CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Anoniem Toelichting bijlage 2_m.e.r. aanmeldnotitie Brabant Water Veghel__2590233__ (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4'5.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MER-aanmeldnotitie Brabant Water Blankenburg Veghel

Nv

9

Colofon Titel: Opdrachtgever:

MER-aanmeldnotitie Brabant Water Veghel

Auteur(s):

NvdH C0.1 BWVE/2022/NE/01-C1

Versie: Kenmerk: Datum:

juli 2023

Hambakenwetering 5, Toren Tel 073 744 0182

B

Etage 4, (geanonimiseerd) ‘s-Hertogenbosch

| info@ditisdeessentie.nl

de eesentie van

gebiedsontwikkeling

|

wwww.ditisdeessentie.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

1. 1

Aanleiding

1. 2

Toetsing Besluit m. e. r

1. 3

Vormvrije MER-beoordeling

1. 4

Leeswijzer

2

Effecten op het milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

2. 1

Inleiding

2. 2

Kenmerken van het project

2. 3

Plaats van het project

2. 4

Kenmerk van het potentiële effect

3

Vormvrije MER-beoordeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17

.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

5

.. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

7

.. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

8

.. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

4

9

. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

10

.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

14

. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. . .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

16

Pagina 3 van 17

1

Inleiding

1. 1

Aanleiding

Brabant Water (gevestigd aan de Blankenbrug te Veghel) is genoodzaakt de waterproductie op deze locatie te verhogen. Hiervoor wordt een nieuw zuiveringsgebouw geplaatst en in gebruik genomen en nieuwe winputten geslagen. Hiervoor zijn ingrepen nodig die op basis van het geldende bestemmingplan niet direct mogelijk zijn. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld om aan te tonen dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van deze ontwikkeling worden uitgesloten. Het plangebied bestaat uit twee locaties op het terrein van Brabant Water. De noordelijke locatie, waar het nieuwe zuiveringsgebouw wordt gerealiseerd, ligt op het bedrijfsperceel Blankenburg 2 en de zuidelijke locatie, waar de nieuwe waterwinputten worden gerealiseerd, zijn agrarische gronden ten zuiden van de Erpseweg.

figuur 1: Ligging plangebied De ontwikkeling De vraag naar drinkwater stijgt door onder andere klimaatverandering, bevolkingsgroei en economische ontwikkelingen. Om een tekort aan drinkwater te voorkomen is het noodzakelijk voor Brabant Water om hun bedrijfslocatie waar drinkwater wordt gewonnen en gereinigd ruimtelijke gezien uit te breiden. De vraag naar schoon drinkwater wordt in de toekomst alleen maar groter, Brabant Water is verplicht hierin te voorzien om een tekort aan schoon drinkwater te kunnen voorkomen. De beoogde ontwikkeling is dus noodzakelijk voor het kunnen behouden van de levering van voldoende schoon drinkwater. De ontwikkeling ziet toe op het verhogen van de huidige productiecapaciteit van 1. 800 m³ drinkwater per uur naar 3. 200 m³ per uur. Door de Provincie Noord-Brabant is aan het bedrijf Brabant Water een onttrekkingsvergunning verleend voor de productie van 15. 700. 000 m³ per jaar (met een maximum van 2. 355. 000 m³ per maand, 117. 750 m³ per dag en 5. 900 m³ per uur). Brabant water kan de productie tot maximaal 3. 200 m³ per uur opschalen. Dit ligt nog ver MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 4 van 17

onder de vergunning van 5. 900 m³ per uur. Tevens varieert de waterproductie door verschillende omstandigheden van het grondwater en zal niet constant de maximale productiecapaciteit gehaald worden van 3. 200 m³ per uur. De beoogde ontwikkeling blijft daardoor binnen de kaders van de afgegeven onttrekkingsvergunning en maakt geen feitelijke vergroting van de wateronttrekking mogelijk. Brabant Water kan de maximaal vergunde onttrekking binnen de kaders van de geldende bestemmingen uitvoeren, maar het is noodzakelijk het huidige productieproces te vernieuwen en optimaliseren door enkele ingrepen op deze waterproductielocatie uit te voeren, waaronder het slaan van nieuwe winputten en het realiseren van een nieuw zuiveringsgebouw. Ruimtelijk gezien vinden de volgende ontwikkelingen plaats: Een nieuw zuiveringsgebouw in het noorden van de bedrijfslocatie;

figuur 2 Ligging locatie zuiveringsgebouw

-

Nieuwe waterwinputten op de gronden ten zuiden van de Erpseweg;.

figuur 3 Locatie nieuwe winputten

1. 2

Toetsing Besluit

m. e. r

Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een MER-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER-procedure nodig is. Een MER-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet er een MER-procedure worden doorlopen. Analyse De betreffende inrichting is onderdeel van het grondwateronttrekkingsproces van Brabant Water. Het onttrekken van grondwater is in het Besluit MER als activiteit opgenomen en verdeeld onder categorie C15. 1 en D 15. 2, zie figuur 1. Als de voorziening betrekking heeft op een hoeveelheid water van 10 miljoen m³ of meer per jaar is MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 5 van 17

categorie C 15. 1 van toepassing en als de voorziening betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m³ of meer per jaar (maar minder dan 10 miljoen m³) is categorie D 15. 2 van toepassing. Onder de 1,5 miljoen m³ per jaar is de vormvrije m. e. r. van toepassing. Daarnaast betreft de voorgenomen activiteit de wijziging van een bedrijfsperceel. Dit kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld onder categorie D 11. 2. Navolgende figuur betreft uitsnede van het lijstenstelsel zoals opgenomen in de bijlage van het Besluit m. e. r.

figuur 4 Uitsnede C en D lijst De MER-plicht kan zoals hierboven beschreven voort komen uit categorie C15. 1: de onttrekking van grondwater uit de bodem (of wijziging van deze onttrekking), maar dan 10 miljoen m³ per jaar. Dan geldt een MER-plicht voor de onttrekkingsvergunning en daarmee een plan-MER-plicht voor het ruimtelijke plan dat dit mogelijk maakt (een bestemmingsplan). Bij minder dan 10 miljoen m³ maar meer dan 1,5 miljoen m³ geldt de MER-beoordelingsplicht voor de vergunning (categorie D15. 2) en daarmee ook de plan-MER-plicht voor onder meer een bestemmingsplan. De m. e. r plicht geldt voor: de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen. De ontwikkeling ziet toe op het verhogen van de huidige productiecapaciteit van 1. 800 m³ drinkwater per uur naar 3. 200 m³ per uur. Brabant Water is in het bezit van een onttrekkingsvergunning verleend voor de productie van 15. 700. 000 m³ per jaar (met een maximum van 2. 355. 000 m³ per maand, 117. 750 m³ per dag en 5. 900 m³ per uur). Brabant water wil de huidige productie opschalen tot 3. 200 m³ per uur met een maximum van 12. 265. 000 m³ op jaarbasis. Dit ligt nog ruim onder de vigerende onttrekkingsvergunning van 5. 900 m³ per uur en het maximum van 15. 700. 000 m3 op jaarbasis.

Tevens varieert de waterproductie door verschillende omstandigheden van het

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 6 van 17

grondwater en zal niet constant de maximale productiecapaciteit gehaald worden van 3. 200 m³ per uur. De beoogde ontwikkeling blijft daardoor binnen de kaders van de afgegeven vergunning. Het bestemmingsplan voorziet in een waterproductiebedrijf dat circa 12,2 miljoen m³ grondwater per jaar aan de bodem gaat onttrekken. Het betreft daarmee in ieder geval een uitbreiding ten opzichte van de feitelijk bestaande grondwateronttrekking. In zoverre wordt voldaan aan de activiteitenomschrijving uit kolom 1 van C-15. 1 en D15. 2. Het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 3 van C-15. 1 en D-15. 2. Er geldt dan een plan-m. e. r. -plicht indien het bestemmingsplan het kader vormt voor het kolom 4 besluit (de watervergunning) waarmee het grondwater aan de bodem mag worden onttrokken. Wanneer het bestemmingsplan geen begrenzing bevat qua locatie (watervoerend pakket en wingebied) en hoeveelheid grondwater (in m³ per jaar gelet op kolom 2) dat kan worden onttrokken, biedt het plan in basis een kader voor toekomstige watervergunningen en is het plan m. e. r. -plichtig. Deze plan-m. e. r. -plicht is niet aan de orde wanneer het bestemmingsplan niet meer mogelijk makt dan de reeds verleende en onherroepelijke watervergunning (het kolom-4 besluit). De plan-m. e. r. -plicht geldt gelet op grond van artikel 7. 2 lid 2 Wm immers alleen voor kaderstellende plannen.

Om deze reden zijn de mogelijkheden uit de reeds verleende en onherroepelijke watervergunning één-op-één ingepast in de regels van het bestemmingsplan ‘Blankenburg 2-4, Veghel’. Een plan-m. e. r. is niet meer vereist, omdat geen sprake is van kaderstelling. De één-op-één inpassing is gecreëerd door het gebruik binnen het plan nader in te perken tot de maximale mogelijkheden van de reeds verleende en onherroepelijke watervergunning. Dit betekent in ieder geval een maximale grondwateronttrekking van in totaal 15. 700. 000 miljoen m³/jaar grondwater in de onttrekkingsgebieden zoals in de vigerende en onherroepelijke watervergunning is vastgelegd. Met deze planregel wordt voorkomen dat op basis van het bestemmingsplan in andere watervoerende pakketten grondwater mag worden onttrokken dan waarvoor reeds een onherroepelijke watervergunning is verleend. Datzelfde geldt voor de hoeveelheden op jaarbasis in de reeds vergunde watervoerende pakketten. Nu hiervoor reeds een watervergunning is verleend, is er van een kaderstellend plan vanwege C15. 1 en D15. 2 geen sprake. Ook niet gelet op eventuele actualisaties van de watervergunning. Bij deze één-op-één inpassing van de watervergunning dient wel een (informele) project m. e. r. -beoordelingsprocedure doorlopen te worden. Daarnaast worden een nieuw zuiveringsgebouw gerealiseerd.

Dit wordt gekenmerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en valt onder categorie D11. 2. Activiteiten onder categorie D11. 2 zijn MER-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200. 000 m² of meer. Omdat het bedrijfsvloeroppervlakte niet groter is dan 200. 000 m,2 is er geen MER-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient de vormvrije MER-beoordeling uitgevoerd te worden. Derhalve wordt deze een vormvrije m. e. r-beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd. Dit betekent dat voordat het plan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e. e. a. conform paragraaf 7. 6 Wet milieubeheer.

1. 3

Vormvrije MER-beoordeling

Aan de hand van een vormvrije MER-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER-procedure nodig is. Deze vormvrije MER-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie een beslissing of een MER moet worden opgesteld.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 7 van 17

1. 4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie en hoofdstuk 3 vormt de conclusie van de vormvrije MER- beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o. a. in relatie tot gevoelige gebieden; b. de kenmerken van de activiteit; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben; d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 8 van 17

2

Effecten

2. 1

Inleiding

op

het milieu

Om te bepalen of een MER-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit MER overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In dit hoofdstuk wordt getoetst of op basis van de criteria, die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, een MER-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.

Kenmerken van het project • Omvang van het project • Cumulatie met andere projecten • Gebruik van natuurlijke grondstoffen • Productie van afvalstoffen • Verontreinig en hinder • Risico van ongevallen • Risico’s voor de menselijke gezondheid Plaats van het project • Bestaand grondgebruik • Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied • Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effecteffect • Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) • De aard van het effect • Grensoverschrijdende karakter van het effect • De intensiteit en de complexiteit van het effect • Waarschijnlijkheid van het effect • Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect • Cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten De (vormvrije) MER-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan.

In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 9 van 17

PN Nv 2.2

Kenmerken

Kenmerken

het

van

project

van

het project

Omvang

van

het

project

| De locatie van het nieuwe zuiveringsgebouw heeft een totale grootte van ca. 7.200 m? en maakt onderdeel uit

van

de locatie

Brabant Water

drijfsactiviteiten van Brabant Water onttrokken grondwater (produceren De

locatie

van

Brabant Water.

Cumulatie met

Het

betreft hier realisatie

andere

frastructuur, parkeerplaatsen

aan

de

Blankenburg

richten zich op het zuiveren van

en

in

Veghel.

transporteren

De bevan

het

drinkwater).

zuiveringsgebouw maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein ligt achter cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en het Deze locatie is momenteel volledig onbebouwd, er is enkel gras huidige zuiveringsgebouw. Met het voorgenomen plan worden de bedrijfsgebouwen en installaties veraanwezig. nieuwd, wat betekent dat eerst de nieuwbouw wordt gerealiseerd alvorens de huidige productiegebouwen (gedeeltelijk) uit bedrijf worden genomen. Het omliggende terrein wordt ingericht met parkeervoorzieningen en infrastructuur. van

het nieuwe

De locatie

van

een

nieuw

waterzuiveringsgebouw, parkeervoorzieningen,

in-

groen. In de directe omgeving zijn voor zover bekend geen andere herontwikkelingen gepland. De beperkte omvang, het feit dat het vervangende nieuwbouw betreft en er geen andere ontwikkelingen in de nabijheid zijn gepland, leiden

pro-

jecten

en

niet tot extra effecten op basis van cumulatie. Feitelijk zou voor de aspecten stikstof en geluid een cumulatie op kunnen treden. Gezien de activiteiten die er zullen plaatsvinden is dit echter niet relevant. Gebruik

van

na-

| Bij de ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van grondwater. Verder wordt geen permanent

tuurlijke hulp-

gebruik gemaakt

van

natuurlijke hulpbronnen.

bronnen Productie

Doordat de productieprocessen

van

afvalstoffen

volledig

worden

vernieuwd

en

geoptimaliseerd,

kan het

productieproces volledig volgens de BBT (best beschikbare technieken) worden ingevuld. Dit leidt ertoe dat de drinkwaterproductie efficiënter, energiezuiniger en met minder afvalstoffen

gedaan kan worden. Met name de hoeveelheid afval wordt fors verminderd doordat spoelwaterterugwinning wordt verbeterd. Afvalstoffen worden in de toekomst afgevangen en als droge stof per vrachtauto afgevoerd voor nuttige toepassing. De ontwikkeling vindt plaats buiten stedelijk gebied. Tijdens de aanleg- en sloopfase is er dan ook geen sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamde

Verontreiniging en

hinder

heden.

Bedrijven

en

milieuzonering:

Op het terrein vinden diverse activiteiten plaats. Als wordt gekeken naar de indeling in bedrijfsactiviteiten in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’, dan zijn de activiteiten in te delen in de …

…

volgende categorieën: voor drinkwaterzuivering en spoelwaterterugwinning vallen in de categorie ‘waterwinning/bereiding bedrijven’, bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling met een milieucategorie 3.1. _‘waterdistributie(bedrijven) met een pompvermogen < 1 (geanonimiseerd) | met een milieucategorie De activiteiten

2. …

_‘waterdistributie(bedrijven)

met

een

pompvermogen

1-15

(geanonimiseerd) met een milieucatego|

rie 3.1. *

worden conform de VNG-publicatie beschouwd als de categorie ‘Waterwinning-/ bereiding- bedrijven’, bij deze categorie zijn geen richtafstanden opDe waterwinputten genomen.

MER-aanmeldnotitie

-

C0.1

Er is voor deze activiteit dan

ook geen sprake

van

milieuhinder;

Pagina 10 van 17

In het bestemmingsplan zijn toegestane maximale milieucategorieën geborgd waar regels in het bestemmingsplan aan verbonden zijn. Daarnaast is er voldoende afstand ‘690 meter’’ tot het eerst volgende milieu gevoelige object, waardoor er geen hinder plaatsvindt. Bodem: Een waterproductiebedrijf is geen gevoelige functie waaraan bodemkwaliteitsnormen worden gesteld. Ten behoeve van de planologische procedure is het niet noodzakelijk een bodemonderzoek uit te voeren. Bovendien worden de werkzaamheden in het kader van drinkwaterproductie beschermd op basis van Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Ter plaatse van bodembedreigende activiteiten worden vloeistofkerende of andere vloeren of bodembeschermende voorzieningen aangebracht. De bodembeschermende voorzieningen die worden getroffen zijn voldoende om een verwaarloosbaar bodemrisico te waarborgen.

Externe veiligheid: De inrichting van het plangebied ziet niet op activiteiten die een risicocontour met zich meebrengen; vanuit het plangebied is dan ook geen sprake van risicovolle inrichtingen met een mogelijk effect op de omgeving. Vanuit het plangebied zijn er op het aspect externe veiligheid geen belemmeringen richting de omgeving. Tevens zijn er vanuit de omgeving op het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor de toegestane functies in het plangebied. Geluid: Het bestemmingsplan bevat geen mogelijkheden voor de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen die conform de Wet geluidhinder getoetst moeten worden. Er worden geen nieuwe wegen aangelegd en er is geen sprake van dusdanige verkeersgeneratie dat mogelijk sprake kan zijn van reconstructie van bestaande wegen conform de Wet geluidhinder. De nieuwe bebouwing (nieuwbouw voor de zuivering en spoelwaterterugwinning) en in de toekomst het nieuwe pompgebouw kunnen wel mogelijk zorgen voor een toename van de geluidsbelasting in de omgeving. Er worden op dit aspect geen belemmeringen verwacht omdat geen van de (geluids)hindercontouren van de activiteiten een overlap heeft met woonbestemmingen in de omgeving. Daarnaast worden alle toekomstige geluidsbronnen in een kelder opgesteld. Geur: Met dit plan worden geen geurgevoelige objecten gerealiseerd.

Er worden dan ook geen bedrijven in hun bedrijfsvoering belemmerd. Ook worden er met de voorgestane ontwikkeling geen potentiële geurbronnen gerealiseerd die kunnen leiden tot geurhinder in de omgeving Luchtkwaliteit: Het plan voorziet niet in nieuwe gevoelige bestemmingen/ontwikkelingen langs drukke wegen en/of woningbouw nabij snelwegen. Voor het buitengebied van Meierijstad is de achtergrondconcentratie van fijn stof berekend en gebleken is dat overal binnen de plangrenzen wordt voldaan aan de normen de luchtkwaliteit. Dit past binnen de getalsmatige begrenzing voor 'niet in betekende mate' projecten. De huidige en toekomstige productieactiviteiten leiden niet tot een in betekenende mate verslechtering van de luchtkwaliteit. Er is geen sprake van extra verkeersbewegingen in de toekomst ten gevolge van de ontwikkeling van het nieuwe wingebied, behoudens regulier onderhoud en inspectie. Natuur (soortenbescherming): Om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op beschermde soorten, is het in eerste instantie nodig om inzicht te krijgen in de eventuele aanwezigheid van beschermde soorten. Om dit inzicht te verkrijgen, is een ecologische quickscan uitgevoerd op het terrein (zie bijlage bij het bestemmingsplan). • Vogels

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 11 van 17

Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen beschermde functies van broedvogels met jaarrond beschermde nesten uit Categorie 1 t/m 4 te verwachten. Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit Categorie 5, zoals ekster, koolmees en pimpelmees zijn voldoende alternatieve broedlocaties aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Voor de andere mogelijk aanwezige soorten broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd dienen te worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3. 1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Wanneer niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, moet het plangebied voorafgaande aan de werkzaamheden door een deskundige op het gebied van beschermde soorten onderzocht worden op de aanwezigheid van broedgevallen. •

Zoogdieren (Das en kleine marterachtigen) Dassen en kleine marterachtigen maken mogelijk van het plangebied gebruik tijdens het foerageren. Het plangebied heeft slechts een beperkte oppervlakte ten opzichte van de totale oppervlakte aan geschikt foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied. Daarnaast is het grootste deel van het plangebied slechts tijdelijk minder geschikt als foerageergebied. Hierdoor is het uitgesloten dat de nieuwbouw en het aanleggen van een leidingentracé leidt tot significant negatieve effecten op het foerageergebied van de das en kleine marterachtigen. Wel is het van belang bij de werkzaamheden rekening te houden met mogelijke bezoeken van marters en dassen aan het plangebied. Wanneer bij de leidingwerkzaamheden gaten of sleuven van dieper dan 20 cm gegraven worden dan dienen deze aan het einde van de werkdag tenminste aan een zijde voorzien te worden van een talud van maximaal 45 graden. Hierdoor wordt voorkomen dat dassen en kleine marterachtigen welke onverhoopt in de sleuven terecht komen hier niet meer uit komen en verwond of gedood worden door stress, onderkoeling of voedselgebrek. Als alternatief is het mogelijk om het gat af te dekken met een stevige plaat zodat dieren hier niet in terecht kunnen komen.

Doordat de werkzaamheden binnen een straal van 200 meter van actieve dassenburchten plaatsvinden en ook deels ’s nachts moeten worden uitgevoerd is significante verstoring van de dassenburchten niet op voorhand uitgesloten. Dit zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Door een ecologisch werkprotocol op te stellen met mitigerende maatregelen zijn deze negatieve effecten echter grotendeels te voorkomen. Voor kleine marterachtigen geldt dat het verwijderen van de vegetatie en het werken in dichte vegetaties voorkomen moet worden gedurende de kwetsbare periode (15 maart tot 1 september) om negatieve effecten te voorkomen.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

•

Overige zoogdieren Beschermde functies van overige beschermde soorten zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn in het plangebied niet te verwachten. De ingreep leidt dan ook niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soorten.

•

Amfibieën De sloot ten zuiden van de Erpseweg wordt mogelijk gebruikt door Alpenwatersalamanders als voortplantingswater. Wanneer hier werkzaamheden plaatsvinden om het leidingtracé hier doorheen te leggen kunnen negatieve effecten op Alpenwatersalamanders optreden. Negatieve effecten en overtreding van de Wet

Pagina 12 van 17

natuurbescherming kan voorkomen worden door tijdens de werkzaamheden te werken volgens een goedgekeurde gedragscode. Water: De te realiseren voorzieningen dienen ter vervanging van de bestaande. Er worden nieuwe gebouwen gerealiseerd en hieromheen wordt nieuwe terreinverharding aangelegd. Door de bouw van het nieuwe zuiveringsgebouw enwinschakelgebouwen zal het verhard oppervlakte toenemen. Er is meer dan voldoende ruimte om het hemelwater af te koppelen en te laten infiltreren in het plangebied. Verhardingen worden in de toekomstige situatie afgekoppeld van het gemengde stelsel. Het hemelwater wordt opgevangen door middel van bijvoorbeeld goten en afgevoerd naar een bergingslocatie elders op het terrein. Lokaal zal een deel van de verhardingen direct afwateren op het naastliggende maaiveld.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 13 van 17

2. 3

Plaats

van

Kenmerken van het project Criteria Bestaand grondgebruik

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: • gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)

het project Toets In de huidige situatie is ter plaatse van het nieuwe zuiveringsgebouw sprake van de aanwezigheid van (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Ter plaatse van het inkoopstation zijn de gronden in gebruik als bos- en waterwingebied. Het plangebied heeft geen (bijzondere) rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.

De Natura 2000-gebieden die het dichtste bij het plangebied liggen zijn ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ en ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Deze gebieden liggen beiden op een afstand van meer dan 19 km van het plangebied. Door de afstand tussen het plangebied en deze beschermde natuurgebieden zijn negatieve effecten door geluidsverstoring, visuele verstoring of verdroging als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Gedurende de ingreep kan tijdelijk een minimale verhoging van de uitstof van stikstof plaatsvinden door de inzet van machines. Door de afstand tussen het plangebied en de stikstofgevoelige habitattypen in het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied maakt dat redelijkerwijs uitgesloten kan worden dat de ingreep leidt tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen voor deze habitattypen. De ingreep leidt dan ook niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura 2000-gebieden en heeft ook geen significant verstorend effect op de soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Er is wel een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd, welke tevens als bijlage bij het bestemmingplan is opgenomen. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar bedraagt

•

gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Niet van toepassing.

•

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

De planlocatie ligt in het buitengebied van Veghel met een relatief lage bevolkingsdichtheid.

•

landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Archeologie: Het plangebied ligt niet in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Derhalve is een bureauonderzoek uitgevoerd welke als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. Het bureauonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat plangebied een lage archeologische verwachting heeft. Dit is met betrekking tot alle desbetreffende perioden waarvan de kans op vinden van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd in de vorm van oude perceelsgreppels het waarschijnlijkst is.

Pagina 14 van 17

Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven van archeologische verwachtingswaarden. Cultuurhistorie: Op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant (CHW) zijn geen cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn enkele lanen van redelijk hoge en hoge waarden aanwezig. Het plan heeft hier geen negatieve effecten op. Op het terrein van Brabant Water zijn cultuurhistorisch waardvolle bedrijfsgebouwen aanwezig, deze blijven onaangetast.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m. e. r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit MER) Gevoelig gebied Toets Beschermd natuurmonument Nee Habitat en vogelrichtlijngebieden Nee Watergebied van internationale beNee tekenis Natuurnetwerk Nederland (voormaHet plangebied is gelegen in Provincie Noord-Brabant. Het gedeelte lige EHS) van het Natuurnetwerk Nederland dat gelegen is binnen deze provincie wordt aangeduid als het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het plangebied voor de nieuwbouw ligt gedeeltelijk binnen het NNN. De tijdelijke transportroute grenst aan het NNN en doorkruist het bij de aansluiting op Het Melven. Het nieuwe inkoopstation ligt geheel binnen het NNN. Het leidingtracé loopt ten noorden van de Erpseweg vanaf de grens van het bedrijfsterrein geheel door het NNN. Ten zuiden van de Erpseweg loopt het leidingtracé door het nieuwe winputtenveld wat in zijn geheel buiten het NNN is gelegen.

Landschappelijk waardevol gebied Waterwinlocaties, waterwingebieden, en grondwaterbeschermingsgebieden

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

De bouw van het nieuwe zuiveringsgebouw en aanleg van het winputtenveld vindt niet plaats in het NNN maar wel in de directe omgeving daarvan. Door de gedeeltelijke ligging van het plangebied voor de nieuwbouw in het NNN en de vermoedelijke noodzaak om grondwaterbemaling toe te passen om de nieuwbouw te realiseren treedt mogelijk externe werking op het NNN op. Ook bij de aanleg van het leidingentracé, het winputtenveld en de plaatsing van het nieuw inkoopstation is bemaling mogelijk noodzakelijk. Een verlaging van de grondwaterstand kan leiden tot verdroging van het NNN. Ook in de gebruiksfase kan extra wateronttrekking door het winputtenveld leiden tot een effect op de grondwaterstanden in het NNN. Het noordelijke deel van het leidingentracé loopt midden door het NNN. De transportroute loopt grotendeels over een bestaand bospad dat net buiten de begrenzing van het NNN valt. De laatste 30 meter bij de aansluiting op Het Melven maakt ook het bospad onderdeel uit van het NNN. Het inkoopstation wordt volledig binnen het NNN geplaatst waardoor hier permanent ruimtebeslag op zal treden. Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied. Ja

Pagina 15 van 17

Beschermd monument

Belvedere-gebied

2. 4

Kenmerk

De cultuurhistorisch bedrijfsgebouwen op het terrein van Brabant Water zijn waardevol maar hebben geen beschermde monumentale status. Het plan heeft overigens geen impact op deze gebouwen. Nee

van

het potentiële effect

Kenmerken van het potentiële effect Criteria Toets Bereik van het effect (geografische De effecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn beperkt van omvang zone en grootte van de getroffen en treden niet tot hooguit lokaal op. Effecten op het woon- en leefklibevolking) maat, op gevoelige gebieden zijn niet aan de orde. Er zijn wel effecten op natuurgebieden (NNN), deze effecten worden gecompenseerd. Grensoverschrijdende karakter van Er zijn geen grensoverschrijdende effecten aan de orde. het effect Waarschijnlijkheid van het effect Van onevenredige effecten naar de omgeving is geen sprake. Duur, frequentie en de omkeerbaarEr wordt een nieuwe zuivering inclusief spoelwaterterugwinning gerealiheid van het effect seerd als duurzame en toekomstbestendige oplossing voor het toekomstige tekort aan productiecapaciteit van de huidige locatie. De effecten van de nieuwe bebouwing zijn blijvend, maar niet hinderlijk. Tijdens de bouwfase zullen effecten merkbaar zijn vanwege de aanwezigheid van bouwverkeer. Deze effecten zijn beperkt, tijdelijk en lokaal van aard. Omkeerbaarheid De effecten zijn omkeerbaar als de nieuwe bebouwing wordt weggenomen.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 16 van 17

3

Vormvrije MERbeoordeling

Gezien het voorgaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit MER kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een relatief klein schaalniveau met kleinschalige effecten, terwijl het belang van de ontwikkeling met het oog op de toekomstige drinkwatervoorziening van de inwoners van de Veghel groot is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu. De invloed is in dit geval echter niet zodanig, dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn naar aard en omvang beperkt. De effecten hebben zodoende geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg, die het doorlopen van een MER-procedure noodzakelijk maken. Daarnaast wordt geconcludeerd wordt dat de activiteiten die uitgevoerd (gaan) worden op het terrein niet de MER-plichtige activiteit C15. 1 (of D15. 2) zijn. Aan de onttrekkingsinrichtingen en het onttrekken van het grondwater wordt als gevolg van de huidige juridisch-planologische mogelijkheden voor onttrekking geen wijzigingen aangebracht.

Het huidige bestemmingsplan heeft de mogelijkheid om de maximum vergunde hoeveelheid grondwater te onttrekken en in het beoogde bestemmingsplan wordt deze capaciteit niet vergroot. Wij bevelen u aan -na nadere kennisname van deze beoordeling- een gemeentelijk besluit voor te bereiden, waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan “Blankenburg 2-4, Veghel” geen milieueffectrapportage wordt vereist.

MER-aanmeldnotitie - C0. 1

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f49a7991-d65e-4fb6-ba18-2c12d319ef34