A9 RvS -Voorlopige voorziening Bp Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Kremselen 12 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ee ee
ee
ee eee: ee ee
e
eee
8
ee
Raad
:
ensure
ernestine»
ntsds
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState
Pagina
1
1 van
ì
Ingekomen Afd.
Nr
17 APR 2024 Raad
de
van
Postbus
5460
Meierijstad
gemeente
10001
DA
VEGHEL
Ee
Datum
Ons
16
202305782/2/R2
april 2024
kenmerk
Uw
nummer
BR-2023-075901
Inlichtingen
Onderwerp
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) |
Meierijstad Bp Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Kremselen
12
Procedure
Voorlopige voorziening
Geachte
heer/mevrouw,
In
bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan.
De procedure
is
daarmee
Aangezien
dit bericht
geautomatiseerd
is aangemaakt,
is dit niet ondertekend.
Hoogachtend, de griffier
De
griffie is op 10 mei gesloten.
Postbus
4141836(CAO)
20019
-
2500
Bij correspondentie de
®
.
©
…
&
«
©
EA
Den
datum
«
Haag het
en
©
s
-
T 070
nummer
©
…
.
426
44
26
F 070
-
365
van
deze
brief vermelden
4
©
©
s
©
«
©
13
80
«
©
-
www.raadvanstate.nl
«
©
s
©
«
©
«
©
«
Raad
vanState 202305782/1/R2 Datum
en
202305782/2/R2.
uitspraak: 16 april 2024
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van
van
de Raad
voorziening
de
voorzieningenrechter
van
State op een verzoek om (artikel 8:81 van de Algemene van
(hierna: de Awb))
en, met
beroep, in het geding
toepassing
van
de
Afdeling bestuursrechtspraak van een voorlopige
het treffen
bestuursrecht artikel 8:86 van die wet, wet
op
het
tussen:
en anderen. wonend (geanonimiseerd) EN Meierijstad,
verzoekers, en
de raad van de gemeente verweerder.
Meierijstad,
(geanonimiseerd) gemeente eN
202305782/1/R2
16
2
en
april 2024
202305782/2/R2
Procesverloop Bij besluit
juni 2023 heeft
29
van
de
het bestemmingsplan Kremselen 12” vastgesteld.
raad
“Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening
(geanonimiseerd) en anderen beroep ingesteld. Zij Tegen dit besluit hebben BN hebben de voorzieningenrechter ook verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De raad
heeft
verweerschrift
een
(geanonimiseerd) en anderen EN De
ingediend.
hebben
voorzieningenrechter heeft
een
nader stuk
het verzoek
op
behandeld
op
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) en de raad,
(geanonimiseerd) zijn verschenen. zitting Bomenrooibedrijf (geanonimiseerd) vertegenwoordigd door
vertegenwoordigd Voorts
zitting
ee n
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) advocaat door EE
ingediend.
is op de
door
(geanonimiseerd) Em
en (geanonimiseerd) EN
(geanonimiseerd) «'s partij gehoord. MN
Partijen hebben
toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak
te
doen
in de
hoofdzaak.
Overwegingen Jr
voorzieningenrechter is van oordeel
De
nader onderzoek niet dat gelet op artikel 8:86
dat
kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak en daarom ook uitspraak kan worden gedaan van de Awb
in de
bodemzaak.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet van Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht van inwerkingtreding 2.
gold onmiddellijk vóór dat tijdstip bestemmingsplan onherroepelijk is. zoals dat
van
toepassing
tot
het
Het ontwerpplan is op 8 juli 2022 ter inzage gelegd en het bestemmingsplan is op 29 juni 2023 vastgesteld. Dat betekent dat op deze 3.
recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, 1 januari 2024 van toepassing blijft.
beroepsprocedure dat
gold vóór
Waar
zoals
deze zaak over?
gaat
4,
het
Het
bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening heeft
Kremselen
12”
Oedenrode,
waar
betrekking
op
het
perceel
ON
Kremselen
12 in Sint-
(geanonimiseerd) afgelopen 30 jaar een Eset bomenrooibedrijf exploiteert. Het bedrijf houdt zich bezig met het rooien en snoeien van bomen en het versnipperen en de afvoer van het vrijkomende
202305782/1/R2
3
en
16
april 2024
202305782/2/R2 Die activiteiten vinden hoofdzakelijk plaats op verschillende projectlocaties. De bedrijfslocatie aan Kremselen 12 wordt onder andere gebruikt voor het stallen van het bedrijfsmateriaal. Het bestemmingsplan snoeiafval.
het bedrijf op de bedrijfslocatie mogelijk en voorziet er onder meer in dat een deel van het aan de oostzijde aangrenzende kadastrale perceel M416 wordt omgezet naar de bestemming “Bedrijf”, waar de buitenopslag van boomstammen en houtsnippers is toegestaan. Dat maakt
een
uitbreiding
van
perceel had onder het vorige bestemmingsplan de bestemming “Agrarisch met waarden Landschapswaarden”. Verder voorziet het plan in de mogelijkheid dat op de locatie maximaal 12 keer per jaar snoeihout wordt versnipperd en wordt het bouwvlak enigszins aangepast. Van der Heijden en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen onder meer voor geluids- en geuroverlast en aantasting van de natuur- en landschapswaarden. —
Toetsingskader Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De voorzieningenrechter oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. 5.
Gronden
van
het beroep
Geluid
Heijden en anderen voeren aan dat de raad niet heeft onderkend dat het plan tot onaanvaardbare geluidsoverlast zal leiden. Zij voeren hierover in de eerste plaats aan dat het akoestisch onderzoek uitgaat van verkeerde uitgangspunten en gebreken bevat. In het bijzonder is het versnipperen van hout ten onrechte niet meegenomen in de uitgangspunten voor de representatieve bedrijfssituatie, maar als incidentele bedrijfsactiviteit aangemerkt. Bovendien gaat het akoestisch onderzoek uit van een 3 m hoge grondwal met keerwand, maar de verplichting om die aan te leggen is niet opgenomen in de planregels en het plan voorziet er ten onrechte in dat deze grondwal binnen de bosbestemming mag worden gerealiseerd. Verder blijkt uit het akoestisch onderzoek niet vanaf welke punten vanuit het bedrijf is gerekend en hanteert het akoestisch onderzoek geen bronvermelding. Van der Heijden en anderen verwijzen ter onderbouwing van hun betoog naar een reactie van milieukundig adviesbureau Antea Group van 2 oktober 2023. 6.
Van der
61. Door de voorgenomen ontwikkeling wordt het bedrijf aan Kremselen 12 uitgebreid ten behoeve van de buitenopslag van boomstammen en houtsnippers en het versnipperen van snoeihout. Omdat niet aan de door de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” aanbevolen
202305782/1/R2 202305782/2/R2 richtafstand
van
50
m
16 april 2024
4
en
voor
een
bedrijf van milieucategorie 3.1 in een rustig
buitengebied wordt voldaan, heeft de raad akoestisch onderzoek laten uitvoeren om vast te stellen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het “akoestisch onderzoek industrielawaai
Kremselen
12”
van
Omgevingsadvies. Het onderzoek gaat uit van een representatieve bedrijfssituatie waarbij de voor geluid relevante activiteiten bestaan uit voertuigenbewegingen met lichte en zware voertuigen, tanken, wassen, op- en overslag van houtchips/stammen. Daarbij is uitgegaan van de drukst mogelijke dag. Daarnaast is in het onderzoek de incidentele bedrijfssituatie onderzocht, waarbij gedurende maximaal 12 keer per jaar snoeihout wordt gechipt/geschredderd. Voor de incidentele bedrijfssituatie is uitgegaan van de activiteiten die plaats kunnen vinden in de representatieve bedrijfssituatie, waarbij aanvullend rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van een mobiele chipper en een verhoogde bedrijfsduur van de mobiele kraan. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat tijdens de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de richtwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 45 dB(A) (stap 2 van de VNGbrochure) en aan de richtwaarden voor maximale geluidniveaus (respectievelijk 65, 60 en 55 dB(A) in de dag, avond- en nachtperiode). Ook ter plaatse van de buitenruimten bij de woningen wordt aan deze richtwaarden voldaan. Er is dan ook sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit, zodat de uitbreiding inpasbaar is in de omgeving.
Over de incidentele bedrijfssituatie concludeert het akoestisch onderzoek dat de hoogste geluidbelasting 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, en dat het aan het bevoegd gezag is om te bepalen of de berekende waarden aanvaardbaar worden geacht. De raad heeft deze overschrijding aanvaardbaar geacht, omdat het gaat om een situatie die maar een beperkt aantal keer per jaar gedurende de dagperiode en voor een vastgelegde duur van maximaal 4 uur per keer voorkomt, waarbij de chipper zoveel mogelijk is afgeschermd. De raad heeft ook van belang geacht dat het college van burgemeester en wethouders op 25 maart 2022 een maatwerkbesluit heeft genomen waarbij incidenteel hogere geluidsnormen 16 december 2021
van
De Roever
zijn toegestaan.
beroepsgrond dat in het akoestisch onderzoek het versnipperen van snoeihout ten onrechte als incidentele bedrijfsactiviteit is aangemerkt, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De raad heeft toegelicht dat de productie van houtchips doorgaans op locatie bij de klant plaatsvindt, en dat alleen in de gevallen dat het hout niet op de projectlocatie gechipt kan worden, dit op de bedrijfslocatie zal gebeuren. Dit zal een beperkt aantal keren per jaar nodig zijn. Het gaat dan om maximaal 12 keer per jaar gedurende maximaal 4 aaneengesloten uren per keer in de dagperiode, ter plaatse van de gronden met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf chippen en shredderen van snoeihout”. Dit is geregeld in artikel 4.1, aanhef en onder i, van de planregels. Omdat het chippen van hout doorgaans op de projectlocatie plaatsvindt en het aantal keren dat dit op de bedrijfslocatie mag plaatsvinden is beperkt tot 12 keer met een maximum van 4 aaneengesloten uren per keer in de dagperiode, zijn die activiteiten in het akoestisch onderzoek terecht aangemerkt als een incidentele 6.2.
Over de
202305782/1/R2
april 2024
16
5
en
202305782/2/R2
bedrijfssituatie op de bedrijfslocatie. Dat, stellen,
bestemmingsplan
het
(geanonimiseerd) en MN
zoals
wordt herzien
om
hout mogelijk te maken, is geen reden om het Of incidenteel is wordt bepaald door aard van van
en
anderen
onder meer het versnipperen daar anders over te oordelen. een
activiteit, frequentie
duur.
en anderen betogen dat het 6.3. Op de punten dat (geanonimiseerd) BN van een akoestisch onderzoek ten onrechte uitgaat grond- en keerwal, terwijl
planregels is geborgd en niet is toegestaan binnen de bestemming “Bos”, volgt de voorzieningenrechter hen niet. Artikel 1.59 definieert grondwal als een aarden wal gelegen tegen een keerwand van 3,0 m hoog, met een beeldbepalende en/of geluidsreducerende functie. In artikel 5.1, aanhef en onder -f, is bepaald dat de voor “Bos” aangewezen gronden bestemd zijn voor een grondwal van 3,0 m hoog ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bos grondwal”. Anders dan (geanonimiseerd) en anderen betogen staan de planregels het dus uitdrukkelijk toe dat binnen de bestemming “Bos” een grondwal wordt aangelegd. De keerwand kan binnen de aangrenzende bedrijfsbestemming worden verwezenlijkt, waar deze
niet
in de
ingevolge artikel 4.2.5, aanhef en onder e‚ van de planregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot 3 m hoog zijn toegestaan. De voorzieningenrechter ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat de grondwal niet passend is binnen deze bosbestemming. De grondwal dient namelijk overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan te
worden
de
bedrijfsactiviteiten
worden
aangeplant
onttrokken.
met
diverse inheemse
soorten
bosplantsoen, waardoor
de omgeving op een groene wijze De uitvoering hiervan is door middel van voor
aan
het
een
in
zicht
planregels opgenomen voorwaardelijke verplichting aanhef en onder a van de planregels is verder als 4.4.4, geborgd. voorwaardelijke verplichting opgenomen dat binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de grondwal en de keerwand met een hoogte van 3,0 m moeten worden aangelegd conform de inrichtingstekening als opgenomen in bijlage 4 bij de planregels. Onder b is bepaald dat het gebruiken en (doen) laten gebruiken van de gronden alleen is artikel 4.4.3
van
de
In artikel
toegestaan
wanneer
die
grondwal
en
keerwand
in stand
worden
gehouden.
de voorzieningenrechter gewaarborgd dat de grondwal ook daadwerkelijk zal worden aangelegd, zodat het akoestisch onderzoek daarvan bij de berekeningen mocht uitgaan. Hiermee
is
naar
het oordeel
van
en anderen dat uit het Over de stelling van (geanonimiseerd) BEN akoestisch onderzoek niet blijkt vanaf welke punten vanuit het bedrijf is worden gehaald, gerekend en dat de richtafstanden uit de VNG-brochure niet
6.4.
overweegt onderzoek
de
voorzieningenrechter
dat
in de
bijlagen
2
en
3
van
dat
het
bedrijf uitdrukkelijk is opgenomen welke meetpunten binnen dat de raad van oordeel Verder is de voorzieningenrechter zijn gehanteerd. het van zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de bedrijfsactiviteiten bomenrooibedrijf vergelijkbaar zijn met de in de VNG-brochure genoemde “loonbedrijven, plantsoen- en hoveniersbedrijven” waarvoor milieucategorie 3.1 geldt, en niet met die van een industrieel verwerkingsbedrijf, zoals (geanonimiseerd) en anderen op de zitting hebben betoogd. Overigens staat EN vast en is niet in geschil dat de richtafstanden voor geluid niet worden
202305782/1/R2
16
6
en
april 2024
202305782/2/R2
gehaald. Dat is voor de raad juist aanleiding geweest onderzoek
om
akoestisch
te laten uitvoeren.
en anderen dat de In het betoog van (geanonimiseerd) MN bronvermelding van de gehanteerde bronvermogens in het akoestisch onderzoek ontbreekt, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat de raad dit onderzoek niet aan het bestemmingsplan ten
6.5.
grondslag heeft mogen leggen. Daarbij acht de voorzieningenrechter van en anderen overgelegde reactie van belang dat in de door (geanonimiseerd) BN Antea staat dat het ontbreken van de bronvermelding naar verwachting niet tot andere conclusies zal leiden, omdat voor de meest gehanteerde bronvermogens geldt dat deze in lijn liggen met hetgeen redelijkerwijs wordt verwacht. De voorzieningenrechter ziet in wat verder in de reactie van Antea is opgemerkt ook geen aanleiding voor het oordeel dat het akoestisch onderzoek zulke gebreken in kennis of leemten bevat dat de raad zich daarop niet heeft mogen
baseren.
voorgaande heeft de raad zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter op het standpunt mogen stellen dat het plan niet zal leiden tot een onaanvaardbare geluidshinder. Het betoog slaagt niet. 6.6.
Gelet op het
Geur
(geanonimiseerd) en anderen betogen dat de raad ten onrechte het EN aspect geur niet bij de belangenafweging heeft betrokken. (geanonimiseerd) en anderen menen volgt uit de BEN toelichting van het bestemmingsplan dat het aspect geur door de raad wel beoordeeld is. In de toelichting staat dat wordt voldaan aan de richtafstand voor geur van 30 m. Verder staat in de toelichting dat de toezichthouder van de Omgevingsdienst Brabant Noord op 6 mei 2022 een controle heeft uitgevoerd op de bedrijfslocatie. Daarbij is geconstateerd dat dichtbij de opslag van de houtchips een geur van vochtig hout herkenbaar is, maar dat JA,
Anders dan
deze geur op een afstand van 1 m niet meer waarneembaar is. De raad heeft daarnaast toegelicht dat naar aanleiding van de in de zienswijzen geuite zorgen nader advies is ingewonnen bij de omgevingsdienst. Deze heeft aangegeven dat houtchips niet binnen enkele dagen gaan rotten of composteren en dat geurhinder in de vorm van compostlust of rottingslucht en anderen hebben niet te verwachten valt. In wat (geanonimiseerd) BEN
aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan de juistheid van deze constateringen te twijfelen. Gelet daarop kon de raad in dit geval afzien van het doen van onderzoek naar geurhinder. Het betoog
slaagt niet.
Uitbreiding binnen het NNB
en
de
groenblauwe mantel
en anderen betogen dat een deel van het perceel (geanonimiseerd) EN M416 wordt omgezet van feitelijke natuur naar een bedrijfsbestemming. Deze uitbreiding van de bedrijfsbestemming ligt in het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en de “groenblauwe mantel”, bedoeld voor het behoud,
8.
202305782/1/R2
16 april 2024
7
en
202305782/2/R2 het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Van landschappelijke inpassing is geen sprake, aangezien een grondwal niet past binnen de bosbestemming. of duurzame
herstel
De
grondwal
maakt
bestemming
moeten
ontwikkeling
deel uit
van
de
van
bedrijfsbestemming
had
en
binnen
die
Uit het vooroverleg blijkt ook dat de provincie niet instemt met de ontwikkeling in de groenblauwe mantel. Bovendien wordt het perceel omheind door een hekwerk waardoor dieren geen gebruik
kunnen
maken
liggen.
het
van
bos, aldus MN (geanonimiseerd) en anderen.
voorzieningenrechter overweegt dat de omstandigheid dat gronden liggen binnen de groenblauwe mantel, niet betekent dat er geen 8.1.
De
ontwikkelingsruimte
is. In artikel
meer
3.32
Interim
de
van
bestemmingsplan de groenblauwe mantel, a) strekt tot behoud, ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee Noord-Brabant
omgevingsverordening dat van toepassing is op herstel of duurzame
bepaald
is
dat
een
samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden, b) regels stelt ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied en de c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan en bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken landschappelijke waarden. De raad heeft toegelicht dat met de ontwikkeling fors wordt geïnvesteerd in ruimtelijke kwaliteit, waardoor wordt voldaan aan de doelstellingen van de groenblauwe mantel. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt.
oppervlakte
Een
975 m? van perceel M416 is omgezet zal worden ingericht met inheemse soorten van
bestemming “Bos” en bosplantsoen en bomen. Aan de westzijde de
naar
het
van
plangebied
zullen
verder
aangeplant. Daartoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage 3 bij de planregels door opgenomen. Daarnaast wordt het bedrijf landschappelijk ingepast oprichting van een grondwal, die wordt aangeplant met diverse inheemse nieuwe
loofbomen
heesters
en
bosplantsoen.
soorten
worden
Zoals hiervoor onder 6.3
is overwogen oordeel dat de
is
ziet de
grondwal, die voorzieningenrechter geen aanleiding voor het wordt aangeplant met verschillende inheemse soorten bosplantsoen, niet passend is binnen de bosbestemming. Dat met deze grondwal het bedrijf landschappelijk wordt ingepast en deze ook een geluidsreducerende functie heeft, betekent niet dat de grondwal niet meer passend is binnen de bosbestemming. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat een hekwerk niet passend is binnen de bosbestemming, aangezien het moet gaan om een afrastering met een open karakter en de raad onder verwijzing naar de plantoelichting heeft toegelicht dat op een aantal plekken openingen voor klein wild zullen worden gerealiseerd, zodat de
fauna
in
en
rondom
het
plangebied
Over het betoog dat NNB,
overweegt
de
een
deel
niet wordt van
voorzieningenrechter
belemmerd. is voorzien
de uitbreiding
dat
het
college
van
in het
gedeputeerde
het NNB heeft aangepast. In dat herbegrenzingsbesluit grenzen is toegelicht dat de beoogde uitbreiding is voorzien op een klein gebied van in totaal 57 m? niet gerealiseerd NNB dat geen ecologische waarde kent. staten
de
van
Bovendien
de NNB
vindt
met
de
herbegrenzing compensatie plaats
wordt versterkt. Het betoog slaagt niet.
waardoor
elders
202305782/1/R2
16 april 2024
8
en
202305782/2/R2
Overige beroepsgronden
9.
en (geanonimiseerd) B
anderen
betogen
direct
dat
naast
het
aan
het
perceel sprake is van teelt door een tuinder die gewasbeschermingsmiddelen gebruikt en dat niet wordt voldaan aan de afstandseis van 5O m. Aangezien de raad niet heeft toegelicht waarom deze kortere afstand aanvaardbaar is, is het besluit onzorgvuldig gemotiveerd, NNB
onttrokken
menen
en anderen. (geanonimiseerd) BN
Artikel 8:69a Awb luidt: "De bestuursrechter vernietigt een besluit 9.1. niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich
daarop beroept.”
Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken Il, 2009/10, 32 450, blz.
de
Awb
nr.
3,
de eis willen
18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens van
stellen dat
schending van een rechtsregel het belang van de appellant.
die
kennelijk niet strekt
tot
bescherming
van
Daargelaten of wordt voldaan aan de richtafstand van 50 m tussen mogelijke spuitzones en de planlocatie, wat volgens de raad wel het geval is, is het belang van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied niet het belang waarvoor BEN (geanonimiseerd) en anderen bescherming zoeken. Op grond van artikel 8:69a van de Awb kan dit betoog daarom niet leiden tot vernietiging van het besluit. met hun betoog bedoelen dat uit Waar (geanonimiseerd) en anderen BEN bestaand onderzoek zou blijken dat de combinatie van gewasbeschermingsmiddelen en broei van hout tot geurhinder kan leiden, hebben zij dat voor het eerst op de zitting naar voren gebracht. Niet gebleken en anderen dit betoog niet eerder naar voren hebben is dat (geanonimiseerd) BEN kunnen brengen, zodat dit punt buiten beschouwing blijft. Het betoog slaagt niet. 9.2.
en anderen dat niet voldaan Over het betoog van (geanonimiseerd) BN kan worden aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de vereiste vergunning in geval van opslag van meer dan 600 m° hout, overweegt de voorzieningenrechter dat er geen grond bestaat voor het oordeel dat de raad
10.
op
voorhand
verleend. 600 m?
had
moeten
inzien
geldt dat de perceel op te op Het betoog slaagt niet. Daarnaast
hout
m1. onderzoek
het
(geanonimiseerd) en B is verricht
naar
de
geen vergunning kan worden initiatiefnemer niet verplicht is om meer dan
dat
daarvoor
slaan.
anderen
betogen
dat
ten
onrechte
verkeersveiligheid, aangezien
geen
het aantal
202305782/1/R2
16
9
en
april 2024
202305782/2/R2
vrachtbewegingen als gevolg bedrijfslocatie zal toenemen.
opslag
van
en
versnipperen
op de
voorzieningenrechter overweegt dat de raad heeft toegelicht dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de afvoer van houtchips in een worstcase-scenario gemiddeld met 4 vrachtverkeersbewegingen per dag zal toenemen, wat door BE (geanonimiseerd) en anderen niet wordt betwist. Aangezien het om een bedrijfslocatie in het buitengebied gaat aan een 60 km/h weg voor bestemmingsverkeer, ziet de raad geen aanleiding te veronderstellen dat de verkeersveiligheid door deze toename in gevaar komt. Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat als gevolg van het plan geen onaanvaardbare verslechtering van de verkeerveiligheid ter plaatse zal 111
De
ontstaan.
Het 12. in het
betoog slaagt niet.
anderen betogen dat het bedrijf niet passend is (geanonimiseerd) en buitengebied, maar thuishoort op een industriegebied.
in de plantoelichting heeft de raad toegelicht dat en hoe de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan is beoordeeld. Uit de plantoelichting blijkt dat de raad daarbij naar meerdere 1251:
In het verweerschrift
en
milieu- en omgevingsaspecten heeft gekeken. De raad heeft daarbij betrokken dat het bedrijf al zo’n 30 jaar in het buitengebied is gevestigd en dat de uitbreiding geen onaanvaardbare ruimtelijke gevolgen met zich brengt. en anderen naar voren hebben gebracht ziet de In wat (geanonimiseerd) BEN
voorzieningenrechter geen reden de huidige locatie. Het betoog slaagt niet.
voor
het oordeel dat het
bedrijf niet past op
Conclusie 13.
Het
beroep is ongegrond.
hierop bestaat aanleiding het verzoek voorlopige voorziening af te wijzen. 14.
Gelet
15.
De raad
hoeft geen
proceskosten
te
om
vergoeden.
het treffen
van
een
“_202305782/1/R2
16 april 2024
10
en
202305782/2/R2
Beslissing De voorzieningenrechter Raad van State: het
de
van
L
verklaart
IJ.
wijst het verzoek af.
Afdeling
van
beroep ongegrond;
Aldus vastgesteld
door
(geanonimiseerd)
tegenwoordigheid
van
(geanonimiseerd) Em
(geanonimiseerd) voorzieningenrechter, in
(geanonimiseerd) griffier.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
voorzieningenrechter Uitgesproken in het openbaar 842
Verzonden:
bestuursrechtspraak
16 april 2024
griffier op
16 april 2024
de