Antwoorden technische vragen raad 27 januari 2021.docx
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 27 januari 2021 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 32’ Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdA
1. Klopt het dat in de samenvatting in de laatste zin ten onrechte staat dat dit bestemmingsplan ‘ongewijzigd’ wordt vastgesteld. Dit is contrair met de tekst in de samenvatting en in het beslispunt. Kunt/gaat u dat nog aanpassen om verwarring te voorkomen?
Deze constatering is juist. In de laatste zin van de samenvatting van het raadsvoorstel is daarom ‘ongewijzigd’ veranderd naar ‘gewijzigd’. Het aangepaste raadsvoorstel wordt beschikbaar gesteld voorafgaand aan de raadsvergadering.
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Schootsestraat 50 Schijndel’ Fractie
Vragen
Antwoorden
Lokaal
1. Wat is de erfgoedstatus van dit pand en is er sprake van bescherming tegen sloop van dit pand of grond van wet- en regelgeving inzake erfgoed?
In het geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied, Herijking geldt voor dit pand de dubbelbestemming ‘Waarde – cultuurhistorisch waardevolle gebouwen’. Slopen van dit pand is daarmee alleen toegestaan na het verlenen van een vergunning van het
PvdA
2. Is de omgevingsdialoog voor het oorspronkelijke plan nog actueel gezien de later gewijzigde plannen? Zo niet, moet de omgevingsdialoog dan opnieuw? 1. Kunt u een inhoudelijke onderbouwing geven op de passage onder ‘duurzaamheid’ in het raadsvoorstel, waar overigens de duurzaamheidsscan die meerdere aspecten van duurzaamheid behelst, ontbreekt. Hoe kan het zijn dat het slopen van een gebouw voor nieuwbouw duurzamer is dan een cultuur-historisch waardevol gebouw restaureren/verbeteren én verduurzamen? 2. De provincie Noord-Brabant betreurt het in haar zienswijze dat een cultuurhistorisch waardevolle boerderij wordt gesloopt. In de reactie op deze zienswijze wordt dit door u onderschreven (in één zinnetje). Welke mogelijkheden ziet u of heeft of gaat u ondernomen om de initiatiefnemer toch te overtuigen dat het behoud van de boerderij voor Meierijstad behoud van een cultuur-historische waarde betekent?
gemeentebestuur, die daarvoor advies in wint bij een deskundige. De omgevingsdialoog is nog actueel, aangezien het plan qua bebouwing niet wordt gewijzigd. Wijziging betreft slechts het gebruik (niet 2, maar 1 woning). De duurzaamheidsscan is alsnog uitgevoerd (bijgevoegd). De voordelen voor people en planet wegen voldoende op tegen het negatieve aspect van de sloop van de boerderij.
Zoals beschreven in de plantoelichting, paragraaf Archeologie en cultuurhistorie (blz. 27 e.v.), heeft het bestaande pand hoge landschappelijke en ensemblewaarden en zijn de monumentale waarden niet groot. Met de herbouw worden de landschappelijke en ensemblewaarden behouden.
Vaststelling verordening tot wijziging financiële verordening gemeente Meierijstad 2017 (2e wijziging) Fractie
Vragen
Antwoorden
CDA
1. Raadsvoorstel pag 2/3 procedure budgetoverschrijding. Er worden 4 punten a t/m d genoemd. Er is sprake van een extreme situatie indien in elk geval a t/m c van toepassing zijn. Moeten punt a t/m c allemaal van toepassing zijn of 1 van de punten a, b, of c? 1. Hoeveel afwijkingen tussen 20.000 en 50.000 Euro per jaar zijn er?
Punt A tot en met C moet allemaal van toepassing zijn.
HIER
Zaaknummer 1948360274
Pagina 2 van 30
datum 13 januari 2021
Dat hebben we niet geteld, het wisselt per jaar. Voor 2019 zie bijgevoegd overzicht.
Lokaal
VVD
2. Op blz. 3 wordt gevraagd om de aanpassing van de grensbedragen al toe te passen bij de jaarrekening 2020. Moeten daarvoor niet de oude grensbedragen gelden? 1. Op basis van de nieuwe verordening worden we als raad geïnformeerd over een afwijking op kredieten als deze groter is dan € 100.000,-. Is dit ook van toepassing op voorbereidingskredieten die bijvoorbeeld € 500.000,- bedragen? 2. In de huidige financiële verordening wordt in artikel 6.4 aangegeven dat afwijkingen groter dan 20% worden gerapporteerd. Waarom is deze procentuele afwijking losgelaten? 1. Onder 1.2 van het raadsvoorstel wordt gesteld dat de huidige praktijk leidt tot zeer gedetailleerde rapportages. Is dat het doorslaggevende argument geweest om de voorgestelde grensbedragen in de Financiële Verordening op te nemen? Of is de behoefte aan meer duidelijkheid ten aanzien van de toelichtings- en specificatieverplichtingen de belangrijkste reden voor dit raadsvoorstel? 2.
Is er bij de voorbereiding van dit raadsvoorstel met verschillende scenario’s gewerkt voor wat betreft de grensbedragen en is op die manier een inschatting gemaakt van de omvang van de specificatie- en toelichtingsverplichtingen bij die verschillende scenario’s? In hoeverre zou de inhoud en omvang van de specificatie- en toelichtingsverplichtingen bij de tussentijdse rapportages op basis van artikel 6 van de Financiële Verordening verschillen van de huidige praktijk indien er ten aanzien van investeringsbudgetten/kredieten een grensbedrag zou gelden van € 50.000,- en ten aanzien van grondexploitaties een grensbedrag van € 100.000,-?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 3 van 30
datum 13 januari 2021
Nee, de Raad beslist of de nieuwe grensbedragen mogen worden toegepast voor de jaarrekening 2020. Ja. Het voorstel gaat over de omvang van de afwijking ongeacht de omvang van het krediet.
In praktijk is gebleken dat een percentage discussie oplevert wat nu wel en niet moet worden toegelicht. Een vast bedrag geeft dat meer duidelijkheid. Beide argumenten zijn van belang, we willen recht doen aan sturen op hoofdlijnen en meer duidelijkheid over toelichting en specificatie verplichtingen.
Uit de vraag komt de suggestie naar voren dat doel van het voorstel vooral is om het aantal toelichtingen terug te dringen. En dat aan de hand van scenario’s is gekeken bij welk bedrag er een gewenst aantal toelichtingen nodig is. Dat is niet de insteek geweest. We willen met dit voorstel voorkomen dat er over allerlei kleine bedragen wordt gerapporteerd, waarbij geen recht wordt gedaan aan sturen op hoofdlijnen. Met de huidige bedragen is het aantal toelichtingen vrij hoog, waardoor het zicht op de hoofdlijnen en echt belangrijke zaken moeilijker wordt. Bij het bepalen van de grensbedragen is gekeken naar de totale omgang van de begroting en de verschillende soorten uitgaven en wanneer dan sprake is van een echt significante en belangrijke afwijking waar de
SP
1. Is het achteraf goedkeuren van een voorstel tot budgetoverschrijding of nieuw budget niet een onmogelijke opgave voor de raad? Wat als die goedkeuring geen meerderheid krijgt? Dan rest toch slechts het niet goedkeuren van de jaarstukken als optie. Is verantwoording daarover afleggen geen betere optie? Dan kan met een motie van afkeuring of iets dergelijks mogelijke onvrede daarover uitgesproken worden. Toch? En geldt dit ook niet voor overschrijding van grensbedragen?
PvdA
1. Onder argumenten 1.1. staat “In de praktijk zijn situaties voorgekomen waarbij niet kan worden gewacht op de Beraps voor het goedkeuren van budgetoverschrijdingen.” Kunt u hiervan enkele concrete voorbeelden noemen (hier worden dus niet de extreme situaties bedoeld), zodat wij
Zaaknummer 1948360274
Pagina 4 van 30
datum 13 januari 2021
Raad over moet worden geïnformeerd en een beslissing over moet nemen. Hierbij is tevens gekeken naar grensbedragen die andere gemeenten van vergelijkbare omvang hanteren. Het is lastig om precies te bepalen wat precies het verschil in aantal toelichtingen is als andere grensbedragen worden gekozen. Jaarlijks verschillen de afwijkingen. In bijgaand overzicht met de verschillentoelichting over 2019, kunt u zien welke verschillen er wegvallen als de grensbedragen worden aangepast conform het voorstel. Volgens het budgetrecht moet de gemeenteraad een budgetwijziging goedkeuren. Als de Raad het budget niet heeft goedgekeurd is sprake van een onrechtmatige uitgave. Als de goedkeuring geen meerderheid krijgt, is sprake van een onrechtmatige uitgave en dat heeft gevolgen voor de rechtmatigheidsverklaring die wordt afgegeven bij de jaarrekening. De Raad kan nog steeds de jaarrekening goedkeuren, ook als een deel van de uitgaven niet zijn goedgekeurd en dus onrechtmatig zijn. In het kader van de actieve informatieplicht moet het college altijd verantwoording afleggen over onderwerpen en uitgaven die niet vooraf zijn besproken met de Raad. Mij is één concreet voorbeeld bekend dat aanleiding is geweest voor dit voorstel: de vervanging / aanleg van kunstgrasvelden. Voor de vervanging was toestemming van de Raad. Tijdens de zomer bleek
de noodzaak om tussentijds voorstellen te bespreken beter kunnen inschatten?
2. Kunt u toelichten hoe de raad de integrale financiële afweging bij deze tussendoor aangeboden raadsvoorstellen kan maken?
D66
In het geval van extreme situaties wordt er door de gemeenteraad achteraf toestemming gegeven. 1. Hoe ziet deze toestemming achteraf eruit?
2. Wordt de raad wel meteen geïnformeerd als er zo’ extreme situatie zich voordoet? En hoe wordt dat precies gedaan? 3. Wat gebeurd er als de raad achteraf geen toestemming geeft?
4. In het stuk wordt gesproken van een “grootboeknummerniveau” wat voor een detail niveau is dat precies. 5. Stel er is een groot project met daarin verschillende budgetten die onder alle drie de verschillende budgettypes vallen.
Zaaknummer 1948360274
Pagina 5 van 30
datum 13 januari 2021
dat door onvoorziene omstandigheden de kosten hoger uit zouden komen. Eerste mogelijkheid om dit te bespreken met de Raad was september, dan hadden de velden al opgeleverd moeten zijn om beschikbaar te zijn voor de start van het seizoen. Er is toen gekozen om de Raad te informeren via een RIB. Aangezien de Raad geen besluiten neemt over een RIB, is dan sprake van een onrechtmatige uitgave. Bij tussentijdse raadsvoorstellen is een integrale afweging altijd lastig. U kunt de voorstellen toetsen aan de uitgangspunten van de begroting en de prioriteiten die zijn gesteld, zoals opgenomen in de Mijlpalen van Meierijstad . In het tussentijdse Raadsvoorstel zou de (integrale) afweging die het college heeft gemaakt moeten zijn opgenomen. De Raad stemt in met een voorstel van het college om deze uitgaven alsnog goed te keuren. Zoals bij een andere vraag al aangegeven, als de Raad niet instemt / het voorstel geen meerderheid krijgt, dan is de uitgave onrechtmatig. Informeren van de Raad gaat via een RIB. Dan is de uitgave onrechtmatig, dit is van invloed op de rechtmatigheidsverklaring die wordt afgegeven bij de jaarrekening. In de huidige versie is sprake van afwijkingen op budgetten, zonder dat wordt aangegeven op welk budgetniveau wordt gekeken. “grootboeknummerniveau” betreft in boekhoudtermen
Worden deze samen gevoegd onder 1 grootboeknummer geadministreerd. En als dat het geval is welk grensbedrag wordt er dan aangehouden. Of wordt er per type budget een grootboeknummer aangemaakt en als dat het geval is hoe gaat men dan op met overschrijdingen over de verschillende budgetten wordt daar dan per grootboeknummer naar gekeken of wordt daar ook cumulatief naar gekeken. Dus wat gebeurd er als er bij het exploitatie budget een overschrijding is van 40.000 euro en bij de grond exploitatie een overschrijding van 240.000 wordt er dan om toestemming gevraagd of mag dit dan gewoon Of kan het zijn dat er bij een project meerdere grootboeknummers komen voor dezelfde soort budgetten. Bijvoorbeeld 2 exploitatie budgetten voor 1 project. En hoe wordt er dan omgegaan met overschrijding op deze budgetten. Moet er de overschrijding per exploratie budget voordat er toestemming gevraagd moet worden of wordt dat cumulatief bekeken? 3. Is het mogelijk dat het na het vaststellen van de budget door de raad dat achteraf de grootboeknummers worden veranderd of dat er wordt geschoven met budgetten in die grootboeknummers bijvoorbeeld dat 1 exploitatie budget grootboeknummer wordt verdeeld over 2 nieuwe exploitatie budgetten (grootboeknummrs) en zo ja hoe wordt daar over gerapporteerd naar de raad. 4.
Zijn de bedragen die genoemd worden voor de budget overschrijdingen jaarlijkse bedragen? Of wordt de hoogte van de budget overschrijding per BERAP gekeken? (wat dus zou betekenen als dat iedere BERAP de budget overschrijding niet boven het bedrag zit het niet wordt gerapporteerd terwijl het bij elkaar opgeteld wel kan leiden tot een overschrijding boven het bedrag is)
Zaaknummer 1948360274
Pagina 6 van 30
datum 13 januari 2021
de zogenaamde “kostendragers” dit betreft het activiteitenniveau, voorbeelden zijn gladheidsbestrijding, kermis, evenementen en leerlingenvervoer. Bij projecten wordt gekeken naar de afwijking op projectniveau dus het totale projectbudget. In principe nemen we dan het laagste grensbedrag te weten € 50.000 voor exploitatiebudgetten. Bij de toelichting kunnen we onderscheid maken naar de verschillende budgetonderdelen om beter inzicht te geven in waar de afwijking precies zit. Bij een project voeren we een projectadministratie, waar alle budgetten en kosten van het project zijn opgenomen.
Ja, dat is mogelijk, de Raad stelt conform de verordening budgetten vast op programmaniveau, het college mag schuiven. In principe rapporteren we vanuit de grootboeknummers die zijn opgenomen op de peildatum van de rapportage. Het zijn jaarlijkse bedragen.
5. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de budgetoverschrijdingen die onder de grensbedragen zitten.
Gemeentebelang Meierijstad
1. Verzocht wordt een overzicht van alle budgetafwijkingen van € 20.000,of meer op grootboeknummerniveau over de begrotingsjaren 2019 en 2020. In de beantwoording daarbij naast elkaar gezet de budgetafwijking (bedrag), het begrote bedrag op het betreffende grootboeknummer, de naam van het betreffende grootboeknummer, de totale begrote uitgaven in het betreffende programma. Doel van deze vraag: om te kunnen beoordelen of de voorgestelde wijziging, welke een beperking van de bevoegdheid van de gemeenteraad inhoudt, ook praktisch van nut is.
Net als in de huidige werkwijze, in principe niet, tenzij de optelling van deze overschrijdingen op programmaniveau leiden tot een overschrijding die boven het grensbedrag zit, dan wordt over dat bedrag gerapporteerd met de toelichting dat het gaat om een optelsom van een aantal kleinere overschrijdingen. Afwijkingen 2020 zijn nog niet beschikbaar in verband met werkzaamheden rondom de jaarrekening. Bijgevoegd een overzicht met de toelichting op de afwijkingen jaarrekening 2020 waarin is aangegeven welke toelichtingen wegvallen als gevolg van wijziging in Financiële verordening.
Vaststelling erfgoedvisie gemeente Meierijstad 2020-2030 Fractie
Vragen
Antwoorden
HIER
1. Meierijstad heeft er voor gekozen om monumentale bomen niet op te nemen in de erfgoedvisie maar in het bomen-beleid en de groene kaart. Is deze keuze onlangs of zal deze keuze de komende periode heroverwogen worden ? Zo nee, waarom niet? Hebben de monumentale bomen vanuit het bomen-beleid dezelfde bescherming als de bescherming die ze zouden hebben vanuit de erfgoedvisie/verordening?
Opname van monumentale bomen op de groene kaart is noodzakelijk vanwege de strenge bescherming en omdat het vergunningenstelsel voor houtopstanden op deze wijze is geregeld. Omdat monumentale bomen en waardevol groen een specifiek specialisme zijn is er voor gekozen om dit op te nemen in het bomenbeleid en de bomenverordening. De bescherming is op dit moment geregeld via een combinatie van regelgeving in de bomenverordening, bestemmingsplannen en soms ook de Wet
Zaaknummer 1948360274
Pagina 7 van 30
datum 13 januari 2021
2. Nagestreefd wordt om het uitvoeringsplan in het eerste kwartaal van 2021 vast te stellen door het college. Wanneer en op welke wijze wordt de raad over dit uitvoeringsplan geïnformeerd? 3. Veghel kent – ook verhoudingsgewijs- veel meer beschermde objecten (gemeentelijke monumenten en beeldbepalende/cultuurhistorische panden) dan Rooi en Schijndel. Dat verschil lijkt te maken te hebben met verschillend beleid voor de fusie. Harmonisatie van beleid is een van de doelen van de erfgoedvisie. Wordt het in Veghel gevoerde beleid vanaf nu ook in Sint Oedenrode en Schijndel toegepast? Waarom niet?
4. Zijn of worden onze BOA’s geschoold/getraind op het gebied van handhaving m.b.t. erfgoed c.q. monumentale bomen?
5. Op pagina 23 staat duidelijk verwoord dat de handhaving ontoereikend is. Ook uit verslagen c.q. de praktijk wordt dat soms pijnlijk duidelijk. Welke concrete stappen worden ondernomen, of zijn gepland om m.b.t. verbetering/verhoging op handhaving?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 8 van 30
datum 13 januari 2021
natuurbescherming. Als de Erfgoedverordening ook van toepassing zou zijn dan is er sprake van dubbele regelgeving. Wij vinden dat ongewenst. In toekomstige omgevingsplannen zal er ook sprake zijn van integrale regelgeving. De groene kaart is hierop voorbereid. Na vaststelling zal de raad middels een Raadsinformatiebrief hierover worden geïnformeerd. Onder het speerpunt; 4.1 De basis op orde brengen en houden, is het ‘in kaart brengen of de huidige monumentenlijst een representatief beeld geeft van de monumentale waarden binnen de gemeente Meierijstad’ als eerste doelstelling opgenomen. Indien blijkt dat de huidige monumentenlijst een onvoldoende representatief beeld geeft van de aanwezige monumentale waarden binnen Meierijstad zal hierop worden geanticipeerd. Overigens kan éénieder het college verzoeken om een object aan te wijzen als beschermd monument. De Boa’s zijn opgeleid op het gebied van toezicht en handhaving op het gebied regelgeving in het kader van de APV. De toezichthouders WABO zijn opgeleid op het gebied van toezicht en handhaving van alle WABOactiviteiten hieronder vallen ook bomen, monumenten en archeologie. Jaarlijks wordt door het college de prioritering voor wat betreft handhaving bepaald. Hierbij is er voor gekozen om de hoogste prioriteit te geven aan de aspecten
‘veiligheid’ en ‘gezondheid’ afhankelijk van actualiteit en capaciteit zal het college hierin jaarlijks opnieuw een afweging maken.
6. Over de ambtelijke inzet staat op pag. 22 dat er een erfgoed-ambtenaar is. Is deze ambtenaar het hele jaar door full-time met erfgoed-zaken bezig of betreft het – op jaarbasis- minder uren per week ? Zo ja hoeveel ? Is dit voldoende ? Of anders gezegd; Blijft er waardevol werk liggen? Zo ja, welke werkzaamheden blijven liggen? Zijn er plannen om nu of in 2022 de ambtelijke inzet te verhogen?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 9 van 30
datum 13 januari 2021
Daarnaast staat als actiepunt in de visie benoemd: “Om tot een doeltreffend toezicht te komen zal worden onderzocht of het mogelijk is om een gespecialiseerde toezichthouder in te zetten voor omgevingsvergunningen, waarvan erfgoedwerkzaamheden een onderdeel vormen. De gemeentelijke zorg voor monumenten beweegt zich ook op het vlak van het begeleiden van het restauratievoornemen. Door goede ondersteuning vooraf wordt de kwaliteit van een plan vergroot. Daarom zal tevens worden onderzocht hoe de voorlichting en begeleiding aan de voorkant vergroot kan worden zodat handhaving achteraf verminderd kan worden.” Er is sprake van 1 fte voor erfgoed. Daarnaast is er wat betreft archeologie een samenwerkingsverband met de archeologische dienst van de gemeente ’sHertogenbosch. In de praktijk wordt bovendien samengewerkt met medewerkers toerisme en recreatie, kunst en cultuur en andere disciplines om de ambities erfgoedvisie vorm te geven. Eveneens is sprake van samenwerking met heemkundige kringen en andere erfgoed- en monumentenorganisaties. Vanwege deze samenwerkingen volstaat op dit moment 1 fte. Daarnaast wordt op projectbasis, zoals
7. Bekend is dat de gemeente gebruik kan maken van landelijke middelen m.b.t. visie op religieus erfgoed. Wanneer, en op welke wijze wordt de raad geïnformeerd over het proces en inhoud, inclusief het participatieproces?
Hart
1. Op pagina 36 'De eventuele aanpassingen mogen niet (te)zichtbaar zijn in cultuurhistorische waardevolle gebieden en op monumentale gebouwen'. Vraag: Wat is niet TE zichtbaar?
2. In de toerisme- en recreatievisie van 2018 staat dat het percentage toeristen dat komt voor geschiedenis, cultuur, erfgoed (de typen aqua en paars) minimaal is. Namelijk 15% en 4%. Waarom toch de belangrijke link met deze visie , citymarketing en de erfgoedvisie?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 10 van 30
datum 13 januari 2021
voor het opstellen van deze Erfgoedvisie deskundigheid ingehuurd. De landelijke middelen waarop wordt gedoeld is de ‘Decentralisatie-uitkering Kerkenvisies’, van deze regeling is gebruikt gemaakt. Omdat een kerkenvisie vorm vrij is, is het de bedoeling om deze middelen in te zetten voor een visie op al het (fysieke) religieuze erfgoed in Meierijstad. Er is gestart met een inventarisatie van het aanwezige religieuze erfgoed. In overleg met de eigenaren van dit erfgoed en een brede groep van belanghebbenden zal de uiteindelijke focus van deze visie worden bepaald en zal een plan van aanpak worden opgesteld. Middels een raadsinformatiebrief zal de raad worden geïnformeerd over de focus en het plan van aanpak Wat hier mee wordt bedoeld is dat aanpassingen t.b.v. de CO2-reductie niet tot een onevenredige aantastingen van uitstraling en karakter van deze gebieden en gebouwen mogen leiden. Dit kan bijvoorbeeld door te streven naar een zorgvuldige landschappelijke inpassing van deze aanpassingen in het landelijk gebied en bij gebouwen te kiezen voor maatregelen die aansluiten bij het monumentale karakter van het gebouw. De aangehaalde percentages zijn die van de doelgroepen die bewust voor cultuur, erfgoed en geschiedenis Meierijstad bezoeken.
Wij zijn er echter van overtuigd dat het Erfgoed in Meierijstad ook kansen biedt om de recreatieve aantrekkelijkheid van Meierijstad te vergroten voor alle doelgroepen welke in
D66
1. In par 4.1 (De basis op orde brengen en houden) staat dat Meierijstad een eigen deskundige adviescommissie op het gebied van erfgoed heeft. Is er een document waarin opdracht, samenstelling, werkwijze en vergoedingen zijn opgenomen? Zo ja, kan deze beschikbaar worden gesteld? Zo nee, kunnen dan opdracht, samenstelling, werkwijze en vergoedingen aangegeven worden? 2. Het raadsvoorstel bevat de PPP-scan. De figuren zijn echter niet leesbaar en lastig te duiden. Kan een vergroting beschikbaar worden gesteld met een toelichting op hoe de “scores” tot stand zijn gekomen en hoe deze geduid kunnen worden? 3. Erfgoedvisie en doel zijn in globale termen aangegeven en uitgewerkt in zes thematische beleidsspeerpunten. Die concrete activiteiten zijn slechts een denkrichting want het uitvoeringsplan moet nog opgesteld worden. Het uitvoeringsplan zal door het College worden vastgesteld. a. Komt er een vertaling van de globale visie en doel in concrete en meetbare of zichtbare resultaten? b. Wat wordt dan de meting of rapportage op die meetbare of zichtbare resultaten? c. Wordt deze vertaling en de meting of rapportage aan de raad voorgelegd?
de toerisme- en recreatievisie worden benoemd. Met name ook de eigen inwoners zijn een belangrijke doelgroep. De Monumentencommissie Meierijstad is op 3 april 2018 door het college ingesteld. Voor een verdere reactie verwijzen wij u naar de bijlage.
De PPP-scan is als bijlage toegevoegd.
A. Deze visie wordt vertaald in een concreet uitvoeringsplan aan hand van de 6 benoemde speerpunten. B. De actiepunten zullen zoveel mogelijk concreet zijn in dit uitvoeringsplan worden opgenomen. C. De raad zal zowel over het uitvoeringsplan als over de evaluatie ervan worden geïnformeerd middels een Raadsinformatiebrief..
Onderschrijving denkrichting uitvoeringsplan Omnipark Erp Fractie
Vragen
Zaaknummer 1948360274
Antwoorden
Pagina 11 van 30
datum 13 januari 2021
CDA
HIER
Algemeen: Er wordt een grote investering voor dit plan gevraagd. Eerste financieel voorziening in de begroting van 2025, met een forse investering in de begroting van 2027. 1. Is er een beslismoment, of zijn er beslismomenten waarop de raad goedkeuring moet geven aan deze investeringen?
2. Zijn er meer beslismomenten die aan de Raad worden voorgelegd? 3. Bij welke investeringen is dit nodig? 4. In welke begrotingsbehandelingen wordt toestemming voor deze investeringen gevraagd? Meerwaarden denkrichting 1. Wanneer we akkoord gaan met onderzochte mogelijkheden (Knoppenmodel) waarin a. gesproken wordt over minder kunstgrasvelden b. Het niet verplaatsen handboogaccommodatie c. De besparing op brug, molenbiotoop en skillsgarden Wat zijn dan nog de meerwaarden buiten de financiële voordelen of welke meerwaarden vallen weg indien er alleen een financieel voordeel is?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 12 van 30
datum 13 januari 2021
Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten: 1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 2023-2029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Zie vraag 1 Zie vraag 1 Zie vraag 1 De meerwaarde van het Omnipark Erp is een ruimtelijke herinrichting van het beekdal van de Aa in Erp, waarin het herstel van beekzones, het creëren van waterberging en ecologische verbindingszones worden gecombineerd met het realiseren van toekomstbestendige voorzieningen voor sport, ontmoeting en recreatie. Het geheel levert daarmee een versterking op van de leefbaarheid in Erp, zodat dé centrale ontmoetingsplek van Erp ontstaat. De realisatie van een molenbiotoop en een skills garden zouden daarbij de kers op de taart zijn. Uit
ruimtelijk oogpunt gezien zou de verplaatsing van de handboogvereniging leiden tot verbetering van de zichtlijnen vanuit het centrum van Erp, maar het is geen must. Door aanpassing van de padenstructuur kan ook een brug komen te vervallen zonder nadelige effecten voor het totale plan. In plaats van 3 kunstgrasvelden worden 1 kunstgrasveld en 3 natuurgrasvelden voorgesteld. Dit beantwoordt aan de capaciteitsbehoefte van RKVV Erp en de vereniging kan zich ook hier in vinden. Participatie en draagvlak 2. Is er over dit collegevoorstel ook al contact geweest met de Raad van toezicht of stichtingsbestuur van het Omnipark? 3. Zo ja wat was hun antwoord hierop en zijn er o.a. bedenkingen geformuleerd? Is dat schriftelijk vastgelegd en kunnen wij dat inzien?
Ja. Direct na de vaststelling van het collegevoorstel is er een Teamsoverleg geweest met de Stuurgroep Omnipark de Brug. 3. De stuurgroep heeft begripvol gereageerd op de inhoudelijke wijziging van de voorkeursvariant. De stuurgroep ziet wel graag een besluit van uw raad met betrekking tot het Omnipark, zowel inhoudelijk als in tijd. De stuurgroep heeft daar ook de nodige zorgen over. Het bovenstaande is niet schriftelijk vastgelegd.
Financiële haalbaarheid 4. Vindt het college zelf dat dit raadsvoorstel haalbaar kan zijn met dit voorstel? Kortom zal de investering passend zijn in de komende begroting of verwacht het college dat er een begrotingstekort zal moeten worden aangevuld?
5. Voor hoeveel moet er dekking worden gezocht bij dit raadsvoorstel en hoeveel dekking zou er moeten worden gezocht als het volledige “ideaalplaatje" zou worden uitgewerkt?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 13 van 30
datum 13 januari 2021
Zoals voor elke nieuwe investering geldt dienen ook deze investeringen integraal te worden afgewogen in de meerjarenbegroting 2026-2029. Om bovenstaande reden kunnen we pas binnen het kader van de kadernota en meerjarenbegroting hierover uitspraken doen. Wanneer we in beide voorstellen uitgaan van dezelfde inkomsten zijn de te dekken lasten: - voorkeursvariant € 919.785 - raadsvoorstel: € 819.245
6. Wat denkt het college voor opbrengst te halen uit de eventuele huizenbouw op de huidige locaties van Tennispark en Korfbalvereniging? 7. Heeft het college gesproken met stichtingsbestuur Omnipark wat eventuele eigen financiële inbreng zou kunnen zijn en zo ja hoeveel is dat?
8. Wanneer is er duidelijkheid van financiële bijdrage waterschap? Is de gemeente voornemens subsidieaanvraag te doen bij de Europese Unie, rijk en provincie en particulieren fondsen?
Gefaseerde uitvoering 9. Wat is de visie van het college om eventueel in latere fasen alsnog onderstaande onderdelen te realiseren, wat zijn daarvan mogelijke consequenties, op wat voor een termijn zou dit wel o.a. financieel haalbaar zijn? Het gaat dan om: a. Toch naar 3 kunstgrasvelden b. Alsnog verplaatsen handboogaccommodatie c. Realisatie brug, molenbiotoop en skillsgarden VVD
1. Hoe zeker is dat het geraamde bedrag vanuit de Regiodeal definitief beschikbaar komt?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 14 van 30
datum 13 januari 2021
Vooralsnog is geen opbrengst geraamd uit woningbouw, Het huidige woningbouwprogramma voor Erp is gericht op Erp Noord. Met de stuurgroep Omniparkde Brug is gesproken over bijdragen van verenigingen. Echter, omdat er nog geen afspraken konden worden gemaakt over de overname van hun gebouwen zijn er geen afspraken gemaakt. Evenmin zijn er afspraken gemaakt over bijdragen uit de gemeenschap resp. het bedrijfsleven. Met het waterschap is in het vierde kwartaal een bespreking geweest over de financiële bijdrage van het waterschap. Dit heeft geleid tot een vervolgafspraak, een presentatie voor het DB en directie van het waterschap. Deze staat voor begin februari gepland. Daarna verwachten we duidelijkheid over de bijdrage te krijgen. Zodra de nieuwe subsidieprogramma’s (EU, Rijk en provincie) zijn vastgesteld kunnen we u hierover informeren. In een latere fase kan altijd de keuze gemaakt worden voor het realiseren van extra voorzieningen als de brug, molenbiotoop en de skills garden. Hetzelfde geldt voor het verplaatsen van de handboogaccommodatie, waarvan in het raadsvoorstel wordt afgezien en het vervangen van natuurgrasvelden door kunstgrasvelden. Beide laatste keuzes zullen dan ingegeven zijn door ruimtelijke motieven Over de bijdrage vanuit de Regiodeal kan nog geen uitspraak worden gedaan. Het opgenomen bedrag is gelijk aan de eigen inbreng van Meierijstad in de Regiodeal.
Bij toekenning van een bijdrage uit de Regiodeal komt er dus meer geld beschikbaar.
2. Hoe zeker is de geraamde minimale bijdrage van het Waterschap van ruim 1 miljoen?
3. We spraken in 2019 over een 0-scenario van nog geen 15 miljoen, nu wordt een bedrag geschetst van 21 miljoen. Wat is er veranderd?
4. Waarom zijn de investeringslasten (bijna 25 miljoen) in deze voorkeursvariant(en) stevig hoger dan in de varianten gepresenteerd eind 2019 (rond de 20 miljoen)?
5. Wordt met de gestelde voorkeursvariant tegemoetgekomen aan het amendement wat in 2019 is aangenomen om met ten minste één variant te komen die past binnen de bestaande exploitatielasten?
6. Wat zijn de exploitatiekosten van sportparken in Keldonk en Boerdonk (die mogelijk bespaard kunnen worden als zij ook mee ‘verhuizen’ naar het Omnipark)?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 15 van 30
datum 13 januari 2021
Het Waterschap heeft een bijdrage toegezegd, maar heeft de hoogte ervan nog niet bepaald. De opgenomen bijdrage is gelijk aan de uitgaven voor beekherstel en EVZ. Deze werkzaamheden worden niet uitgevoerd als er geen bijdrage door het Waterschap wordt toegekend. Om een goede vergelijking te kunnen maken met het voorkeurscenario zijn net als in het voorkeurscenario ook de kosten van het beekherstel en EVZ, onderhoudskosten tot het moment van vervanging en vooral de extra kosten als gevolg van indexering meegenomen. Alle kosten zijn met 2% per jaar geïndexeerd tot het moment van vervanging. Daarnaast is er ook 3% omslag voor organisatiekosten aan toegevoegd. Bovendien is in de voorkeursvariant het buiteninrichtingsplan nader uitgewerkt en zijn ook aanvullende voorzieningen aan toegevoegd als een molenbiotoop en een athletic skills park Ja, voorgelegd zijn de voorkeursvariant van de projectgroep Omnipark Erp en een door ons college bijgestelde variant in het raadsvoorstel. Beide varianten passen binnen de bestaande exploitatielasten. Zoals steeds is aangegeven is dit exclusief de kapitaallasten voor de investeringen waarvoor niet is gereserveerd. In het plan Omnipark is niet op voorhand een evt. verhuizing van sportparken Keldonk en Boerdonk meegenomen. Exploitatiekostenoverzicht nog toe te voegen.
7. Realisatie is mede afhankelijk van (particuliere) grondeigenaren. Is onteigening mogelijk om plannen te realiseren bij geen medewerking? 8. Zijn de handboogvereniging en vogelvereniging vertegenwoordigd in de projectgroep?
9. Omdat woningbouw op vrijkomende locaties uitgesloten is: welke alternatieve verdienmogelijkheden worden verkend binnen Erp om deze ambitie haalbaar te maken? (Bijv. woningbouw andere locaties?)
SP
Hart
1. Klopt het dat op blz 4 in de alinea onder de tabel het woordje niet is weggevallen? (..omdat het inrichtingsplan nog niet was uitgewerkt.) 2. We lezen dat realisatie afhankelijk is van grondeigenaren. Is daarmee al contact gelegd en zo ja, wat lijkt het perspectief dan?
1. U heeft pas op het laatste moment besloten om in uw voorkeursvariant de verplaatsing van handboogvereniging Doele Concordia Welvaren en de vogelvereniging De Edelzanger Veghel-Erp op te nemen. Wanneer en hoe zijn de verenigingen hierbij betrokken en wat is hun standpunt?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 16 van 30
datum 13 januari 2021
Ja, er wordt echter gestreefd om in goed overleg met de grondeigenaren tot aankoop te komen. Nee, met de handboogvereniging is wel als erfpachter binnen het plangebied gesproken over de voorkeursvariant. Als erfpachter stemde de handboogvereniging af met de vogelvereniging Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. In de kostendekking is niet uitgegaan van woningbouwopbrengsten omdat de woningbouwplannen voor Erp zijn gericht op ErpNoord. De woningbouwplannen zijn afgestemd op de woningbouwbehoefte. Daarom zijn nog geen andere woningbouwlocaties verkend Correct De drie grondeigenaren met de grootste percelen zijn tweemaal persoonlijk geïnformeerd. Allen hebben aangegeven onder voorwaarden medewerking te verlenen. De projectgroep Omnipark Erp heeft de verplaatsing van de handboogaccommodatie in haar voorkeursvariant meegenomen. Wij stellen in ons raadvoorstel voor om hiervan af te zien. Aanvankelijk zijn deze verenigingen via informatiebijeenkomsten over het Omnipark
Lijst Blanco
1. Wat is de juridische waarde van de beslissing van de raad als de denkrichting wordt onderschreven? 2. Er zijn meerdere kostenbesparingen te realiseren bij het Omnipark. Op welk moment worden de besluiten genomen om deze kostenbesparingen wel of niet door te voeren? Wat zijn mogelijke consequenties voor het aanpassen van de plannen? Een voorbeeld van kostenbesparing is bijvoorbeeld minder kunstgrasvelden, dus in plaats van 3 kunstgrasvelden 1 kunstgras- en 3 natuurgrasvelden. Dit heeft gevolgen voor de planopzet, omdat er dan 1 veld extra gerealiseerd moet worden. Dit heeft natuurlijk consequenties voor de planopzet. Kunnen zulke wijzigingen in de toekomst nog gemakkelijk worden doorgevoerd zonder grote consequenties?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 17 van 30
datum 13 januari 2021
geïnformeerd. Op dat moment was er nog geen directe noodzaak tot verplaatsing. Toen duidelijk werd dat het ruimtelijk gezien gewenst was om de handboogaccommodatie te verplaatsen is contact gezocht met de handboogvereniging en is met haar gesproken over de voorkeursvariant. Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen echter hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. De raad geeft hiermee aan inhoudelijk achter de het Omnipark te staan. Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten: 1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 20222029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en:de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Aanpassing van de plannen, bijv. het wel uitvoeren van de nu niet voorgestelde voorzieningen, is per beslismoment mogelijk. Alleen in geval uw raad voorzieningen wenst waarvoor meer grond nodig is,
3. Waarop is de bijdrage van 1.097.00 excl. BTW van het waterschap gebaseerd? 4. Wat is de reden dat er pas in 2025 wordt gestart met de voorbereiding MFA en niet al in 2023 of 2024? Is dit uitvoeringstechnisch niet haalbaar of is dit een politieke keuze? Als het uitvoeringstechnisch niet haalbaar is, welke werkzaamheden worden uitgevoerd in de jaren 2023 en 2024?
5. In het koppenmodel staan omslagkosten interne organisatie genoemd, wat betekent dit precies en wat voor soort kosten vallen hieronder? 6. Er wordt uitgegaan van 50.000 huuropbrengsten in de opzet van de exploitatie. Op basis waarvan is dit bedrag gebaseerd? Is hier er vanuit gegaan dat er commerciële partijen ruimten huren in de MFA? PvdA
1. Wanneer komt er zicht op aanvullende financiën, zoals subsidies en bijvoorbeeld bijdragen van (lokale) investeerders?
2. Klopt het dat, als we instemmen met de denkrichting en het beschikking stellen van voorbereidingskosten, u feitelijk al grondaankopen kunnen doen? En lopen we daarmee het risico dat er onomkeerbare en
Zaaknummer 1948360274
Pagina 18 van 30
datum 13 januari 2021
bijv. 5 in plaats van 4 voetbalvelden, dient er extra landbouwgrond aangekocht te worden. Deze bijdrage is gebaseerd op de geraamde uitvoeringskosten voor beekherstel en de realisatie van een ecologische verbindingszone (EVZ). Dit is een financiële keuze, omdat er op dit moment nog geen dekkingsmiddelen beschikbaar zijn. Op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is en de benodigde gronden zijn verworven zou met elke voorbereiding kunnen worden gestart. Uitvoeringstechnisch is ingeschat dat hiervoor enkele jaren nodig zijn. Dit is wel als zodanig aan de orde geweest in het gesprek met de omniparkers en in het persgesprek. De overhead (kosten voor personeel, huisvesting, ICTen management) van onze organisatie wordt sinds lange tijd voor een gedeelte toegerekend aan projecten. Dit zijn de huuropbrengsten van de huidige gebruikers (en verhuur vanwege evenementen) van gemeenschapshuis Ter Aa. Hierbij is geen rekening gehouden met commerciële huurders. Zodra de nieuwe subsidieprogramma’s (EU, Rijk en provincie) zijn vastgesteld kunnen we u hierover informeren. Hetzelfde geldt voor inkomsten verwervende activiteiten van de nieuwe beheerstichting. De gevraagde voorbereidingskosten zijn bedoeld voor de voorbereiding van een bestemmingsplan en het opstellen van rapporten en taxaties voor de waardebepaling van de benodigde grond. De
D66
verwachting wekkende activiteiten worden verricht terwijl de raad nog geen besluit heeft genomen over het totale plan? In het raadsvoorstel en het ontwerpbesluit wordt steeds gesproken over “Het uitvoeringsplan”. De rapporten die bij het raadsvoorstel zijn gevoegd zijn een “proces- en productbeschrijving” (Kragten-eindrapport), een “Programma van Eisen, onderdeel: ruimtelijk-functioneel” (Eindrapport PvE MFA) en “Resultaten individuele scan” (Duurzaamheidsscan). 1. Wat is “het uitvoeringsplan”?
voorbereidingskosten zijn niet bedoeld voor de aankoop van grond .
2. Indien het uitvoeringsplan, het Kragten-eindrapport is, is dan “de denkrichting” voorkeursvariant 2.2 uit dit rapport? Zo nee, wat wordt dan bedoeld met “de denkrichting”?
Met denkrichting willen we aangeven dat het Omnipark op de beschreven wijze uitgevoerd zou kunnen worden, volgens de door ons bijgestelde voorkeursvariant 2.2. in het eindrapport van Kragten. Het technische PvE is nog niet opgesteld omdat het op dit moment nog geen toegevoegde waarde heeft. Het wordt opgesteld zodra een voorbereidingskrediet voor het MFA is beschikbaar gesteld.
In het Eindrapport PvE staat dat een volledig PvE uit vier onderdelen bestaat en dat het onderhavige rapport het eerste deel is: het ruimtelijk-functionele Plan van Eisen. Er staat dat het technische PvE in een separate rapportage is opgenomen. 3. Is dit technische PvE al beschikbaar? Zo ja, kan het beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt het beschikbaar? Er staat dat het financiële PvE door de gemeente wordt opgesteld. 4. Is dit al beschikbaar? Zo ja, kan het beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt dit beschikbaar? Er staat dat Team Sygma, parallel aan het opstellen van het PvE, exploitatiecijfers en scenario’s mbt de exploitatie in beeld brengt als separate rapportage. 5. Is deze rapportage al beschikbaar? Zo ja, kan deze beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt het beschikbaar?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 19 van 30
datum 13 januari 2021
Het geheel van producten is het uitvoeringsplan. Voor deze benaming is gekozen omdat het geheel gereed is voor het opstarten van de uitvoering.
Het financiële PvE (kostenraming) ligt u ter inzage bij de griffie.. De exploitatiemodellen van Team Sygma liggen voor u ter inzage bij de griffie.
Het financiële overzicht kent verschillende aspecten. 6. Het Kragten-eindrapport noemt in bijlage 8 als investeringsoverzicht voor het park een totaalbedrag van 9,5 miljoen euro. Waar is dit bedrag terug te zien in het raadsvoorstel?
In het raadsvoorstel zijn deze kosten opgenomen in de tabel op pagina 7 en als volgt verdeeld:
7. Het raadsvoorstel komt op een totaalbedrag van 24 miljoen terwijl in het raadsvoorstel van oktober 2019 dit nog 19,5 miljoen was. Waardoor wordt het verschil veroorzaakt?
Alle kosten zijn met 2% per jaar geïndexeerd tot het moment van vervanging. Daarnaast is er ook 3% omslag voor organisatiekosten aan toegevoegd. Bovendien is in de voorkeursvariant het buiteninrichtingsplan nader uitgewerkt en zijn ook aanvullende voorzieningen aan toegevoegd als een molenbiotoop en een athletic skills park Het bedrag van € 72.000 was de som van de kapitaallasten in de periode 2028-2032 (€ 326.000) en het tekort op de exploitatie voor het MFA (€ 26.000) minus het basissubsidiebedrag (€ 280.000). Hierin zijn niet de kapitaallasten en de onderhoudskosten van de buiteninrichting opgenomen omdat het inrichtingsplan nog niet was uitgewerkt. Vermeld is wel dat de investeringskosten geraamd werden op ruim € 10.200.000. Zie de toelichting op pagina 4 van het raadsvoorstel.
8. In oktober 2019 is een jaarlijkse extra (kapitaal)last van 72.000 per jaar geraamd. In het voorliggende raadsbesluit staat: “De jaarlijkse extra lasten ten opzichte van de huidige gemeentebegroting van het uitvoeringsplan bedragen € 772.670 (kapitaallasten) + € 46.575 (onderhoudskosten parkzone ca) = € 819.245.” Wat is het verschil tussen de geraamde jaarlijkse extra kapitaallasten ruimt een jaar geleden en nu? Waar wordt het verschil door veroorzaakt?
9. Is er inzicht in wat realisatie van het Omnipark betekent voor de jaarlijkse exploitatie van de verenigingen en organisaties die er gebruik van
Zaaknummer 1948360274
Pagina 20 van 30
datum 13 januari 2021
Bestemmingsplan Voorbereiding Omnipark Omnipark sportzone Omnipark overige zones Totaal
60.000 671.001 4.905.000 3.863.999 9.500.000
Die exploitaties van de verenigingen zijn verwerkt in de exploitatiemodellen van Team Sygma die voor u ter inzage liggen bij de griffie..
maken? Zo ja, kan dat beschikbaar worden gesteld? Zo nee, kan dat opgesteld worden? 10. Is er inzicht in het effect van realisatie van dit MFA op de exploitatie van verwante gebouwen of verenigingen en hun behoefte aan subsidie of andere steun vanuit de gemeente? Zo ja, kan dit beschikbaar worden gesteld? Zo nee, kan dit opgesteld worden?
Het ontwerpbesluit betreft bij punt 2 “de dekking” van de voorbereidingskosten en bij punt 4 “de dekking” van het gefaseerde uitvoeringsplan. 11. Waar en wanneer is of wordt het besluit genomen voor de investering in het Omnipark en voor welk bedrag?
Het ontwerpbesluit punt 3 betreft het uitvoeringsplan in fasen met bijbehorende beslismomenten. 12. Wat is, buiten het financiële besluit over de dekking, het eerstvolgende (inhoudelijke) besluit tav het Omnipark dat aan de Raad wordt voorgelegd? In het Eindrapport PvE van juni 2020 staat dat gesprekken plaatsvinden met de handboogvereniging en vogelvereniging over eventuele deelname in de MFA maar dat in voorliggend rapport hiervoor geen programma is opgenomen. In het Kragten-eindrapport van 6 november 2020 is ook nog
Zaaknummer 1948360274
Pagina 21 van 30
datum 13 januari 2021
Dit MFA herbergt verenigingen die voorheen (alleen) gebruik maakten van gemeenschapshuis Ter Aa, aangevuld met de buitensportverenigingen die daarvoor hun accommodatie verlaten. Het MFA heeft dus geen effect op de exploitatie van andere gebouwen of verenigingen. Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten: 1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 2022-2029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en:de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Kadernota 2022 (voorbereidingskredieten, zie vraag 11)
Het overleg over de handboogaccommodatie is steeds gevoerd vanuit de projectgroep Omnipark Erp. Op 18 november heeft de handboogvereniging uitgesproken voorkeur te geven aan hun huidige accommodatie
sprake van gesprekken met deze verenigingen over hun deelname in het MFA. Uit de ingekomen reacties van 18 november is zeer duidelijk dat beide verenigingen voorkeur hebben voor de huidige accommodatie. 13. Hoe heeft het overleg met genoemde verenigingen plaatsgevonden? 14. Wanneer is aan genoemde verenigingen concreet de vraag voorgelegd voor participatie in het MFA?
Als besluit 5 is geformuleerd “Het college opdracht te geven te starten met de herziening van het vigerende bestemmingsplan en de grondverwerving.” 15. Wat wordt bedoeld met “starten”? Meer concreet: welke activiteiten, bevoegdheden en beslissingen horen hiertoe?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 22 van 30
datum 13 januari 2021
Aanvankelijk zijn deze verenigingen via informatiebijeenkomsten over het Omnipark geïnformeerd. Op dat moment was verplaatsing nog niet in beeld. Toen duidelijk werd dat het ruimtelijk meerwaarde zou bieden de handboogaccommodatie te verplaatsen is contact gezocht met de handboogvereniging en is met haar gesproken over de voorkeursvariant. Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen echter hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. Hiermee wordt bedoeld dat een concept voor een ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld en dat met de grondeigenaren wordt gesproken over de voorwaarden voor grondverwerving, voorzien van rapportages en taxatie voor de waardebepaling van de gronden.
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘harmonisatie diverse regelingen-laaghangend fruit’(1e tranche) Fractie
Vragen
Antwoorden
HIER
1. Wat zijn de feitelijke wijzigingen ten opzichte van de eerdere genomen besluiten in de raad? Besluiten wij hier iets anders dan wat eerder is vastgesteld in de raad? Wat zijn dan precies de wijzigingen waar wij dan als raadsleden iets van moeten vinden
Het betreft een harmonisatie van tientallen regelingen in honderden bestemmingsplannen op basis van bestaand gemeentelijk beleid van Meierijstad. Soms houdt de doorvertaling van beleid in regels een verruiming in van de mogelijkheden van het bestemmingsplan, maar in sommige gevallen betreft het een beperking van bestaande mogelijkheden. Doorgaans betreft het een verruiming van bouw- en gebruiksmogelijkheden ten opzichte van de bestaande (vaak verouderde) bestemmingsplanregels.
HIER
2. In hoeverre biedt dit besluit de mogelijkheid om andere nieuwe woonvormen aan te nemen in het buitengebied
Zaaknummer 1948360274
Pagina 23 van 30
datum 13 januari 2021
De nieuwe regelingen wijken inhoudelijk niet af van het door de raad vastgestelde beleid, maar zorgen er juist voor dat dit beleid vertaald wordt naar bindende voorschriften in het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe woonvormen mogelijk. Omdat in dit plan alleen de regels over het gebruik van woningen geharmoniseerd is, gaan de in het plan opgenomen regels alleen over huisvesting in de vorm van een huishouden en, in afwijking daarvan, voor maximaal 4 kamerhuurders. Een regeling over vormen van grootschalige huisvesting of nieuwe woonvormen maakt geen onderdeel uit van deze harmonisatie.
HIER
3. Bij argumenten 2.1 wordt het hiaat gedicht ten aanzien van kamerverhuur. Geldt dit voor zowel binnen als buiten bebouwde kom?
CDA
1. Wat betekent het in de praktijk voor de besluitvorming als eerdere beleidsregels geformaliseerd worden tot algemeen verbindende voorschriften en nieuw ontwikkeld beleid zijn doorwerking krijgt in de regelingen? Wat wordt dan de werkwijze ten aanzien van de besluitvorming? Op welke momenten heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om hier eigen afwegingen in te maken? Ligt de bevoegdheid dan alleen bij College en ambtelijke organisatie?
De instructieregels aan de Brabantse gemeenten voor het toestaan van afwijkende woonvormen buiten het stedelijk gebied worden momenteel nog opgesteld door de provincie in het kader van de Agenda Wonen en de nieuwe Omgevingsverordening die zij op aan het stellen is. Het bestemmingsplan voorziet in nieuwe geharmoniseerde regelingen voor kamerverhuur in zowel buitengebied als bebouwde kom. De hiaten dat er geen ‘wonen in woningen’ voorgeschreven was, speelde met name binnen delen van de kernen Veghel en Schijndel met verouderde regelingen. Voor die gebieden heeft de raad een voorbereidingsbesluit genomen op 8 april 2020. De regels in een bestemmingsplan zijn algemeen verbindend: deze gelden voor iedereen. Dit plan betreft met name het harmoniseren van deze regels, zodat deze in lijn zijn met het beleid dat de raad eerder vastgesteld heeft. De raad stelt regelingen vast in het bestemmingsplan en bepaald daarmee wat er verstaan wordt onder ‘goede ruimtelijke ordening’. Het college voert het beleid uit door aanvragen voor omgevingsvergunningen te toetsen aan deze regels in het bestemmingsplan. De daadwerkelijke vergunningverlening voor activiteiten die met het bestemmingsplan via omgevingsvergunning toegestaan worden (reguliere omgevingsvergunningen) gebeurt gemandateerd door de ambtelijke organisatie.
Zaaknummer 1948360274
Pagina 24 van 30
datum 13 januari 2021
Bij zaken die niet passen in het bestemmingsplan vindt een gemandateerde afhandeling alleen plaats voor kruimelgevallen en voor uitgebreide procedures indien er bij uitgebreide procedures indien er géén zienswijzen ingediend zijn. De raad heeft alleen een mogelijkheid om een afweging te maken indien voor een buitenplanse afwijking een uitgebreide procedure omgevingsvergunning nodig is én voor de betreffende vergunning een ‘verklaring van geen bedenkingen’ nodig is van de raad.
CDA
2. Bij de argumenten wordt aangegeven dat dit een tussenstap is naar één toekomstig omgevingsplan. Geharmoniseerde regelingen liggen aan de basis om de overstap naar een omgevingsplan te vereenvoudigen. Daarbij worden geldende regelingen beleidsmatig geactualiseerd, zodat ze een afspiegeling zijn van het relevante beleid, aldus het raadsvoorstel. Hoe verloopt de besluitvorming rond beleidsmatige aanpassingen? Hoe wordt de integraliteit van beleidskeuzen geborgd?
Zaaknummer 1948360274
Pagina 25 van 30
datum 13 januari 2021
Onder de Omgevingswet is het college bevoegd gezag voor álle afwijkingen van het omgevingsplan en zal de raad zelf moeten aangeven over welke omgevingsvergunningen met ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ hij een adviesrecht wil hebben. Dat advies van de raad is in die gevallen bindend. Als van tevoren géén adviesrecht is vastgelegd, is het volledig aan het college om een afweging te maken of een omgevingsvergunning verleend wordt, waarbij uiteraard wel de door de raad vastgestelde omgevingsvisie in acht genomen dient te worden. Het maken van (integrale) beleidskeuzes wordt onder de Omgevingswet beoogd door de verplichting om één omgevingsvisie vast te stellen, waarin de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid staan. De bevoegdheid voor het vaststellen van deze omgevingsvisie ligt bij de gemeenteraad.
CDA
CDA
Hoe wordt voorkomen dat de nog niet uitgewerkte onderdelen de sluitpost gaan vormen, waarvan alle andere deelonderwerpen ruimte opgesoupeerd hebben? Wanneer kan de Raad hier een afweging in maken, zonder op het eind van het traject de totale visie op de schop te moeten gooien? Op welke manier wordt de gemeenteraad bij deze aanpassingen betrokken en kan de raad haar eigen keuzen hierin maken? 3. De bouwregels en de kruimelregeling worden bekrachtigd door middel van dit parapluplan. Wat is de omvang van besluiten die onder de kruimelregeling gaan vallen, na vaststelling van dit raadsvoorstel? Wordt dit aan de voorkant aangegeven, zodat de raad het kan agenderen als zij het de reikwijdte het mandaat van het college vindt overstijgen? Of is deze bevoegdheid met het aannemen van dit voorstel volledig gemandateerd aan het College?
4. Bij de kanttekeningen wordt aangegeven, dat er discrepanties tussen sectorale belangen naar voren kunnen komen. Het kan hierbij ook gaan
Zaaknummer 1948360274
Pagina 26 van 30
datum 13 januari 2021
Het college kan voor de uitvoering van de omgevingsvisie programma’s opstellen om doelen uit de omgevingsvisie te behalen. Ook kan doorwerking van de visie gedaan worden door regels te verbinden aan activiteiten in het omgevingsplan. De bevoegdheid om gebruik te maken van de ‘kruimellijst’ uit het Besluit omgevingsrecht om omgevingsvergunningen in afwijking van het bestemmingsplan te kunnen verlenen, ligt wettelijk gezien exclusief bij het college. Uiteraard kan het toepassingsbereik van het kruimelgevallenbeleid wel onderwerp zijn van politieke discussie tussen college en raad over wat wenselijk is in de gemeente in het kader van de ‘goede ruimtelijke ordening’. De regelingen uit de ‘beleidsregel kruimelgevallen’ worden vaak gebruikt om zaken mogelijk te maken die beleidsmatig akkoord zijn, maar die nog botsen met (verouderde) regels in bestemmingsplannen. Bijvoorbeeld het toestaan van aan huis verbonden beroepen of bedrijven, waarvoor na vaststelling van het bestemmingsplan ‘harmonisaties van diverse regelingen’ geen (dure) vergunning meer nodig is op grond van de kruimelgevallenregeling, maar waarbij deze activiteiten -onder voorwaarden- rechtstreeks mogelijk gemaakt worden. De harmonisaties die plaatsgevonden hebben in het bestemmingsplan, zijn gebaseerd op vastgesteld
over ontwikkelingsmogelijkheden, die tegenstrijdig zijn bij nog niet uitgewerkte onderdelen van ‘vitaal buitengebied’. Er wordt gesteld dat voor het opstellen van de regeling wordt uitgegaan van het meest recente en meest concrete beleid. Kunt u een lijst maken van de prioritering van deze beleidsregels op basis door de genoemde criteria “meest recent” en “meest concreet”?
SP
1. Er wordt gesproken over kamerverhuur voor maximaal vier personen die geen huishouding vormen en een afstand van 75 meter. Hoe wordt dit gecontroleerd en gehandhaafd en is bij de gemeente bekend en duidelijk wie op welk adres verblijft?
SP
2. Inhoud van wat ondergronds gebouwd wordt telt niet mee bij het bepalen van maximale inhoud van een gebouw. Dus een complete ondergrondse bouwlaag telt niet mee. Wat is de reden voor deze regeling en heeft dit consequenties voor de berekening van de OZB?
beleid. Voor de onderdelen van ‘vitaal buitengebied’ die beleidsmatig nog niet uitgewerkt zijn en vastgesteld zijn door de raad, zijn geen regelingen opgenomen. De discrepanties zitten met name op het scheidsvlak van de visie Toerisme en Recreatie (globaal, uitnodigend) en de Horecavisie en Detailhandelsvisie (concreet, restrictief voor het buitengebied). Een aantal keer per jaar worden themacontroles uitgevoerd, ook m.b.t. dit thema. Het 75 meter criterium wordt ook meegenomen bij het beoordelen van vergunningaanvragen. De adressen met een dergelijke vergunning worden in ons systeem vastgelegd en kunnen door vergunningverleners en toezichthouder worden geraadpleegd. Het toestaan van kelderruimte of een ondergrondse verdieping zat al in de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied. Voor de ruimtelijke impact (met name beeldkwaliteit) is de bovengrondse bouwmassa bepalend. De inhoudsmaat van een woning wordt daarom gerelateerd aan de bovengrondse bebouwing. Voor de OZB is de waardebepaling van de WOZ bepalend, niet de mogelijkheden van het bestemmingsplan. De WOZ waarde is de geschatte marktwaarde. Indirect kan een verruiming van het bestemmingsplan natuurlijk wel (op termijn) van invloed zijn op de marktwaarde van een object.
Zaaknummer 1948360274
Pagina 27 van 30
datum 13 januari 2021
Hart
1. Met betrekking tot zienswijzen reclamant 7, Stichting Schaapskooi Schijndel: op welke wijze wijkt het huidig gebruik ‘op het perceel buiten het bebouwingsvlak’ af van de gebruiksregels?
Hart
2. Eveneens met betrekking tot zienswijzen reclamant 7, Stichting Schaapskooi Schijndel: is er voor de gemeente zelf een belang dat ‘het bebouwingsoppervlak conform de actuele plattegrond wordt gemaakt’ en ‘het maximale bebouwingsoppervlak conform de huidige situatie wordt opgenomen’? 1. N.a.v. zienswijze 1: het voorstel leidt er dus toe dat de betreffende monumentale woning niet kan worden hersteld (omdat woningsplitsing in 2 woningen niet mogelijk is omdat de agrarische bedrijfsactiviteiten worden voortgezet) en waarschijnlijk dus verder zal verloederen? Klopt die conclusie?
PvdA
Op dit moment liggen een vijver en bebouwing aan de achterzijde die in 2015 gerealiseerd zijn buiten het bestemmingsvlak ‘Gemengd - Schaapskooi’, in de bestemming ‘Agrarisch gebied met waarden – Natuur en landschap’. Ook de groenten-, fruit- en kruidentuin naast de ingang van het terrein ligt binnen de agrarische bestemming. De gemeente heeft geen direct belang bij deze aanpassing, dit is met name van belang voor de Stichting Schaapskooi Schijndel, volgens de ingediende zienswijze vanwege de rechtszekerheid die men daar aan kan ontlenen. De conclusie, dat het bestemmingsplan niet voorziet in een generieke regeling waarbij de splitsing van een actieve bedrijfswoning in twee bedrijfswoningen toegestaan wordt bij monumenten of beeldbepalende panden, klopt. Woningsplitsing wordt in de nieuwe regeling, conform de regelingen in de geldende plannen van het buitengebied, alleen mogelijk gemaakt als er sprake is van bedrijfsbeëindiging. Daarmee kan echter niet zonder meer geconcludeerd worden dat in het specifieke geval de monumentale woning dus niet kan worden hersteld. Onderhoudsverplichtingen op grond van de Erfgoedwet en eventuele subsidiemogelijkheden voor monumenten maken immers geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.
Zaaknummer 1948360274
Pagina 28 van 30
datum 13 januari 2021
PvdA
PvdA
2. Naar aanleiding van zienswijzen zal artikel 3.6 vervallen, omdat het niet mogelijk blijkt een en ander rondom reststroken, zones tuin en erf e.d. niet goed te vertalen in deze harmonisatie. Wat betekent dit in de praktijk? Dat er geen regels komen in het definitieve bestemmingsplan en alles via afwijkdossiers afgehandeld moet worden? Of dat de kruimelregeling 2020 voor altijd blijft bestaan?
3. Schuilmogelijkheden voor dieren. De mogelijkheden daartoe worden beperkt als gevolg van de provinciale regels uit de Interim Omgevingsverordening (beperken tot kernrandzones). Dat kan in de
Zaaknummer 1948360274
Pagina 29 van 30
datum 13 januari 2021
Ook kan er wellicht kan bij specifieke gevallen afgeweken worden van de generieke regels voor woningsplitsing. Die overweging om voor een specifieke woning een uitzondering te maken, maakt echter geen onderdeel uit van de harmonisatie van de bestaande regels. Op dit moment bestaan er tientallen verschillende regelingen in bestemmingsplannen waarmee erfbebouwing geregeld is. Deze variëren dusdanig, dat er bij het opstellen van een generieke regeling uitgegaan zou moeten worden van een virtuele zone voor voortuin, hoofdgebouw en erfbebouwing, die niet altijd aanwezig zijn op verbeeldingen/plankaarten van deze bestemmingsplannen. Dit maakt het toepassen van een generieke regeling in combinatie met bestaande plansystematiek voor bebouwing voor de toetsing van vergunningen uitermate complex. Het omgevingsplan geeft straks ten opzichte van de huidige bestemmingsplannen bredere mogelijkheden om activiteiten toe te staan. Bijvoorbeeld door het te koppelen aan een open normering, zoals het voldoen aan een vastgesteld beleid voor gebruik van reststroken. Totdat er een regeling in het omgevingsplan is opgenomen achten we het opportuun om in voorkomende gevallen af te wijken van de regels via een omgevingsvergunning. Er zijn geen mogelijkheden opgenomen voor het oprichten van schuilgelegenheden buiten de kernrandzones, voor zover die niet binnen een