A1 RvS - Beroep bp Kerkstraat 29 Wijbosch (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Raac vanState
Afdeling bestuursrechtspraak
Nr.
Ons nummer
27 december 2023
202205341/1 /R2
Ingekomen Afd.
2 8 DEC 2023
Raad van de genneente Meierijstad Postbus10001 5460 DA VEGHEL
Datum
Pagina1 van1
Uw kenmerk
Inlichtingen
Onderwerp
070-4264192
Meierijstad bp Kerkstraat 29 Wijbosch
Procedure
Beroep
Geachte heer/mevrouw. In bovengenoemdeprocedureheeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedureis daarmee beëindigd. Een kopievan deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
4(D5584(CAO)
Postbus20019- 2500 EA Den Haag -T 0704264426 - F 070365 13 80- www.raadvanstate.nl Bij correspondentie de datumen het nummervandeze briefvermelden
• « •3;
•
a
•
Raad
vanState 202205341/1/R2. Datum uitspraak: 27 december 2023
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen: gemeente Meierijstad, appellant. en de raad van de gemeente Meierijstad, verweerder.
202205341/1/R2
2
27 december 2023
Procesverloop Bij besluitvan 23 juni2022 heeft de raad het bestemmingsplan"Wijbosch, herziening Kerkstraat 29" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft
beroepingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak opzitting behandeld op 29 augustus 2023, waar bijgestaan do werkzaam bij Achmea ,zijn Rechtsbijstand, en de raad, vertegenwoordigd doo verschenen. Verder is opzitting initiatiefnemer, bijgestaan door als partij gehoord. Overwegingen Inleiding 1. Het plan voorzietin toekenningvan een woonbestemmingen verplaatsing en restauratie van de historische hoekgevelboerderij aan de Het perceel is gelegen buitende bebouwdekom. ,die Het plan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van eigenaar is van het perceel . Hij wenst de vervallen hoekgevelboerderij te restaureren. Om dit financieel mogelijk te maken is in het plan voorzienin het realiseren van twee aaneengeslotenwoningenin de gerestaureerde boerderij. 2. woontaan de te en heeft daar een agrarisch bedrijf vreest dat het onderhavige plan een uitbreiding van zijn bedrijf in het bouwvlakin de weg staat en dat zijn bedrijfsvoering hierdoor wordt beperkt. 3. Deze zaak is een vervolg opde beroepszaakdie heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 18 oktober2017, ECLI:NL:RVS:201 7:2833.In deze uitspraak heeft de Afdeling het besluitvan 29 september 2016 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan"Kerkstraat 29" vernietigd wegens strijd met artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
Dat plan voorzag in de restauratie en verbouwingvan de historische hoekgevelboerderij, tot twee aaneengeslotenwoningenonderééndak, binneneen afstand van 50 m van het bouwvlakvan Deze woning was gelegen achter de woning op het perceel aan de te De Afdeling heeft overwogen dat indiende in het plan voorziene woningenwordenopgericht, artikel 3.117, eerste lid. Besluit algemene regels voorinrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit milieubeheer) aan de oprichting van een dierenverblijfbinnenhet bouwvlak va in de weg zal staan. Dit omdat in dat geval niet aan een afstand van 50 m kan wordenvoldaan ten opzichte van de nieuwe woningen.De Afdeling heeft geoordeeld dat in zoverre terecht stelt dat het bestemmingsplan"Kerkstraat 29" voorhem een belemmering in de bedrijfsvoering kan opleveren.
202205341/1/R2
3
27 december 2023
Naar aanleiding van deze uitspraak heeft sde hoekgevelboerderij in het plan verplaatst. In het plan wordt deze voorzienop een afstand groter dan 50 m van het bouwvlakvan Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplanmoet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpuntvan een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokkenbelangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeeltaan de hand van de beroepsgronden of het besluittot vaststelling van het bestemmingsplanin overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienendoelen. Beperking bedrijfsvoering 5. betoogt dat het plan leidt tot beperking van zijn bedrijfsvoering. Hij vreest dat toekomstige bewonersgeurhinder zullen ervaren in geval van uitbreiding van zijn agrarische bedrijf binnenhet bouwvlak wijst eropdat in het onderhavige plan weliswaar de afstand van 50 m van het agrarische bouwvlakten opzichte van de woonbebouwing in acht is genomen, maar dat dit vooreen deel van de tuinenbinnende bestemming "Agrarisch met waarden - Kleinschalig landschap" niet geldt.
Volgens heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom zijn bedrijfsvoering niet wordt gefrustreerd doorde ligging van de tuinbinneneen afstand van 50 m. verwijst naar rechtsoverweging 6.7 van de uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2013, ECU:NL:RVS:201 3:BZ1 688,waarin is overwogen dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening in een aanvaardbaar verblijfsklimaat dient te kunnenwordenvoorzie stelt dat in de plantoelichting niet is onderbouwd of ter plaatse sprake is van een ar verblijfsklimaat ingeval van de aanleg van een tuin. Verder stelt dat de raad weliswaar wijst opde in de planregels opgenomen vergunningplicht voorhet inrichten van gronden als tuin, maar volgens hem waarborgt die vergunningplicht onvoldoende dat hij niet wordt beperkt in de bedrijfsvoering. Volgens hem zou een tuinopde betreffende locatie binnen de geurcontourin het geheel niet mogelijk moetenzijn. 5.1. Aan het perceel van is ingevolge het geldende bestemmingsplan"Landelijk gebied" de bestemming "Agrarisch met waarden - Kleinschalig landschap" met een bouwvlaktoegekend. De oppervlaktevan het bouwvlakis ongeveer 3000 m^ (ongeveer 75 m bij 40 m). Op grond van de planregels mogen ter plaatse van het bouwvlakagrarische bedrijfsgebouwenen bedrijfswoningenmet bijbehorendebijgebouwen wordenopgericht.
heeft de bouwmogelijkhedenopzijn perceel niet volledig benut.Hij kan binnenhet agrarisch bouwvlaknog een dierenverblijf oprichten, bijvoorbeeldtegen de plangrens aan. heeft een niet milieuvergunningplichtige inrichting waar 25 schapen, 150 legkippen, 20 stuks melkvee en 3 vleesvarkens (mogen) wordengehouden.
202205341/1/R2
4
27 december 2023
5.2. Wat betreft de geurnormering gelden voorzijn bedrijf de artikelen 3.115 en 3.117 van het Activiteitenbesluitmilieubeheer. Ingevolge artikel 3.117, eerste lid, aanhef en ondera en b, van het Activiteitenbesluitmilieubeheer dient in het geval van het oprichtenvan een dierenverblijf met dieren zondergeuremissiefactor een afstand van 100 m in acht te worden genomen indien het geurgevoelige objectbinnende bebouwdekom is gelegen en 50 m indien het geurgevoelig object buitende bebouwdekom is gelegen. 5.3. De Afdeling stelt vast dat in het plan aan gronden de bestemming "Wonen"is toegekend, die ookgebruikt mogen wordenvoortuinen.Deze gronden zijn gelegen opeen afstand groter dan 50 m gerekend vanaf het bouwvlakvan Niet in geschil is dat voordeze gronden in een aanvaardbaar woon-en leefklimaat kan wordenvoorzien. 5.4. De Afdeling stelt verder vast dat aan gronden, op korte afstand van het bouwvlakvan en binnen50 m gerekend vanaf het bouwvlak van de bestemming "Agrarisch met waarden - Kleinschalig landschap" is toegekend. 5.5. De relevante planregels voorde bestemming "Agrarisch waarden - Kleinschalig landschap" luiden:
met
"3.1.1 Algemeen De voorAgrarisch met waarden - Kleinschalig landschap aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch gebruik; [...] g. tuinen. een en ander met bijbehorendevoorzieningen,waaronder perceelsontsluitingen en sloten, en overeenkomstigde in 3.1.2. opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaandeis een nadere detaillering opgenomenvan het bepaalde in 3.1.1: [...] b Tuinen Het inrichten van gronden, grenzend aan een woning, als tuin, is uitsluitend toegestaan nadat de omgevingsvergunning als bedoeld in 3.3.2 is verleend. Bestaande tuinenwordengeacht te zijn aangelegd met een vergunning als bedoeld in 3.3.2. 3.3 Afwijken van de gebruiksregels [...] 3.3.2 Omgevingsvergunning tuinen Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning als bedoeld in 3.1.2 onder b verlenenteneindegronden grenzend aan een binnenhet plangebied gelegen woning, in te kunnenrichten als tuin, mits aan het volgende wordt voldaan: a. de aanleg en inrichting geschieden opeen, binnenhet landschap passende wijze, afgestemd op het gemeentelijk Landschapsontwikkelingsplan;
202205341/1/R2
5
27 december 2023
b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; c. de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van de binnende bestemming aanwezige cultuurhistorische waarden als bedoeld in 3.1. 4.5.2Voorwaardelijke verplichting a. Ter plekke van de aanduiding "specifieke vorm van wonenvoorwaardelijke verplichting" is het gebruik van en het in gebruik laten nemenvan nieuwebebouwingzonderde uitvoering en instandhoudingvan de inrichtingsmaatregelen conformhet in Bijlage 1 (van de regels) opgenomenInrichtingsplan en beplantingsplanteneindete komentot een goede landschappelijke inpassing niet toegestaan. [...]" 5.6. De raad stelt zich op het standpuntdat de normvan een goed wo maat in de tuinbij de voorzienewoningenniet het belang van beschermt. De raad stelt zich verder ophet standpuntdat alleen met betrekking tot een gebouw als zijnde een geurgevoelig object dient te worden beoordeeldof dit objectgeen belemmering is voorhet agrarisch bedrijf en dat een tuin niet als een geurgevoelig object kan worden aangemerkt. Verder wordt volgens de raad niet in zijn bedrijfsvoering beperkt, omdat een tuinalleen is toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning, waarbij beoordeeldwordt of er geen belemmering ontstaat vooromliggende agrarische bedrijven.
De raad wijst er bovendienop dat niet het landschappelijk inpassingsplan,maar de planregels en de verbeelding bepalendzijn voorde beoordelingof de bedrijfsvoering wordt beperkt. Daarnaast wijst de raad eropdat in het onderliggende plan "Landelijk Gebied" reeds de bestemming "Agrarisch met waarden Kleinschalig landschap" is toegekend en dat in de planregels dezelfde mogelijkheden voortuinenzijn opgenomen. 5.7. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (rechtsoverweging 10.6 van de overzichtsuitspraak relativiteitsvereiste van 11 november2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706), beschermt de normvan een goede ruimtelijke ordening, voorzover deze ziet op een aanvaardbaar woon-en leefklimaat ter plaatse van een woning, ookde belangen van betrokkenbedrijven bij een ongestoordeuitoefeningvan hun bedrijf. Degene die een bedrijf uitoefent kan, omdat hij geconfronteerdkan worden met klachten van de bewoners van een woning over de milieugevolgen van zijn bedrijf, aanvoerendat in het plangebied vanwege de milieugevolgen van zijn bedrijf geen aanvaardbaar woon-en leefklimaat is gewaarborgd. Artikel 8:69avan de Awb staat in zoverre niet in de weg aan vernietiging van een besluitopdie grond. 5.8.
Ingevolge artikel 3.1.1, onderg, van de planregels zijn de gronden binnende bestemming "Agrarisch met waarden - Kleinschalig landschap" mede bestemd voortuinen.Niet in geschil is dat tuinenals zodanig niet wordenaangemerkt als geurgevoelige objectenin de zin van de Wet geurhinder en veehouderij. in het hiernavolgende beoordeeltde Afdeling de beroepsgrondvan Van Veghel, dat onvoldoende is onderbouwd of voorde gronden die als tuin
202205341/1/R2
6
27 december 2023
kunnenworden ingericht binnende bestemming "Agrarisch met waarden Kleinschalig landschap", die zijn gelegen binneneen afstand van 50 m vanaf het bouwvlakvan in een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan wordenvoorzien. 5.9. In artikel 4.5.2van de planregels is de voorwaardelijke verplichting opgenomendat het gebruik van en het in gebruik laten nemenvan nieuwe bebouwingzonderde uitvoering en instandhoudingvan de inrichtingsmaatregelen volgens het in bijlage 1 (van de planregels) opgenomenInrichtingsplan en beplantingsplanniet is toegestaan. Het inrichtingsplan in bijlage 1 ziet opde inrichting van het gehele plangebied, waarbij ondermeer is voorzienin weide, een boerentuin, een boomgaard en een gazon. 5.10. De Afdeling stelt vast dat in het inrichtingsplan een deel van de boerentuin is gelegen binnen50 m vanaf het bouwvlakvan Deze boerentuin grenst aan de woning. Uit de voorwaardelijke verplichting volgt dat de raad het gebruiken en het in gebruik laten nemenvan de nieuwe woonbebouwing slechts in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht, als het plangebied wordt ingericht volgens het inrichtingsplan, waaronder deze boerentuin. Tegelijkertijd heeft de raad, gelet opartikel 3.1.2 van de planregels, voorhet inrichten van gronden als tuingrenzend aan de woning een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.3.2van de planregels vereist.
Naar het oordeel van de Afdeling is het in strijd met de rechtszekerheid om enerzijds een voorwaardelijke verplichting opte nemen, die strekt tot realisatie van tuinen,en anderzijds de realisatie van die tuinen afhankelijk te stellen van verlening van een omgevingsvergunning, waarbij pas dan wordt beoordeeldof de tuinenin overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening. Daar komt bij dat de raad, voorafgaand aan het vaststellen van het plan, had moeten beoordelenof ter plaatse van een tuin binneneen afstand van 50 m vanaf het bouwvlakvan in beginsel in een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan wordenvoorzien.De beoordeling,of ter plaatse van een tuinbinneneen afstand van 50 m vanaf het bouwvlakvan in beginsel een aanvaardbaar verblijfsklimaat kan wordengegarandeerd, kan naar het oordeelvan de Afdeling namelijk niet pas plaatsvindenbij de beoordelingof een omgevingsvergunning kan worden verleend. Evenmin is het voldoendedat in het vorige plan ookal de mogelijkheid voortuinenwas opgenomen.Daarmee is immers nog niet gemotiveerd waarom het plan dat nu voorligt, in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Gelet hierop is het besluittot vaststelling van het plan niet alleen in strijd met de rechtszekerheid, maar ookonvoldoende gemotiveerd. Het betoog slaagt. Conclusie 6. Het beroepis gegrond.
Het besluit van 23 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan"Wijbosch, herziening Kerkstraat 29" wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb en artikel 3:46van de Awb.
202205341/1/R2
7
27 december 2023
7. Uit een oogpuntvan rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad opte dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnenvier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is opde landelijke voorziening,www.ruimtelijkeplannen.nl . 8.
De raad moet de proceskostenvergoeden.
202205341/1/R2
27 december 2023
8
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraakvan de Raad van State: I. II.
lil.
IV.
V.
verklaart het beroepgegrond; vernietigt het besluitvan de raad van de gemeente Meierijstad van 23 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan"Wijbosch, herziening Kerkstraat 29"; draagt de raad van de gemeente Meierijstad om binnenvier weken na verzending van deze uitspraak ervoorzorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is opde landelijke voorziening,www.ruimtelijkeplannen.nl ; veroordeeltde raad van de gemeente Meierijstad tot vergoeding van bij in verband met de behandeling van het beroepopgekomenproceskostentot een bedrag van € 1.764,25, waarvan een bedrag van € 1.674,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. gelast dat de raad van de gemeente Meierijstad aan het doorhem voorde behandeling van het beroepbetaalde griffierecht van € 184,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld doo in tegenwoordigheid van
lid van de enkelvoudige kamer
lid van de enkelvoudige kamer, griffier.
griffier
Uitgesproken in het openbaarop 27 december 2023 1074-680 Verzonden:27 december 2023