CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.1.1 Toelichting

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’13.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’ TOELICHTING

Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:

Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl

Naam document

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’.

IMRO Code

NL.IMRO.1948.BGO000BP0012020P-VG01

Versie

01-05-2021 (vaststelling)

Auteur

drs. D.F.H. Kastelijn

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Inhoud 1.

INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging planlocatie Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer

4 5 5 6 6

2.

PLANBESCHRIJVING

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Kwaliteitsverbetering van het landschap Omgevingsdialoog

7 8 9 10

3.

BELEIDSKADER

11

3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Structuurvisie 3.1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4

11 11 12 16 16

4.

RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN

17

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15

Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Luchtkwaliteit Geluid Bodem Water Flora en fauna Archeologie en cultuurhistorie Externe veiligheid Spuitzones Hoogspanningslijnen Kabels en leidingen Infrastructuur en parkeren M.e.r.-beoordeling

17 19 22 26 28 30 31 33 35 36 39 40 40 41 41

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

42

5.1 5.2 5.3

Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen

42 42 45

-2-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

6.

HAALBAARHEID EN PROCEDURE

47

6.1 6.2

Financieel Maatschappelijk en procedure

47 47

BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6:

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN – KVH LANDSCHAPSONTWERP VERSLAGFORMULIER OMGEVINGSDIALOOG INVOERGEGEVENS V-STACKS GEURBEREKENING VERKENNEND BODEMONDERZOEK – BODEMINZICHT AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE GEBRUIKSFASE NOTA VAN ZIENSWIJZEN

-3-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeente Meierijstad

Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel Hoogstraat 29 te Sint-Oedenrode. Op het perceel is een agrarische bestemming met de functieaanduiding ‘veehouderij’ gelegen. Daar initiatiefnemer voornemens is zich op het perceel te vestigen met zijn aannemersbedrijf, wordt de agrarische bestemming gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf’. Hierbij wordt het mogelijk gemaakt om 315 m2 van de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing in gebruik te nemen ten behoeve van het aannemersbedrijf. De planlocatie is gelegen in het bestemmingsplannen ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ (v.w.b. de regels) van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode en heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’. De bestemmingswijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Bedrijf’ past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Daar er binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 geen afwijkings- dan wel wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die voorgenoemde ontwikkeling mogelijk maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Meierijstad heeft kenbaar gemaakt medewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om genoemde bestemmingswijziging mogelijk te maken.

Figuur 1.1: Ligging planlocatie.

-4-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

1.2

Gemeente Meierijstad

Ligging planlocatie De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, ten zuiden van de kern Sint-Oedenrode en ten westen van de kern Nijnsel. De planlocatie bestaat uit een drietal kadastrale percelen. De planlocatie staat kadastraal bekend als gemeente SINT-OEDENRODE, sectie N, perceelnummers 589, 592, 595, 563 en 564. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie weergegeven.

1.3

Vigerend bestemmingsplan De planlocatie is gelegen binnen de bestemmingsplannen Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 (v.w.b. de regels) en Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2 (v.w.b. de verbeelding) van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode en heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Daarnaast zijn op het planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en de gebiedsaanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol gebied’ gelegen. Daarnaast zijn de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – veehouderij’, ‘intensieve veehouderij uitgesloten’, ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – persoongebonden overgangsrecht’ en ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – vab’ gelegen. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2 met daarop de planlocatie rood omkaderd.

Figuur 1.2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2.

-5-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

1.4

Gemeente Meierijstad

Doel van het plan Door middel van onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 wordt de bestemming van de locatie Hoogstraat 29 te Sint-Oedenrode gewijzigd van Agrarisch naar Bedrijf ten behoeve van een aannemersbedrijf.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.

-6-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie

Gemeente Meierijstad

De planlocatie betreft een VAB-locatie waar voorheen een pluimveebedrijf gevestigd is geweest. Dit pluimveebedrijf is in 2002 beëindigd waarop de milieuvergunning is ingetrokken, de kippenstallen zijn gesloopt en de aanduiding ‘intensieve veehouderij uitgesloten’ op het perceel is gelegd. In de bestaande situatie zijn hierdoor op het perceel nog een agrarische bedrijfswoning, een garage en twee voormalige agrarische bedrijfsgebouwen van respectievelijk 315 m2 en 110 m2 aanwezig. Het tweede voormalige agrarische bedrijfsgebouw is op ruime afstand van de bedrijfswoning gelegen en is middels een gekoppeld bouwvlak verbonden aan het agrarische bouwvlak. In totaliteit is op het perceel een agrarisch bouwvlak met een oppervlakte van ruim 3.000 m2 gelegen. Op de locatie is daarnaast zoals weergegeven in figuur 1.2 nog wel steeds de aanduiding ‘veehouderij’ gelegen. Onderstaande (lucht)foto’s geven een impressie van de bestaande situatie op de planlocatie.

Figuur 2.1: Impressie bestaande situatie planlocatie. -7-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

2.2

Gemeente Meierijstad

Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens zich op de planlocatie te vestigen met zijn aannemersbedrijf. Hiertoe wordt de bestemming van het perceel gewijzigd van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ in ‘Bedrijf’. Hierbij wordt voor het perceel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf’ opgenomen en komt (onder andere) de functieaanduiding ‘veehouderij’ te vervallen. Het gebruik ten behoeve van een aannemersbedrijf wordt hiermee mogelijk gemaakt en daarnaast wordt zeker gesteld dat in de toekomst op de planlocatie geen agrarisch bedrijf meer kan worden geëxploiteerd. Het voormalige agrarische bedrijfsgebouw van 315 m2 wordt ingezet ten behoeve van het aannemersbedrijf. De bedrijfsloods zal hierbij uitsluitend voor opslag worden gebruikt. Dit betekent dat in de loods geen bewerking plaatsvindt. Daarnaast zijn buitenopslag en buitenactiviteiten op het perceel niet toegestaan. De aanwezige tweede bedrijfsinrit blijft, na afstemming met de eigenaar van Hoogstraat 27, behouden. De tweede inrit zorgt ervoor dat met de bedrijfsvoertuigen ‘rond’ kan worden gereden en er niet continu gedraaid en gestoken hoeft te worden. De voormalige stal van 110 m2 blijft behouden, maar krijgt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - dierenverblijf’. Het onderliggende gekoppelde bouwvlak wordt vervolgens verwijderd.

De bedrijfswoning en de bijbehorende garage blijven vanzelfsprekend behouden. Tot slot worden een bestemmingsvlak en een bouwvlak op maat gerealiseerd. Het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ krijgt een oppervlakte van 2.600 m2. Daarnaast wordt een strook grond met de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden omgezet in de bestemming ‘Groen’ ten behoeve van de landschappelijke inpassing. In onderstaande figuur is de verbeelding van de nieuwe situatie van de planlocatie weergegeven.

Figuur 2.2: Verbeelding nieuwe situatie planlocatie. -8-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

2.3

Gemeente Meierijstad

Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In haar regeling ‘Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode’ geeft de gemeente Meierijstad nadere invulling aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2:

c. categorie 3:

geen inspanning; een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; toepassing van de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van 20 % van de grondwaardevermeerdering in primair agrarisch gebied en 25% in agrarisch gebied met waarden.

De omschakeling zonder vergroting van het bouwvlak van Agrarisch naar Bedrijf is in bijlage 1 van de regeling opgenomen onder categorie 3. Dit betekent dat voor onderhavig initiatief een kwaliteitsverbetering van het landschap vereist is op basis van de forfaitaire methode. Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is de planlocatie gelegen binnen agrarisch gebied met landschapwaarden, waardoor dient te worden uitgegaan van 25% van de grondwaardevermeerdering.

Berekening Kwaliteitsverbetering Landschap Bestaande situatie Agrarisch met bouwvlak Agrarisch Groen Totale oppervlakte perceel

Opp. 3.050 16.140 810 20.000

m² m² m² m²

Toekomstige situatie Bedrijf Groen Agrarisch zonder bouwvlak Totale oppervlakte perceel

Opp. 2.600 2.390 15.010 20.000

m² m² m² m²

Grondwaardevermeerdering Gelegen in agrarisch gebied met waarden Vereiste investering kwaliteitsverbetering

Prijs per m2 € 25,00 € 5,00 € 1,00

Prijs per m2 € 62,50 € 1,00 € 5,00

€ € € €

Totaal 76.250 80.700 810 157.760

€ € € €

Totaal 162.500 2.390 75.050 239.940

€ €

82.180 25% 20.545

Figuur 2.3: Berekening bijdrage kwaliteitsverbetering locatie Hoogstraat 29 Sint-Oedenrode.

-9-

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Om de vereiste tegenprestatie te bepalen is een berekening uitgevoerd van de grondwaarde van het perceel in de bestaande situatie en in de toekomstige situatie. Deze berekening is opgenomen in figuur 2.3. In eerste instantie volgt uit deze berekening dat er sprake is van een grondwaardevermeerdering van ruim € 82.000,--. Van dit bedrag dient 25% te worden geïnvesteerd in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit kan onder meer door een fysieke tegenprestatie op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Voor onderhavig initiatief wordt gekozen voor de aanplant van diverse landschapselementen zoals een hoogstam fruitboomgaard, knotwilgen, een knip- en scheerheg enzovoorts. Daarnaast wordt een gedeelte van het perceel om te zetten in de bestemming Groen. In de regeling Kwaliteitsverbetering zijn normbedragen opgenomen voor de bovengenoemde investeringen in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Door initiatiefnemer is aan KvH Tuin- en landschapsontwerp opdracht verleend voor het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan voor de planlocatie. Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 toegevoegd aan voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan.

Middels uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de regeling Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode van de gemeente Meierijstad. In de planregels (voorwaardelijke verplichting) en de te sluiten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad wordt de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan geborgd.

2.4

Omgevingsdialoog Ten behoeve van voorliggend initiatief heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden. Door initiatiefnemer is de voorgenomen ontwikkeling besproken met de eigenaar en tevens bewoner van Hoogstraat 27 en is er de mogelijkheid geweest om vragen te stellen. De eigenaar van Hoogstraat 27 heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het initiatief. Het verslagformulier van de omgevingsdialoog is bijgevoegd als bijlage 2 aan voorliggende toelichting.

- 10 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

3.

Gemeente Meierijstad

Beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging waardoor rijksbelangen niet in het geding zijn. Het Rijk gaat er vanuit dat het beleid dat provincie en gemeenten opstellen past binnen het Rijksbeleid. Een toets aan het rijksbeleid kan dan ook achterwege blijven. Het plan wordt wel getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving. Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de zogenaamde “ladder voor duurzame verstedelijking”). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Onderhavig initiatief betreft een bestemmingswijziging naar ‘Bedrijf’. Jurisprudentie (ABRvS 23 april 2014; ECLI:NL:RVS:2014:1442) heeft uitgewezen dat de uitbreiding van een bedrijfsgebouw met 400 m² niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Bij voorliggend initiatief wordt de bedrijfsbebouwing niet uitgebreid, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.

3.1

Provinciaal beleid

3.1.1 Structuurvisie Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De visie is op 19 maart 2014 in werking getreden. De provincie geeft in de SVRO de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040) weer. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De Interim omgevingsverordening is één van deze uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit de SVRO in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden.

- 11 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

3.1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. In tegenstelling tot de nu van kracht zijnde interim verordening worden in de definitieve omgevingsverordening ook beleidswijzigingen verwerkt. In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie weergegeven.

Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Uit figuur 3.1 blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Landelijk Gebied en meer specifiek het Gemengd landelijk gebied. Het provinciaal beleid maakt het mogelijk dat niet-agrarische functies in Landelijk gebied zich kunnen vestigen op een bestaand bouwperceel. Belangrijke randvoorwaarde voor het toelaten van dergelijke functies is dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Om de afweging te kunnen maken in een concreet geval is het nodig dat een gemeente beleid uitwerkt waarin een - 12 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

ontwikkelingsrichting voor de verschillende typen gebied is opgenomen. Dat voorkomt gelegenheidsplanologie en biedt duidelijkheid naar zowel initiatiefnemers als omwonenden. Voor zover zo'n ontwikkelingsrichting al niet is opgenomen in bestaande plannen of daaruit afgeleid kan worden, kan zo'n ontwikkelingsrichting redelijk snel en eenvoudig samen met betrokkenen gemaakt worden. Het gaat om een globale denkrichting welke functies passen in de te onderscheiden gebieden met een globale bepaling van een omvang. Vervolgens biedt dit houvast bij de ontwikkeling van concrete initiatieven en kan dit als basis dienen voor de toepassing van het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of een wijzigingsbesluit. In Artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie NoordBrabant de kaders vastgelegd voor niet-agrarische functies in het Landelijk Gebied. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De planlocatie is tezamen met het perceel Hoogstraat 27 geclusterd gelegen aan de Hoogstraat. Op het perceel Hoogstraat 27 is recent eveneens een bestemmingswijziging van ‘Agrarisch’ naar ‘Bedrijf’ mogelijk gemaakt ten behoeve van een timmerbedrijf. Een aannemersbedrijf betreft een activiteit in milieucategorie 2 en wordt door de gemeente Meierijstad, gelet op de beperkte milieu-impact, aangemerkt als een passende activiteit in relatie tot de omgeving. De ontwikkeling past binnen de kaders van de recent door de gemeenteraad vastgestelde beleidsnotitie VAB-locaties. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; In voorliggende toelichting wordt uitgebreid ingegaan op bovengenoemde aspecten. Hieruit komt naar voren dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit op de voorwaarden zoals door de gemeente Meierijstad gesteld en geen afbreuk doet aan de genoemde aspecten. 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. In het verleden is op de planlocatie reeds een pluimveehouderij beëindigd en zijn de aanwezige bedrijfsgebouwen gesloopt.

Hierbij is tevens de milieuvergunning voor de intensieve veehouderij ingetrokken en is op de locatie de aanduiding ‘intensieve veehouderij uitgesloten’ gelegd. De locatie heeft daarnaast de - 13 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

aanduiding ‘VAB-locatie’ gekregen waardoor geen uitbreiding van bebouwing meer mogelijk was. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Het bouwperceel wordt niet gesplitst als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; De voormalige bedrijfsgebouwen bij de pluimveehouderij zijn diverse jaren geleden reeds gesloopt. Hierdoor is sloop van bebouwing bij voorliggend plan niet meer aan de orde. d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van de bovengenoemde activiteiten. Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De omvang van de totale bedrijfsactiviteiten is in de regels van voorliggend bestemmingsplan begrensd op 315 m2. De omvang is hiermee beperkt en passend in de omgeving. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn de toegestane bedrijfsactiviteiten gespecificeerd. Op het perceel is enkel een aannemersbedrijf toegestaan. Een aannemersbedrijf wordt conform de VNG handreiking aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 2. c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Buitenopslag is niet toegestaan. Dit is vastgelegd in de regels van voorliggend bestemmingsplan d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. De omvang van de ontwikkeling is begrensd op maximaal 315 m2. Hiermee blijft zij ten alle tijden passend binnen haar omgeving. Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; Een aannemersbedrijf wordt conform de VNG-handreiking aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 2 en is hiermee vanwege de geringe milieu-impact bij uitstek passend in een gemende omgeving.

- 14 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Niet van toepassing. c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Niet van toepassing. De voorgenomen bestemmingswijziging van Agrarisch naar Bedrijf voldoet aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor niet-agrarische functies in het landelijk gebied van de Interim omgevingsverordening. Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat de planlocatie gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij, waardoor deze aanduiding niet van invloed is op de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat de aanduiding ‘norm wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ op de planlocatie is gelegen. Deze norm betreft een instructieregel voor het waterschap en bakent de zorgplicht af die de waterbeheerder heeft op het vlak van het voorkomen dan wel beperken van ontoelaatbare wateroverlast door inundatie vanuit oppervlaktewater ten gevolge van neerslag.

Voor de planlocatie is waterschap De Dommel de waterbeheerder. Waterschap De Dommel heeft in haar beleid nadere invulling aan deze normen. Zoals nader toegelicht in hoofdstuk 4.7 van voorliggend bestemmingsplan neemt het verhard oppervlak als gevolg van voorliggend initiatief niet toe en wordt hiermee voldaan aan het beleid van waterschap De Dommel. Hiermee zijn er vanuit het aspect ‘water’ geen belemmeringen voor voorliggend initiatief. Tot slot is in Interim omgevingsverordening in Artikel 3.9 vastgelegd dat wanneer een bestemmingsplan een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard dient te gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Voor onderhavig initiatief wordt voldaan aan deze kwaliteitsverbetering van het landschap. In hoofdstuk 2.3 van voorliggend bestemmingsplan alsmede in bijlage 1 is de gevraagde landschappelijke inpassing nader uitgewerkt. De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening.

- 15 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

3.2

Gemeente Meierijstad

Gemeentelijk beleid

3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 Het plangebied is (v.w.b. de regels) gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 is op 29 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 biedt geen mogelijkheid om het voorgenomen initiatief aan Hoogstraat 29 mogelijk te maken. Gekozen wordt dan ook om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening.

- 16 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

4.

Gemeente Meierijstad

Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.1

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: Rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor.

Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.” - 17 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Na beoordeling van voorliggend plan is ODBN van mening dat er vanwege de ligging direct naast een timmerbedrijf en schuin tegenover een intensieve veehouderij en vanwege het feit dat de ontwikkeling zelf een aannemersbedrijf betreft, sprake is van gemengd gebied. Wanneer sprake is van een omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit is mogelijk omdat een gemengd gebied vaak al een hogere milieubelasting kent. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind tot 10 meter. Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ worden in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied en de milieubelasting veroorzaakt door de beoogde ontwikkeling (aannemersbedrijf) onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG brochure van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of met de beoogde ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

Milieuzonering In onderstaande tabel zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen een straal van 250 meter van het plangebied aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot aan de gevel van de woning aan Hoogstraat 29. De afstanden gelden voor het zogenaamde gemengd gebied. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. Bedrijf

richtafstand in meters

afstand

Id

Adres

bestemming – functie

Geur

stof

geluid

gevaar

feitelijk

1

Hoogstraat 27

Bedrijf – timmerbedrijf

10

10

30

0

50 m.

2

Hoogstraat 32A

Agrarisch - iv kippen/varkens

100

10

30

0

110 m.

3

Houtsestraat 8

Agrarisch - iv varkens

100

10

30

0

130 m.

4

Houtsestraat 14

Bedrijf - statische opslag

0

0

10

0

190 m.

5

Houtsestraat 16

Agrarisch – rundvee

50

10

10

0

250 m.

Figuur 4.1: Overzicht en toetsing richtafstanden.

Uit figuur 4.1 volgt dat wordt voldaan aan de genoemde richtafstanden voor alle omliggende (agrarische) bedrijven.

- 18 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

VNG

richtafstand in meters

SBI-2008

Omschrijving

41, 42, 43

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. < 1.000 m2

Geu r 0

Milieu-

stof

geluid

gevaar

cat.

0

10

0

2

Figuur 4.2: Milieuzonering aannemersbedrijf (bron: VNG 2009, Bedrijven en milieuzonering).

Daarnaast wordt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling een aannemersbedrijf in het te handhaven voormalige agrarische bedrijfsgebouw van 350 m2 mogelijk gemaakt. Een aannemersbedrijf met een b.o. kleiner dan 1.000 m2 wordt conform de VNG handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 2. In voorliggend geval is daarnaast expliciet in de regels van het bestemmingsplan vastgelegd dat zowel buitenopslag als buitenactiviteiten niet zijn toegestaan, waarmee met zekerheid sprake is van een activiteit in milieucategorie 2. De grootste richtafstand in gemengd gebied bedraagt hiermee 10 meter voor wat betreft geluid, zoals weergegeven in figuur 4.2. De afstand tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de gevel van de meest dichtbij gelegen woning aan Hoogstraat 27 bedraagt 7 meter. Hiermee wordt niet aan de grootste richtafstand van 10 meter (voor geluid) voldaan. Het aspect geluid dient hiermee nader onderzocht te worden.

4.2

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Voorgrondbelasting De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’.

- 19 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Voor de planlocatie wordt, zoals aangegeven in figuur 4.1, niet voldaan aan de richtafstanden voor geur voor wat betreft de intensieve veehouderijen aan de Hoogstraat 32A en de Houtsestraat 8. In onderhavige situatie blijft de bestaande agrarische bedrijfswoning gehandhaafd als reguliere bedrijfswoning. Voor voormalige bedrijfswoningen (en andere geurgevoelige objecten) gelden vaste afstanden, ook bij dieren met geuremissiefactoren, als de woning op of na 19 maart 2000 geen onderdeel meer uitmaakt van de veehouderij. Volgens lid 2 van artikel 3 van de Wgv dient de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, buiten de bebouwde kom ten minste 50 meter te bedragen.

Hiermee geldt voor onderhavig initiatief een afstand van 50 meter van de rand van het bouwvlak (in het kader van de omgekeerde werking) van de intensieve veehouderijen aan de Hoogstraat 32A en de Houtsestraat 8 tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de bedrijfswoning aan Hoogstraat 29. Aan deze afstand wordt, zoals blijkt uit figuur 4.1, ruimschoots voldaan voor beide bedrijven. Hiermee worden deze bedrijven dan ook niet belemmerd in hun gebruiksdan wel ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Om vast te stellen dat het woon- een leefklimaat ter plaatse van de bedrijfswoning aanvaardbaar is, is ook de (individuele) voorgrondbelasting afkomstig van de veehouderij aan Hoogstraat 32a op het dichtstbijzijnde hoekpunt van de bedrijfswoning in beeld gebracht. Deze berekening is uitgevoerd met ‘V-Stacks Vergunningen’. Hierbij is (worst case) het emissiepunt gelegd op het hoekpunt van de meest dichtbij de bedrijfswoning gelegen stal. Uit de berekening blijkt dat de maximale individuele geurbelasting van het bedrijf aan Hoogstraat 32a op de bedrijfswoning 8,3 ouₑ/m³ bedraagt. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de geurnorm van 14,0 ouₑ/m³ en is er sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Onderstaand zijn de brongegevens en de uitkomst van de berekening weergegeven.

- 20 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Hoogstraat 32a Sint-Oedenrode Brongegevens BronID

X-coor

Y-coor

ST-hoogte

Hoekpunt stal

160369

395593

6.0

STGemGebH bindiam 5.0

STuittree

Evergund

E-Max Vergund

4.0

21427

21427

0.5

Geurgevoelige Locatie GGLID

X-coor

Y-coor

Geurnorm

Geurbelasting [OU/m3]

Hoekpunt woning Hoogstraat 29

160497

395458

14.0

8.3

Figuur 4.3: Berekening voorgrondbelasting Hoogstraat 32a op woning Hoogstraat 29.

Achtergrondbelasting Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Sint-Oedenrode heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied. Door middel van ‘V-Stacks Gebied’ is de achtergrondbelasting geur berekend. Hierbij is getoetst op de vier hoekpunten en het middelpunt van de woning. Op alle vijf de punten overschrijdt de achtergrondbelasting de norm van 20 ouₑ/m³ niet. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de gegevens van Web-bvb Brabant van 19-2-2019 van alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie. Een overzicht van het voor de berekening gebruikte bronnenbestand en de gebruikte paramaters zijn toegevoegd als bijlage 3 aan voorliggende toelichting. De uitkomsten van de berekening zijn onderstaand weergegeven. Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID 1101 1102 1103 1104 1105

X-coor 160499.0 160512.0 160500.0 160509.0 160505.0

Y-coor 395573.0 395577.0 395560.0 395563.0 395568.0

Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 20.000 14.186 Hoekpunt 1 20.000 14.275 Hoekpunt 2 20.000 14.372 Hoekpunt 3 20.000 14.383 Hoekpunt 4 20.000 14.255 Middelpunt

Figuur 4.4: Uikomsten berekening achtergrondbelasting op woning Hoogstraat 29.

Uit figuur 4.4 volgt dat de achtergrondbelasting ter plaatse van de beoogde bedrijfswoning ca. 14 ouₑ/m³ bedraagt. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. Om het woon- en leefklimaat te beoordelen - 21 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4.5. De achtergrondbelasting ter plaatse van de bestaande woning valt ten minste in de categorie 14 t/m 20 ouₑ/m³. Het woonen leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als matig worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E

Mogelijke kans op geurhinder (%)

Beoordeling leefklimaat

1-3

<5

zeer goed

4-8

5-10

goed

9-13

10-15

redelijk goed

14-20

15-30

matig

21-28

20-25

tamelijk slecht

29-38

25-30

slecht

39-50

30-35

zeer slecht

51-65

35-40

extreem slecht

Figuur 4.5: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.3

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Rondom de planlocatie zijn drie varkenshouderijen, twee pluimveehouderijen en een gemengd bedrijf gelegen.

De varkenshouderijen aan de Houtsestraat 8, Hoogstraat 20 en Houtsestraat 17 hebben een PM10 (endotoxine) emissie van respectievelijk 40 kg per jaar, 144 kg per jaar en 91 kg per jaar

- 22 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

en kg per jaar. De pluimveebedrijven aan Hoogstraat 44 (vleeskuikens) en Sonse Heideweg 9 (leghennen) hebben een PM10 emissie van respectievelijk 1.320 kg per jaar en 3.324 kg per jaar. Het gemengde bedrijf aan de Hoogstraat 32A heeft voor wat betreft de vleeskuikens een PM10 emissie van 440 kg per jaar en voor wat betreft de varkens een emissie van 98 kg per jaar.

Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van bovenstaande vergelijkingen worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden. Voor wat betreft de vier omliggende intensieve veehouderijen gelden de richtafstanden zoals opgenomen in figuur 4.6 tot de woning aan Hoogstraat 29. Richtafstand

Werkelijke

endotoxine

afstand

Varkens: 40 kg. PM10/jaar

0 m.

214 m.

Varkens: 144 kg. PM10/jaar

67 m.

335 m.

Varkens: 98 kg. PM10/jaar

44 m.

Vleeskuikens: 440 kg. PM10/jaar

129 m.

Houtsestraat 17

Varkens: 91 kg. PM10/jaar

39 m.

387 m.

5.

Hoogstraat 44

Vleeskuikens: 1.320 kg. PM10/jaar

222 m.

710 m.

6.

Sonse Heideweg 9

Leghennen: 3.324 kg. PM10/jaar

182 m.

800 m.

id

Adres

Type bedrijf

1.

Houtsestraat 8

2.

Hoogstraat 20

3.

Hoogstraat 32A

4.

171 m.

Figuur 4.6: Richtafstanden Endotoxine.

Bovenstaande richtafstanden worden conform het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0' aangehouden vanaf het emissiepunt van het bedrijf, zoals opgenomen in Web-BVB, tot aan de gevel van een gevoelig object. Hierbij wordt geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden, daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 4.4 wordt voldaan aan de geldende richtafstanden voor endotoxine. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarische bedrijfsbestemming in een reguliere bedrijfsbestemming t.b.v. een aannemersbedrijf. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats.

- 23 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.2 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 5,0 OU/m3 voor de voorgrond en 10,0 OU/m3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4.2 van voorliggende toelichting worden beide gezondheidskundige advieswaarden overschreden. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5.

Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie.

- 24 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer van de planlocatie bevinden zich pluimveehouderijen aan Hoogstraat 32A, Hoogstraat 44 en Sonse Heideweg 9. Er is echter geen sprake van de bouw of toevoeging van een nieuwe gevoelige bestemming als gevolg van de omzetting van de agrarische bestemming in een reguliere bedrijfsbestemming. 6. De aanwezigheid van mestbe- en verwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen omzetting van de agrarische bedrijfsbestemming in een reguliere bedrijfsbestemming betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er specifieke omstandigheden aan de orde zijn.

Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.

▪

Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra

- 25 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. ▪

Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. De voorgenomen ontwikkeling betreft de omzetting van een bestaande agrarische bedrijfswoning in een reguliere bedrijfswoning. De woning is niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.

Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.4

Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het plan betreft de omzetting van een agrarische bestemming naar een reguliere bedrijfsbestemming in de vorm van een aannemersbedrijf. Als gevolg van deze activiteiten zal een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen plaatsvinden. Het aantal verkeersbewegingen zal op basis van een ruime schatting toenemen met maximaal 10 bewegingen per dag. Dit betreft 5 personenauto’s (bestelbusjes) die per dag aan en af rijden. Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4.7 weergegeven. Uit figuur 4.7 volgt dat de bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijf een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit.

Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.

- 26 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.7: Uitkomst berekening NIBM-tool 2020 (bron: www.infomill.nl)

Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning blijf gehandhaafd. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuur 4.8 en figuur 4.9.

Figuur 4.8: GCN-kaart RIVM fijnstof (bron: geodata.rivm.nl)

- 27 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.9: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide (bron: geodata.rivm.nl)

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 18-20 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.5

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht. Op basis van artikel 76 lid 3 van de Wgh hoeft de bestaande bedrijfswoning niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wgh. - 28 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de woning afkomstig van de bedrijven die rondom de planlocatie gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in hoofdstuk figuur 4.1 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de richtafstand uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van 10 meter (gemengd gebied) voor het aannemersbedrijf wordt ten opzichte van de naastgelegen bedrijfswoning aan Hoogstraat 27 niet voldaan. De afstand van de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ tot de woning aan Hoogstraat 27 bedraagt namelijk 7 meter. Om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van de woning gelegen aan Hoogstraat 27, is het stappenplan van de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ doorlopen. Het stappenplan is weergegeven in bijlage 5.3 (blz 194/195) van de VNG-brochure. Onderstaand zijn de relevante aspecten uit dit stappenplan weergegeven. Stappenplan geluid VNG-brochure: 1. Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het bouwplan is dan mogelijk. De richtafstand van 10 meter wordt met een werkelijke afstand van 7 meter tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de woning aan Hoogstraat 27 licht overschreden. 2. Indien stap 1 niet toereikend is: b.

Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: - 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); - 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); - 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). c. Vrijstelling is dan mogelijk. Om aan te tonen dat kan worden voldaan aan de normstelling uit Stap 2 dient inzicht te worden gegeven in de relevante bedrijfsactiviteiten van de inrichting. Om aannemelijk te maken dat ter hoogte van de woning gelegen aan Hoogstraat 27 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege geluid wordt onderstaand inzicht gegeven in de relevante transportbewegingen en bedrijfsactiviteiten en de periodes waarin activiteiten plaatsvinden op het terrein.

- 29 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Transportbewegingen (dagelijks) Periode Aantal Dag (07.00u – 19.00u) 10 0,25 Avond (19.00u – 23.00u) 4 Nacht (23.00u – 07.00u) 0

Type Bestelbus Vrachtauto Bestelbus -

In- en uitrit Oostelijk en westelijk Westelijk Westelijk -

Het bedrijf betreft een kleinschalig aannemersbedrijf. De bedrijfsactiviteiten vinden op locatie bij de klant plaats, veelal een bouwplaats. De benodigde bouwmaterialen worden in bijna alle gevallen rechtstreeks op de bouwplaats geleverd. Sporadisch zullen op de locatie Hoogstraat 29 enkele bouwmaterialen geleverd worden met een vrachtauto. Hoewel dit niet vaker dan één keer per week plaats zal vinden, is bovenstaand gerekend met een worst-case scenario van 1 keer per 4 dagen in de dagperiode. Om de woning aan Hoogstraat 27 zoveel mogelijk te ontlasten zal voor het laden en lossen van deze materialen enkel de westelijke in- en uitrit worden gebruikt. Daarnaast zal het laden en lossen aan de achterzijde van de bedrijfsloods plaatsvinden. Hiervoor is in de nieuwe situatie bewust extra ruimte gereserveerd bij de vormgeving van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ (zie figuur 2.2). Tot slot vindt uiteraard ‘s ochtends vertrek naar de klant plaats met twee bestelbusjes en wordt hiervan aan het einde van de middag teruggekeerd (4 transportbewegingen). Af en toe wordt overdag aan- en afgereden om wat materialen op te pikken. Daarom is bovenstaand in een worst-case scenario gerekend met 10 verkeersbewegingen per dag in de dagperiode. Op het terrein aan Hoogstraat 29 zijn verder geen andere geluidrelevante bronnen aanwezig.

Door de gemeente Meierijstad is aan de ontwikkeling de voorwaarde gesteld dat buitenopslag niet is toegestaan. Daarnaast is de voorwaarde gesteld dat de bedrijfsactiviteiten binnen het bestaande bedrijfsgebouw plaats dienen te vinden en bedrijfsmatige buitenactiviteiten niet zijn toegestaan. Deze voorwaarden zijn ook vastgelegd in de regels van voorliggend bestemmingsplan. Er vinden hiermee buiten dan ook geen geluidrelevante werkzaamheden plaats. Op basis van bovenstaand inzicht in de bedrijfsactiviteiten is voldoende aannemelijk dat ter hoogte van de woning gelegen aan Hoogstraat 27 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege geluid. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.6

Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden - 30 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Daarnaast is in de Woningwet (Artikel 8) vastgelegd dat niet gebouwd mag worden op verontreinigde grond. Om de gezondheid en veiligheid van mensen die wonen en werken in een gebouw te garanderen, verplicht de Woningwet dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in bepaalde gevallen een bodemonderzoeksrapport moet worden aangeleverd. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. De grond wordt dan ook niet geroerd. Gelet echter op het feit dat ter plekke van het huidige tuingebruik de grond in het verleden agrarisch in gebruik was, dient de bodem ter plaatse als niet onverdacht van bodemverontreiniging te worden beschouwd. Dit betekent dat uitvoering van verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is om uitsluitsel te geven over de bodemkwaliteit. Door initiatiefnemers is aan Bodeminzicht opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt: Conclusie en advies De analyseresultaten van de onderzochte mengmonsters vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De resultaten van het verrichte bodemonderzoek zijn geen belemmering voor de bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.7

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie Noord-Brabant, het Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ van het Waterschap de Dommel, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese

- 31 -

Bestemmingsplan ‘Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode’

Gemeente Meierijstad

Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerplan 2016-2021 Waardevol Water Het waterbeheerplan beschrijft hoe Waterschap De Dommel, samen met andere partijen, invulling wil geven aan het waterbeheer in het stroomgebied van de Dommel. Het plan heeft een looptijd van 2016 tot en met 2021. Het betreft alle aspecten rondom het beheer van de watergangen, stuwen, gemalen, transportstelsels en rioolwaterzuiveringen, zowel onder normale omstandigheden als in het geval van calamiteiten. Het waterbeheerplan is een strategisch document. Het geeft op hoofdlijnen een beschrijving van de doelen van het waterschap en hoe de doelen gerealiseerd kunnen worden. Concrete uitwerking va deze doelen vindt voor een groot deel plaats in gebiedsprojecten. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende thema's: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6bac2ce2-6405-4985-bfc5-26387c89f72a