CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

A21 RvS - beroep Bp 'Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel - privacy gevoelige gegevens (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestuurlijke stukken4.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad

.

.

e

.

n

.

®

…

.

B

…

.

.

.

.…

Afdeling bestuursrechtspraak

vanState

.

.

Pagina

1

e

van

1

Ingekomen Afd.

“5 AUG 2024 Raad

de

van

113501

10001

Postbus 5460

BR-2025-

gemeente Meierijstad

VEGHEL

DA

Ons

Datum

2 augustus

Uw

nummer

202403319/1/R2

2024

kenmerk

BR-2024-113501 Onderwerp

Zen

(geanonimiseerd)

Meierijstad Bp. Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

Procedure

Beroep

Geachte

Hierbij

heer/mevrouw, stuur

ik

u

-

ter informatie

stukken die gaan

-

over

bovengenoemde procedure.

Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, griffier

de

Postbus

4190570(5A1)

20019

-

2500

Bij correspondentie

EA

Den

de datum

en

Haag het

-

T 070

nummer

426

van

44

deze

26

-

F 070

365

brief vermelden

13

80

-

www.raadvanstate.nl

nexT

|

ADVOCATEN

PER

AANGETEKENDE

TEVENS

PER

POST

GEWONE

STATE INGEKOMEN

RAAD

POST

Afdeling bestuursrechtspraak

-1

(geanonimiseerd) Postbus

VAN

AUG, 2024

20019

2500

EA

's-GRAVENHAGE

Datum Onze referentie

H

31

‘

D108097

Uw

8

referentie

Email

/ 1518285 202403319/1/R2

Geacht

-

EB / BvB

Ruimte

-

voor

Ruimte / advies Grote Braeck

(geanonimiseerd)

:

Doorkiesnummer

juli 2024

H

college,

Onder verwijzing naar uw brief van 11 juli jl. en mijn brief van 15 juli daaropvolgend doe ik u hierbij de reactie toekomen die mijn cliënte Ruimte voor Ruimte C.V. te ‘s-Hertogenbosch wil geven

raad

van

op de beroepschriften die zijn de gemeente Meierijstad van 4

ingediend tegen het voorliggende besluit april 2024 waarbij het bestemmingsplan Braeck, Schijndel" is vastgesteld.

“Woonlocatie Grote

van

de

Mijn cliënten zal de desbetreffende beroepschriften hierna afzonderlijk bespreken en daarbij aangeven waarom zij van mening is dat geen van deze beroepschriften aanleiding geeft tot de conclusie dat het voorliggende plan niet in overeenstemming zou zijn met de eisen van

goede ruimtelijke ordening dan wel de conclusie dat het bestreden besluit niet in overeenstemming zou zijn met het recht en/of de nadelige gevolgen van het plan voor appellanten onevenredig zouden zijn in verhouding tot de doelen die met het plan worden gediend. een

Mijn cliënte verzoekt

u

dan

ook de

voorliggende beroepschriften ongegrond

te verklaren.

Zij

brengt daartoe het navolgende

naar

voren.

Ten

aanzien

van

(geanonimiseerd)

d

is, is in Blijkens de digitale procesinleiding, die door (geanonimiseerd) het plan, althans in de daaraan ten grondslag liggende verkeerstoets, onvoldoende rekening gehouden met het autoluw maken van het centrum van Schijndel. Dat zou, aldus appellant, sinds jaar en dag het streven van de gemeente Schijndel, thans Meierijstad, zijn en in dat kader is appellant van mening dat er een flinke toename van (vracht)verkeer door de Langstraat te verwachten is. Daar zou, aldus appellant,

van

het

beroep

appellant MN

m

Ringbaan

West

195

m

5037

PB

Tilburg =

m

Postbus

149

mw

nextadvocaten.nl

5000 m

ACTilburgm

KvK: 52810852

T 013 465

:noeciene

1210

m

F

013

465

1220

nexT ADVOCATEN

onvoldoende

rekening

mee

zijn gehouden.

Mijn cliënte kan appellant in dit betoog niet volgen. Niet alleen is mijn cliënte van mening dat de aan het voorliggende besluit ten grondslag liggende verkeerstoets (zowel methodologisch, als feitelijk) deugdelijk is uitgevoerd, maar ook kan mijn cliënte niet anders vaststellen dan dat appellant voorbijgaat aan het feit dat er ook volgens de gemeente zelf geen plannen bestaan om de huidige verkeersituatie in het

Schijndel te veranderen. Het centrum wordt niet nog autoluwer gemaakt dan nu al het geval is. Het is dan ook de bestaande verkeerssituatie in het centrum geweest, zoals die ook de eerstkomende jaren ongewijzigd zal blijven, die als zodanig als uitgangspunt heeft gediend voor de verkeersstudie waarvan appellant de uitkomsten in twijfel meent te moeten trekken. Het beroep van appellant mist dan ook in zoverre feitelijke grondslag. Appellant stelt dat geen rekening is gehouden met de centrum

van

toekomstige situatie. Verweerder heeft te kennen gegeven dat er geen enkele indicatie bestaat, laat staan een voornemen, dat rekening behoeft te worden gehouden met een toename van het vrachtverkeer op de Langstraat anders dan

in de

verkeerstoets voorzien is.

Mijn cliënte verwijst echter niet alleen daarbij gekozen uitgangspunten, maar onderzoek. Verweerder

bouwplannen

de opzet van de verkeersstudie en de eerst en vooral ook naar de uitkomsten van

naar

heeft berekend dat de realisatie

worstcase situatie van

in een

250

dit

de voorliggende zal leiden tot een

van

woningen

gemiddelde werkdag, maar heeft tevens vastgesteld dat de in het plan opgenomen ontsluitingsroutes over voldoende capaciteit verkeerstoename

van

circa

1.979

mve

op

een

Op geen van deze wegen wordt de volgens de CROW-normen wenselijk geachte capaciteit van erftoegangswegen overschreden en los daarvan is weliswaar sprake van een toename, maar is deze toename ten opzichte van de bestaande intensiteit niet dusdanig dat voor problemen beschikken

om

deze toename

behoeft te worden

op te vangen.

gevreesd.

Mijn cliënte concludeert dan ook

Ien

aanzien

5e

Appellanten (geanonimiseerd) BEN voeren tegen het voorliggende devaststellingsbesluit eendie in aantal gronden aan die enerzijds betrekking hebben op omgevingsdialoog, het kader van de planvoorbereiding en -vaststelling is georganiseerd en gevoerd en anderzijds van meer inhoudelijk aard zijn en samengevat kunnen worden tot de stelling dat de voorgenomen bebouwing in het plangebied in strijd zou zijn met weten regelgeving en ook anderszins tot stand gekomen is zonder dat de planwetgever (of mijn cliënte) zich rekenschap zou hebben gegeven van de door appellanten aangedragen alternatieven. Daarnaast wordt door hen nog een tweetal gronden gericht tegen de financiële uitvoerbaarheid van het plan en een tweetal gronden

van

het

beroep

tot

ongegrondverklaring

van

dit

beroep.

4,

(geanonimiseerd) van

nexT ADVOCATEN

tegen

de

verkeersafwikkeling.

Mijn

cliënte

kader

het

is

van

mening

navolgende

dat

geen

van

deze

beroepsgronden

slaagt. Zij

merkt

in dat

op.

Omgevingsdialoog 7

appellanten ook zelf onderkennen, verplicht een omgevingsdialoog niet om al hetgeen in het kader van deze omgevingsdialoog naar voren wordt gebracht ook daadwerkelijk in het plan op te nemen. Appellanten geven dan ook aan, dat zij "terdege beseffen dat een omgevingsdialoog niet per definitie betekent dat tegemoetgekomen moet/of kan worden aan alle zorgen en wensen", maar er dan wel van uitgaan dat er een "zorgvuldige belangenafweging (dient) plaats te vinden" en stellen in deze beroepsgrond dat het in dit geval aan dat laatste ontbroken heeft. Zoals

Mijn cliënte kan hierover kort zijn: de omgevingsdialoog, die ten aanzien van dit woningbouwplan met de omgeving gevoerd is, is niet alleen in tijd, maar ook in diepgang bijzonder uitgebreid geweest. Als het ergens niet aan ontbroken heeft, is het aan de zorgvuldigheid waarmee de zienswijzen van de omgeving achtereenvolgens zijn geïnventariseerd, beoordeeld en (waar mogelijk) verwerkt. Bij dat laatste stond echter wel voorop wat de gemeente aan ruimtelijke en planinhoudelijke kaders had vastgesteld en als zodanig aan mijn cliënte had voorgehouden als de uitgangspunten die bij de verdere planontwikkeling en -uitwerking dienden te worden gerespecteerd c.q. gevolgd. Deze waren volstrekt duidelijk: de bestaande veehouderij diende volledig te worden gesaneerd, van het plangebied mocht maximaal 48% uitgeefbaar zijn, 23% van de woningen diende in de categorieën goedkoop en betaalbaar te worden gebouwd en aan de zijde van de Langstraat diende als stedenbouwkundig uitgangspunt voor dit soort wegen in het lint te worden gebouwd.

Daarnaast mocht in de categorieën goedkoop en betaalbaar weliswaar naar enige mate van verdichting worden gezocht, maar diende er juist ook in dat deel van de wijk met het oog op de belangen van de toekomstige bewoners te worden gestreefd naar een hoge stedenbouwkundige kwaliteit waarin openheid voorop stond zo veel mogelijk en de bestaande groenstructuren gehandhaafd dienden te blijven. Mijn cliënte verwijst in dit kader naar de plantoelichting, het stedenbouwkundig plan Het uiteindelijk gekozen stedenbouwkundig ontwerp is en het beeldkwaliteitsplan. hoofdstuk verantwoord in 4 van het beeldkwaliteitsplan waarin duidelijk is gemaakt van waarom er aan de randen het plan gekozen is voor een ruimtelijke opzet van vrijstaande woningen op grote kavels (Langstraat en Teeuwishoek) en tweekappers (aan het westelijk deel van het nieuwe plangebied) waarbij clustering uitsluitend aan de binnenzijde van het plangebied is voorzien waar dit aan het zicht van de omgeving is onttrokken en rondom het plangebied is voorzien in de aanleg en aanplant van nieuwe groenstroken, bomen en nieuwe houtsingels. Kortheidshalve zij verwezen naar

nexT ADVOCATEN

met

pagina 10.

verslag

de

gemaakte

11

de

Het

vaststelling de belangen

bestreden

de

omgevingsdialoog

keuzes

valt

in te zien dat

opzichte van het belangen van de Interim

van

het

van

de

besluit

redelijkheid heeft

12.

van

van

1

november

waarin

2021,

op

zijn verantwoord.

gekeken toekomstige belangen omgeving, bewoners en het belang van de gemeente om te komen tot de realisatie van woningen in voldoende aantallen om in alle gewenste categorieën te voorzien in de bestaande en toekomstige behoefte. Waar de door appellanten in dit geschil naar voren gebrachte belangen feitelijk gezien neerkomen op de wens dat de huidige situatie met vrij uitzicht over een tweetal weilanden behouden blijft, heeft de gemeente Meierijstad een dringende behoefte aan de bouw van deze 241 woningen in de kernSchijndel met een diversificatie als in casu. In de kern- Schijndel zelf is er geen locatie beschikbaar waar deze aantallen woningen in deze diverse categorieën (25% sociale huur, 23% goedkope koop, 25% middeldure koop en 29% dure koop) gerealiseerd kunnen worden en daarom heeft de planwetgever er op basis van dit stedenbouwkundig ontwerp voor gekozen om dit woningbouwplan op deze locatie in de kernrandzone van Schijndel te realiseren. Bij

naar

11.

het

name

voorliggende bestemmingsplan

is daarmee

kunnen

ook

naar

de

het resultaat

van

een

maar

leiden tot de door

appellanten

is dus

niet alleen de

van

belangenafweging betreden

uitkomst

die nu

in niet

belangen zouden zijn geschaad ten door de planwetgever aangegeven belang bij planrealisatie en de toekomstige bewoners. appellanten onevenredig

in hun

omgevingsverordening Noord-Brabant

Het

tweede

bezwaar

voorliggende aangeduid zien zodat

van

besluit in

appellanten strijd zou zijn

als "Cu/tuurhistorisch

waarom

(ook)

in

een

genomen temeer niet nu aan de daarvoor in de IOV cliënte

13,

Mijn

14.

In de eerste

kan

met

de

IOV

plangebied

in

gebied’. Naar hun mening valt niet in te woningen gebouwd zouden kunnen worden,

waardevol

dergelijk gebied

het daarvoor

Te

in de stelling dat het (geanonimiseerd) is diegelegen zin dat het is

241

noodzakelijke herbegrenzingsbesluit van naar de mening van appellanten niet zou

gestelde

appellanten ook

GS

niet kan

worden

worden

voldaan

voorwaarden.

in dit

betoog evenwel

niet

volgen.

plaats gaan appellanten eraan voorbij dat de door hen in de eerste alinea van hun beroepsgrond onder punt 2 naar voren gebrachte stelling als zouden zij "er altijd van uit (hebben) mogen gaan dat op de onderhavige locatie géén woningbouwontwikkelingen mogelijk zijn" zowel feitelijke, als juridische grondslag mist. Nog los immers van het feit, dat ook in de voormalige gemeente Schijndel steeds is nagedacht over mogelijke woningbouwlocaties buiten de kom en zeker op die locaties waar dat, zoals in casu, gepaard zou kunnen gaan met de sanering van

nexT ADVOCATEN

veehouderijbedrijven, gaan appellanten eraan voorbij dat geen enkel ruimtelijk besluit bestemd is voor de eeuwigheid. Er bestaat niet zoiets als een blijvend recht op vrij en zeker zoekgebieden kunnen van bestemming of uitzicht en gebieden toegedachte functie verschieten. Aan een bestaande situatie kan derhalve, ongeacht de vraag of deze is vastgelegd in provinciale dan wel in gemeentelijke regelgeving, -

geen 15:

-

enkel recht worden

ontleend.

de IOV is dan ook aangegeven dat GS tot herbegrenzing van de werkingsgebieden, waaronder derhalve ook de begrenzing van het werkingsgebied In artikel 6.2 van

“Landelijk gebied", kunnen herzien. Ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan is inmiddels een ontwerp-herbegrenzingsbesluit gepubliceerd dat naar verwachting in september door GS zal worden vastgesteld. appellanten stellen, bestaat derhalve niet alleen een bevoegdheid om de begrenzing van werkingsgebieden te wijzigen, maar wordt in dit geval ook voldaan aan de voorwaarden die daaraan gesteld zijn.

16.

Anders dan

17

De

daartoe strekkende aanvraag toetst, zijn vastgelegd 8 4.2.2.1 van de plantoelichting is aangegeven waarom mening is dat in dit geval aan deze voorwaarden wordt voldaan

in artikel 5.3 van

de planwetgever

van

blijkens

het

GS

waaraan

de IOV.

en

18.

voorwaarden,

een

In

voorliggende ontwerp-besluit wordt dit standpunt gedeeld door GS.

Mijn cliënte stelt vast dat appellanten hierop volstaan

met

de

opmerking dat zij niet

worden genomen dergelijk herbegrenzingsbesluit zou gezien het feit dat de bouw van 241 woningen "per definitie geweld (doet) aan dit soort waarden". De "tot op heden altijd zo belangrijke cultuurhistorische waarde van het gebied" wordt volgens hen "volledig tenietgedaan door deze grond vol te bouwen met maar liefst 241 woningen”. inzien

19,

waarom

kunnen

een

Nog los van het feit dat appellanten inhoud

van

de

plantoelichting

paragrafen 4.2.2.2,

4.2.2.3

en

en

met dit

met

4.2.2.4,

name

betoog volledig voorbijgaan aan de aan de inhoud van de daarop volgende

waarin

is

ingegaan

op

de voorwaarden

voor

en de in casu

herbegrenzing, de voor het plangebied geldende gebiedskenmerken gevolgde basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, kan mijn cliënte zich niet

de indruk onttrekken dat de cultuurhistorische waarden van het naar het oordeel van appellanten vooral zijn gelegen in het feit dat het

aan

plangebied gedeelte van het plangebied, moment

onbebouwd

hun woning op uitkijken, op dit is. De cultuurhistorische waarden liggen echter niet in het waar

zij

nu

vanuit

waar appellanten op uitkijken, maar in de kleinschalige landschapsstructuur dit gebied zoals dat door de Teeuwishoek doorsneden wordt. Het gebied is (ook) in het voorgaande bestemmingsplan dan ook niet als Open Landschap bestemd, maar

weiland van

als

Kleinschalig Landschap.

nexT ADVOCATEN

20.

plantoelichting is aangegeven welke keuzes er in dit bestemmingsplan zijn gemaakt om aan te sluiten bij de bestaande structuur en de kleinschaligheid te behouden. Het plan is onderverdeeld in meerdere deelgebieden, die door omvangrijke (groen)structuren van elkaar gescheiden zijn waaronder met name het meest In de

cultuurhistorische element van dit gebied: de onverharde Teeuwishoek die het gebied van oudsher doorsnijdt. De planwetgever heeft aldus de bestaande kleinschaligheid gevolgd als uitgangspunt voor het stedenbouwkundig plan. kenmerkende

24,

appellanten nu afhankelijk van waar hun woning gesitueerd is in meer of mindere mate op uitkijken, behoort bij een agrarische bedrijfslocatie die in het kader van dit plan wordt gesaneerd en bevindt zich op een locatie die aan twee zijden grenst aan de bestaande bebouwingsstructuur van de kern Schijndel. Naast het feit dat deze locatie daarmee een logische afronding is van de kern, waarmee deze locatie als zodanig voldoet aan de herbegrenzingsvoorwaarden van de IOV, is een keuze voor de in dit geval aan dit gebied toegedeelde woonfunctie door de planwetgever ruimschoots en naar de mening van mijn cliënte sluitend verantwoord in 8 4.2.2.3 van de plantoelichting, zowel waar het gaat om de vraag of sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 3.6 IOV, als waar het gaat om de effecten op de cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het kader van de lagenbenadering als bedoeld in artikel 3.7 IOV, als waar het gaat om de vraag of sprake is van meerwaardecreatie en kwaliteitsverbetering voor het landschap als Het

weiland,

bedoeld 22.

waar

-

-

in de artikelen

3.8 en

3.9 IOV.

woningen op deze locatie voldoet niet alleen aan het regionale afsprakenkader waar de gemeente Meierijstad zich toe heeft verbonden, maar ook aan de regels die gelden voor kwaliteitsverbetering van het landschap bij ontwikkeling in De

realisatie

van

241

Landelijk gebied, zoals vastgelegd in artikel 3.9 van de IOV nu sprake is van de sanering van een bestaand agrarisch bedrijf en de sloop van de bijbehorende opstallen, terwijl de nieuw te realiseren woonlocatie landschappelijk wordt ingepast met behoud van openingen en zichtlijnen en mijn cliënte daarnaast voldoet aan de verplichting tot het realiseren van een landschappelijke tegenprestatie. Daartoe zijn met de gemeente Meierijstad afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst en het beeldkwaliteitsplan en waaraan mijn cliënte zich, zoals ook op andere locaties in Brabant het geval geweest is, zal dienen te houden (en voor zover het gaat om de financiële tegenprestaties reeds heeft voldaan). het

23.

plan en de daaraan ten grondslag liggende besluiten van verweerder respectievelijk GS niet kunnen verenigen, maar de stelling dat er van een verbetering van de stedenbouwkundige “eerst kort samengevat kwaliteit eenvoudigweg geen sprake kan zijn, omdat er niet gebouw mocht worden, maar nu wel”, is onvoldoende om als beroepsgrond te kunnen slagen. Het

moge

derhalve

zo

zijn, dat appellanten zich

met

dit

—

—

neXrT ADVOCATEN

Alternatieven 24.

Hetgeen naar

tegen het voorliggende besluit de mening van mijn cliënte kenmerkend voor hetgeen bewogen heeft om zich tegen het voorliggende

appellanten onder dit hoofdstuk

voren

brengen,

is naar

aan

bezwaren

appellanten blijkbaar toe bestemmingsplan te weer te stellen. er

25.

Appellanten geven aan dat zij er op zich geen bezwaar tegen hebben dat er op deze locatie gebouwd wordt; hun bezwaren zijn er vooral in gelegen dat er aan hun zijde van het plangebied niet op een grotere afstand tot de Langstraat wordt gebouwd dan in het plan voorzien is. Zij verwijzen daarbij naar de inrichtingsschets, die zij als productie 4 bij hun beroepschrift in het geding gebracht hebben en door hen in de omgevingsdialoog is ingebracht om duidelijk te maken wat voor hen “voorstelbaar” is: aan de zijde van de Langstraat dient ruimte te worden gemaakt voor waterpartijen, waardoor de vrijstaande rij huizen die nu aan de Langstraat voorzien is verderop in het plangebied komt te liggen en wel zodanig dat deze huizen niet alleen verder van appellanten komen af te liggen, maar ook andersom worden geprojecteerd zodanig dat zij aan de voor appellanten niet zichtbare zijde worden ontsloten.

26.

In het

27,

Niets

Omgevingsdialoog van 23 september 2021 is aangegeven waarom dit door appellanten aangedragen alternatief niet is gevolgd. Hun alternatief stond in tal van opzichten haaks op de door de gemeente aangegeven kaders en was daarmee niet inpasbaar laat staan uitvoerbaar. verslag

van

de

appellanten om hun persoonlijke eigenbelang voorop te stellen, maar de vraag wat een goede ruimtelijke ordening is en wat niet berust primair bij de raad van de gemeente Meierijstad. De raad heeft daarin een beoordelingsvrijheid die volgens de jurisprudentie van uw Afdeling slechts wordt begrenst door de eisen van wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder met name het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel en mijn cliënte wijst er in dat kader op dat zowel in de plantoelichting, als in de door de raad aan appellanten kenbaar gemaakte Nota van zienswijzen aangegeven is waarom er niet voor is gekozen om mee te gaan in het door appellanten voorgestelde alternatieve inrichtingsvoorstel en welke belangen daaraan ten grondslag hebben gelegen. In het plangebied dient niet alleen ruimte te zijn voor de door appellanten gewenste vrijstaande huizen en tweekappers, maar ook voor woningen in diverse typologieën in de categorieën en zelfs in ruime mate sociaal, betaalbaar en middenduur. Woningen in die categorieën kunnen niet worden gebouwd zonder dat daar elders in het plangebied economische dragers voor bestaan. -

verbiedt

-

nexT ADVOCATEN

28.

Anders

dan

door appellanten

is aangegeven op de schets die zij als er binnen in het plangebied dus niet of

“voorstelbaar”'

nauwelijks te appellanten gewenste afstand tot de bebouwingsrand aan de zijde van de Langstraat niet de diepte heeft gekregen die zij als alternatief in de omgevingsdialoog hebben ingebracht. De bebouwingsrand (overigens nog steeds met vrijstaande huizen op ruime kavels) is in de uitwerking van het plan daar gelegd waar deze diende te worden geprojecteerd om binnen het hebben

gekwalificeerd, valt snijden in de bebouwingsdichtheid,

plangebied

ruimte

te geven

aan

de

zodat

de

door

bestaande cultuurhistorische waardevolle

Teeuwishoek) en de te behouden respectievelijk aan landschapselementen (zoals leggen groen- en waterpartijen die de bestaande structuur moeten behouden c.q. de

te

versterken. 29,

Daarnaast

appellanten

wordt door

aangegeven

dat

er

binnen

de

kern Schijndel

zelf

sprake zou zijn van voldoende alternatieven, waarbinnen de thans voorliggende bouwplannen zouden kunnen worden gerealiseerd. Zij stellen concrete inbreidingslocaties te hebben aangedragen en stellen dat mijn cliënte en de gemeente daarmee niets hebben gedaan. Zij verwijzen in concreto naar de locatie van de Stal Vermulst in de kern Hooghekke die in de structuurvisie "De Ruimtelijke bouwsteen zou voor Schijndel" van 2020 als mogelijke woningbouwlocatie zijn verlaten. 30.

volgen: de gemeente Meierijstad heeft in een reeks van notities aangegeven wat de (mogelijke) toekomstige bouwlocaties in Schijndel zijn, zowel waar het gaat om inbreidingslocaties, als waar het gaat om uitbreidingslocaties en ten aanzien van de uitbreidingslocaties heeft de gemeente daarbij zowel gewezen op de driehoek Teeuwishoek, Langstraat en Plein (het voorliggende bestemmingsplan) als op Hooghekke (de door appellanten bedoelde locatie ten zuiden van de kern en ten noorden van de Structuurweg). Laatstbedoelde locatie als zodanig is derhalve niet als potentiële woningbouwlocatie afgevallen. Sterker nog, de locatie in kwestie is nog steeds in beeld, maar zelfs wanneer deze locatie volledig benut wordt, is de conclusie nog steeds dat er binnen de kern en daarbuiten onvoldoende ruimte bestaat om aan de woningbouwopgave van de kern Schijndel te voldoen wanneer de voorliggende bouwplannen voor de locatie op de Mijn

cliënte

Braeck

Grote 31,

kan

Ook dit

appellanten

niet worden

betoog treft

ook

in dit

betoog

niet

gerealiseerd.

derhalve

geen

doel.

Groenbeleidsplan 32.

Anders niet

aan

dan

appellanten

de

realisatie

van

betogen, staat ook het uit 2012 daterende Groenbeleidsplan het voorliggende bestemmingsplan in de weg.

neXxT

Oe

ADVOCATEN

33

Mijn cliënte merkt daarbij in de eerste plaats op dat een Groenbeleidsplan, anders dan bijvoorbeeld een Structuurvisie, geen aanwijzingen geeft die door de planwetgever bij de vaststelling van het bestemmingsplan in acht genomen dienen te worden, maar vooral uitgangspunten biedt die de gemeente meer in het algemeen dient na te streven zowel bij de inrichting van bestaand gebied, als bij de ontwikkeling van nieuwe locaties. Mijn cliënte stelt vast dat in de plantoelichting en in de Nota van zienswijzen aangegeven is welke voorzieningen het bestemmingsplan kent zowel ten aanzien van openbaar groen in het plangebied zelf, zowel als ten aanzien van de inrichting van de uit te geven woningbouwkavels via de in het Beeldkwaliteitsplan en de daarin opgenomen kavelpaspoorten opgenomen aanwijzingen.

Structuurvisie 2012 34,

In

het

ook

verlengde kan

om

Groenbeleidsplan verwijzen appellanten

naar

het

aan

te geven

dat het door hen

bestreden besluit

blijven.

hierin kan mijn cliënte appellanten niet volgen nu appellanten ook zelf hebben vastgesteld dat de Structuurvisie 2012 inmiddels is achterhaald door in de 2020 vastgestelde actualisatie "De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndet', waarin als Ook

opmaat

voor

een

nog vast te stellen

Omgevingsvisie

Gewezen

ruimtelijke ontwikkelingen zij op 8 4.3.2 van de plantoelichting

Het moge

daarbij

en

36.

de verwijzing

de Structuurvisie 2012

naar

niet in stand 32%

van

verwachte

naar

voren

voor

de kern

is

vastgesteld wat de gewenste Schijndel zijn tot 2028.

waarin

naar

deze visie

verwezen

is.

zijn dat appellanten, zoals zij onder punt 7 van hun beroepschrift doen brengen, vinden dat in deze actualisatie bewust getracht is toe te zo

wenselijkheid van de realisatie van het onderhavige plangebied, maar los van opmerking volledig voor rekening van appellanten zelf behoort te blijven, wil dat nog niet betekenen dat daarmee een ondeugdelijk beleidskader zou zijn geproduceerd.

schrijven

de

naar

het feit dat die

37.

deze notitie van het college geen betekenis toekomt, zolang deze niet formeel door de raad zou zijn vastgesteld in de vorm van een partiële herziening van de uit 2012 daterende Structuurvisie, kan naar de mening van mijn cliënte niet slagen nu de raad als planwetgever met de vaststelling van het Ook de stelling

van

appellanten, dat

aan

onderhavige bestemmingsplan heeft vastgesteld dat de inhoud van deze visie ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan dient te worden gevolgd. Daarmee is de facto datgene besloten dat volgens appellanten bij wege van partiële herziening van de Structuurvisie gedaan had moeten worden.

neXxT

|

ADVOCATEN

38.

Waar

het in dit

geschil

echter

besluit heeft genomen

een

ordening.

Daarvoor

is niet

vooral

om

gaat,

dat beantwoordt

bepalend

of de

is de vraag de eisen

aan

raad

zou

hebben

of de

planwetgever goede ruimtelijke nagelaten om de uit 2012

van

raad

als

een

onderhavige plangebied partiëel te herzien. Bepalend is wat de raad in de aan het voorliggende besluit ten grondslag liggende overwegingen naar voren heeft gebracht.

daterende Structuurvisie ten

Financiële

aanzien

van

het

uitvoerbaarheid

39.

appellanten vervolgens onder randnummers 8 en 9 van hun beroepschrift naar voren brengen, als zou de financiële uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan niet zijn gegarandeerd, omdat het voorliggende bestemmingsplan in strijd zou zijn met de Structuurvisie uit 2012 en daarnaast ook geen planschaderisico-analyse kennen, is voor mijn cliënte onbegrijpelijk.

40.

kennelijk bedoelde verwijzing naar de in artikel 6.24, eerste lid, sub b ter fine bedoelde "ruimtelijke ontwikkelingen" is in casu niet aan de orde. Alle financiële bijdragen, die mijn cliënte uit hoofde van de anterieure overeenkomst die zij met de gemeente Meierijstad aangegaan is, aan de gemeente dient te voldoen, hebben betrekking op de voorliggende grondexploitatie. Het gestelde onder randnummer 8 mist derhalve juridische grondslag en ten aanzien van het gestelde onder randnummer 9 heeft te gelden dat de verplichting van mijn cliënte om de gemeente Meierijstad te vrijwaren van planschadeclaims zonder meer in een anterieure overeenkomst mag worden opgenomen en als zodanig niets te maken heeft met de vraag of al dan niet sprake is van een structuurvisie.

41.

Ook dit

Het

betoog,

dat

De

Historie

betoog

treft derhalve

geen

doel.

grondverwerving

hetgeen op dit punt onder randnummer 10 van het voorliggende beroepschrift lijkt te zijn gelegen in de stelling in de eerste alinea dat het door de gemeente Meierijstad gevoerde beleid in de loop der jaren "juist is aangepast om het onderhavige plan mogelijk te maken".

Ad.

De

43,

Nog

kern

van

vrijstaat om hun beleid te wijzigen, mits dit uiteraard op een deugdelijke en kenbare wijze gemotiveerd wordt, is mijn cliënte van mening dat het antwoord op de in dit deel van het beroepschrift gestelde vragen, althans de op basis daarvan reeds door appellanten getrokken conclusies, in het midden kan blijven. Niet valt immers in te zien wat erop tegen zou zijn wanneer een gemeente zijn beleid aanpast om bepaalde ontwikkelingen, die door college en raad wenselijk geacht worden, mogelijk te maken. los

van

het

feit,

dat

het overheden

10

nexT

En

ADVOCATEN

44.

Appellanten zijn daardoor in ieder geval niet in hun belangen geschaad nu appellanten zich, zoals uit de onderhavige procedure moge blijken, van alle mogelijke rechtsmiddelen kunnen voorzien tegen de besluiten die op basis van dit gewijzigde besluit worden genomen en hen niet welgevallig zijn.

Verkeersafwikkeling 45.

verkeersbesluiten

en

Hetgeen op dit punt door appellanten naar voren gebracht wordt is deels in grote en in zoverre verwijst lijnen gelijkluidend aan het betoog van nelle van dat beroep naar cliënte naar in het vorenstaande ten aanzien hetgeen zij mijn voren heeft doen en ziet deels brengen op het algemene verkeersbeeld buiten de directie woonomgeving van appellanten zelf, zodat dat onderdeel van het betoog afstuit op het relativiteitsvereiste. Het belang, waarin appellanten stellen te zijn geschonden, betreft ofwel belangen van derden ofwel dusdanig algemene belangen dat appellanten zich hierin niet specifiek onderscheiden en ook dat staat aan gegrondverklaring in de weg.

(geanonimiseerd) N-

-

46.

Bij

dit alles

verwijst mijn

verkeerstoets het 47.

de

en

Al

plangebied.

Samenvattend

is

cliënte

daarin

hetgeen

naar

de

opgenomen conclusies door appellanten wordt

cliënte

mijn

bovendien

dan

ook

van

oordeel

planwetgever uitgevoerde aanzien van de afwikkeling van betwijfeld, is daarin toegelicht. door

de

ten

dat

het

beroep

van

appellanten

(geanonimiseerd) op alle onderdelen ongegrond is. Ten

aanzien

het

van

beroep

van

appellant

(geanonimiseerd) EN

Watertoets 48.

voorliggende bestemmingsplan voorziet in een uitgebreide en naar het oordeel van mijn cliënte adequate watertoets op basis waarvan het plangebied zelf wordt voorzien van de nodige retentie en wordt omgeven door de nodige watergangen. Dit systeem kent een capaciteit die is berekend op een waterstand die hoger is dan de richtlijnen van het Waterschap.

49.

Mijn

Het

cliënte

zich ook

Desalniettemin en

50.

zij

zal zich

niet herkent

heeft op

cliënte

mijn termijn

korte

in de

appellant geschetste situatie. kennisgenomen van de door appellant geuite

met

door

appellant

zorgen

verstaan.

geval staat naar de mening van mijn cliënte niet vast dat dergelijke maatregelen, indien nodig, tot de conclusie leidde dat het plan daarmee onuitvoerbaar wordt, zodat aan deze beroepsgrond (die voornamelijk betrekking heeft op de uitvoering en niet op de ruimtelijke ordening zelf) voorbij dien te worden gegaan. In

ieder

11

neXxT ADVOCATEN

Fietsverkeer leerlingen Elde 51.

De

College

appellante uitspreekt over het fietsverkeer van en naar het Elde College, mening van mijn cliënte evenmin een bezwaar dat aan planvaststelling in

zorg, die

is naar de

dient te staan. Ook hier gaat het immers om een kwestie van uitvoering, die bovendien betrekking heeft op een situatie die niet van invloed is op enig belang van de weg

appellant zelf. In de Nota van Zienswijzen is door verweerder bovendien reeds uitgebreid op de toekomstige verkeerssituatie op het Plein ingegaan en niet valt in te zien waarom de in dat kader door verweerder aangegeven maatregelen (de knip”) ontoereikend zouden zijn om de verkeersveiligheid ter plaatse te bewaken en te “

bewaren.

brengt mijn cliënte dan ook tot de conclusie dat geen van de voorliggende beroepschriften kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, zodat zij uw Afdeling verzoekt deze beroepen ongegrond te verklaren. Het vorenstaande

Mijn cliënte

vertrouwt

erop

u

hiermee

naar

behoren te hebben

geïnformeerd

en

verblijft

metyvriendelijke groet,

(geanonimiseerd) 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f55fada4-def9-44e5-b3be-200de1105fa3