CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B06 QSFF Valkenbergstraat te Eerde

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23'5.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid Concept

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

1

colofon

projectnaam Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde datum 20 juli 2023 projectnummer P06687 opdrachtgever Gemeente Meijerstad BRO projectleider JRi opgesteld door RdM interne controle LBo bron kaft BRO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

2

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

4

1.1

4

Werkwijze quickscan flora en fauna

Planbeschrijving

5

2.1 2.2

5 5

Huidige situatie Toekomstige situatie

Toetsing gebiedsbescherming

7

3.1 3.2

7 7

Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

4

Toetsing beschermde houtopstanden

5

Toetsing soortenbescherming

9

5.1

10

Vogels 5.1.1

5.2

5.2.1

5.3

6

AERIUS-berekening Aanbevelingen

13 13

7

Samenvatting

14

8

Geraadpleegde bronnen

15

8

10

11 11

11 11

11 11

12 12

12 Toetsing

Ongewervelde diersoorten 5.7.1

5.8

Toetsing

Vissen 5.6.1

5.7

Toetsing

Amfibieën 5.5.1

5.6

Toetsing

Reptielen 5.4.1

5.5

Toetsing

Grondgebonden zoogdieren 5.3.1

5.4

Toetsing

Vleermuizen

6.1.1 6.1.2

Toetsing

12

12 12

Vaatplanten

12

5.8.1

12

Toetsing

Conclusie

13

6.1

13

Vervolgtraject en advies

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

3

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de sloop van de huidige gebouwen en het realiseren van nieuwe woningen, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1.1

Werkwijze quickscan flora en fauna

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 17 juli 2023 tussen 16.00 – 17.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 19°C, volledig, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

1

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, laatst aangevuld 11 februari 2021). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

4

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen binnen het dorp Eerde in de gemeente Meierijstad, en staat kadastraal bekend als sectie F nummers 3319 (ged.), 4912, 5523, 5648, en 5647. Direct ten noorden van het plangebied ligt de N622. Met name woningbouw, siertuinen en openbaar groen omringen het plangebied. . In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied bestaat momenteel uit een basisschool. Dit betreft de ‘Petrus en Paulus’ school. In de huidige situatie beslaat de school een oppervlak van circa 1010 m2, met een verhard schoolplein van circa 900 m2. Rond het schoolplein zijn enkele bomen en eenheden opgaand groen aanwezig. Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

2.2

Toekomstige situatie

Binnen de voorgenomen plannen zal de basisschool naar de leegstaande kerk ten zuidwesten van het plangebied verhuizen. Het schoolgebouw zal worden gesloopt om nieuwbouw mogelijk te maken. Binnen het plangebied zijn 16 woningen voorzien, verdeeld over twee woningblokken. - één bouwblok met 10 woningen voor het starterssegment; - één bouwblok met 6 senioren woningen. Alle woningen betreffen grondgebonden woningen met een tuin. De bouwblokken worden tegen elkaar gesitueerd en verbonden middels een gezamenlijke binnentuin. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

5

Figuur 4: Schoolgebouw gezien vanuit het zuiden

Figuur 5: Schoolplein en opgaand groen in het zuidwesten van het plangebied

Figuur 6: Plangebied gezien vanuit het noordoosten

Figuur 7: Noordgrens van het plangebied

Figuur 8: Oostgrens van het plangebied

Figuur 9: Noordwesten van het plangebied met meerdere solitaire bomen

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

6

3

Toetsing gebiedsbescherming

3.2

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

3.1

Wettelijke gebiedsbescherming

teerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instand-

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedepu-

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming,

houding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd

betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogel-

‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden

richtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd

aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN,

als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van pro-

voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend net-

jecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optre-

werk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische

den, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Pro-

begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het

jecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op

traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Bin-

de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

nen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat

ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt

aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura

gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische

2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 15

verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met

kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou

het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebie-

zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfac-

den zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de

toren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien

wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegenge-

de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspec-

gaan met mitigerende maatregelen.

ten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstDaar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van nieuwe woningen en

bijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 400 meter ten zuid - westen

sloop van bestaande gebouwen betreft, is een toename aan stikstofuit-

van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen

stoot te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura

de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke

2000-gebied is niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in de vorm van een

kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgon-

AERIUS-berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase dient

derzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

uit te wijzen of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt.

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

7

4

Toetsing beschermde houtopstanden

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. De aanwezige begroeiing zal niet worden aangetast door het plan, daardoor is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

Figuur 10:

Ligging NNB (groen)) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

8

5

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders,

Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil bin-

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen

nen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met

bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt

een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegen-

de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht

stelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel,

houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade

hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de

enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie

Tabel 1: Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten

Nationaal beschermde soorten

(artikel 3.5 Wnb)

(artikel 3.10 Wnb)

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Het is verboden in het wild levende vogels op-

Het is verboden soorten in hun natuurlijke ver-

Het is verboden soorten opzettelijk te doden of

zettelijk te doden of te vangen

spreidingsgebied opzettelijk te doden of te van-

te vangen

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit

gen Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen

en eieren van vogels te vernielen of te bescha-

rustplaatsen van dieren te beschadigen of te

of rustplaatsen van dieren opzettelijk te bescha-

digen, of nesten van vogels weg te nemen

vernielen

digen of te vernielen

lingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn let-

Art 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

-

terlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatricht-

Het is verboden eieren te rapen en deze onder

Het is verboden eieren van dieren in de natuur

lijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden

zich te hebben

opzettelijk te vernielen of te rapen

verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in

Art 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepa-

Het is verboden vogels opzettelijk te storen, ten-

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

lingen per regime weergegeven.

zij de storing niet van wezenlijke invloed is op

Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepa-

-

de staat van instandhouding van de desbetrefDe Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en

fende vogelsoort

de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

-

Art 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

Het is verboden plantensoorten in hun natuur-

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

lijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen

of te vernielen

of te vernielen

9

kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de peri-

geschikte invliegopeningen voor deze soorten. Gezien het actieve gebruik

ode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor

van de bebouwing kan de aanwezigheid van (een nest van een) uilensoort

alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze

tevens worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het

beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.

plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil. Wel kunnen zijn er nesten van “algemene”

Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor,

soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en hout-

dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de

duif aanwezig zijn in het opgaand groen en bomen rond het schoolplein.

beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te wor-

Er is in een naaldboom in het zuidwesten van het plangebied een ekster-

den of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te

nest aangetroffen.

werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvin-

5.1.1

Toetsing

den. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden

Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een

op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van in-

jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel

standhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De onthef-

nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betref-

fing kan dan onder voorwaarden worden verleend.

fende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen

5.1

Vogels

overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels.

Figuur 11:

Eksternest in het zuidwesten van het plangebied

Figuur 13:

Detailopname dakrand

Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het schoolgebouw heeft een plat dak met bitumen bedekking. De dakrand betreft een aluminium daktrim, welke goed aansluit op de bakrandbetimmering. Het ontbreekt langs de dakrand aan geschikte invliegopeningen voor huismus en gierzwaluw. Daarnaast zijn er in de gevels tevens geen

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

Figuur 12:

Detailopname dakrand

10

In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor

geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust-

plangebied door de steenmarter. Ook zijn er geen geschikte openingen in

het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot

of verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel kan de bomenrij ten noorden van

de bebouwing aanwezig waardoor een steenmarter achterliggende ruim-

half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid

het plangebied, parallel met de Eerdsebaan, mogelijk dienen als foera-

ten kan bereiken. Gezien de binnenstedelijke ligging en de aanwezigheid

van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de

geergebied en/of vliegroute van een of meerdere soorten vleermuizen.

van een hekwerk rond het plangebied, kan het voorkomen van de das op

aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld

Licht gericht of uitstralend hierop dient te worden vermeden, zowel tijdens

voorhand worden uitgesloten. Gezien het ontbreken van oppervlaktewater

van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De

de werkzaamheden als in de toekomstige situatie.

binnen en in de directe omgeving van het plangebied, kan het voorkomen

voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

van de bever binnen het plangebied tevens worden uitgesloten. De aan-

5.3

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoog-

5.2

Vleermuizen

wezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

dieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied wor-

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plange-

den waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foe-

5.3.1

bied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoor-

rageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foera-

Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van

ten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis,

geergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een pro-

niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefge-

rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en

vinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorg-

bied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gun-

watervleermuis.

plicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden vol-

stige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en over-

doende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name

treding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is

Het schoolgebouw heeft een plat dak met bitumen bedekking. De dakrand

een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen

het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (inciden-

betreft een aluminium daktrim, welke goed aansluit op de bakrandbetim-

kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te

teel) aanwezige individuen.

mering (zie figuur 12). Ook bij de dakrandbetimmering zijn geen kieren

worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de ge-

naar achterliggende ruimten aanwezig (zie figuur 13). In de gevels van de

legenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verla-

5.4

bebouwing zijn geen open stootvoegen, kieren of andere openingen aan-

ten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het

wezig, welke toegang geven tot ruimten in de gevels of spouw. De aanwe-

naar buiten het werkgebied.

plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis. De

Toetsing

Reptielen

waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving.

zigheid van een rust- of verblijfplaats van een gebouwbewonende vleerVolgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plan-

Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat

gebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter, das

voor deze soort. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee

De bomen binnen het plangebied bevatten geen doorlopende holten, kie-

en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en

dan ook uitgesloten.

ren of loshangende stukken schors. Wel kan de bomenrij ten noorden van

het relatief stenige habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de

het plangebied, parallel met de Eerdsebaan, mogelijk dienen als foera-

betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor de kleine marter-

5.4.1

geergebied en/of vliegroutes.

achtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aange-

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op

zien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamhe-

voorhand uitgesloten.

muissoort kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.2.1

Toetsing

Toetsing

den geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017).

Het plangebied bevat geen potentiële rust- of verblijfplaatsen van een

Daarnaast zijn er geen sporen, zoals uitwerpselen, prooiresten of nesten,

vleermuissoort. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er

aangetroffen binnen het plangebied die wijzen op het gebruik van het

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

11

5.5

Amfibieën

van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de versprei-

In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als

ding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties

bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander.

van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de

Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plange-

orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soor-

bied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, poelkikker,

ten, zoals vermiljoenkever, vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte

heikikker, alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plange-

schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de om-

bied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor

geving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig.

de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Ook is er geen geschikt voortplantingswater

5.7.1

voor voornoemde soorten aanwezig in de directe omgeving van het plan-

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde onge-

gebied. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een al-

wervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten

gemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. 5.5.1

5.8

Toetsing

Vaatplanten

In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van

Toetsing

De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel ha-

de beschermde soorten kartuizer anjer en ruw parelzaad. Beide soorten

bitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat

stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het

van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook

aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de

uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzake-

aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitge-

lijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

sloten.

5.6

5.8.1

Vissen

Toetsing

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaat-

deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

planten zijn op voorhand uitgesloten.

5.6.1

Toetsing

Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

5.7

Ongewervelde diersoorten

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloemvlinder. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

12

6

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door de werkzaamheden te berekenen;

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op de bomenrij parallel aan de Eerdsebaan te worden vermeden, zowel tijdens de werkzaamheden als in de toekomstige situatie;

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;

In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

6.1

Vervolgtraject en advies

ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een

6.1.1

AERIUS-berekening

geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of

Om op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege

vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken,

stikstofdepositie uit te sluiten kan een AERIUS-berekening uitgevoerd wor-

kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor

den. Als uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanleg- en gebruiksfase

huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder

niet meer dan 0,00 mol/ha/j aan depositie plaatsvindt op stikstofgevoelige

verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige

habitatten, kunnen negatieve effecten uitgesloten worden en is voor het

maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een

aspect stikstofdepositie geen aparte (Wet natuurbescherming)vergunning

soort.

benodigd. Als uit de berekening een resultaat komt boven 0,00 dienen vervolgstappen ondernomen te worden.

Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de

Om een AERIUS-berekening uit te voeren zijn verschillende gegevens no-

directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het be-

dig voor de aanlegfase en gebruiksfase. Voor de aanlegfase is het van be-

antwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen

lang dat in beeld wordt gebracht welke (mobiele) werktuigen (hijskraan,

worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vo-

graafmachine etc.) er gebruikt gaan worden, want bij de verbranding van

gels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website

fossiele brandstoffen komt stikstof vrij, de totale gebruiksduur van deze

van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast

werktuigen, het bouwjaar van de werktuigen is en het vermogen (kW).

is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk

Daarnaast dienen het aantal verwachte verkeersbewegingen in de aanleg-

bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de

fase (vrachtwagens die materiaal aan- en afvoeren, busjes, personen-

Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochure-verschenen-

auto’s, enz.) ook meegenomen te worden.

over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

Als het gebouw gasgestookt wordt, is informatie nodig over de stikstofemissie die jaarlijks vrijkomt vanwege de verwarming en het overige gasverbruik tijdens de gebruiksfase. Als het gebouw gasloos is hoeft alleen gekeken te worden naar de verkeersgeneratie. Dat zijn alle vervoersbewegingen die samenhangen met het gebruik van het nieuwe gebouw. Er dient aangegeven te worden of het gaat om lichte voertuigen (personenauto’s en kleine busjes), middelzware vervoersbewegingen (kleine vrachtwagens) of zware vervoersbewegingen (grote vrachtwagens).

6.1.2

Aanbevelingen

Het te slopen gebouw biedt in de huidige situatie geen vaste nest- en verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

13

7

Samenvatting

Tabel 2: Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling ne-

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 15 km

Nee

AERIUS-berekening

Geen externe verstorende

gatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek

factoren

of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 400 m

Nee

-

Ecologische waarde en

bepaalde soortgroepen te voorkomen.

kenmerken blijven gelijk Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Tabel 3: Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep Broedvogels

Algemeen

Jaarrond be-

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp

Globale broedseizoen loopt van maart tot

maken of controle vooraf

half augustus

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Ja

Te voorkomen

Verlichting gericht of uitschijnend op bo-

Verlichting kan een negatief effect hebben

Vliegroutes

Ja

menrij parallel aan Eerdsebaan vermijden

op foerageer- en vliegroutefuncties

schermd Vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

14

8

Geraadpleegde bronnen

 

Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant) Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2019. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Zesde druk, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen.  Diepenbeek, A. 2021. Veldgids Dierensporen Europa. Tweede druk, KNNV Uitgeverij Zeist. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)  Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) Provinciale bronnen  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)

Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

15

Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam +31 (0)20 506 19 99

Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400

Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl Quickscan Flora en Fauna Valkenbergstraat Eerde

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7df56441-cd3c-4fdd-8e99-657d25187783