advies crm 4 nb.pdf
Tekst van het document
Commissie Rechtsbescherming Meierijstad
Advies van de commissie rechtsbescheming Meierijstad aan de raad van Meierijstad, inzake het bezuaarschrift van tegen het door het college van burgemeester en vrethouders van Meieriistad genomen besluÍt van í8 mei2O21, waarbij een voorlopig voorkeursrccht is gevestigd ten Noorduesten van Schijndel, tussen de Boschueg en de Olieëindsestraat en rondom de Weidonk-
Het bezwaar
Door
. digitaaleen beanraarschrift ingediend, met dagekening 16 juni 2021 , tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad van 18 mei 2021, waarbij een voorlopig voorkeursrecht is gevestigd ten Noordwesten van Schijndel, tussen de Boschweg en de Olieëindsestraat en rondom de Weidonk. De bealaren tegen de voorlopige aanwijlng door het college, worden op grond van artikel6, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten (\Afug), mede geacht te 2jn gericht tegen het besluit van de gemeenteraadvan24 juni 2021 tot (definitieve) vestiging van het voorkeursrecht.
De gevolgde procedure Nu het ingediende bezwaarschrift naar het oordeelvan de commissie - zoals hierna is gemotiveerd kennelijk niet-ontvankelijk is, is onder venaijáng naar het bepaalde in artikel 7:3 onder a Algemene wet bestuursrecht (Awb), van het horen van partijen afgelen.
-
De ontvankelijkheid ln artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. lngevolge artikel 7:1 Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, bezuaar te maken. ln artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 eerste lid,
van de Awb. De commissie stelt vast dat bearyaarde geen eigenaar is van een perceel in het gebied waarop het voorkeursrecht is gevestigd. Dit betekent dat beaivaarde geen feitelijke of rechtsgevolgen ondervindt van het genomen besluit en derhalve geen belang heeft bij het bestreden besluit. De vestiging van een voorkeursrecht heeft slechts gevolgen voor een eigenaar, die bij vervreemding eerst de gemeente in de gelegenheid moet stellen de grond te kopen. Slechts degene die eigenaar is van een van de percelen waarop het voorkeursrecht is gevestigd, kan naar het oordeelvan de commissie als belanghebbende in de ln van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Nu de commissie bea,vaarde niet als belanghebbende aanmerkt, is hij niet-ontvankelijk in ljn bea,vaar De commissie kornt dan ook niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het bezuaar.
Zaaknummer
: t%gt37 222415
2
Bij besluit van24 juni 2021 heeft de gemeenteraad een voorkeursrecht gevestigd, bekendgemaakt op 29 juni 2021 in het gemeenteblad van Meierijstad, nummer 204233. De bezraren tegen de voorlopige aanwijzing door het college, worden op grond van artikel 6, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten (\lr/vg), mede geacht te ljn gericht tegen het besluit van de gemeenteraadvan24 juni 2021 tot (deÍinitieve) vestiging van het voorkeursrecht. Volgens het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de VWg is met het hiervoor genoemde besluit van de raad over aanwijl ng van de percelen het besluit van het college vervallen. De raad heeft een definitief voorkeursrecht gevestigd binnen drie maanden na het besluit van het college met een voorlopig voorkeursrecht. Zoals de vaste rechtspraak bevestigt (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBO\/E:2021:600), is hij beslissingsbevoegd in het onderhavige beaaraar. Naar het oordeel van de commissie is de raad bevoegd tot het nemen van een besluit op bezwaar ook als het gaat om een kennelijk niet-ontvankelijk bealaar.
Het advies De commissie adviseert de raad om beanvaarde niet-ontvankelijk te verklaren in zijn bezwaar
Sint-Oedenro de, 22 september 2021 De Commissie Rechtsbescherming Meierijstad, de secretaris,
de voozitter,
mr. W.F.M. van Gurp-Steenbakkers
mr. P.A.J.S. Lathouwers
Zaaknummer
: f948t37 2224 F