920133.003 regels Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Ollandseweg 148
Tekst van het document
Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Groen Verkeer - Verhard Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2
12 12 15 17 18 23 25
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Algemene wijzigingsregels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
27 27 28 29 30 32
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
33 33 34
2 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Regels
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148' met identificatienummer NL.IMRO.1948.BGO000BP0042023P-VG01 van de gemeente Meierijstad. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen 1.3
aansluitend terrein
aan een bouwwerk grenzend onbebouwd gedeelte van een perceel of openbaar toegankelijk gebied; 1.4
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.5
achtergevel
een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.6
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren, zijnde: een vollegrondsteeltbedrijf, een veehouderij, intensieve kwekerij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf niet zijnde een agrarisch technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf. 1.7
agrarisch-technisch hulpbedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking; 1.8
agrarisch-verwant bedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn pensionstalling, dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarisch praktijkonderwijs en proefbedrijven; 1.9
bebouwingscluster
vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom; 1.10
bebouwingsconcentratie
kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster; 1.11
bebouwingslint
min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten de bebouwde kom;
4 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
1.12
bed & breakfast
een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.13 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.14
bedrijfswoning/dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van een huishouden dat daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.15
beroep of bedrijf aan huis
het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.16
bestaande aantal woningen
woningen die legaal aanwezig zijn op het moment dat dit bestemmingsplan in werking treedt, woningen die gebouwd mogen worden op grond van een geldend bestemmingsplan en woningen waarvoor een omgevingsvergunning verleend is; 1.17
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.18
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in
bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt.
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 5
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
1.19
bouwperceel
aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.20
bruto-vloeroppervlakte
de totale binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte inclusief die van eventuele verdiepingen. 1.21
dierenwelzijn
het fysieke en gevoelsmatige welzijn van dieren of lichamelijke en geestelijke gezondheid en welbevinden van een dier; 1.22
gebruiksoppervlakte
gebruiksoppervlakte als bedoeld in artikel 1 van het Bouwbesluit 2012 juncto NEN 2580 1.23
goothoogte
de afstand gemeten vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, waarbij ondergeschikte bouwdelen niet worden meegerekend. 1.24
grondgebonden woning
woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. 1.25
hobbymatig houden van dieren
Het houden van enkele dieren voor educatieve of recreatieve doeleinden of als liefhebberij, zonder winstoogmerk. 1.26
hoofdgebouw
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.27
horeca
bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, nader te onderscheiden in: 1a Lichte daghoreca: horecabedrijven die qua exploitatievorm primair gericht zijn op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken.
1b Lichte avondhoreca: Horecabedrijven die in beginsel overdag en ‘s avonds geopend zijn (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken.
2 Middelzware horeca: horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken; 6 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
3 Zware horeca: horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ‘s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen.
4 Logiesverstrekker: Horecabedrijven die geheel of in overwegende mate zijn gericht op het verstrekken van nachtverblijf. 1.28
huishouden
een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'. 1.29
huisvesting in verband met mantelzorg
huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.30
kamerverhuur
het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden; 1.31
kernrandzone
overgangszone van de stedenbouwkundige bebouwde kom naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies; 1.32
loosbaar water
water dat -binnen de daarvoor geldende normen en met de daarvoor benodigde vergunningen- kan worden geloosd op het oppervlaktewater; 1.33
maatschappelijke voorzieningen
het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd / kinder / ouderen / gehandicaptenopvang, onderwijs, religie, uitvaart / begraafplaats, bibliotheken, openbare dienstverlening, verenigingsleven, sport-, spel- en speelvoorzieningen. 1.34
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 7
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
1.35
mestbewerking
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest; 1.36
nevenfunctie/nevenactiviteit
activiteit uitgeoefend in aanvulling op en ondergeschikt aan de hoofdfunctie zoals recreatieve functies, agrarisch verwante functies, agrarisch technische functies, statische binnenopslag en verbrede landbouw, niet zijnde een aan huis gebonden beroep of bedrijf; 1.37
ondergeschikte bouwdelen
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen; 1.38
ondersteunende horeca
het ter plaatse nuttigen van etenswaren en dranken, die worden aangeboden als ondersteuning van een nevenfunctie bij een andere dan als horeca bestemde hoofdfunctie, waarbij er een directe relatie is tussen de nevenfunctie en de hoofdfunctie. Dit geldt voor recreatiebedrijven (t.b.v. eigen dag- of verblijfsgasten) en voor agrarische bedrijven (bijv. consumpties bij een rondleiding op een bedrijf, bij boerengolf, bij een workshop, of bij proeven van producten van het bedrijf); 1.39
onzelfstandige woonruimte
woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen; 1.40
overkapping/carport
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.41
peil
voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.42
pergola
a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht;
8 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
1.43
plattelandswoning
een woning gelegen op het bouwvlak van/bij een (agrarisch) bedrijf zonder dat er sprake is van een functionele binding tussen woning en bedrijf, die door een derde mag worden bewoond en volgens de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van het bedrijf; 1.44
productiegebonden detailhandel
beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.45
reëel agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van ten minste één halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen; 1.46
rijbak
een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of een ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden, pony’s of andere daarmee gelijk te stellen dieren en het anderszins beoefenen van de paardensport. 1.47
schuilgelegenheid
een overdekte ruimte die direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit te lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter; 1.48
statische (binnen)opslag
(binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen. 1.49
tiphoogte
de masthoogte plus de helft van de rotordiameter; 1.50
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.51
(woon)boerderij
een voormalige agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen voormalige agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen, bijvoorbeeld een langgevelboerderij of kortgevelboerderij; 1.52
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.53
zelfstandige woonruimte
woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 9
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
1.54
zijdelingse (bouw)perceelsgrens
de perceelsgrenzen van een bouwperceel, niet zijnde de begrenzing van het perceel aan de achter- of voorzijde; 1.55
zone erf
gronden gelegen aan de achterkant en zijkant van het hoofdgebouw tot op 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en niet behorende tot het bouwvlak; 1.56
zone tuin
gronden gelegen aan de voorkant en zijkant van het hoofdgebouw vanaf 1 meter terugliggend vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan tot aan het openbaar gebied of de openbare weg waaraan de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen en niet behorende tot het bouwvlak; 1.57
zorgvuldige landschappelijke inpassing
het aanbrengen van gebiedseigen beplanting, het gebruik van gebiedseigen natuurlijke materialen op grond van een goedgekeurd landschapsinrichtingsplan en waarbij bij de situering zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande landschapselementen, perceelsafscheidingen of aangrenzende bebouwing om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen.
10 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de bouwperceelsgrens
tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2
de afstand tussen gebouwen
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.3
de brutovloeroppervlak van een gebouw
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7
de inhoud van een bouwwerk
tussen de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8
de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren); 2.9
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 11
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
a. de voor 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. agrarische activiteiten bij wijze van hobby; c. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; d. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor cultuurhistorische waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevol gebied'; e. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; f. groenvoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik; h. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan bij de regels; met de daarbij behorende: i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. wegen, paden en verkeersvoorzieningen; l. parkeervoorzieningen; m. tuinen en erven; n. voorzieningen van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. b. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. c. Nieuwbouw ten behoeve van nevenfuncties is niet toegestaan. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende bepalingen: a. Rijbakken, longeercirkels, sleufsilo's, teeltondersteunende voorzieningen, keerwanden en overkappingen zijn niet toegestaan. b. De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m. c. Terreinafscheidingen (niet zijnde erfafscheidingen) zijn toegestaan in de vorm van afrasteringen tot een bouwhoogte van 1,50 m. d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van bouwwerken die niet in gebruik zijn voor de huisvesting van vee of in gebruik zijn voor de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij 12 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
b. c. d. e. f. g.
h. i. j. k. l.
danwel niet vergund zijn voor het huisvesten van vee, in gebruik te nemen voor het huisvesten van vee; het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van opslag buiten het bouwvlak; het gebruiken of laten gebruiken van voorzieningen voor opslag en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten, behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf; een toename van ammoniakemissie als gevolg van wijziging van aanwezige dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen; handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); het gebruiken of laten gebruiken van meer dan één bouwlaag van een gebouw ten behoeve van het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; het gebruiken of laten gebruiken van een bedrijfswoning als plattelandswoning; het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van rijbakken, tenzij er sprake is van de aanduiding 'rijbak'; het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van mestzakken; het gebruiken van gronden voor het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen; het gebruik van agrarische gronden als tuin, met uitzondering
van gronden op een afstand van minder dan 25 m rondom een bestemmingsvlak 'Wonen'.
3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Verboden werken en werk zaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zoals aa geven in onderstaande tabel: Tabel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden 'Chwg' Cultuurhistorisch waardevol gebied
Aanduiding Werken en werkzaamheden
Chwg
1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, m.u.v. waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 1,5 m of indien een ontgrondingvergunning is vereist
OV
2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, OV m.u.v. de vervanging van ondergrondse leidingen 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling en/of bronnering 4. het verlagen van de grondwaterstand door het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren
OV
6. het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden
-
7. het verwijderen of rooien(vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden
NVT
8. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie
OV
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 13
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
9. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie
-
10. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand OV houtgewas zonder agrarische productiefunctie 11. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur
-
12. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen
OV
13. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van OV andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel 14. het omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur
-
OV = omgevingsvergunning vereist NT = niet toegestaan NVT = niet van toepassing - = toegestaan zonder omgevingsvergunning
3.4.2
Uitzonderingen
Het in artikel 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak en/of het differentiatiev lak plaatsvinden; d. het aanleggen en/of wijzigen van (kikker)poelen, zoals genoemd in artikel 4.3.2 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing betreffen. 3.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in artikel 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt Bijlage 2 Tabel werken en werkzaamheden.
14 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen ter afscherming van de gronden met de bestemming 'Bedrijf' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 42' in de vorm van een groenstrook met hoogopgaand groen; b. groenvoorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – veldschuur’ een veldschuur is toegestaan; d. het behoud, herstel en ontwikkeling van houtopstanden; e. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik. 4.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding groen - veldschuur', een veldschuur is toegestaan waarbij: a. de goothoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande goothoogte; b. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bestaande bouwhoogte; c. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de bestaande oppervlakte. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor opslag van materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als parkeergelegenheid. 4.3.2
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is aangelegd en aldus duurzaam in stand wordt gehouden conform Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.
4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Verboden werken en werk zaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen of rooien(vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden; b. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie. 4.4.2
Uitzonderingen
Het in artikel 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 15
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148 b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in artikel 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt Bijlage 2 Tabel werken en werkzaamheden.
16 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 5 5.1
Verkeer - Verhard
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verhard' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verharde wegen, paden en voorzieningen van openbaar nut; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. groenvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbaar nut zoals wachthuisjes voor het openbaar vervoer, waarbij geldt dat: a. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m2; b. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van palen, (licht)masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 12 m. b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 17
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, comform de definitie 'woning'; b. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; c. schuilgelegenheden met een maximale oppervlakte van 70 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - schuilgelegenheid'; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van rijbakken ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak'. e. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; f. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen als bijlagen bij de regels; met de daarbij behorende: g. h. i. j. k. l.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; (onverharde) wegen, paden en verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; voorzieningen van algemeen nut.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
a. herbouw van woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; b. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, mag niet minder bedragen dan 10 meter; c. daar waar een bouwvlak is opgenomen dient de woning binnen het bouwvlak opgericht te worden; d. woningen en bijbehorende bouwwerken bij woningen mogen, tenzij de regels anders bepalen uitsluitend gebruikt worden voor: 1. wonen conform de definitie 'woning'; 2. het uitoefenen van beroepen en bedrijven aan huis; e. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan, tenzij anders is bepaald; f. in afwijking van het sub e geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangegeven maximale aantal wooneenheden het toegestane maximale aantal woningen is; g. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; h.
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 6.2.2
Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' is één woning toegestaan met een inhoud van 750 m3 en een vrijstaand bijgebouw van 150 m2. b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' is één woning van maximaal 1.400 m3 in de vorm van een schuurwoning toegestaan. Deze 1.400 m3 bestaat, naast het woongedeelte, ook uit een inpandig bijgebouw. Dit inpandig bijgebouw dient een minimale inhoud van 500 m3 te hebben. c. er plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 3' is één bouwmassa van maximaal 3.000 18 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
d. e. f. g. h.
m3 in de vorm van een schuurwoning toegestaan. Deze bouwmassa is bedoeld voor twee afzonderlijke woningen met ieder een inhoud van 1.500 m3. Deze 1.500 m3 bestaat, naast het woongedeelte, ook uit een inpandig bijgebouw. Dit inpandig bijgebouw dient een minimale inhoud van 600 m3 te hebben; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; de afstand van woningen tot de zijdelingse bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m.
6.2.3
Bouwen van bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen dienen uitsluitend inpandig gesitueerd te worden (in het hoofdgebouw). Het plaatsen van losse bijgebouwen is niet toegestaan. b. in afwijking met het bepaalde onder a. is, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen 1' een vrijstaand bijgebouw toegestaan, met een oppervlakte van maximaal 150 m2; c. in afwijking met bepaalde onder a. is, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen schuilgelegenheid' een schuilgelegenheid toegestaan, met een oppverlakte van 70 m2; d. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; e. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; f. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; g. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning bedraagt maximaal 15 m. 6.2.4
Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. overkappingen dienen binnen het bouwvlak of op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; 2. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 3. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd ; 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². 3.
de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. onoverdekte zwembaden mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesiuteerd. f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 19
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148 maximaal 15 m van de woning; 6.2.5
Rijbak
Het oprichten van een rijbak ter plaatse van de functieaanduiding 'rijbak' is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de oppervlakte niet meer dan 800 m2 bedraagt; de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; het aantal lichtmasten per rijbak mag niet meer bedragen dan 4; de bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van de rijbak, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m; e. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; f. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; g. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; h. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; a. b. c. d.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Herbouw van een woning buiten de bestaande fundamenten
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 6.2.2; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 6.3.2
Grotere afstand tussen woning en bijbehorende bouwwerken
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 6.2.3 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard.
6.3.3
Ondergrondse bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m¹ te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend; c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; 20 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148 d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud. 6.3.4
Bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 10 m bouwdiepte
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.4 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis
Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i.
de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom, of in de vorm van horeca zijn niet toegestaan. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Afwijken voor huisvesting in afwijking van het begrip 'woning' (kamerverhuur)
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande woning; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de woning te worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; c. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; d. er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 21
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148 nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; f. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; g. in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur.
22 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.
7.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen'. d.
Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn. 7.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.3 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Verboden werken en werk zaamheden
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 200 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 200 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren.
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 23
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
7.4.2
Uitzonderingen
Het in artikel 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, zoals boomteeltactiviteiten waarbij de grond niet dieper dan 50 cm onder maaiveld wordt bewerkt danwel wordt verstoord als gevolg van aanplant/ontgraven/wortelontwikkeling; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen' plaats vinden; d. door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de gronden reeds verstoord zijn en dat als gevolg van de werken/werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreffen die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt. 7.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in artikel 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt Bijlage 2 Tabel werken en werkzaamheden.
24 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. 8.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen'. d.
Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn. 8.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren va neen werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1
Verboden werken en werk zaamheden
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 500 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren. 8.4.2
Uitzonderingen
Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 25
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148 b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen' plaats vinden. 8.4.3
Toelaatbaarheid
a. De in artikel 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt Bijlage 2 Tabel werken en werkzaamheden.
26 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Hoofdstuk 3 Artikel 9 9.1
Algemene regels
Algemene wijzigingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148" (vastgesteld) 27
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
28 rziening Ollandseweg 148" (vastgesteld)
bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Oedenrode, he
bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 148
Artikel 11 11.1
Algemene bouwregels
Bestaande maten
Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, terplaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar wordengeacht; b. de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald,mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; c. bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; d. op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is. 11.2