7. Uitvoeringsregels social return
Tekst van het document
Uitvoeringsregels social return GEMEENTE MEIERIJSTAD
De gemeente Meierijstad kent een aantal organisatiedoelstellingen, één daarvan is het bijdragen aan social return. Onder social return wordt verstaan: het opnemen van sociale voorwaarden bij inkoop- en aanbestedingstrajecten van diensten, werken en leveringen, zodat opdrachtnemers een bijdrage leveren aan het beleid ten aanzien van het bieden van werkgelegenheid en stage/ leerplaatsen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Iets terug geven aan de samenleving! Wij vinden het dan ook belangrijk, dat iedereen mee kan doen in de samenleving en perspectief heeft op werk en inkomen, naar kennis en kunde. Bij deze aanbesteding, accountantsdiensten, dient minimaal 2% excl. BTW van de opdrachtwaarde ingezet te worden voor social return. De gemeente heeft voor de invulling van social return gekozen voor de bouwblokkenmethode. Kenmerkend voor deze bouwblokkenmethode is de structuur. Blokken met een transparante waardebepaling, kunnen op maat worden gestapeld tot de gewenste social return verplichting. De bouwblokkenmethode is niet alleen gericht op het uitplaatsen van bijstandsgerechtigden, maar ook om social return op creatieve wijze in te vullen in uw organisatie. Hoofdpunten voorwaarden social return. • De voorwaarde social return wordt in ieder geval toegepast in gemeentelijke opdrachten vanaf het Europese drempelbedrag voor Leveringen en Diensten in alle bedrijfssectoren.
Dit drempelbedrag geldt ook bij Werken. • De opdrachtnemer is verplicht bij arbeidsintensieve opdrachten, opdrachten met een loonsom van minstens 30% van de totale opdrachtwaarde, minimaal 5% van de opdrachtwaarde excl. BTW te besteden aan invulling van de social return verplichting. • Wanneer de opdracht arbeidsextensief is, wanneer de loonsom minder is dan 30% van de totale opdrachtwaarde, wordt 2% van de opdrachtwaarde excl. BTW als social return verplichting opgenomen. • Wanneer de voorwaarde social return van toepassing is verklaard op de aanbesteding en het aanbod van de opdrachtnemer onder de grens van social return is, dan blijft de voorwaarde social return van toepassing, te weten 5% c.q. 2% van de overeengekomen opdrachtwaarde excl. BTW. • De opdrachtgever kan afwijkende percentages in de aanbesteding opnemen. Bouwblokken. Om de waarde van de inspanningen voor de social return verplichting te meten, wordt de gerealiseerde waarde van de projecten uitgedrukt in inspanningswaarde. Deze inspanningswaarde staat niet in relatie tot de werkelijke uitgave aan uitkeringen en loon. Dit heeft te maken met de afstand van de doelgroep tot de arbeidsmarkt en de inspanning die u moet leveren om de doelgroep in te zetten op betaald werk. In onderstaande tabel kunt u zien hoe de bouwblokken zijn opgebouwd: Jaartarief 1 t.b.v. invulling Social return Doelgroep verplichting (o.b.v.
fulltime dienstverband, 40 uur) WW met een duur van 6 tot 12 maanden € 15.000,WW met een duur van langer dan 12 maanden € 30.000,Participatiewet, IOAW, IOAZ € 35.000,Niet-uitkeringsgerechtigde € 35.000,WIA/ WAO/ WAZ € 35.000,Wajong € 35.000,WSW, inclusief indicatie beschut werk € 35.000,Leerling BBL niveau 1 + 2 € 20.000,Leerling BOL niveau 1 + 2 € 5.000,Leerling VSO/ Praktijkonderwijs € 5.000,1
Tarieven zijn all-inclusief tarieven, dus ook inclusief begeleidingskosten en werkgeverslasten. Bij fulltime dienstverband, wordt van het aantal uren uitgegaan zoals in de betreffende cao geregeld is.
Bron: kadernotitie 3.0
Voor het bepalen van de hoogte van het gerealiseerde social return bedrag geldt als uitgangspunt, dat de daadwerkelijk gemaakte kosten door opdrachtnemer meetelt. In geval van detachering via een sociale werkvoorziening, wordt de volledige vergoeding meegeteld. Voor andere vormen van sociaalmaatschappelijk verantwoorde invulling van de social return verplichting mogen de daadwerkelijk gemaakte kosten worden ingebracht.
Toelichting op bovenstaande bouwblokken. • WW: Werkeloosheidsuitkering. • De Participatiewet is op 1 januari 2015 in werking getreden en is de opvolger van de Wet sociale werkvoorziening (WSW), Wet werk en bijstand (WWB) en een deel van de Wajong. • Niet-uitkeringsgerechtigde (nug): iemand die staat ingeschreven als niet werkend-werkzoekende bij het UWV, geen uitkering ontvangt, en een indicatie heeft voor het doelgroepenregister, óf een jongere tussen 16 en 27 jaar die staat ingeschreven als niet werkend-werkzoekende bij het UWV, geen uitkering ontvangt met of zonder indicatie doelgroepenregister. • WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. • WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. • WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. • Wajong: Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. • WSW: Iemand die arbeidsgehandicapt is en is geïndiceerd voor de Wet Sociale Werkvoorziening. Personen met een indicatie “beschut werk” op basis van de Participatiewet worden aan deze groep gelijk gesteld. • BBL: Beroepsbegeleidende leerweg. Bij een BBL-opleiding wordt werken en leren gecombineerd met een werkleertraject. Dit betekent meestal 1 dag per week naar school en 4 dagen per week werken bij een erkend leerbedrijf. • BOL: Beroeps opleidende leerweg. Bij een BOL-opleiding wordt leren en werken gecombineerd.
Het werken is dan in de vorm van een stage, meestal 1 dag per week, zodat ervaring in de praktijk wordt opgedaan. • VSO: Voortgezet speciaal onderwijs. Dit is onderwijs voor jongeren met een beperking. • PRO: Praktijkonderwijs. Bestemd voor leerlingen met een leerachterstand. Doelgroepen invulling van de social return verplichting. De volgende doelgroepen uit de volgende regelingen tellen mee als invulling voor social return. Regeling Omschrijving Meetellingsduur social return Deze tellen vanaf het moment van instroom bij opdrachtnemer nog Participatiewet/ Personen die vóór instroom een bijstandsuitkering drie jaar na instroom mee voor IOAW/ IOAZ ontvingen van een gemeente. social return, zolang ze werkzaam zijn bij de opdrachtnemer. Deze tellen vanaf het moment van instroom bij opdrachtnemer nog Niet uitkerings- Personen die vóór instroom vallen onder de definitie drie jaar na instroom mee voor gerechtigde van niet-uitkeringsgerechtigde social return, zolang ze werkzaam zijn bij de opdrachtnemer. Zolang personen een Alle personen die vóór instroom bij de organisatie op arbeidsongeschiktheidsuitkering WAO/ WIA/ grond van een claimbeoordeling volledig of gedeeltelijk ontvangen, blijven ze volledig WAZ/ Wajong arbeidsongeschikt zijn verklaard of dat zijn op basis meetellen voor social return, van een jonggehandicapte status. zolang ze werkzaam zijn bij de opdrachtnemer.
Personen met een indicatiebeschikking blijven WSW/ indicatie Personen tellen mee op grond van indicatiebeschikking meetellen voor social return beschut werk SW of beschut werk op grond van de Participatiewet. zolang de indicatie geldig is en zolang ze werkzaam zijn bij de opdrachtnemer. Personen met als uitgangspositie ‘WW- uitkering’ tellen pas mee als ze vóór instroom minimaal een half jaar een WW-uitkering ontvingen. Als een persoon tijdens zijn recht op een WW-uitkering weer aan het werk gaat Personen met uitgangspositie WW en binnen 26 weken opnieuw werkloos wordt, loopt de tellen nog drie jaar na instroom bij WW oude uitkering weer verder (herleving van de uitkering) opdrachtnemer mee voor social voor de duur die de werkloze nog te goed had. In dit return, en zolang ze werkzaam geval telt voor social return de uitkeringsduur vóór het zijn bij de opdrachtnemer. weer aan het werk gaan mee met de duur van de WW na het opnieuw werkloos worden (dit moet bij elkaar ook minimaal een half jaar zijn).
BBL/ BOL niveau 1 en 2 + VSO/ PRO
Personen die een werkleerovereenkomst (BBL) of een stageovereenkomst (BOL) hebben die opleidt tot niveau 1 of tot niveau 2, dan wel leerlingen VSO/ PRO die een stage-overeenkomst hebben voor een arbeidstoeleidingsstage.
Vanaf het moment van instroom zolang ze werkzaam zijn bij de opdrachtnemer c.q. gedurende de stageperiode bij de opdrachtnemer.
Mogelijkheden om tot invulling van social return te komen. • Door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals benoemd hierboven, te betrekken bij de werkzaamheden. • Door diensten zoals groen, schoonmaak of catering af te nemen van en/of werkzaamheden uit te besteden aan de sociale werkvoorzieningen (in de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant zijn dit Weener XL, WSD en IBN), of door diensten af te nemen en/of werkzaamheden uit te besteden aan andere sociale werkbedrijven (30+ bedrijven). • Door te participeren in projecten ten behoeve van de ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt door kennis, expertise of bedrijfsmiddelen beschikbaar te stellen. • De opdrachtnemer mag gebruik maken van een onderaannemer ter invulling van de ‘social return’ verplichting, maar blijft ook dan verantwoordelijk voor een correcte invulling en afwikkeling. Hierbij dient wel aantoonbaar te worden gemaakt dat er een directe relatie met de uitvoering van de opdracht is. • Indien opdrachtnemer het landelijke keurmerk PSO trede 2 of hoger heeft van TNO, geldt dit als voldoende invulling van de social return en kan ontheffing worden verleend, met een maximum van 5%. (www.pso-nederland.nl).Gedurende de gehele opdracht dient de opdrachtnemer aan te kunnen tonen op minimaal trede 2 gecertificeerd te zijn geweest.
Indien de geldigheid van het PSOcertificaat verloopt tijdens de opdracht en het certificaat niet wordt verlengd, dan zal de social return verplichting alsnog op een andere genoemde manier ingevuld dienen te worden. • Uiteraard mag het ook een combinatie van invulmogelijkheden zijn en kan de opdrachtnemer zelf met voorstellen komen. Wel moet er een relatie blijven bestaan met het bieden van loonvormende arbeid voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De coördinator social return beoordeelt deze voorstellen. Bij voorkeur social return realiseren binnen de opdracht. • De invulling van de social return-opdracht mag plaatsvinden zowel binnen als buiten de aanbestede opdracht. • De voorkeur gaat ernaar uit dat de invulling van social return-opdrachten zoveel mogelijk wordt gerealiseerd in de periode van de opdracht. Het moet namelijk mogelijk zijn om de opdracht direct na afronding van de werkzaamheden definitief af te rekenen en daarvoor is het nodig dat beoordeeld kan worden in welke mate de social return verplichting is gerealiseerd. • Van de periode kan worden afgeweken in het kader van duurzame plaatsing van een kandidaat. Indien opdrachtnemer bij het verstrijken van de opdracht kan aantonen dat de plaatsing zal voortduren na deze periode, mag deze periode worden meegerekend voor de invulling van de social return verplichting.
Dit gebeurt altijd in overleg met de coördinator social return. • Indien de verplichting ondanks inspanning van opdrachtnemer niet kan worden volbracht, kan in overleg met de coördinator social return van de gemeente, de verplichting tot invulling tot een nader te bepalen tijdstip uitgesteld worden. Niet nakomen van de social return verplichting. • Bij het niet voldoen aan de eisen met betrekking tot de social return verplichting, wordt niet voldaan aan de eisen uit de opdrachtverstrekking. Dit leidt tot een boete, welke gelijk staat aan anderhalf maal het niet ingezette bedrag van de social returnverplichting. • Indien de opdrachtnemer in gebreke blijft met betrekking tot de invulling van de social returnverplichting, wordt bij de eindafrekening van de opdracht de hiervoor genoemde boete ingehouden of wordt het boetebedrag nagevorderd. • De boete zal worden ingezet voor projecten, initiatieven of instrumenten die de werkgelegenheid voor de doelgroepen social return bevorderen.
Rapportering en verantwoording van de social return verplichting. • De opdrachtnemer rapporteert minimaal eens per kwartaal de resultaten van social return in het programma WIZZR. Hiervoor worden de inloggegevens verstrekt door de coördinator social return. • De social return coördinator vraagt bewijsstukken bij de opdrachtnemer op, zoals arbeidsovereenkomsten, mandagenstaten (contracturen per week en duur overeenkomst) onderaannemers of toeleveranciers, bewijs van uitkering UWV of gemeente, stageovereenkomsten en werkleerovereenkomsten of facturen van WSW-bedrijven. • De coördinator social return informeert de opdrachtnemer, welke informatie nodig is en op welke wijze de informatie aangeleverd dient te worden. De opdrachtnemer zal medewerking verlenen aan de verificatieonderzoeken die door de coördinator social return kunnen worden verricht. • De opdrachtnemer kan, indien gewenst, contact opnemen met de coördinator social return voor advies en ondersteuning. • De coördinator social return is de contactpersoon voor de opdrachtnemer voor bespreking van de praktische gang van zaken met betrekking tot de invulling van social return. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de daadwerkelijke invulling van de social return verplichting. Proces na gunning.
Als u de opdracht definitief gegund krijgt, neemt u na gunning, binnen twee weken contact op met de coördinator social return van de gemeente Meierijstad via Info@Meierijstad.nl om afspraken te maken over de invulling van social return. In samenspraak met de coördinator social return, stelt u een plan van aanpak op over de manier waarop u de verplichting invult. Het plan bestaat uit de navolgende onderdelen: 1. Opdrachtsom of, in het geval dat deze nog niet bekend is, de verwachte opdrachtsom. 2. Keuze welke bouwblokken en/of andere invulmogelijkheden worden ingezet. 3. Wijze en timing van tussenevaluatie(s), inclusief bewijsstukken. 4. Wijze en timing van eindevaluatie, inclusief bewijsstukken. Het resultaat van deze fase is een plan dat concreet en realiseerbaar is. U zorgt ervoor dat dit plan, binnen vijf weken na gunning van de opdracht, gereed is en is goedgekeurd door de coördinator social return. De coördinator social return kan deze termijn op uw beargumenteerd verzoek schriftelijk verlengen tot maximaal twaalf weken. Met vragen over social return en de bouwblokken kunt u te allen tijde contact opnemen met de coördinator social return via Info@Meierijstad.nl of via telelefoon: 14 0413.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad kan, indien de toepassing van bepalingen in deze beleids- en uitvoeringsregels in de individuele situatie tot onbillijkheden leidt, alsmede bij onvoorziene omstandigheden, geïndividualiseerd afwijken van deze regels.