CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

B03 Archeologisch bureauonderzoek 001272.Eerde.Valkenbergstraat 23.rapport

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kom Eerde, herziening Valkenbergstraat 23'5.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport 6162

VALKENBERGSTRAAT 23, EERDE

R.M. van der Zee

Valkenbergstraat 23, Eerde (gemeente Meierijstad) Een bureauonderzoek

R.M. van der Zee Rapport in afwachting van beoordeling door de bevoegde overheid

Rapport in afwachting van beoordeling door de bevoegde overheid

Colofon ADC Rapport 6162 Valkenbergstraat 23, Eerde (gemeente Meierijstad) Een bureauonderzoek Auteur: R.M. van der Zee

In opdracht van: gemeente Meierijstad © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 14 juli 2023 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: in afwachting van beoordeling door de bevoegde overheid Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: B.A.T.M. Weekers-Hendrikx ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel. 033-299 81 81 E-mail info@archeologie.nl

3

4

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

5 7 9 9 9 9 15 17 18 19 20

5

Samenvatting In opdracht van de gemeente Meierijstad heeft ADC ArcheoProjecten in juni 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Valkenbergstaat 23 in Eerde, gemeente Meierijstad. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van de bestaande bebouwing gevolgd door woning op onderhavige locatie. Hiervoor is vooruitlopend op een omgevingsvergunning een nieuw bestemmingsplan nodig. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een dekzandvlakte. In de top van het in de ondergrond aanwezige dekzand rekening worden gehouden met archeologische resten vanaf het LaatPaleolithicum. Resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zullen verband houden met (mogelijk) tijdelijke kampen van jager-verzamelaars. Gezien de relatief lage ligging in het dekzandlandschap, het ontbreken van een duidelijke gradiëntzone en aanwijzingen voor (stromend) water zoals een ven of een beek geldt voor resten uit deze perioden een lage verwachting. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor van vroege landbouwers, bestaande uit onder andere paalkuilen, waterputten, greppels en spit- of haksporen. Vanwege de nabijheid van een dekzandrug geldt hiervoor een middelhoge archeologische verwachting.

Indien aanwezig zullen de resten zich in de top van het onverstoorde dekzand, direct onder het plaggendek, aftekenen en, uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten, tot circa een halve meter in dit pakket reiken. Het voormalig loopoppervlak met inbegrip van een eventuele vondstlaag zal zich in het onderste deel van het plaggendek bevinden. In de Middeleeuwen ontstond op een dekzandrug ten (zuid)westen van het plangebied de nederzetting Eerde. Ten behoeve van de verhoging van de bodemvruchtbaarheid en de verbetering van de bodemstructuur werden de gronden rondom de nederzetting bemest met plaggenmest. Doordat de plaggen behalve organisch materiaal en dierlijke mest ook zand bevatte, groeiden de teellagen uit tot dikke plaggendekken die de oorspronkelijke bodem afdekken. Eventuele sporen zullen verband houden met de ontginning van het gebied en bestaan uit greppels en spit- en ploegsporen. Hiervoor geldt een hoge verwachting. Gelet op historische gegevens geldt een lage verwachting voor bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd. In 1960 werd in het plangebied een schoolgebouw gerealiseerd. In de daarop volgende periode vonden diverse uitbreidingen plaats. Mogelijk is bij het bouwrijp maken van de locatie de bodem enigermate geëgaliseerd of deels opgehoogd. Verder moet ter plaatse van de funderingen rekening worden gehouden met verstoringen tot circa 1,3 m -mv.

Diepere verstoringen zijn op grond van de afwezigheid van kelders niet te verwachten. Omdat het bureauonderzoek geen aanwijzingen voor diepe verstoringen heeft opgeleverd, wordt naar oordeel van Erfgoed ’s-Hertogenbosch een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek als een minder zinvolle tussenstap beschouwd. De kans dat de bodemopbouw dermate verstoord is dat van verder onderzoek kan worden afgezien, wordt klein geacht. Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten in lijn met het gemeentelijk archeologiebeleid een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de aanwezigheid van archeologische resten alsook de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Uit oogpunt van efficiëntie wordt aanbevolen het proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de bebouwing uit te voeren. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

6

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd:

NT

1500 - heden

Middeleeuwen:

XME

450 – 1500 na Chr.

Late Middeleeuwen

LME

Vroege Middeleeuwen

VME

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

1050 - 1500 na Chr. 450 - 1050 na Chr. 12 voor Chr. – 450 na Chr.

12 voor Chr. - 70 na Chr. 800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr.

8800 - 7100 voor Chr. tot 8800 voor Chr.

7

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van de gemeente Meierijstad heeft ADC ArcheoProjecten in juni 2023 een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden op de locatie Valkenbergstaat 23 in Eerde, gemeente Meierijstad (afb. 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van de bestaande bebouwing gevolgd door woning op onderhavige locatie. Hiervoor is vooruitlopend op een omgevingsvergunning een nieuw bestemmingsplan nodig. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van een deel van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Een nieuw bestemmingsplan zal worden getoetst aan de verwachtingskaart van de (voormalige) gemeente Veghel. Op de kaart valt het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting (gerelateerd aan het landschap: bufferzone van 100 m rondom een dekzandrug; afb. 3).

In deze zone is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ontwikkelingen groter dan 250 m 2 en dieper dan 30 cm -mv. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanprocedure een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).1 Gemeenten kunnen hierop aanvullende uitvoeringskaders vaststellen. De gemeente Meierijstad heeft voor zover bekend geen aanvullende uitvoeringskaders vastgesteld voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek, noch zijn deze voor dit project afzonderlijk opgesteld. Voor dit onderzoek zijn daarom de protocollen van de vigerende KNA gevolgd.

1

SIKB 2018.

8

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: opdrachtgever:

fase AMZ-cyclus: aanleiding: locatie: plaats: gemeente: provincie: kadastrale gegevens: kaartblad: oppervlakte plangebied: coördinaten:

bevoegde overheid met contactgegevens:

deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

goedkeuring rapport door bevoegde overheid: Archis-zaaknummer: ADC-projectcode: auteur: projectmedewerker(s): autorisatie: periode van uitvoering: beheer en plaats documentatie:

Gemeente Meierijstad de heer A. van Oijen postbus 100.01 5460 DA Veghel tel.: 0413 – 381 670 e-mail: avanoijen@meierijstad.nl bureauonderzoek nieuw bestemmingsplan t.b.v. woningbouw Valkenbergstraat 23 Eerde Meierijstad Noord-Brabant gemeente Veghel sectie F nummer 4912, 5523 (gedeeltelijk), 5647 en 5648 45G (1:25.000) 5017 m2 N: 162.741 / 401.887 Z: 162.738 / 401.792 O: 162.796 / 401.833 W: 162.691 / 401.841 gemeente Meierijstad postbus 10001 5460 DA Veghel tel. 14 0413 e-mail: info@meierijstad.nl dhr. J. Verspray Erfgoed ’s-Hertogenbosch postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch tel.: 073 – 615 55 17 e-mail: j.versprayt@s-hertogenbosch.nl n.n.b. 5442271100 001272 R.M. van der Zee n.v.t. B.A.T.M. Weekers-Hendrikx juni en juli 2023 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort

9

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van bestaande bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Tijdens het bureauonderzoek worden diverse bronnen geraadpleegd, op basis waarvan een gespecificeerde verwachting wordt opgesteld. De gespecificeerde verwachting kan worden beschouwd als de conclusie van het bureauonderzoek, omdat hierin wordt aangegeven of archeologische waarden in het plangebied worden verwacht. Als dit het geval is, zal zo mogelijk de aard, de omvang, de diepteligging en de datering van deze waarden worden beschreven. Indien mogelijk zal de omvang worden weergegeven op een kaart.

2.3

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied is gelegen in de gemeente Meierijstad, in de bebouwde kom van de kern Eerde (afb. 1 en 2). De locatie betreft (delen van) de kadastrale percelen gemeente Veghel sectie F nummer 4912, 5523, 5647 en 5648. Ze wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Valkenbergstraat, aan de noordoostzijde door de Veerdonkstraat, aan de noordwestzijde door groenstrook en aan de zuidoostzijde door een perceel met een woonhuis (Valkenbergstraat 21B) en een perceel met een bedrijfspand (Helterenbergstraat 2). De totale omvang bedraagt 5017 m 2. Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd (afb. 4). De bebouwing heeft een omvang van 823 m2 en bestaat uit een schoolgebouw waarin Basisschool Petrus en Paulus is gehuisvest. Uit het bouwarchief blijkt dat de bebouwing op staal is gefundeerd en voorzien van een kruipruimte. Het oudste deel van het complex uit 1960 dateert. Dit betrof een gebouw voor een vier klassige R.K. Jongensschool (aanlegdiepte funderingen 84 cm -peil, dikte aanvulling 44 cm). In 1970 werd het gebouw uitgebreid (aanlegdiepte funderingen: 130 cm -peil; dikte zandaanvulling: 50 cm).

In 1974 vond opnieuw uitbreiding plaats, dit maal ten behoeve van de huisvesting van een twee klassige kleuterschool (aanlegdiepte funderingen: 100 cm -peil). In 2008 vond een verbouwing van de entreepartij plaats (aanlegdiepte funderingen 80 cm -peil). De onbebouwde delen van het plangebied bestaan uit schoolplein en plantsoen. Zo ver bekend is in het plangebied (nog) geen milieukundig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bodemkwaliteit in milieuhygiënische zin is derhalve niet bekend. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC.2 Uit de ontvangen gegevens blijkt dat deze in het zuidelijk en noordoostelijk deel aanwezig zijn. Het gaat daarbij om aansluitingen van nutsvoorzieningen die van de openbare weg naar het aanwezige schoolgebouw lopen. 2

meldingsnummer 23G0430965.

10

Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 500 m rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. De toekomstige ontwikkeling van het plangebied bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing gevolgd door woningbouw. De plannen voorzien in tien starterswoningen en zes seniorenwoningen (afb. 5). Uit doorsneden blijkt dat er geen kelders zijn voorzien. De consequentie van de voorgenomen ontwikkeling kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron

Informatie

Geologische kaart 20213

Laagpakket van Wierden en Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd), dekzand en overige periglaciale afzettingen (kaartcode: BX4) niet gekarteerd, aangrenzende eenheid: dekzandwelvingen al dan niet bedekt met oud-bouwlanddek (kaartcode: 3L51yc)

Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie; afb. 6)4 Archeolandschappelijke eenhedenkaart Gemeente Veghel (afb. 7)5 Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie; afb. 8)6 Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (oudere uitgave)7 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4; afb. 9)8

dekzandvlakte hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (bodemcode: zEZ21) idem, grondwatertrap VI 9,9 tot 10,3 m +NAP

Geologie en geomorfologie Het onderzoeksgebied bevindt zich in het ‘zuidelijk zandgebied’, in de Roerdal Slenk (ook wel Centrale Slenk genoemd). Dit betreft een tektonisch dalingsgebied, dat aan beide zijden wordt begrensd door afschuivingen (breuken). De Roerdal Slenk is in het Pleistoceen grotendeels opgevuld met dekzand en sedimenten van lokale oorsprong. Op basis van het ondergrondmodel GeoTOP v1.4.19 is af te leiden dat deze opvulling ter plaatse een dikte van circa 20 m heeft. Dekzand is een tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (115.000 tot 11.700 jaar geleden), gevormde windafzetting (Laagpakket van Wierden binnen de Formatie van Boxtel). In de afzetting van het dekzand zijn meerdere fasen te onderscheiden die samenhangen met klimaatwisselingen in het Weichselien. In begin van het Weichselien was er nog vrij veel vegetatie, waardoor de zandverstuivingen slechts een lokaal karakter hadden.10 In het Pleniglaciaal (Midden-Weichselien) was de vegetatie vrijwel 3

https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

4

Alterra 2008.

5

Buesink 2014.

6

Alterra 2014.

7

Stichting voor Bodemkartering 1976.

8

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer

9

https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

10

Stouthamer et al. 2015.

11

verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving kon optreden. Door sneeuwsmeltwater traden tevens uitgebreide verspoelingen op. Deze afzettingen bestaan uit min of meer gelaagde zanden, al dan niet met leemlagen en/of planten- en houtresten. Dit werd ook wel ‘Oud Dekzand’ genoemd. In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) werd opnieuw op grote schaal dekzand gevormd. Het is afgezet in de vorm van vrij hoge ruggen en koppen. De goed gesorteerde, weinig gelaagde afzettingen werden ook wel ‘Jong Dekzand’ genoemd en vormen vrijwel overal het huidige oppervlak. De dikte is veelal minder dan 1 m; naar beneden gaat het met een onscherpe grens over in het ‘Oud Dekzand’ over. Tegenwoordig worden zowel Oud dekzand als Jong Dekzand benoemd als Formatie van Boxtel (ongedifferentieerd), omdat ze op regionaal niveau niet goed op lithostratigrafische gronden zijn te onderscheiden. Op lokaal niveau zijn de afzettingen vaak wel van elkaar te onderscheiden. Aan het eind van het Weichselien en in het begin van het Holoceen, het huidige geologische tijdvak (11.700 jaar geleden tot heden), nam de vegetatie toe, waardoor de verplaatsing van zand door de wind steeds minder werd en het zachtglooiende dekzandreliëf gefixeerd raakte. In gebieden met schaarse vegetatie of daar waar de vegetatie door de mens beschadigd was, vond nog wel verstuiving plaats.

In de lagere delen van het dekzandlandschap steeg de grondwaterspiegel als gevolg van de slechte afwatering, die werd veroorzaakt door het onregelmatige dekzandreliëf. Lokaal trad hierdoor veenvorming op. Bodemkunde Op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (landsdekkende, digitale versie)11 valt het plangebied in een zone waar hoge zwarte enkeerdgronden ontwikkeld in leemarm en zwak lemig fijn zand (bodemcode: zEZ21) gekarteerd zijn. Dit zijn zandgronden die worden gekenmerkt door een humushoudende bovengrond van tenminste 50 cm dikte.12 Plaatselijk, namelijk daar waar het oorspronkelijke maaiveld een depressie vormde, kan de bovengrond zelfs meer dan 120 cm dik zijn.13 De bovengrond is ontstaan door ophoging van de oorspronkelijke grond met mest vermengd met overwegend heideplaggen, afkomstig van potstallen en wordt daarom ook wel plaggendek genoemd. Vaak werd ook het nederzettingsafval vermengd met de plaggen, waardoor in plaggendekken vaak zogenaamd mestaardewerk voorkomt. Het doel van het opbrengen plaggen en potstalmest was de verbetering van de bodemvruchtbaarheid van de van nature arme zandgronden. Onder het plaggendek zijn soms nog resten van het oorspronkelijke bodemprofiel aanwezig.

14 Dit is doorgaans een podzolbodem, maar plaggendekken kunnen echter ook zijn aangelegd in relatief natte gebieden, waar de oorspronkelijke bodem uit gooreerd- of beekeerdgronden bestond.15 De aanwezigheid van een podzol is het resultaat van uitspoeling, verplaatsing en neerslag van organische stof en ijzer- en aluminiumoxiden. Door grondbewerking ten tijde van de eerste ontginningen is meestal het bovenste deel opgenomen in het bovenliggende plaggendek en is er sprake van een zogenoemd ‘onthoofd (podzol)profiel’. De op een oudere uitgave van de bodemkaart gekarteerde hoge zwarte enkeerdgronden hebben grondwatertrap VI.16 Dit betekent dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) tussen 40 en 80 cm -mv en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) dieper dan 120 cm –mv.

11

Alterra 2014.

12

De Bakker 1966.

13

Stichting voor Bodemkartering 1976a.

14

Stouthamer et al. 2015.

15

Stichting voor Bodemkartering 1976b.

16

Stichting voor Bodemkartering 1976a.

12

2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden Waarden- en verwachtingskaarten In 2006 is voor het grondgebied van de gemeente Veghel een archeologische verwachtingskaart vervaardigd. In 2014 is een actualisatie plaatsgevonden. Op de vigerende kaart ligt het plangebied in een zone met een middelhoge verwachting.17 Zones met een middelhoge verwachting zijn gedefinieerd als zones waarvoor huidig onderzoek en eerder onderzoek op vergelijkbare eenheden heeft aangetoond dat er een grotere dichtheid aan archeologische resten aanwezig is dan gemiddeld, maar waar de omstandigheden minder gunstig waren voor bewoning dan in gebieden met een hoge archeologische verwachting. Met betrekking tot onderhavig plangebied is de middelhoge verwachting gekoppeld aan het landschap en gaat het om een bufferzone van 100 m rondom een dekzandrug die een hoge verwachting heeft. Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK, 201418) maakt het plangebied geen deel uit van een archeologisch monument (afb. 10). Ook maakt het geen deel uit van een archeologisch rijksmonument. In het onderzoeksgebied zijn evenmin archeologische monumenten of rijksmonumenten aanwezig. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW 2010, herziening 2016)19 van de provincie NoordBrabant maakt het plangebied deel uit van een regio van provinciaal cultuurhistorisch belang (De Meijerij).

In en in de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME1.2)20 valt het plangebied in een zone die als ‘operatieterrein’ is aangegeven. Deze heeft betrekking op De Slag om Overloon-Venray (ook wel Operatie Aintree genoemd), onderdeel van het geallieerde offensief om de Maas en uiteindelijk de Rijn over te kunnen steken. Vondst- en onderzoeksmeldingen Ten behoeve van archeologische informatie over het plan- en onderzoeksgebied is het Archeologisch informatiesysteem (Archis3) is geraadpleegd. Hierbij is gebleken dat in het gedefinieerde onderzoeksgebied één vondstmelding is geregistreerd. Daarnaast zijn enkele onderzoeksmeldingen gedaan. De vondstmelding en de resultaten van de onderzoeken worden in onderstaande alinea’s besproken (zie voor de ligging van de meldingen afb. 10). De archeologische vondstmelding21 verwijst naar resten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd, die op de locatie van de in 1965 afgebroken Sint Antoniuskapel, op circa 210 m ten zuidwesten van het plangebied, zijn aangetroffen. Nadere gegevens ontbreken. Voor een terrein aan de Esdonkstraat 2, op circa 30 m ten westen van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden.

22 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Daarbij bleek de ondergrond van de locatie uit zwak siltig, zeer fijn dekzand te bestaan. De bovenkant hiervan werd op een diepte variërend van 1,15 tot 1,95 m -mv (8,33 tot 9,41 m +NAP) vastgesteld. In twee van de vijf boringen die tot de beoogde einddiepte doorgezet konden worden, werd een restant van een podzolbodem herkend. In de overige boringen werd geen podzolbodem gezien en ging het onverstoorde dekzand naar boven toe direct over in een esdek en/of een omgewerkt pakket. In één boring werd op 1,35 m -mv (9,50 m +NAP) gestuit op ondoordringbaar puin, mogelijk een restant van de funderingen van de voormalige bebouwing 17

Buesink 2014.

18

Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en moet deze

derhalve als een statische kaart worden beschouwd. 19

https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/erfgoed-en-monumenten/cultuurhistorische-waarden-in-

brabant.aspx 20

https://www.ikme.nl

21

zaakidentificatie 2908932100 (Archis2 waarnemingsnummer 36718).

22

Zaakidentificatie 4883186100, Soldaat & Csonka 2020.

13

(pastorie) die hier gestaan heeft. Vanwege de historische relevantie en de aanwezigheid van intacte bodems te midden van voormalige bebouwing is besloten tot vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek moet nog worden uitgevoerd. Voor de locatie Capellevelt 1, op circa 90 m ten zuidwesten van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden.23 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek.24 Uit de eerste bevindingen van het veldonderzoek blijkt dat op een deel van het terrein sprake is van een intacte podzolbodem. Voor de locatie Kapelstraat 15a, op circa 80 m ten zuiden van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden.25 Geadviseerd werd een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren om de bodemopbouw in kaart te brengen en de mate van intactheid te bepalen. Tot op heden is dit onderzoek (nog) niet uitgevoerd. Voor de locatie Sint Antoniusplein, op circa 180 m ten zuiden van het plangebied, is een bureauonderzoek uitgevoerd naar de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden. 26 Dit werd gevolgd door een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek.

Daarbij bleek de bodem tot meer dan een meter diepte verstoord te zijn. In het opgeboorde zand werden slechts moderne insluitsels aangetroffen. Dit bevestigde het beeld dat de bodem in de 19e of 20e eeuw verstoord is geraakt. Vervolgonderzoek werd niet noodzakelijk geacht.

23

zaakidentificatie 5226260100.

24

zaakidentificatie 5226285100.

25

zaakidentificatie 2106829100 (Archis2 onderzoekmeldingsnummer 15532), Bezemer-De Vught & De Boer 2006.

26

zaakidentificatie 2328875100 (Archis2 onderzoeksmeldingsnummer 46658), Exaltus & Orbons 2011.

14

2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden Bewoningsgeschiedenis De geschiedenis van het huidige Eerde gaat terug tot in de Middeleeuwen en was oorspronkelijk een akkerdorp.27 De naam ‘Eerde’ kan zijn afgeleid van het woord voor beploegde grond of bouwland, maar mogelijk ook rechtstreeks zijn ontleend aan het woord ‘eerd’ dat meestal een strook vruchtbare grond langs een beek aanduidt. In de 15e eeuw is er sprake geweest van een Antoniuskapel in Eerde, op de plek van het huidige Sint-Antoniusplein. Dit leidde tot meer concentratie van bebouwing. Uit een door Van Asseldonk uitgevoerde reconstructie werden de percelen ter plaatse van het plangebied in de periode 11901314 uitgegeven. Vooralsnog wordt uitgegaan dat de percelen geen bewoning hebben gekend. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw breidde het dorp zich in noordoostelijke richting uit. In de periode werd onder meer de Valkenbergstraat aangelegd en raakte ook het plangebied bebouwd. Oude kaarten De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kadastrale minuut28

1811-1832

Topografisch Militaire Kaart (TMK)29 Bonnekaart30 Bonnekaart Bonnekaart Bonnekaart

1838-1857 1900 1910 1918 1928

Topografische kaart31 Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart Topografische kaart

1956 1967 1978 1988 1998 2003-2022

percelen 48, 49 en 50 (alle gedeeltelijk): bouwland percelen bouwland idem idem idem idem, veldweg ter plaatse van Valkenbergstraat percelen bouwland samengevoegd twee gebouwen idem één gebouw idem idem

De oudste kadasterkaart, het minuutplan van de gemeente Veghel (1811-1832)32, toont de situatie in het begin van de 19e eeuw (afb. 11). In deze periode concentreert de bebouwing zich langs enkele doorgaande wegen die in de nederzetting Eerde samenkomen. Onderhavig plangebied maakt deel uit van een onbebouwd gebied met de toponiem ‘De Eerde’, dat is opgedeeld in enigszins onregelmatig gevormde, rechthoekige percelen. In de bij het minuutplan behorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel (OAT) is het ‘soort der eigendommen’ van de percelen die met het plangebied samenvallen (nummers 48, 49 en 50) geregistreerd als bouwland. Uit het kaartbeeld van de Topografisch Militaire Kaart (TMK) uit 1838-185733 en de Bonnekaarten van 1900, 1910, 1918 en 192834 is af te leiden dat de situatie in het plangebied tot de tweede helft

27

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/een-dorp-drie-heren-eerde

28

Kadaster 1811-1832.

29

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.

30

Bureau Militaire Verkenningen 1900, 1910, 1918 & 1928.

31

https://www.topotijdreis.nl

32

Kadaster 1811-1832.

33

Wolters-Noordhoff Atlasprodukties 1990.

34

Bureau Militaire Verkenningen 1900, 1910, 1918 & 1928.

15

van de 20e eeuw ongewijzigd blijft (afb. 12). Op de topografische kaart van 195635 zijn de percelen bouwland samengevoegd tot één groot perceel. Op de topografische kaart van 1967 verschijnt voor het eerst bebouwing in het plangebied. Op latere kaarten verandert de omvang van de bebouwing en vanaf 1988 is sprake van één grotere gebouw. Dit betreft het huidige schoolgebouw. Uit luchtfoto’s van de periode 2006 tot en met 2022 blijkt dat de westelijke vleugel recent is gesloopt. 36

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een dekzandvlakte. In de top van het in de ondergrond aanwezige dekzand rekening worden gehouden met archeologische resten vanaf het Laat-Paleolithicum. Resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum zullen verband houden met (mogelijk) tijdelijke kampen van jager-verzamelaars. Dergelijke vindplaatsen worden vooral in zogenoemde landschappelijke gradiëntzones aangetroffen en manifesteren zich als een strooiing van voornamelijk vuurstenen artefacten en houtskool en grondsporen in de vorm van haardkuilen. Gezien de relatief lage ligging in het dekzandlandschap, het ontbreken van een duidelijke gradiëntzone en aanwijzingen voor (stromend) water zoals een ven of een beek geldt voor resten uit deze perioden een lage verwachting. Vanaf het Neolithicum komen ook bewoningssporen voor van vroege landbouwers, bestaande uit paalkuilen, waterputten, greppels en spit- of haksporen. Vanwege de nabijheid van een dekzandrug geldt hiervoor een middelhoge archeologische verwachting.

Indien aanwezig zullen de resten zich in de top van het onverstoorde dekzand, direct onder een plaggendek, aftekenen en, uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten, tot circa een halve meter in dit pakket reiken. Het voormalig loopoppervlak met inbegrip van een eventuele vondstlaag zal zich in het onderste deel van het plaggendek bevinden. Organische artefacten zoals hout, leer en textiel en organische resten zoals bot, pollen en macroresten zullen door de heden ten dage relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Dit in tegenstelling tot anorganische artefacten, waaronder aardewerk, glas, metaal en steen, die redelijk tot goed bewaard kunnen zijn gebleven. In de Middeleeuwen ontstond op een dekzandrug ten (zuid)westen van het plangebied de nederzetting Eerde. Ten behoeve van de verhoging van de bodemvruchtbaarheid en de verbetering van de bodemstructuur werden de gronden rondom de nederzetting bemest met plaggenmest. Doordat de plaggen behalve organisch materiaal en dierlijke mest ook zand bevatte, groeiden de teellagen uit tot dikke plaggendekken die de oorspronkelijke bodem afdekken. Vondsten in het plaggendek zullen uit nederzettingsafval (zogenoemd mestaardewerk) bestaan en geen directe relatie met een ter plaatse aanwezige vindplaats hebben.

Eventuele sporen zullen verband houden met de ontginning van het gebied en bestaan uit greppels en spit- en ploegsporen. Hiervoor geldt een hoge verwachting. Gelet op historische gegevens geldt een lage verwachting voor bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen of de Nieuwe tijd. In 1960 werd in het plangebied een schoolgebouw gerealiseerd. In de daarop volgende periode vonden diverse uitbreidingen plaats. Mogelijk is bij het bouwrijp maken van de locatie de bodem enigermate geëgaliseerd of deels opgehoogd. Verder moet ter plaatse van de funderingen rekening worden gehouden met verstoringen tot circa 1,3 m -mv. Diepere verstoringen zijn op grond van de afwezigheid van kelders niet te verwachten. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Het bureauonderzoek heeft geen aanwijzingen voor diepe verstoringen opgeleverd. In lijn met het gemeentelijk archeologiebeleid wordt daarom vervolgonderzoek geadviseerd. Dit dient te bestaan

35

https://www.topotijdreis.nl

36

https://www.topotijdreis.nl

16

uit een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P; zie hoofdstuk 3).

17

3

Aanbeveling Omdat het bureauonderzoek geen aanwijzingen voor diepe verstoringen heeft opgeleverd, wordt naar oordeel van Erfgoed ’s-Hertogenbosch een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek als een minder zinvolle tussenstap beschouwd. De kans dat de bodemopbouw dermate verstoord is dat van verder onderzoek kan worden afgezien, wordt klein geacht. Daarom adviseert ADC ArcheoProjecten in lijn met het gemeentelijk archeologiebeleid een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) uit te voeren. Het doel van dit onderzoek is het onderzoeken van de aanwezigheid van archeologische resten alsook de gaafheid, omvang, datering en conservering daarvan. Uit oogpunt van efficiëntie wordt aanbevolen het proefsleuvenonderzoek na de bovengrondse sloop van de bebouwing uit te voeren. De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldwerk te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

18

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland 1:50.000; Landsdekkend digitaal bestand. Bakker, H. de, J. Schelling, D.J. Brus & C. van Wallenburg, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland : de hogere niveaus. Wageningen. Bezemer-De Vught, C. & E.A.M. de Boer, 2006: Veghel – Eerde (NB), Kapelstraat 15a. Archeologische bureauonderzoek Ecologische quickscan (bureauonderzoek) in het kader van de Flora- en faunawet. BILAN rapport 2006/20. Tilburg. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Buesink, A., 2014: Gemeente Veghel Actualisatie van de gemeente archeologische verwachtingskaart. Inclusief beleid. BAAC Rapport V-13.0274. 's-Hertogenbosch. Bureau Militaire Verkenningen, 1900, 1910, 1918 & 1928: Sint Oedenrode, blad 629, 1:25.000. Exaltus, R.P. & P.J. Orbons, 2011: Sint Antoniusplein, Eerde Gemeente Veghel Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek. ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 11062. Maastricht. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Veghel, Noord Brabant, sectie F, blad 01 genaamd De Eerde (MIN10159F01). Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft.

SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Gouda. Soldaat, M., & Y.R. Csonka, 2020: Eerde, Esdonkstraat 2 (gem. Meierijstad). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O). Salisbury Archeologisch Rapport 386. Assen. Stichting voor Bodemkartering, 1976a: Bodemkaart van Nederland 1:50.000 Blad 45 Oost 'sHertogenbosch. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering, 1976b: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000. Toelichting bij de kaartbladen 45 Oost 's-Hertogenbosch en 46 West en 46 Oost Vierlingsbeek. Wageningen. Stouthamer, E., K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2015: De vorming van het land. Geologie en geomorfologie. Utrecht. TNO, 2013: Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe Ondergrond, versie 2013. Wolters-Noordhoff Atlasprodukties, 1990: Grote Historische Atlas van Nederland, deel 4 ZuidNederland 1838-1857. Groningen.

19

Geraadpleegde websites https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ https://archaeology.datastations.nl/ https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/een-dorp-drie-heren-eerde https://www.brabant.nl/dossiers/dossiers-op-thema/cultuur/erfgoed-enmonumenten/cultuurhistorische-waarden-in-brabant.aspx https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen https://www.ikme.nl https://www.kadaster.nl https://www.ruimtelijkeplannen.nl https://www.topotijdreis.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/

20

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (naar Buesink 2014) Afb. 4 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto Afb. 5 Doorsnede van de bestaande bebouwing (oudste deel daterend uit 1960) Afb. 6 Planontwerp van het plangebied Afb. 7 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008) Afb. 8 Plangebied op een uitsnede van de landschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Veghel (naar Buesink 2014) Afb. 9 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014) Afb. 10 Plangebied op een hoogtebeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) Afb. 11 Plangebied op een kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3) Afb. 12 Plangebied op een uitsnede van de minuutplannen van de gemeente Veghel en SintOedenrode (1811-1832) Afb. 13 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19 e en 20e/21e eeuw Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden.

21

Afb. 1 Locatie van het plangebied

22

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

23

Afb. 3 Plangebied op een uitsnede van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (naar Buesink 2014)

24

Afb. 4 Plangebied geprojecteerd op een recente luchtfoto

25

Afb. 5 Doorsnede van de bestaande bebouwing (oudste deel daterend uit 1960)

Afb. 6 Planontwerp van het plangebied

26

Afb. 7 Plangebied op een uitsnede van de Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2008)

27

Afb. 8 Plangebied op een uitsnede van de landschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Veghel (naar Buesink 2014)

28

Afb. 9 Plangebied op een uitsnede van de Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (naar Alterra 2014)

29

Afb. 10 Plangebied op een hoogtebeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4)

30

Afb. 11 Plangebied op een kaart met vondst- en onderzoeksmeldingen (Archis3)

31

Afb. 12 Plangebied op een uitsnede van de minuutplannen van de gemeente Veghel en SintOedenrode (1811-1832)

32

Afb. 13 Plangebied op uitsneden van Bonnekaarten en topografische kaarten uit de 19e en 20e/21e eeuw

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7a1070e8-930a-4aea-99a9-60db651fad0d