.3 Afwijkingsbevoegdheid parkeernorm Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte wordt voorzien op een andere wijze, of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn, en; 1. er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; 2. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Afwijken ten behoeve van een minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van kleinschalig kamperen bij agrarische bedrijven en woningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5.000 m²; b. het kleinschalig kamperen is niet toegestaan ter plaatse van de bestemmingen Bos en Natuur. Het kleinschalig kamperen wordt gesitueerd op en/of direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij het kleinschalig kamperen wordt gerealiseerd; c. het kleinschalig kamperen mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; d. sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. e. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid; f. de oppervlakte van sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moet passen binnen de maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij (bedrijfs)woningen uit artikel 4.2.3 of de regels van gebruik van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen voor nevenfuncties uit artikel 3.6.2.

Er mag voor de bouw van sanitairgebouwen en/of recreatieruimten voor kleinschalig kamperen bij woningen gebruik gemaakt worden van sloop-bonus (artikel 4.4.8) en bij agrarische bedrijven van de afwijkingsmogelijkheden voor nevenfuncties (artikel 3.4.6 en 3.6.2); g. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 10.2 Afwijken ten behoeve van een grondopstelling zonnepanelen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een grondopstelling voor zonnepanelen buiten de aanduiding ‘bouwvlak’, mits aan de volgende bepalingen wordt voldaan: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 1,5 m; b. er is aangetoond dat het ondoelmatig is om de zonnepanelen binnen het bouwvlak te realiseren waar zonnepanelen (hetzij op het dakvlak, hetzij via een grondopstelling) rechtstreeks zijn toegestaan; c. de omvang van de grondopstelling c.q. installatie is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de eigen energiebehoefte; 45

d. de grondopstelling en de situering van de bebouwing is compact en geconcentreerd vormgegeven op het achtererfgebied. Indien is aangetoond dat plaatsing op dit achtererfgebied ook ondoelmatig is, kan de grondopstelling aansluitend aan de achterste grens van het achtererfgebied geplaatst worden; e. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; f. er worden geen bomen gekapt ten behoeve van het (beter) functioneren van de zonnepanelen; g. de archeologische, aardkundige, landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast; h. er is aangetoond dat er geen onaanvaardbare hinder door schittering ontstaat, zodat afgewogen kan worden of de grondopstelling aanvaardbaar is voor de omgeving; i. de grondopstelling wordt niet gebruikt voor opslagdoeleinden; j. er zijn geen zonnepanelen zijn toegestaan binnen de belemmerde strook van een hoogspanningsverbinding. 10.3 Afwijken ten behoeve van een windturbine voor eigen gebruik Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een windturbine voor eigen gebruik buiten de aanduiding ‘bouwvlak’, mits aan de volgende bepalingen wordt voldaan: a.

er is aangetoond dat het ondoelmatig is om te voorzien in de eigen behoefte door plaatsing van zonnepanelen op het dak van de (agrarische) bedrijfsgebouwen; b. er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik door situering van de windturbine op het achtererfgebied (nabij de aanwezige bebouwing); c. de tiphoogte van de windturbine bedraagt niet meer dan 25 meter; d. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. e. er worden geen bomen gekapt ten behoeve van het beter functioneren van de windturbine; f. de ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden niet onevenredig worden aangetast; g. de windturbine is vanuit milieu- en veiligheidsoogpunt aanvaardbaar; h. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; i. de windturbine dient minimaal 2x nominaal toerental afstand te houden van een hoogspanningsverbinding.

46

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herziening Lieseind 8’.

47

1 Bijlage 1 2 •

BEDRIJVENLIJST

Bijlage Bedrijvenlijst

LUCHT

1584 3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 1584 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² 1592 0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. 1593 t/m 1595

BODEM

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 2500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

VISUEEL

0 2 0 1 0

VERKEER

0 1 2 3 4 6 7 0 0 0 5 6 0 2 4

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van overige graasdieren: Fokken en houden van pluimvee: Fokken en houden van overige dieren: - bijen - overige dieren Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations

CATEGORIE

-

GROOTSTE AFSTAND

01 0111, 0113 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0112 0122 0124 0125 0125 0125 014 014 014 0142 02 05 15 15 1551 1552 1581 1581 1584

INDICES

GEVAAR

-

AFSTANDEN IN METERS

GELUID

OMSCHRIJVING

STOF

SBI-CODE

GEUR

niet toegestaan

nummer

type bedrijf

10

10

30 C

10

30

2

1 G

1

B

L

10 10 10 30 30 30

10 10 10 10 10 10

30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C

10 10 10 10 10 10

30 30 30 30 30 30

2 2 2 2 2 2

1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G

1 1 1 1 1

B B B B B

L L L

10 30

0 10

30 C 30 C

10 0

30 30 D

2 2

1 G 1 G

1 1

30 30 30

10 10 10

30 30 30 C

10 10 0

30 30 30

2 2 2

1 G 1 G 1 G

1 1 1

10

0

30

0

30

2

1 G

1

30

10

30 C

10

30

2

1 G

1

30 30

10 10

30 30

10 10

30 30

2 2

1 G 1 G

1 1

10

0

30 C

0

30

2

1 G

1

Bijlage Bedrijvenlijst

26 262, 263 262, 263 28 29 30 30 31 31 316

- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW A -

10

10

30

10

30

2

2 G

2

10

10

30

0

30

2

1 G

1

0 10 0 30 30 30 0

0 0 0 0 0 0 0

10 30 10 30 10 30 10

0 0 0 0 10 10 0

10 30 10 30 30 30 D 10

1 2 1 2 2 2 1

1 P 1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 G

1 1 1 1 1 1 1

10

10

30

10

30

2

2 G

1

10

10

30

10

30

2

1 G

1

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS Kantoormachines- en computerfabrieken

30

10

30

10

30

2

1

1

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g.

30

10

30

10

30

2

1

1

LUCHT

VISUEEL

- VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN 0 Farmaceutische produktenfabrieken: 2 - verbandmiddelenfabrieken -

VERKEER

-

24 2442 2442 25

CATEGORIE

-

24

GROOTSTE AFSTAND

23

GEVAAR

- HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Uitgeverijen (kantoren) Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking B Binderijen Grafische reproduktie en zetten Overige grafische aktiviteiten Reproduktiebedrijven opgenomen media

GELUID

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)

STOF

-

INDICES

GEUR

nummer

16 18 182 19 20 2010.2 205 21 22 22 221 2222.6 2223 2223 2224 2225 223

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-CODE

B

B B

L

Bijlage Bedrijvenlijst

501, 502, 504 5020.4 B 5020.5 503, 504 505 0

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven Autobeklederijen Autowasserijen Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires Benzineservisestations:

0 0 0

30

10 10 10 30

10 10 30 30

0 10 10 0

10 30 30 30

0

30 C

10

30

10

0

1 P 1 G 2 G 1 P

1 1 2 1

2

1P

1

30

1 2

1P 1P

1 1

10

1 2 2 2

1

B

B

C 30 C

10

0

30 C

10

30

2

1P

1

0

0

30 C

10

30

2

1P

1

10

30

10

30

1 G

1

B

0 0 0 0

30 10 30 30

10 10 0 10

30 10 30 30

2P 1G 3P 1P

1 1 1 1

B

10 0 10 0

10

1

0

0

10

2

2

2 1 2 2

LUCHT

0

BODEM

30

VERKEER

0

CATEGORIE

GROOTSTE AFSTAND

0 30 30 0

GEVAAR

- VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sociale werkvoorziening PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt: E2 - blokverwarming WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

30

GELUID

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

INDICES

STOF

A -

GEUR

nummer

32 33 33 33 34 36 36 361 362 363 3661.1 37 40 40 40 40 40 40 40 40 41 41 41 41 45 45 45 50 50

AFSTANDEN IN METERS

VISUEEL

OMSCHRIJVING

SBI-CODE

Bijlage Bedrijvenlijst

GELUID

GEVAAR

GROOTSTE AFSTAND

VERKEER

VISUEEL

BODEM

0

30

10

30

2

3P

1

B

0 10 0 10 10 30 10 10

0 10 0 0 10 10 10 10

10 30 30 30 30 30 30 30

0 0 0 0 0 0 10 10

10 30 30 30 30 30 30 30

1 2 2 2 2 2 2 2

1P 2G 2G 2G 2G 2G 2G 2G

1 1 1 1 1 1 1 1

10

0

30

10 V

30

2

2G

1

0

0

30

30

30

2

2G

1

0

10

30

10

30

2

1 G

1

0

10

30

0

30

2

1 G

1

0 30 10

0 30 10

30 30 30

0 30 R 10

30 30 30

2 2 2

1 G 1 G 2 G

1 1 2

0

0

30

0

30

2

2 G

1

0 0 10 10 0 0 0 0

0 0 0 10 0 0 0 0

10 10 10 10 C 0 30 10 10

0 10 10 10 10 10 10 10

10 10 10 10 10 30 10 10

1 1 1 1 1 2 1 1

1 P 2 P 1 P 1 P 1 P 3 P 1 P 1 P

1 1 1 1 1 1 1 1

GEUR - zonder LPG

-

0 1

5148.7 5 5153 0 5153 2 5153.4 4 5153.4 6 5154 0 5154 2 5155.2 5156 5162 0 517 52 52 52 A 5211/2,5246/9 5222, 5223 5224 5231, 5232 5246/9 5249 527

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) Grth in bloemen en planten Grth in dranken Grth in tabaksprodukten Grth in suiker, chocolade en suikerwerk Grth in koffie, thee, cacao en specerijen Grth in overige voedings- en genotmiddelen Grth in overige consumentenartikelen Grth in vuurwerk en munitie: - consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton - munitie Grth in hout en bouwmaterialen: - algemeen: b.o. <= 2000 m² zand en grind: - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen Grth in overige intermediaire goederen Grth in machines en apparaten: Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d. DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN Detailhandel voor zover n.e.g. Supermarkten, warenhuizen Detailhandel vlees, wild, gevogelte, met roken, koken, bakken Detailhandel brood en banket met bakken voor eigen winkel Apotheken en drogisterijen Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton verpakt Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

CATEGORIE

STOF

3 -

INDICES

30

nummer

505 51 51 511 5122 5134 5135 5136 5137 5138, 5139 514 5148.7 5148.7

AFSTANDEN IN METERS

V

LUCHT

OMSCHRIJVING

SBI-CODE

Bijlage Bedrijvenlijst

GEVAAR

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL

0 0 0 0 0 0

10 10 C 10 C 30 C 10 C 30 C

10 10 10 10 10 10

10 10 10 30 D 10 D 30

1 1 1 2 1 2

2 P 2 P 2 P 2 P 1 P 1 G/P

1 1 1 1 1 1

0 0

0 0

30 C 30 C

0 10

30 30 D

2 2

2 P 1 P

1 1

0

0

10

0

10

1

2 P

1

10 0 0 0

0 0 0 0

30 C 10 10 10

0 0 0 0

30 10 10 10 D

2 1 1 1

3 P 2 P 1 P 1 P

1 1 1 1

0 0

0 0

30 C 10 C

0 0

30 10

2 1

2 P 1 P

1 1

0 0

0 0

0 C 0 C

10 10

10 10

1 1

1 P 1 P

2 2

0

0

10 C

0

10

1

1 P

1

0

0

10

0

10

1

1 P

1

LUCHT

GELUID

10 10 0 0 10 10

GROOTSTE AFSTAND

STOF

INDICES

GEUR

nummer

55 55 5511, 5512 553 554 554 5551 5552 60 60 6022 603 61, 62 61, 62 61, 62 63 63 6321 6322, 6323 633 634 64 64 641 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-CODE

-

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. 1 Café's, bars 2 Discotheken, muziekcafé's Kantines Cateringbedrijven - VERVOER OVER LAND Taxibedrijven Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT A Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER 1 Autoparkeerterreinen, parkeergarages Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Reisorganisaties Expediteurs, cargadoors (kantoren) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed -

B

L

Bijlage Bedrijvenlijst

GEVAAR

CATEGORIE

VERKEER

VISUEEL

10 10

0 10

30 30

10 10

30 30 D

2 2

2 P 2 G

1 2

A B -

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Switchhouses

0 0

0 0

10 30 C

0 0

10 30

1 2

1 P 1 P

1 1

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

30 0

10 0

30 10

30 R 0

30 10

2 1

1 P 1 P

1 1

0 10 0

0 0 0

10 30 C 10

0 10 0

10 D 30 10

1 2 1

2 P 2 G 2 P

1 1 1

0

0

10

0

10

1

2 P

1

0 10

0 0

30 30

0 10

30 30 D

2 2

1 P 2 P

1 1

10 0 0 10 0

0 0 0 0 0

30 C 10 10 30 C 30

10 0 0 0 0

30 10 10 30 30

2 1 1 2 2

3 P 2 P 1 P 1 P 2 P

2 1 1 1 1

30

0

10 C

0

30

2

1 P

1

- OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING A Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Foto- en filmontwikkelcentrales Veilingen voor huisraad, kunst e.d. - OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN A Openbaar bestuur (kantoren e.d.) - ONDERWIJS Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs - GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG Ziekenhuizen Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven Consultatiebureaus 1 Verpleeghuizen 2 Kinderopvang - MILIEUDIENSTVERLENING A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: B rioolgemalen

B

LUCHT

GELUID

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN Personenautoverhuurbedrijven Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

GROOTSTE AFSTAND

STOF

-

INDICES

GEUR

71 711 714 72 72 72 72 73 73 731 732 74 74 74 7481.3 7484.4 75 75 75 80 80 801, 802 803, 804 85 85 8511 8512, 8513 8514, 8515 853 853 90 90 9001 9001

nummer

-

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-CODE

Bijlage Bedrijvenlijst OMSCHRIJVING

VERKEER

30 R

30

2

1 G

0 0 0

0 0 0

10 30 30 C

0 0 0

10 30 30 D

1 2 2

1 P 2 P 2 P

1 1 1

0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0

30 C 30 C 30 C 30 30 C 10 30 C 10

10 0 0 0 0 0 0 0

30 30 30 30 30 10 30 10

2 2 2 2 2 1 2 1

2 G 3 P 3 P 2 P 2 P 2 P 2 P 2 P

1 1 1 1 1 1 1 1

11 - buitenbanen met voorzieningen: boogbanen 2 - binnenbanen: boogbanen

0 0

0 0

30 10 C

30 10

30 10

2 1

1 P 1 P

1 1

F Sportscholen, gymnastiekzalen Casino's Amusementshallen - OVERIGE DIENSTVERLENING Chemische wasserijen en ververijen A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: 1 - uitvaartcentra 2 - begraafplaatsen Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

0 10 0

0 0 0

30 C 30 C 30 C

0 0 0

30 30 30

2 2 2

2 P 3 P 2 P

1 1 1

30 0 0 0

0 0 0 0

30 30 10 10

30 R 0 0 0

30 30 10 10

2 2 1 1

2 G 1 G 1 P 1 P

1 1 1 1

0 0 10 0

0 0 0 0

10 10 30 C 10 C

0 0 0 0

10 10 30 10 D

1 1 2 1

2 P 2 P 1 P 1 P

1 1 1 1

9262 9262 9262 9271 9272.1 93 93 9301.2 9301.3 9301.3 9302 9303 9303 9303 9304 9305

LUCHT

CATEGORIE

30

A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Kerkgebouwen e.d. A Buurt- en clubhuizen - CULTUUR, SPORT EN RECREATIE Studio's (film, TV, radio, geluid) Bioscopen Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen Muziek- en balletscholen Dansscholen Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. B Bowlingcentra H Golfbanen

BODEM

GROOTSTE AFSTAND

10

9002.2 9002.2 91 91 9111 9131 9133.1 92 92 921, 922 9213 9232 9234 9234.1 9251, 9252 9261.2 9261.2

VISUEEL

GEVAAR

10

nummer

GELUID

INDICES

STOF

AFSTANDEN IN METERS

GEUR

SBI-CODE

1

B

L

B

L

1 Bijlage 2 2 •

WAARDERING CULTUURHISTORIE

154000

155000

154500

155500

156000

156500

157000

157500

Cultuurhistorische inventarisatie en waardering van het buitengebied van de gemeente Schijndel

158000

158500

159000

159500

160000

160500

161000

161500

Molenhoek

162000

163000

162500

Cultuurhistorische inventarisatie en waardering van het buitengebied van de gemeente Schijndel

Maaskantje Waardering van historisch cultuurlandschap, landschapselementen en historische bouwkunst RAAP-rapport 2970, kaartbijlage 2, schaal 1:10.000

Muggenhoek Fokkershoek

Waardering van historisch cultuurlandschap, landschapselementen en historische bouwkunst RAAP-rapport 2970, kaartbijlage 2, schaal 1:10.000 legenda CULTUURLANDSCHAPPEN zeer hoog hoog

407500

407500

Heilaren

middelmatig basiswaarde niet gewaardeerd

LANDSCHAPSELEMENTEN

Woud

zeer hoog hoog

Dintersche Broek

middelmatig zeer hoog hoog middelmatig

407000

407000

't Woud

HISTORISCHE BOUWKUNST Bouwkunst (objecten)

Heeswijk

type zeer hoog hoog middelmatig niet gewaardeerd

Hazelbergsche Broek

status geen 406500

406500

gemeentelijk monument rijksmonument

Tielse Hoeve

Bouwkunst (ensembles) hoog

Dinther

middelmatig

OVERIG grens bestemmingsplan buitengebied

406000

406000

De Bus Houterd Lieseind

Meijldoorn

405500

405500

De Bus

405000

405000

Hezelaar

404500

404500

Weidonk

Boschweg

404000

404000

Heuvel

Wijboschbroek

403500

403500

Oetelaar

Borne

Schijndel

Kapeleind

403000

403000

Wijbosch Elde

Besselaar

Hoevenbraak

Elderbroek

Hoeves Hongerhoek 402500

402500

Vossenholen

402000

402000

Hermalen

Truijenheide Eerde Gasthuiskamp

Vlagheide

Heikant

Eekhoorn

401500

401500

Achterste Hermalen

401000

Eerdsche Bergen

401000

Rooische Heide De Geelders

De Vlagheide

Hooge Beek

Bus

400500

Schijndelsche Heide

400500

Het Speet

Baarseind

Savendonk

Schijndelsche Heide

400000

400000

Hoefje

0

De Horst schla2_kb_TE1

154000

154500

155000

155500

156000

100

200

300

400

500

m 156500

157000

157500

158000

158500

159000

159500

160000

160500

161000

161500

162000

162500

163000

1 Bijlage 3 2 •

RAPPORT CULTUURHISTORIE

RAAP-RAPPORT 2970

Tussen Aa-dal en Rooise Heide Herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

Versie 6.9

Colofon Opdrachtgever: Gemeente Schijndel Titel: Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel Status: eindversie Datum: 26 oktober 2015 Auteurs: ir. L.J. Keunen (RAAP), drs. C.J.B.P. Frank (MAB), S. van der Veen MA (RAAP) & drs. M.E.D. Lemmens (MAB) Projectcode: SCHLA2 Bestandsnaam: RA2970_SCHLA2 Projectleider: ir. L.J. Keunen Projectmedewerkers: S. van der Veen MA, drs. C.J.B.P. Frank & drs. M.E.D. Lemmens Bevoegd gezag: Gemeente Schijndel ISSN: 0925-6229

RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b

telefoon: 0294-491 500

1382 LV W eesp

telefax: 0294-491 519

Postbus 5069

E-mail: raap@raap.nl

1380 GB W eesp

© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2015 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Versie 6.9

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

Samenvatting De gemeente Schijndel heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau en het Monumenten Advies Bureau via Buro Waalbrug gevraagd het erfgoedbeleid te herijken. Belangrijkste doel was het inzichtelijk krijgen van de precieze redenen waarom specifieke gebieden, elementen of objecten hoog, gemiddeld of laag gewaardeerd werden. Aanleiding voor deze herijking was het actualiseren van het bestemmingsplan waarin deze cultuurhistorische waarden dienden te worden vastgelegd. Basis voor het uit te voeren werk vormde een cultuurhistorische waardenkaart die was opgesteld door het SRE, voorloper van de huidige Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. RAAP en MAB hebben in antwoord op deze vraag een projectaanpak geformuleerd die uitgaat van een gedeeltelijke herziening van de bestaande inventarisatie- en waarderingskaart op het gebied van de landschapstypen, een aanvullende inventarisatie en een beargumenteerde herwaardering van landschapselementen/-structuren en van het gebouwd erfgoed.

Een belangrijk resultaat van het onderzoek met het oog op de toepassing is een waardering van cultuurlandschappen, waaruit blijkt dat de belangrijkste waarden (hoog en zeer hoog) geconcentreerd zijn in de bosgebieden ten noorden van de kern, de heide- en broekontginningen Oude Molenheide, Vlagheide en Rooische Heide alsmede een verspreid aantal gebieden in het kampenlandschap ten westen en zuiden van de bebouwde kom. Hoog en zeer hoog gewaardeerde elementen, met name wegen maar ook groen en kleinere elementen als poelen, vinden we verspreid over de gehele gemeenten. Langs de oude wegen van het kampenlandschap en in mindere mate in de jonge ontginningen vinden we de waardevolle historische bouwkunst, waarvan alles vanaf een middelmatige waarde op de waarderingskaart is aangegeven. Geconcentreerd zijn zij in een aantal stedenbouwkundige ensembles. Voor landschapselementen, bouwkunst en stedenbouw is het belangrijk op te merken dat alleen die objecten op de kaarten zijn opgenomen, die in het bestemmingsplangebied (buitengebied) vallen. Wij adviseren om de planologische borging te richten op de afzonderlijke onderdelen landschappen, landschapselementen, bouwkunst en bouwkunstensembles. Hiervoor kunnen passende dubbelbestemmingen worden opgenomen, en per dubbelbestemming dient nagegaan te worden welke waarderingsklassen geborgd zouden moeten worden.

In het rapport hebben we ons advies dienaangaand nader uitgewerkt.

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[3]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................ 3

Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 4 1

Inleiding ............................................................................................................................. 5 1.1

Aanleiding en aanpak .............................................................................................................. 5

1.2 Onderzoeksgebied ..................................................................................................................... 5

2 Methoden en bronnen ........................................................................................................... 6 2.1

Algemene uitgangspunten ........................................................................................................ 6

2.2

Historisch cultuurlandschap ..................................................................................................... 7

2.3 Landschapselementen.............................................................................................................. 12 2.4

Historische bouwkunde .......................................................................................................... 15

3 Toelichting op de kaarten .................................................................................................... 21 3.1 Historisch cultuurlandschap ...................................................................................................... 21 3.2 Landschapselementen.............................................................................................................. 33 3.3 Bouwkunst en stedenbouw ....................................................................................................... 35

4 Adviezen ............................................................................................................................ 45 4.1 Inleiding .................................................................................................................................. 45 4.2 Historisch cultuurlandschap ...................................................................................................... 45 4.3 Landschapselementen.............................................................................................................. 46 4.4 Historische bouwkunst en stedenbouw ...................................................................................... 47

Literatuur .............................................................................................................................. 53 Overzicht van figuren, tabellen en kaartbijlagen ..................................................................... 54

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[4]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en aanpak De gemeente Schijndel heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau en het Monumenten Advies Bureau via Buro Waalbrug gevraagd het erfgoedbeleid te herijken. Belangrijkste doel was het inzichtelijk krijgen van de precieze redenen waarom specifieke gebieden, elementen of objecten hoog, gemiddeld of laag gewaardeerd werden. RAAP en MAB hebben in antwoord op deze vraag een projectaanpak geformuleerd die uitgaat van een gedeeltelijke herziening van de inventarisatie- en waarderingskaart op het gebied van de landschapstypen en een aanvullende inventarisatie en beargumenteerde herwaardering van landschapselementen/-structuren en van het gebouwd erfgoed. De kartering en waardering van landschapstypen werd uitgevoerd door ir. Luuk Keunen (RAAP), die tevens als projectleider van de herijking vanuit RAAP optrad. Herwaardering van de landschapselementen en –structuren vond plaats door Frank van Bakel, Wim Bekkers, Peter Smulders, Joop Verhagen, Tim Verhagen en Erik Verkuijlen van de gemeente Schijndel, waarbij Steven van der Veen MA (RAAP) de instruering, inhoudelijke begeleiding en uitwerking verzorgde. Cees-Jan Frank en Miranda Lemmens (MAB) voerden de aanvullende inventarisatie en de waardering van het onderdeel ‘bouwkunst en stedenbouw’ uit.

De klankbordgroep, bestaande uit Joop Steenbakkers (Stichting Brabantse Boerderij), Jan Aalders, Frans Abrahams, Ruud Hemelaar en Gerard van Kaathoven (Heemkundekring Schijndel), Leo Telgenkamp en Karina Tribels (NMC Schijndel) en Anton van den Broek (ZLTO Schijndel), leverde tijdens twee bijeenkomsten waardevolle opmerkingen aan.

1.2 Onderzoeksgebied De herijking van het erfgoedbeleid is primair gericht op het bestemmingsplangebied ‘Agrarisch Buitengebied’ van de gemeente Schijndel. De landschapstypologische kartering werd uitgevoerd voor het totale grondgebied van de gemeente Schijndel, zodat ook de prestedelijke landschappen zichtbaar werden. De aanvullende inventarisatie en de waardering van landschapselementen en bouwkunst hebben zich beperkt tot het buitengebied.

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[5]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

2 Methoden en bronnen 2.1 Algemene uitgangspunten Voornaamste doel van dit rapport en de bijbehorende kaartbijlagen is het inzichtelijk maken van de aanwezige cultuurhistorische waarden op het grondgebied van de gemeente Schijndel en de feitelijke karakteristieken/kenmerken die tot deze waarden leiden. Onder cultuurhistorische waarden verstaan we binnen deze context bovengrondse ruimtelijke structuren, sporen, objecten en relicten uit het verleden, waaraan een wetenschappelijke, politieke en/of maatschappelijke waarde als erfgoed wordt toegekend. Het eindproduct van het onderzoek bestaat uit uitgewerkte kaartbeelden gekoppeld aan een geografisch informatiesysteem (GIS met databases) met exacte gegevens over de geografische ligging en aard van waardevolle cultuurlandschappelijke en historisch-bouwkundige elementen. De presentatieschaal van de cultuurhistorische waardenkaart, bestaande uit twee kaartbladen, is 1:10.000. Ten behoeve van de kartering zijn de volgende bronnen gebruikt: - Tiendkaart Schijndel, 1757; - kadastrale minuutplans, ca. 1832; - Topografisch-Militaire Kaart (TMK), ca 1840 en ca 1850, als veldminuut, in nettekening en steendruk; - Chromotopografische Kaart des Rijks (bonneblaadjes), ca. 1910 en ca.

1935; - Topografische Kaart van Nederland, 1954-heden; - Bodemkaart en geomorfologische kaart als GIS; - algemene literatuur over Noord-Brabant en bijzondere literatuur over (delen van) de gemeente Schijndel (zie literatuurlijst); - databases behorend tot de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel (SRE) 1; - Actueel Hoogtebestand Nederland 0,5 meter grid (AHN2). De landschapstypering is volledig nieuw opgesteld ter vervanging van de analyse van historisch grondgebruik op de erfgoedkaart, waarvan de vertaling in het bestemmingsplan problematisch bleek te zijn. De nieuwe kartering maakt het mogelijk meer op hoofdlijnen waardevolle karakteristieken van specifieke deelgebieden/landschappen te borgen. Het betreft dan bijvoorbeeld de algemene beplantings- en bebouwingskarakteristiek van bepaalde landschappen in historisch perspectief, onafhankelijk van het exacte perceel waar zich die bevindt. De inventarisatie van landschapselementen, waarbij het vooral om wegen gaat, is op onderdelen aangevuld en geïntegreerd op basis van de erfgoedkaart. De elementen in de categorieën reliëf en historische verka-

1

Berkvens & Leenders, 2013

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[6]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

veling zijn volledig aanvullend geïnventariseerd aan de hand van het AHN2 en vergelijking met historische kaarten. Alle elementen zijn aanvullend gewaardeerd. De database van historische bouwkunst is op onderdelen herzien en uitgebreid, en vervolgens zijn ook deze objecten (opnieuw) gewaardeerd.

2.2 Historisch cultuurlandschap 2.2.1 Achtergrond en uitgangspunten Het landschap van de gemeente Schijndel is een complex geheel dat is ontstaan onder invloed van natuurlijke en menselijke factoren. Bij de typering van het historisch cultuurlandschap beschrijven we de wijze waarop de mens haar invloed heeft laten gelden in het landschap (en daarmee het natuurlijk landschap geleidelijk heeft omgevormd) en welke elementen daarmee samenhangen. Landschap in lagen De genese van het landschap kan op verschillende manieren worden ontrafeld. 2 Eén van de manieren om inzicht te krijgen in deze complexe materie is de ontleding ervan middels een zogenaamd lagenmodel. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt hoe opeenvolgende fasen in de landschapsontwikkeling zich ten opzichte van elkaar verhouden. 3 Het model biedt ruimte voor uiteenlopende invalshoeken, zoals infrastructuur, landgebruik, occupatie, territoria, etc., en biedt daarnaast ruimte om de ontwikkelingen van deze lagen door de tijd inzichtelijk te maken. Een voorbeeld is hoe de vroeg-20e-eeuwse bebossing zich verhoudt ten opzichte van de situatie aan het einde van de 20ste eeuw, of hoe het areaal akkerland van de 19e eeuw zich verhoudt tot de hedendaagse situatie. In de landschapstypering en –beschrijving hebben we aspecten van deze lagenbenadering meegenomen.

Landschapstypologie De TMK is de vroegste landsdekkende topografische kaart waarbij op perceelsniveau bebouwing, landgebruik èn landschapselementen zijn gekarteerd. Deze kaart vormt ook inhoudelijk de meest complete en geografisch meest correcte laag waarop het landschap uit de 19e eeuw van de gemeente Schijndel zichtbaar is. De TMK, en wel in zijn vroege versie van omstreeks 1840, vormt dan ook het uitgangspunt bij het inzichtelijk maken van de landschapsontwikkeling in de gemeente. Vooral met behulp van deze kaart is een landschapstypologie opgesteld. Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten (AHN2) hebben we ter ondersteuning gebruikt. Voor ons zicht op eerdere tijdslagen zijn we afhankelijk van archeologische en schriftelijke bronnen. Deze leveren echter zowel ruimtelijk als in temporeel opzicht een versnipperd beeld dat lastig toepasbaar is op het gewenste schaalniveau. Dit probleem is deels ondervangen door aan

2

Hidding, e.a., 2001. p.12

3

Hidding, e.a., 2001. p.8

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[7]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

de hand van de landschapstypologie niet alleen het 19e-eeuwse landschap maar ook de ontwikkelingen daarvoor te bekijken. Het 19e-eeuwse landschap is dus slechts een hulpmiddel om de voorgaande perioden en de periode daarna te beschrijven en mag niet als eindstadium of hoogtepunt van het historisch cultuurlandschap worden gezien. Jongere landschappen In de 20e en vroege 21e eeuw heeft zich een aantal grootschalige ruimtelijke transformaties voorgedaan, zoals heideontginningen, ruilverkavelingen en natuurontwikkeling. Hierbij zijn nieuwe lagen aan het landschap toegevoegd, waarbij soms wel en soms niet rekening is gehouden met de toen aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten in het landschap. De mate waarop deze cultuurhistorische kwaliteiten zijn opgenomen in deze nieuwe laag blijkt wanneer we het kaartbeeld van 1850 vergelijken met het huidige landschap en met kaartbeelden uit de tussenliggende periode. Vooral het kaartbeeld van omstreeks 1955 is daarbij relevant, omdat hierbij duidelijk voor het eerst de landschappelijke patronen na de heideontginningen te zien zijn, nog vóór de transformatie door de ruilverkavelingen. Wat uit deze kaartvergelijking niet noodzakelijkerwijs naar voren komt is de cultuurhistorische kwaliteit van wat er na 1850 in het landschap is veranderd.

Veel meer dan in de periode hiervoor gaat het om ontworpen landschap, en is derhalve de kwaliteit en doordachtheid van het ontwerp een waarderingscriterium. We kunnen vaststellen dat de ontginning van de heide en de ruilverkavelingen zeer kenmerkend zijn geworden voor het Schijndelse landschap, maar helaas is het instrumentarium om tot een onderbouwde waardestelling van deze 'recente' landschappen te komen heel beperkt. Naarmate de periode waarin deze ontwikkelingen zich voordeden verder van ons af komt te liggen en we de ontwikkelingen in een historisch kader kunnen plaatsen, zullen we beter in staat zijn de cultuurhistorische waarde ervan te duiden. Begrenzingen Een systematische opbouw van de kaart is de basis voor zijn betrouwbaarheid. Dat betekent, dat we op basis van een vergelijking tussen de historische en hedendaagse situatie grenzen tussen verschillende landschappen trekken. Van elke plek in het huidige landschap is dan te traceren welk historisch cultuurlandschap hier in het verleden te vinden was en in hoeverre dit nog herkenbaar is. Zou je huidige perceelsgrenzen aanhouden, dan koppel je in feite een verkeerd historisch landschapstype aan een bepaald perceel. De vlakken die hierdoor getekend worden, zijn in het waarderingsstadium de vlakken die als geheel gewaardeerd worden en slechts in incidentele gevallen verder worden opgeknipt.

Inventarisatie en waardering hebben dus in principe steeds op hetzelfde vlak betrekking. Het aanhouden van historische grenzen heeft als voordeel dat exact inzichtelijk is waar de historische contouren van landschappen in de huidige verkaveling nog zichtbaar zijn (zoals de grens tussen het oudste en jongste deel van de Rooische Heide). Daar staat tegenover dat we ook herkennen waar de verkaveling dusdanig gewijzigd is, dat de overgang tussen historische landschappen in het huidige landschapsbeeld niet meer te zien is. Een voorbeeld daarvan is het

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[8]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

gebied ten oosten van Houterd. Verschillende waarderingen kunnen hier binnen één huidig perceel bij elkaar komen als de gebieden als geheel een afzonderlijke waardering hebben gekregen. Dat de grens van beide dan binnen één perceel komt te liggen, is door de keuze voor historische grenzen (zoals hierboven onderbouwd) niet te vermijden.

2.2.2 Kartering Bij de kartering van het cultuurlandschap is onderscheid gemaakt tussen landschapstypen en nederzettingstypen. De nederzettingstypen die in deze fase gekarteerd en beschreven worden, vormen de 19e-eeuwse kernen die onlosmakelijk verbonden waren met het historisch cultuurlandschap. Wanneer de bebouwing sterk verspreid gesitueerd is, hebben we deze binnen de landschapstypering niet meer als afzonderlijk nederzettingstype – los van het landschap – beschouwd, maar bekeken als onderdeel van een groter landschap. Centraal in de gekozen methodiek voor de cultuurhistorische landschapstypering staat het landschaps- of dorpstype zoals dat historisch te typeren is in relatie tot wat daarvan in het tegenwoordige landschap nog terug te vinden is. Daarmee biedt de gedetailleerde typering, bruikbaar op perceelsniveau een goede basis om de historische kwaliteiten van het agrarisch cultuurlandschap te monitoren, te stimuleren en op andere wijzen te gebruiken voor gemeentelijk beleid. Het zorgvuldig karteren van landschapstypen is daarnaast een goede manier om cultuurhistorische waarden niet alleen te inventariseren, maar vooral ook planologisch te verankeren. Daarbij biedt deze manier goede mogelijkheden om cultureel erfgoed niet alleen te beschermen, maar ook op een positieve manier te ontwikkelen.

Door middel van het helder krijgen van de essentiële en gedetailleerde kenmerken van de verschillende landschapstypen kan het landschap ook inspirerend werken en kunnen kansen en mogelijkheden optimaal benut worden. Historische contrasten tussen verschillende landschapstypen, zowel de hoofdlijnen als subtiele verschillen, kunnen versterkt worden. Daarvan profiteert niet alleen het landschap zelf, maar ook bijvoorbeeld de gebruikers, bewoners en recreanten die elk op hun eigen manier met het landschap te maken hebben. Het karteren van landschaps- en dorpstypen dient systematisch en consequent plaats te vinden. Binnen elk landschaps- en dorpstype zou de variatie zo gering mogelijk moeten zijn. Uiteraard is dat nooit volledig te bereiken, omdat het landschap per definitie veelvormig is en je altijd zult moeten generaliseren. Desondanks zijn de afgelopen jaren met succes classificatiesystemen voor het historisch cultuurlandschap ontwikkeld, passend in een Wageningse traditie van landschapstypologie bij de Stichting voor Bodemkartering en zijn opvolgers. 4

4

Baas & Brand, 2011; W ageningen is één van de fundamenten van de historische geografie in Nederland, achtereenvolgens onder leiding van dr. A.W . Edelman-Vlam (1909-1999), A.D.M. Veldhorst, prof. drs. J.A.J. Vervloet en hun medewerkers aan de Stichting voor Bodemkartering, DLO-Staring Centrum, Alterra en de W ageningen Universiteit. Toepassing van kennis in beleidsvorming is altijd een pijler geweest binnen de W ageningse instituten. Daarom wordt er wel gesproken over W ageningse tradities binnen de historische geografie. Zie bijvoorbeeld ook de regionale studie van Chris de Bont (1993) over Midden- en Oost-Brabant.

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[9]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

De manier van classificeren die we voor het landschap van de gemeente Schijndel hebben toegepast, sluit dus aan op deze Wageningse methode. In de kern komt het erop neer dat we op basis van de kenmerken van het landschap in de 19e en 20e eeuw het landschap in een aantal hoofdtypen indelen, die vervolgens weer onderverdeeld zijn in subtypen. Bij de verdeling van de hoofdlandschappen in kleinere gebieden (subtypen) werd als stelregel gehanteerd dat een belangrijk deel van de ruimtelijke variatie binnen deze subtypen gevangen moest worden. De onderverdeling in subtypen is gemaakt op basis van een aantal criteria: 1.

verschil in vorm, regelmaat en positionering;

2.

verschil in historisch en hedendaags grondgebruik;

3.

verschil in genese;

4.

verschil in natte/droge omgeving;

5.

verschil in openheid/geslotenheid voor wat betreft opgaand groen.

Sommige landschapstypen laten zich in slechts één of enkele subtypen onderverdelen vanwege de relatief grote eenvormigheid, andere zijn zo divers dat er meerdere subtypen onderscheiden moesten worden. In vrijwel alle gevallen werd gezocht naar landschappelijke diversiteit binnen de landschappen zoals deze zich tussen omstreeks 1840 en heden manifesteerden – en deels ook al daarvoor. Dat laat onverlet dat het mogelijk is dat er landschapsontwikkelingen plaats hebben gevonden die niet in een classificatiesysteem te vangen zijn. kampontginningen met plaatselijk essen open akker

ke1

droge, halfopen kampontginning met bebouwing

kd1

droge, halfopen kampontginning

kd2

droge en onregelmatige, halfopen kampontginning met bebouwing

kd3

vochtige, halfopen kampontginning

kn2

beekdalen en broeken halfopen, regelmatige broekontginning

bh1

oude heideontginningen halfopen, regelmatige heideontginning

oh1

regelmatige heideontginning met bos

oh2

jonge heide- en broekontginningen open, regelmatige jonge heideontginning

hr1

stuifzandbebossing

hs1

voormalige stuifzandbebossing

hs2

open, regelmatige jonge broekontginning

hb1

halfopen, regelmatige jonge broekontginning

hb2

jonge broekbebossing

hb3

nederzettingen straatdorp

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

sd1

[10]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

keuterij

sd2

Tabel 1. De onderscheiden landschaps- en nederzettingsstypen, met de onderscheiden hoofd- en subtypen.

2.2.3 Waardering De waardering van het historisch cultuurlandschap heeft plaatsgevonden door elk gekarteerd deelgebied op drie criteria te beoordelen: 1. de gaafheid van de huidige topografie ten opzichte van de situatie omstreeks 1840 cq. de situatie ten tijde van de (heide)ontginning, d.w.z. type grondgebruik, verkaveling, percelering etc.; 2. de gaafheid van de huidige fysiognomie ten opzichte van de situatie omstreeks 1840 cq. de situatie ten tijde van de (heide)ontginning, d.w.z. de openheid of geslotenheid van het landschap (aan- of afwezigheid van opgaand groen), de aanwezigheid van bebouwing, etc.; 3. de aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering zou moeten krijgen dan het op basis van andere twee criteria zou krijgen. Op elk criterium is een score van 0 tot 5 genoteerd. Voor de eerste twee criteria is dat op basis van een strakke definitie gebeurd (tabellen 2 en 3), voor de laatste op basis van ‘expert judgement’. Voor het derde criterium hebben we geen exacte omschrijving gegeven wat er onder welke score verstaan wordt, omdat dit per deelgebied kan verschillen en het afhangt van de bijzonderheid die in dat specifieke deelgebied aan de orde is. score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

verkaveling sterk gewijzigd, grondgebruik sterk gewijzigd

3

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik sterk gewijzigd óf hoofdstructuur in belangrijke mate gewijzigd, maar grondgebruik grotendeels intact

4

hoofdstructuur verkaveling grotendeels intact, grondgebruik merendeels intact

5

verkaveling grotendeels intact, grondgebruik grotendeels intact

Tabel 2. Waardering gaafheid van de historische situatie in de huidige topografie.

score

omschrijving

0

volledig gewijzigd

1

overbouwd

2

openheid/geslotenheid sterk gewijzigd, bebouwing grotendeels verplaatst

3

openheid/geslotenheid half intact, bebouwing deels origineel, deels gewijzigd

4

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing merendeels origineel gesitueerd

5

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing als origineel gesitueerd

Tabel 3. Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de historische situatie omstreek 1850.

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[11]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 4). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen. gemiddelde score

waardering

0-1,0

zeer laag

1,1-2,3

laag

2,4-3,6

gemiddeld

3,7-4,2

hoog

4,3-5,0

zeer hoog

Tabel 4. Scores en klassen van de waardering.

Hoewel op basis van bovenstaande criteria een vrij objectieve score berekend kan worden, blijft de waardering toch een bepaalde mate van subjectiviteit houden. Dat komt niet alleen door de nadruk op het criterium ‘gaafheid’ en de keuze voor het derde criterium (‘bijzondere kenmerken’), maar ook door de schaal van het te beoordelen gebied en de begrenzing ervan. Voor de waardering zijn de grotere gebieden, zoals gekarteerd bij de inventarisatie, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verder opgeknipt om willekeur te voorkomen. Een lage waardering voor een gebied betekent daarmee niet dat er in het gebied geen enkele bijzondere individuele waarde kan voorkomen!

2.3 Landschapselementen 2.3.1

Achtergrond en uitgangspunten

Op de inventarisatiekaart (kaartbijlage 1) zijn de landschapselementen afgebeeld die zijn overgenomen uit het rapport Schijndels erfgoed 2013, opgesteld door de SRE Milieudienst. Op deze erfgoedkaart zijn in Kaartbijlage 7 onder de noemer Historisch landschap zowel bestaande als verdwenen historische bouwkunst, landschapselementen en het historisch cultuurlandschap opgenomen. In deze rapportage zijn deze elementen opgesplitst naar de drie disciplines. Onder landschapselementen worden in deze rapportage alleen elementen verstaan die bovengronds zichtbaar zijn en niet met een constructie zijn verankerd in de grond. Gebouwen, wegwijzers en bijvoorbeeld grenspalen zijn dus niet opgenomen in de inventarisatie van landschapselementen en vinden we, afhankelijk van hun waardering, terug in de laag met historische bouwkunst. Ontginningseenheden, zoals bosontginning, of broek- en hooiland zijn in de inventarisatie van historische cultuurlandschappen verwerkt.

2.3.2

Kartering

Uit de inventarisatie van SRE, kaartbijlage 7 zijn de volgende landschapselementen overgenomen:

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[12]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

- kanaal; - gegraven waterlopen; - railweg; - doorgaande weg; - lokale wegen; - lokale wegen CHW zeer hoog; - lokale wegen CHW hoog; - lokale wegen CHW redelijk hoog; - trekpad; - plein; - overig historisch groen; - militair complex; - park of tuin; - akkerwal. Hierbij werd evenwel het criterium aangehouden dat de bestanden voor het doel van deze studie, de planologische borging, bruikbaar moesten zijn. Zo bleek het bestand met waterlopen zodanig getekend te zijn, met tekenafwijkingen tot 80 meter, dat er geen relatie met het nog bestaande watersysteem ontdekt kon worden. 5 Pas na een zorgvuldige herkartering zou ook het opnemen en waarderen van een database met waterlopen zinvol zijn. De oorspronkelijke databasestructuur van de verschillende bestanden is zoveel mogelijk intact gehouden. Wel zijn hier kolommen aan toegevoegd waarin onder andere de typering, waardering en herkomst van het bestand zijn opgenomen. Ook zijn op basis van de informatie van de klankbordgroep nog elementen toegevoegd. Aan de lijst met elementen die uit het SRE-rapport werden overgenomen zijn twee elementgroepen toegevoegd: historische verkaveling en historisch reliëf. Het bestand met historische verkaveling is afkomstig van de gemeente Schijndel. Het bestand met historisch reliëf is gekarteerd door gebruik te maken van historisch kaartmateriaal en het Actueel Hoogtebestand Nederland 2 (AHN2).

Omdat alleen de bestaande elementen worden gewaardeerd is een onderscheid gemaakt tussen bestaande en verdwenen elementen. Desniettemin zijn de verdwenen elementen wel op de kaartbijlage weergegeven, omdat zij ons in staat stellen de nog resterende elementen in hun context te kunnen plaatsen. Ze geven bijvoorbeeld antwoord op de vraag hoe een weg oorspronkelijk heeft gelopen.

5

Het lijkt erop dat deze afwijking deels te maken heeft met de georeferentie van het basismateriaal.

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

[13]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

2.3.3 Waardering Per element is een waardering uitgevoerd aan de hand van de Erfgoed Meetlat Schijndel. Dit houdt in dat er vanuit drie invalshoeken kwaliteiten aan elementen worden toegekend: beleefde kwaliteit, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Vervolgens zijn aan de kwaliteiten waarderingscriteria toegekend, waaronder zichtbaarheid, gaafheid, zeldzaamheid, informatiewaarde, samenhang en representativiteit (zie ook Erfgoed Meetlat Schijndel). Vervolgens zijn hier zogenaamde operationele paramaters aan toegekend, zoals bijvoorbeeld 'zichtbaarheid aan het maaiveld' of 'ouderdom'. Per operationele parameter kan een score worden behaald van 3 (hoog), naar 2 (midden), tot 1 (laag).Omdat de Erfgoed Meetlat Schijndel is opgezet om zowel historische bouwkunst, als historisch cultuurlandschap, als landschapselementen, als archeologie te waarderen, zijn niet alle operationele parameters van toepassing op de landschapselementen. Daarom heeft een selectie plaatsgevonden van relevante parameters. Ook zijn de parameters veder uitgewerkt, zodat nog meer duidelijk wordt waar de waarde van het element in schuilt. Dit heeft geresulteerd in de onderstaande waarderingstabel voor landschapselementen. De codes 'a1', 'a2', etc. verwijzen naar de waarderingskolommen in het GIS.

!

"

# $ $ ! %

&!

" '((

!

)

$ '((

) *

+ ,

*

+ ,

" ! !

" -

#-

, ! !

+ ,

" -

-

-

,

, ! "

.

,

%

+ ,

, -

/

+ , -

* 0

RAAP-rapport 2970 / eindversie, 26 oktober 2015

,

" , ! -

"

#-

-

$

" "

[14]

Tussen Aa-dal en Rooise Heide; herijking van het erfgoedbeleid van de gemeente Schijndel

1 ,

2

"

$ $

3 0

4

$

Tabel 5. Waarderingstabel voor landschapselementen.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de scores op te tellen en door het aantal parameters te delen. Daardoor telt elk criterium per type element even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in een aantal waarderingscategorieën verdeeld en weergegeven op de waarderingskaart (kaartbijlage 2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=9363e2d3-7fb4-41de-84c8-0cee42c3d9bd