CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies asd in verband met beleidsprogramma Jeugd

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling regionaal beleidsprogramma Jeugdhulp 2024-2028 Noord Oost Brabant1.667 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meierijstad, 5 maart 2024 Betreft: Advies ASD in verband met beleidsprogramma Jeugd Geacht College, Op 15 februari 2024 is de Adviesraad Sociaal Domein gevraagd een advies te geven over het Beleidsprogramma Jeugd, welke u in deze brief aantreft. Inleiding. De jeugd heeft de toekomst. Door veilig en gezond op te groeien, goed onderwijs te genieten, vrienden te maken, onbekommerd buiten te spelen en te bewegen en sporten krijgen jeugdigen de goede start die zo belangrijk is. De Nederlandse jeugd beschouwt zichzelf als één van de gelukkigste van Europa. Anderzijds geven veel jongeren aan te kampen met mentale gezondheidsproblemen. Wat is nu nodig om jeugdigen een goede start in het leven te geven en het jeugdstelsel tevens houdbaar te maken voor de toekomst? Doorgaan op dezelfde voet betekent vastlopen, het moet anders- slimmer, efficiënter en met minder bureaucratie. Dat kan alleen door regionale samenwerking en daar waar het kan lokale implementatie. Hoe kijkt de ASD in de kern aan tegen toekomstige jeugdzorg? Wat is onze visie? 1. We gaan uit van een inclusieve samenleving, iedereen mag en kan meedoen. 2. Versterking van de directe leefomgeving en een goede sociale basis; goed onderwijs, betaalbare kinderopvang en toegang tot (sport ) verenigingen, jongerenwerk, bibliotheken, groene openbare ruimte, speeltuinen etc. 3.

Passende ondersteuning, in de wijk / woonplaats, laagdrempelig, kwalitatief goed door een sterk lokaal team. 4. De geboden jeugdhulp is passend en “thuis” en of dichtbij mogelijk. Deze passende zorg komt samen met de jeugdige tot stand. 5. Jeugdhulp sluit altijd aan bij de leefwereld van jeugdigen en ouders. We moeten voorkomen dat jeugd en ouders het gevoel krijgen dat ze hebben gefaald. Participatie van de client is essentieel. ( cliënten perspectief en toename van zelfregie en participatie ) 6. Biedt op diverse manieren informatie aan cliënten over het proces van vraag naar hulp. Zorg dat er één aanspreekpersoon is met beslissings- en doorzettingsmacht. 7. Evalueer met cliënten door met ze te praten of door een cliënten ervaringsonderzoek. Neem de client serieus en leer ervan. Maar nog beter betrek cliënten zoveel mogelijk aan de voorkant bij het beleid / het uit te voeren traject. Er zijn volgens ons vier ingrediënten voor een goed werkend stelsel van jeugdzorg. Investeringen en het leren moeten aansluiten bij deze vier ingrediënten.

1. Versterking van de preventie. 2. Versterking van de basis ( goed pedagogisch klimaat in gezin, buurt, kinderopvang en school). 3. Verbetering van de eerste lijn zorg. 4. Intensieve, passende hulp met duurzame effecten. Hoe zorg je ervoor dat jongeren de juiste hulp krijgen? - Weten wat er speelt? Wat zijn de top 10 meest voorkomende vragen in de toegang ( wijkteams, artsen, kinderopvang en onderwijs). Zorg dus voor een match tussen vraag en aanbod. - Is er een passend aanbod voor deze vragen? - Is er samenhang tussen visie, strategische en operationele doelen en de uitvoeringsagenda? - De bedoeling voorop: Visie, toegang, inkoop, monitoring en bekostiging. - Visie als uitgangspunt en toetssteen voor verdere inrichtingskeuzes.

Ons advies is tot stand gekomen met de hier beschreven visie en ingrediënten. Daarnaast gebruikt de ASD de onderstaande criteria om beleidsstukken van advies te voorzien: Integraal werken, toegankelijkheid, prioritering, klantvriendelijkheid, laagdrempelig ,vroegtijdige participatie en uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 1. Hier worden 4 thema’s genoemd die als rode draden door het programma lopen. Opmerking: Blijvend leren; prima thema maar let op voor het gevaar van voortdurend onderzoeken en er wel geleerd wordt maar op de werkvloer geen stappen worden gezet. Thema 2 gebruikmaken van de deskundigheid en visie van ouders en jeugdigen. Dit thema sluit prima aan bij het ASD criterium vroegtijdige participatie. Vraag: Hoe ga je dat in de praktijk ten uitvoer brengen. Thema 3 Onderwijs. Opmerking: op welke wijze ga je een goede en duurzame verbinding met het onderwijs aan. Neem dit mee in het te ontwikkelen uitvoeringsprogramma. Thema 4 Landelijke trends en ontwikkelingen. Sluit prima aan bij het ASD criterium integraal werken. Hoofdstuk 2. Regionale samenwerking met als uitgangspunt “lokaal wat kan en regionaal waar het moet”. Dit sluit ook weer prima aan bij het ASD criterium toegankelijkheid. Als regio zijn we gezamenlijk verantwoordelijk en er valt geen kind tussen wal en schip, we hebben een passend aanbod. Opmerking: Mooie ambitie maar staat op gespannen voet met de landelijke ontwikkeling dat we steeds meer moeten gaan doen met minder middelen. Hoofdstuk 3.

Knelpunten jeugdzorg NOB: - groei aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdzorg - Jeugdigen zitten langer in de jeugdzorg - jeugdigen zitten langer in jeugdzorg met verblijf - groei wachtlijsten voor hulp met complexe problemen. Opmerking: Het uitvoeringsprogramma moet matchen met deze geconstateerde ontwikkelingen.

Hoofdstuk 4 geen opmerkingen. Hoofdstuk 5. De transitie is grotendeel geslaagd maar aan het inhoudelijk ontwikkelen van de jeugdzorg moet nog hard gewerkt worden. Opmerking: De inhoudelijke ontwikkeling zal in het uitvoeringsprogramma nadrukkelijk moeten worden opgepakt. Hoofdstuk 6: Geen opmerkingen. Hoofdstuk 7: De DIN methode en het werken met KPI’s vragen veel administratie en registratie maar maken het ook mogelijk de effecten van de inspanningen te monitoren. Opmerking: Let op de uitvoerbaarheid van DIN, kan leiden tot meer bureaucratie. Opmerking: Vergeet in het monitorsysteem het perspectief van de client niet. Hoofdstuk 8. De strategische en operationele doelen van het beleidsprogramma zijn richtinggevend voor de concretisering van het uitvoeringsprogramma. Algemene opmerkingen: 1. De opdracht is om meer met minder te gaan doen en dat vraagt scherpe keuzes. Wat ga je wel en wat ga je niet aanbieden, ben daar duidelijk in. 2. Het uitvoeringsprogramma is de concretisering van je visie. Wat is de visie van de gemeente Meierijstad over jeugdzorg? Hoe scherper je visie hoe duidelijker je koers kan zijn. Hoe zorg je ervoor dat de jeugd de juiste hulp krijgt? 3. Zorg in het uitvoeringsprogramma voor een match tussen de top 10 van geconstateerde problemen en de aanpak. Heb je de top 10 in beeld? 4. Maak concreet op welke wijze je de cliënten participatie organiseert.

Hoe bevorder je de cliënten participatie bij de aanbieders van jeugdzorg. Heeft de gemeente onafhankelijke cliënten ondersteuning georganiseerd? Hoe betrekt de gemeente de jongeren bij het beleid? 5. Voorkom dat jongeren en ouders het beeld krijgen dat zij gefaald hebben. 6. Biedt op diverse manieren informatie aan cliënten over het proces van vraag naar hulp, zorg voor een goede bereikbaarheid. 7. Zorg voor één aanspreekpersoon met beslissings- en doorzettingsmacht op het proces van ondersteuning. 8. Maak een integraal persoonsgebonden budget over diverse leefdomeinen mogelijk. 9. Regionale en lokale samenwerking en een meer integrale benadering zijn leidend en dat is een uitstekend uitgangspunt. Dat vraagt echter veel communicatie en afstemming. Het streven is ook naar meer uniformiteit en efficiëntie en dan kan er een spanning ontstaan tussen enerzijds integrale benadering en anderzijds kostenbesparing.

Aanbevelingen: 1. Beschrijf eerst een heldere visie van de gemeente over jeugdbeleid. Vertaal het regionale beleidsprogramma naar een visie van de gemeente Meierijstad op dit beleidsterrein. 2. Ga in de uitvoeringsagenda wel prioriteren, durf keuzes te maken. Maak een SMART uitvoeringsprogramma.

3. Preventie is basis / fundament van het beleid en kan op termijn leiden tot vermindering van de kosten. Ga dus niet besparen op preventie. 4. Werk aan een duurzame relatie, verbinding en afstemming tussen de jeugdwet en de samenwerkingsverbanden van P.O en V.O ( wet passend onderwijs )

S.1.c. Opmerking: Cliënten participatie is een voorwaarde en dan zeker ook aan de voorkant en niet alleen als evaluatie / reflectie op uitgevoerd beleid. S.2 a. Vraag: er staat “het vrij toegankelijke en collectieve aanbod voor jeugdigen en ouders” Welk aanbod wordt hier bedoeld? Is dat aanbod op orde of moet daar nog een uitbreiding plaats vinden? S.2.b Opmerking: Is het zo dat er nu niet efficiënt gewerkt wordt en de administratieve lasten te hoog zijn? Reken je vooraf niet te rijk, uniformeren en efficiëntie nastreven leiden niet onmiddellijk tot verlaging van de kosten. Een integrale benadering, wat heel goed is, kan misschien wel leiden tot hogere kosten. S. 3.a Er staat; “ intersectorale zorg komt maar moeilijk van de grond” en “ om een bredere blik en het steviger verbinden van jeugdhulp aan aanpalende domeinen”. Advies: maak een domeinoverstijgend budget mogelijk ( integraal budget ) S.3.b Er staat: “Verder blijft het van belang het clientperspectief te gebruiken om te komen tot passende hulp. Dit is een blijvend punt van aandacht. Vraag: Hoe ga je ervoor zorgen dat het cliënten perspectief in de toekomst geen punt van aandacht meer is ? S.3.c. Advies: Laat een onderdeel van het onderzoek zijn een inventarisatie van ‘good practices’ t.a.v. regie over de eigen behandeling.

Advies: wanneer je steeds meer integraal gaat werken er ook één aanspreekpersoon (procesbegeleider) blijft (ook al kom je op een ander domein binnen de gemeente uit). S.3.e. Opmerking: Verhelderen en verklaren met het gezin is essentieel, voorkom dat ouders/ het kind het gevoel krijgen dat ze hebben gefaald. S.4. b. Advies: Laat een 0nderdeel van het onderzoek zijn een inventarisatie van good practices en neem ouders vanaf het begin goed mee in een traject. ( het mag nooit een overval of een complete verrassing zijn ) S.5.a. Vraag: Is het de verwachting / aanname dat kleinschalig verblijf leidt tot een afname van de wachtlijsten?

S.6.a. Opmerking: Veel jongeren hebben geen eigen krachtig netwerk.

In de publieke ruimte kun je ervoor zorgen dat jongeren werken aan het opbouwen van een eigen netwerk. Het bouwen van een eigen netwerk is een preventieve maatregel die domein overstijgend ingezet moet worden, Overall lezen wij een aanpak waarin samenwerking, integrale benadering, participatie, doelgroepenbeleid dichtbij waar het kan., verhoging van de kwaliteit centraal staan en dat sluit mooi aan de criteria van de ASD. Het is zeker niet de bedoeling dat wij een schriftelijk antwoord gaan krijgen op onze vragen en aanbevelingen. Wel vertrouwen wij er op dat deze vragen en aanbevelingen mee worden genomen bij de totstandkoming van de uitvoeringsagenda. Uiteraard zijn wij bereid om samen nog een keer met jullie in gesprek te gaan en zien wij uit naar het concept uitvoeringsagenda.

Graag vernemen wij uw reactie op dit advies en uw antwoorden op onze vragen, Namens de ASD Meierijstad, Met vriendelijke groeten, Emmely Bunk Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Meierijstad

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8b81b9c9-06c2-43df-a505-19b7e402b797