A17 RvS - Beroep Bp ‘Veghels Buiten Noordoost’ (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState
B
ea!
«
Ingekomen Afd.
Raad
van
Postbus 5460
16 JUL 2025
Meierijstad
de gemeente
10001
DA
VEGHEL
Datum
Ons
10 juli 2025
202405830/1/R2
Uw
nummer
Inlichtingen
kenmerk
Onderwerp
(geanonimiseerd)
Meierijstad Bp 'Veghels Buiten Noordoost’
Procedure
Beroep
Geachte
Hierbij Zoals
heer/mevrouw,
stuur
u
is
Aangezien
ik
u
-
ter
informatie
meegedeeld, zal dit bericht
de
-
stukken die gaan
zaak
over
bovengenoemde procedure.
op
22
juli 2025
worden
behandeld
geautomatiseerd
is
aangemaakt, is dit niet ondertekend.
op
een
zitting.
Hoogachtend, griffier
de
43438 18(B]3 (BIJ3)
Postbus
20019
-
2500
Bij correspondentie
EA
Den
de datum
en
Haag het
-T
070
nummer
426
van
44 26
-
F 070
365
deze brief vermelden
13 80
-
www.raadvanstate.nl
Linssen,
ICS
Linssen
| ADVOCATEN
5038 BA Tilburg
cs
Advocaten
Willem Il straat
29a
Postbus 246 5000 AE
Tilburg
T:013 542 04 00 F: 013 543 04 08
AANTEKENEN Raad
www .linssen-advocaten.nl linssen@linssen-advocaten.nl
State
van
Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 2500 EA
20019
RAAD VAN STATE INGEKOMEN
HAAG
DEN
-
Tevens
9 JULI 2025
Tilburg, 7 juli 2025
Inzake
8
(geanonimiseerd) /
Gem.
Dossier
:
666240035
Uw
:
202405830/1/R2
ref
Edelachtbaar
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd)
via Zivver
Meierijstad
College,
Met het oog op de behandeling van opgemelde procedure ter gelegenheid van de zitting van 22 juli 2025 wens ik namens cliënten nog het navolgende naar voren
1.
te
brengen.
_ Milieukundige aspecten
In de eerste
plaats staan cliënten nader stil bij de relevante milieukundige aspecten onderhavige procedure. Daarbij is ondermeer van belang dat de gemeente is uitgegaan van een onjuiste vergunning, hetgeen naar het oordeel van cliënten wel degelijk gevolgen heeft voor de beoordeling. Op deze en andere milieukundige relevante aspecten wordt ingegaan op de als bijlage 1 bijgevoegde memo van Agrifirm, dat ook aanvankelijk de milieukundige beoordelingen in opdracht van cliënten heeft uitgevoerd. In het verweerschrift van verweerder van 22 oktober 2024 wordt nader ingegaan op deze memo van cliënten, en in de thans bijgevoegde memo wordt gereageerd op hetgeen verweerder hieromtrent heeft uiteengezet. van
Cliënten verwijzen nader stil te staan
naar het gestelde in deze memo, maar wensen met name bij de kwestie van de vormvergroting en de omgekeerde werking. Zoals in de memo is uiteengezet, kan verweerder niet zomaar voorbij gaan aan de mogelijkheid van een vormvergroting. Verweerder erkent in het
verweerschrift:
Linssen haar
cs
Advocaten
algemene
verricht haar diensten
voorwaarden,
uitsluitend
die op de achterzijde
onder
van
deze
toepasselijkheid van brief staan afgedrukt
(geanonimiseerd)
Linssen
cs ADVOCATEN
N
appellant bedraagt momenteel 1,43 hectare. In theorie zou de gemeente op grond van de provinciale instructieregels aan van 700 m2 medewerking kunnen verlenen. Daarbij een bouwblokvergroting geldt wel dat de aanwezige permanente voorzieningen in de vorm van de voortuin bij de bedrijfswoning die nu buiten het bouwvlak ligt (828 m2?) binnen het bouwvlak zou moeten komen te liggen en dat 10% van het bouwvlak (1.500 m2) aangewend zou moeten worden voor landschappelijke inpassing, bestreden die momenteel nog geheel ontbreekt aan de achterzijde (richting het plangebied) en aan de oostzijde van het bouwvlak. Per saldo zal de wijziging van het bouwvlak dan juist een forse beperking van het voor bebouwing beschikbare oppervlakte opleveren. Het scenario van een bouwvlakwijziging wordt door de gemeente dan ook niet realistisch geacht.”
bouwperceel (bouwvlak)
“Het
Hier worden
zaken
twee
in één
van
adem
genoemd,
te
weten
een
bouwblokwijziging. Een bouwblokwijziging kan inderdaad leiden uitbreidingsruimte aan de achterzijde, en met name als met een dat gepaard gaat bouwblokvergroting van circa 700 m? is sprake van een aanmerkelijke verschuiving van emissiepunten en daarmee gepaard bouwblokvergroting
en
een
tot
hindercontouren. Verweerder acht dit om twee redenen niet realistisch, te weten a) de voortuin die binnen het bouwblok zou moeten komen te liggen en b) landschappelijke inpassing. Ten aanzien van de voortuin valt niet in te zien waarom dat zou zijn: verweerder maakt dat ook niet kan cliënt en zijn gezin zeer wel leven zonder maar los daarvan
gaande
duidelijk,
andere (functie)aanduiding of iets dergelijks zou daaraan tegemoet gekomen kunnen worden, maar los daarvan is het voor cliënten als agrarisch ondernemer veel belangrijker om aan de achterzijde zijn bedrijf te kunnen ontwikkelen. Daarnaast valt niet in te zien dat een landschappelijke overal op het agrarisch terrein zou kunnen die voortuin.
Met
een
vanzelfsprekend ingericht, per saldo uiteindelijk
inpassing, worden van
het
bouwvlak.
zou
Dergelijke inpassing kan
leiden tot een verkleining immers op verschillende wijzen
moeten
gestalte krijgen. In de notitie is verder uiteengezet dat een verruiming van de hokoppervlakten e.d. realistisch is, zoals ook in het initiërende beroepschrift is uiteengezet. Niet enkel welzijnswetgeving ten aanzien van de veehouderij, maar met name ook eisen vanuit detailhandel (beter leven keurmerken e.d.) zullen in de toekomst ongetwijfeld dwingen tot een verruiming van de hokoppervlakte. In dat geval een vergroting van het aantal dieren, en dus doet van is er dus
géén sprake
de discussie met betrekking tot de overbelaste situatie zich niet voor (daar gelaten dat zoals in de aanvankelijke memo van Agrifirm is uiteengezet de woonwijk nu juist aan die zijde een probleem met zich meebrengt als het de gaat om hindercontouren), maar leidt een noodzakelijke verruiming van hokcapaciteit en mogelijk milieukundige aanpassingen wel degelijk tot het verschuiven van de hindercontouren richting de woonwijk. Hier is dan ook ook
pertinent geen sprake, zulks om verschillende redenen, van een goede ruimtelijke ordening aangezien hier evident sprake is van conflicterende functies. De gemeenteraad is veel te kort op het randje van hetgeen naar haar oordeel mogelijk is gaan zitten, zonder daarbij een bepaalde bufferzone in
Linssen
acht te nemen, ontbreken van
cs
is bovendien
onjuiste vergunning
en
onrechte
de
uitgegaan
van
een
uitbreidingsmogelijkheden.
Ook
heeft
en
men
ten
het
huidige vergunning als statisch gegeven beschouwd, zonder uit te gaan van vaste jurisprudentie die ziet op het uitgaan van de bebouwingsmogelijkheden vanaf de rand van het agrarisch bouwvlak. Ook veel eenvoudiger vormverandering, waarbij de voorzijde (de tuin) aan de achterzijde wordt toegevoegd en daar verruiming van de agrarische bebouwing zal plaats vinden, leidt zonder dat er sprake is van de door verweerder geduide uitbreiding reeds tot een knelpunt. Cliënten noemen hierbij ook in herinnering de discussie die zich bijvoorbeeld in 2017/2018 heeft voorgedaan met betrekking tot de werking van combiluchtwassers als het gaat om dat luchtwassers niet het rendement haalden men waarvan altijd had gemeend dat ze het konden halen, waarna de Rgv is aangepast. Een dergelijke ontwikkeling kan zich bijvoorbeeld ook voor gaan doen in de toekomst met betrekking tot volksgezondheid, fijnstof of andere
geurbelasting.
Gebleken
was
ook daar logenstraft zich het feit dat verweerder geen ruimere zone in acht heeft genomen, hetgeen nu juist met het oog op de conflicterende ruimtelijke functies wél gedaan had moeten worden.
factoren,
en
verlengde hiervan hebben cliënten ook de klacht naar voren gebracht de gemeente met betrekking tot de gemeentelijke geurverordening en aan neergelegde geurcontouren een geheel afwijkende invulling geeft leefklimaat. De hetgeen zij eerder heeft geduid als een goed woon- en gemeenteraad heeft immers enkel voor Veghels Buiten een afwijkende norm de Wgv die aangenomen van 5, terwijl men elders aansluit bij de norm uit inderdaad 3 (en niet 2) ouE/m? is. Voor de ontwikkeling die thans voorligt is om af te wijken van hetgeen men elders aanvaardbaar er derhalve gekozen acht, namelijk door aan te sluiten bij de wettelijke norm. In het dat de daarin
beslissing van de gemeente om voor de nieuwe woonwijk een geurnorm beleidskeuze die op vier van 5 ouE/m3 te hanteren, is bij nadere analyse een fronten onverdedigbaar is. De argumenten die de gemeente aanvoert om deze significante versoepeling van de milieunormen te rechtvaardigen, doorstaan de toets van de wetenschappelijke, gezondheidskundige en juridische kritiek niet. De kern van het tegenargument kan als volgt worden samengevat: 1. _Gezondheidskundig niet verantwoord: de gemeente negeert willens en wetens de expliciete gezondheidskundige advieswaarde van de GGD, die van een norm 2ouE/m3 voorschrijft om voor woonkernen stressgerelateerde gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, misselijkheid en slaapproblemen te voorkomen. Door te kiezen voor de hogere norm en bovendien dat 100 woningen binnen deze contouren komen, accepteert de gemeente bewust een hoger risico op gezondheidsschade voor haar nieuwe inwoners. Een juiste belangenafweging hiervan heeft niet plaats De
2.
gevonden. Wetenschappelijk achterhaald: ‘aanvaardbaar
woon-
en
wetenschappelijke
basis.
De
een
emissiefactoren
waarvan
conclusie dat er sprake zal leefklimaat’ is gebaseerd op een De
zijn
van
wankele
gemeente steunt op berekeningsmodellen en door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek
Linssen cs ADVOCATEN
de werkelijke geurhinder (o.a. Universiteit Utrecht) is aangetoond dat zij
van de onderschatten. De cascade van onzekerheden en de technologie tegenvallende soepele norm tot de falende modellen maakt de voorspelling van de gemeente onbetrouwbaar. Vanaf 2017 hebben bestuursrechters (rechtbanken en uw Afdeling diverse uitspraken met onvoldoende gedaan over emissiearme huisvestingsystemen. Er kan voldoende emissies dat de stalsystemen zekerheid worden
systematisch
—
—
vastgesteld
reduceren.
3.
_ Juridisch wankel:
gespannen voet met recente erkend dat juridische ontwikkelingen. De landelijke overheid heeft zelf al het wettelijk kader waarop de verordening is gebaseerd ‘uit balans! is en op
de
De
nominatie
jurisprudentie
4.
.
8
staat van het
beleidskeuze
staat op
aangescherpt. Belangrijker nog is de Gerechtshof Den Haag, die de bescherming tegen
om
te
worden
recht op respect ernstige milieuhinder verankert in het fundamentele Dit een verzwaarde zorgplicht legt voor het privéleven (artikel 8 EVRM). enkel voldoen aan een dan het die verder de overheid gaat bij zelfgekozen, verruimde norm. Maatschappelijk onwenselijk: De gemeente creëert met de ontwikkeling Noord-Oost onder deze voorwaarden een voorzienbaar van Erpseweg nieuw probleemgebied. Terwijl elders in Brabant en Nederland de van geurhinder door ernstige maatschappelijke en persoonlijke gevolgen kiest Meierijstad de intensieve veehouderij steeds duidelijker worden, stellen aan dit risico. Dit is bloot te om een nieuwe ervoor groep burgers in strijd met het principe van voorzorg en de beginselen van behoorlijk bestuur.
3 lid 4 Wgv inderdaad leiden tot toepassing van een maar dat is enkel het geval indien er sprake is van de 50%-regeling, uitbreiding van het aantal dieren. De aan zekerheid grenzende de achterzijde waarschijnlijkheid dat de inrichting uit zal moeten breiden aan in de zin dat de dieren hokoppervlaktes nodig zullen gaan hebben
Verder
zou
toepassing
van
artikel
grotere
het dieraantal niet toeneemt genomen, zodat er pertinent géén maar
worst-case
is door
verweerder niet in
ogenschouw
sprake
is van, anders
men
dan
stelt,
een
benadering.
kwestie van de nog in het bijzonder stil te staan bij de afstand in acht te korte spuitzones. Zoals cliënten hebben uiteengezet, is een minimale afstand van 50 meter (oa. de Kgenomen. Zo is niet voldaan aan de de 2 en Bu-3 (de bouwvlekken die grenzen aan het perceel van AntoniusHoeve), de tuingrens is bepalend. Bovendien dienen er ruimere afstanden genomen te worden om toekomstige problemen te voorkomen een er evenmin (aardappels worden 16 tot 20 keer per jaar bespoten), terwijl het locatiespecifiek onderzoek is uitgevoerd naar de gevolgen voor de bedrijf. Clienten verwijzen in dit verband tevens naar de uitspraak van Voorzieningenrechter van uw Afdeling van 6 februari 2025, Cliënten
wensen
verder
ECLI:NL:RVS:2025:446.
Linssen
cs
luidt de conclusie dat er geen sprake is van een goed woonvan het bedrijf in feite zijn en leefklimaat, dat de ontwikkelingsmogelijkheden genegeerd en dat er sprake is van conflicterende ruimtelijke functies. Het goed woon- en leefklimaat vanzelfsprekend over meer dan alleen geur: ook overziende
Alles
gaat
als endotoxines, fijnstof, geluid, trillingen, vliegen en ongedierte, ammoniak e.d. zijn allen factoren die betrekking hebben op de vraag of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat enerzijds, en of de veehouder in de toekomst nog op. acceptabele wijze kan zaken
anderzijds zijn bedrijfsvoering
nog, in het licht van nationale en internationale ontwikkelingen op allerlei gebied dat relevant is voor de veehouderij, kan ontwikkelen. In casu heeft men dat alles onvoldoende in ogenschouw enkel aan de “bovenzijde” genomen en het bedrijf in feite op slot gezet. Niet aan de noordzijde van de van het bedrijf van cliënten, dat wil zeggen
continueren
en
ook
Erpseweg, wordt cliënten bedreigd door het oprichten van een woonwijk (en visa versa), maar ook aan de zuidzijde van de Erpseweg is sprake van woningbouwontwikkeling die leidt tot enerzijds een aantasting van het perspectief voor het bedrijf en anderzijds geen wenselijk woon- en leefklimaat. Dit alles getuigt evident niet van een goede ruimtelijke ordening. De ontwikkeling leidt immers tot meer dan 1000 nieuwe bewoners in de binnen de geurcontouren van 2 OU, waardoor er een levensgroot risico ontstaat op vele klachten met alle mogelijke gevolgen voor het bedrijf van client van dien. Een aanpassing aanvragen om aan Beter Leven Keurmerk in naar 1,2 m2 van 2030 te voldoen per dier (bij huisvesten in kleine
(BLK2),
groepen
en
lange
1,0
staarten zoals client dat wil doen) wordt ca. 1000 m2 stalruimte moet bijbouwen
daarvoor immers aantallen te kunnen
onmogelijk,
(enkel
om
nu
hij
dezelfde
houden).
beoordelen, hanteert het RIVM milieukwaliteitscriteria, Behalve het percentage voor geurhinder van goed naar zeer slecht. geurgehinderden, is ook het absolute aantal geurgehinderden belangrijk. absolute Bescherming van de bebouwingscontour heeft meer effect op het Ter illustratie: het aantal gehinderden dan bescherming van buitengebied. 25% hinder in een gebied met 10 inwoners betekent dat 2 tot 3 mensen hinder ondervinden, terwijl 25% hinder in een gebied met 1.000 inwoners betekent dat 250 mensen hinder ondervinden. Er is niet getoetst op het absolute aantal bewoners (400 woningen en nog 2 scholen en andere leefklimaat krijgen. voorzieningen in het 2 OU gebied) die een slecht woon en RIVM van het mag niet gebruikt Het doel en de reikwijdte van deze richtlijn te worden om een complete woonwijk om een bestaand varkensbedrijf heen bouwen. Het bedrijf komt in het hart van Veghelsbuiten te liggen waarbij op woningen gaan komen, een en een veel te kleine afstand vele honderden ander geheel gebaseerd op een subjectieve modelwerkelijkheid, waarbij Om
de
geurbelasting
te
stedelingen vaak veel
meer
buitengebied
De
houden
wonen.
overlast
ervaren
gehanteerde
onvoldoende rekening
(100% capaciteit ventilatoren)
met en
dan
normen
gaan
uit
van
die
nu
al in het
gemiddelde
en
bedrijfsvoering, piekbelasting nauwkeurigheid van geurnorm (Rgv
variëteit in de
bewoners
Linssen
cs ADVOCATEN
Grotere afstanden leefklimaat te voorkomen.
stalsystemen). en
Cliënten
handhaven
in
zoverre
al
zijn nodig
om
verblijf,
met
vriendelijke
risico
van
een
slecht
hetgeen terzake is uiteengezet in het
beroepschrift. Ik
het
groet,
(geanonimiseerd)
woon
(Y agrifirm
MEMO
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) L_a
Aan
Kopie Van
(geanonimiseerd) ongevingsjurist Exlan EN
Datum
:
4
Betreft
:
Reactie op
juli 2025
Buiten
verweer
gemeente Meierijstad i.v.m. bestemmingsplan Veghels
Noordoost
gemeente heeft het bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost vastgesteld. Daartegen hebt u beroep ingesteld. Daarop heeft de gemeente schriftelijk verweer dit gevoerd. In dit memo wordt ingegaan op een aantal onderdelen van De
verweerschrift. Verkeerde De
vergunning
gemeente erkent dat de
meent
dat het
niet
leidt tot
verkeerde
vergunning
conflicterende
een
tot uitgangspunt
situatie.
is gekomen,
In onderdeel
maar
4.8 tot en
met
gaat de gemeente in op de geurhindersituatie. Daarin zet de gemeente uiteen onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit kan worden verleend voor zover dat betrekking heeft op het aspect geur. De gemeente concludeert daar dat andere bestaande geurgevoelige objecten bepalend met het zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden en dat de geurgevoelige objecten die 4.17
plan mogelijk worden gemaakt
daar aan
die
mogelijkheden
af doen.
Verder beaamt de gemeente dat de 5 oue/m?°-contour die in het plan is opgenomen iets anders komt te liggen dan op de plankaart weergegeven. Daardoor kunnen dus geurgevoelige objecten binnen de contour worden gebouwd. Om pe
de navolgende redenen is de redenatie van de gemeente niet juist: De gemeente stelt dat bestaande geurgevoelige objecten bepalend zijn voor de ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf en dat alleen wijzigingen mogelijk zijn als de dieraantallen niet worden uitgebreid en de geurhinder niet toeneemt. Hiermee miskent de gemeente dat ook wijzigingen zonder uitbreiding van dieraantallen of
verschuiving van emissiepunten en dus de markt geurcontouren. Door ontwikkelingen in het kader van dierenwelzijn en is van Beter zie ook hierna, verruiming leven-concepten), (bijvoorbeeld zal niet het en enkel in te toekomst huidige nabije onvermijdelijk hokoppervlakten bouwblok volgebouwd moeten worden, maar ook vergroot moeten worden. Verder worden door de bouw van geurgevoelige objecten in een andere dan de nu al aanwezige objecten, de windrichting mogelijk te maken
geurhinder
kunnen
leiden
tot
ontwikkelmogelijkheden zelfs binnen dat toetsingskader verder beperkt. Vóór vaststelling van het plan hoefde alleen rekening te worden gehouden met geurgevoelige objecten die ten westen van het bedrijf liggen. Bij ontwikkeling van het bedrijf (bijvoorbeeld om zoals hiervoor geschetst de oppervlakte voor de dieren te vergroten) hoeft de toename van de geurhinder alleen op die objecten te worden getoetst en is ontwikkeling in noordoostelijke richting mogelijk. Door het plan wordt de realisatie van geurgevoelige objecten binnen de hui de geurcontour mogelijk en vervalt die ontwikkelingsrichting. Hieraan gemeente in het verweer voorbij.
gaat
1/4
A
PN
A
A
9. agrifirm 3.
4.
omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit wordt wordt die beoordeeld op grond van de BEN aangevraagd door (geanonimiseerd) De definitie van een geurgevoelig object is in de Omgevingswet Omgevingswet. dan een andere in de Wet geurhinder en veehouderij. De werkplaats die door de gemeente wordt opgevoerd als beperkende factor is op grond van de Omgevingswet geen geurgevoelig object meer. Daardoor is de stelling dat de nieuwe geurgevoelige bebouwing die met het plan wordt mogelijk gemaakt geen gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering veel te kort door de bocht, zeker nu de geurcontour anders blijkt te liggen dan vastgelegd in het plan. De gemeente wijst op vaste jurisprudentie dat een overschrijding van de Als
nu
een
individuele geurnorm niet per definitie leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het licht van de plansystematiek is dat echter wel een draai van 180 graden. In artikel 23.6 van het plan blijkt dat de geurcontour is opgenomen ter bescherming van gezondheid van personen in geurgevoelige objecten. In het plan wordt onderbouwd dat agrarische geur niet zorgt voor belemmeringen. Die conclusie is vooral gebaseerd op het verbieden van oprichting van geurgevoelige objecten binnen de geurcontour. Waar dus het plan stelt dat er belangrijke redenen zijn om een verbod op te
paragraaf 4.5 van
de toelichting
van
oprichten van geurgevoelige objecten binnen de geurcontour, makkelijk dat hele verhaal nu maar terzijde te schuiven met het argument dat er evengoed wel sprake is van een voldoende leefklimaat. Kennelijk is de bescherming van de gezondheid ineens niet zo'n issue meer. Als de onderbouwing in het plan al gepasseerd zou mogen worden, dan vraagt dat in ieder geval om besluitvorming door de gemeenteraad. De raad is immers tot besluitvorming gekomen op grond van het beleid zoals verwoord in het plan. Een dergelijke fundamentele wijziging van uitgangspunten vraagt op zijn minst nemen
een
het
voor
is het veel
te
afweging
over de
aanvaardbaarheid
van
het
woon-
en
leefklimaat door de
raad.
Mogelijke toekomstige wijzigingen Bij de beoordeling van de gevolgen voor de veehouderij is het vaste jurisprudentie dat de gemeente uit moet gaan van de maximaal planologische mogelijkheden. Daarbij mag de gemeente wel de uitvoerbaarheid van die maximale mogelijkheden
echter wel vaststaan dat die planologische mogelijkheden niet kunnen worden benut en dat vraagt een stevige motivering (zie bijvoorbeeld de rechtsoverwegingen onder 5.4 in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak 2024 van 2 oktober Raad van State van de betrekken.
Dan
moet
A
https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@146013/202207061-1-r2/). agrarische sector en de varkenshouderij in het bijzonder te maken met dynamische omstandigheden. Aan de ene kant is het van belang om flexibel op de marktvraag in te kunnen spelen. De markt stelt eisen aan diergezondheid, dierenwelzijn en de duurzaamheid van de bedrijfsvoering. Anderzijds is wetgeving op het vlak van dierenwelzijn, omgeving, mestopslag, -verwerking en -aanwending voortdurend in beweging. Flexibiliteit in de mogelijkheden om bebouwing ten behoeve van de varkenshouderij te kunnen ontwikkelen is daarom noodzaak. Nieuwe eisen tot aanpassing van de bedrijfsvoering zijn een voortdurende realiteit. Ter illustratie heeft vrijwel al het varkensvlees wat in de Nederlandse
A
Verder heeft de
a
A
À
é
PN
PN
PN
supermêrkten PN
A
PN
A
A
A
G} agrifirm aangeboden minimaal het 1-ster Beter Leven keurmerk. Om aan de eisen dat keurmerk te kunnen voldoen dient een vleesvarken te beschikken over ten minste 1,09 m? leefoppervlakte. Voor het 2- of 3 ster Beter Leven keurmerk gelden
wordt van
oppervlakte-eisen.
nog grotere
de
bedrijfsvoering is het vergroten
Bij aanpassingen
van
definitie
orde. Wanneer
aan
de
bijvoorbeeld eisen
van
de
om
dierenaantallen niet per oppervlakte per dier te
vergroten worden aangescherpt of mestverwerking of energieopwekking op het bedrijf moet plaatsvinden, neemt het aantal dieren niet toe. Wel is het dan noodzakelijk om de vorm van het bouwvlak te kunnen veranderen of dat eventueel te vergroten tot 1,5 ha. En daarbij kan het ook aan de orde zijn om emissiepunten te verplaatsen, zoals dat in het beroepschrift is uitgewerkt. Gelet op hetgeen hierboven is vermeld onder punt 1 en 2 en het belang van ontwikkelingsmogelijkheden heeft de gemeente onvoldoende rekening gehouden met die maximale planologische
mogelijkheden. Fijn stof De gemeente erkent dat de uitstoot van fijnstof van de veehouderij niet is betrokken in de besluitvorming (zie 4.31 en 4.32 verweerschrift). Dat is een gebrek dat moet worden hersteld, zowel omdat niet duidelijk is of sprake is van een goed woon- en leefklimaat op dat punt als vanwege de omgekeerde werking (mogelijk extra belemmeringen die optreden bij invulling maximaal planologische mogelijkheden). Het is primair de taak van de gemeente om zich ervan te verzekeren dat ook op dat vlak sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het advies een
soort
van
de GGD
om
een
vangnetvoorziening.
afstand
van
Het is geen
250
harde
m
aan
afstand,
is gegeven als als van die 250 m
te houden maar
afgeweken, goed zijn onderzocht dat binnen die straal geen negatieve gezondheidseffecten optreden. Dat benadrukt eens te meer het grote uit de belang om, naast een juiste beoordeling van geurhinder, ook de fijnstofemissie te geven. veehouderij een volwaardige plek in de besluitvorming moet
wordt
wel
Spuitzones De gemeente stelt dat het de bedoeling is geweest spuitzones van 50 m te hanteren en dat daarbij rekening is gehouden met een afstand van 0,5 tot 1,5 m tot de insteek de sloot. De van spuitzone is echter ter plaatse van de enkelbestemming ca. 47 m breed. Daarbij is de grens van de zone gelegd Buitenhof’ ‘Woongebied —
op
de
kadastrale
gewasbeschermingsmiddelen
perceelsgrens worden
gebruikt
het
perceel
het
tussen en
A
waar
naastgelegen perceel binnen
de grenzen van het bestreden bestemmingsplan. De afstand van het midden van de sloot tot de insteek van de sloot op het perceel van cliënt bedraagt 1.40 m. In verband met de registratie van percelen moet die afstand precies worden bepaald en worden opgenomen
in de
persceelsregistratie die bij RVO
EN A
is geregistreerd.
A 1
Bron:
content/uploads/sites/2/2025/06/AanvullendebesluiteneinterpretatiesVarken EN 28D_20250630.pdf
A A
zi
A
A A
A
A A
A A
PN
A A
A A
A
à A
A
A
https://beterleven.dierenbescherming.nl/zakelijk/wp-
PN
A A
G agrifirm Artikel 4.723d, bij het gebruik
bedraagt De
leefomgeving
gewasbeschermingsmiddelen.
van
50 cm
afstand
het Besluit activiteiten
van
voor
handelt kortst
aan
over
teeltvrije zones
te houden
afstand
overige gewassen.
bebouwing
waar
De
mag
worden
opgericht op grond
van
bestreden mogen worden het
bestemmingsplan tot de grens waar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, komt daarmee op (47 m (de breedte van de spuitvrije zone tot aan de kadastrale grens) plus 1,40 m (de afstand van het midden van de sloot tot de insteek) niet aan plus 0,50 m (smalste teeltvrije zone)) 48,9 m. Daarmee voldoet de afstand de eis die op grond van vaste jurisprudentie over teeltvrije zones heeft te gelden. Het verweer van de gemeente snijdt in deze m.i. geen/onvoldoende hout. Daarbij komt dat alleen het oprichten van bouwwerken in de spuitzone op grond van het plan is verboden. Er ligt een strook met een breedte van 8,5 m binnen de Buitenhof’. Andere gevoelige functies (zoals tuin) enkelbestemming ‘Woongebied —
worden
niet
spuitzones andere
onmogelijk heeft
alleen
in
de
spuitzone.
Vaste
van
de
40 m, zonder dat onderbouwd is waarom vuistregel die 50 m voorschrijft. ca.
jurisprudentie
betrekking op gevoelige bouwwerken Daarmee is de spuitzone tot gevoelige
gevoelige gebruiksfuncties.
effectief slechts worden
niet
gemaakt
maar
afgeweken
zou
over
ook op functies kunnen
A A
A A A A A
hi
A
A A A
A A
A A
A
A A
A
A A
A
A
A
A
A
Go, agrifi
exlan
(geanonimiseerd) INE
Legenda
pá je Bestemmingsplangebied Veghels Buiten Noordoost Bouwvlak
__}
--
700m2
Bouwvlak
[| Gebouwen BAG [EA Enkelbestemming Agrarisch —_—
KadastraleGrens
Luchtfoto Actueel Ortho
25cm
RGB
Gis grifiexlan
(geanonimiseerd) Legenda î RC Bestemmingsplangebied Veghels Buiten Noordoost Bouwvlak m3
Es
EV
--
2.000m2
Bouwvlak Gebouwen
|
uitbreiding
BAG
Enkelbestemming Agrarisch KadastraleGrens
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB