advies crm 5 nb.pdf
Tekst van het document
Commissie Rechtsbescherming Meierijstad
Advies van de commissie rechtsbescheming Meierijstad aan de raad van Meierijstad, inzake het bezwaarcchrÍft van tegen het door het college van burgemeester en vvethoudens van lt/leierijstad genomen besluit van í8 mei 202Í, waarbij een voorlopig voorkeurcrecht is gevestigd ten Noordurcsten van Schijndel, tussen de Boschvueg en de Olieëindsestraat en rondom de Weidonk-
Het bezrYaar
Door
is een bezwaarschrift ingediend, met dagtekening 17 juni 2021 (ingekomen 15 juli 2021),tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad van 18 mei 2021, waarbij een voorlopig voorkeursrecht is gevestigd ten Noordwesten van Schijndel, tussen de Boschweg en de Olieëindsestraat en rondom de Weidonk. De beararen tegen de voorlopige aanwijlng door het college, worden op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten (\lvtg), mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraadvan 24 juni 2021 tot (definitieve) vestiging van het voorkeursrecht.
De gevolgde procedure Nu het ingediende beanraarschrift naar het oordeelvan de commissie - zoals hierna is gemotiveerd kennelijk niet-ontvankelijk is, is onder venrtijlng naar het bepaalde in artikel 7:3 onder a Algemene wet bestuursrecht (Awb), van het horen van partijen afgeáen.
-
De ontvankelijkheid ln artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. lngevolge artikel 7:1 Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, bentaar te maken. ln artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 eerste lid, van de Awb. De commissie stelt vast dat bezwaarden geen eigenaar 2jn van een perceel in het gebied waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Dit betekent dat bezwaarden geen feitelijke of rechtsgevolgen ondervinden van het genomen besluit en derhalve geen belang hebben bij het bestreden besluit. De vestiging van een voorkeursrecht heeft slechts gevolgen voor een eigenaar, die bij vervreemding eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de grond te kopen.
Slechts degene die eigenaar is van een van de percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd, kan naar het oordeel van de commissie als belanghebbende in de ln van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Nu de commissie bearuaarden niet als belanghebbenden aanmerkt, ljn ljniet-ontvankelijk in hun bezwaar. De commissie komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaar
Zaaknurlilner: 19481386378/80
2
Bij besluit van24iuni 2021 heeft de gemeenteraad een voorkeursrecht gevestigd, bekendgemaakt op 29 iuni 2021 in het gemeenteblad van Meierijstad, nummer 204233. De beanraren tegen de voorlopige aanwijáng door het college, worden op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten (\lWg), mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van de gemeenteraadvan24 juni 2021 tot (definitieve) vestiging van het voorkeursrecht.
Volgens het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de \Afug is met het hiervoor genoemde besluit van de raad over aanwijlng van de percelen het besluit van het college vervallen. De raad heeft een definitief voorkeursrecht gevestigd binnen drie maanden na het besluit van het college met een voorlopig voorkeursrecht. Zoals de vaste rechtspraak bevestigt (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBOYE:2021:600), is hij besli ssi ngsbevoegd i n het onderhavi ge beanraar.
Naar het oordeel van de commissie is de raad bevoegd tot het nemen van een besluit op bezirraar ook als het gaat om een kennelijk niet-ontvankelijk beaivaar.
Het advies De commissie adviseert de raad om bearvaarde niet-ontvankelijk te verklaren in zijn bezwaar
Sint-Oedenro de, 22 september 2021 De Commissie Rechtsbescherming Meierijstad, de
secretaris,
mr. W.F.M. van Gurp-Steenbakkers
Zaaknummer: 1948 1386378/80
de voozitter,
mr. P.A.J.S. Lathotrwers