CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

A4b Bijlage 1 - Uitvoeringsprogramma GA NOVEX De Peel

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestuurlijke stukken10.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL Werken aan een meer leefbare, natuurlijke en ondernemende Peel 17 juni 2026

INHOUDSOPGAVE Voorwoord

5

Inleiding – De schop in de grond! 1.1 Positionering van dit Uitvoeringsprogramma: doorpakken met Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel 1.2 Begrenzing van het Novex-gebied en focus van dit Uitvoeringsprogramma 1.3 Keuze voor een gebiedsgerichte aanpak 1.4 Uitvoeringsprogramma als onderdeel van een samenhangend raamwerk

6 6 7 8 10

2.

Uitgangspunten

12

3.

Maatregelpakketten in Uitvoeringsprogramma 3.1 Totstandkoming eerste versie Uitvoeringsprogramma 3.2 Maatregelpakketten, financiële aspecten en bijsturen

18 18 19

4.

Monitoren voortgang uitvoering 4.1 Monitoren en bijsturen 4.2 Risico- en omgevingsmanagement en lerende aanpak

26 26 27

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

1.

2

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Overzicht doelen en prestaties van maatregelpakketten Zicht op dekking Besteding middelen Regeling gebiedsgerichte aanpakken

28 30 31

COLOFON Uitvoeringsprogramma Gebiedsgerichte aanpak De Peel is het resultaat van een samenwerking van de volgende overheden: Gemeenten Bernheze, Meijerijstad, Maashorst, Boekel, Land van Cuijk, Laarbeek, Gemert-Bakel, Helmond, Deurne, Someren, Asten, Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Weert, Nederweert, Leudal, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Limburg, provincie Limburg, provincie Noord-Brabant, Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

NOVEX DE PEEL

Figuur 1 – De Peel in 1688, een moerasgebied van circa 30.000 ha. Voor de grootschalige vervening halverwege de 19e eeuw strekte het hoogveengebied zich ongeveer uit van Weert in het zuiden tot Grave in het noorden.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

DE PEEL IN 1688

3

4

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

VOORWOORD

Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel. Samen met de bijbehorende samenwerkingsovereenkomst vormt dit een belangrijke mijlpaal in de samenwerking tussen 17 gemeenten, 2 provincies, 2 waterschappen en het Rijk, die in 2022 van start is gegaan. Beter bekend als NOVEX De Peel. Met elkaar zetten wij ons in voor een economisch sterke Peel, én voor een gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Als voorzitters vanuit Regio en Rijk zijn wij er trots op hier deel van uit te maken. Een essentiële stap is het weer op gang brengen van de vergunningverlening, zodat de noodzakelijke verduurzaming van het gebied op gang komt. Om een stevige start te maken met die ambitie, heeft het Rijk 300 miljoen euro beschikbaar gesteld voor De Peel. Met dit uitvoeringsprogramma zetten we die investering om in vijf integrale

maatregelpakketten, gericht op natuurbehoud en -herstel, hydrologische verbeteringen en stikstofreductie. Ons uitgangspunt daarbij is dat ‘de streek aan het roer’ is. We sluiten daarom aan bij bestaande gebiedsgerichte aanpakken en initiatieven in beide provincies, nabij Natura 2000-gebieden Deurnsche Peel & Mariapeel (inclusief De Bult), Groote Peel en Sarsven en de Banen. Zo benutten we de kennis, energie en het draagvlak in het gebied zo goed mogelijk. Met dit Uitvoeringsprogramma en de afspraken die daarbij horen, willen we als NOVEX De Peel de vergunningverlening een flinke stap dichterbij brengen. Tegelijkertijd realiseren we ons dat er ook daarna nog veel werk te doen is. Daarom blijven we met elkaar én met de partners in het gebied in gesprek, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. Alleen door samen op te trekken en onze krachten te bundelen kunnen we de uitvoering versnellen en mensen die in het gebied wonen en werken echt verder helpen. De opgaven in de Peel zijn omvangrijk en met elkaar verweven. Dat vraagt om nauwe samenwerking, met blijvende aandacht voor de sociaaleconomische ontwikkeling van het gebied. Samen bouwen we aan een meerkleurig Peel. Een plek waar natuur, water en economie in balans zijn. Waar boeren en andere ondernemers een goede boterham verdienen, ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid én waar het fijn leven is in de steden en de dorpen.

Voorzitters NOVEX De Peel,

Mario Jacobs (Dijkgraaf Waterschap Aa en Maas)

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

De Peel is een uniek gebied in Nederland, gevormd door samenspel tussen mens en natuur. Waar ooit een uitgestrekt veenmoeras lag, treffen we vandaag een regio met een krachtige agrarische traditie, veelzijdige natuur en sterke gemeenschapszin. In de Peel komen grote landelijke opgaven samen. Daarom slaan alle overheden in De Peel de handen ineen om deze opgaven in samenhang op te pakken. Samen werken we aan nieuw perspectief waar natuur, economie en leefbaarheid in evenwicht zijn en waar eigenaarschap en uitvoeringskracht hand in hand gaan. En in dat kader zetten we nu een volgende, belangrijke stap.

Jaimi van Essen (Minister van LVVN)

5

1. INLEIDING – DE SCHOP IN DE GROND!

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

1.1 Positionering van dit Uitvoeringsprogramma: doorpakken met Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel

6

Op basis van de Nationale Omgevingsvisie werken Rijk en regio sinds 2021 in De Peel interbestuurlijk samen aan een meerkleurige toekomst onder de noemer ‘NOVEX De Peel’1. Daartoe is in 2023 en 2024 een ‘Zich Ontwikkelend NOVEXperspectief’ opgesteld met 2050 als horizon (ZON2050). Via deze samenwerking zetten de betrokken overheden – als waren zij één overheid – samen de schouders onder het gebied. NOVEX De Peel heeft als doel, met het ZON2050 als richtinggevend kompas, om samen met de mensen die er wonen, werken en recreëren een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving te realiseren. Een plek ook waar boeren en andere ondernemers een goede boterham verdienen, waar ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid én waar het fijn leven is in de steden en de dorpen. Die toekomst komt er niet vanzelf, want in De Peel stapelen grote ruimtelijke en andere opgaven zich op. Meest in het oog springend is het creëren van een gezond evenwicht tussen natuur en landbouw, waarvoor water en bodem de drager zijn. Tegelijkertijd zijn er ook andere grote opgaven, zoals voor energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw, defensie, mobiliteit en bereikbaarheid, de leefbaarheid in de kleine kernen en het ontwikkelen van nieuwe economische dragers.

Met andere woorden, er zullen hoe dan ook bestuurlijke keuzes moeten worden gemaakt, keuzes die soms zullen schuren: niet alles kan overal, niets doen is geen optie meer en keuzes vooruitschuiven helpt niemand.

Om uitvoering te kunnen geven aan deze meerkleurige opgaven is in de NOVEXsamenwerking voor de Peel een Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda (RUIA) ontwikkeld, die momenteel wordt geactualiseerd. Voorliggend Uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld in juni 2026 en kent een looptijd van 2026 tot en met 2035. Binnen de NOVEXsamenwerking zijn de betrokken overheden ervan overtuigd, dat alleen door als één overheid in het gebied de benodigde inzet te leveren, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid, er voldoende uitvoeringskracht aan het gebied kan worden gegeven. Het uitgangspunt bij NOVEX De Peel is niet voor niets ‘de streek aan het roer’. Binnen de hiervoor beschreven opgaven heeft natuurherstel – via stikstofreductie, hydrologisch herstel, aanpak van verdroging en andere drukfactoren – de eerste prioriteit gekregen: om überhaupt te kunnen ontwikkelen en te werken aan de meerkleurige opgave moet De Peel van het slot. Zonder geborgd natuurherstel en aantoonbare stikstofemissiereductie is het hoe dan ook niet mogelijk om de vergunningverlening in de streek weer op gang te krijgen.

Verlening van natuurvergunningen (omgevingsvergunning voor een Natura2000-activiteit) is immers cruciaal om nieuwe ontwikkelingen voor een toekomstbestendige landbouw, voor woningbouw en infrastructuur, voor de energietransitie, voor recreatie en nieuwe economie en om andere leefbaarheidsopgaven te faciliteren. Via de Ministeriële Commissie voor Economie en Natuurherstel is daarom in april 2025 €300 mln. beschikbaar gesteld voor een startpakket gericht op stikstofemissiereductie en herstel van overbelaste natuur in De Peel2. Dit is in aanvulling op generiek beleid en generieke maatregelen van Rijk en regio. Het kabinet-Jetten heeft deze inzet in haar Coalitieakkoord opnieuw bevestigd.

1 NOVEX De Peel is een interbestuurlijke samenwerking van 17 gemeenten, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Limburg, Provincie Limburg, Provincie Noord-Brabant en het Rijk, vertegenwoordigd door de ministeries van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuur en Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties. De 17 gemeenten die tot op heden actief betrokken zijn binnen NOVEX De Peel zijn Land van Cuijk, Maashorst, Bernheze, Meijerijstad, Boekel, Gemert-Bakel, Deurne, Laarbeek, Helmond, Someren en Asten in Noord-Brabant en de gemeenten Venray, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Weert, Nederweert en Leudal in Limburg. 2 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 362

NOVEX DE PEEL

Er is maar één Peel en toch zijn er verschillende manieren om de streek te begrenzen. In dit Uitvoeringsprogramma houden wij vooralsnog de begrenzing aan waarvoor in het ZON2050 is gekozen. Deze begrenzing is tevens de basis die wordt gehanteerd voor de interbestuurlijke samenwerking NOVEX De Peel (zie Figuur 2). Die begrenzing in het ZON2050 gaat uit van de sturende werking van het water-bodem-systeem en haar relevante hydrologische verbindingen. Op basis daarvan zijn vervolgens 17 gemeenten in het gebied van NOVEX De Peel gaan samenwerken. Het startpakket aan maatregelen in deze eerste versie van het Uitvoeringsprogramma richt zich nadrukkelijk op de zones rondom de Natura 2000-gebieden binnen het werkgebied van NOVEX De Peel (zie Figuur 2)3. Een gerichte aanpak op specifieke bedrijvigheid in zones direct rondom de Natura 2000-gebieden in De Peel levert naar verwachting aantoonbaar effect door een afname van de stikstofdepositie op de nabije overbelaste natuur én de gebiedsgerichte aanpak brengt tegelijkertijd de hydrologische voorwaarden voor natuur én landbouw in het gebied op orde. In De Peel is hydrologie het belangrijkst om natuurherstel te realiseren, omdat water nog belangrijker is voor hoogveenherstel dan stikstofreductie.

Figuur 2 – Begrenzing werkgebied NOVEX De Peel, de Natura2000-gebieden en de bij de samenwerking betrokken gemeenten.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

1.2 Begrenzing van het Novex-gebied en focus van dit Uitvoeringsprogramma

3 In NOVEX De Peel liggen geheel of gedeeltelijk acht Natura 2000-gebieden: Deurnsche Peel & Mariapeel, Groote Peel, Sarsven & de Banen, Boschhuizerbergen, Oeffelter Meent, Leudal, Weerter- en Budelbergen & Ringelsven en Strabrechtse Heide & Beuven. In totaal gaat het hier om bijna 10.000 ha. Naast genoemde acht gebieden liggen twee Natura 2000-gebieden direct tegen het gebied van NOVEX De Peel, te weten Maasduinen en Zeldersche Driessen, tezamen bijna 5.400 ha.

7

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

1.3 K  euze voor een gebiedsgerichte aanpak De opgaven, wettelijke taken en bestuurlijke afspraken voor De Peel zijn uitgebreid beschreven in meerdere beleidsprogramma’s van de betrokken NOVEX-overheden. Bij de provincies Limburg en Noord-Brabant zijn de opgaven onder meer vastgelegd in de provinciale omgevingsvisies en actualisaties daarvan, in het Limburgs Offensief Stikstof (LOS), in de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 2.0 (BOS) en in de Aanpak Landelijk Gebied (ALG). Ook zijn opgaven vastgelegd in gemeentelijke omgevingsvisies en gemeentelijke programma’s en plannen. Belangrijk vertrekpunt voor de opgaven in De Peel bij de waterschappen Limburg en Aa en Maas zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de daaruit voortkomende Stroomgebiedbeheerplannen (SGBP) en de KRW-impulsprogramma’s. Ook de waterbeheerprogramma’s (WBP), de waterschapsverordeningen, het Convenant Grondwater (Brabant) en het Convenant Voldoende Zoetwater 2026-2050 (Limburg) zijn van belang. Bij het Rijk gaat het met name om beleidsafspraken vastgelegd in de Aanpak Ruimte voor Landbouw en Natuur (LVVN), de Nota Ruimte (BZK-VRO), het Nationale Deltaprogramma (inclusief Deltaprogramma zoetwater) en Nationaal Programma Water (IenW), het Programma Energie Hoofdstructuur (EZK-KGG) en het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (Defensie).

In De Peel zetten beide provincies momenteel in op een gebiedsgerichte aanpak rondom de Natura 2000-gebieden. Zo’n gebiedsgerichte aanpak is de manier om de complexe en gestapelde opgaven in samenhang aan te pakken. Om te voorkomen dat iedereen op elkaar gaat wachten, totdat het gehele plaatje compleet is en de uitvoering helemaal niet van de kant komt, is een gefaseerde programmatische aanpak daarin cruciaal. In De Peel zijn meerdere

deelgebieden aan te wijzen, waarin op deelgebiedsniveau meerdere betrokken partijen de handen al ineen hebben geslagen. De streek aan het roer, draagvlak, integraliteit, energie en motivatie komen hier samen. De samenwerkende overheden kunnen daar duidelijkheid en uitvoeringskracht aan toevoegen. In de gebiedsgerichte aanpak werken betrokken partners samen aan oplossingen voor een sterkere natuur, voldoende en schoon water, een gezonde bodem en toekomstperspectief voor de landbouw. Met dit Uitvoeringsprogramma bouwen de samenwerkende overheden voort op en geven een extra impuls aan die gebiedsgerichte aanpak. In Noord-Brabant gebeurt dit via de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA): GGA Vitale Peel (Groote Peel en Deurnsche Peel & Mariapeel), GGA De Bult (onderdeel van Deurnsche Peel & Mariapeel) en GGA Strabrechtse Heide (voor zover deze in het gebied van NOVEX De Peel ligt). Voor Oeffelter Meent is (nog) geen GGA opgestart. In Limburg wordt vanuit het LOS ingezet op de Natura 2000-gebieden Peelvenen (Groote Peel en Deurnsche Peel & Mariapeel), Sarsven en de Banen, Boschhuizerbergen, Leudal, Weerteren Budelerbergen & Ringelsven. Het LOS zet daarbij in eerste instantie in op de Natura 2000-focusgebieden Peelvenen en Sarsven en De Banen. De urgentie van de opgave in De Peel is groot en wordt – door alle betrokken partijen, ieder op hun eigen manier – breed gevoeld.

Om nog in 2026 van start te kunnen gaan met de gebiedsgerichte aanpak in De Peel brengen we in deze eerste versie van het voortrollend Uitvoeringsprogramma bewust focus aan door in te zetten op maatregelpakketten (als samenstel van projecten, maatregelen en andere inspanningen) die gericht zijn op natuurherstel, stikstofemissiereductie en verbetering van hydrologie (waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit) en die voortkomen uit lopende

4 De selectie van maatregelpakketten is in hoofdstuk 3 beschreven. Daarmee zet deze eerste versie van het uitvoeringsprogramma niet in op alle gebiedsprocessen noch op een aanpak via verspreide, kleinschalige en op zichzelf staande projecten.

8

gebiedsprocessen4. Met deze gebiedsgerichte maatregelpakketten, in aanvulling op landelijke generieke maatregelen, streven we ernaar om te voldoen aan het additionaliteitsvereiste5 en zo in het hele omliggende gebied de vergunningverlening weer op gang te krijgen en nieuwe ontwikkelingen weer mogelijk te maken.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Het Uitvoeringsprogramma zal de komende jaren ‘voortrollend’ verder in- en aanvulling krijgen

en uiteindelijk een modulair onderdeel worden van de in ontwikkeling zijnde actualisatie van de meerkleurige RUIA. Financiering voor de RUIA zal de komende jaren gevonden moeten worden uit middelen die zowel vanuit de regio als vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld. In voorkomende gevallen zal ook een beroep kunnen worden gedaan op private partijen om mee te investeren in de toekomst van De Peel.

5 Het additionaliteitsvereiste is de toets of vrijgekomen stikstofruimte niet nodig is om verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden te voorkomen en volgt uit de Europese Habitatrichtlijn en daaruit voortkomende jurisprudentie van de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State. In de kern houdt het additionaliteitsvereiste in dat vóórdat toestemming kan worden gegeven voor een nieuwe activiteit die stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden veroorzaakt, eerst moet worden onderbouwd dat er voldoende maatregelen zijn (of op korte termijn worden) getroffen om de natuurdoelen in die Natura 2000-gebieden te halen. Dat kunnen zowel natuurherstellende maatregelen in het gebied zelf als stikstof reducerende maatregelen zijn.

9

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

1.4 Uitvoeringsprogramma als onderdeel van een samenhangend raamwerk

10

Voor de gebiedsgerichte aanpak in De Peel is een samenhangend raamwerk opgesteld, dat bestaat uit drie pijlers: een Uitvoeringsprogramma, een Samenwerkingsovereenkomst en een regeling voor een Specifieke uitkering. Het Uitvoeringsprogramma bevat de uitgangspunten, de maatregelpakketten (met projecten, maatregelen en andere inspanningen) om resultaten te bereiken en doelen te realiseren en de wijze waarop monitoring van de voortgang van de uitvoering plaatsvindt. De Samenwerkingsovereenkomst bevat de bestuurlijke afspraken voor de samenwerking tussen betrokken overheden, waaronder de governance en besluitvorming rondom uitvoering, financiering, monitoring en bijsturing en de vaststelling en actualisatie van het Uitvoeringsprogramma. De regeling voor Specifieke uitkering bevat de juridische en financiële grondslag voor de uitkering van middelen vanuit het Rijk naar de regio, met voor de eerste versie van het Uitvoeringsprogramma de door het Rijk beschikbaar gestelde €300 mln. De Specifieke uitkering is beleidsarm ingericht en zorgt dat middelen alleen beschikbaar zijn binnen de kaders van een ondertekende Samenwerkingsovereenkomst en een (volgens de governance van de Samenwerkingsovereenkomst) vastgesteld Uitvoeringsprogramma.

Dit raamwerk van een Uitvoeringsprogramma, Samenwerkingsovereenkomst en Specifieke uitkering is een bewuste keuze: deze drie documenten kunnen alleen in samenhang met elkaar worden gezien en niet los van elkaar. Dit raamwerk stelt de samenwerkende overheden in staat om regie te houden, om ruimte te houden voor praktische en effectieve uitvoering en de ruimte om de uitvoering waar nodig aan te passen op basis van nieuwe inzichten. Dit kan dan via een actualisatie van het Uitvoeringsprogramma door dit nader in of aan te vullen, zonder dat daarvoor een aanpassing van de Samenwerkingsovereenkomst of de beschikking voor de specifieke uitkering nodig is. De beleidsarme regeling voor de Specifieke uitkering kan op deze wijze toekomstbestendig voort blijven bestaan, omdat geen inhoudelijke toetsingscriteria of verplichtingen en geen beleidsindicatoren voor monitoring zijn opgenomen. Hiervoor wordt juist verwezen naar het Uitvoeringsprogramma en de Samenwerkingsovereenkomst. Dit biedt de mogelijkheid om desgewenst op een later moment aanvullende middelen toe te voegen aan de regeling voor de Specifieke uitkering, bijvoorbeeld omdat nieuw beleid is ontwikkeld en hiervoor aanvullende middelen door het Rijk beschikbaar gesteld worden.

Dit betekent kortom dat het raamwerk een voortrollend karakter mogelijk maakt, omdat in de toekomst nieuwe modules in het Uitvoeringsprogramma en aanvullende middelen kunnen worden toegevoegd.

De provincies Limburg en Noord-Brabant treden, ieder voor het eigen deel, op als regiokassier voor de middelen die via een specifieke uitkering beschikbaar worden gesteld. Dit betekent dat zij verantwoordelijk zijn voor het ontvangen, beheren en doorzetten van middelen ten behoeve van de uitvoering van de maatregelpakketten. De provincies dragen zorg voor een rechtmatige en doelmatige besteding van de middelen, in lijn met dit Uitvoeringsprogramma en de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst. Nadere afspraken over financiële stromen, verantwoording en controle zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Dit Uitvoeringsprogramma vormt samen met de Samenwerkingsovereenkomst en de regeling voor de specifieke uitkering het inhoudelijke en bestuurlijke fundament voor de gebiedsgerichte aanpak in De Peel. Het Uitvoeringsprogramma wordt/is vastgesteld overeenkomstig de afspraken zoals vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst. Met de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma spreken partijen zich uit over de inhoudelijke koers, de maatregelpakketten en de inzet van middelen. Deze vaststelling vormt tevens de basis voor ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst. Wijzigingen of actualisaties van het Uitvoeringsprogramma vinden plaats overeenkomstig de afspraken zoals opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst.

De schop in de grond! Gereedschap van de peelwerker. (bron: Deurnewiki)

11

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

12

2. UITGANGSPUNTEN Voor dit Uitvoeringsprogramma Gebiedsgerichte aanpak De Peel hebben de samenwerkende overheden in NOVEX De Peel de volgende uitgangspunten geformuleerd. Deze zijn in lijn met en geven invulling aan de uitgangspunten in de Kamerbrief over een Samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof (27 maart 2026).

De streek aan het roer – projecten, maatregelen en inspanningen voortkomend uit gebiedsprocessen Als interbestuurlijk samenwerkingsverband organiseert NOVEX De Peel de noodzakelijke uitvoeringskracht die de streek in staat stelt zelf eigenaarschap te pakken op de opgaven in het gebied. Uitvoeren vanuit een bottomup benadering met ‘de streek aan het roer’ is daarmee het belangrijke basisprincipe onder de samenwerking in NOVEX De Peel. Het betekent ook dat projecten, maatregelen en andere inspanningen voortkomen uit lopende en nog te starten gebiedsprocessen, waarin onder andere boeren, boswachters, bewoners en bestuurders samenwerken en die maatregelpakketten in gebiedsprocessen met elkaar uitwerken en uitvoeren.

Krachten bundelen, vanuit ieders eigen verantwoordelijkheden en met behoud van ieders bevoegdheden In De Peel is sprake van ruimtelijk samenhangende, complexe, gestapelde opgaven. Om de opgaven effectief aan te pakken bundelen het Rijk, provincies, waterschappen, regio’s en gemeenten hun krachten en werken zo gebiedsgericht samen. Zij zetten in de interbestuurlijke samenwerking NOVEX De Peel als ware zij één overheid gezamenlijk en met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid de schouders onder de ambities voor een leefbare, natuurlijke en ondernemende Peel. Samen met ondernemers, initiatiefnemers, bewoners en andere betrokkenen bouwen zij aan een leefbare en sterke regio. Voor nu én later. De opgave voor natuurherstel en stikstofreductie is een verantwoordelijkheid van provincies en Rijk. Zij kunnen en willen deze opgave echter niet alleen, maar juist samen met de andere overheden oppakken. Op zo’n manier dat iedere partij haar eigen rol en verantwoordelijkheden behoudt. De gezamenlijke inzet met bijvoorbeeld gemeenten en waterschappen, vanuit hun kennis van het gebied en de mensen die er wonen en ondernemen, maakt de uitvoering realistisch en effectiever en kan in het gebied rekenen op een breder draagvlak.

Met andere woorden, door ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst en vaststelling van het Uitvoeringsprogramma spannen alle betrokken overheden zich in om mee te denken en werken aan maatregelen die passen in het gebied. Tegelijkertijd betekent deze rol (natuurlijk) geen inperking van eigen bevoegdheden: denk bijvoorbeeld aan de bevoegdheid van een gemeenteraad om wijzigingen van een Omgevingsplan vast te stellen. Ieder partij in de NOVEX-samenwerking behoudt dus haar eigen bevoegdheden. Pas aan

de hand van een concreet uitgewerkt voorstel zal bijvoorbeeld een gemeenteraad daar en dan kunnen besluiten over een wijziging van een Omgevingsplan.

Sturen op doelen Het Uitvoeringsprogramma stuurt op doelen en helpt tegelijkertijd de samenwerking binnen NOVEX De Peel grip te houden op de voortgang in het realiseren van deze doelen. Hierbij heeft natuurherstel (via stikstofreductie, hydrologisch herstel, de aanpak verdroging en andere drukfactoren) prioriteit, omdat deze cruciaal is voor het kunnen realiseren van de eerder beschreven meerkleurige opgave. Vanuit het perspectief van de regio moet het Uitvoeringsprogramma in ieder geval bijdragen aan doelen voor De Peel, zoals geformuleerd in bijvoorbeeld het Limburgs Offensief Stikstof, Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 2.0 en Aanpak Landelijk Gebied Brabant of andere koersdocumenten zoals bijvoorbeeld ontwikkeld in GGA-verband, binnen focusgebieden of op basis van het Zich Ontwikkelend Perspectief 2050. Vanuit het perspectief van het Rijk en de provincies moet het Uitvoeringsprogramma (en de maatregelpakketten daarin), om aanspraak te kunnen maken op een financiële bijdrage uit de door het Rijk beschikbaar gestelde €300 mln., in ieder geval resulteren in doelbereik op het gebied van natuurbehoud en -herstel door onder andere stikstofreductie en/of hydrologisch herstel om op deze wijze het mogelijk maken van vergunningverlening dichter bij te brengen. Bij realisatie van deze doelen is toekomstperspectief voor de landbouwsector een belangrijk uitgangspunt.

Natuurbehoud en -herstel: het versneld uitvoeren van maatregelen in en rond Natura 2000-gebieden NOVEX-gebied De Peel om verslechtering te stoppen, natuurkwaliteit te verbeteren en de basiskwaliteit natuur in het omliggende landelijk gebied te versterken.

Stikstofreductie: het realiseren van een structurele en juridisch geborgde reductie van stikstofemissies, om de depositie op de Natura 2000-gebieden te verlagen. Hydrologisch herstel: het herstellen van het water- en bodemsysteem met het oog op natuurherstel en tegelijkertijd ervoor zorgen dat landbouw mogelijk blijft, bijvoorbeeld door het tegengaan van verdroging en het verbeteren van zoetwaterbeschikbaarheid en waterkwaliteit (inclusief beekdalherstel met het oog op de realisatie van doelen uit de Kaderrichtlijn Water).

Voor de prioriteit op natuurherstel (binnen de meerkleurige opgave) geldt een aanvullende toelichting. Belangrijk is dat de aanpak zich richt op de juiste plekken, dat wil zeggen rondom Natura 2000-gebieden, zodat de door het gebied geleverde inspanningen ook bijdragen aan het additionaliteitsvereiste voor het op gang kunnen brengen van vergunningverlening. Het kunnen aantonen van additionaliteit vraagt om duidelijk geformuleerde doelen, zodat meetbaar wordt wat de inspanning oplevert in termen van natuurherstel, stikstofreductie en hydrologie. Het Rijk, in samenspraak met provincies en andere betrokken partijen, formuleert de komende periode de beoogde omvang van de bijdrage aan de doelen via generieke respectievelijk gebiedsgerichte maatregelen.

13

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

14

Met realisatie van de maatregelpakketten in dit Uitvoeringsprogramma wordt dan ook een belangrijke bijdrage geleverd aan die doelen. Deze maatregelpakketten vormen daarmee een stevige en essentiële stap op weg naar het mogelijk maken van vergunningverlening. Tegelijkertijd zijn we er dan nog niet om vergunningverlening mogelijk te maken. Gezamenlijk monitoren we de voortgang en bepalen we continu met elkaar naar wat nog nodig is om dat wel mogelijk te maken: welke eventuele extra gebiedsgerichte maatregelen zijn nodig om, in samenhang met komende generieke maatregelen vanuit het Rijk en provincies, de beoogde doelen te realiseren. Met dit Uitvoeringsprogramma lopen de overheden gezamenlijk de treden van de trap op, en wordt op een later moment bepaald hoe hoog de trap is. Bij het realiseren van doelen zal het uiteindelijk gewenste doel voor een deelgebied als geheel en de prestaties van gebiedsgerichte en generieke projecten en maatregelen afzonderlijk verschillen. Op gebiedsniveau definiëren we het gewenste doel als de outcome op de langere termijn. Deze outcome is het uiteindelijke resultaat van alle generieke en gebiedsspecifieke projecten en maatregelen in het betreffende gebied. Deze moet aantoonbaar leiden tot natuurherstel, wat uiteindelijk bijdraagt aan het weer mogelijk maken van vergunningverlening, en toekomstperspectief voor blijvende agrarische ondernemers.

De prestaties van afzonderlijke projecten en maatregelen is de gemeten output in een gebiedscontext, zoals aantal hectare herstelde natuur, het aantal hectare extensivering (de gereduceerde stikstofemissie per hectare en gerealiseerde peilopzetten. Hier gaat het dus, zo veel als mogelijk, om eenduidige en direct meetbare prestaties, waarvan je op de langere termijn verwacht dat het in totaliteit bijdraagt aan de te behalen doelen in het gebied. De NOVEX-samenwerking zal de output monitoren en bijsturen waar nodig, inclusief de inzet van middelen conform de kaders, voor blijvende ondernemers, bedrijfsbeëindiging, zoneringsaanpak, natuurherstel en hydrologische maatregelen.

Voorwaarden bij de beschikbaar gestelde €300 mln. vanuit het Rijk Bij het beschikbaar stellen van de €300 mln. heeft het kabinet onderstaande voorwaarden meegegeven die van belang zijn bij de uitwerking van de Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel. De toepassing van deze voorwaarden krijgt vorm via praktijkcasuïstiek in De Peel. Die toepassing kan gaandeweg de uitvoering aanleiding zijn voor voorstellen aan de Minister van LVVN tot aanscherping of bijstelling van deze voorwaarden. Besteding van middelen is gericht op het helpen en stimuleren van ondernemers om hun stikstofemissie te reduceren en op breder herstel van overbelaste natuur door hydrologische maatregelen en de aanpak van drukfactoren. Bij de ondersteuning van ondernemers kunnen opties worden geboden binnen het gehele ‘trappetje van Remkes’ (innoveren, omschakelen, extensiveren, verplaatsen, beëindigen) en uitsluitend op basis van vrijwilligheid. De voorgestelde maatregelen worden uitgevoerd binnen NOVEX-gebied De Peel en zoveel mogelijk gericht op zones rond de Natura 2000-gebieden in De Peel (de zoneringsaanpak) en waar effectief ook daarbuiten. Om met de beschikbare financiële middelen zoveel mogelijk aan de doelen bij te dragen en gebruik te kunnen maken van belangstelling voor bestaande regelingen, worden middelen ook ten dele benut buiten de zones, maar zal het overgrote deel in de zones neerslaan.

De provincie Limburg zet middelen in, die afkomstig zijn uit de zogenaamde Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied, Regeling provinciale versnellingsvoorstellen transitiefonds, Regeling programma Natuur-fase 2, Nationaal Strategisch Plan (NSP) en provinciale regeling Natuur en water. Tevens zet zij middelen in vanuit het Limburgs Offensief Stikstof, het Leefbaarheidsfonds, het plan Bodemvitalisering en het Blijversbudget. De omvang van deze provinciale middelen (zie bijlage 2) en de voorwaarden zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten van provincie Limburg. Voor de middelen die oorspronkelijk afkomstig zijn vanuit Rijksregelingen6 blijven de voorwaarden gelden, zoals die eerder door het Rijk zijn gesteld in de regeling voor de betreffende specifieke uitkering.

De provincie Noord-Brabant zet middelen in, die afkomstig zijn vanuit Aanpak Landelijk Gebied, reguliere middelen voor Water en vanuit Natuurpact-afspraken (met het oog op realisatie van Natuur-Netwerk-Nederland-doelen). De omvang van deze provinciale middelen (zie bijlage 2) en de voorwaarden zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten van provincie NoordBrabant. Voor de middelen die afkomstig zijn vanuit Rijksregelingen6 blijven de voorwaarden gelden, zoals die eerder door het Rijk zijn gesteld in de regeling voor de betreffende specifieke uitkering. Ter uitvoering van artikel 10, derde lid, van de Samenwerkingsovereenkomst zijn de hiervoor omschreven doelen en voorwaarden, waaronder het Rijk de middelen beschikbaar stelt, nogmaals herhaald in bijlage 3 bij dit Uitvoeringsprogramma. Deze bijlage vormt de koppeling tussen het Uitvoeringsprogramma en de beoogde beschikking van de Minister van LVVN, houdende de verlening van de middelen als specifieke uitkering.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Voorwaarden voor de beschikbaar gestelde provinciale middelen vanuit Limburg resp. Noord-Brabant

6 Denk aan de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied, Regeling provinciale versnellingsvoorstellen transitiefonds, Regeling programma Natuur-fase 1 en -fase 2.

15

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Richten op ambities voor 2050, met mijlpalen voor tussendoelen in 2030 en 2035: tussentijds aanvullen, verbeteren en bijsturen van het Uitvoeringsprogramma (voortrollend naar doelbereik)

16

Dit Uitvoeringsprogramma en de Samenwerkingsovereenkomst gelden voor de periode van 2026 tot en met 2035. In de Samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd op welke wijze partijen langjarig samenwerken en hoe ze op enig moment in overleg treden over voortzetting van de samenwerking. Het Uitvoeringsprogramma is het dynamische onderdeel dat jaarlijks of in een ander te bepalen ritme tussentijds kan worden aangevuld, verbeterd en/of bijgestuurd. Het Uitvoeringsprogramma draagt op deze wijze bij aan het gezamenlijk effectief, efficiënt en realistisch (stap voor stap) richten van inzet en middelen binnen De Peel.

Aanleiding voor tussentijdse actualisatie van het Uitvoeringsprogramma kan verschillend zijn, zoals: De voortgang van de uitvoering (zowel qua prestaties als qua doelbereik) aan de hand van voortgangsrapportages; Leerervaringen en nieuwe inzichten, nieuwe ontwikkelingen of innovaties, waardoor bijsturing in maatregelen die beter werken, effectiever zijn en/of meer draagvlak hebben; De ontwikkeling van nieuw beleid en aanscherping van doelen (van Rijk en/ of regio) en het mede op grond daarvan beschikbaar stellen van aanvullende middelen (bijvoorbeeld uit het Stikstoffonds van het kabinet). Toevoeging en uitbreiding kan bijvoorbeeld gebeuren op inhoud, op (deel)gebieden, op soorten maatregelen of op toepassingsbereik.

Interventielogica Opgave: Overbelasting van natuur door verdroging, stikstof, verslechterde water- en bodemkwaliteit en andere drukfactoren; Tegelijkertijd is sprake van een kwetsbaar landbouwsysteem door verdroging en verslechtere water- en bodemkwaliteit. Maatregelen: Extensivering (inclusief afwaarderen grond, behoud grasland en beperken omschakeling naar akkerbouw), ruilverkaveling, verplaatsing, vrijwillige beëindiging van bedrijven, omschakeling naar biologische of natuurinclusieve landbouw, reductie bemesting en gewasbeschermingsmiddelen, hydrologische maatregelen (zoals grondwaterpeilopzet, aanpassing watergangen en stuwen, beekdalherstel, plas-dras-situaties, klimaatbuffers), uitbreiding natuurareaal, natuurherstel, ecologische verbindingszones, ven-uitbreiding, verbetering van waterkwaliteit, uitbreiding groenblauwe dooradering en versterking van landschapselementen. Prestaties (output): bijvoorbeeld hectares extensivering (waaronder extensivering grondgebruik, verminderen aantal groot vee-eenheden en behoud grasland), hectares nieuwe of herstelde natuur, hectares met hogere grondwaterpeilen, aantal klimaatbuffers, hectares subirrigatie, kilometers landschapselementen/ groenblauwe dooradering/ groenstructuren, kilometers beekdalherstel en aantal ecologische verbindingszones.

Doelen/ beoogde effecten (outcome): Verbeterde natuur en natuurkwaliteit, herstelde hydrologische systemen (tegengaan verdroging en verbetering waterkwaliteit), stikstofreductie, verbeterde biodiversiteit, vermindering gewasbeschermingsmiddelen, toekomstperspectief voor blijvende agrarische ondernemers. De eerst genoemde doelen dragen tevens bij aan aantoonbaar natuurherstel en het mogelijk maken van vergunningverlening, als voorwaarde voor verdere gebiedsontwikkeling.

17

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

3. MAATREGELPAKKETTEN IN UITVOERINGSPROGRAMMA 3.1 Totstandkoming eerste versie Uitvoeringsprogramma

De integrale beoordeling op basis van diverse stappen en criteria

Het Uitvoeringsprogramma omvat meerdere maatregelpakketten. Een maatregelpakket is zelden een enkelvoudig project of maatregel. In dit Uitvoeringsprogramma gaat het vaak om een aanpak of een traject dat bestaat uit een set of samenstel van meerdere projecten, maatregelen en/of andere inspanningen, die in het kader van een breder gebiedsproces tot stand zijn gekomen, worden uitgewerkt en tot uitvoering komen. Dit vindt plaats via een gebiedsgerichte aanpak, zoals die door overheden in de NOVEXsamenwerking wordt voorgestaan.

De integrale beoordeling en selectie van de voorstellen door de werkgroep Uitvoeringsprogramma heeft eveneens plaatsgevonden in een aantal stappen. Ten eerste is een voorstel voor een maatregelpakket beoordeeld of het op de juiste wijze is ingediend en voldoet aan de doelen en voorwaarden bij de beschikbaar gestelde €300 mln. (zie hoofdstuk 2). Vervolgens is elk afzonderlijk voorstel beoordeeld op nader uitgewerkte criteria ten aanzien van doeltreffendheid, doelmatigheid en uitvoerbaarheid. Daaruit volgt voor elk voorstel één integraal oordeel over al deze aspecten als geheel. En als laatste stap, voorafgaand aan daadwerkelijke toevoeging van een maatregelpakket aan het Uitvoeringsprogramma, zijn de ingediende voorstellen als geheel beoordeeld. Bij deze stap wordt bijvoorbeeld gekeken naar een evenwichtige verdeling over beide provincies, binnen het werkgebied en naar een variatie aan projecten en maatregelen die past bij het bestedingsplan dat het Ministerie van LVVN hanteert voor de uitkering van de €300 mln.

Het proces van verzamelen, beoordelen en besluitvorming over maatregelpakketten Het opnemen van maatregelpakketten in het Uitvoeringsprogramma is verlopen volgens onderstaande route: Stap 0: Inrichten breed samengestelde Werkgroep Uitvoeringsprogramma vanuit het Programmateam NOVEX De Peel7; Stap 1: Indienen en verzamelen voorstellen op basis van een ingevuld informatieprofiel. De provincies Noord-Brabant en Limburg zijn hierbij proces-regisseur; Stap 2: Integraal beoordelen ingediende voorstellen voor maatregelpakketten (zie hierna); Stap 3: Besluitvorming over het Uitvoeringsprogramma door het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel.

De integrale beoordeling kent de volgende mogelijke uitkomsten: Positief, het voorstel voor een maatregelpakket is opgenomen in het overzicht van maatregelpakketten in het Uitvoeringsprogramma, zie hoofdstuk 3, die gesteld staan om te starten in 2026 of 2027; Negatief maar kansrijk, het voorstel voor een maatregelpakket is nu nog onvoldoende maar lijkt wel kansrijk als het voorstel nog verder wordt uitgewerkt, onderbouwd of (op

7 Met deelnemers vanuit gemeenten, waterschappen Aa en Maas en Limburg, provincies Limburg en Noord-Brabant en het Ministerie van LVVN.

18

Voortrollend karakter en doorkijk naar volgende versies Voorliggend Uitvoeringsprogramma krijgt een voortrollend karakter, waarbij op nog te bepalen momenten een nadere invulling en aanvulling kan komen. Bijvoorbeeld ingeval op inhoud andere politiek-bestuurlijke en/of beleidsmatige kaders/ voorwaarden gaan gelden, in toepassingsgebied (welke zones of gebieden in beeld voor welke maatregelen) en/of de keuzes die volgen uit de Ministeriële Taskforce voor Landbouw, Natuur en Stikstof. Of wanneer eventuele aanvullende financiële middelen vanuit Rijk en/of regio beschikbaar komen. Al deze voorbeelden kunnen leiden tot aanvulling en eventuele bijstelling van de eerste versie van het Uitvoeringsprogramma. En mogelijk ook tot aanpassing van de doelen, de criteria voor de integrale beoordeling en de manier van beoordelen. Voorgaande betekent ook dat in de NOVEX-samenwerking op een later moment aanvullingen tot stand kunnen komen, zodat het Uitvoeringsprogramma de zones rondom alle Natura 2000-gebieden in NOVEXgebied De Peel kan gaan omvatten. Deze versie van het Uitvoeringsprogramma richt zich namelijk op een deel van zones en Natura 2000-gebieden (zie volgende paragraaf).

3.2 M  aatregelpakketten, financiële aspecten en bijsturen 3.2.1 Overzicht maatregelpakketten Met deze eerste versie van het Uitvoeringsprogramma wordt met onderstaande vijf maatregelpakketten aan de slag gegaan. Het overzicht van de maatregelpakketten is uitgebreider beschreven in de tabel in bijlage 1. Voor elk maatregelpakket geeft de tabel in bijlage 1 weer: de naam van het maatregelpakket en de overheid die trekker is, de bijdrage aan de doelen, de periode van uitvoering en de te leveren prestaties. De Bult (onderdeel van Deurnsche Peel & Mariapeel), Gedeelde Peel (Limburgse zijde Deurnsche Peel & Mariapeel), Vitale Peel (Brabantse zijde Groote Peel en Deurnsche Peel & Mariapeel), Meijels Agrarisch Perspectief (Limburgse zijde Groote Peel) en Sarsven en de Banen. Zie de kaart in figuur 3 voor de deelgebieden waar met deze maatregelpakketten aan de slag wordt gegaan. Dit Uitvoeringsprogramma is, zoals eerder al is aangegeven, het startpakket waar mee begonnen wordt. Dit laat onverlet dat er in NOVEX-gebied De Peel nog meer gebiedsprocessen lopen of nog starten, waar eveneens maatregelen nodig zijn.

3.2.2 Zicht op dekking De maatregelpakketten kennen allemaal een meerjarige uitvoering oplopend tot tien jaar en bestaan uit een samenstel van meerdere samenhangende en opeenvolgende projecten, maatregelen en inspanningen. Dit hangt samen met de integrale en gebiedsgerichte aanpak van deze deelgebieden. Dit betekent dat in het gebied aan de slag wordt gegaan met opgaven van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten en gelijktijdig realisatie van meerdere doelen plaatsvindt. Om die reden vindt ook gezamenlijke bekostiging plaats. Hiermee wordt werk met werk gemaakt; dit is effectiever, sneller, efficiënter en levert meer maatschappelijk waarde op dan

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

onderdelen) aangepast. Het voorstel wordt niet opgenomen in dit Uitvoeringsprogramma maar blijft in beeld bij de door het Programmateam NOVEX De Peel ingestelde werkgroep UP voor eventuele nieuwe rondes van voorstellen indienen en beoordelen;  Negatief, het voorstel voor een maatregelpakket valt af en komt niet in aanmerking voor toekenning van middelen uit de €300 mln.

19

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

20

Figuur 3 – Zones rondom Natura 2000-gebieden waar met maatregelpakketten aan de slag wordt gegaan.

wanneer iedere overheid afzonderlijk aan de slag gaat met ieders eigen opgave. Bijlagen 2 en 3 geven inzicht in het zicht op dekking vanuit betrokken partijen aan de maatregelpakketten. Bij het komen tot balans tussen kosten en dekking van een maatregelpakket wordt bewaakt dat financiële bronnen voor dekking complementair zijn aan elkaar en dat geen dubbele financiering plaatsvindt voor een bepaald project of bepaalde activiteit.

Reikwijdte van besluitvorming over het Uitvoeringsprogramma door het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel Het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel stelt het Uitvoeringsprogramma vast overeenkomstig de governance van de Samenwerkingsovereenkomst. Hiermee legt zij afspraken vast over de uit te voeren maatregelpakketten, aan welke doelen deze bijdragen en welke prestaties daarmee zijn

te leveren. Tevens worden hiermee de financiële bijdragen vanuit Ministerie van LVVN en elke provincie vastgelegd. Voor wat betreft de financiële bijdragen van waterschappen en gemeenten, kunnen partijen ervoor kiezen deze onder te brengen onder de governance van de Samenwerkingsovereenkomst en vervolgens ervoor kiezen die financiële bijdrage over te hevelen naar de provincies (als regiokassier voor dit Uitvoeringsprogramma). Ook is het mogelijk dat deze financiële bijdrage vooralsnog bij het betreffende waterschap of gemeente blijft, omdat deze financiële bijdragen betrekking hebben op ieders eigen wettelijke taken of opgaven. Denk bijvoorbeeld aan hydrologische maatregelen die weliswaar onderdeel zijn van het integrale maatregelpakket maar naar verwachting uitgevoerd zullen worden door het waterschap zelf. En soortgelijk geldt dit bijvoorbeeld voor de realisatie van wandelof fietspaden voor versterking van recreatieve en toeristische structuur en versterking van de leefbaarheid, waar gemeenten (al dan niet met

3.2.3 Specifieke Uitkering vanuit het Rijk Op basis van het vastgestelde Uitvoeringsprogramma en een ondertekende Samenwerkingsovereenkomst is een aanvraag mogelijk voor een specifieke uitkering door de Minister van LVVN aan de provincies Limburg en NoordBrabant. Ieder voor €150 mln., die door het Rijk beschikbaar is gesteld naar aanleiding van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel. Uitkering van dit bedrag vindt plaats, waarbij het aandeel compensabele btw

door het Ministerie van LVVN wordt ingebracht in het BTW-compensatiefonds. Aan de uitkering van de €300 mln. heeft het Rijk inhoudelijke en beleidsmatige voorwaarden verbonden, zie hoofdstuk 2. Daarnaast zijn vanuit het oogpunt van doeltreffendheid en doelmatigheid ook voorwaarden verbonden aan het type maatregelen waaraan de uitgekeerde middelen worden besteed. Deze type maatregelen zijn onderverdeeld in categorieën en voor elke categorie is vastgesteld welk deel van het budget -inclusief ruimte voor afwijkingen binnen de aangegeven bandbreedtes- moet worden besteed aan maatregelen binnen die categorie: zie tabel hierna.

Verdeling budget €150 mln. (incl. btw) provincie Limburg over categorieën Hydrologische en natuurherstel maatregelen Extensiveren en omschakelen landbouw Vrijwillig (gedeeltelijk) beëindigen en verplaatsen Maatwerk en ondernemersgericht Totaal [€ x mln.]

Indicatieve verdeling Bandbreedte budget [€ x mln.] [€ x mln.] 65 60 75 60 53 68 18 8 23 7 0 15 150 150 plafond

Verdeling budget €150 mln. (incl. btw) provincie Noord-Brabant over categorieën Hydrologische en natuurherstel maatregelen Extensiveren en omschakelen landbouw Vrijwillig (gedeeltelijk) beëindigen en verplaatsen Maatwerk en ondernemersgericht Totaal [€ x mln.]

Indicatieve verdeling Bandbreedte budget [€ x mln.] [€ x mln.] 44 38 53 67 60 75 29 23 38 10 0 15 150 150 plafond

Binnen de categorieën worden middelen ingezet via passende maatregelen overeenkomstig de interventielogica (zie hoofdstuk 2), zoals subsidieregelingen voor extensivering, omschakeling, verplaatsing en vrijwillige beëindiging van bedrijven, grondinstrumentarium (waaronder verwerving, ruilverkaveling en afwaardering) en hydrologische maatregelen. De inzet van deze maatregelen leidt tot de in bijlage 1 opgenomen prestaties. Hiermee wordt geborgd dat de besteding van middelen binnen de categorieën bijdraagt aan de realisatie van de doelen zoals opgenomen

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

cofinanciering van de provincie) financieel aan bijdragen. Besluitvorming door waterschappen en gemeenten hierover kan op een later moment plaatsvinden.

21

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

22

in dit Uitvoeringsprogramma. De toepassing van bandbreedtes voor elke categorie biedt de noodzakelijke flexibiliteit en ruimte in de uitvoering, terwijl tegelijkertijd wordt geborgd dat het totaal beschikbare budget van €300 mln. niet wordt overschreden.

Van toepassing voor elke provincie (elke €150 mln.) Prestatieniveau Maatregelniveau Categorieniveau

3.2.4 Flexibiliteit en bijsturen tijdens de uitvoering, de voorafgaande planuitwerking en bijbehorende (wettelijke) planologische besluitvorming Het is eerder regel dan uitzondering dat plannen tijdens de verdere planuitwerking, (wettelijke) planologische besluitvorming of tijdens de uitvoering nog wijzigen. Hierdoor kan het wenselijk zijn om maatregelen aan te passen of middelen te verschuiven. Het Bestuurlijk overleg van de betreffende GGA- of focusgebied kan in veel gevallen zelf besluiten over dergelijke bijsturing. In sommige gevallen ligt die bevoegdheid echter bij het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel. Samengevat is de bevoegdheid om te besluiten over wijzigingen als volgt (zie tabel):

Binnen één maatregelpakket BO van betreffende GGA- of focusgebied BO van betreffende GGA- of focusgebied (mits binnen categorie) BO NOVEX De Peel

Tussen maatregelpakketten Niet van toepassing BO NOVEX De Peel BO NOVEX De Peel

Let op: deze ‘situaties’ moeten worden bezien per provincie en dus niet voor de €300 mln. als geheel.

Hieronder vallen personele inzet (intern/ extern), programmabureau, juridische en financiële ondersteuning, ICT en organisatorische ondersteuning. Dit kan zowel betrekking hebben op personele inzet (eigen personeel en externe inhuur), als op ondersteunende kosten zoals verbruiksgoederen en reis- en verblijfskosten, voor zover deze aantoonbaar samenhangen met de uitvoering.

overeenkomstig de afspraken in artikel 7 en 10 van de Samenwerkingsovereenkomst Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel. De uitkomst van dat besluit bepaalt of is afgeweken van de voorwaarden aan de uitkering. In zijn besluit weegt het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel mee dat afwijkingen van de categorieën zijn toegestaan binnen de bandbreedtes die in de tabel in paragraaf 3.2.3 zijn aangegeven.

Als kader voor de besteding van de middelen van de Minister van LVVN (de €300 mln.) geldt een plafond van 15% uitvoeringskosten als uitgangpunt (zijnde het midden tussen 10 en 20%). Voor het plafond voor uitvoeringskosten geldt het principe van ‘comply or explain’. Het plafond heeft het karakter van een sturingsen toetsingskader en niet van een afzonderlijk geoormerkt budget. Overschrijding van het percentage is in beginsel alleen mogelijk binnen het totale toegekende budget van €150 mln. aan elke provincie. En in dat geval treden partijen in overleg over het wel of niet kunnen instemmen met die overschrijding en zo nodig over herprioritering. Indien wordt afgeweken van dit plafond, wordt dit gemotiveerd toegelicht in de voortgangsrapportage en in het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel besproken.

3.2.5 Uitvoeringskosten De hiervoor beschreven financiële bijdragen in paragraaf 3.2.2 dienen tevens ter dekking van de zogenaamde uitvoeringskosten. Dat wil zeggen dat de betreffende partijen die een maatregelpakket mede bekostigen, ieder hun proportionele deel bijdragen aan de uitvoeringskosten. Uitvoeringskosten zijn kosten die samenhangen met voorbereiding en uitvoering van maatregelen/projecten en het Uitvoeringsprogramma inclusief de bijbehorende gebiedsprocessen en/ of ondersteuning van ondernemers. Denk aan: voorbereiding, regie, coördinatie, monitoring, administratie, communicatie, vergunningverlening en bestuurlijke juridische procedures (zoals diverse omgevingswetinstrumenten) en programmasturing ten behoeve van maatregelen/projecten in het kader van het/ voortvloeiend uit het Uitvoeringsprogramma.

Partijen spreken af na te streven de uitvoeringskosten zo laag mogelijk te houden, met het besef dat uitvoeringskosten voorwaardelijk zijn en zorgen voor uitvoering van projecten, maatregelen en inspanning (als onderdeel van de genoemde maatregelpakketten). En dat uitvoeringskosten daarmee bijdragen aan realisatie van de doelen.

Het genoemde percentage wordt beschouwd als passend, proportioneel en doelmatig. Dit gezien de complexiteit van de opgave en de benodigde inspanningen die inherent zijn aan een gebiedsgerichte aanpak in het landelijk gebied. Waarbij sprake is met samenwerking meerdere gebiedspartners, soms ingrijpende maatregelen voor agrariërs, integrale projecten en maatregelen en intensieve en soms meerjarige voorbereiding en uitvoering van bijvoorbeeld grond-herwaarderingstrajecten, ruilverkaveling

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Dit betekent dat het schuiven met maatregelen (en de inzet van middelen) tussen verschillende categorieën (zie tabel in paragraaf 3.2.3) en/of tussen maatregelpakketten (zie opsomming in paragraaf 3.2.1) valt onder de beslissingsbevoegdheid van het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel.In alle andere gevallen is het aan het Bestuurlijk overleg van het betreffende GGA- of focusgebied om daar, in afstemming met de betreffende provincie, over te besluiten. Dit betekent in de praktijk dat een Bestuurlijk overleg van een GGA- of focusgebied zelf kan besluiten tot wijzigingen in prestaties of maatregelen binnen het eigen GGA- of focusgebied/ maatregelpakket, mits dit geen verschuiving betekent op categorieniveau. Besluiten tot wijzigingen door het Bestuurlijk overleg NOVEX De Peel vinden plaats

23

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

24

en landinrichting. Voorgenoemde afspraak geldt voor de drie maatregelpakketten in de provincie Limburg en de twee maatregelpakketten in de provincie Noord-Brabant en voor de gehele programmaperiode. In de eerste jaren is naar verwachting sprake van relatief hoge uitvoeringskosten (opstartfase, organisatieinrichting, grondstrategie, juridische voorbereiding), en bij kapitaalintensieve of complexe maatregelen (bijv. grondtransacties of kavelruil) is sprake van langere perioden van uitvoeringsinzet voorafgaan aan de feitelijke realisatie. Om goed zicht te houden op de ontwikkeling van uitvoeringskosten en tijdig bij te kunnen sturen, vindt monitoring daarom jaarlijks plaats via de voortgangsrapportage. Hierbij wordt deze trendmatig beschouwd over de programmaperiode, en niet op jaarbasis beoordeeld, zodat desgewenst voldoende tijdig (voor het einde van de programmaperiode) bijsturing mogelijk is.

25

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

4. MONITOREN VOORTGANG UITVOERING

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

Dit hoofdstuk gaat over de wijze waarop de monitoring van de voortgang van de uitvoering vorm krijgt in de context van een voortrollend programma en een interbestuurlijke, gebiedsgerichte samenwerking NOVEX De Peel. Daarnaast gaan we in dit hoofdstuk kort in op hoe in diezelfde context het risico- en omgevingsmanagement en de lerende aanpak zijn georganiseerd.

4.1 Monitoren en bijsturen Monitoring op de voortgang van de uitvoering is van belang om inzicht te krijgen in de voortgang van de realisatie van de te leveren prestaties van de maatregelpakketten. Dit maakt het mogelijk om zo nodig het Uitvoeringsprogramma bij te sturen. Om die reden vindt monitoring plaats van de prestaties (output) zoals die is weergegeven in bijlage 1. Hierbij wordt in de voortgangsrapportage de relatie gelegd tussen maatregelen (inzet van instrumenten uit de interventielogica, zoals geduid in hoofdstuk 2), de prestaties en de bijdrage aan de beoogde effecten (outcome). Dit levert inzicht in de mate waarin maatregelen effectief bijdragen aan het realiseren van de doelen en kan indien daar aanleiding voor is tijdig bijsturing plaatsvinden. Bijvoorbeeld in de inzet van type maatregelen, de samenstelling van maatregelen binnen een of meer maatregelpakketten of de verdeling van middelen over categorieën (zie paragraaf 3.2.4). Ons uitgangspunt bij monitoren is om van onderop te beginnen en gebruik te maken van dat wat er al is en loopt. Dit betekent dat we geen nieuwe systemen bouwen als dat niet nodig is en dat we slim samenwerken. Desgewenst kan op een later moment besloten worden om monitoring voortrollend uit te bouwen. Voorgaande betekent dat we aansluiten bij de

Limburgse en Brabantse aanpak van monitoring, zoals die in het Limburgs Offensief Stikstof resp. de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof en Aanpak Landelijk Gebied is uitgewerkt. We maken hierbij slim gebruik van de al operationele monitoring en bijbehorende datasets in De Peel. We combineren daarvoor systemen en data op Rijksniveau (bijvoorbeeld NER en NEMA), op provinciaal niveau (bv. de reguliere Natuurdoelanalyses), van de waterschappen (bv. actuele grondwaterstanden en andere watersysteemdata), gemeenten en waar mogelijk ook gebiedssamenwerkingen. De slimme combinatie van al operationele monitoring wordt gebruikt om twee keer per jaar een integrale voortgangsrapportage van het Uitvoeringsprogramma Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel op te stellen. De voortgangsrapportage omvat drie onderdelen: het verleden (welke resultaten zijn bereikt), het heden (aan welke resultaten wordt nu gewerkt) en de toekomst (welke resultaten moeten nog worden gerealiseerd), telkens met een prognose van nog te leveren prestaties aan het einde van de looptijd van deze samenwerking. De voortgangsrapportage biedt hierbij zowel inzicht in de voortgang van maatregelpakketten (deelgebiedsniveau) als over het totaal van de Gebiedsgerichte aanpak NOVEX De Peel. Het Programmateam van NOVEX De Peel8 stelt de integrale voortgangsrapportage op met ondersteuning van beide provincies.

Dat team kan naar aanleiding van de voortgangsrapportage ook voorstellen doen om de voortgang te verbeteren, maatregelpakketten te wijzigen of aan te vullen of andere knelpunten weg te nemen. In het advies wordt in samenspraak met de regiokassiers ook verantwoording gegeven over de financiële uitputting van de beschikbare middelen.

8 Met deelnemers vanuit gemeenten, waterschappen Aa en Maas en Limburg, provincies Limburg en Noord-Brabant en het Ministerie van LVVN.

26

4.2 R  isico- en omgevingsmanagement en lerende aanpak Risicomanagement Risicomanagement (risicobeheersing) van het Uitvoeringsprogramma vindt plaats op twee niveaus: 1. Het begint in de gebieden, bij de uitvoering van de maatregelpakketten. Dit is primair een verantwoordelijkheid voor de trekkers van die maatregelpakketten zelf (zie bijlage 1 voor de trekkers, bovenin de tabellen). Vaak hebben die trekkers al een vorm van governance ingericht rondom de betreffende gebiedsprocessen en daarbinnen zal ook de risicobeheersing van de uitvoering van maatregelpakketten ter hand worden genomen. 2. Daarnaast is er het samenspel tussen de partners in de NOVEX-samenwerking. De risicobeheersing op het niveau van het Uitvoeringsprogramma is geregeld in de Samenwerkingsovereenkomst. Zo regelt artikel 5.5 dat partijen zich zullen inspannen als blijkt wanneer zich risico’s voordoen of dreigen voor te doen tijdens de uitvoering. Artikel 9.2 regelt de rol van het Programmateam bij het voorkomen en beheersen van risico’s. En artikel 10.5 gaat specifiek in op de omgang met de beheersing van financiële risico’s.

Omgevingsmanagement (inclusief communicatie) Ook Omgevingsmanagement vindt plaats op twee niveaus. Ten eerste in de deelgebieden, bij de uitvoering van de maatregelpakketten: ook dat is primair een verantwoordelijkheid voor de trekkers zelf. En ten tweede, in bredere zin, behoren omgevingsmanagement en communicatie rondom het Uitvoeringsprogramma tot de taken van het Programmateam. Voor het omgevingsmanagement en de communicatie rond dit Uitvoeringsprogramma wordt aangesloten op de bestaande strategie en gebruik gemaakt van bestaande communicatiekanalen (o.a. website en Peelcafés). Momenteel wordt de strategie doorontwikkeld, met specifieke aandacht voor het Uitvoeringsprogramma, en uitgebreid met de oprichting van een adviesraad voor maatschappelijke stakeholders.

Lerende aanpak Tijdens het uitvoeren van de gebiedsgerichte aanpak willen we ook leren over de aanpak. Ook dit gebeurt primair binnen het Programmateam, waarbij we aansluiten bij de manier waarop we dit in bredere zin in NOVEX-verband doen. Door te experimenteren, te reflecteren en te delen, werken we niet alleen aan succesvolle uitvoering, maar ook aan het lerend vermogen van alle betrokkenen – nu en in de toekomst. Deze proactieve aanpak sluit aan bij de Lerende Aanpak die het Rijk en partners in de gebieden hebben afgesproken. Op deze manier werken we op een adaptieve en cyclische manier aan het realiseren van transitieopgaven in (o.a.) De Peel. Er is daarbij continu aandacht voor reflectie, het eigen handelen wordt geëvalueerd. Dit wordt geborgd en gedeeld: periodiek zal het Programmateam rapporteren aan het Directeurenoverleg en het Bestuurlijk overleg over geleerde lessen en adviseren over mogelijke verbetering van de aanpak en in de uitvoering.

UITVOERINGSPROGRAMMA GEBIEDSGERICHTE AANPAK NOVEX DE PEEL - JUNI 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=7256ce71-b305-4bad-9424-832cb50c0c97