A32 RvS-uitspraak beroep Bp Buitengebied St-Oedenrode, herziening Koeveringsedijk ong.pdf
Tekst van het document
1
, Raad
vanState
Afd eling b estuii rsre clitsp ra a k
Pagina 1 van 1
Nr. Raad van de gemeente Meierijstad
Ingekomen Afd.
2 1 MRT 202Z
Postbus 10001 5460 DA VEGHEL
Datum
Ons nummer
18 maart 2022
202108046/2/R2
Uw kenmerk
Inlichtingen
Onderwerp
Mw. Z. Butt 070-4264901
Meierijstad Bp. Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Koeveringsedijk ong.
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
De griffie is op 27 april gesloten.
3S42r..>7((:Af))
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
i
Raad
vanState 202108046/2/R2. Datum uitspraak: 18 maart 2022
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: Vereniging Het Groene Hart Brabant, gevestigd te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, appellante. en de raad van de gemeente Meierijstad, verweerder.
1
202108046/2/R2
2
18 maart 2022
Procesverloop De vereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 30 september 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Koeveringsedijk ong.". Overwegingen 1. Het op deze zaak betrekking hebbend wettelijk kader is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak. 2. De vereniging is voor het door haar ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 3. De vereniging is bij aangetekend verzonden brief van 24 december 2021 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen.
Nadat is gebleken dat de vereniging het griffierecht niet heeft voldaan is de vereniging bij aangetekend verzonden brief van 27 januari 2022 meegedeeld dat het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending van de brief, dat wil zeggen uiterlijk 24 februari 2022, op de rekening van de Raad van State dient te zijn bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State dient te zijn betaald. Tevens is vermeld dat, indien het verschuldigde bedrag niet op de vermelde datum is ontvangen, het beroep reeds om die reden niet-ontvankelijk wordt verklaard, behoudens in uitzonderlijke gevallen. ” Het bedrag is niet binnen de aldus gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State betaald. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vereniging in verzuim is geweest. 4.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
.1
202108046/2/R2
18 maart 2022
3
V
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.
w.g. Venema lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Klingers griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2022 341 Verzonden: 18 maart 2022
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb). - Verzet moét schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan. - In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd. - Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. Het horen gebeurt dan alleen over het verzet.
202108046/2/R2
4
18 maart 2022
I
BIJLAGE
Algemene wet bestuursrecht
Titel 8.2. Behandeling van het beroep in eerste aanleg Afdeling 8.2.1. Griffierecht Artikel 8:41 1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven. 4. De griffier deelt de indiener van het beroepschrift mede welk griffierecht is verschuldigd en wijst hem daarbij op het bepaalde in het vijfde en zesde lid. 5. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort. 6. Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep nietontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.