B08 Locatiespecifiek onderzoek spuitzones
Tekst van het document
In situaties waarbij sprake is van een grotere afstand (meer dan 3-5 meter bij neerwaarts spuiten en meer dan 5-10 meter in andere situaties) tot de relevante gewaspercelen, zal de drift vooral bestaan uit aerosolen/dampen, zoals ook blijkt uit onderzoek63. Op grotere afstand zal een (relatief) open windhaag dus minder effect hebben dan in de beschreven onderzoeken, doordat druppelvormige drift bij toenemende afstand voor een steeds groter deel gedeponeerd zal zijn en drift in de vorm van dampen en aerosolen niet of nauwelijks afneemt en enkel nog zal verdunnen bij verdere verspreiding in de buitenlucht. Een dichte windhaag of schutting zal op deze afstand echter nog wel een positief effect hebben op de blootstelling aan de gewasbeschermingsmiddelen in de vorm van aerosolen/dampen, mits wordt gekozen voor een andere configuratie: Een zo dicht mogelijke windhaag kan enerzijds zorgen voor de opstuwing van de lucht en anderzijds voor turbulentie die ontstaat wanneer de lucht afgeremd wordt door de vegetatie. Dit zal eraan bijdragen dat in de lucht aanwezige dampen en aerosolen voor een deel op veel grotere hoogte zal verwaaien en dat de concentratie potentieel schadelijke stoffen daalt door de turbulente menging van de met drift belaste lucht en schone achtergrondlucht64. Op leefniveau betekent dit een lagere blootstelling aan de schadelijke stoffen65.
62
Voor de Nederlandse situatie is relevant dat toegelaten middelen elders in Europa ook zonder gevaar voor de volksgezondheid moeten kunnen worden toegepast, dus ook in landen waar de factor uitdamping structureel hoger zal zijn vanwege een lage luchtvochtigheid in combinatie met warmer weer (dan in Nederland). 63 Lazzaro, L., Otto, S., & Zanin, G. (2008). Role of hedgerows in intercepting spray drift: Evaluation and modelling of the effects. Agriculture, ecosystems & environment, 123(4), 317-327. 64 Van Blokland, G., Hooghwerff, J., & Tollenaar, C. (2009). Impact of screens on air quality. Final report of a study on the performance of (sound) screens on the air quality along highways; Invloed schermen op de luchtkwaliteit. Eindrapport onderzoek naar de werking van (geluids) schermen op de luchtkwaliteit langs snelwegen. Weliswaar heeft dit onderzoek betrekking op dampen en aerosolen afkomstig van het wegverkeer, maar qua fysische eigenschappen van deze dampen en aerosolen vergelijkbaar. 65 Zie in die lijn ook: ABRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 ov. 16: de Afdeling overweegt dat een volledig dichte muur aanemelijkerwijs 99% driftreductie kan bieden. Door de dichte muur zal wind versnellen als deze over de muur heen blaast, waardoor per saldo dampdrift sneller wordt verdund in de buitenlucht.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 24 van 27
Kortom, gewasbeschermingsmiddelen hebben op deze afstand met name hun mogelijk negatieve gezondheidseffecten via inademing van de aerosolen. Ondanks dat de windhagen slechts beperkte remming bieden aan deze kleine aerosolen, zal een dichte windhaag zorgen voor een verbeterd leefklimaat.
6.
Conclusie
6.1. Résumé Het te transformeren agrarische bedrijfsperceel grenst aan agrarische bestemmingen ten noorden en ten oosten. Op deze gronden kan akkerbouw als laagblijvende eenjarige teelt als representatieve invulling van de maximale planologische situatie worden beschouwd. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.4 en 5.1. De beoogde planologische wijziging heeft geen gevolgen voor de mogelijke toekomstige beperking66 van de agrarische exploitatie van de omliggende gronden, omdat ter plaatse al rekening moet worden gehouden met de aanwezigheid van driftgevoelige functies. Verwezen wordt naar paragraaf 3.4.1 en 5.3. De Europese regelgeving gaat uit van een hoog beschermingsniveau tegen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen in de rol van mensen als consument, toepasser en omwonende. Kwetsbare personen worden hierbij als normpersoon gehanteerd. Aanvullend volgt uit het Unierecht de plicht om extra voorzorgmaatregelen te nemen. Nederland heeft deze extra voorzorg geïmplementeerd in de vorm van een bronmaatregel (verplichte hogere driftreductie bij het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen) en niet in de vorm van een overdrachtsmaatregel (afscherming of extra afstand).
In voorhanden wetenschappelijke onderzoeken is in Nederland niet gebleken van gezondheidseffecten van niet consumptieve blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen onder het regime van het Unierecht, ook niet voor wat betreft omwonenden. Ook is niet gebleken van hogere blootstellingen dan waarmee rekening wordt gehouden bij het toelaten en herbeoordelen van gewasbeschermingsmiddelen. In het kader van planologische besluitvorming dient evenwel blijkens diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak aanvullende voorzorg te worden ingebouwd. Dit vanwege wetenschappelijke onzekerheid op het vlak van onder meer toxicologie. In lijn met dit voorzorgbeginsel is voorzien in maatregelen waarmee het driftblootstellingsrisico in deze specifieke situatie zo klein mogelijk wordt gemaakt / gehouden. Er kan invulling worden gegeven aan het voorzorgbeginsel door het risico op blootstelling aan drift zo klein mogelijk te maken door het treffen van bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en/of
66
D.w.z. op basis van thans niet bestaande wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en driftgevoelige functies cq. het civiele recht.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 25 van 27
ontvangermaatregelen. In de gegeven situatie wordt geadviseerd om afscherming aan te brengen als overdrachtsmaatregel. Op deze wijze wordt in voldoende mate invulling gegeven aan het voorzorgbeginsel en kan worden voldaan aan het bieden van een goed woon- en leefklimaat (de tweede vraag van paragraaf 1.1). In de volgende paragraaf wordt de configuratie hiervan nader beschreven. 6.2. Configuratie afscherming Qua hoogte van de afscherming dient te worden gekozen voor een overhoogte van 0,5 meter boven de maximale spuithoogte op het aanliggende gewasperceel (zie paragraaf 5.4). Uitgaande van akkerbouw met een spuithoogte tot 1,50 meter betekent dit een hoogte van 2 meter. In deze context is van belang dat het beoogde woongebied zal worden opgehoogd met 0,6 meter, waardoor een haag van 2 meter hoog een comfortabele afschermingshoogte zal bieden van 2,6 meter boven maaiveldniveau op de teeltpercelen. Aangezien akker- en tuinbouw als representatieve teelt geldt, behoeft geen rekening te worden gehouden met gewasbehandeling buiten het volbladseizoen (zie paragraaf 2.4.3 en 5.1). Er kunnen om die reden ook bladverliezende soorten worden gebruikt als haag. Gelet op de mogelijkheid om de afscherming direct op de perceelgrens met de gewaspercelen te plaatsen, dient te worden gekozen voor een afscherming met 90% bladdichtheid (zie paragraaf 5.4.2).
Een haag met een breedte van 0,7-1 meter biedt in de regel een dergelijke bladdichtheid. Er kan hierbij worden gekozen voor soorten zoals beuk, els, meidoorn, hazelaar, liguster en dergelijke. De afscherming dient minimaal 12,5 meter overlengte te bieden ten opzichte van de betrokken gewaspercelen. Dit kan worden bereikt door de afscherming door te laten lopen. De gronden ten oosten bevinden zich op een afstand van meer dan 12,5 meter uit de nieuwe woonpercelen. In lijn daarmee behoeft geen relevante blootstelling aan druppeldrift te worden verwacht. Verwezen wordt naar paragraaf 4.3.2. Echter als extra waarborg kan ervoor worden gekozen om ook een afscherming te plaatsen aan deze zijde. Deze afscherming zou kunnen worden geplaatst aan de overzijde van de Buitendreef. Aan deze zijde van de weg zijn al laanbomen aanwezig en de afschermende haag zou hiermee kunnen worden gecombineerd. Verwezen wordt naar afbeelding 10.
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 26 van 27
Afbeelding 10: overzicht geadviseerde maatregelen (ondergrond: DSO)
Adromi B.V.
Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen
Pagina 27 van 27