CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden technische vragen raad 1 april 2021.docx

Commissie Mens en Maatschappij 18 maart 2021, gemeente Meierijstad9.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Technische vragen raadsvergadering 1 april 2021 Vaststelling geactualiseerd normenkader 2018-2021 Fractie

Vragen

Antwoorden

Lokaal

1. We stellen het normenkader vast om te dienen als basis voor toetsing van de rechtmatigheid tijdens de controle door de accountant. Onder voorbehoud van vaststelling van de wetgeving door de 2de kamer, moet het college van Burgemeester en Wethouders vanaf 2021 een verklaring afgeven met betrekking tot de rechtmatigheid. Daarom dienen wij als raad de norm te stellen. Tot heden hebben wij als raad nog niets vernomen met betrekking tot deze rechtmatigheidsverklaring. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van deze rechtmatigheidsverklaring? Wanneer worden wij als raad hierin meegenomen?

Het normenkader dat nu voorligt in de Raad heeft betrekking op de (controle van) de jaarrekening 2020. De nieuwe wetgeving heeft betrekking op jaarrekening 2021. Zoals in de vraag vermeld is deze wetgeving nog niet vastgesteld. Vanwege onzekerheid over vaststelling is er nog niet met de Raad over gesproken. Bedoeling is om bij de bespreking van het accountantsrapport op de jaarrekening 2020 tevens te spreken over de veranderingen per 2021: de invoering van de rechtmatigheidsverklaring / verantwoording. In overleg met de griffie en de agendacommissie zal worden bepaald hoe deze bespreking het beste kan worden vormgegeven. Ambtelijk worden in het kader van de interne controle voorbereidingen getroffen voor de implementatie van de rechtmatigheidsverklaring.

Gewijzigde vaststelling overgangsverordening fysieke leefomgeving (1e tranche), inclusief wijziging APV en Bouwverordening Fractie

Vragen

Antwoorden

CDA

1. Er wordt aangegeven dat de zienswijzen zijn verwerkt in de nu voorgestelde geurnormering van de veehouderij. Heeft er overleg plaatsgevonden met belangorganisaties over het aanpassen van de geurnormen, na de verwerking van de zienswijzen in het raadsvoorstel? Zo ja, wat was hun reactie op de aanpassingen? Zo nee, waarom is er niet naar de indieners van zienswijzen gecommuniceerd?

Enerzijds is ons college doorgaand in gesprek met inwoners en partners in de samenleving, anderzijds werkt de gemeenten in stappen waartussen kleine pauzes zitten. De beleidsvorming verloopt immers in fasen (zie ook het antwoord op de vraag HART-1). In een eerste fase voor deze verordening was er extern overleg in zowel het project Vitaal buitengebied als het project omgevingsvisieomgevingsplan. Zo was er op 19 mei 2020 in het Thuislab Omgevingswet gelegenheid om met elkaar te spreken over geurnormering veehouderij. Die fase was gericht op het opstellen van de beleidsdocumenten. In een tweede fase heeft het college een ontwerpverordening ter inzage gelegd. In een derde fase zijn er zienswijzen ingezonden. In een vierde fase heeft het college een reactie op de zienswijzen geformuleerd. In een vijfde fase kan uw raad die reactie op de zienswijzen bekrachtigen. In een zesde fase deelt de gemeente de reactie op de zienswijzen met de inzenders. Natuurlijk kunnen er contacten zijn van het college en zijn organisatie mét externen in de fasen 2 t/m 5, en die waren er ook wel, maar het is niet zo dat inzenders van zienswijzen een inhoudelijke reactie krijgen voordat het gemeentebestuur die inhoudelijke reactie heeft vastgesteld. Uit de email die de ZLTO-afdeling op 24 november 2020 uw leden toezond, blijkt ook wel dat zij begreep dat in de huidige fase 5 uw raad aan zet is.

Zaaknummer 1948366377

Pagina 2 van 32

datum 08-02-2021

CDA

2. Wat kunnen de gevolgen, financieel en bedrijfsmatig, van deze maatregel zijn voor bedrijven, die bijvoorbeeld een kleine aanpassing moeten doen bij een nog recent bedrijf waar nu een geurnorm van 14 telt (wellicht voormalig landbouwontwikkelingsgebied)? Wat is het aantal bedrijven dat door de correcties in de geurnormen op of boven de norm komen te zitten?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 3 van 32

datum 08-02-2021

De geurnormen verplichten niet tot aanpassingen van bestaande bedrijven. Alleen indien voor een veehouderij een nieuwe omgevingsvergunning nodig is, wordt aan de geurnormen getoetst. En als er dan slechts een kleine aanpassing nodig is om aan de dan actuele geurnorm te voldoen, dan zijn de financiële gevolgen voor het bedrijf ook gering. Misschien komt het bedrijf voortaan zelfs in aanmerking voor financiering door specifieke banken of fondsen die vanuit hun randvoorwaarden van duurzaamheid eerder niet met dat bedrijf zaken zouden doen. Van de 679 bedrijven in de ODBN-analyse zijn er in Meierijstad 40 die door de voorgestelde geurnormen extra belemmerd worden (< 6%). In de analyse is natuurlijk niet zichtbaar hoeveel van die bedrijven zich al door andere factoren dan geurnormen moeilijker zouden ontwikkelen. Wij hebben onze omgevingsdienst gevraagd of de adviseur daar misschien een aanvulling had op het voorgaande: Om dit aantal [geurnorm-overschrijdende bedrijven] boven water te krijgen zullen alle vergunningen los bekeken moeten worden omdat dit informatie is die niet op een andere manier digitaal vastgelegd en beschikbaar is. Enkel de emissies zijn zo geregistreerd, niet de op de geurgevoelige objecten berekende immissies.

Dit heeft overigens een logische reden aangezien de geurfactoren uit de Rgv en de rekenmethodieken en rekenmodellen in de tijd regelmatig wijzigen, zoals bijvoorbeeld recentelijk met versie 2020 van het rekenmodel V-Stacks Vergunning. In een vergunning worden enkel dieraantallen binnen een bepaald huisvestingssysteem vergund, niet een bepaalde geuremissie of -immissie.

CDA

3. In de “Aanleiding” raadsvoorstel wordt aangegeven dat dit een tussenproduct is ter voorbereiding van het ‘Omgevingsplan’ om de verzameling van bestemmingsplannen te harmoniseren en om recente beleidsnota’s te verwerken. Hoe gaat men om met speerpunten, zoals vitaal buitengebied, die nog niet uitgewerkt zijn in een beleidsnota? Wie bepaalt op welke wijze dit zijn vertaling krijgt in de omgevingsvisie? Op welke wijze hebben we als gemeenteraad hier nog inspraak in? Hoe wordt de integraliteit van beleidskeuzen geborgd? Hoe wordt voorkomen dat de nog niet uitgewerkte onderdelen de sluitpost gaan vormen, waarvan alle andere deelonderwerpen ruimte opgesoupeerd hebben? Wanneer kan de Raad hier een afweging in maken, zonder op het eind van het traject de totale visie op de schop te gooien? Op welke manier wordt de gemeenteraad bij deze aanpassingen betrokken en kan de raad haar eigen keuzen hierin maken?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 4 van 32

datum 08-02-2021

a) In het huidige stadium van onze ontwikkeling van het omgevingsbeleid worden nog geen regels voorgesteld over onderwerpen waarover nog geen inhoudelijk beleid is geformuleerd. Maar omdat de omgevingsvisie integraal moet zijn voor het geheel van de fysieke leefomgeving, worden onderwerpen waarover niet eerder inhoudelijk beleid is geformuleerd aangevuld in de omgevingsvisie. De mate van detaillering van zulke aanvullingen varieert. b) Uw raad bepaalt de inhoud van de omgevingsvisie, slechts ingekaderd door artt. 3.2 en 3.3 Omgevingswet. Met enkele richtingwijzers in het koersdocument heeft u ons college op 18 april 2019 op weg geholpen om de inhoud van de omgevingsvisie te ontwikkelen. Verder biedt uw raad ons college een bouwsteen voor het omgevingsbeleid met elk raadsbesluit over de fysieke leefomgeving. c) Uw raad heeft geen inspraak maar is bevoegd voor, tijdens en na de beleidsontwikkeling door ons college. In het koersdocument voor de programmalijn, in het projectplan omgevingsvisie-omgevingsplan en in een recente raadsinformatiebrief staat beschreven hoe we de betrokkenheid van uw raad bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie voor ons zien. Uw raad heeft al inhoudelijke richtingwijzers meegegeven. Uw raad beslist in bijna elke vergadering over bouwstenen.

Uw leden kunnen deelnemen aan bijeenkomsten van het BuitenLab Omgevingswet, het OpenLab Omgevingswet en aan sessies van het ThuisLab Omgevingswet. Voor bijeenkomsten van het BuitenLab Omgevingswet worden uw leden nadrukkelijk uitgenodigd. Uw agendacommissie heeft met ons college besproken dat uw leden met ons in gesprek gaan aan de hand van een voorontwerp van de omgevingsvisie (d.d. 21 januari 2021).

CDA

4. Bij genoemde argumenten in het raadsvoorstel wordt expliciet de nadruk gelegd op de geurnormen voor de veehouderij. Waarom enkel op de veehouderij? Wanneer worden de normen uitgewerkt voor de overige bedrijvigheid in Meierijstad? Zijn de gevolgen die de aangepaste normen voor de veehouderij hebben, voor zowel de transitie, als voor de bedrijfsontwikkeling in beeld? Wat zijn deze gevolgen dan?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 5 van 32

datum 08-02-2021

d) De integraliteit van beleidskeuzen wordt op verschillende manieren geborgd. Integraliteit komt om te beginnen van het coalitieakkoord en het collegewerkprogramma waarin ineens en tezamen beleidsvoornemens over verschillende onderwerpen zijn opgenomen. Vervolgens is er integraliteit dankzij een themadirecteur die de totstandkoming monitort van alle collegeadviezen inzake de fysieke leefomgeving. Tot slot is er integraliteit doordat zowel met het college als met uw raad er een collectief is dat besluit over de voorstellen over verschillende onderwerpen. Bij het bevorderen van integraliteit hebben we profijt van de omgevingsvisie-in-wording waarin de verschillende onderwerpen hun plek hebben. e) Zie de delen a en d van deze beantwoording. f) Zie het deel c van deze beantwoording. g) Zie de delen b en c van deze beantwooording. a) Omdat de Wgv die de wettelijke grondslag biedt voor hoofdstuk 7 van de verordening niet ziet op andere sectoren dan veehouderij. b) Tussen nu en 2029. Zie ook de beantwoording op vraag CDA-7. c) In algemene termen wel. d) De gevolgen zijn dat veehouderijen met dieren met een geuremissiefactor gestimuleerd worden om bij bedrijfsaanpassingen te investeren in het voorkomen en/of afvangen van geuremissie, en geremd worden bij eventuele wensen om op traditionele voet verder te groeien.

Tot de gevolgen behoort ook dat het woon- en leefklimaat in het landelijk gebied verbetert en dat daarmee gunstiger condities ontstaan voor andere bedrijvigheid dan veeteelt (dat zijn ook de

CDA

CDA

5. “Het project Vitaal buitengebied zou een kwaliteitskader voor geur en fijnstof opleveren als één van de deelprojecten. Dit geheel krijgt een plek in het nieuwe omgevingsbeleid: de analyse en de doelstelling worden opgenomen in de omgevingsvisie. De regels worden opgenomen in het omgevingsplan en andere maatregelen kunnen hun plek krijgen in programma’s op basis van de omgevingswet. Vooruitlopend op regels over verschillende bronnen van luchtvervuiling en geurhinder in het omgevingsplan, zijn in het tussenproduct de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad geurnormen op te nemen van de Wgv. Deze verordening kan niet gebruikt worden om meteen andere soorten geurhinder of luchtvervuiling aan te pakken.” Wat bedoelt u hiermee? 6. Er wordt gesteld dat nadelige gevolgen voor de veehouderij beperkt zijn. Welke gevolgen betreft dit dan en over hoeveel bedrijven gaat dit? Is er ook inzicht in de financiële consequenties voor deze bedrijven?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 6 van 32

datum 08-02-2021

condities voor ondernemers die tot dan toe agrarisch ondernemer waren maar bijvoorbeeld doorgaan in recreatie). Die laatste zin verwijst ernaar dat art. 6 Wgv de grondslag is voor hoofdstuk 7 van de verordening en dat deze wettelijke grondslag geen mogelijkheden biedt voor geuremissie van andere bronnen dan bepaalde veehouderijen en ook niet voor andere emissies dan geur.

De mogelijke ontwikkeling van veehouderijen in Noord-Brabant is van veel factoren afhankelijk. De Meierijstadse geurnormen zijn daarvan maar een klein deel. Het gevolg van de voorgestelde geurnormen is dat één van de randvoorwaarden voor onveranderde groei van de veehouderij iets strenger wordt. En zoals we zien in andere gemeenten waar in het landelijk gebied al wel geurnormen gelden lager dan 14 OUE/m3, blijven er heus ontwikkelingsmogelijkheden over. Voor de vele bedrijven op al hun specifieke locaties te midden van andere functies, en met elk hun eigen combinatie van meewegende factoren, is niet zomaar te berekenen wat consequenties van een andere geurnorm zouden zijn. Andersom kunnen we ook niet zomaar berekenen wat de maatschappelijke lasten of misgelopen baten zijn van de geëxternaliseerde negatieve effecten van intensieve

CDA

7. De duurzaamheidsvisie beschrijft dat Meierijstad in 2050 schoonen emissieloos is. De geurnormering is daarvoor een instrument, aldus uw reactie op de zienswijzen. Wanneer is het beleid gereed voor het overige deel van Meierijstad? Waarom is het onderzoek niet breder en betrekken we niet alle sectoren (Industrie en Verkeer) bij de te nemen maatregelen?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 7 van 32

datum 08-02-2021

veehouderij. Maar het is wel uw beleid om de geëxternaliseerde negatieve effecten van veehouderij te beperken. We kiezen er niet voor om te studeren op alle aspecten van het omgevingsbeleid om dat omgevingsbeleid dan na alle studie en afweging pas te presenteren net voor de wettelijke deadline (2024 voor de omgevingsvisie en 2029 voor het omgevingsplan). We leven immers in het nu en de samenleving heeft vandaag al behoeften waarin te voorzien is met beleid en met beslissingen. De hoge ambities van uw duurzaamheidsvisie voor 2030 en 2050 kunnen ook niet gerealiseerd worden als we pas beginnen in 2024 of in 2029. Tegen de achtergrond van uw duurzaamheidsvisie en uw nota gezondheidsbeleid, en in samenhang met de omgevingsvisiein-wording, kan nu gebruik gemaakt worden van het Wgvinstrumentarium in een tussenstap op weg naar het omgevingsplan. Ons college verwacht u eind 2020 een voorontwerp van de omgevingsvisie te kunnen geven waarover we graag de dialoog voeren. In 2021 kan uw raad daar in de twee voorziene fasen besluiten over nemen. Maar in deze drie versies van de omgevingsvisie zullen nog niet alle maatregelen voor alle sectoren met emissies in de lucht uitgewerkt kunnen zijn. Er komen nog uitwerkingen in het omgevingsplan (in dat waarschijnlijk in opeenvolgende tranches) en in programma’s (die sectoraal opgezet kunnen worden).

Voor industrieel geurbeleid zullen we samenwerken met provincie, ODBN en regiogemeenten. Voor lokaal of ‘klein’ geurbeleid ligt een dialoog met lokale bedrijven en inwoners erg voor de hand. In de uitrol van een allesomvattend geurbeleid binnen het

CDA

8. In de argumentatie tegen de zienswijzen, wordt aangegeven dat de geurnormering ook is bedoeld om recreanten, scholieren of langsfietsende pendelaars te beschermen. Waar in de Wgv is dit aangegeven? In Infomil vinden we namelijk alleen dat het gaat om geurgevoelige objecten. Expliciet wordt aangegeven: ‘Omdat sprake moet zijn van een gebouw, wordt dag- of verblijfsrecreatie in de buitenlucht niet beschermd tegen geurhinder van veehouderijen.’ Hoe moeten we dit interpreteren?

CDA

9. In de stukken is een kaart opgenomen van de voorgestelde gebiedsindeling. Kan de oude situatie ook in IBABS worden opgenomen, zodat een vergelijking mogelijk is?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 8 van 32

datum 08-02-2021

omgevingsbeleid, is de toepassing van Wgv-geurnormen een relatief eenvoudige tussenstap. Laat ons voorop stellen dat ons college met de zienswijzennota niet de intentie heeft of heeft gehad om tegen zienswijzen te argumenteren. De argumenten die reclamanten aandragen worden open, belangstellend en rationeel gewogen. Vervolgens biedt de zienswijzennota daarbij een conclusie. Er is een onderscheid te maken tussen het doel van wetgeving en de methodiek die in de wet wordt gebruikt om dat doel te realiseren. Het doel van de formele wetgever met de Wgv is niet om geurgevoelige objecten tegen een berekende geuremissie te beschermen, maar om geurhinder voor mensen te verminderen. In de MvT staat die bredere scope ook: “De vitaliteit van het landelijk gebied moet worden ontwikkeld en verbeterd. Dat betekent onder meer ruimte voor een duurzame, vitale landbouw, vergroting van toeristisch-recreatieve mogelijkheden, hergebruik van agrarische bebouwing en nieuwbouw in het landelijk gebied. Die ontwikkelingen vergen een integrale aanpak, onder meer voor de ontwikkeling van wonen en activiteiten in het landelijk gebied in relatie tot de (intensieve) veehouderij.” (TK 2005-2006, 30.453, nr. 3, § 2.3.) De huidige situatie is die volgens art. 3 lid 1 aanhef en onder a en b Wgv.

Daarbij is er geen scherpe definitie en dus ook geen kaart met de bebouwde kom (zie verder https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/geur/handreikingwgv/vergunning/3-1-uitgangspunten/bebouwde-kom). In de daaraan nog voorafgaande situatie waren er geurkaarten voor de gemeente Sint-Oedenrode en de gemeente Veghel. Die zijn ook gedeeld in het ThuisLab Omgevingswet van 19 mei 2020. We voegen ze graag toe bij deze beantwoording.

HIER

1. Bijlage 3b, Gebiedskaart geurnormen, waar is deze indeling op gebaseerd en bij welke gelegenheid is deze aan te passen. Bv van landelijk gebied, agrarisch naar landelijke gebied, hoofdfunctie natuur.

HIER

2. In samenwerking met ODBN zijn diverse scenario’s uitgewerkt en is gekozen voor scenario 2. Zijn de andere scenario’s met uitwerking beschikbaar om in te zien en waarom is gekozen voor scenario 2.

HIER

3. Bij het aspect van geurhinder van veehouderijen zijn adviezen van ODBN en GGD betrokken. Zijn ZLTO en omwonenden van agrarische bedrijven actief betrokken bij het ThuisLab Omgevingswet? 1. Wat zijn de afwegingskaders geweest om in dit voorstel alleen de geur uitstoot van de landbouw mee te nemen. En niet alle geur emissie in Meierijstad. Is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel ? Het aantal stoppende veehouderijen door onder andere de stoppersregeling is bij de gemeente Meierijstad in beeld.

Lokaal

Zaaknummer 1948366377

Pagina 9 van 32

datum 08-02-2021

De gebiedsindeling is gebaseerd op een analyse van ondergrond en landschap (de landschapsanalyse uit het project Vitaal buitengebied), het beeld van actueel grondgebruik (concentraties van intensieve veehouderij en dichtheid van (burger)woningen) en ambities voor gebieden (bijvoorbeeld uit uw visie recreatie en toerisme). Uw raad heeft in iedere vergadering gelegenheid de gebiedsindeling aan te passen. Wij zouden graag de uitvoering van het agrarisch geurbeleid monitoren en over enkele jaren bezien bij het verder integreren in het omgevingsplan. Ja, de spreadsheet met normen, bronnen en emissies kunnen wij met u delen. Er is gekozen voor de normen van 2, 10 en 12 OUE/m3 met de gebiedsindeling zoals weergegeven op de kaart omdat wij menen dat dit het juiste evenwicht biedt tussen werken aan de realisatie van beleidsdoelen van het omgevingsbeleid én veehouderijen gelegenheid geven om zich aan te passen aan een emissieloze toekomst. Zoals u zult begrijpen uit ook de debatten over klimaatverandering en CO2-uitstoot en over natuurgebieden en stikstof-depositie hebben verschillende actoren uiteenlopende meningen over zulke evenwichten. Ja.

In de omgevingsvisie en het omgevingsplan in het nieuwe stelsel willen we heus voor verschillende bronnen of soorten van geurhinder beleid opnemen. Maar in het huidige stelsel is er een afzonderlijk instrumentarium voor geurhinder van bepaalde veehouderijen. Gelijkheid gaat over het gelijk

Waarom dan nu dit voorstel , wetende dat de situatie drastisch gaat veranderen?

VVD

1. Op basis van welke criteria is het onderscheid tussen 'landelijk gebied, verweving van functies' (iii) en 'landelijk gebied, agrarisch' (ii) gemaakt?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 10 van 32

datum 08-02-2021

bejegenen van gelijke gevallen. Onze nationale wetgever heeft kennelijk geoordeeld dat een IV-bedrijf en bijvoorbeeld een chocoladefabriek geen gelijke gevallen zijn. Daar heeft de nationale wetgever immers verschillende wettelijke regimes voor gecreëerd. Zoals in de zienswijzennota is aangegeven, mag een afname van het aantal veehouderijen wel verwacht worden maar is het toch met veel onzekerheden omgeven: hoeveel, wanneer, waar. In de procedures van landelijke of provinciale regelingen zitten voor ondernemers ook keuzemomenten, zodat er gedurende die procedures aangemelde bedrijven kunnen afvallen (en dus doorgaan). Uw ambitieuze doelstellingen voor luchtkwaliteit en gezondheid, of voor een aangenaam woon- en leefklimaat, zorgen voor urgentie. We willen niet alleen afwachten wat trends en ontwikkelingen in de agrarische sector voor effect zullen hebben, maar nu al onze instrumenten benutten om zorgvuldig te werken aan het realiseren van gestelde doelen. Het Wgv-instrumentarium hoort daarbij. Op basis van een analyse van ondergrond en landschap (de landschapsanalyse uit het project Vitaal buitengebied), het beeld van actueel grondgebruik (concentraties van intensieve veehouderij en dichtheid van (burger)woningen) en ambities voor gebieden (bijvoorbeeld uit uw visie recreatie en toerisme).

Zo rijst uit het project Vitaal buitengebied en de omgevingsvisie-in-wording een beeld op dat nu gebruikt is voor hoofdstuk 7 van de verordening op een manier die vergelijkbaar is met afzonderlijk vormgegeven gebiedsvisies die elders of eerder wel gebruikt zijn bij geurverordeningen.

VVD

2. In hoeverre is overwogen om het voormalige LOG BoerdonkKeldonk aan te duiden als 'landelijk gebied, agrarisch'? In welke zin onderscheid dit gebied zich wel of niet van de gebieden die zijn aangeduid als 'landelijk gebied, agrarisch'? In hoeverre is het voorstelbaar om ook het grondgebied van het voormalige LOG Boerdonk-Keldonk aan te duiden als 'landelijk gebied, agrarisch'?

VVD

3. Op basis van de ingediende zienswijzen is besloten om de in de ontwerpverordening voorgestelde norm van 8 odeur voor het 'landelijk gebied, verweving van functies' te verhogen naar 10 odeur. Is er ook overwogen om in plaats daarvan de norm voor 'landelijk gebied, agrarisch' te verhogen van 12 naar 14 odeur?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 11 van 32

datum 08-02-2021

Bij het voorbereiden van de omgevingsvisie is die overweging inderdaad gemaakt, zoals ook voor het voormalige LOG ’t Woud. Maar de aanduiding van gebiedstypologieën in de omgevingsvisie is natuurlijk niet zozeer gefocust op veehouderij en geurhinder daarvan als de aanduiding van gebieden met hoofdstuk 7 van de verordening. Bij het voorbereiden van de geurnormering is de overweging voor het voormalige LOG Boerdonk-Keldonk opnieuw gemaakt. Maar we hebben hier een keuze gemaakt voor de gebiedstypologie iii. Landelijk gebied, verweving van functies ten eerste omdat het gebied omsloten wordt door drie van onze kernen (en niet door twee kernen zoals het LGA in het westen van Meierijstad, waarbij aan de zijde van het LGA bij die kernen bedrijvigheid en sportaccommodaties zijn gesitueerd) waardoor we zeker gewicht toekennen aan de nabije woonfuncties en ten tweede omdat het gebied zich op een as bevindt van Lijnt-Gerecht – Goorloop – Het Hurkske – Aa-dal waar we graag rekening houden met recreatieve en natuurfuncties. Onze gebiedsvisie voor het voormalige LOG Boerdonk-Keldonk is er dus niet een van agrarisch kerngebied. De omgevingsvisie voor wat betreft het landelijk gebied in brede zin was overigens het onderwerp van de sessie van 28 mei 2020 van het ThuisLab Omgevingswet.

Ons college stond er bij het beoordelen van de zienswijzen voor open om het ontwerp in zijn geheel te heroverwegen. Maar de zorgen van agrarische reclamanten zijn toegespitst op de middelste norm van 8, nu 10, OUE/m3 en veel minder op de hoogste norm van 12 OUE/m3. Die hoogste norm heeft ook betrekking op een kleiner deel van het gemeentelijke grondgebied dan de middelste norm. Daar komt bij dat met het

VVD

VVD SP

Hart

4. Op basis van de geurverordeningen van de voormalige gemeenten Veghel en Sint-Oedenrode gold er voor een deel van het buitengebied van deze voormalige gemeenten een geurnorm die lager lag dan 14 odeur. Sinds het vervallen van die geurverordeningen per 1 januari 2019 veehouderijen geldt voor het hele buitengebied van de gemeente Meierijstad een geurnorm van 14 odeur. Zijn er veehouderijen geweest die door deze vanaf 1 januari 2019 geldende, deels hogere geurnorm, vergunningen hebben aangevraagd en verkregen die op basis van de voorheen geldende geurverordeningen van de voormalige gemeenten Veghel en Sint-Oedenrode niet zouden zijn verleend? 5. Waarom is er besloten om vooralsnog geen aanpassing door te voeren ten opzichte van de Wgv-standaard afstanden? 1. Belangrijk is het streven naar vergroening van tuinen. Waarom geldt dit blijkbaar niet voor grote woonerven in Veghels Buiten, die van gevel tot gevel bestraat worden? Heeft de gemeente hier niet een voorbeeldfunctie?

1. Kunt u het proces van gevoerde participatie uiteenzetten?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 12 van 32

datum 08-02-2021

vasthouden aan de standaard-norm van 14 OUE/m3 (te) weinig uw ambitieuze doelstellingen voor luchtkwaliteit en gezondheid, of voor een aangenaam woon- en leefklimaat, in acht worden genomen. Op basis van de huidige gegevens uit Web-BVB, blijkt dat er in de gemeente Meierijstad 16 veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, sinds 1 januari 2019 een nieuwe vergunning hebben aangevraagd en gekregen. Dit betreft slechts 2 veehouderijen uit (de nabijheid van) een gebied waar voorheen een lagere geurnorm dan 14 OUE/m3 gold. Van deze veehouderijen zijn er géén veehouderijen waarbij de geurimmissie is gestegen tot boven de voormalige norm. Zie bijgevoegde spreadsheet VVD4. Dat lijkt ons niet nodig naast de aanpassing van de geurnormen om de gestelde doelen te bereiken. Het streven naar meer groen en minder steen geldt ook voor het openbaar gebied, maar de gemeente heeft daar geen hemelwaterverordening nodig om dat streven waar te maken. We richten het openbaar gebied immers zelf in. En daarbij worden afwegingen gemaakt waarin naast blauw en groen ook verkeer, parkeren en spelen een rol spelen. Uw suggestie dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft, kunnen wij beamen. Wij veronderstellen dan ook dat uw raad daar invulling aan geeft bij het vaststellen van bestemmingsplannen met daarbij inrichtingsplannen en beeldkwaliteitsplannen.

Zoals aangegeven op de pagina’s 5 en 6 van het raadsvoorstel onder het kopje Participatie, is er eerst burgerparticipatie of

PvdA

1. Het raadsvoorstel zelf ontbreekt in het document. Kan dat nog aangepast worden?

interactieve beleidsvorming geweest en vervolgens formele inspraak. In het raadsvoorstel hebben wij ons in die tekst beperkt tot het project omgevingsvisie-omgevingsplan. Want eerder waren er bijvoorbeeld stakeholders in het landelijk gebied die participeerden in het project Vitaal buitengebied of bewoners die participeerden in het project Droge voeten in Sint-Oedenrode. Overigens verwachten wij met de omgevingsvisie uitgebreider in te gaan op de participatie voor het project omgevingsvisieomgevingsplan gedurende de afgelopen jaren. Ons college heeft uw raad aangeboden een document zijnde ons raadsvoorstel, een document zijnde het conceptraadsbesluit tevens de tekst van de verordening, drie documenten zijnde bijlagen bij de verordening (twee wijzigingsverordeningen en een geurkaart), een document zijnde de zienswijzennota, een document zijnde de duurzaamheidsscan en een document biedende een achtergrond van geurnormen in de regio. Die documenten heeft uw griffie ook gepubliceerd in IBABS. Wij begrijpen niet waar uw fractie een raadsvoorstel ziet ontbreken.

Onderschrijving denkrichting uitvoeringsplan Omnipark Erp Fractie

Vragen

Antwoorden

CDA

Algemeen: Er wordt een grote investering voor dit plan gevraagd. Eerste financieel voorziening in de begroting van 2025, met een forse investering in de begroting van 2027. 1. Is er een beslismoment, of zijn er beslismomenten waarop de raad goedkeuring moet geven aan deze investeringen?

Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten:

Zaaknummer 1948366377

Pagina 13 van 32

datum 08-02-2021

HIER

2. Zijn er meer beslismomenten die aan de Raad worden voorgelegd? 3. Bij welke investeringen is dit nodig? 4. In welke begrotingsbehandelingen wordt toestemming voor deze investeringen gevraagd? Meerwaarden denkrichting 1. Wanneer we akkoord gaan met onderzochte mogelijkheden (Knoppenmodel) waarin a. gesproken wordt over minder kunstgrasvelden b. Het niet verplaatsen handboogaccommodatie c. De besparing op brug, molenbiotoop en skillsgarden Wat zijn dan nog de meerwaarden buiten de financiële voordelen of welke meerwaarden vallen weg indien er alleen een financieel voordeel is?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 14 van 32

datum 08-02-2021

1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 2023-2029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Zie vraag 1 Zie vraag 1 Zie vraag 1 De meerwaarde van het Omnipark Erp is een ruimtelijke herinrichting van het beekdal van de Aa in Erp, waarin het herstel van beekzones, het creëren van waterberging en ecologische verbindingszones worden gecombineerd met het realiseren van toekomstbestendige voorzieningen voor sport, ontmoeting en recreatie. Het geheel levert daarmee een versterking op van de leefbaarheid in Erp, zodat dé centrale ontmoetingsplek van Erp ontstaat. De realisatie van een molenbiotoop en een skills garden zouden daarbij de kers op de taart zijn. Uit ruimtelijk oogpunt gezien zou de verplaatsing van de handboogvereniging leiden tot verbetering van de zichtlijnen vanuit het centrum van Erp, maar het is geen must. Door aanpassing van de padenstructuur kan ook een brug komen te vervallen zonder nadelige effecten

voor het totale plan. In plaats van 3 kunstgrasvelden worden 1 kunstgrasveld en 3 natuurgrasvelden voorgesteld. Dit beantwoordt aan de capaciteitsbehoefte van RKVV Erp en de vereniging kan zich ook hier in vinden. Participatie en draagvlak 2. Is er over dit collegevoorstel ook al contact geweest met de Raad van toezicht of stichtingsbestuur van het Omnipark? 3. Zo ja wat was hun antwoord hierop en zijn er o.a. bedenkingen geformuleerd? Is dat schriftelijk vastgelegd en kunnen wij dat inzien?

Ja. Direct na de vaststelling van het collegevoorstel is er een Teamsoverleg geweest met de Stuurgroep Omnipark de Brug. 3. De stuurgroep heeft begripvol gereageerd op de inhoudelijke wijziging van de voorkeursvariant. De stuurgroep ziet wel graag een besluit van uw raad met betrekking tot het Omnipark, zowel inhoudelijk als in tijd. De stuurgroep heeft daar ook de nodige zorgen over. Het bovenstaande is niet schriftelijk vastgelegd.

Financiële haalbaarheid 4. Vindt het college zelf dat dit raadsvoorstel haalbaar kan zijn met dit voorstel? Kortom zal de investering passend zijn in de komende begroting of verwacht het college dat er een begrotingstekort zal moeten worden aangevuld?

5. Voor hoeveel moet er dekking worden gezocht bij dit raadsvoorstel en hoeveel dekking zou er moeten worden gezocht als het volledige “ideaalplaatje" zou worden uitgewerkt? 6. Wat denkt het college voor opbrengst te halen uit de eventuele huizenbouw op de huidige locaties van Tennispark en Korfbalvereniging? 7. Heeft het college gesproken met stichtingsbestuur Omnipark wat eventuele eigen financiële inbreng zou kunnen zijn en zo ja hoeveel is dat?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 15 van 32

datum 08-02-2021

Zoals voor elke nieuwe investering geldt dienen ook deze investeringen integraal te worden afgewogen in de meerjarenbegroting 2026-2029. Om bovenstaande reden kunnen we pas binnen het kader van de kadernota en meerjarenbegroting hierover uitspraken doen. Wanneer we in beide voorstellen uitgaan van dezelfde inkomsten zijn de te dekken lasten: - voorkeursvariant € 919.785 - raadsvoorstel: € 819.245 Vooralsnog is geen opbrengst geraamd uit woningbouw, Het huidige woningbouwprogramma voor Erp is gericht op Erp Noord. Met de stuurgroep Omniparkde Brug is gesproken over bijdragen van verenigingen. Echter, omdat er nog geen

8. Wanneer is er duidelijkheid van financiële bijdrage waterschap? Is de gemeente voornemens subsidieaanvraag te doen bij de Europese Unie, rijk en provincie en particulieren fondsen?

Gefaseerde uitvoering 9. Wat is de visie van het college om eventueel in latere fasen alsnog onderstaande onderdelen te realiseren, wat zijn daarvan mogelijke consequenties, op wat voor een termijn zou dit wel o.a. financieel haalbaar zijn? Het gaat dan om: a. Toch naar 3 kunstgrasvelden b. Alsnog verplaatsen handboogaccommodatie c. Realisatie brug, molenbiotoop en skillsgarden VVD

1. Hoe zeker is dat het geraamde bedrag vanuit de Regiodeal definitief beschikbaar komt?

2. Hoe zeker is de geraamde minimale bijdrage van het Waterschap van ruim 1 miljoen?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 16 van 32

datum 08-02-2021

afspraken konden worden gemaakt over de overname van hun gebouwen zijn er geen afspraken gemaakt. Evenmin zijn er afspraken gemaakt over bijdragen uit de gemeenschap resp. het bedrijfsleven. Met het waterschap is in het vierde kwartaal een bespreking geweest over de financiële bijdrage van het waterschap. Dit heeft geleid tot een vervolgafspraak, een presentatie voor het DB en directie van het waterschap. Deze staat voor begin februari gepland. Daarna verwachten we duidelijkheid over de bijdrage te krijgen. Zodra de nieuwe subsidieprogramma’s (EU, Rijk en provincie) zijn vastgesteld kunnen we u hierover informeren. In een latere fase kan altijd de keuze gemaakt worden voor het realiseren van extra voorzieningen als de brug, molenbiotoop en de skills garden. Hetzelfde geldt voor het verplaatsen van de handboogaccommodatie, waarvan in het raadsvoorstel wordt afgezien en het vervangen van natuurgrasvelden door kunstgrasvelden. Beide laatste keuzes zullen dan ingegeven zijn door ruimtelijke motieven Over de bijdrage vanuit de Regiodeal kan nog geen uitspraak worden gedaan. Het opgenomen bedrag is gelijk aan de eigen inbreng van Meierijstad in de Regiodeal. Bij toekenning van een bijdrage uit de Regiodeal komt er dus meer geld beschikbaar. Het Waterschap heeft een bijdrage toegezegd, maar heeft de hoogte ervan nog niet bepaald.

De opgenomen bijdrage is gelijk aan de uitgaven voor beekherstel en EVZ. Deze werkzaamheden worden niet

3. We spraken in 2019 over een 0-scenario van nog geen 15 miljoen, nu wordt een bedrag geschetst van 21 miljoen. Wat is er veranderd?

4. Waarom zijn de investeringslasten (bijna 25 miljoen) in deze voorkeursvariant(en) stevig hoger dan in de varianten gepresenteerd eind 2019 (rond de 20 miljoen)?

5. Wordt met de gestelde voorkeursvariant tegemoetgekomen aan het amendement wat in 2019 is aangenomen om met ten minste één variant te komen die past binnen de bestaande exploitatielasten?

6. Wat zijn de exploitatiekosten van sportparken in Keldonk en Boerdonk (die mogelijk bespaard kunnen worden als zij ook mee ‘verhuizen’ naar het Omnipark)? 7. Realisatie is mede afhankelijk van (particuliere) grondeigenaren. Is onteigening mogelijk om plannen te realiseren bij geen medewerking? 8. Zijn de handboogvereniging en vogelvereniging vertegenwoordigd in de projectgroep?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 17 van 32

datum 08-02-2021

uitgevoerd als er geen bijdrage door het Waterschap wordt toegekend. Om een goede vergelijking te kunnen maken met het voorkeurscenario zijn net als in het voorkeurscenario ook de kosten van het beekherstel en EVZ, onderhoudskosten tot het moment van vervanging en vooral de extra kosten als gevolg van indexering meegenomen. Alle kosten zijn met 2% per jaar geïndexeerd tot het moment van vervanging. Daarnaast is er ook 3% omslag voor organisatiekosten aan toegevoegd. Bovendien is in de voorkeursvariant het buiteninrichtingsplan nader uitgewerkt en zijn ook aanvullende voorzieningen aan toegevoegd als een molenbiotoop en een athletic skills park Ja, voorgelegd zijn de voorkeursvariant van de projectgroep Omnipark Erp en een door ons college bijgestelde variant in het raadsvoorstel. Beide varianten passen binnen de bestaande exploitatielasten. Zoals steeds is aangegeven is dit exclusief de kapitaallasten voor de investeringen waarvoor niet is gereserveerd. In het plan Omnipark is niet op voorhand een evt. verhuizing van sportparken Keldonk en Boerdonk meegenomen. Exploitatiekostenoverzicht nog toe te voegen. Ja, er wordt echter gestreefd om in goed overleg met de grondeigenaren tot aankoop te komen. Nee, met de handboogvereniging is wel als erfpachter binnen het plangebied gesproken over de

9. Omdat woningbouw op vrijkomende locaties uitgesloten is: welke alternatieve verdienmogelijkheden worden verkend binnen Erp om deze ambitie haalbaar te maken? (Bijv. woningbouw andere locaties?)

SP

Hart

1. Klopt het dat op blz 4 in de alinea onder de tabel het woordje niet is weggevallen? (..omdat het inrichtingsplan nog niet was uitgewerkt.) 2. We lezen dat realisatie afhankelijk is van grondeigenaren. Is daarmee al contact gelegd en zo ja, wat lijkt het perspectief dan?

1. U heeft pas op het laatste moment besloten om in uw voorkeursvariant de verplaatsing van handboogvereniging Doele Concordia Welvaren en de vogelvereniging De Edelzanger Veghel-Erp op te nemen. Wanneer en hoe zijn de verenigingen hierbij betrokken en wat is hun standpunt?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 18 van 32

datum 08-02-2021

voorkeursvariant. Als erfpachter stemde de handboogvereniging af met de vogelvereniging Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. In de kostendekking is niet uitgegaan van woningbouwopbrengsten omdat de woningbouwplannen voor Erp zijn gericht op ErpNoord. De woningbouwplannen zijn afgestemd op de woningbouwbehoefte. Daarom zijn nog geen andere woningbouwlocaties verkend Correct De drie grondeigenaren met de grootste percelen zijn tweemaal persoonlijk geïnformeerd. Allen hebben aangegeven onder voorwaarden medewerking te verlenen. De projectgroep Omnipark Erp heeft de verplaatsing van de handboogaccommodatie in haar voorkeursvariant meegenomen. Wij stellen in ons raadvoorstel voor om hiervan af te zien. Aanvankelijk zijn deze verenigingen via informatiebijeenkomsten over het Omnipark geïnformeerd. Op dat moment was er nog geen directe noodzaak tot verplaatsing. Toen duidelijk werd dat het ruimtelijk gezien gewenst was om de handboogaccommodatie te verplaatsen is contact

Lijst Blanco

1. Wat is de juridische waarde van de beslissing van de raad als de denkrichting wordt onderschreven? 2. Er zijn meerdere kostenbesparingen te realiseren bij het Omnipark. Op welk moment worden de besluiten genomen om deze kostenbesparingen wel of niet door te voeren? Wat zijn mogelijke consequenties voor het aanpassen van de plannen? Een voorbeeld van kostenbesparing is bijvoorbeeld minder kunstgrasvelden, dus in plaats van 3 kunstgrasvelden 1 kunstgras- en 3 natuurgrasvelden. Dit heeft gevolgen voor de planopzet, omdat er dan 1 veld extra gerealiseerd moet worden. Dit heeft natuurlijk consequenties voor de planopzet. Kunnen zulke wijzigingen in de toekomst nog gemakkelijk worden doorgevoerd zonder grote consequenties?

3. Waarop is de bijdrage van 1.097.00 excl. BTW van het waterschap gebaseerd?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 19 van 32

datum 08-02-2021

gezocht met de handboogvereniging en is met haar gesproken over de voorkeursvariant. Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen echter hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. De raad geeft hiermee aan inhoudelijk achter de het Omnipark te staan. Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten: 1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 20222029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en:de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Aanpassing van de plannen, bijv. het wel uitvoeren van de nu niet voorgestelde voorzieningen, is per beslismoment mogelijk. Alleen in geval uw raad voorzieningen wenst waarvoor meer grond nodig is, bijv. 5 in plaats van 4 voetbalvelden, dient er extra landbouwgrond aangekocht te worden. Deze bijdrage is gebaseerd op de geraamde uitvoeringskosten voor beekherstel en de realisatie van een ecologische verbindingszone (EVZ).

4. Wat is de reden dat er pas in 2025 wordt gestart met de voorbereiding MFA en niet al in 2023 of 2024? Is dit uitvoeringstechnisch niet haalbaar of is dit een politieke keuze? Als het uitvoeringstechnisch niet haalbaar is, welke werkzaamheden worden uitgevoerd in de jaren 2023 en 2024?

5. In het koppenmodel staan omslagkosten interne organisatie genoemd, wat betekent dit precies en wat voor soort kosten vallen hieronder? 6. Er wordt uitgegaan van 50.000 huuropbrengsten in de opzet van de exploitatie. Op basis waarvan is dit bedrag gebaseerd? Is hier er vanuit gegaan dat er commerciële partijen ruimten huren in de MFA? PvdA

1. Wanneer komt er zicht op aanvullende financiën, zoals subsidies en bijvoorbeeld bijdragen van (lokale) investeerders?

2. Klopt het dat, als we instemmen met de denkrichting en het beschikking stellen van voorbereidingskosten, u feitelijk al grondaankopen kunnen doen? En lopen we daarmee het risico dat er onomkeerbare en verwachting wekkende activiteiten worden verricht terwijl de raad nog geen besluit heeft genomen over het totale plan? D66

In het raadsvoorstel en het ontwerpbesluit wordt steeds gesproken over “Het uitvoeringsplan”. De rapporten die bij het raadsvoorstel zijn gevoegd zijn een “proces- en productbeschrijving” (Kragten-eindrapport), een “Programma van

Zaaknummer 1948366377

Pagina 20 van 32

datum 08-02-2021

Dit is een financiële keuze, omdat er op dit moment nog geen dekkingsmiddelen beschikbaar zijn. Op het moment dat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk is en de benodigde gronden zijn verworven zou met elke voorbereiding kunnen worden gestart. Uitvoeringstechnisch is ingeschat dat hiervoor enkele jaren nodig zijn. Dit is wel als zodanig aan de orde geweest in het gesprek met de omniparkers en in het persgesprek. De overhead (kosten voor personeel, huisvesting, ICTen management) van onze organisatie wordt sinds lange tijd voor een gedeelte toegerekend aan projecten. Dit zijn de huuropbrengsten van de huidige gebruikers (en verhuur vanwege evenementen) van gemeenschapshuis Ter Aa. Hierbij is geen rekening gehouden met commerciële huurders. Zodra de nieuwe subsidieprogramma’s (EU, Rijk en provincie) zijn vastgesteld kunnen we u hierover informeren. Hetzelfde geldt voor inkomsten verwervende activiteiten van de nieuwe beheerstichting. De gevraagde voorbereidingskosten zijn bedoeld voor de voorbereiding van een bestemmingsplan en het opstellen van rapporten en taxaties voor de waardebepaling van de benodigde grond. De voorbereidingskosten zijn niet bedoeld voor de aankoop van grond .

Eisen, onderdeel: ruimtelijk-functioneel” (Eindrapport PvE MFA) en “Resultaten individuele scan” (Duurzaamheidsscan). 1. Wat is “het uitvoeringsplan”?

2. Indien het uitvoeringsplan, het Kragten-eindrapport is, is dan “de denkrichting” voorkeursvariant 2.2 uit dit rapport? Zo nee, wat wordt dan bedoeld met “de denkrichting”? In het Eindrapport PvE staat dat een volledig PvE uit vier onderdelen bestaat en dat het onderhavige rapport het eerste deel is: het ruimtelijk-functionele Plan van Eisen. Er staat dat het technische PvE in een separate rapportage is opgenomen. 3. Is dit technische PvE al beschikbaar? Zo ja, kan het beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt het beschikbaar? Er staat dat het financiële PvE door de gemeente wordt opgesteld. 4. Is dit al beschikbaar? Zo ja, kan het beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt dit beschikbaar? Er staat dat Team Sygma, parallel aan het opstellen van het PvE, exploitatiecijfers en scenario’s mbt de exploitatie in beeld brengt als separate rapportage. 5. Is deze rapportage al beschikbaar? Zo ja, kan deze beschikbaar worden gesteld? Zo nee, wanneer komt het beschikbaar? Het financiële overzicht kent verschillende aspecten. 6. Het Kragten-eindrapport noemt in bijlage 8 als investeringsoverzicht voor het park een totaalbedrag van 9,5 miljoen euro. Waar is dit bedrag terug te zien in het raadsvoorstel?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 21 van 32

datum 08-02-2021

Het geheel van producten is het uitvoeringsplan. Voor deze benaming is gekozen omdat het geheel gereed is voor het opstarten van de uitvoering. Met denkrichting willen we aangeven dat het Omnipark op de beschreven wijze uitgevoerd zou kunnen worden, volgens de door ons bijgestelde voorkeursvariant 2.2. in het eindrapport van Kragten. Het technische PvE is nog niet opgesteld omdat het op dit moment nog geen toegevoegde waarde heeft. Het wordt opgesteld zodra een voorbereidingskrediet voor het MFA is beschikbaar gesteld.

Het financiële PvE (kostenraming) ligt u ter inzage bij de griffie.. De exploitatiemodellen van Team Sygma liggen voor u ter inzage bij de griffie.

In het raadsvoorstel zijn deze kosten opgenomen in de tabel op pagina 7 en als volgt verdeeld: Bestemmingsplan Voorbereiding Omnipark Omnipark sportzone

60.000 671.001 4.905.000

Omnipark overige zones Totaal

7. Het raadsvoorstel komt op een totaalbedrag van 24 miljoen terwijl in het raadsvoorstel van oktober 2019 dit nog 19,5 miljoen was. Waardoor wordt het verschil veroorzaakt?

8. In oktober 2019 is een jaarlijkse extra (kapitaal)last van 72.000 per jaar geraamd. In het voorliggende raadsbesluit staat: “De jaarlijkse extra lasten ten opzichte van de huidige gemeentebegroting van het uitvoeringsplan bedragen € 772.670 (kapitaallasten) + € 46.575 (onderhoudskosten parkzone ca) = € 819.245.” Wat is het verschil tussen de geraamde jaarlijkse extra kapitaallasten ruimt een jaar geleden en nu? Waar wordt het verschil door veroorzaakt?

9. Is er inzicht in wat realisatie van het Omnipark betekent voor de jaarlijkse exploitatie van de verenigingen en organisaties die er gebruik van maken? Zo ja, kan dat beschikbaar worden gesteld? Zo nee, kan dat opgesteld worden? 10. Is er inzicht in het effect van realisatie van dit MFA op de exploitatie van verwante gebouwen of verenigingen en hun behoefte aan subsidie of andere steun vanuit de gemeente? Zo ja, kan dit beschikbaar worden gesteld? Zo nee, kan dit opgesteld worden?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 22 van 32

datum 08-02-2021

3.863.999 9.500.000

Alle kosten zijn met 2% per jaar geïndexeerd tot het moment van vervanging. Daarnaast is er ook 3% omslag voor organisatiekosten aan toegevoegd. Bovendien is in de voorkeursvariant het buiteninrichtingsplan nader uitgewerkt en zijn ook aanvullende voorzieningen aan toegevoegd als een molenbiotoop en een athletic skills park Het bedrag van € 72.000 was de som van de kapitaallasten in de periode 2028-2032 (€ 326.000) en het tekort op de exploitatie voor het MFA (€ 26.000) minus het basissubsidiebedrag (€ 280.000). Hierin zijn niet de kapitaallasten en de onderhoudskosten van de buiteninrichting opgenomen omdat het inrichtingsplan nog niet was uitgewerkt. Vermeld is wel dat de investeringskosten geraamd werden op ruim € 10.200.000. Zie de toelichting op pagina 4 van het raadsvoorstel. Die exploitaties van de verenigingen zijn verwerkt in de exploitatiemodellen van Team Sygma die voor u ter inzage liggen bij de griffie.. Dit MFA herbergt verenigingen die voorheen (alleen) gebruik maakten van gemeenschapshuis Ter Aa, aangevuld met de buitensportverenigingen die daarvoor hun accommodatie verlaten. Het MFA heeft dus geen

Het ontwerpbesluit betreft bij punt 2 “de dekking” van de voorbereidingskosten en bij punt 4 “de dekking” van het gefaseerde uitvoeringsplan. 11. Waar en wanneer is of wordt het besluit genomen voor de investering in het Omnipark en voor welk bedrag?

Het ontwerpbesluit punt 3 betreft het uitvoeringsplan in fasen met bijbehorende beslismomenten. 12. Wat is, buiten het financiële besluit over de dekking, het eerstvolgende (inhoudelijke) besluit tav het Omnipark dat aan de Raad wordt voorgelegd? In het Eindrapport PvE van juni 2020 staat dat gesprekken plaatsvinden met de handboogvereniging en vogelvereniging over eventuele deelname in de MFA maar dat in voorliggend rapport hiervoor geen programma is opgenomen. In het Kragten-eindrapport van 6 november 2020 is ook nog sprake van gesprekken met deze verenigingen over hun deelname in het MFA. Uit de ingekomen reacties van 18 november is zeer duidelijk dat beide verenigingen voorkeur hebben voor de huidige accommodatie. 13. Hoe heeft het overleg met genoemde verenigingen plaatsgevonden? 14. Wanneer is aan genoemde verenigingen concreet de vraag voorgelegd voor participatie in het MFA?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 23 van 32

datum 08-02-2021

effect op de exploitatie van andere gebouwen of verenigingen. Voor het Omnipark Erp zijn er de volgende beslismomenten: 1. vaststelling van de kadernota 2022: voorbereidingskosten bestemmingsplan (€ 62.424) en noodverband RKVV Erp (€ 62.424) 2. vaststelling van de meerjarenbegroting 2022-2029,. waaronder een nog een te ramen bedrag voor grondaankoop en:de voorbereidingskosten MFA (2025). 3. de beschikbaarstelling van de afzonderlijke voorbereidings- en uitvoeringskredieten, volgens de eerder vastgestelde meerjarenbegroting Kadernota 2022 (voorbereidingskredieten, zie vraag 11)

Het overleg over de handboogaccommodatie is steeds gevoerd vanuit de projectgroep Omnipark Erp. Op 18 november heeft de handboogvereniging uitgesproken voorkeur te geven aan hun huidige accommodatie

Aanvankelijk zijn deze verenigingen via informatiebijeenkomsten over het Omnipark

Als besluit 5 is geformuleerd “Het college opdracht te geven te starten met de herziening van het vigerende bestemmingsplan en de grondverwerving.” 15. Wat wordt bedoeld met “starten”? Meer concreet: welke activiteiten, bevoegdheden en beslissingen horen hiertoe?

geïnformeerd. Op dat moment was verplaatsing nog niet in beeld. Toen duidelijk werd dat het ruimtelijk meerwaarde zou bieden de handboogaccommodatie te verplaatsen is contact gezocht met de handboogvereniging en is met haar gesproken over de voorkeursvariant. Aanvankelijk stond de vereniging niet negatief tegenover verplaatsing. Na de laatste informatiebijeenkomst over het Omnipark hebben beide verenigingen echter hun voorkeur uitgesproken voor handhaving van hun accommodatie op de huidige locatie. Hiermee wordt bedoeld dat een concept voor een ontwerpbestemmingsplan wordt opgesteld en dat met de grondeigenaren wordt gesproken over de voorwaarden voor grondverwerving, voorzien van rapportages en taxatie voor de waardebepaling van de gronden.

Besluitvorming optimalisatieonderzoek voormalig gemeentehuis Sint-Oedenrode Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Wat gebeurt er met “oude” huisvesting heemkundekring en wat zijn mogelijke opbrengsten?

Dat wordt besloten nadat definitief is dat de Heemkundekring in het bestuurscentrum gehuisvest kan worden. Er zijn al geïnteresseerden die contact hebben opgenomen. De mogelijke opbrengsten zijn onder geheimhouding gedeeld bij de RIB van 22 december (vanwege marktgevoelige informatie is dit niet openbaar).

Zaaknummer 1948366377

Pagina 24 van 32

datum 08-02-2021

HIER

2. Is de optie overwogen om het huidige heemhuisje – met nader te maken afspraken- onder te brengen bij de Stichting die samen met de gemeente de knoptoren beheert ?

Dit is een van de mogelijkheden, zoals bij vraag 1 aangegeven gaan we daar nader op in zodra het pand definitief vrij komt.

HIER

3. Zijn de geschatte kosten van optie 2 incl. complete verbouw EN inrichting?

Nee, in alle varianten zijn de kosten exclusief inrichtingskosten berekend. Dit wil zeggen exclusief losse inrichting (zoals meubilair), maar inclusief vaste inrichting (zoals balies en pantrys).

HIER

HIER

4. Hoe groot is de kans dat de ambtenaren van de nog steeds groeiende gemeente Meierijstad binnen 5 tot 10 jaar niet meer passen in het huidige stadhuis te Veghel? Anders gezegd: Is er een kans dat de gemeente op een relatief korte termijn extra ruimte moet gaan huren, bouwen of kopen ?

5. De gemeente heeft een ambassadeursfunctie en een voortrekkersrol m.b.t. verduurzaming van het eigen vastgoed. In het verlengde hiervan zou voor 2030 het historische Dommelrode-deel, en elke “lob” sowieso onder de loep zijn genomen en aangepast worden. Wat zou het verantwoord verduurzamen van Dommelrode (uitgaande van kosten in

Zaaknummer 1948366377

Pagina 25 van 32

datum 08-02-2021

Qua ICT geldt dat in het budget bekabeling en aansluitpunten zijn meegenomen, maar losse gebruikerscomponenten zoals beeldschermen en accesspoints niet. Uiteraard bestaat de kans dat de organisatie de komende jaren doorgroeit. Op dit moment is er echter voldoende werkplek (ook in de periode voor Corona), en de verwachting is dat er na de Corona periode structureel minder op kantoor gewerkt zal worden. Dus een toename in de behoefte is niet te verwachten. Op dit moment is er een projectgroep aan het bekijken hoe er vorm kan worden gegeven aan het plaats en tijd onafhankelijk werken na corona. Deze resultaten worden in de verdere uitwerking meegenomen. Daarbij is er, zoals bij het antwoord op vraag 1 van de VVD uitgebreider wordt aangegeven, overmaat binnen de scenario’s opgenomen, waarmee een stukje flexibiliteit richting de toekomst wordt gecreëerd. In paragraaf 4.4 van het rapport is een financieel overzicht opgenomen. Het scenario ‘Huidige situatie + verduurzaming’ is het scenario waarbij het pand verduurzaamd wordt, maar waarbij er geen optimalisatie van de functionaliteit plaatsvindt (het

2021) ook zonder deze optimalisering gekost hebben? En wat ongeveer een lob? (afronden/realistisch schatten mag)

scenario van uw vraag). Deze is steeds als vergelijking in de tabellen in de rapportage opgenomen. De verduurzamingskosten zijn niet expliciet uitgesplitst naar de verschillende lobben. Op hoofdlijnen is dit wel uit de tabellen te halen: Het totale pand verduurzamen is geraamd op circa € 1,7 mln (met kleine verschillen tussen de scenario’s). Verduurzamen van de lobben 1 t/m 3 (scenario 1a en 1b met verkoop van lob 4) is geraamd op ruim € 1,4 mln. Verduurzamen van lob 1 en 2 (scenario 2 met verkoop van lob 3 en 4) is geraamd op € 1 mln. Met de aanname dat de drie nieuwe lobben ongeveer gelijk zijn qua verduurzaming komt dat teruggerekend op € 3 à 4 ton per nieuwe lob, en ruim 6 ton voor het monumentale gedeelte.

VVD

1. Bij de gebruiksmogelijkheden worden ca. 23 flexplekken genoemd. Is dat nog reëel nu ook na Corona het thuiswerken prioriteit heeft.

NB dit zijn enkel de bouwkosten, de bijkomende kosten voor technisch advies en voorbereiding etc. zijn daarin niet opgenomen (dat is over de totale kosten berekend en niet uit te splitsen voor duurzaamheid). Alleen bij scenario 1 zijn de 23 flexplekken benoemd als gebruiksmogelijkheid. Hiervoor is een ruimtelijke reservering in dit scenario, om niet alles beschikbaar te stellen voor verhuur, vanwege de ontwerpflexibiliteit en gewenste overmaat. Na de primaire invulling is er ook in scenario 2 in de eerste twee lobben nog vrije ruimte beschikbaar voor verdere invulling. Deze overmaat is circa 300 m2. Dit wordt aangemerkt als acceptabele overmaat ten

Zaaknummer 1948366377

Pagina 26 van 32

datum 08-02-2021

behoeve van flexibiliteit, qua omvang vergelijkbaar met de gecreëerde overmaat bij scenario 1.

VVD

2. In het financiële overzicht worden er bijkomende kosten en onvoorziene kosten genoemd. Wat is het verschil?

Voor flexplekken is dus in beide scenario’s geen ruimte gereserveerd, het wordt enkel aangegeven als een mogelijke invulling van de flexibele overmaat waar in beide scenario’s rekening wordt gehouden. Afhankelijk van de verdere uitwerking of toekomstige ontwikkelingen, is er in beide scenario’s de mogelijkheid dat deze flexplekken ingepast worden, maar de overmaat kan ook op een andere manier ingezet worden als dat nodig blijkt. De bijkomende kosten zijn onder andere de voorziene kosten voor ontwerp, PvE, onderzoeken, projectbegeleiding, technische uitwerking, voorbereiding, toezicht en leges. De post onvoorzien is een gebruikelijke reservering op basis van een percentage. Het dekt onvoorziene kosten af. Dat geldt voor zowel het nader te detailleren plan, als voor onvoorziene omstandigheden tijdens de realisatie.

VVD

3. In de samenvatting lezen wij het volgende: De gemeenteraad heeft derhalve besloten om scenario 2 aan te merken als voorkeursscenario om verder uit te werken. Daarbij wordt voor de vrijkomende gebouwdelen de voorkeur uitgesproken om deze te verkopen voor wonen/wonen met zorg doeleinden, en het verplaatsen van het Heemhuis naar het bestuurscentrum nader uit te werken. Volgens ons is deze samenvatting niet juist

Zaaknummer 1948366377

Pagina 27 van 32

datum 08-02-2021

Het kostenoverzicht is opgebouwd volgens de NEN 2699. Een terechte opmerking. Het had moeten zijn: Het College heeft derhalve besloten om uw Raad voor te stellen scenario 2 aan te merken als voorkeursscenario om verder uit te werken. Daarbij…

Lokaal

Lokaal

In het voorliggend voorstel wordt immers pas een besluit genomen of voorkeur uitgesproken. Tot nu toe heeft de raad alleen besloten tot een onderzoek met daarbij bijhorend krediet. Klopt onze veronderstelling? Er zijn in St. Oedenrode nu 2 gebouwen met een beperkte bezetting; Mariendael en het voormalig gemeentehuis. Een combinatie van die gebouwen zou daarvoor een oplossing kunnen zijn. Wat zijn de kosten van versneld afboeken van Mariendael?

Wat is mogelijk het exploitatievoordeel van het samenvoegen van de gebruiksfunctie?

In de oplegnotitie bij de rapportage staan in paragraaf 5.2 de financiële consequenties van het samenvoegen van Mariendael en het bestuurscentrum per scenario. In de groene kolommen (daarin staan de scenario’s waarbij Mariendael naar het bestuurscentrum wordt verplaatst) is in de onderste rij het ‘saldo opbrengsten’ weergegeven. Dat is het saldo van de resterende boekwaarde van Mariendael, minus de potentiele grondopbrengsten. Dat bedrag, zijnde € 2,7 miljoen negatief, is het bedrag wat in dat geval afgeboekt moet worden voor Mariendael (de verkoopopbrengsten van het perceel zijn daarin al verrekend om de afboeking te beperken). In dezelfde tabel als hierboven, wordt de exploitatielast per jaar weergegeven per scenario, met en zonder samenvoeging met Mariendael.

Financiering, aanschaf en implementatie van regiesysteem Sociaal Domein voor WMO en Jeugd Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Voor welk probleem is dit systeem een oplossing? Is elders bewezen dat het ook werkelijk een oplossing is?

Op dit moment worden verschillende systemen ingezet die gehanteerd worden door de professionals die werkzaam zijn in de gebiedsteams. Met het regiesysteem gaan de professionals samen werken in één systeem. We kunnen professionals beter

Zaaknummer 1948366377

Pagina 28 van 32

datum 08-02-2021

ondersteunen met hun dagelijkse werkzaamheden door het beter inregelen van de werkprocessen. De inwoners kunnen met het regiesysteem beter en op dezelfde wijze worden ondersteund omdat de intake van zorg- en hulpvragen meteen tijdens het gesprek kunnen worden vastgelegd. Tijdens dat gesprek wordt ook gekeken of en in welke mate gebruik gemaakt kan worden van de eigen kracht van de inwoner en zijn netwerkomgeving. In veel gemeenten worden regiesystemen ingezet om de dienstverlening en bedrijfsvoering binnen het sociaal domein te ondersteunen. Met het regiesysteem wordt een betere basis gelegd voor een integrale ondersteunen van inwoners met zorg- en hulpvragen. Het is een hulpmiddel voor een betere dienstverlening.

2. Er wordt gesproken over een regiesysteem? Is dit hetzelfde als een registratiesysteem? Zo nee, waarin zit dan het verschil?

Zaaknummer 1948366377

Pagina 29 van 32

datum 08-02-2021

De volgende processen worden onder andere met het regiesysteem ondersteund:  registratie van zorg- en hulpvragen;  het resultaat van het intakegesprek dat gevoerd wordt met de inwoner;  het registreren van de voorzieningen die ingezet worden voor de inwoner;  het opstellen van de beschikking;  de administratieve en financiële afhandeling van de voorzieningen die ingezet worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=94760e84-ce09-4e73-b9a6-0b1949b8881c