Algemene Subsidie Verordening Meierijstad 2018 met wijzigingen
Tekst van het document
Algemene Subsidie Verordening Meierijstad 2018 (Tekst na vaststelling Verordening tot wijziging van de Algemene Subsidie Verordening Meierijstad 2018 (1e wijziging) Wijzigingen in rood) De raad van de gemeente Meierijstad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 mei 2017 met nummer 194824052; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Algemene Subsidie Verordening Meierijstad 2018:
Artikel 1. BegripsomschrijvingenDefinities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: • • •
•
• • • • • • • • • • •
Activiteit: De activiteit die door de vereniging/instelling wordt uitgevoerd en door het gemeentebestuur wordt gesubsidieerd;. Activiteitenplan: Een overzicht van de activiteiten overeenkomstig artikel 4:62 van de wet.. Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving. College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr.
717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; Europees steunkader: Een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld. Gemeente: Gemeente Meierijstad. Onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; Plaatselijke gemeenschap: De ingezetenen van de gemeente Meierijstad. Subsidie: Een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de wet. Subsidievaststelling: De door de raad of het college na afloop van een of meer bepaalde activiteiten of een bepaalde periode genomen besluit, waarbij het exacte subsidiebedrag wordt vastgesteld; Subsidieverantwoording: De door een vereniging/instelling voorafgaand aan de subsidievaststelling, in te dienen jaarlijkse afrekening en/of jaarlijks activiteitenverslag.
Subsidieverlening: De door de gemeenteraad of het college genomen jaarlijkse beschikking voorafgaande aan de activiteit of periode waarvoor subsidie wordt verleend; Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Vereniging/instelling: Een rechtspersoon naar burgerlijk recht en ingeschreven in het Handelsregister, die zonder winstoogmerk activiteiten uitvoeren die bijdragen aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid Wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel 3. Subsidieregeling Nadere regels Het college kan stelt bij nadere regels ing (hierna te noemen: subsidieregelingnadere regels) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel 4. Algemene subsidie-uitgangspunten 1. In het algemeen worden slechts activiteiten gesubsidieerd die georganiseerd worden door instellingen, zijn volledig bevoegde rechtspersonen, die zijn gevestigd in Meierijstad. Een subsidie kan worden aangevraagd door het bestuur van de vereniging of stichting, of een ander daartoe gemachtigd persoon. 1.
In het algemeen worden slechts activiteiten gesubsidieerd die georganiseerd worden rechtspersonen met rechtspersoonlijkheid, die zijn gevestigd in Meierijstad. Een subsidie kan worden aangevraagd door het daartoe bevoegde orgaan van de rechtspersoon, of een daartoe gemachtigd persoon. 2. Aan instellingen van buiten de gemeente kan subsidie worden verleend indien zij naar de mening van het college aantoonbaar werkzaam zijn ten behoeve van de inwoners van Meierijstad. Artikel 5. Europees steunkader 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling nadere regels afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregeling nadere regels waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst zen de subsidieregeling nadere regels naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. Artikel 6. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen.
In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Het college kan een subsidieplafond verlagen als: a. het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.
Artikel 7. Verslag Artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op subsidie verleend bij of krachtens deze verordening. Artikel 8. Indexering en financiële positie gemeente 1. Tenzij in een subsidieregeling nadere regels anders is bepaald, wordt er jaarlijks geïndexeerd met het gewogen indexcijfer prijsmutatie overheidsconsumptie voor het jaar t-1, zoals dit gepubliceerd wordt in het jaar t-1 in de septembercirculaire gemeentefonds. 2. Indien de financiële positie van de gemeente daartoe aanleiding geeft kan het college bij de beslissing op aanvraag afwijken van de indexering en de subsidiegrondslag. Artikel 9. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college, tenzij in de subsidieregeling nadere regels anders is opgenomen. Voor de aanvraag kunnen formulieren opgesteld worden. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteit, de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; b. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; 3.
Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag. 4. Bij subsidieregeling nadere regels kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel 10. Aanvraagtermijn 1. a. Een aanvraag om een structurele subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. b. Voor structurele subsidies tot en met een bedrag van € 10.000 geldt dat slechts 1 keer per vier jaren een aanvraag ingediend hoeft te worden. In de subsidieregeling kunnen regels worden gesteld over de eventuele tussentijdse aanpassing van de hoogte van deze subsidies aan gewijzigde omstandigheden. 2. a. Bij bepaling van de hoogte van het subsidiebedrag, zoals bedoeld in het vorige lid, wordt het deel accommodatiesubsidie ten behoeve van dekking van de huurkosten van gemeentelijke accommodaties niet meegerekend. b. Het college kan bij nadere bepaling subsidieregeling afwijken van het gestelde in artikel 10.2.a. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling nadere regels kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 11. Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 10, lid 3, binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling nadere regels kunnen andere termijnen worden gesteld.
4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel 12. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d.
als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1 onder e van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet; g.f. in de bij de betrokken subsidieregeling nadere regels bepaalde gevallen. h.g. er aan de zijde van het college sprake is van veranderde inzichten of gewijzigde omstandigheden. 3. Niet subsidiabel zijn activiteiten die partijpolitiek, godsdienstig en/of levensbeschouwelijk van aard zijn, voortvloeien vanuit partijpolitieke, godsdienstige en/of levensbeschouwelijke motieven dan wel een vorming en/of een verspreiding hiervan tot doel hebben. 4. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de rijks- en/of provinciale gelden, die op het moment van de vaststelling van de gemeentebegroting als bijdrage in de kosten van uitvoering van het beleid verwacht mochten worden, ook daadwerkelijk worden verkregen. 5.
Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel 13. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling nadere regels, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel 14. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan het college. 2. Een subsidie-ontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. Artikel 15. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2. In de beschikking tot subsidieverlening, of -bij directe vaststelling- in de beschikking tot subsidievaststelling, kunnen voorschriften worden opgenomen omtrent het voorkomen en tegengaan van grensoverschrijdend gedrag (zoals aannamebeleid, gedragsprotocol, onafhankelijke vertrouwenspersoon en meldprotocol). Bij subsidieregeling kan het college ook regels stellen omtrent het voorkomen en tegengaan van grensoverschrijdend gedrag. 2. 3. Bij subsidies meer dan € 50.000,-, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Artikel 16.
Eindverantwoording subsidies tot en met € 10.000,1. Subsidies tot en met € 5.000,-, uitgezonderd het bepaalde in artikel 10, lid 2, worden door het college bij verlening direct vastgesteld. 2. Voor subsidies van €5.000,- tot en met €10.000,- , uitgezonderd het bepaalde in artikel 10, lid 2, dient de subsidieontvanger jaarlijks een jaarverslag in. 2. Voor subsidies van €5.000,- tot en met €10.000,-, daaronder niet begrepen de subsidie in de huisvestingskosten, dient de subsidieontvanger jaarlijks het door diens bevoegde orgaan vastgestelde financieel- en inhoudelijk verslag in van het afgelopen kalenderjaar/boekjaar. Artikel 17. Eindverantwoording subsidies meer dan € 10.000,- tot en met € 50.000,1. Bij subsidies meer dan € 10.000,- tot en met € 50.000,-, uitgezonderd het bepaalde in artikel 10, lid 2, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en beknopt financieel overzicht waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3. Bij subsidieregeling nadere regels kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Artikel 18. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000,1.
Bij subsidies van meer dan € 50.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. In geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 juni van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar. b. In andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant, tenzij bij subsidieregeling nadere regels organisaties zijn ontheven van de verplichting van de controleverklaring. 3. Bij subsidieregeling nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
Artikel 19. Subsidievaststelling 1. Het college stelt de subsidie, bij een subsidiebedrag dat hoger ligt dan € 10.000,-, vast binnen 6 maanden na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling nadere regels anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 1 maand worden verdaagd. 3. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 17, eerste lid en 18, eerste lid, aanhef en onder a of b, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel 20. Betaling en bevoorschotting 1. Subsidies tot en met een bedrag van € 50.000,- worden in de eerste maand van het subsidiejaar ineens betaald. 2. Subsidies van meer dan € 50.000,- worden in vier termijnen uitbetaald, de eerste maand van ieder kwartaal. 3. Incidentele subsidies worden binnen vier weken na de verzending van de verleningsbeschikking betaald. 4. Uitbetalingen vinden plaats op een bankrekeningnummer van een rechtspersoon. Artikel 21. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.
Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling nadere regels voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling nadere regels voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. Artikel 22. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of- ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling nadere regels kan worden bepaald door het college dat van één of meer artikelen of artikelleden van die nadere regelssubsidieregeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. 3. Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. Artikel 23. Slotbepalingen 1.
De subsidieverordeningen van de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel worden ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de eerstvolgende datum na publicatie en heeft betrekking op subsidieaanvragen die gelden voor het jaar 2018 en verder. 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor voorgaande subsidiejaren zijn de bepalingen van de subsidieverordeningen van de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode, Schijndel en Veghel van toepassing. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidie Verordening Meierijstad 2018.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeente Meierijstad, d.d. 22 juni 2017. De griffier, A.F.J. Franken De voorzitter, M.A. Fränzel MSc.