CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen raadsvoorstellen 29 april 2021.docx

Commissie Mens en Maatschappij 22 april 2021, gemeente Meierijstad6.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvergadering 29 april 2021 Instemming wijziging gemeenschappelijke regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch Fractie

Vragen

Antwoorden

PvdA

1. In het verslag van het algemeen bestuur d.d. 7 januari 2021 staat onder punt 4 (beheer stortplaats) dat als er geen overeenstemming komt over de vergoeding voor huur/gebruik van het terrein, dat dit kan meespelen bij het uiteindelijke besluit over het zonnepark op de Vlagheide. Waarom is dit niet eerder meegenomen in het traject rondom de zonneweide op de Vlagheide? Kunt u toelichten wat de gevolgen precies (kunnen) zijn?

Deze vraag ziet niet op het onderwerp dat ter behandeling voorligt, nl. het verzoek tot instemming met het verzoek tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling van het Stadsgewest ’sHertogenbosch. Niettemin reageer ik graag op de gestelde vraag. In het geval de initiatiefnemer uiteindelijk niet met de grondeigenaar (in dit geval het Stadsgewest) tot overeenstemming komt over (de vergoeding voor) het gebruik van de grond, dan bestaat de kans dat deze initiatiefnemer geen zonnepark op Vlagheide zal (kunnen) realiseren. De rol van de gemeente in deze is echter het stellen van publiekrechtelijke kaders. Het is daarmee niet ondenkbaar dat op in dat geval een andere partij het zonnepark op Vlagheide kan realiseren.

Verlenging van Partnership gemeenten en IBN voor onbepaalde tijd Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Er wordt gesproken over pilot scenario III die Meierijstad aangaat samen met gemeente Boekel en Bernheze. In de QA zien we terug een periode van 3 jaar. Graag toelichting waarom een periode van 3 jaar wordt voorgesteld. Verder zijn we benieuwd hoe we als raad meegenomen worden in tussentijdse evaluaties en resultaten. Zou dit nader kunnen worden toegelicht

Om de pilot te kunnen evalueren is een periode van 3 jaar wenselijk. In het 1e jaar zal de focus liggen op het opzetten van de pilot, het 2e jaar het uitvoeren en ervaringen op doen en het 3e jaar zal in teken staan van de evaluatie.

2. CAO Participatiewet gaat per 1 juli 2021 in. Is het correct dat de P-wetters die dan werkzaam zijn bij IBN volgens die CAO verloond gaan worden?

3. Daar werkveld, wet- en regelgeving en budgetten niet statisch zijn wordt telkens voor een periode van twee jaar bezien op welke wijze het

Zaaknummer 1948377823

Pagina 2 van 21

datum 12 april 2021

De Raad zal door middel van de beeldvormende avond geïnformeerd worden over de stand van zaken. In de tweede helft van dit jaar staat de eerste beeldvormende avond gepland omtrent de voortgang Participeren in Meierijstad (PIM) en de doorontwikkeling IBN/WSD. Daarnaast zullen we de tussentijdse evaluatie en resultaten door middel van een RIB de Raad informeren. Ja dat is correct. De VNG heeft het onderhandelaarsakkoord CAO Participatiewet met een positief advies voorgelegd aan de gemeenten. Het onderhandelsakkoord ligt ter instemming bij de College van de gemeenten. Zij hebben tot 7 mei 2021 de tijd om in te stemmen met het akkoord. Het opzeggen/ beëindiging van de overeenkomst is niet van toepassing. De Raad stemt in met een

partnership wordt ingevuld. Is dat ook de periode voor mogelijke opzegging c.q. beëindiging van de overeenkomst en is dit ook zodanig vastgelegd?

4. Waarom niet de keuze om tot één sociaal ontwikkelbedrijf specifiek voor Meierijstad te komen en vasthouden aan samenwerking met WSD én IBN? Wat zou één participatiebedrijf Meierijstad aan voor- en nadelen geven?

Partnership voor onbepaalde tijd. Dat betekent dat we hebben afgesproken dat we in de solidariteit de infrastructuur van IBN voor onbepaalde tijd ondersteunen. Er is hier sprake van een samenwerking tussen gemeenten en IBN. Elke twee jaar evalueren we de afspraken. Elke gemeente is aandeelhouder van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap. IBN is de uitvoeringsmaatschappij van de gemeenschappelijke regeling. Indien een gemeente wil opzeggen, betekent dit een besluit om uit de gemeenschappelijke regeling te stappen. De gemeente Meierijstad heeft belang bij het in stand houden en verder ontwikkelen van de bestaande infrastructuur van zowel WSD en IBN. Zowel WSD als IBN zijn gewaardeerde en waardevolle gemeentelijke samenwerkingsverbanden op het gebied van arbeidsparticipatie en beide zijn belangrijke partijen in de uitvoering van de Participatiewet. Met het participatiebedrijf Participeren in Meierijstad (PIM) wordt een gelijke dienstverlening voor alle inwoners van Meierijstad gerealiseerd en worden de middelen zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet in en door één samenwerkende organisatie. Met de ontwikkelbedrijven maken we gebruik van twee infrastructuren waarin inwoners gebruik van kunnen maken.

Zaaknummer 1948377823

Pagina 3 van 21

datum 12 april 2021

5. Als bijlage is de overlegstructuur toegevoegd. Daarin wordt voor ons niet duidelijk op welke wijze de gemeenteraad actief wordt betrokken. Wordt er nagedacht hoe de raad meer te betrekken bij de IBN? Zo ja op welke wijze is dit dan, wellicht zoals bijvoorbeeld in de vorm van de klankbordgroep RNOB?

Lijst Blanco

1. In het raadsvoorstel bij het ontwerpbesluit staat bij punt 3 dat er wordt uitgegaan van scenario II. In punt 4 staat echter dat er een pilot wordt gestart samenwerking met Meierijstad voor scenario III. Op welke manier verhoud deze pilot zich tot de keuze voor scenario II?

2. Wordt een eventuele keuze op basis van de ervaringen met scenario III gemaakt bij het bezien van de afspraken voor de periode 2023-2024? Zo nee, op welke manier dan?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 4 van 21

datum 12 april 2021

Op 16 juli 2019 bent u als Raad door middel van een RIB geïnformeerd over de verkenning bestuurlijke vorm WSD / WVS NOB – motie D66. In deze RIB wordt toegelicht wat de consequenties zijn van het ontbinden van de gemeenschappelijke regeling. De Raad zal door middel van de beeldvormende avonden geïnformeerd worden over de stand van zaken. In de tweede helft van dit jaar staat de eerste beeldvormende avond gepland omtrent Participeren in Meierijstad (PIM) en de doorontwikkeling IBN/WSD. Daarnaast zullen we de Raad informeren door middel van tussentijdse evaluaties en resultaten. De gemeenten die vertegenwoordigd zijn in RNBO zijn niet allemaal onderdeel van IBN. Voor het vernieuwde partnership wordt voorgesteld dat alle gemeenten uit solidariteit kiezen voor scenario II Het verschil tussen scenario II en III is de manier van samenwerken. De huidige manier van samenwerken tussen IBN en gemeente Meierijstad is scenario II. Door middel van de pilot scenario III verkennen we de intensievere samenwerking. De ervaringen van pilot scenario III worden gedeeld met de regio. Gemeenten kunnen dan ook een keuze maken om voor dit scenario te gaan. Zowel scenario II als scenario III is cruciaal voor het in stand houden van de infrastructuur van IBN omwille van werkgelegenheid voor de doelgroepen van de Participatiewet.

PvdA

1. Voor IBN is gekozen voor een constructie met een lumpsumfinanciering. Is of wordt voor WSD eenzelfde financiële constructie gekozen? Waarom niet/wel?

2. Docenten en begeleiders van o.a. ROC de Leijgraaf en het Praktijkonderwijs van bijvoorbeeld Fioretti en Elde College begeleiden ook jongeren niet alleen richting stage, maar ook richting werk. Welke rol kan de gemeente of kunnen gemeente en IBN/WSD daarbij spelen?

Het belangrijkste verschil tussen de scenario’s is de wijze van samenwerken. Om de pilot te kunnen evalueren is een periode van 3 jaar nodig. In het 1e jaar zal de focus liggen op het opzetten van de pilot, het 2e jaar uitvoeren en ervaringen op doen en het 3e jaar zal in teken staan van de evaluatie. Bij zowel WSD als IBN worden de middelen van de nieuwe doelgroep Participatiewet betaald in een lumpsumfinanciering. Bij de WSD maken we geen gebruik van een lumpsumfinanciering zoals voorgesteld wordt bij IBN. In het Koersdocument WSD (vastgesteld door de Raad in 2019) zijn de algemene uitgangspunten voor de financiële doorrekening toegelicht. Hierbij is de ambitie om in het collectief 2100 inwoners passende werkgelegenheid te bieden. Dit is het uitgangspunt voor de lumpsumfinanciering. Er is nauw contact tussen onderwijs, gemeenten en IBN/WSD. In de structurele uitstroom overleggen worden jongeren vroegtijdig besproken die uitstromen vanuit het onderwijs. Door middel van een warme overdracht worden de jongeren indien nodig overgedragen aan de gemeente. Klantmanagers jongeren gaan dan op zoek naar een passend traject/opleiding. Jongeren waarvan gedacht wordt dat ze mogelijk aangewezen zijn op een dienstverband bij IBN/WSD lopen vaak al stage bij IBN/WSD. Ook zijn IBN en WSD betrokken bij het project doorstroom van VSO naar Beschut werken.

Zaaknummer 1948377823

Pagina 5 van 21

datum 12 april 2021

3. Zie vorige vraag, hoe is deze samenwerking op dit moment georganiseerd?

Zie antwoord hierboven.

Behandeling Onderzoeksrapport Rekenkamercommissie Meierijstad Dienstverlening Fractie

Vragen

Antwoorden (beantwoording door/namens college

Lokaal

1. Pagina 21 rapport; bij 27 processen wordt de meet- monitoringmethode Investeren in klantbeleving toegepast. Welke processen betreft dit? Wat is de reden dat alleen geautomatiseerd feedback wordt gevraagd?

2. Pagina 22 rapport kwaliteit dienstverlening is niet constant; Uit welke gegevens blijkt dat de geleverde kwaliteit niet constant is? Waar wordt dit aan gemeten?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 6 van 21

datum 12 april 2021

resp. rekenkamercommissie) (college) Het betreft de klantprocessen uit de bijlage. In veel klantprocessen wordt via een digitale dienst (geautomatiseerd) iets aangevraagd. Ook voor het klantproces bellen met Meierijstad vragen we feedback, daar stellen we de vraag of klanten ons feedback willen geven uiteraard persoonlijk in het telefoongesprek. De enquêtes gaan geautomatiseerd uit waardoor feedback daarna automatisch in een organisatiebreed dashboard terecht komt. Vanuit dat dashboard schakelen we dan weer over naar het persoonlijke door inwoners na te bellen om verdiepende vragen te stellen. (college) De waarderingsscore van inwoners voor de dienstverlening voldoet niet altijd aan de door ons intern gestelde norm van een acht. Dit zien we aan de verschillen in waarderingsscores die we krijgen per klantproces. De ene inwoner geeft een hogere waarderingsscore dan de andere inwoner. Dit heeft ook te maken met het klantproces waarvoor de feedback wordt opgevraagd. Na een afwijzing op bijvoorbeeld een vergunning kan het voorkomen dat een inwoner zijn teleurstelling hierover uit door ons een laag cijfer te geven voor de dienstverlening. Dan

3. Pagina 26 rapport ateliers/aantallen; Welke soorten vergunningsaanvragen zijn vanuit dit atelier opgenomen in het overzicht? 4. Pagina 28 rapport verbeterpunten ateliers; Hoe worden genoemde verbeterpunten (top 10 en andere verbeterpunten) gemonitord/gemeten?

D66

1. Het onderzoek richt zich op de individuele dienstverlening aan burgers (zie inleiding). Op bladzijde 9 staat dat digitale dienstverlening de voorkeur heeft. Bij bijvoorbeeld het reageren op een ontwerp bestemmingsplan of omgevingsvergunning kan de dienstverlening pas starten als de burger correct en tijdig op de hoogte is gesteld van het ontwerp of

Zaaknummer 1948377823

Pagina 7 van 21

datum 12 april 2021

kunnen we het qua proces en klantbenadering goed hebben gedaan maar overheerst de teleurstelling van de afwijzing van de aanvraag. (college) Het gaat hier voor het grootste deel om Omgevingsvergunningen en vooroverleg hierover. (college) Het jaarthema voor dienstverlening is in 2021: “Laat het maar zien”. We vragen werkateliers te laten zien welke verbeteracties zij oppakken om dienstverlening te verbeteren. Dit doen we door: 1) Rapportages te draaien met een top 3 aan verbeteracties die het werkatelier van het eigen klantproces moet oppakken. 2) Jaarlijks maken de werkateliers zelf een verbeter top 5-10 aan de hand van de feedback van inwoners. Ook daar moeten ze zelf mee aan de slag. Via de periodieke verbeter tops wordt inzichtelijk of de verbeteracties ook leiden tot resultaat. 3) Vanaf Q1 2021 moet voortaan jaarlijks door ieder werkatelier een verbeterplan dienstverlening op alle kanalen gemaakt worden met daarin acties die worden opgepakt. Uiteraard wordt gemonitord op de resultaten hiervan. Dit doen we via dashboards. Volgend jaar zullen wij u tijdens de beeldvormende avond de samenvatting van de resultaten van de verbeteracties laten zien. (college) Door open vragen te stellen halen we op wat inwoners belangrijk vinden. We zien in het klantonderzoek van Vergunningverlening geen feedback terugkomen over het onderwerp bekendmakingen. Naast de digitale manier van

vergunningsaanvraag. Deze bekendmakingen zijn niet meer opgenomen in de lokale (week)bladen maar uitsluitend nog te raadplegen via websitelinks naar een landelijke database. Is de invloed van deze verandering op de ervaren dienstverlening door individuele burgers meegenomen? Zo ja, waar dan? Zo nee, wat is daarvan de reden?

bevragen nemen we ook persoonlijk contact op met inwoners die ons feedback geven, als zij daar toestemming voor geven. Ook vanuit informatie uit die verdiepende gesprekken wordt over bekendmakingen geen feedback gegeven.

2. Bij het dienstverleningsconcept op bladzijde 9 wordt gerept van burgers als regisseur van eigen leven wat een maatwerk benadering van de overheid vraagt. In de bestuurlijke reactie (bijlage A) op aanbeveling 2 waarin gepleit wordt voor een methodiek die gedifferentieerd inzicht biedt, wordt vastgehouden aan de eenvormige wijze van klantonderzoeken. Hoe verhoudt deze reactie zich tot de maatwerk benadering voor dienstverlening?

(college) Door voor alle klantprocessen afzonderlijk feedback op te vragen en aanvullende informatie op te vragen tijdens het nabellen kunnen we waar nodig per proces bijsturen en dus maatwerk bieden. Zoals u zelf in uw vorige vraag aangeeft is een aanvraag voor een omgevingsvergunning heel anders dan een aanvraag voor een rijbewijs. De verbeterpunten van die processen zijn daarom ook vaak verschillend. Door de open vraagstelling pér proces kunnen we pér proces de dienstverlening op maat maken. Het is hetzelfde principe als bij klantreizen; ook daarbij haal je per type van proces de verbeterstappen op en stuur je bij. (rekenkamercommissie): Aan individuele medewerkers is niet de vraag gesteld of zij gebaat zijn bij gedifferentieerde methodieken voor het ophalen van de feedback. Omdat medewerkers te maken hebben met de verwerkte uitkomst van de feedback en niet zozeer de verantwoordelijkheid dragen voor de methodiek. Wel concluderen wij dat de wijze waarop feedback nu wordt verzameld en toegankelijk wordt gemaakt voor medewerkers onvoldoende houvast biedt om meer maatwerk te kunnen bieden in de individuele dienstverlening. Deze conclusie trekken wij onder andere op basis van signalen uit de ambtelijke

3. Aan aanbeveling 2 ligt o.a. ten grondslag dat met de uitkomsten van de huidige onderzoeken/feedback het lastig is om maatwerk verbeterplannen op te stellen. Is aan de ateliers en/of aan de geïnterviewde personen de vraag voorgelegd of zij behoefte hebben aan of gebaat zijn bij meer diversiteit in methodieken? Zo ja, wat was hun reactie? Hebben de ateliers en/of geïnterviewde personen aangegeven op welke wijze ze wel beter in staat kunnen worden gesteld om verbeterplannen op te stellen i.c. verbetering in de dienstverlening aan te brengen?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 8 van 21

datum 12 april 2021

4. In bijlage F, Normenkader, staat bij Informatievoorziening aan de raad: ‘De raad stelt kaders voor de publieke dienstverlening.’ In paragraaf 3.3 over de rol van de raad, wordt alleen melding gemaakt van Beeldvormende Avonden en raadsinformatiebrieven. Heeft de raad van Meierijstad kaders voor de publieke dienstverlening vastgesteld? Zo ja, waarin of waarbij zijn deze dan opgenomen? Zo nee, hoe zou deze rol ingevuld kunnen worden? Kan daar een voorbeeld of concretisering van worden gegeven?

organisatie dat het niet altijd duidelijk is wat er met de opgehaalde feedback wordt gedaan en wat het doel achter het streefcijfer is. Daarnaast concluderen wij dat een verscheidenheid aan diensten vraagt om maatwerk voor wat betreft het ophalen van feedback. Het is voor bepaalde processen (bijvoorbeeld afhandeling klachten en bezwaren) immers lastiger om een hoog cijfer te krijgen dan andere (bijvoorbeeld processen binnen het sociaal domein). (college) Strikt formeel heeft de raad van Meierijstad geen “kaders voor publieke dienstverlening” vastgesteld. Echter in aanloop naar de fusie is er wel een kaderstellend document door de publieke dienstverlening vastgesteld door de 3 raden van de voormalige gemeenten. In dat document staan abstracte én een aantal concrete normen die als kader fungeren. Omdat we over veel meer (o.a. wettelijke) normen beschikken hebben we als bijlage (bijlage 2) een overzicht gemaakt, waarnaar we u verwijzen. Voor ons staan deze normen voor de manier waarop wij onze klanten van dienst willen zijn en binnen welke termijn een (aan)vraag beantwoord moet worden. Naast de belwijzer die u noemt hanteren we natuurlijk nog heel veel andere normen: denk aan de wettelijk vastgestelde termijnen voor dienstverlening als vermeld in het document ‘Overzicht VNG minimum branchenormen en relatie met de wettelijke termijn’.

Verder houden we ons aan juridische en inhoudelijke

Zaaknummer 1948377823

Pagina 9 van 21

datum 12 april 2021

eisen van de Algemene wet bestuursrecht of een van de bijzondere wetten. Ook hebben we normen voor het afdoen van klachten en het voorkomen van bezwaarschriften (we nemen contact op bij een negatief besluit).

Beschikbaarstelling uitvoeringskredieten Openbaar Gebied 2021 Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Waarom wordt pas in Q2 van dit jaar de goedkeuring op het investeringsprogramma gevraagd. terwijl de werkzaamheden zoveel mogelijk gespreid over het jaar moeten plaatsvinden om de werkdruk constant te houden en om ervoor te zorgen dat het programma ook uitgevoerd kan worden? (9/10 van het budget moet worden besteed, terwijl er nog maar 2/3 aan tijd over is.)

PvdA

1. Pagina 8 van de JOR, 1.5: Wat zijn de afkoppelmaatregelen Rembrandtlaan? Waarover wordt van de RvS een uitspraak verwacht? En wat zijn de gevolgen van een ‘negatieve’ uitspraak van de RvS voor dit project?

De reden voor de aanvraag in Q2 ligt bij de ontwikkelingen die het JOR heeft doorlopen. Het eerste JOR (2020) werd in Q3 van 2020 aangeboden. Op basis van wat hiervan is geleerd kan het JOR 2021 worden aangeboden in Q2 en zal het JOR 2022 worden aangeboden in Q1 van 2022. Een verzoek om het beschikbaar stellen van uitvoeringskredieten zal steeds dichter volgen op het definitief vaststellen van de begroting. In relatie tot de werkzaamheden van de aannemers kan worden gemeld dat het merendeel van de werkzaamheden al zodanig is voorbereid dat, na het beschikbaar stellen van de uitvoeringskredieten, contracten kunnen worden gesloten en zal uitvoering kunnen plaatsvinden. Dit draagt bij aan het gebruik van het beschikbaar gestelde budget binnen de gestelde termijn. De afkoppelmaatregelen zijn een onderdeel van het plan “Herinrichting Rembrandtlaan”. We zijn voornemens het regenwater op te vangen in een Wadi

Zaaknummer 1948377823

Pagina 10 van 21

datum 12 april 2021

2. Er worden in de JOR2021 projecten nader toegelicht die in de JOR2020 nog niet eerder waren toegelicht of inmiddels zijn gewijzigd. Echter, het project ‘afkoppelmaatregelen Rembrandtlaan’ is in beide documenten niet nader toegelicht en dat geldt voor veel andere projecten ook. Wanneer wordt een project in het JOR wel nader toegelicht en wanneer niet?

en bij hevige regenval middels een overstort af te voeren naar de Aa. De uitspraak van de RvS is het besluit op het provinciaal project Veghel-Asten. De gevolgen van een negatieve uitspraak kunnen niet worden voorspeld omdat deze gevolgen kan hebben voor het gehele plan, waarop maatwerk voor het ontwerp van afkoppelmaatregelen nog zal volgen. Het project Rembrandtlaan is niet nader toegelicht in afwachting van de uitspraak van RvS, zie voorgaande antwoord. Projecten worden in een JOR pas nader toegelicht als de uitgangspunten voor inrichting en vorm bekend zijn. Zolang dat niet zo is worden zij alleen aangekondigd als zijnde ‘geprogrammeerd’. Dat gebeurt vooral als inspraak nog plaats moet vinden. We gaan niet met omwonenden en ondernemers aan tafel als niet vaststaat dat er een krediet beschikbaar is.

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kloosterkwartier Veghel en kennisneming voorgenomen gemeentelijke bijdrage in LeefGoed Meierijstad-Veghel Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Wat zijn de verschillen en de overeenkomsten van de activiteiten in Leefgoed met die in het Pieter Breughelhuis? Op welke manier worden de activiteiten afgestemd met Pieter Breughelhuis en andere wijk- en buurtcentra?

De activiteiten van het PBH worden vooral georganiseerd door vrijwilligers ondersteund door twee professionele coördinatoren. De activiteiten van de Leefgoedpartners door professional en in enkele gevallen ondersteund door vrijwilligers.

Zaaknummer 1948377823

Pagina 11 van 21

datum 12 april 2021

2. Dragen de eigenaren/besturen van de deelnemende zorg/welzijnsorganisaties formeel een deel van hun zeggenschap over het eigen aanbod over aan het collectief? Zo ja welk deel ? Op welke manier en in welke mate dragen zij financieel bij aan het bereiken van “collectieve doelen”?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 12 van 21

datum 12 april 2021

Daarnaast zijn er voornamelijk verschillen in de activiteiten. Leefgoedpartners brengen hun eigen lopende activiteiten in. Nieuwe activiteiten richten zich met name op de doelgroepen die de Leefgoedpartners bedienen. Overeenkomsten zitten er op het onderwerp ontmoeten. Hierbij richten wij ons met name op de bewoners en omwonenden van het Kloosterkwartier. (woningen en appartementen kloosterkwartier met name appartementencomplexen centrum). We bespreken regelmatig de voortgang met het PBH. Wij richten ons niet op de wijken waar andere wijk- en buurtcentra zitten. Het ontmoeten wordt met name vormgegeven in een inloopvoorziening (Ontmoetingscentrum) en de ontwikkeling van dagbestedingsactiviteiten. Deze activiteiten richten zich met name op de deelnemers van de Leefgoedpartners, bewoners en omwonenden van het Kloosterkwartier. Iedereen houdt zijn eigen zeggenschap. Wel gaan we steeds meer ontschot werken en samenwerken. Bij verschillende activiteiten zullen we als collectief naar buiten treden. Partijen dragen financieel bij door de huur van werk- en activiteitenruimtes (op basis van gebruik). Daarnaast draagt iedereen bij aan een gezamenlijk activiteitenbudget. Met deze en ook personele inzet bespoedigen we pilots voor innovatie en preventie in zorg en ondersteuning. Denk hierbij o.a. aan gebiedsgericht (ontschot)werken.

3. Het traject Leefgoed is naar ons idee gebaseerd op learning by doing maar heeft ook een innovatief karakter in zich om- naast effectief en efficiënt samenwerken – ook tot nieuwe oplossingen te komen. Is dit een correcte aanname ? – Hoe is het innovatieve doel omschreven ? – Hoe ziet het proces naar dit doel toe er uit ? – Op welke wijze wordt de raad de komende jaren over het verloop geïnformeerd?

4. Op welke wijze draagt leefgoed bij aan de transformatie-opgave van de gemeente Meierijstad?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 13 van 21

datum 12 april 2021

Correct. We beginnen met het versterken van de samenwerking. Dit door onze werkomgeving onder één dak te brengen, zo ontschot mogelijk te gaan werken, activiteiten te verbinden en steeds meer gezamenlijke nieuwe activiteiten / arrangementen te ontwikkelen. Innovatief is omschreven als sneller, beter of efficiëntere dienstverlening. Dit komt onder andere tot uiting in de vorming door partijen van een Mobiliteitscentrum, een hybride leeromgeving voor de zorgsector, doorontwikkeling van het PIM project, ontwikkeling van het Gebiedsteam en een nieuwe nog nader uit te werken vorm van dagbesteding (doorontwikkeling Gebiedsteams en PIM vindt overigens ook in Sint-Oedenrode en Schijndel plaats). Twee keer per jaar wordt er een digitale nieuwsbrief of een Leefgoedjournaal gemaakt waarin we de ontwikkelingen en resultaten van Leefgoed Meierijstad Veghel presenteren. Dit zal ook aan uw raad worden aangeboden. Daarnaast zullen we ook (onderdelen van) Leefgoed een plaats geven in beeldvormende avonden. Zo plannen wij eind dit jaar een beeldvormende avond over de doorontwikkeling van ons PIM project. Wij geven in Meierijstad invulling aan de transformatieopgave langs vijf lijnen: 1. Doorontwikkeling Toegang (vorming Gebiedsteams) 2. Inkoop gespecialiseerde Jeugdzorg en Wmo 3. Samenwerking 4. Preventie en Innovatie 5. Bedrijfsvoering (datagestuurd werken)

5. Is er al een visie of (globaal) plan van aanpak over hoe de opgedane kennis en kunde overgedragen kan worden naar o.a. Schijndel en Sint Oedenrode?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 14 van 21

datum 12 april 2021

Al deze ontwikkellijnen zetten wij ook in bij de ontwikkelingen van Leefgoed. Zo zal het gebiedsteam Veghel worden ondergebracht op Leefgoed Meierijstad Veghel. Gaan we onderzoeken of we op Leefgoed gaan experimenteren met financieringsvormen die de zorg efficiënter maken (bijvoorbeeld gebiedsfinanciering). Gaan we een innovatieve samenwerking ontwikkelen om zorg en ondersteuning sneller, beter en efficiënter te organiseren. Hierbij maken we onder andere verbinding met sport, cultuur, onderwijs en arbeidsmarkt. We gaan nieuwe wegen verkennen waarbij we inzetten op o.a. preventie en de ontwikkeling van meer voorliggende voorzieningen. Bijvoorbeeld een nieuwe vorm van dagbesteding ontwikkelt door Brabantzorg ism ONS Welzijn (Welzijnscoöperatie) en De Leijgraaf. We gaan ook monitoren wat Leefgoed oplevert (datagestuurd werken). We gaan in andere kernen kijken of er ontwikkelingen of mogelijkheden zijn voor een vergelijkbaar project. Hierbij zetten we in op versterking van de samenwerking van lokale organisaties, meer verbinding tussen hun activiteiten en het ontwikkelen van een innovatieve samenwerking. Daarbij kijken we ook naar dynamiek van de plek (omgeving). De omgeving en de dynamiek zijn steeds anders, de wensen en betrokkenheid van de bewoners / inwoners zijn anders en de lokale organisaties zijn anders.

Wel brengen ervaringen in die we op gaan doen in Veghel of tzt ook van andere kernen.

6. Op welke manier en op welke momenten worden burgers/vrijwilligers betrokken bij de ontwikkeling van (onderdelen van) Leefgoed? Hebben vrijwilligers een stem in de doorontwikkeling van Leefgoed c.q. in de fase na de realisatie?

SP

1. Wat wordt verstaan onder de inspirerende as Leefgoed, Noordkade en Centrum? Wat is de inbreng van elk van deze partners dan?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 15 van 21

datum 12 april 2021

Elk project gaat ook zelf de onderwerpen / thema’s bepalen die ze willen ontwikkelen. We vinden het belangrijk om Leefgoed te ontwikkelen met bewoners / inwoners, doelgroepen, adviesraden, professionals en bestuurders. Inwoners worden zo spoedig mogelijk uitgenodigd om mee te denken en mee te doen. In Veghel is dat voor een deel lastig omdat we nog op een grote groep nieuwe inwoners wachten maar starten wel vast met omwonenden. In de realisatiefase is het nadrukkelijk de bedoeling dat zij een belangrijke stem krijgen in de programmering van het Ontmoetingcentrum en ook uitgenodigd worden om hieraan een actieve bijdrage te leveren. Dat geldt ook voor de verschillende activiteiten die we gaan organiseren. In de verschillende werkgroepen die aan de ontwikkeling van Leefgoed werken worden ook bewoners / inwoners uitgenodigd deel te nemen. Bij de werving van de nieuwe inwoners van het Kloosterkwartier gaan we ons gedachtegoed onder de aandacht brengen. Wonen op het Kloosterkwartier is een uitnodiging om mee te doen. Een uitnodiging voor ontmoeten en wederkerigheid. Een woonomgeving waar we omzien naar elkaar en waar inwoners verantwoordelijkheid nemen om invulling te geven aan samen wonen en samen (be)leven. Wat we hier bedoelen is bij wijze van spreken een dronebeeld. Een beeld wat je ziet als je van boven af naar ontwikkelingen kijkt in Veghel.

De Noordkade, het Kloosterkwartier en het centrum zijn drie gebieden die

2. Is het geen mosterd na de maaltijd om de genoemde kredieten op te nemen in de kadernota, als dit voorstel al wordt aangenomen in de raad van 29 april?

3. Bij de verkeerstellingen wordt uitgegaan van 2015. Bijna 6 jaar geleden inmiddels. Bij de N279 leverde verouderde tellingen problemen op. Mogen we die hier ook verwachten? Zijn er geen recentere tellingen beschikbaar? Is er bij de verkeersintensiteit en parkeerdruk voldoende rekening gehouden met andere uitgevoerde of nog te ontwikkelen plannen in het centrum als op het voormalige ziekenhuisterrein, rond het voormalige postkantoor, sorteercentrum en werkplein Frisselstein? Is er voldoende rekening gehouden met fietsers, met name in de Molenstraat, die voor deze groep toch als risicovol kan worden bestempeld?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 16 van 21

datum 12 april 2021

steeds meer gaan bruisen. Ze grenzen aan elkaar en vormen zo een inspirerende as. Ontwikkelingen die elkaar gaan aanvullen en versterken en gaan bijdragen de kwaliteiten van Veghel / Meierijstad. Met de vaststelling van het Masterplan in juni 2020 is de koers bepaald voor de ontwikkeling van Kloosterkwartier / Leefgoed. In april 2021 ligt de uitwerking van het masterplan voor. De financiële vertaling hiervan krijgt vervolgens een plek in de kadernota. Nee, die zijn hier niet te verwachten. Er wordt gebruik gemaakt van het meest recente verkeersmodel BBMA (Brabantbrede Modelaanpak). Het reeds in 2018 vastgestelde Provinciaal Inpassingsplan N279 VeghelAsten maakte (nog) gebruik van een combinatie van de toen beschikbare verkeersmodellen SRE 3.0 en Brabant Noordoost. Alle formeel vastgestelde ruimtelijke ontwikkelingen zijn verwerkt in het gebruikte verkeersmodel. In de bij het bestemmingsplan behorende rapportage Verkeersgeneratie Kloosterkwartier Veghel is aan de hand van de CROWrichtlijnen aangegeven, welke verkeersgeneratie het plan oplevert en hoe die zich verdeelt over de aanwezige wegen, met een gerealiseerd plan in 2030. Voor de verschillende wegen in de omgeving is ook aangegeven wat de begrensde wegvakcapaciteit is.

Op basis daarvan is vastgesteld dat groei van het verkeer op een verkeersveilige wijze en met een ruime marge ten opzichte van de aanwezige capaciteit afgewikkeld kan worden.

D66

1. Op pagina 8 van het raadsvoorstel staat de volgende zin “Het Ontmoetingscentrum LeefGoed zal zich richten op de bewoners van het Kloosterkwartier en het centrum.” Welk gebied wordt er precies bedoeld met het centrum? Alleen het winkelcentrum of is het een groter gebied en zo ja waar liggen de grenzen van dit gebied. 2. In het raadsvoorstel wordt er gesproken over leefgoed projecten in andere kernen van onze gemeente maar dat die nog onderzocht worden. wanneer kan de raad de eerste resultaten van die onderzoeken verwachten?

Het Kloosterkwartier met de omliggende appartementencomplexen, woningen boven winkels en de appartementencomplexen aan het Stadhuisplein / de Aa. De overige activiteiten van Leefgoed kennen een veel groter verzorgingsgebied. We zijn op dit moment verkennende gesprekken aan het voeren met Laverhof en partners (Wijbosch) en Odazorg en partners (Schijndel). Mocht dit tot een Leefgoedconcept leiden of iets vergelijkbaars dan leggen we dit vast in een intentieovereenkomst. Zodra we hier een intentieovereenkomst sluiten informeren wij hierover uw raad. In Sint-Oedenrode zijn er kansen op cq vanuit Odendael. Hierover hebben nog geen gesprekken plaatsgevonden. Zoals u zult begrijpen kunnen wij niet alles in één keer oppakken.

Vaststelling inhoudelijk kader en shortlist Transitievisie Warmte Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. We besluiten pas over te gaan tot uitvoering als duidelijkheid is over de financiering van de transitie. Waar moet precies duidelijkheid over bestaan? Is dat over de aanleg van warmtesystemen, of de kosten voor de inwoners? Of over de minimale eisen van deze financiering?

Met de financiering wordt hier bedoeld wie zorgdraagt voor de investering en exploitatie van de warmteoplossing. Bijvoorbeeld welke financiële regelingen er door de landelijke overheid in het leven worden geroepen. Een eerste indicatie van de kosten voor de eindgebruiker per warmteoplossing wordt gegeven in de eindversie van de transitievisie warmte (december

2. Wordt bij de uitvoeringsplannen ook aangegeven wat het bewoners kost als zij later nog willen aansluiten?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 17 van 21

datum 12 april 2021

3. Op blz. 14 van het inhoudelijk kader staat dat waterstof vanaf 2050 een optie is voor opschaling. Is dat niet eerder al een optie gezien de ontwikkelingen rond waterstof?

SP

1. In de beschrijving en op de longlist komt de Scheifelaar niet voor. Op de shortlist ineens wel. “Burgers hebben zich gemeld” lezen we dan. Maar voor Plein 2 in Schijndel geldt: “veel vrijstaande woningen en daardoor minder geschikt.”. Scheifelaar alleen maar vrijstaande woningen. Waarom dan wel op de shortlist? Heeft dit wellicht te maken met mogelijke subsidies, waar mensen benieuwd naar waren?

Lijst Blanco

1. Is er met betrekking tot de kosten van het aardgasvrij maken bekend wanneer hier meer duidelijkheid over is vanuit het Rijk (bijv. een datum)? Zo nee, op welke manier wordt hierover gesproken met het Rijk?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 18 van 21

datum 12 april 2021

2021). Deze worden verder uitgewerkt in de zogeheten wijkuitvoeringsplannen. Hoe de exacte uitvoering eruit ziet en wat dat betekent voor inwoners die later aansluiten, is nu nog niet bekend. Vooralsnog is de beschikbare waterstof vooral interessant voor het fossielvrij maken van industriële processen en mobiliteit. Voor woningen is het nog niet rendabel en is er voorlopig nog niet voldoende capaciteit om deze met waterstof te verwarmen. Mochten de ontwikkelingen sneller gaan, dan verkennen we waterstof als optie bij de wijkuitvoeringsplannen. Dit geldt voor alle nieuwe technieken. Bij de bekendmaking van de longlist hebben we nadrukkelijk de oproep gedaan aan inwoners om zich te melden als zij al plannen of ideeën hebben voor verduurzaming en aardgasvrij maken van hun woningen. De longlist was puur op basis van fysieke kenmerken opgesteld, waardoor we mogelijk enthousiaste wijken hadden gemist. Een aantal inwoners van de Scheifelaar heeft deze oproep beantwoord en de wijk is daarom op de shortlist terecht gekomen. Dat betekent dat we de komende periode met alle inwoners van deze wijk in gesprek gaan, om de (on)mogelijkheden te verkennen. De VNG bespreekt namens alle Nederlandse gemeenten dit onderwerp met de Rijksoverheid. Dit is naar aanleiding van de voorwaarden waaronder de gemeenten het klimaatakkoord hebben vastgesteld. Deze onderhandelingen gaan over het totale

PvdA

1. De enquêtes zijn een belangrijke bron geweest voor het maken van afwegingen over de longlist en shortlist. Er kan van worden uitgegaan, en daarin wordt in de stukken ook een opmerking over gemaakt, dat de vragenlijsten vaak zijn ingevuld door bewoners die energietransitie belangrijk vinden en zelf al nadenken over energie in hun woning. Dat vertekent de uitkomsten. De 110 bewoners die de vragenlijst hebben ingevuld, hebben mede bepaald of hun wijk al dan niet op de shortlist kwam. Hoe zwaar hebben de uitkomsten van de enquête meegewogen in de bepaling of een wijk op de shortlist kwam of niet? Met andere woorden: als de mening van bewoners niet was meegeteld, hoe had de shortlist er dan uitgezien? 2. Pagina 26, Schijndel Boschweg-Zuidwest komt niet op de shortlist omdat Enexis er binnenkort de gasleidingen gaat vervangen. Dat zou toch juist een reden kunnen zijn om hier juist mee aan de slag te gaan en te kijken wat er nu al qua infrastructuur (bijvoorbeeld voor waterstof) in de toekomst mogelijk of nodig is? Is dat overwogen?

klimaatakkoord en het gaat in fases. Er is nog geen zicht op het totaalpakket aan ondersteuning. Wel hebben gemeenten op onderdelen al geld ontvangen, bijvoorbeeld voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. Bij het vaststellen van de shortlist is het enthousiasme (of gebrek daaraan) vanuit een wijk alleen meegewogen als dit zowel uit de enquête als tijdens de informatieavonden nadrukkelijk naar voren kwam. Bij twijfel of gemengde geluiden hebben we dit niet mee laten wegen.

Werkzaamheden die op korte termijn in een wijk plaatsvinden, komen te snel om vanuit de warmtetransitie op aan te haken. Het snel moeten beslissen, inclusief de participatie en communicatie, zou de zorgvuldigheid van het proces in gevaar brengen. We verwachten dat het opstellen van een wijkuitvoeringsplan voor de warmtetransitie van een andere orde is qua voorbereiding dan de meer gebruikelijke werkzaamheden, zoals het vervangen van leidingen of opnieuw bestraten.

Instemming Regionale Energie Strategie 1.0 Noordoost-Brabant Fractie

Vragen

Zaaknummer 1948377823

Antwoorden

Pagina 19 van 21

datum 12 april 2021

HIER

1. Wat betekent het voor de RES als de ambitie voor 2030 van 49 naar 55% gaat zoals nu in de Green Deal staat.

2. Is met de aanvragers van de eerste tranche zonneparken de handreiking 50% lokaal eigendom besproken? En wordt deze handleiding gebruikt bij de evaluatie van de eerste tranche?

SP

1. De RES gaat uit van lokale verantwoordelijkheid en eigen invulling, lezen we. Autonomie als leidend principe. Wat is dan de noodzaak en meerwaarde van regionale samenwerking nog?

2. Botsing van timing tussen netbeheerders en gemeenten. Gaat dit dus ook niet regionaal? 5 tot 7 jaar nodig voor uitbreiding netwerkcapaciteit. Komen we dan niet klem te zitten? En welke gemeente gaat dan voor?

3. Redelijke en transparante verdeling tussen lasten en lusten is het adagium. Maar het blijft bij streven naar 50% lokaal eigendom. Is de intentie er om dit verplicht te gaan stellen of blijft het bij mooie woorden? En op welke wijze wordt hieraan vorm en inhoud gegeven?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 20 van 21

datum 12 april 2021

Als hier wijzigingen in plaats gaan vinden dan wordt dit meegenomen in de volgende versies van de RES. De RES zal tweejaarlijks uitgevoerd worden. RES 2.0 staat voor 2023 op de planning. Dit is in gesprekken met initiatiefnemers onder de aandacht gebracht en ook schriftelijk gedeeld. Ook tijdens de digitale informatieavond op 6 april jl. is dit toegelicht aan inwoners. Deze handleiding wordt in de evaluatie meegenomen om te kijken of/hoe dit meegenomen kan worden. De verantwoordelijkheid voor de opwek ligt bij de individuele gemeenten. Afstemming tussen de gemeenten onderling, op subregionaal niveau en regionaal niveau heeft meerwaarde op diverse onderwerpen. Sowieso op basis van kennis- en informatie uitwisseling maar ook op het gebied van voorwaarden voor opwek naar het Rijk en voor bv. netwerkinfrastructuur is het waardevol om hier op regionaal niveau samen te werken. Zie antwoord onder 1. Het tempo van uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is een belangrijk aandachtspunt en is daarom bv. ook opgenomen als extra randvoorwaarde naar het Rijk voor realisatie van het gevraagde bod. Zoals aangegeven is autonomie een leidend principe, er worden dan ook geen eisen door de regio opgelegd aan gemeenten enkel handreikingen. Het streven naar 50% lokaal eigendom is opgenomen in het nationale klimaatakkoord en is opgenomen in het vigerende

4. 8% van de huishoudens heeft te maken met energiearmoede lezen we. Dat zijn in de regio 20.864 huishoudens. Hoeveel daarvan in Meierijstad? En wat zijn de concrete plannen om hier wat aan te doen en deze doelgroep te bereiken en helpen?

PvdA

1. In bijlage 2 (zienswijzen) staat de oproep om zon en wind zo mogelijk te combineren op één locatie. Hoe is daar in Meierijstad (actief) invulling aan gegeven in de huidige initiatieven en welke rol had de gemeente hierin?

Zaaknummer 1948377823

Pagina 21 van 21

datum 12 april 2021

beleid voor zonneparken zoals in 2020 is vastgesteld door uw raad. Het is op dit moment niet bekend hoeveel huishoudens in Meierijstad in energiearmoede leven (>10% van het inkomen wordt besteed aan de energierekening). In de RES staan geen concrete plannen om energiearmoede aan te pakken. In Meierijstad zijn echter wel activiteiten gericht op verduurzaming van woningen, die juist ook geschikt zijn voor de doelgroep die in energiearmoede leeft. Zoals de tegoedbonnen en energiecoaches. Op dit moment is er enkel nog een beleid voor zonneparken door uw raad vastgesteld. In de uitwerking van het beleid van wind zal hier zeker aandacht aan besteed worden of deze koppeling te realiseren is en wat hier de voor- en nadelen van zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d62b0752-8ebb-41ab-b96e-03d2637c8241