CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen raadsvoorstellen 24 juni.docx

Commissie Mens en Maatschappij 10 juni 2021, gemeente Meierijstad11.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technische vragen raadsvergadering 24 juni 2021 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Pastoor Smitsstraat 19, Olland Fractie

Vragen

Antwoorden

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk? Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Vanuit de Provincie Noord-Brabant is voor bestemmings- en wijzigingsplannen in voorbereiding een aanmeldformulier beschikbaar gesteld. Via dit formulier geeft de provincie aan voor welke plannen zij vooroverleg wel of niet nodig achten. Voor de plannen waarbij vooroverleg noodzakelijk wordt geacht door de provincie, wordt op het conceptplan een reactie gegeven. Wanneer deze reactie volgens de provincie in voldoende mate wordt verwerkt, volgt normaal gesproken geen zienswijze van de provincie op het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpwijzigingsplan. Voor de plannen waar geen vooroverleg met de provincie is gevoerd, ook als in de aanmeldfase door de provincie zelf is geconcludeerd dat vooroverleg niet noodzakelijk is, volgt meestal toch een reactie door de provincie in de vorm van een

PvdA

1. Duurzaamheid: - Waarom rood voor energie en klimaat in de PPP-scan? - Waarom ontbreekt het aan een nadere toelichting bij de PPP-scan?

zienswijze op het ontwerpplan. De inhoud van deze zienswijzen verschilt per plan. In het eerstvolgende periodieke overleg met de provincie zal aandacht worden gevraagd voor het vooroverleg over bestemmingsplannen en het indienen van zienswijzen c.q. zal het als zaak aan de agenda worden toegevoegd. In de Telos Duurzaamheidsscan is het mogelijk om een plan te beoordelen met een score van -5 (negatiefst) tot en met +5 (positiefst). Bij het thema ‘energie en klimaat’ is gekozen voor een beoordeling van -1, dat wil zeggen dat het plan lichte negatieve invloed heeft op dit thema. Dit komt doordat er bebouwing/verharding wordt toegevoegd. Momenteel is de planlocatie een onbebouwd perceel. Met het voorliggende plan worden daar twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Deze vrijstaande woningen hebben naar verwachting meer vraag naar energie dan de huidige situatie. In deze casus is gekozen om geen toelichting te geven bij de PPP-scan. Er is gekozen om schematisch weer te geven wat voor effect de ontwikkeling heeft op ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’, zodat in één oogopslag duidelijk te zien is, welk effect de ontwikkeling op de omgeving heeft.

Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Leunestraat 22 Fractie

Vragen

Zaaknummer 1948386167

Antwoorden

Pagina 2 van 41

datum 7 juni 2021

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Vanuit de Provincie Noord-Brabant is voor bestemmings- en wijzigingsplannen in voorbereiding een aanmeldformulier beschikbaar gesteld. Via dit formulier geeft de provincie aan voor welke plannen zij vooroverleg wel of niet nodig achten. Voor de plannen waarbij vooroverleg noodzakelijk wordt geacht door de provincie, wordt op het conceptplan een reactie gegeven. Wanneer deze reactie volgens de provincie in voldoende mate wordt verwerkt, volgt normaal gesproken geen zienswijze van de provincie op het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpwijzigingsplan. Voor de plannen waar geen vooroverleg met de provincie is gevoerd, ook als in de aanmeldfase door de provincie zelf is geconcludeerd dat vooroverleg niet noodzakelijk is, volgt meestal toch een reactie door de provincie in de vorm van een zienswijze op het ontwerpplan. De inhoud van deze zienswijzen verschilt per plan. In het eerstvolgende periodieke overleg met de provincie zal aandacht worden gevraagd voor het vooroverleg over bestemmingsplannen en het indienen van zienswijzen c.q. zal het als zaak aan de agenda worden toegevoegd..

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Hoogstraat 29, Sint-Oedenrode Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Zijn de wegen bestand tegen intensivering en verzwaring van wegverkeer door verandering bestemming

Vanuit de wegbeheerder is aangegeven dat de weg breed genoeg is voor de afhandeling van de bedrijfsspecifieke vervoersbewegingen. De

Zaaknummer 1948386167

Pagina 3 van 41

datum 7 juni 2021

toename betreft ca. 10 bewegingen (bestelbussen) per dag, wat past binnen de wegcapaciteit. Er is geen sprake van zwaar vrachtverkeer.

SP

2. Is met ondernemer gesproken over mogelijkheden daken voor leggen van zonnepanelen. Zo ja wat was daarvan de uitkomst

Nee, hierover heeft geen contact met de ondernemer plaatsgevonden.

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Vanuit de Provincie Noord-Brabant is voor bestemmings- en wijzigingsplannen in voorbereiding een aanmeldformulier beschikbaar gesteld. Via dit formulier geeft de provincie aan voor welke plannen zij vooroverleg wel of niet nodig achten. Voor de plannen waarbij vooroverleg noodzakelijk wordt geacht door de provincie, wordt op het conceptplan een reactie gegeven. Wanneer deze reactie volgens de provincie in voldoende mate wordt verwerkt, volgt normaal gesproken geen zienswijze van de provincie op het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpwijzigingsplan. Voor de plannen waar geen vooroverleg met de provincie is gevoerd, ook als in de aanmeldfase door de provincie zelf is geconcludeerd dat vooroverleg niet noodzakelijk is, volgt meestal toch een reactie door de provincie in de vorm van een zienswijze op het ontwerpplan. De inhoud van deze zienswijzen verschilt per plan. In het

Zaaknummer 1948386167

Pagina 4 van 41

datum 7 juni 2021

eerstvolgende periodieke overleg met de provincie zal aandacht worden gevraagd voor het vooroverleg over bestemmingsplannen en het indienen van zienswijzen c.q. zal het als zaak aan de agenda worden toegevoegd. 2. Vraag voor deze en het agendapunt Vier Gemalen : alweer twee bedrijven die zich mogen vestigen in het buitengebied. Welke criteria worden hiervoor gehanteerd? Kan dit precedentwerking hebben voor de toekomst? Wordt het geen tijd voor de door ons als SP geopperde solidariteits bedrijfs heffing? De voordelen hiervan zijn immers groot als alternatief voor vestigen op een bedrijventerrein.

Zaaknummer 1948386167

Pagina 5 van 41

datum 7 juni 2021

In maart 2020 heeft uw raad het kader ‘Kansen voor Kwaliteit’ vastgesteld. Dit beleidskader gaat uit van maatwerk bij herbestemming van vrijkomende (agrarische) bedrijfslocaties in het buitengebied. Voor het buitengebied wordt onderscheid gemaakt in drie functietypen: 1. gebiedsgebonden functies 2. gebiedspassende functies 3. gebiedsstrijdige functies. Niet-agrarische bedrijven worden als gebiedspassend aangemerkt in het buitengebied, wanneer deze kleinschalig zijn van omvang, passen in een gemengde omgeving en geen onevenredige milieuhinder veroorzaken. Als voorbeelden worden ambachtelijke bedrijven, startende ondernemers en bedrijven genoemd waarvan de werkzaamheden elders plaatsvinden, waarmee de activiteiten op locatie zich beperken tot stallen van voertuigen en benodigdheden. Niet-agrarische bedrijven met een industriële uitstraling, met een baliefunctie, zelfstandige detailhandel, kantoren of bedrijven die veel verkeer genereren worden als niet passend in het buitengebied aangemerkt.

3. Initiatiefnemer wil 315 M2 aanwezige bedrijfsbebouwing behouden voor een aannemingsbedrijf. Welke afspraken/restricties zijn er gemaakt voor aannemingsactiviteiten voor de gronden om de bebouwing heen? (bv opslag)

Het buitengebied van Meierijstad is binnen ‘Kansen voor Kwaliteit’ ingedeeld in verschillende gebiedstypologieën. De locatie Hoogstraat 29 te SintOedenrode is daarbij gelegen in het gebied ‘verweving van functies’ aan de rand van een ‘agrarisch aandachtsgebied’. De vestiging van een niet-agrarisch bedrijf is binnen deze typologie voorstelbaar, mits de impact op de (directe) omgeving passend is. De aanwezige infrastructuur is geschikt voor de beperkte verkeersaantrekkende werking van het bedrijf. De activiteiten beperken zich tot de stalling van voertuigen en materieel, aangezien de werkzaamheden op locatie plaats vinden. Er wordt enkel gebruik gemaakt van de reeds aanwezige bebouwing en er wordt een kwaliteitsimpuls aan de omgeving gegeven door hergebruik en een berekende kwaliteitsinvestering in het landschap. Het bestemmingsplan legt de eindsituatie voor het bedrijf vast, waarmee groei en uitbreiding in het buitengebied wordt voorkomen. In dat geval dient het bedrijf te verplaatsen naar een bedrijventerrein. Uitgangspunt voor het buitengebied vormt dat er in principe geen buitenopslag plaatsvindt. Voor de locatie Hoogstraat 29 te Sint-Oedenrode is middels de planregels geborgd dat buitenopslag op de locatie niet is toegestaan. De opslag van materiaal en materieel mag enkel inpandig plaatsvinden.

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Landelijke gebied, herziening Vier Gemalen 9, Schijndel Fractie

Vragen

Zaaknummer 1948386167

Antwoorden

Pagina 6 van 41

datum 7 juni 2021

HIER

SP

1. Zijn de wegen bestand tegen intensivering en verzwaring van wegverkeer door verandering bestemming

2. Is met ondernemer gesproken over mogelijkheden daken voor leggen van zonnepanelen. Zo ja wat was daarvan de uitkomst 1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 7 van 41

datum 7 juni 2021

Vier Gemalen betreft een smalle ontsluitingsweg. De wegbeheerder heeft aangegeven dat, omdat het plan slechts een geringe toename aan verkeersbewegingen betreft, hier geen bezwaren zijn. Het bedrijf voorziet enkel in de stalling van voertuigen en materieel op locatie. Er is geen sprake van het opslaan, aan- en/of afvoeren van grond. Het verkeer vanwege deze ontwikkeling zal minder zwaar van aard zijn dan de vrachtwagens voor het transport van vee, vanwege de hier voorheen gevestigde stierenhouderij. Nee, hierover heeft geen contact met de ondernemer plaatsgevonden. Vanuit de Provincie Noord-Brabant is voor bestemmings- en wijzigingsplannen in voorbereiding een aanmeldformulier beschikbaar gesteld. Via dit formulier geeft de provincie aan voor welke plannen zij vooroverleg wel of niet nodig achten. Voor de plannen waarbij vooroverleg noodzakelijk wordt geacht door de provincie, wordt op het conceptplan een reactie gegeven. Wanneer deze reactie volgens de provincie in voldoende mate wordt verwerkt, volgt normaal gesproken geen zienswijze van de provincie op het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpwijzigingsplan. Voor de plannen waar geen vooroverleg met de provincie is gevoerd, ook als in de aanmeldfase door de provincie zelf is geconcludeerd dat vooroverleg niet noodzakelijk is, volgt meestal toch een reactie door de provincie in de vorm van een zienswijze op het ontwerpplan.

De inhoud van deze zienswijzen verschilt per plan. In het eerstvolgende

2. Alweer twee bedrijven (Hoogstraat 26 en Vier Gemalen) die zich mogen vestigen in het buitengebied. Welke criteria worden hiervoor gehanteerd? Kan dit precedentwerking hebben voor de toekomst? Wordt het geen tijd voor de door ons als SP geopperde solidariteits bedrijfs heffing? De voordelen hiervan zijn immers groot als alternatief voor vestigen op een bedrijventerrein.

Zaaknummer 1948386167

Pagina 8 van 41

datum 7 juni 2021

periodieke overleg met de provincie zal aandacht worden gevraagd voor het vooroverleg over bestemmingsplannen en het indienen van zienswijzen c.q. zal het als zaak aan de agenda worden toegevoegd. In maart 2020 heeft uw raad het kader ‘Kansen voor Kwaliteit’ vastgesteld. Dit beleidskader gaat uit van maatwerk bij herbestemming van vrijkomende (agrarische) bedrijfslocaties in het buitengebied. Voor het buitengebied wordt onderscheid gemaakt in drie functietypen: 1. gebiedsgebonden functies 2. gebiedspassende functies 3. gebiedsstrijdige functies. Niet-agrarische bedrijven worden als gebiedspassend aangemerkt in het buitengebied, wanneer deze kleinschalig zijn van omvang, passen in een gemengde omgeving en geen onevenredige milieuhinder veroorzaken. Als voorbeelden worden ambachtelijke bedrijven, startende ondernemers en bedrijven genoemd waarvan de werkzaamheden elders plaatsvinden, waarmee de activiteiten op locatie zich beperken tot stallen van voertuigen en benodigdheden. Niet-agrarische bedrijven met een industriële uitstraling, met een baliefunctie, zelfstandige detailhandel, kantoren of bedrijven die veel verkeer genereren worden als niet passend in het buitengebied aangemerkt. Het buitengebied van Meierijstad is binnen ‘Kansen voor Kwaliteit’ ingedeeld in verschillende

3. Initiatiefnemer wil 625 M2 aanwezige bedrijfsbebouwing behouden voor een grondverzetsbedrijf. Welke afspraken/restricties zijn er gemaakt voor aannemingsactiviteiten voor de gronden om de bebouwing heen? (bv opslag van gronden materialen)

gebiedstypologieën. De locatie Vier Gemalen 9 te Schijndel is daarbij gelegen in het gebied ‘verweving van functies. De vestiging van een niet-agrarisch bedrijf is binnen deze typologie voorstelbaar, mits de impact op de (directe) omgeving passend is. De aanwezige infrastructuur is geschikt voor de beperkte verkeersaantrekkende werking van het bedrijf. De activiteiten beperken zich tot de stalling van voertuigen en materieel, aangezien de werkzaamheden op locatie plaats vinden. Er wordt enkel gebruik gemaakt van de reeds aanwezige bebouwing en er wordt een kwaliteitsimpuls aan de omgeving gegeven door hergebruik en een berekende kwaliteitsinvestering in het landschap. Het bestemmingsplan legt de eindsituatie voor het bedrijf vast, waarmee groei en uitbreiding in het buitengebied wordt voorkomen. In dat geval dient het bedrijf te verplaatsen naar een bedrijventerrein. Uitgangspunt voor het buitengebied vormt dat er in principe geen buitenopslag plaatsvindt. Voor de locatie Vier Gemalen 9 te Schijndel is middels de planregels geborgd dat buitenopslag op de locatie niet is toegestaan. De opslag van materiaal en materieel mag enkel inpandig plaatsvinden.

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kom Mariaheide, herziening tennispark De Krekel Fractie

Vragen

Antwoorden

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de

Tegen dit plan is door de provincie geen zienswijze ingediend, door twee omwonende zijn wel zienswijze

Zaaknummer 1948386167

Pagina 9 van 41

datum 7 juni 2021

PvdA

provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor? Participatietraject: 1. Waarom wordt enerzijds gezegd dat de gemeente de initiatiefnemer geen verplichtingen kan opleggen met betrekking tot de omgevingsdialoog en anderzijds dat de gemeente het initiatief neemt om n.a.v. het verslag van de omgevingsdialoog (met een verkeerde weergave van de dialoog volgens omwonenden) wél een gesprek te arrangeren? Als de (kwaliteit/vorm van de) omgevingsdialoog geen enkele juridische status heeft, dan heeft het college toch niet het recht om een conclusie te trekken over de kwaliteit van de dialoog en om hierop vervolgens actie te ondernemen? 2. En als het college meent dat ze dat recht wel heeft wat is daarvoor dan de formele juridische grondslag?

3. De gemeente die, zoals u aangeeft, feitelijk geen partij is bij de omgevingsdialoog, stelt dat Aanpassing van het bestemmingsplan door deze zienswijze derhalve niet aan de orde is als de indiener van die zienswijze niet wil ingaan op een gesprek met de gemeente. Waarop is deze stelling gebaseerd en wat is de wettelijke grond daarvan?

4. Bij 6.2 van de Notitie beantwoording zienswijzen stelt het college dat de verweerders iets moeten doen (aandragen argumenten waarom het

Zaaknummer 1948386167

Pagina 10 van 41

datum 7 juni 2021

ingediend. Een nadere uitwerking hiervan is opgenomen in de nota van zienswijze. 1 De Omgevingsdialoog maakt formeel geen onderdeel uit de uitgebreide procedure. De gemeente Meierijstad wil echter graag dat initiatiefnemers in gesprek gaat met omwonende. Volgens de reclamanten is de omgevingsdialoog geen juiste weergave van het gesprek. Er is een poging gedaan om n.a.v. de zienswijze (dus niet de dialoog) een gesprek te plannen. Nadat een van de reclamanten aangaf hier geen behoefte aan te hebben zijn verdere pogingen gestaakt. 2 Hiervoor is geen formele juridische grondslag, maar is dit ambtelijk geprobeerd vanuit dienstverlenende grondslag in de hoop partijen in contact met elkaar te brengen en zodoende het gesprek over de ontstane situatie met elkaar te voeren. De omgevingsdialoog is een verslag van een overleg dat heeft plaatsgevonden in de buurt over ruimtelijke plannen. De gemeente meierijstad verifieert niet bij omwonende of hun meningen juist zijn vastgelegd. Dit is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Het feit dat de reclame zich niet kunnen vinden in de verslaglegging van de omgevingsdialoog is voor ons geen aanleiding om het bestemmingsplan of de daarin opgenomen omgevingsdialoog aan te passen. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt beargumenteerd dat de combinaties van functies en

complex niet zou bijdragen aan de leefbaarheid). De gemeente moet juist argumenten hebben om te onderbouwen waarom het wel bijdraagt aan de leefbaarheid en dat deze argumenten zwaarder wegen dan de belangen van de bezwaarmakers. Waarom is voor deze ‘omgekeerde’ beantwoording/ bewijslast gekozen?

5. 6.4: Uit de rekenresultaten van het onderzoek blijkt dat aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan, dat uitgaat van een etmaalwaarde van maximaal 50 dB(A). Het woon- en leefklimaat wordt door de voorgenomen ontwikkeling niet nadelig beïnvloed, volgens het antwoord. De normen zijn toch veel lager? Zou hier niet een speciale ontheffing moeten worden verleend? En zo nee, waarom niet?

uitbreiding van het complex bijdrage aan het versterken van de leefbaarheid. De reclamant is het hier niet mee eens. Het is dan aan hem om te beargumenteren waarom dat volgens hem zo is. Er is dus geen sprake van een omgekeerde bewijslast. Echter bij het indienen van zienswijze is het de taak van de reclamant om met argumenten te komen waarom een dergelijke ontwikkeling op bepaalde aspecten niet wenselijk is. De norm uit het activiteitenbesluit is 50 db(A). De normen uit de nota industrielawaai zijn anders echter is deze notitie vastgesteld op 26-04-2011 en slechts voor 10 jaar geldig. Bij de evt. vaststelling van het plan zou de nota dus niet langer geldig zijn.

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Ruimte voor ruimte Borne ongenummerd, Schijndel Fractie

Vragen

Antwoorden

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Vanuit de Provincie Noord-Brabant is voor bestemmings- en wijzigingsplannen in voorbereiding een aanmeldformulier beschikbaar gesteld. Via dit formulier geeft de provincie aan voor welke plannen zij vooroverleg wel of niet nodig achten. Voor de plannen waarbij vooroverleg noodzakelijk wordt geacht door de provincie, wordt op het conceptplan een reactie gegeven. Wanneer deze reactie volgens de provincie in voldoende mate wordt verwerkt, volgt normaal gesproken geen zienswijze van

Zaaknummer 1948386167

Pagina 11 van 41

datum 7 juni 2021

de provincie op het ontwerpbestemmingsplan of ontwerpwijzigingsplan. Voor de plannen waar geen vooroverleg met de provincie is gevoerd, ook als in de aanmeldfase door de provincie zelf is geconcludeerd dat vooroverleg niet noodzakelijk is, volgt meestal toch een reactie door de provincie in de vorm van een zienswijze op het ontwerpplan. De inhoud van deze zienswijzen verschilt per plan. In het eerstvolgende periodieke overleg met de provincie zal aandacht worden gevraagd voor het vooroverleg over bestemmingsplannen en het indienen van zienswijzen c.q. zal het als zaak aan de agenda worden toegevoegd.

Vaststelling bestemmingsplan Veghels Buiten, herziening Ham 4 Fractie

Vragen

Antwoorden

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor?

Er is geen zienswijze ingediend op dit plan door de provincie.

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Herziening aanloopstraten en solitaire winkels (laaghangend fruit) Fractie

Vragen

Zaaknummer 1948386167

Antwoorden

Pagina 12 van 41

datum 7 juni 2021

HIER

1. Bestaande detailhandel en horeca die eigenlijk op de verkeerde locatie zitten, worden met dit bestemmingsplan niet aangepakt. Op welke termijn zullen hier wel verdere ontwikkelingen op gaan plaatsvinden? Is er al meer zicht op welke instrumenten hiervoor kunnen worden ingezet? Zo ja, welke instrumenten zijn dit dan?

Er wordt voor het realiseren van het beleid ten aanzien van de centra met name ingezet op het aantrekkelijk maken van gebieden waar detailhandel en horeca wél gewenst zijn, bijvoorbeeld door het initiatief ‘De Vier van Veghel’, waarbij een kwaliteitsimpuls gegeven wordt aan het centrum van Veghel. Voor locaties waar functies zitten die er eigenlijk niet thuishoren, kunnen door de gemeente diverse instrumenten gehanteerd worden. Dit kan variëren van een passieve uitsterfconstructie in het bestemmingsplan of omgevingsplan (bijvoorbeeld: een functie mag niet langer uitgeoefend worden, als deze langer dan (x) jaar gestaakt is) tot het actief opkopen van vastgoed door de gemeente zelf.

2. Belanghebbenden kunnen een verzoek tegemoetkoming planschade indienen. De financiële lasten van de behandeling van die verzoeken, ook als de verzoeken worden afgewezen, zijn substantieel hoger dan het drempelbedrag dat de raad hiervoor heeft getarifeerd. Men acht de kans van succesvol beroep op planschade klein. Over welke bedragen hebben we het indien er wel een succesval beroep zou worden gedaan: getarifeerd drempelbedrag en mogelijke financiële lasten bij behandeling? Wordt hierbij rekening gehouden in de begroting als onvoorziene post?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 13 van 41

datum 7 juni 2021

Voorbeeld van een instrument buiten de ruimtelijke ordening is een verhuis- of gevelrenovatiesubsidie. Tot slot, maar niet van het minste belang, is er communicatie. Samen met partners zoals centrummanagement dragen we de boodschap uit wat voor centrum, en waar welk type centrumfuncties, we wensen. Dat kan ondernemers ook in beweging brengen. De mogelijkheid tot indienen van planschade geldt voor iedere planologische wijziging. Ook bij een onsuccesvol beroep op planschade zijn de behandelkosten hoger dan het drempelbedrag. Hiermee wordt in de begroting geen rekening gehouden. Een succesvol beroep op planschade lijkt ons hier niet aanwezig en valt dus ook niet te begroten.

3. Graag de term enkelbestemming ‘Gemengd-2’ nader toelichten. En wat betekent dit concreet aan mogelijkheden indien er een nieuwe huurder gezocht moet gaan worden op termijn?

SP

1. Deze vraag betreft alle bestemmingsplannen. Want bij vier van de zeven is er door de provincie een zienswijze ingediend. Vraag daarom: zijn de provinciale regels onduidelijk> Zitten daar overijverige ambtenaren? Is de communicatie niet goed? Kortom: waarom zo vaak een zienswijze van de provincie? Is daar een verklaring voor? 2. Er wordt gesteld, dat er geen direct financiële consequenties zijn bij dit voorstel. Maar voor pandeigenaren zijn die er beslist wel. Veel onduidelijkheid dus over mogelijke planschadeclaims op termijn. In hoeverre wordt hierop geanticipeerd?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 14 van 41

datum 7 juni 2021

‘Gemengd -2’ is een gemengde bestemming met volgnummer 2, omdat het de tweede bestemming Gemengd is die voorkomt in dit bestemmingsplan. De bestemming komt voor in de Molenstraat en Meijerijstraat in de kern Veghel en is in essentie gelijk aan de huidige bestemming ‘Gemengd - 1’ uit het geldende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Veghel’, met dien verstande dat de aanwezige detailhandel volgens het raadsvoorstel beperkt wordt tot de reeds aanwezige detailhandel. Voor eigenaren betekend dit dat bij wijziging van de functie er géén nieuwe detailhandel kan komen, maar wel dienstverlening, kantoren, maatschappelijke voorzieningen, lichte bedrijven in categorieën 1 en 2 en (bij bestaande locaties) voor horeca of wonen in de vorm van één woning of 2 appartementen boven een van de voorgenoemde functies. Ons inziens biedt dat voldoende resterende mogelijkheden voor pandeigenaren om invulling te geven aan het vastgoed. Er is geen zienswijze ingediend op dit plan door de provincie.

Zoals aangegeven in het raadsvoorstel, is er volgens de wet geen sprake van planschade als er al geruime tijd duidelijk is dat er planologisch iets gaat veranderen en de betreffende pandeigenaren geen concrete initiatieven ontplooien. In dit geval is het al jaren voorzienbaar dat mogelijkheden voor detailhandel en

3. Beantwoording zienswijze, zijn alle ingebrachte zienswijze naar tevredenheid van de indieners afgehandeld? Zo niet, welke blijven gehandhaafd?

4. Er is een inhoudelijke uitwisseling met ondernemersorganisaties en individuele belanghebbenden. Een ieder die daarvoor contact opnam, hebben we toegelicht met welke bedoeling het college dit bestemmingsplan liet voorbereiden. Wat was hun inbreng? Is er met deze organisaties ook overleg geweest over het concept bestemmingsplan? Zo ja, wat waren hun reacties? Zo nee, waarom niet?

horeca in de aanloopstraten zullen komen te vervallen, door de wens om een compacter winkelgebied te maken. Daarmee achten we de kans op een succesvol beroep op planschade erg klein. Of de zienswijzen naar tevredenheid zijn beantwoord zal moeten blijken na besluitvorming door de raad. De beantwoording geeft enkel het standpunt van het college weer op de ingediende zienswijzen. In het voorstel aan de raad wordt aangegeven hoe dit standpunt leidt tot eventuele aanpassingen in het bestemmingsplan. Dit voorstel is gebaseerd op de wens om het raadsbeleid op gebied van detailhandel en horeca door te vertalen in regels en is niet gebaseerd op de tevredenheid van de individuele indieners van zienswijzen. Aan de georganiseerde stakeholders is vooraf toegelicht dat we met het werk aan dit bestemmingsplan uw centrum-, detailhandels- en horecabeleid ruimtelijk doorwerking zouden gaan geven. In een vervolggesprek is het proces toegelicht. Pandeigenaren en gebruikers van afzonderlijke locaties die we wilden meenemen in het plan, zijn geïnformeerd over het voornemen en conceptbepalingen voor het plan. Wanneer een stakeholder daar dan op reageerde, hebben we hierover gesproken. De vragen of inbreng betroffen dan overwegend hun eigen gebruiks- of exploitatiemogelijkheden. Vervolgens was er de mogelijkheid van formele zienswijzen op het gepresenteerde ontwerpplan. De

Zaaknummer 1948386167

Pagina 15 van 41

datum 7 juni 2021

inhoud daarvan, en verwerking daarvan, staan in de zienswijzennota. Hart 1. Pag. 22: welke gebiedstypologie krijgt het Heilig Hartplein? Volgens de voorontwerp-omgevingsvisie van 22 december 2020 raken elkaar daar de gebiedstypologieën v. centrumstedelijk gebied (Noordkade, recreatiehaven enerzijds, Hoogstraat anderzijds) en vi. verstedelijkt (woon)gebied. Zie ook onderstaande link. https://meierijstad.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=7f3b41c3a66e488bbd433028fa913c8b 2. Onder het kopje ‘Toelichting van de aanpassing per locatie’ valt op te maken dat op diverse locaties de bestemming gemengd of detail wordt gewijzigd in specifiek de bestemming van de bestaande winkel, bijvoorbeeld in de Molenstraat in Veghel: Woning- & projectinrichting, Motorkleding en accessoires bij motorkleding en voor motorfietsen en Stoffen, naai- en breibenodigdheden. Indien deze ondernemers hun winkel sluiten of de eigenaar een pand verkoopt, blijft dan die zeer specifieke bestemming gehandhaafd?

Bij sluiting van de winkel blijft die zeer specifieke bestemming gehandhaafd. Er zou een termijn in het bestemmingsplan opgenomen kunnen worden waarbij detailhandel dan in zijn geheel vervalt na staken van de functie voor een bepaalde termijn. Maar in de praktijk zal het waarschijnlijker zijn, dat als er een winkel in precies dezelfde branche zich wil vestigen, er sprake is van een overname van de bestaande winkelvoering.

Beschikbaarstelling krediet herinrichting Markt Sint-Oedenrode Fractie

Vragen

Antwoorden

SP

1. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de verhuizing van Albert Hein?

Het ontwerp bestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn enkele zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen worden beoordeeld en beantwoord, waarna het eventueel hierop aangepaste bestemmingsplan inclusief (de beantwoording van) de ingekomen

Zaaknummer 1948386167

Pagina 16 van 41

datum 7 juni 2021

Hart

1. Kunnen de uitgestelde delen van het plan, zoals de kiosk, leiden tot kosten die niet zijn opgenomen in het uitvoeringskrediet?

2. Als het nog vast te stellen aanvullend krediet niet wordt goedgekeurd door de gemeenteraad, waarop wil het College dan bezuinigen? 3. Heeft de uitvoering van dit plan consequenties voor de vast kosten voor beheer en onderhoud? Zo ja, wat zijn die consequenties?

4. Wordt met de reconstructie ook voorzien voor een betere toegankelijkheid voor mensen met een beperking, zoals gebruikers van rolstoelen en blinden/slechtzienden? 5. Is er voorzien in voldoende parkeerplaatsen en oplaadpalen voor fietsers?

PvdA

6. In het plan voor de herinrichting staat onder punt 6 van de Randvoorwaarden: (…)Gekapte bomen moeten worden vervangen en bestaande bomen krijgen een groeiplaatsverbetering.(…) Waarom is er dan toch voor gekozen die € 110.000 die hiervoor nodig is niet onderdeel te laten zijn van het totale plan en de begroting daarvan?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 17 van 41

datum 7 juni 2021

zienswijzen ter vaststelling aan uw gemeenteraad wordt aangeboden. In het uitvoeringskrediet is ook rekening gehouden met zaken die in een later stadium verder worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld de kiosk. Uitgangspunt is dat alle werkzaamheden binnen het uitvoeringskrediet passen. Dat is nog niet bekend en/of onderzocht. In eerste instantie (na reconstructie) zullen de beheeren onderhoudskosten tijdelijk wat lager uitvallen, omdat een nieuw werk in eerste instantie om minder onderhoud vraagt. Uiteindelijk zullen de totale onderhoudskosten op een vergelijkbaar niveau uitkomen als in de huidige situatie. Om te komen tot een goed te onderhouden openbare ruimte (een randvoorwaarde) zijn en worden medewerkers van beheer en onderhoud betrokken bij het ontwerp en straks bij het bestek. Ja, het verbeteren van de toegankelijkheid is één van de randvoorwaarden voor het ontwerp. Ja, ook het aanbrengen van goede en voldoende voorzieningen voor fietsers is één van de randvoorwaarden voor het ontwerp. Het bedrag van € 110.000,- is onderdeel van de totale begroting voor de Markt. Het is (formeel) niet mogelijk om in het raadsvoorstel voor de herinrichting van de Markt (aanvullende) budgetten/kredieten aan een totaal plan en projectbegroting toe te voegen die nog

door de raad in de begroting 2022 van Meierijstad moeten worden goedgekeurd.

Instemming ruimtelijk/functioneel programma van eisen MFA de Groene long Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Verwijzend naar de technische vragen van HIER dd 20 maart 2020. De kritische inbreng van de seniorenraad dd 5 maart 2020 en van Welzijn de Meierij dd 3 februari 2020 is niet bij de raad bekend. Wilt u deze toevoegen aan de raadsstukken, dan wel mailen naar de raadsleden? Wilt u ook de schriftelijke reacties op deze stukken toevoegen?

De technische vragen van 20 maart 2020 (20-015) waar u naar verwijst hebben hoofdzakelijk betrekking op het destijds door Stichting Zet opgestelde rapport ‘Plan van Wensen’. De toen op het conceptrapport gemaakte opmerkingen, zoals ook in de beantwoording aangegeven, zijn in de werkgroep MFA de Groene Long op 4 februari 2020 besproken en hadden betrekking op een gezamenlijke visie. Het ruimtelijk/functioneel programma van eisen zoals het thans voorligt wordt door iedere betrokken partij volledig gedragen, ook door de seniorenraad en door Welzijn de Meierij. De reacties van destijds zijn daarmee volledig achterhaald. Overigens bent u met de raadsinformatiebrief van 14 juli 2020 (nr. 119) geïnformeerd over zowel de definitieve rapportage van Stichting Zet als over de gezamenlijke visie van de stakeholders. Beide documenten zijn tegelijkertijd met de raadsinformatiebrief met u gedeeld. 2. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik kortheidshalve ook naar het antwoord dat destijds op de artikel 33 vraag (d.d. 26 februari 2019, 3319-006) is gegeven:

2. Verwijzend naar de Artikel 33 vraag van TEAM dd 26 februari 2019. Bekend is dat de toenmalige bestuurder van Woonmeij bereid was woningbouw aan (op) het MFA toe te voegen wat – gezien het bouwen op eigen grond – de woningcoöperatie ruimte gaf om substantieel bij te

Zaaknummer 1948386167

Pagina 18 van 41

datum 7 juni 2021

dragen aan de realisatie van een hedendaagse wijkfunctie. Is deze optie serieus onderzocht en bijvoorbeeld financieel doorgerekend? 3. Is de aanname dat hiermee de begroting niet of minder zou worden overschreden dan nu, met meer ruimte voor de wijkfunctie een reële aanname? Hoeveel tijd vraagt het om dit als nog te onderzoeken? 4. Tevens werd bij die artikel 33-vraag -ondanks het feit dat de wachtlijst voor huurwoningen toen al 8 jaar bedroeg – aangegeven dat er begin 2019 voldoende plannen voor huurwoningen waren en dat er geen andere volkshuisvestingsplannen voorbereid moesten worden. Was dit een correct antwoord? Hoe lang is de wachtlijst voor huurwoningen nu?

Bouwen van woningen / appartementen op een tweede laag heeft 2 negatieve effecten op het karakter en de (beleving van) de beoogde groene ruimte. Het gebouw wordt dan immers over het geheel veel hoger dan de omliggende woonbebouwing en daarmee massaler. Dat is stedenbouwkundig ongewenst . Het tweede negatieve effect betreft het feit dat elke woning ook om extra parkeerruimte vraagt, hetgeen verder afbreuk doet aan het groene karakter van het gebied. Met name het eerstgenoemde negatieve effect wordt versterkt door de aanvullende vierkante meters die, ten opzichte van de basisvariant, in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen zijn opgenomen. Daarnaast is het zo, dat het te realiseren gebouw ter plaatse van de scholen al twee bouwlagen zal krijgen en vanzelfsprekend ook de sportvoorziening over de benodigde hoogte zal beschikken. Ook zal voor wat betreft de hoogte van het gebouw rekening moeten worden gehouden met de mogelijk op het dak te plaatsen (technische) installaties. Al met al zijn er voldoende argumenten om aan dit project geen woningbouw toe te voegen.

3 De aanname is inderdaad dat met de door de raad beschikbaar te stellen middelen, ter hoogte van € 10.651.000,- het volledige in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen programma (4.008 m²) kan worden gerealiseerd. Dat is ook onderbouwd met de bij de stukken gevoegde investeringsraming.

Zaaknummer 1948386167

Pagina 19 van 41

datum 7 juni 2021

4 In het antwoord op de betreffende artikel 33 vraag is aangegeven dat (overeenkomstig de woonvisie) specifiek voor de kern Sint-Oedenrode geldt dat de komende tien jaar een toename gewenst is van het aantal sociale huurwoningen en wel met 126 woningen. Daarbij werd aangegeven dat daar inmiddels 46 van gerealiseerd waren en er nog 84 opgenomen zijn in plannen die in verschillende stadia van voorbereiding zijn. Kortom, dat antwoord was correct. In zijn algemeenheid (gemeente breed) geldt op dit moment voor woningen die worden toegewezen op basis van het aanbodmodel: - De gemiddelde tijd van inschrijving als woningzoekende tot het ondertekenen van een huurcontract bedrag ca. 8 jaar. - De gemiddelde actieve zoektijd van een woningzoekende tot ondertekening van een huurcontract bedraagt ca. 19 maanden.

5. De plannen om twee scholen onder een dak te realiseren zijn in de oude gemeente Sint Oedenrode ontstaan, meer dan 5 jaar geleden. De scholen werken nu nog niet of nauwelijks samen. Is er al een plan van aanpak om

Zaaknummer 1948386167

Pagina 20 van 41

datum 7 juni 2021

Ter informatie: Op de locatie van het voormalige Fioretticollege worden op korte termijn 25 woningen in de sociale sector gebouwd. Verder zijn de plannen ’t Aar gereed en worden ook op andere locaties in SintOedenrode nog plannen ontwikkeld. In het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is zeer veelvuldig en intensief met beide scholen gesproken over samenwerking en

die twee scholen ook werkelijk te gaan laten samen werken ? Welke zijn de hoofddoelen die daarin nagestreefd worden? Als er geen plan van aanpak is, waarom niet?

6. Zo’n 70 m2 voor een wijkfunctie op de eerste verdieping voor een wijk met een kleine 5000 inwoners , met verder geen voorzieningen voor ontmoeting, opvang enz is niet veel in vergelijking met andere wijk/dorpslocaties in Meierijstad. - Hoeveel m2 wordt het nieuwe wijkcentrum in Schijndel Noord? - Hoeveel stond er in de plannen Omnipark Erp? - Hoeveel m2 heeft een kerkdorp als Zijtaart? - Waar in Meierijstad is er een wijklocatie van ongeveer 70 m2

Zaaknummer 1948386167

Pagina 21 van 41

datum 7 juni 2021

het gezamenlijk gebruik van ruimten. Dit proces is ook in het programma van eisen beschreven. Beide scholen kiezen daar waar mogelijk voor gezamenlijk gebruik van ruimten, maar hebben daarbij ook aangegeven het belangrijk te vinden om hun eigen identiteit te kunnen behouden. Samengevat komt het erop neer dat met name de in een school gebruikelijke centrale ruimten, alsook het speelterrein gezamenlijk wordt gebruikt. Belangrijk is om daarin ook mee te nemen, dat bij het opstellen van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen als uitgangspunt is genomen, om een zo compact als mogelijk gebouw te realiseren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat het gelukt is om één speellokaal (ter grootte van 90 m² bvo) niet expliciet in het programma op te nemen, maar te integreren in het tweede gymzaaldeel. De vraag achter uw vraag is of binnen MFA de Groene Long wel voldoende ruimte beschikbaar is voor de wijkfunctie. Zoals in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is beschreven, is het programma in nauwe samenspraak met al de betrokken partijen tot stand gekomen. Er is daarbij vooral ook gekeken naar een zo efficiënt en optimaal gebruik van beschikbare ruimten. Overdag kan voor wijkactiviteiten gebruik worden gemaakt van de benoemde 70 m² (functioneel netto oppervlak) en van beschikbare ruimten in de sportvoorziening.

Na schooltijd kan desgewenst ook gebruik worden gemaakt van ruimten in de school. Beide scholen hebben hiertoe reeds de bereidheid

Het gebruik van de MFA voor welzijns- en buurtactiviteiten lijkt gebaseerd te zijn op wat er nu nodig is en anticipeert niet op toekomstige ontwikkelingen (vergrijzing, sociale activiteiten, zorg in de buurt) terwijl in de visie wordt gesteld: De te bouwen MFWA de centrale verbindende voorziening in de wijk wordt en in die hoedanigheid sterk bijdraagt in het faciliteren van activiteiten waardoor mensen zolang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen verblijven en maximale ontwikkel-kansen en sociale activiteiten biedt voor iedere buurtbewoner. 7. Vraag is of dit technisch mogelijk is; scholen geven aan dat zij zeer beperkt gebruik maken elkaars ruimtes (gezamenlijk speellokaal en gezamenlijke entree) en die voor eigen gebruik nodig hebben. Kunnen en zijn de ruimtes van de scholen dan wel bruikbaar en beschikbaar voor bijvoorbeeld buurtactiviteiten, voor mensen met een lichamelijke beperking of de opvang van speciale doelgroepen? Uit rapport Sygma: “ Er zijn twee scenario’s opgesteld (naast de ‘huidige situatie’), 1: Twee basisscholen met kinderopvang en wijkfunctie binnen het budget van IHP, met eventuele toevoeging microsporthal (meer dan gymlokaal): 2: Scholen hebben ieder hun eigen ruimtes en er is sprake van gezamenlijk gebruik van een deel van de ruimtes. Dit geldt ook voor kinderopvang.

Huisvesting van de wijkfuncties geschiedt in combinatie met andere functies (geen extra meters);

Zaaknummer 1948386167

Pagina 22 van 41

datum 7 juni 2021

uitgesproken. Het is dus zeker niet zo, dat de wijkfunctie zich beperkt tot de aangehaalde 70 m². Voor de beschrijving van de wijkfunctie verwijs ik op deze plaats nog specifiek naar paragraaf 3.3 op pagina 15 van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen. Dat de scholen beperkt gebruik maken (en kunnen maken) van elkaars ruimten wordt vanzelfsprekend mede veroorzaakt door het feit dat de ruimten op dezelfde tijden in gebruik zijn. Na schooltijd zijn ruimten in de scholen over het algemeen (uiteraard in overleg) wel beschikbaar voor wijkactiviteiten. Uiteraard is het daarbij ook zo, dat niet alle ruimten in de school daarvoor geschikt zijn. Vanzelfsprekend wordt bij het verdere ontwerp van het gebouw ook rekening gehouden met toegankelijkheidsvereisten. Later in het proces zal ook de Stichting Toegankelijk Meierijstad worden gevraagd om het ontwerp op dit onderdeel van advies te voorzien.

Beide in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen scenario’s zijn afkomstig uit de eerder aangehaalde rapportage van Stichting Zet.

3: Er wordt een microsporthal (twee zaaldelen en een dojo) toegevoegd. kantinefunctie kan gecombineerd worden met de ontmoetingsfunctie; 2: Conform scenario 1, maar met aanvullend budget en aanvullende oppervlakte: ”In overleg worden ruimtes gedeeld met wijkpartijen, die aanvullend eigen vierkante meters hebben.” Er wordt gesproken over een eventuele spreekuur-/spreek-kamerfunctie en naast eigen wijkruimtes ook potentiële andere partners. 8. College kiest voor scenario 1. Waarom niet voor 2?

9. De ruimte van de wijk ruimte wordt ook gebruikt als sportkantine. In hoeverre wordt er op dezelfde momenten gebruik gemaakt van deze qua m2 beperkte ruimte (70 m2 benutbaar oppervlak)?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 23 van 41

datum 7 juni 2021

Scenario 2 betekent dat er meer specifieke ruimten voor de wijk (met daarmee samenhangend een grotere oppervlakte voor uitsluitend wijkactiviteiten), maar betekent ook dat er aanvullende middelen nodig zijn. Het college heeft niet expliciet gekozen voor scenario 1 of 2, maar bij het opstellen van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is vooral gekeken naar een zo optimaal mogelijk gebruik van de verschillende ruimten in het gebouw voor de huidige, maar ook de nog te ontplooien activiteiten, om zodoende een zo compact mogelijk gebouw te kunnen realiseren. Zo is er bij het opstellen van het programma van de sportvoorziening bijvoorbeeld rekening mee gehouden, dat ruimten ook kunnen worden gebruikt als spreekkamer (zoals aangegeven in de rapportage van Stichting Zet). De scheidsrechters- of de EHBO ruimten kunnen daar bijvoorbeeld voor worden ingezet. Deze situatie zal zich vooral in de avond voordoen, als ook de sportverenigingen van de gymzalen gebruik maken. In die gevallen bestaat de mogelijkheid dat

10. Mag er in de sportkantine/buurthuis alcohol geschonken worden? Hoe ziet de exploitatie eruit? Moet voor gebruik van de gezamenlijke ruimte huur betaald worden?

11. Kans is om de ruimte gratis ter beschikking te stellen voor buurtactiviteiten onder voorwaarde dat het beheer gedaan wordt door vrijwilligers? 12. Uit de stukken lees ik dat hierover inmiddels overleg wordt gevoerd met buurtorganisatie. Wat is de laatste stand van zaken?

13. Bij aanvang van raadsvoorstel wordt aangegeven dat de MFA vanuit de portefeuille sport, onderwijs, recreatie en toerisme en leefbaarheid is behandeld. In hoeverre is er vanuit integraliteit jeugd maar ook gezondheid, WMO naar dit onderwerp gekeken?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 24 van 41

datum 7 juni 2021

wijkactiviteiten worden gehouden in één of meerdere ruimten in de scholen. Of in de sportkantine/buurthuis alcohol geschonken mag worden is op dit moment nog niet te beantwoorden. Voor wat betreft de exploitatie is de eerste denkrichting dat er een beheersstichting wordt opgericht, die het beheer van de wijkfunctie op zich neemt. Deze stichting maakt vervolgens afspraken met de sportverenigingen m.b.t. het avond-/weekendgebruik. Voor het gebruik van de wijkfunctie zal inderdaad door de gemeente een vergoeding worden gevraagd. Met de toekomstige gebruikers wordt onderzocht of de op te richten beheersstichting in aanmerking kan komen voor een gemeentelijke accommodatiesubsidie. Ik verwijs u voor het antwoord op deze vraag naar het antwoord op vraag 10. Met de toekomstige gebruikers van de wijkfunctie in de MFA wordt momenteel gesproken over het overnemen van het beheer van de bestaande sportkantine de Kienehoef. Op deze wijze ontstaat er vooruitlopend op de nieuwe locatie voor de gebruikers om ‘proef te draaien’ en om activiteiten te ontwikkelen die in de nieuwe MFA kunnen worden voortgezet. Daarbij zal ook worden gewerkt aan de opzet van een exploitatiebegroting voor de nieuwe locatie. Het zwaartepunt bij MFA de Groene Long ligt inderdaad op het gebied van onderwijs (inclusief kinderdagopvang), sport en leefbaarheid.

Niettemin zijn in het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel

14. Waaruit moet dat dan blijken en wat zijn de bijdragen maar ook kansen vanuit deze andere portefeuilles voor de wijkbewoners?

15. Er is in de begroting geen post voor de lift opgenomen. Tevens: wie betaalt het onderhoud van de lift 16. Hoewel op basis van eerdere inventarisaties is gebleken dat er in de wijk behoefte is aan een ruimte waar wijkactiviteiten kunnen worden georganiseerd, dient nader in beeld gebracht wat die wijkactiviteiten dan precies zijn en of (en zo ja, onder welke voorwaarden), die daadwerkelijk

Zaaknummer 1948386167

Pagina 25 van 41

datum 7 juni 2021

programma van eisen tevens de overige onderwerpen betrokken, ook op nadrukkelijk verzoek van de wijkraad KCK Rooi en de Seniorenraad. Juist deze partijen, inclusief Welzijn de Meierij, zijn betrokken geweest om mee te denken over de invulling van wijkactiviteiten voor verschillende doelgroepen in de wijk. Verder is tijdens de wijkbijeenkomst de behoefte gepeild onder de wijkbewoners en hieruit zijn verschillende wijkactiviteiten naar voren gekomen, zoals een eetpunt, inlooppunt voor senioren, enzovoorts. Eerder in het traject is ook overleg geweest met beleidsmedewerkers van Sociaal Domein om de toekomstige ontwikkelingen af te stemmen. In het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is nadrukkelijk gesproken over de kansen op breder maatschappelijk gebied, bijvoorbeeld de mogelijkheid voor spreekruimten, het bevorderen van sporten en bewegen voor ouderen, bewegend leren. De betrokkenheid van een welzijnsinstelling, waaronder jongerenwerk, biedt ook kansen om voor jongeren activiteiten te organiseren. Deze onderwerpen zullen in het verdere proces nader onderzocht/uitgewerkt worden. De liftvoorziening valt binnen post 200 Bouwkosten. Wie de kosten voor het onderhoud van de lift betaalt is op dit moment nog niet definitief aan te geven. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vragen 10 en 12.

Aanvullend daarop, is uw constatering terecht dat er op dit moment geen middelen in de gemeentelijke begroting zijn

in de MFA worden georganiseerd. De vraag die in het vervolgtraject nader onderzocht dient te worden is op welke wijze de wijkfunctie (financieel) wordt beheerd en geëxploiteerd. Op dit moment is er nog geen wijkvoorziening/wijkfunctie actief. Dit betekent dat er mogelijk ook een nieuwe subsidierelatie met de gemeente gaat ontstaan, waarvoor op dit moment geen budgetten in de (meerjarige) gemeentebegroting zijn opgenomen. Welke acties zijn reeds ondernomen? 17. Er is op voorhand uitgegaan dat de Raad akkoord zal gaan met vaststelling van het nieuwe IHP. Wat zijn de risico’s als de Raad Nee zegt tegen de vaststelling van het IHP? Waarom is er gekozen voor deze weg?

18. Waarom is het gezamenlijk gebruik van ruimten door scholen beperkt? Terwijl er sprake is van leegstand bij sommige scholen in Meierijstad? Lokaal Meierijstad

1. Graag een specificatie van het voorbereidingskrediet.

Zaaknummer 1948386167

Pagina 26 van 41

datum 7 juni 2021

opgenomen voor de eerder genoemde accommodatiesubsidie.

Indien de raad niet akkoord gaat met de vaststelling van het IHP, dan heeft dit mogelijk ook consequenties voor het voorliggende ruimtelijk/functioneel programma van eisen. Indien de raad niet instemt met de voorgestelde ‘kleine scholen toeslag’, dan heeft dit tot gevolg dat er 50 m² bvo van de MFA niet gerealiseerd kan worden. Voor wat betreft het antwoord op de vraag waarom het gezamenlijk gebruik van ruimten door scholen beperkt is, verwijs ik naar het antwoord op vraag 5. Het voorbereidingskrediet is opgebouwd uit de volgende elementen: BS Kienehoef € 273.079,61 OBS De Springplank € 173.032,42 Gymzaal € 108.657,80 Extra zaaldeel € 100.457,21 Kinderopvang € 49.203,53 DOJO € 51.253,68 Wijkfunctie € 20.501,47 Totaal voorbereidingskrediet € 776.185,73 Uren projectleiding € 72.000,Totaal voorbereidingskrediet € 848.185,73.

VVD

1. Klopt het dat alle sportverenigingen die nu in de Kienehoef sporten, daar kunnen blijven sporten en niet (gedwongen) naar de Streepen gaan?

2. Wij kennen de ‘Kleine Scholen Toeslag’ als een financiële compensatie. Is dit (bvo) een andere vorm van Kleine scholen toeslag?

3. Wat is ‘langdurig’ verhuur met betrekking tot de kinderopvang? En hoe werkt een garantie uit het Waarborgfonds bij leegstand?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 27 van 41

datum 7 juni 2021

Voor het bepalen van het voorbereidingskrediet zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Nieuwbouwkostenconfigurator 2020; Realisatie in 2023; Oppervlakte gebouw 3.786 m² bvo. Er worden - op basis van de in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen afmetingen van de zaaldelen - inderdaad geen verenigingen gedwongen om naar de Streepen te gaan. Alle verenigingen die gebruik maken van de huidige sportvoorziening kunnen ook van de nieuwe sportvoorziening gebruik blijven maken. Uiteraard zal te zijner, zoals dat overleg ieder jaar plaatsvindt, met de sportverenigingen een nieuw rooster voor het gebruik van de sportvoorziening worden opgesteld. De kleine scholen toeslag die hier (en in het door de raad in september te behandelen IHP) wordt bedoeld betreft een aanvullende oppervlakte van 50 m² bvo voor scholen met minder dan 145 leerlingen. Het betreft dus een toeslag in oppervlakte, bedoeld om inclusief onderwijs ook in kleinere scholen ruimtelijk vorm te kunnen geven, welke zich uiteraard weer vertaalt in aanvullend benodigde middelen. Hoewel de duur van een huurovereenkomst vaak maatwerk en het resultaat van overleg is, omvat de optimale huurtermijn voor de gemeente een termijn van 20 jaar.

In het kader van het nieuwe IHP is ten aanzien het investeren in kinderopvang door ICS een notitie opgesteld. Daarin wordt geadviseerd een model te hanteren waarin de gemeente de investering voorfinanciert en de investering terugkrijgt als compensatie voor de gemaakte kosten. Dit geldt voor situaties van nieuwbouw of renovatie. Het risico voor de gemeente kan worden voorkomen door in de kostprijsdekkende huur een leegstandsrisico op te nemen waardoor een soort reserve opgebouwd wordt. Daarnaast kan het Waarborgfonds Kinderopvang ondersteuning bieden om het risico verder te beperken, te weten: - Risicotoetsing investering in kinderopvang voorafgaand aan besluit tot bouw kindcentra; - Risicomonitoring investering in kinderopvang gedurende de looptijd van het project; - Een leegstandsgarantie gekoppeld aan de huurovereenkomst voor een maximale looptijd van 25 jaar. Als een Waarborgfonds een leegstandsgarantie afgeeft wordt vooraf en gedurende de looptijd van het project haar risico beoordeeld en gemonitord. Voor de leegstandsgarantie geldt verder: - Maximale hoogte is de som van de huur gedurende de looptijd van de huurovereenkomst; - Inperking per maand op basis van de huurbetaling; - Maximale looptijd bedraagt 25 jaar;

Zaaknummer 1948386167

Pagina 28 van 41

datum 7 juni 2021

-

-

4. Het dak wordt bekleed met sedum m.u.v. de collectoren. Worden de maximale mogelijkheden van het dak benut voor energieopwekking?

5. De accountant heeft geconcludeerd dat we de komende jaren nauwelijks structurele exploitatieruimte hebben. Wat is de impact van dit voorstel met de plus variant op de exploitatieruimte?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 29 van 41

datum 7 juni 2021

Het betreft alleen de extra ruimten voor kinderopvang. Ruimten in medegebruik vallen hier niet onder; Voor verstrekking vindt een beoordeling van het project en huursom plaats; Voor verstrekking vindt een beoordeling van de financiële positie van de huurder plaats; Er vindt jaarlijks een beoordeling van de financiële ontwikkeling van de huurder plaats; Er is sprake van een afsluitprovisie en risicoprovisie die per project verdisconteerd wordt in de huurprijs.

Wellicht ten overvloede merk ik op deze plaats op dat nog niet is gekozen voor een garantie van het Waarborgfonds. Dit is momenteel nog enkel als optie benoemd. Het dak van het gebouw zal primair worden ingezet om zonnepanelen op te stellen, die nodig zijn voor de energievoorziening van het gebouw zelf. Op het moment dat er ruimte op het dak overblijft voor extra zonnepanelen, dan kan worden onderzocht of deze ruimte hiervoor (voor andere gebruikers) kan worden ingezet. Ook combinaties van sedum en zonnepanelen zijn overigens mogelijk. Indien de op te richten beheersstichting gebruik kan maken van een accommodatiesubsidie dan zal deze subsidie in ieder geval in de gemeentelijke begroting opgenomen moeten worden. Het betreft dan 92,5% van de bij de beheersstichting in rekening te brengen

Hart

1. Wat is de reden dat de ruimte van de Kinderopvang wordt verhuurd aan het schoolbestuur en niet aan de Kinderopvang?

2. Komt er een onderzoek naar de gevolgen van voor de verkeersafwikkeling? Zo ja, wanneer kunnen we de uitkomst van dat onderzoek tegemoet zien? Lijst Blanco

1. In Bijlage 1 op Bladzijde 6 staat dat er 2.809347.- aangemerkt is als (theoretische) keuze. Verder word over deze (theoretische) keuze niet gesproken. Wat houd deze (theoretische) keuze in? En wat valt er dus echt te kiezen?

huurpenningen. Dit zal een kostprijs dekkende huur zijn. Op die manier heeft het schoolbestuur zelf de mogelijkheid om een opvangorganisatie te selecteren die het beste past bij het type onderwijs. Het zijn ook de school en de kinderopvangorganisatie die de inhoudelijke samenwerking aangaan, gericht op een doorgaande ontwikkellijn voor de kinderen. Het aspect verkeer (en parkeren) zal onderwerp van onderzoek zijn in het kader van het op te stellen ontwerpbestemmingsplan en het ontwerp van de (omgeving van de) MFA. Bedoeld wordt aan te geven, dat de onder de (theoretische) keuze opgenomen bouwdelen niet tot de wettelijke taak behoren (en dus heeft de gemeente de mogelijkheid om te besluiten deze wel/niet te realiseren). Het niet realiseren van (al) deze bouwdelen leidt echter tot maatschappelijke bezwaren, zodat – mocht die situatie zich voordoen – daar een gedegen afweging aan vooraf dient te gaan.

Instemming uitvoering voorkeursscenario Klimaatrobuust Beekdal Sint-Oedenrode Fractie

Vragen

Antwoorden

Lijst Blanco

1. Moet het clubgebouw van Rhode en HKC bij het verbreden van de Dommel worden verplaatst? Zo ja, wat is de status hieromtrent in de gesprekken met beide verenigingen?

Ja, de clubgebouwen moeten worden verplaatst. Beide verenigingen begrijpen de noodzaak van de plannen en werken constructief mee aan de verplaatsing van hun gebouwen.

Zaaknummer 1948386167

Pagina 30 van 41

datum 7 juni 2021

PvdA

1. 1.4 Waarom dient bij de 12-meter variant ook nog extra in- en uitlaatconstructies gebouwd te worden om de oude meander mee kunnen laten stromen. Waarom kan die niet zonder die voorzieningen aangesloten worden zodat die mee stroomt met de Dommel zelf?

2. Wat zijn de begrote kosten van die in- en uitlaatconstructie?

De oude meander (Stille Dommel) kan niet rechtstreeks worden aangetakt omdat de bodemhoogte van de Stille Dommel veel hoger is dan de bodem van de huidige Dommel. Daardoor zou de Stille Dommel, bij lage Dommelwaterstanden, leeg lopen. Bij een open verbinding is de kans dat het gebied met de gebouwen en voetbalvelden, bij hoge Dommelwaterstanden, eens of vaker per jaar kan overstromen. De begrote kosten bedragen circa 1 miljoen euro.

Vaststelling jaarverslag 2020, begroting 2022-2025 en overige financiële documenten WSD Fractie

Vragen

Antwoorden

Lokaal Meierijstad

1. Is er al een reactie van de Adviesraad Sociaal Domein? Zo ja, kunnen we deze inzien? Zo nee, waarom niet?

Er wordt geen advies gevraagd aan de ASD voor onderdelen die gerelateerd zijn aan de P&C cyclus. De cliëntenraad van WSD is betrokken bij de totstandkoming van het jaarverslag. De ASD is betrokken bij de voortgang en uitvoering van de lokale plannen WSD.

Vaststelling addendum woonvisie en instrumenten voor verbeteren regie op woningbouw Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Verdeling van het bouwvolume in typen woningen. Gezien de bevolkingsprognose van de provincie moet er meer gebouwd worden voor eenpersoonshuishoudens.

Het actieplan gaat in op de totale kwantitatieve opgave. De kwalitatieve verdeling naar bijvoorbeeld verschillende doelgroepen en prijssegmenten is een vervolg stap die we gaan zetten. In de concrete woningbouwplannen hebben we wel al veel aandacht

Zaaknummer 1948386167

Pagina 31 van 41

datum 7 juni 2021

voor de diverse concrete doelgroepen zoals vastgesteld in de woonvisie. 2. Hoe kan de gemeente waarborgen dat commerciële huur middelduur ook middelduur blijft?

3. Is het college voornemens om gebruik te maken van het instrument woningsplitsing en wat is daar de status van?

4. Tevens zouden de VAB’s worden bekeken om invulling te geven aan de woonbehoefte c.q tijdelijke woningen. Wat is daar de status van? Zijn er al concrete aanvragen ingediend? 5. Kan het college bevestigen dat bij de versnelling van de woningbouw 25% sociaal woningbouw wordt gewaarborgd? Lokaal Meierijstad

1. Wat is nu de specifieke opdracht van het project team?

Zaaknummer 1948386167

Pagina 32 van 41

datum 7 juni 2021

In de anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk) neemt de gemeente bepalingen op over de minimale verhuurperiode en de huurprijs. Ook komt de doelgroepenverordening in het derde kwartaal van dit jaar in de raad ter vaststelling en daardoor kan de gemeente ook publiekrechtelijk borgen dat de woning verhuurd moet worden. We staan al woningsplitsing toe en dit gebeurt al in de praktijk. We trachten woningsplitsing te stimuleren om de bestaande woningvoorraad beter te laten aansluiten op de toegenomen woningvraag door 1- en 2-persoons huishoudens. In de tweede helft van dit jaar wordt u nader geïnformeerd over dit beleid. We hebben daarvoor in het actieplan ruimte gehouden om ook in het buitengebied nog woningen toe te voegen. Dit is onderdeel van onze transformatieopgave. Bij principeverzoeken wordt deze regel toegepast en we sturen dus ook nog steeds op minimaal 25% sociaal in woningbouwplannen. Dit team van mensen gaat zich bezig houden met de grotere, meer complexe woningbouwprojecten in de gemeente. Dit zijn voornamelijk uitbreidingslocaties maar het kan ook om inbreidingslocaties gaan. Het team is gericht op vooruitgang, versnelling, vlottrekken van woningbouwprojecten en is uitvoerend gericht. Het belangrijkste doel van het team is de versnelling van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c660d2be-57e0-434f-913e-a45a6127f566