A26 RvS-Uitspraak beroep BP Vier Gemalen.pdf
Tekst van het document
■Raad vanState
Afdeling bestiiursrechtspraak
Pagina 1 van 1
Ingekomen
Nr.
Afd.
- 4 MRT 2022 Raad van de gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA VEGHEL
Datum
Ons nummer
3 maart 2022
202105537/2/R2
Uw kenmerk
Inlichtingen
Onderwerp
Mw. M.A.M. Brautigam-van Gaaien 070-4264690
Meierijstad Bp. Landelijk gebied, herziening Vier Gemalen 9
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beëindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
3835897(CA0)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag -T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden ■«
*
n s
Raad
vanState 202105537/2/R2. Datum uitspraak: 3 maart 2022
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen: Vereniging Het Groene Hart Brabant, gevestigd te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, appellante. en de raad van de gemeente Meierijstad, verweerder.
«I
202105537/2/R2
2
3 maart 2022
Procesverloop De vereniging heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeenteraad van 24 juni 2021, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herziening Vier Gemalen 9". Overwegingen 1. Artikel 6:7 van de Awb luidt: "De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken." Artikel 6:8, eerste lid, luidt: "De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.' 2. Het bestreden besluit is bekendgemaakt op 7 juli 2021, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 en artikel 6:8, eerste lid, van de Awb is aangevangen op 8 juli 2021 en geëindigd op 18 augustus 2021. 3. Het beroepschrift is per faxbericht op 24 augustus 2021 verzonden en is derhalve niet binnen de termijn ingediend. Bij aangetekend verzonden brief van 26 augustus 2021 is de vereniging tot en met 23 september 2021 in de gelegenheid gesteld om mee te delen welke reden zij heeft voor deze termijnoverschrijding. De vereniging heeft niet gereageerd. Niet gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vereniging in verzuim is geweest. 4.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5.
De gemeenteraad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
%
w
202105537/2/R2
3 maart 2022
3
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. Klingers, griffier.
w.g. Venema lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Klingers griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2022 341 Verzonden: 3 maart 2022
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb). - Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan. - In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd. - Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. Het horen gebeurt dan alleen over het verzet.
> 202105537/2/R2
4
3 maart 2022
BIJLAGE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT Afdeling 3.6. Bekendmaking en mededeling Artikel 3:43 1. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan degenen die bij de voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben gebracht. Aan een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 wordt in ieder geval mededeling gedaan indien van het advies wordt afgeweken. Artikel 3:44 1. Indien bij de voorbereiding van het besluit toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, geschiedt de mededeling, bedoeld in artikel 3:43, eerste lid: a. met overeenkomstige toepassing van de artikelen 3:11 en 3:12, eerste of tweede lid, en derde lid, onderdeel a, met dien verstande dat de stukken ter inzage liggen totdat de beroepstermijn is verstreken. Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen over bezwaar en beroep Afdeling 6.2. Overige algemene bepalingen Artikel 6:7 De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. Artikel 6:8 1 De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. ( ... ) 4 De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, ter inzage is gelegd.
Artikel 6:9 1 Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. 2 Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Artikel 6:11 Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.