A13 RvS - Beroep Bp. ‘Veghels Buiten Noordoost’ (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ren
Raad
Afdeling bestuursrechtspraak
vanState C
C
Pagina
Ingekomen
1 van
1
Afd.
-3 JUL 2025 Raad
de gemeente
van
Postbus
5460
Meierijstad
10001 DA VEGHEL
Uw
Datum
Ons
8 juli 2025
202405830/1/R2
nummer
Inlichtingen
kenmerk
Onderwerp
(geanonimiseerd)
Meierijstad Bp 'Veghels Buiten Noordoost’
Procedure
Beroep
Geachte
Hierbij Zoals
heer/mevrouw , ik u
stuur u
-
informatie
ter
is meegedeeld ,
Aangezien
-
zal de zaak
stukken op
geautomatiseerd
dit bericht
die gaan
22 juli 2025
over
bovengenoemde
worden
is aangemaakt ,
behandeld
op
procedure. een
zitting.
is dit niet ondertekend.
Hoogachtend , de griffier
134
1667(B] J 3)
Postbus
Bij
2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 8 correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden 20019
-
13 80
-
www. raadvanstate. nl
Van: Verzonden: Aan:
@linssen-advocaten.nl
maandag 7juli 2025 16:04 Bestuursrechtspraak veiligmailen
Onderwerp:
202405830/1/R2
Bijlagen:
RvS bu
MD This message
was
submitted
(geanonimiseerd) n--
Meierijstad (666240035)
7-7-2025.p
via Bastion
365 Webform
“Nieuwe
zaak of stukken
bij bestaande
zaak insturen”
EN mn
Geachte
Hierbij
zend
de inhoud Met
ik u in
opgemelde
hiervan.
vriendelijke groet,
secretaresse
Linssen
cs
advocaten
zaak
een
brief
van
GN
mn
ON
van
vandaag.
Ik
verwijs
u
naar
Li msse
Linssen cs Advocaten Willem Il straat 29a 5038 BA Tilburg Postbus 246 5000 AE Tilburg T:013 542 04 OO F: 013 543 04 08 . linssen-advocaten. nl linssen @linssen-advocaten.nl
n ADVOCATEN
Www
AANTE
Raad
State
van
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
Afdeling Bestuursrechtspraak Postbus 2500 EA
el (geanonimiseerd) ie (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
20019
DEN
(geanonimiseerd)
(geanonimise rd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)
HAAG
li (geanonimise rd)
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
(geanonimise rd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd)
Tevens
Tilburg ,
via 7
Zivver
(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanoni miseerd)
juli 2025
Dossier Uw
(geanonimise rd)(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)
?
ref
:
Edelachtbaar
(geanonimiseerd) 202405830/1/R2
College ,
Met het oog op de behandeling van opgemelde procedure ter gelegenheid van de zitting van 22 juli 2025 wens ik namens cliënten nog het navolgende naar voren te brengen. 1.
_ Milieukundige
In de eerste
aspecten gemeente
plaats
aspecten staan
cliënten
nader
stil bij de relevante
milieukundige
onderhavige procedure. Daarbij is ondermeer van belang dat de is uitgegaan van een onjuiste vergunning , hetgeen naar het oordeel
van
cliënten wel degelijk gevolgen heeft voor de beoordeling. Op deze en andere milieukundige relevante aspecten wordt ingegaan op de als bijlage 1 bijgevoegde memo van Agrifirm , dat ook aanvankelijk de milieukundige beoordelingen in opdracht van cliënten heeft uitgevoerd. In het verweerschrift van verweerder van 22 oktober 2024 wordt nader ingegaan op deze memo wordt gereageerd op hetgeen van cliënten , en in de thans bijgevoegde memo verweerder hieromtrent heeft uiteengezet.
van
Cliënten verwijzen naar het gestelde in deze memo , maar wensen met name nader stil te staan bij de kwestie van de vormvergroting en de omgekeerde werking. Zoals in de memo is uiteengezet , kan verweerder niet zomaar voorbij gaan aan de mogelijkheid van een vormvergroting. Verweerder erkent in het verweerschrift:
Linssen cs Advocaten verricht haar diensten uitsluitend onder toepasselijkheid van haar clgemene voorwaarden , die op de achterzijde van deze brief staan afgedrukt
(geanonimiseerd)
Linssen ADVOCATEN
“Het bouwperceel (bouwvlak) van appellant bedraagt momenteel 143 hectare. , In theorie zou de gemeente op grond van de provinciale instructieregels aan een bouwblokvergroting van 700 m2 medewerking kunnen verlenen. Daarbij geldt wel dat de aanwezige permanente voorzieningen in de vorm van de voortuin bij de bedrijfswoning die nu buiten het bouwvlak ligt (828 m2) binnen het bouwvlak zou moeten komen te liggen en dat 10% van het bouwvlak (1. 500 m2) aangewend zou moeten worden voor landschappelijke inpassing , die momenteel nog geheel ontbreekt aan de achterzijde (richting het bestreden plangebied) en aan de oostzijde van het bouwvlak. Per saldo zal de wijziging van het bouwvlak dan juist een forse beperking van het voor bebouwing beschikbare oppervlakte opleveren. Het scenario van een bouwvlakwijziging wordt door de gemeente dan ook niet realistisch geacht. ”
adem genoemd , te weten een bouwblokwijziging. Een bouwblokwijziging kan inderdaad leiden tot uitbreidingsruimte aan de achterzijde , en met name als dat gepaard gaat met een bouwblokvergroting van circa 700 m? is sprake van een aanmerkelijke verschuiving van emissiepunten en daarmee gepaard gaande hindercontouren. Verweerder acht dit om twee redenen niet realistisch , te weten a) de voortuin die binnen het bouwblok zou moeten komen te liggen en b) landschappelijke inpassing. Ten aanzien van de voortuin valt niet in te zien waarom dat zou zijn: verweerder maakt dat ook niet duidelijk , maar los daarvan kan cliënt en zijn gezin zeer wel leven zonder voortuin. Met een andere (functie)aanduiding of iets dergelijks zou daaraan tegemoet gekomen kunnen worden , maar los daarvan is het voor cliënten als agrarisch ondernemer veel belangrijker om aan de achterzijde zijn bedrijf te kunnen ontwikkelen. Daarnaast valt niet in te zien dat een landschappelijke inpassing , die vanzelfsprekend overal op het agrarisch terrein zou kunnen worden ingericht , per saldo uiteindelijk zou moeten leiden tot een verkleining van het bouwvlak. Dergelijke inpassing kan immers op verschillende wijzen gestalte krijgen. Hier worden
twee
bouwblokvergroting
zaken en
in één
een
is verder uiteengezet dat een verruiming van de hokoppervlakten e. d. realistisch is , zoals ook in het initiërende beroepschrift is uiteengezet. Niet enkel welzijnswetgeving ten aanzien van de veehouderij , maar met name ook eisen vanuit detailhandel (beter leven keurmerken e. d. ) zullen in de toekomst ongetwijfeld dwingen tot een verruiming van de hokoppervlakte , In dat geval In de notitie
is er dus géén sprake van een vergroting van het aantal dieren , en dus doet ook de discussie met betrekking tot de overbelaste situatie zich niet voor (daar gelaten dat zoals in de aanvankelijke memo van Agrifirm is uiteengezet de woonwijk nu juist aan die zijde een probleem met zich meebrengt als het gaat om hindercontouren) , maar leidt een noodzakelijke verruiming van de hokcapaciteit en mogelijk milieukundige aanpassingen wel degelijk tot het verschuiven van de hindercontouren richting de woonwijk. Hier is dan ook pertinent geen sprake , zulks om verschillende redenen , van een goede ruimtelijke ordening aangezien hier evident sprake is van conflicterende functies. De gemeenteraad is veel te kort op het randje van hetgeen naar haar oordeel mogelijk is gaan zitten , zonder daarbij een bepaalde bufferzone in
Linssen ADVOCATEN
acht te nemen , en is bovendien uitgegaan van een onjuiste vergunning en het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden. Ook heeft men ten onrechte de huidige vergunning als statisch gegeven beschouwd , zonder uit te gaan van vaste jurisprudentie die ziet op het uitgaan van de bebouwingsmogelijkheden vanaf de rand van het agrarisch bouwvlak. Ook veel eenvoudiger vormverandering , waarbij de voorzijde (de tuin) aan de achterzijde wordt toegevoegd en daar verruiming van de agrarische bebouwing zal plaats vinden , leidt zonder dat er sprake is van de door verweerder geduide uitbreiding reeds tot een knelpunt. Cliënten noemen hierbij ook in herinnering de discussie die zich bijvoorbeeld in 2017/2018 heeft voorgedaan met betrekking tot de werking van combiluchtwassers als het gaat om geurbelasting. Gebleken was dat luchtwassers niet het rendement haalden dat ze het konden halen , waarna de Rgv is waarvan men altijd had gemeend Een aangepast. dergelijke ontwikkeling kan zich bijvoorbeeld ook voor gaan doen in de toekomst met betrekking tot volksgezondheid , fijnstof of andere factoren , en ook daar logenstraft zich het feit dat verweerder geen ruimere zone in acht heeft genomen , hetgeen nu juist met het oog op de conflicterende ruimtelijke functies wél gedaan had moeten worden. In het
verlengde
hiervan
hebben
cliënten ook de klacht naar voren gebracht tot de gemeentelijke geurverordening en de
dat de gemeente met betrekking daarin neergelegde geurcontouren een geheel afwijkende invulling geeft aan hetgeen zij eerder heeft geduid als een goed woon- en leefklimaat. De gemeenteraad heeft immers enkel voor Veghels Buiten een afwijkende norm aangenomen van 5 , terwijl men elders aansluit bij de norm uit de Wgv die inderdaad 3 (en niet 2) ouE/m? is. Voor de ontwikkeling die thans voorligt is er derhalve gekozen om af te wijken van hetgeen men elders aanvaardbaar acht , namelijk door aan te sluiten bij de wettelijke norm. De
beslissing
de gemeente
om
voor
de nieuwe
woonwijk
een
geurnorm 5 ouE/m3 te hanteren , is bij nadere analyse een beleidskeuze die op vier fronten onverdedigbaar is. De argumenten die de gemeente aanvoert om deze significante versoepeling van de milieunormen te rechtvaardigen , doorstaan de toets van de wetenschappelijke , gezondheidskundige en juridische kritiek niet. De kern van het tegenargument kan als volgt worden samengevat: 1. _Gezondheidskundig niet verantwoord: de gemeente negeert willens en wetens de expliciete gezondheidskundige advieswaarde van de GGD , die een norm voor woonkernen van 2ouE/m3 voorschrijft om van
van
stressgerelateerde gezondheidsklachten zoals hoofdpijn , misselijkheid en slaapproblemen te voorkomen. Door te kiezen voor de hogere norm en 100 woningen binnen deze contouren komen , accepteert de gemeente bewust een hoger risico op gezondheidsschade voor haar nieuwe inwoners. Een juiste belangenafweging hiervan heeft niet plaats bovendien
2.
dat
gevonden. Wetenschappelijk
achterhaald:
‘aanvaardbaar
woon-
wetenschappelijke
basis.
een
emissiefactoren
waarvan
De conclusie dat er sprake zal zijn van leefklimaat! is gebaseerd op een wankele De gemeente steunt op berekeningsmodellen en door onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek en
Linssen ADVOCATEN
(o. a. Universiteit Utrecht) is aangetoond dat zij de werkelijke geurhinder van de systematisch onderschatten. De cascade van onzekerheden de tegenvallende technologie soepele norm tot de falende modellen en maakt de voorspelling van de gemeente onbetrouwbaar. Vanaf 2017 hebben bestuursrechters (rechtbanken en uw Afdeling diverse uitspraken gedaan over emissiearme huisvestingsystemen. Er kan met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld dat de stalsystemen voldoende emissies —
reduceren. Juridisch wankel:
3.
De beleidskeuze
—
staat
op gespannen voet met recente overheid heeft zelf al erkend dat juridische ontwikkelingen. landelijke het wettelijk kader waarop de verordening is gebaseerd 'uit balans!’ is en op de nominatie staat om te worden aangescherpt. Belangrijker nog is de jurisprudentie van het Gerechtshof Den Haag , die de bescherming tegen ernstige milieuhinder verankert in het fundamentele recht op respect voor het privéleven (artikel 8 EVRM). Dit legt een verzwaarde zorgplicht dan het enkel voldoen aan een de overheid die verder gaat bij verruimde norm. zelfgekozen , Maatschappelijk onwenselijk: De gemeente creëert met de ontwikkeling van Erpseweg Noord-Oost onder deze voorwaarden een voorzienbaar nieuw probleemgebied. Terwijl elders in Brabant en Nederland de ernstige maatschappelijke en persoonlijke gevolgen van geurhinder door de intensieve veehouderij steeds duidelijker worden , kiest Meierijstad ervoor om een nieuwe groep burgers bloot te stellen aan dit risico. Dit is in strijd met het principe van voorzorg en de beginselen van behoorlijk bestuur. De
4.
artikel 3 lid 4 Wgv inderdaad leiden tot toepassing dat is enkel het geval indien er sprake is van een van 50%-regeling , uitbreiding van het aantal dieren. De aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de inrichting uit zal moeten breiden aan de achterzijde in de zin dat de dieren grotere hokoppervlaktes nodig zullen gaan hebben maar het dieraantal niet toeneemt is door verweerder niet in ogenschouw genomen , zodat er pertinent géén sprake is van , anders dan men stelt , een Verder
zou
toepassing
worst-case
benadering.
de
van maar
nog in het bijzonder stil te staan bij de kwestie van de cliënten hebben uiteengezet , is een te korte afstand in acht spuitzones. Zo is niet voldaan aan de minimale afstand van 50 meter (oa. de Kgenomen. bouwvlekken die 2 en Bu-3 (de grenzen aan het perceel van de AntoniusHoeve) , de tuingrens is bepalend. Bovendien dienen er ruimere afstanden genomen te worden om toekomstige problemen te voorkomen (aardappels worden 16 tot 20 keer per jaar bespoten) , terwijl er evenmin een locatiespecifiek onderzoek is uitgevoerd naar de gevolgen voor het bedrijf. Clienten verwijzen in dit verband tevens naar de uitspraak van de Voorzieningenrechter van uw Afdeling van 6 februari 2025 , ECLI:NL:RVS:2025:446. Cliënten
wensen
Zoals
verder
Linssen ADVOCATEN
Alles overziende
luidt de conclusie dat er geen sprake is van een goed woonleefklimaat , dat de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf in feite zijn genegeerd en dat er sprake is van conflicterende ruimtelijke functies. Het goed woonen leefklimaat gaat vanzelfsprekend over meer dan alleen geur: ook zaken als endotoxines , fijnstof , geluid , trillingen , vliegen en ongedierte , ammoniak e. d. zijn allen factoren die betrekking hebben op de vraag of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat enerzijds , en of de veehouder anderzijds zijn bedrijfsvoering in de toekomst nog op acceptabele wijze kan continueren en ook nog , in het licht van nationale en internationale ontwikkelingen op allerlei gebied dat relevant is voor de veehouderij , kan ontwikkelen. In casu heeft men dat alles onvoldoende in ogenschouw genomen en het bedrijf in feite op slot gezet. Niet enkel aan de “bovenzijde” van het bedrijf van cliënten , dat wil zeggen aan de noordzijde van de Erpseweg , wordt cliënten bedreigd door het oprichten van een woonwijk (en visa versa) , maar ook aan de zuidzijde van de Erpseweg is sprake van woningbouwontwikkeling die leidt tot enerzijds een aantasting van het perspectief voor het bedrijf en anderzijds geen wenselijk woon- en leefklimaat. Dit alles getuigt evident niet van een goede ruimtelijke ordening. en
dan 1000 nieuwe bewoners in de er een levensgroot risico 2 waardoor OU , geurcontouren voor alle het ontstaat op vele klachten met bedrijf van mogelijke gevolgen client van dien. Een aanpassing aanvragen om aan Beter Leven Keurmerk in 2030 te voldoen (BLK2) , van 10, naar 12, m2 per dier (bij huisvesten in kleine groepen en lange staarten zoals client dat wil doen) wordt onmogelijk , nu hij daarvoor immers ca. 1000 m2 stalruimte moet bijbouwen (enkel om dezelfde aantallen te kunnen houden). De
ontwikkeling
binnen
Om
de
leidt immers
tot meer
van
de geurbelasting
te
beoordelen , hanteert het RIVM milieukwaliteitscriteria ,
geurhinder goed naar zeer slecht. Behalve het percentage geurgehinderden , is ook het absolute aantal geurgehinderden belangrijk. Bescherming van de bebouwingscontour heeft meer effect op het absolute aantal gehinderden dan bescherming van het buitengebied. Ter illustratie: 25% hinder in een gebied met 10 inwoners betekent dat 2 tot 3 mensen hinder ondervinden , terwijl 25% hinder in een gebied met 1. 000 inwoners voor
van
dat 250 mensen hinder ondervinden. Er is niet getoetst op het absolute aantal bewoners (400 woningen en nog 2 scholen en andere voorzieningen in het 2 OU gebied) die een slecht woon en leefklimaat krijgen. Het doel en de reikwijdte van deze richtlijn van het RIVM mag niet gebruikt worden om een complete woonwijk om een bestaand varkensbedrijf heen te bouwen. Het bedrijf komt in het hart van Veghelsbuiten te liggen waarbij op een veel te kleine afstand vele honderden woningen gaan komen , een en ander geheel gebaseerd op een subjectieve modelwerkelijkheid , waarbij stedelingen vaak veel meer overlast ervaren dan bewoners die nu al in het buitengebied wonen. De gehanteerde normen gaan uit van gemiddelde en houden onvoldoende rekening met variëteit in bedrijfsvoering , piekbelasting (100% capaciteit ventilatoren) en de nauwkeurigheid van geurnorm (Rgv betekent
Linssen ADVOCATEN
stalsystemen). en
leefklimaat
Cliënten
Grotere afstanden te voorkomen.
handhaven
in zoverre
beroepschrift. Ik verblijf , met
vriendelijke groet ,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
zijn nodig
al hetgeen
om
terzake
het risico van
een
is uiteengezet
slecht woon in het
Bijlage
Linssen
c. s.
Advocaten
Postbus 246 5000 AE TILBURG
1
| b
agrifirm
4
MEMO
an(geanonimiseern d) (geanonimiseerd) Kopie Van Datum Betreft
ergevingsjurist _ : (geanonimiseerd) : :
4juli 2025
Exlan
Reactie op verweer gemeente Meierijstad i. v. m. Buiten Noordoost
bestemmingsplan Veghels
gemeente heeft het bestemmingsplan Veghels Buiten Noordoost vastgesteld. Daartegen hebt u beroep ingesteld. Daarop heeft de gemeente schriftelijk verweer gevoerd. In dit memo wordt ingegaan op een aantal onderdelen van dit De
verweerschrift.
Verkeerde vergunning De gemeente erkent dat de verkeerde vergunning tot uitgangspunt is gekomen , maar meent dat het niet leidt tot een conflicterende situatie. In onderdeel 4. 8 tot en met 4. 17 gaat de gemeente in op de geurhindersituatie. Daarin zet de gemeente uiteen onder welke voorwaarden een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit kan worden verleend voor zover dat betrekking heeft op het aspect geur. De gemeente concludeert daar dat andere bestaande geurgevoelige objecten bepalend zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden en dat de geurgevoelige objecten die met het plan mogelijk worden gemaakt daar aan die mogelijkheden af doen. Verder beaamt de gemeente dat de 5 oue/m?°-contour die in het plan is opgenomen iets anders komt te liggen dan op de plankaart weergegeven. Daardoor kunnen dus geurgevoelige objecten binnen de contour worden gebouwd. Om 1.
2.
1/4
navolgende redenen is de redenatie van de gemeente niet juist: De gemeente stelt dat bestaande geurgevoelige objecten bepalend zijn voor de ontwikkelmogelijkheden van het bedrijf en dat alleen wijzigingen mogelijk zijn als de dieraantallen niet worden uitgebreid en de geurhinder niet toeneemt. Hiermee miskent de gemeente dat ook wijzigingen zonder uitbreiding van dieraantallen of geurhinder kunnen leiden tot verschuiving van emissiepunten en dus geurcontouren. Door ontwikkelingen in het kader van dierenwelzijn en de markt (bijvoorbeeld Beter: leven-concepten) , zie ook hiema , is verruiming van hokoppervlakten in te nabije toekomst onvermijdelijk en zal niet enkel het huidige bouwblok volgebouwd moeten worden , maar ook vergroot moeten worden. Verder worden door de bouw van geurgevoelige objecten in een andere windrichting mogelijk te maken dan de nu al aanwezige objecten , de ontwikkelmogelijkheden zelfs binnen dat toetsingskader verder beperkt. Vóór vaststelling van het plan hoefde alleen rekening te worden gehouden met geurgevoelige objecten die ten westen van het bedrijf liggen. Bij ontwikkeling van het bedrijf (bijvoorbeeld om zoals hiervoor geschetst de oppervlakte voor de dieren te vergroten) hoeft de toename van de geurhinder alleen op die objecten te worden getoetst en is ontwikkeling in noordoostelijke richting mogelijk.
Door het plan wordt de realisatie van geurgevoelige objecten binnen de huidige geurcontour mogelijk en vervalt die ontwikkelingsrichting. Hieraan gaat de gemeente in het verweer voorbij. de
3.
Als nu een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit wordt wordt die beoordeeld op grond van de aangevraagd door (geanonimiseerd) BEN
geurgevoelig object is in de Omgevingswet een andere dan in de Wet geurhinder en veehouderij. De werkplaats die door de gemeente wordt opgevoerd als beperkende factor is op grond van de Omgevingswet geen geurgevoelig object meer. Daardoor is de stelling dat de nieuwe geurgevoelige bebouwing die met het plan wordt mogelijk gemaakt geen gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering veel te kort door de bocht , zeker nu de geurcontour anders blijkt te liggen dan vastgelegd in het plan. De gemeente wijst op vaste jurisprudentie dat een overschrijding van de Omgevingswet. De definitie
4.
van een
individuele geurnorm niet per definitie leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het licht van de plansystematiek is dat echter wel een draai van 180 graden. In artikel 23. 6 van het plan blijkt dat de geurcontour is opgenomen
bescherming van gezondheid van personen in geurgevoelige objecten. In paragraaf 4. 5 van de toelichting van het plan wordt onderbouwd dat agrarische geur niet zorgt voor belemmeringen. Die conclusie is vooral gebaseerd op het verbieden van oprichting van geurgevoelige objecten binnen de geurcontour. Waar dus het plan stelt dat er belangrijke redenen zijn om een verbod op te nemen voor het oprichten van geurgevoelige objecten binnen de geurcontour , is het veel te makkelijk dat hele verhaal nu maar terzijde te schuiven met het argument dat er evengoed wel sprake is van een voldoende leefklimaat. Kennelijk is de bescherming van de gezondheid ineens niet zo'n issue meer. Als de onderbouwing in het plan al gepasseerd zou mogen worden , dan vraagt dat in ieder geval om besluitvorming door de gemeenteraad. De raad is immers tot besluitvorming gekomen op grond van het beleid zoals verwoord in het plan. Een dergelijke fundamentele wijziging van uitgangspunten vraagt op zijn minst een afweging over de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat door de ter
raad.
Mogelijke toekomstige wijzigingen Bij de beoordeling van de gevolgen voor de veehouderij is het vaste jurisprudentie dat de gemeente uit moet gaan van de maximaal planologische mogelijkheden. Daarbij mag de gemeente wel de uitvoerbaarheid van die maximale mogelijkheden betrekken. Dan moet echter wel vaststaan dat die planologische mogelijkheden niet kunnen worden benut en dat vraagt een stevige motivering (zie bijvoorbeeld de rechtsoverwegingen onder 5. 4 in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
van
de
Raad
van
State
van
2
oktober
2024
):
agrarische sector en de varkenshouderij in het bijzonder te maken omstandigheden. Aan de ene kant is het van belang om flexibel op de marktvraag in te kunnen spelen. De markt stelt eisen aan diergezondheid , dierenwelzijn en de duurzaamheid van de bedrijfsvoering. Anderzijds is wetgeving op het vlak van dierenwelzijn , omgeving , mestopslag , -verwerking en -aanwending voortdurend in beweging. Flexibiliteit in de mogelijkheden om bebouwing ten behoeve van de varkenshouderij te kunnen ontwikkelen is daarom noodzaak. Nieuwe eisen tot aanpassing van de bedrijfsvoering zijn een voortdurende realiteit. Ter illustratie heeft vrijwel al het varkensvlees wat in de Nederlandse supermarkten Verder heeft de met dynamische
2/4
Ts
En
OOI
a
we
aan de eisen vleesvarken beschikken te over ten van dat keurmerk te kunnen voldoen dient een Voor het 2of 3 Beter Leven keurmerk minste 109 ster , m? leefoppervlakte. gelden nog grotere oppervlakte-eisen. !
wordt
aangeboden minimaal het 1-ster Beter Leven keurmerk. Om
bedrijfsvoering is het vergroten van dierenaantallen niet per Wanneer definitie aan de orde. bijvoorbeeld eisen om de oppervlakte per dier te vergroten worden aangescherpt of mestverwerking of energieopwekking op het bedrijf moet plaatsvinden , neemt het aantal dieren niet toe. Wel is het dan noodzakelijk om de vorm van het bouwvlak te kunnen veranderen of dat eventueel te vergroten tot 15, ha. En daarbij kan het ook aan de orde zijn om emissiepunten te verplaatsen , zoals dat in het beroepschrift is uitgewerkt. Gelet op hetgeen hierboven is vermeld onder punt 1 en 2 en het belang van ontwikkelingsmogelijkheden heeft de gemeente onvoldoende rekening gehouden met die maximale planologische Bij aanpassingen
van de
mogelijkheden.
Fijn stof De gemeente erkent dat de uitstoot van fijnstof van de veehouderij niet is betrokken in de besluitvorming (zie 4. 31 en 4. 32 verweerschrift). Dat is een gebrek dat moet worden hersteld , zowel omdat niet duidelijk is of sprake is van een goed woon- en leefklimaat op dat punt als vanwege de omgekeerde werking (mogelijk extra belemmeringen die optreden bij invulling maximaal planologische mogelijkheden). Het is primair de taak van de gemeente om zich ervan te verzekeren dat ook op dat vlak sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het advies van de GGD om een afstand van 250 m aan te houden is gegeven als een soort vangnetvoorziening. Het is geen harde afstand , maar als van die 250 m wordt afgeweken , moet wel goed zijn onderzocht dat binnen die straal geen negatieve gezondheidseffecten optreden. Dat benadrukt eens te meer het grote belang om , naast een juiste beoordeling van geurhinder , ook de fijnstofemissie uit de veehouderij een volwaardige plek in de besluitvorming te geven.
Spuitzones De gemeente stelt dat het de bedoeling is geweest spuitzones van 50 m te hanteren en dat daarbij rekening is gehouden met een afstand van 05, tot 15, m tot de insteek de sloot. De spuitzone is echter ter plaatse van de enkelbestemming van Buitenhof ca. 47 m breed. Daarbij is de grens van de zone gelegd ‘Woongebied —
op
de
kadastrale
perceelsgrens
tussen
het
perceel
waar
gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en het naastgelegen perceel binnen de grenzen van het bestreden bestemmingsplan. De afstand van het midden van de sloot tot de insteek van de sloot op het perceel van cliënt bedraagt 1. 40 m. In verband met de registratie van percelen moet die afstand precies worden bepaald en worden opgenomen in de persceelsregistratie die bij RVO is geregistreerd.
https://beterleven. dierenbescherming. nl/zakelijk/wpcontent/uploads/sites/2/2025/06/AanvullendebesluiteneinterpretatiesVarken_11 Bron:
28D_20250630. pdf 3/4
bk agrifirm Artikel 4.723d , van het Besluit activiteiten leefomgeving handelt over teeltvrije zones bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De kortst aan te houden afstand bedraagt 50 cm voor overige gewassen. mag worden opgericht op grond van het bestreden tot de grens waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt , komt daarmee op (47 m (de breedte van de spuitvrije zone tot aan de kadastrale grens) plus 140 , m (de afstand van het midden van de sloot tot de insteek) , m (smalste teeltvrije zone)) 489, m. Daarmee voldoet de afstand niet aan plus 050 de eis die op grond van vaste jurisprudentie over teeltvrije zones heeft te gelden. Het verweer van de gemeente snijdt in deze m. i. geen/onvoldoende hout. De
afstand
waar
bestemmingsplan
bebouwing
Daarbij komt dat alleen het oprichten van bouwwerken in de spuitzone op grond van het plan is verboden. Er ligt een strook met een breedte van 85, m binnen de enkelbestemming ‘Woongebied — Buitenhof. Andere gevoelige functies (zoals tuin) worden niet onmogelijk gemaakt in de spuitzone. Vaste jurisprudentie over spuitzones heeft niet alleen betrekking op gevoelige bouwwerken maar ook op andere gevoelige gebruiksfuncties. Daarmee is de spuitzone tot gevoelige functies effectief slechts ca. 40 m , zonder dat onderbouwd worden van de vuistregel die 50 m voorschrijft.
4/4
is waarom
afgeweken
zou kunnen
Bijlage
Linssen c. s. Advocaten Postbus 246 5000 AE TILBURG
2
(geanonimiseerd) A
Legenda Veghels Buiten Noordoost S5 Bestemmingsplangebied Bouwvlak 700m2 |
--
|)
Bouwvlak Gebouwen
BAG
Enkelbestemming Agrarisch —
KadastraleGrens
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB
(geanonimiseerd)
PAN
n
|
….
Ne
Legenda lé- Bestemmingsplangebied Veghels Buiten Noordoost |
| [__}
«
\
N
Bouwvlak uitbreiding Bouwvlak
Gebouwen
--
2. 000m2
BAG
Enkelbestemming Agrarisch —
/
KadastraleGrens
Luchtfoto Actueel Ortho 25cm RGB